Bijlage - Bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
11 april 2019
1
Atlascode 2 waarschijnlijk broedend
x
x
Wilde Eend
11 april 2019
11 april 2019
1
Atlascode 2 waarschijnlijk broedend
x
x
Winterkoning
7 april 2018
7 april 2018
2
Atlascode 2 waarschijnlijk broedend
x
x
Winterkoning
5 maart 2017
5 maart 2017
1
baltsend/zingend
x
x
Winterkoning
17 april 2015
17 april 2015
1
x
x
Winterkoning
24 augustus 2014
1
baltsend/zingend
x
x
Winterkoning
12 maart 2016
1
baltsend/zingend
x
x
Winterkoning
4 maart 2020
1
baltsend/zingend
x
x
Winterkoning
6 april 2012
1
baltsend/zingend
x
x
Winterkoning
22 juli 2015
1
baltsend/zingend
x
x
Winterkoning
23 juli 2016
1
baltsend/zingend
x
x
Winterkoning
15 juli 2012
1
baltsend/zingend
x
x
Zanglijster
3 mei 2016
3 mei 2016
1
slaapplaats
x
x
Zanglijster
21 april 2013
21 april 2013
1
x
x
Zanglijster
27 mei 2014
x
x
Zanglijster
5 april 2011
5 april 2011
1
x
x
Zanglijster
16 maart 2017
16 maart 2017
1
x
x
Zanglijster
17 april 2015
17 april 2015
1
x
x
Zwarte Kraai
1 januari 2013
1 januari 2014
1
vastgesteld territorium
x
x
Zwarte Kraai
1 januari 2017
1 januari 2018
1
vastgesteld territorium
x
x
Zwarte Kraai
1 januari 2017
1 januari 2018
1
vastgesteld territorium
x
x
Zwarte Kraai
1 januari 2011
1 januari 2012
1
vastgesteld territorium
x
x
Zwarte Kraai
1 januari 2017
1 januari 2018
1
vastgesteld territorium
x
x
Zwarte Kraai
1 januari 2013
1 januari 2014
1
vastgesteld territorium
x
x
Zwarte Kraai
7 juli 2019
7 juli 2019
1
x
x
Zwarte Kraai
1 januari 2017
1 januari 2018
1
x
x
Zwarte Kraai
30 april 2017
30 april 2017
1
x
x
Zwarte Kraai
10 juli 2017
10 juli 2017
2
x
x
Zwarte Kraai
1 januari 2011
1 januari 2012
1
vastgesteld territorium
x
x
Zwarte Kraai
1 januari 2019
1 januari 2020
1
vastgesteld territorium
x
x
Zwarte Kraai
21 april 2013
21 april 2013
1
x
x
4 maart 2020
1
baltsend/zingend baltsend/zingend
baltsend/zingend baltsend/zingend
vastgesteld territorium
Rode Liijst
De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.
22 februari 2021 11:40:47
13
Auteur: Jasper Verhaar
Uitvoerportaal Groensche Hoeven
F&F Wet natuurbescherming Gedrag
Vrl
Hrl
Andere
Ffwet tabel
Soort
Datum
Einddatum
Aantal
Zwarte Kraai
19 mei 2013
19 mei 2013
1
x
1
2
3 x
Zwarte Kraai
21 april 2018
21 april 2018
1
x
x
Zwarte Kraai
21 april 2014
21 april 2014
1
x
x
Zwarte Kraai
1 januari 2013
1 januari 2014
1
vastgesteld territorium
x
x
Zwarte Kraai
1 januari 2013
1 januari 2014
1
vastgesteld territorium
x
x
Zwarte Kraai
1 januari 2011
1 januari 2012
1
vastgesteld territorium
x
x
Zwarte Kraai
23 april 2012
23 april 2012
1
Zwarte Roodstaart
7 juni 2012
Zwarte Roodstaart
8 april 2018
Zwarte Roodstaart
21 juni 2019
Zwarte Roodstaart
x
x
1
baltsend/zingend
x
x
8 april 2018
1
baltsend/zingend
x
x
21 juni 2019
1
baltsend/zingend
x
x
8 mei 2012
1
baltsend/zingend
x
x
Zwarte Roodstaart
11 april 2014
1
baltsend/zingend
x
x
Zwarte Roodstaart
26 april 2020
26 april 2020
1
baltsend/zingend
x
x
Zwarte Roodstaart
9 juni 2018
9 juni 2018
1
baltsend/zingend
x
x
Zwarte Roodstaart
15 juni 2018
1
baltsend/zingend
x
x
Zwarte Roodstaart
17 april 2018
1
baltsend/zingend
x
x
Zwarte Roodstaart
3 april 2011
1
baltsend/zingend
x
x
Zwarte Roodstaart
10 juli 2019
10 juli 2019
1
baltsend/zingend
x
x
Zwarte Roodstaart
20 juni 2018
20 juni 2018
1
baltsend/zingend
x
x
Zwartkop
1 januari 2013
1 januari 2014
1
vastgesteld territorium
x
x
Zwartkop
1 januari 2017
1 januari 2018
1
vastgesteld territorium
x
x
Zwartkop
1 januari 2011
1 januari 2012
1
vastgesteld territorium
x
x
Zwartkop
1 januari 2011
1 januari 2012
1
vastgesteld territorium
x
x
Zwartkop
4 mei 2016
1
baltsend/zingend
x
x
Zwartkop
14 mei 2012
1
baltsend/zingend
x
x
Zwartkop
10 juli 2020
1
baltsend/zingend
x
x
Zwartkop
22 april 2012
1
baltsend/zingend
x
x
Zwartkop
26 april 2020
1
baltsend/zingend
x
x
Zwartkop
22 april 2015
2
baltsend/zingend
x
x
Zwartkop
19 april 2012
1
baltsend/zingend
x
x
Zwartkop
1 januari 2019
1 januari 2020
1
vastgesteld territorium
x
x
Zwartkop
18 mei 2012
18 mei 2012
1
x
x
Zwartkop
12 april 2012
x
x
Zwartkop
30 april 2017
30 april 2017
1
x
x
Zwartkop
16 mei 2019
16 mei 2019
1
baltsend/zingend
x
x
Zwartkop
11 april 2020
11 april 2020
2
Atlascode 2 waarschijnlijk broedend
x
x
Zwartkop
11 april 2020
11 april 2020
2
Atlascode 2 waarschijnlijk broedend
x
x
Zwartkop
3 juni 2020
3 juni 2020
3
baltsend/zingend
x
x
Zwartkop
1 januari 2011
1 januari 2012
1
vastgesteld territorium
x
x
Zwartkop
1 januari 2019
1 januari 2020
1
vastgesteld territorium
x
x
Zwartkop
17 april 2018
17 april 2018
1
baltsend/zingend
x
x
Zwartkop
1 januari 2013
1 januari 2014
1
vastgesteld territorium
x
x
17 april 2018
10 juli 2020 26 april 2020
1
baltsend/zingend
Rode Liijst
De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.
22 februari 2021 11:40:47
14
Auteur: Jasper Verhaar
Kaart waarnemingen quickscan
Landgoed Groensche Hoeven, Vught
Soortgericht onderzoek Wet natuurbescherming
Landgoed Groensche Hoeven Vught Rapport: 303398
Ons groene inzicht brengt uw groen in zicht! . . .
Colofon
1
Opdrachtgever Gemeente Vught De heer P. Burger Secretaris van Rooijstraat 1 5261 EP VUGHT
Dossiergegevens Dossiernummer: Uw referentie: Status rapport: Datum rapport: Citeertitel:
303398 210368 v1.0 3 december 2021 Verhaar, J., 2021, Soortgericht onderzoek Wet natuurbescherming Landgoed Groensche Hoeven, Vught, 303398, Cobra Groeninzicht Vianen (NB)
Projectteam Projectverantwoordelijke: Vakspecialist: Kwaliteitscontrole:
Jasper Verhaar Damian van Poecke (Ecoloog) Jasper Verhaar (Ecoloog) Dennis Slotboom (Ecoloog)
Redactie:
Gerdien Jacobs
Contactgegevens info@Cobra-groeninzicht.nl www.Cobra-groeninzicht.nl T. 088 – 262 72 00
Adres Cobra Groeninzicht Franssenstraat 66 5434 SJ Vianen (NB)
Bedrijfsgegevens KvK Eindhoven 17232157 Btw-nr. NL 8199.70.220.B01 IBAN NL90 INGB 0008 5217 90
Landgoed Groensche Hoeven, Vught
Inhoud Samenvatting
1
1
Inleiding
2
2
Situatie en planvorming
3
3
Werkwijze
6
4
3.1
Nader onderzoek amfibieën en vissen
6
3.2 3.3 3.4 3.5
Nader onderzoek vogels Nader onderzoek grondbonden zoogdieren Nader onderzoek vleermuizen Overzicht onderzoeksinspanning
6 6 7 8
Resultaten 4.1 4.2 4.3
Amfibieën Vissen Vogels
4.3.1 Roofvogels 4.3.2 Watergebonden vogels 4.4 Zoogdieren 4.4.1 Grondgebonden zoogdieren 4.4.2 Vleermuizen 5
Conclusie 5.1 5.2
6
Onderzoeksvragen Risico’s en vervolgstappen
Advies 6.1 6.2
9 9 9 9 9 10 11 11 13 16 16 19 20
Ontheffing Wet natuurbescherming Mitigatieplan
20 20
7
Verklarende woordenlijst
21
8
Literatuurlijst
23
Bijlage 1. Bijlage 2.
Cv’s betrokken ecologen Voorlopig ontwerp
Bijlage 3. Bijlage 4. Bijlage 5. Bijlage 6. Bijlage 7. Bijlage 8. Bijlage 9. Bijlage 10.
Rapport eDNA-onderzoek Kaart locaties wildcamera’s Kaart vleermuizen Kaart grote modderkruiper Kaart vogels Kaart bever Kaart das Beelden wildcamera’s
Bijlage 11.
Kaart kleine marterachtigen
1
Samenvatting Cobra Groeninzicht heeft in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) een soortgericht onderzoek uitgevoerd. Het gaat om het projectgebied ‘Landgoed Groensche Hoeven’ in Vught. Gemeente Vught wil het landgoed een nieuwe inrichting geven en heeft ons gevraagd eventuele knelpunten in het kader van Wnb onderdeel soortbescherming in beeld te brengen. Hieronder volgt een samenvatting van ons onderzoek en de resultaten. Werkwijze Wij hebben ons rapport van de ecologische quickscan van het projectgebied (opgesteld op 19 maart 2021) geraadpleegd om de aanpak van het soortgericht onderzoek te bepalen. Hieruit blijkt dat er onderzoek nodig was naar grote gele kwikstaart, boomvalk, bosuil, kerkuil, ijsvogel, bever, kamsalamander, das, bunzing, wezel, hermelijn, grote modderkruiper, gewone dwergvleermuis, laatvlieger, ruige dwergvleermuis, watervleermuis, rosse vleermuis en gewone grootoorvleermuis. In de periode mei – september 2021 zijn er elf veldbezoeken afgelegd om de aanwezigheid van deze soorten aan te tonen of uit te sluiten. Hierbij hebben wij gebruikgemaakt van wildcamera’s, batdetectors en DNA-analyse. Wij hebben gebruikgemaakt van de richtlijnen uit soortgerichte protocollen en kennisdocumenten om de onderzoeksinspanning te bepalen.
Resultaten Bosuil, bever, das, bunzing, wezel, grote modderkruiper, gewone dwergvleermuis, laatvlieger, ruige dwergvleermuis, watervleermuis en rosse vleermuis maken gebruik van het projectgebied en van de locaties waar werkzaamheden gaan plaatsvinden. Dit geldt ook voor de aangetroffen baardvleermuis waarop in eerste instantie niet de focus lag. Gewone grootoorvleermuis en watervleermuis zijn ook in het projectgebied en de omgeving aanwezig, maar alleen op te handhaven locaties. Kerkuil, grote gele kwikstaart, boomvalk, kamsalamander en hermelijn zijn niet aangetroffen. Aanwezigheid van deze laatste vijf soorten sluiten wij redelijkerwijs uit. Conclusie Van bever, das, bunzing, wezel, grote modderkruiper, gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis worden vanwege de werkzaamheden verblijfplaatsen, foerageergebieden en/of verbindingsroutes aangetast en/of worden exemplaren verstoord en/of worden exemplaren weggevangen. Deze handelingen zijn in principe verboden, maar mogen met een ontheffing Wnb alsnog onder strenge voorwaarden worden uitgevoerd. Voor bosuil, laatvlieger, watervleermuis, baardvleermuis en gewone grootoorvleermuis hebben de werkzaamheden niet per se een nadelig effect. Dit geldt alleen als de werkwijze en het toekomstig beheer van het gebied op deze soorten worden afgestemd.
Advies Vraag een ontheffing Wnb aan voor het overtreden van verbodsbepalingen ten aanzien van bever, das, bunzing, wezel, grote modderkruiper, gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis. Een ontheffing wordt uitsluitend verleend als: • er geen andere bevredigende oplossing is; • sprake is van een in de in de wet genoemd belang; • en er geen sprake is van verslechtering/afbreuk aan de staat van instandhouding van de soort. De staat van instandhouding moet gewaarborgd zijn aan de hand van een mitigatieplan. Wij raden aan om ook soorten mee te nemen in het mitigatieplan waarvoor in eerste instantie geen ontheffing Wnb nodig is. U bent namelijk altijd verplicht zorgvuldig om te gaan met alle in het wild levende soorten. 2
Rapport: 303398
1
Inleiding
In opdracht van gemeente Vught hebben wij in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) een soortgericht onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd in het projectgebied ‘Landgoed Groensche Hoeven’ in Vught, gelegen in de provincie Noord-Brabant. Jasper Verhaar en Damian van Poecke hebben het veldwerk uitgevoerd in de periode mei – september 2021. Aansluitend heeft Jasper Verhaar dit rapport opgesteld. Dennis Slotboom heeft dit rapport inhoudelijk gecontroleerd. De cv’s van deze ecologen zijn te vinden in bijlage 1. Aanleiding Gemeente Vught wil het landgoed een nieuwe inrichting geven. Daarvoor moeten werkzaamheden op het terrein worden verricht die mogelijk een negatieve invloed hebben op de aanwezige flora en fauna. Uit onze quickscan (opgesteld op 19 maart 2021) is het aannemelijk gebleken dat bepaalde wettelijk beschermde landzoogdier-, vogel- en vleermuissoorten het projectgebied gebruiken als rust- en voortplantingsplaats en om er te foerageren. Als met de voorgenomen ontwikkeling deze functies verloren gaan of worden aangetast, dan is daarmee sprake van overtreding van de Wnb. Doel Het doel van ons onderzoek is om de aan- of afwezigheid van de beschermde soorten daadwerkelijk vast te stellen met een soortgericht onderzoek.
Dit onderzoek richt zich op grote gele kwikstaart, boomvalk, bosuil, kerkuil, ijsvogel, bever, kamsalamander, das, bunzing, wezel, hermelijn, grote modderkruiper, gewone dwergvleermuis, laatvlieger, ruige dwergvleermuis, watervleermuis, rosse vleermuis en gewone grootoorvleermuis. Onderzoeksvragen Wij geven met ons onderzoek antwoord op de volgende vragen: • Maken de onderzochte soorten gebruik van het projectgebied en de omgeving? • Wat is de waarde van het projectgebied en de omgeving voor de onderzochte •
soorten? Welke vervolgstappen zijn noodzakelijk in het kader van de Wet natuurbescherming?
Hebt u na het lezen van dit rapport nog vragen? Neem dan contact op met Jasper Verhaar op telefoonnummer 088-262 72 00. Uw veelzijdig specialist,
Joost Verhagen Directeur
Vianen (NB), 3 december 2021 2
Rapport: 303398
Landgoed Groensche Hoeven, Vught
2
Situatie en planvorming
Projectgebied Het projectgebied bevindt zich in het zuidelijk deel van Vught. Het betreft een landgoed in het buitengebied, gelegen tussen de Rijksweg A2 en de spoorlijn Vught-Boxtel. Op afbeelding 1 is het projectgebied globaal gemarkeerd. Projectgebied (rood kader)
De situatie Het projectgebied bestaat hoofdzakelijk uit een kleinschalig agrarisch landschap met akkerland, eiken- en beukenlanen, bospercelen, watergangen en ruigtestroken. Het akkerland wordt momenteel gebruikt voor de teelt van gras, suikerbieten en mais. Het landgoed is in principe niet toegankelijk voor verkeer, met uitzondering van bestemmingsverkeer van de centraal gelegen woonerven. Op deze erven staan enkele woningen en schuurtjes. In het noordelijk deel van het projectgebied liggen hopen bakstenen en beton tussen verruigde begroeiing. Dit zijn restanten van een voormalige veehouderij. Het landschap in de directe omgeving van het projectgebied is vergelijkbaar met het projectgebied zelf. Het bestaat hoofdzakelijk uit akkerland, afgewisseld met bospercelen en bomenlanen. Ten zuiden van het projectgebied ligt de Essche Stroom, een grote beek. Foto 1 t/m 6 laten de situatie in het projectgebied zien. Planvorming Het projectgebied wordt herontwikkeld. Er wordt ruimte gemaakt voor de bouw van een klein aantal woningen. In het voorlopig ontwerp (zie bijlage 2) wordt ter plaatse van de centraal gelegen akker een grote waterpartij aangelegd. Het eikenlaantje ten noorden hiervan wordt gekapt. Er komt een grondwal tussen de waterpartij en de spoorlijn. Er wordt een duiker aangelegd in een bestaande watergangen ter hoogte van de grondwal.
De bestaande watergangen vormen straks een verbinding tussen water buiten het projectgebied en de nieuwe waterpartij. De doorstroming van de watergangen wordt hierdoor groter tijdens regenachtige perioden. Ten zuiden van de waterpartij wordt bos ontwikkeld. Rondom de waterpartij komen enkele vrijstaande woningen. De overige terreindelen behouden het huidige karakter. In het kader van de voorgenomen 3
ontwikkelingen vindt er plaatselijk bomenkap, grondverzet, gedeeltelijke demping van een watergang (bij duiker), aanleg van een wegen- en padennetwerk, verandering van waterhuishouding en woningbouw plaats. Te behouden grasakker in het westelijk deel van het projectgebied
Centraal gelegen akker die wordt omgevormd tot grote waterpartij
Te behouden eikenlaan parallel aan de spoorlijn (de spoorlijn is rechts op de foto)
4
Rapport: 303398
Landgoed Groensche Hoeven, Vught
Te verwijderen eikenlaantje ten noorden van de centraal gelegen akker
Te behouden watergang en te verwijderen ruigte (rechts op de foto)
Gedeeltelijk te verwijderen ruigtestrook nabij het spoor
5
3 3.1
Werkwijze Nader onderzoek amfibieën en vissen
Environmental DNA Om de aanwezigheid van grote modderkruiper en kamsalamander vast te stellen of uit te sluiten, hebben wij de methode ‘environmental DNA’ (eDNA) toegepast. Deze methode is geschikt voor het aantonen van aan- of afwezigheid van grote modderkruiper en kamsalamander in het water. Door watermonsters te nemen en hieruit in het laboratorium het DNA te extraheren, is het mogelijk de aanwezigheid van een soort in het water aan te tonen. De soort zelf hoeft daarvoor niet gevangen te worden. Monstername en laboratoriumanalyse Op 3 juni 2021 hebben wij de bemonstering uitgevoerd volgens gestandaardiseerde protocollen van Datura (opvraagbaar). In totaal is er één watermonster (monsternummer: 24716) verzameld. Het watermonster bestaat uit 28 submonsters. De submonsters zijn verzameld in de watergang die zowel voor grote modderkruiper als kamsalamander potentieel geschikt zijn als voortplantingsplaats. Het bemonsterde deel van de watergang staat in directe verbinding met het niet bemonsterde deel dat bestaat uit ook geschikte watergangen voor grote modderkruiper en kamsalamander. Het bemonsterde deel van de watergang is dus representatief voor alle voor deze soorten geschikte watergangen. Vervolgens hebben wij het watermonster aangeleverd aan het laboratorium van Datura waar deze is geanalyseerd.
Een volledige beschrijving van de werkwijze is te vinden het onderzoeksrapport van Datura Molecular Solutions B.V. in bijlage 3.
3.2
Nader onderzoek vogels Wij hebben beoordeeld of er nestplaatsen en daaraan gerelateerde gebiedsfuncties in het projectgebied aanwezig zijn van boomvalk, bosuil, kerkuil, grote gele kwikstaart en ijsvogel. In de periode mei – juli 2021 zijn ten minste vier gerichte veldbezoeken per soort uitgevoerd met tussenpozen van een tot twee weken. Wij hebben gelet op aanwezigheid en sporen van de betreffende soorten. Hierbij hebben wij gebruikgemaakt van een verrekijker. In tabel 1 zijn de momenten en omstandigheden tijdens de veldbezoeken weergeven.
3.3
Nader onderzoek grondbonden zoogdieren
Bever en das Wij hebben twee gerichte veldbezoeken voor bever en een gericht veldbezoek voor das uitgevoerd voor het in beeld brengen van sporen en eventuele verblijfplaatsen. Daarnaast hebben wij sporen genoteerd die wij tijdens de op andere soorten gerichte veldbezoeken hebben aangetroffen. Ook hebben wij gebruikgemaakt van de informatie die wij tijdens de quickscan in februari 2021 al hebben verzameld. Ter hoogte van een dassenhol en een naastgelegen dassenwissel hebben wij een wildcamera geplaatst. Deze is gedurende zes weken in de periode juni – juli 2021 operationeel geweest. De werkwijze en onderzoeksinspanning hebben wij bepaald aan de hand van de richtlijnen uit het Kennisdocument Bever en Kennisdocument Das van BIJ12. In tabel 1 zijn de momenten en omstandigheden tijdens de veldbezoeken weergegeven.
6
Rapport: 303398
Landgoed Groensche Hoeven, Vught
Bunzing, wezel en hermelijn Wij hebben de aanwezigheid van kleine marterachtigen (bunzing, wezel en hermelijn) onderzocht met behulp van wildcamera’s. De werkwijze en onderzoeksinspanning bepalen wij aan de hand van de richtlijnen uit ‘Handreiking Kleine marter in relatie tot soortbescherming’ van Provincie Noord-Brabant (zie voor de momenten het overzicht in tabel 1). Locatiekeuze camera’s Wij hebben op zes locaties camera’s geplaatst en deze gelijktijdig gedurende zes weken in de periode juni – juli 2021 operationeel gehad. Het gaat om locaties waar mogelijk verblijfplaatsen van kleine marterachtigen aanwezig zijn. Dergelijke locaties kenmerken zich door beschutte groenstructuren met veel onderbegroeiing en schuilplaatsen in de vorm van holen, takken, dood hout en steenstapelingen. Op de kaart in bijlage 4 zijn de locaties van de camera’s aangeduid. Gebruikte apparatuur en methode Wij hebben twee zogenaamde ‘Mostela’s’ ingezet en vier losse camera’s. De Mostela is geschikt voor het inventariseren van hermelijn en wezel. Losse camera’s zijn geschikt om alle soorten marterachtigen (en andere diersoorten) te inventariseren. De camera’s zijn voorzien van lokstoffen op basis van visolie om de aandacht van marterachtigen te trekken. De Mostela’s hebben videobeelden van tien seconden opgenomen per keer dat deze werd geactiveerd door beweging.
De losse camera’s hebben per keer twee foto’s genomen.
3.4
Nader onderzoek vleermuizen
Aandachtsgebied Op basis van de voorgenomen plannen en de kenmerken van het projectgebied, hebben wij het vleermuisonderzoek toegespitst op het eikenlaantje en de nabije omgeving daarvan. Dit aandachtsgebied zal in het kader van de voorgenomen plannen namelijk niet in de huidige toestand behouden blijven, terwijl er wel potentie is voor verblijfplaatsen, foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen. De globale begrenzing van dit aandachtsgebied is weergegeven op de kaart in bijlage 5. De overige delen van het projectgebied blijven behouden en/of zijn niet potentieel geschikt als verblijfplaats, foerageergebied en vliegroute van vleermuizen. Aanpak Wij hebben door visuele waarnemingen en met behulp van batdetectors bepaald of vleermuizen in en nabij het aandachtsgebied aanwezig zijn en wat voor gedrag deze vertonen. Wij hebben gelet op het in- en uitvliegen van potentiële verblijfplaatsen, foerageergedrag, langsvliegen en het uiten van sociale roepen. Het gedrag geeft inzicht in de functionaliteit van het aandachtsgebied voor vleermuizen. Wij hebben bij dit onderdeel van het onderzoek gebruikgemaakt van de richtlijnen uit het Vleermuisprotocol 2021. Dit protocol is ontwikkeld door het Netwerk Groene Bureaus en goedgekeurd door zoogdiervereniging VZZ, Gegevens Autoriteit Natuur (GAN) en het Ministerie van LNV.
7
Onderzoeksinspanning Om het aantal onderzoeksronden te bepalen, volgen wij de richtlijnen uit het Vleermuisprotocol 2021 en zijn wij ervan uitgegaan dat in het aandachtsgebied verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, watervleermuis en eventueel andere soorten aanwezig kunnen zijn. Vanwege ongunstige weersomstandigheden op de geplande datum hebben wij het laatste veldbezoek voor vleermuizen uitgesteld naar 23 september 2021. Deze datum valt binnen de suboptimale periode voor het onderzoeken van paarverblijfplaatsen van rosse vleermuis. De waarnemingen tijdens dat veldbezoek zijn daarom alsnog representatief. Een overzicht van het uitgevoerde veldwerk met de batdetector en de omstandigheden vindt u in tabel 1.
3.5
Overzicht onderzoeksinspanning Tabel 1.
Onderzoeksinspanning
Datum
Tijd
Weer
Onderzochte functie(s)
Onderzoeker(s)
4-2-2021
Hele dag
Droog
Sporen das en bever tijdens quickscan
Jasper Verhaar en
Half bewolkt Gem. 9⁰C
Damian van Poecke
6-5-2021
4.00 – 13.00 uur
Droog Bewolkt Gem. 5⁰C
Aanwezigheid bosuil, kerkuil en leefgebied das en bever
Jasper Verhaar en Damian van
20-5-2021
6.00 – 8.00 uur
Droog Mistig Gem. 7⁰C
Aanwezigheid boomvalk, grote gele kwikstaart en ijsvogel
Damian van Poecke
3-6-2021
6.00 – 13.00 uur
Droog Half bewolkt Gem. 18⁰C
Aanwezigheid boomvalk, grote gele kwikstaart en ijsvogel. Installeren wildcamera’s. Monstername voor analyse met eDNA.
Jasper Verhaar en Damian van Poecke
10-6-2021
2.30 –
Droog
Aanwezigheid bosuil, kerkuil, boomvalk,
Jasper Verhaar en
7.30 uur
Onbewolkt Gem. 14⁰C
grote gele kwikstaart en ijsvogel. Controleren wildcamera’s. Verblijfplaatsen, foerageergebied en
Damian van Poecke
17-6-2021
6.00 – 8.30 uur
Droog Half bewolkt Gem. 16⁰C
Controleren wildcamera’s. Sporen das en bever.
Jasper Verhaar
2-7-2021
2.30 – 7.30 uur
Droog Bewolkt
Aanwezigheid bosuil, kerkuil, boomvalk, grote gele kwikstaart en ijsvogel.
Jasper Verhaar en Damian van
Gem. 14⁰C
Controleren wildcamera’s. Verblijfplaatsen, foerageergebied en
Poecke
Poecke
vliegroute voor vleermuizen
vliegroute voor vleermuizen 7-7-2021
19.30 – 20.30 uur
Droog Half bewolkt Gem. 21⁰C
Controleren wildcamera’s. Sporen das en bever.
Jasper Verhaar
16-7-2021
6.00 – 7.30 uur
Droog Bewolkt Gem. 15⁰C
Controleren wildcamera’s. Sporen das en bever.
Jasper Verhaar
19-8-2021
21:00 –
Droog
Aanwezigheid bosuil en kerkuil.
Jasper Verhaar en
0.00 uur
Half bewolkt
Verblijfplaatsen, foerageergebied en
Damian van
Gem. 15⁰C
vliegroute voor vleermuizen
Poecke
Droog Bewolkt
Aanwezigheid bosuil en kerkuil. Verblijfplaatsen, foerageergebied en
Jasper Verhaar en Damian van
Gem. 13⁰C
vliegroute voor vleermuizen
Poecke
23-9-2021
8
Rapport: 303398
22.00 – 1.00 uur
4.1
Landgoed Groensche Hoeven, Vught
4
Resultaten Amfibieën
Kamsalamander Uit het eDNA-onderzoek blijkt dat kamsalamander niet in de bemonsterde watergang aanwezig is (zie het rapport van Datura in bijlage 3). Hieruit maken wij op dat deze watergang geen voortplantingswater voor kamsalamander is. Omdat vaststaat dat er geen voortplantingswater aanwezig is, sluiten wij de aanwezigheid van kamsalamander in het projectgebied uit. De bemonsterde watergang dekt namelijk alle mogelijke voortplantingslocaties van kamsalamander binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ingrepen. Kamsalamander houdt zich namelijk jaarrond op in de directe nabijheid van voortplantingswater.
4.2
Vissen Grote modderkruiper Het eDNA-onderzoek heeft uitgewezen dat grote modderkruiper in de bemonsterde watergang aanwezig is (zie het rapport van Datura in bijlage 3). Deze watergang is jaarrond in gebruik als leefgebied door grote modderkruiper. Er zijn namelijk geschikte voortplantings- en overwinteringsplaatsen aanwezig (zie foto 7). Op de kaart in bijlage 6 is het leefgebied inclusief voortplantings- en overwinteringsplaats van grote modderkruiper aangeduid. Voortplantingsplaats (links) en overwinteringsplaats (rechts) grote modderkruiper
4.3
Vogels 4.3.1 Roofvogels Boomvalk Er zijn geen essentiële foerageergebieden en vast rust- en voortplantingsplaatsen van boomvalk aanwezig binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ingrepen. Wij hebben namelijk geen boomvalken of sporen hiervan waargenomen tijdens ons onderzoek.
9
Bosuil Wij hebben meermaals bosuilen waargenomen tijdens het onderzoek. De waarnemingen betreffen voornamelijk roepende bosuilen die wij ’s nachts tijdens het vleermuisonderzoek hebben gehoord. De roepen zijn zowel van binnen als buiten het projectgebied afkomstig. Op 3 juni 2021 hebben wij in de ochtendschemering een bosuil een nestkast (zie foto 8) zien invliegen. De waarnemingen en de locatie van de nestkast zijn weergegeven op de kaart in bijlage 7. Gezien het aantal waarnemingen, de geschiktheid van het gebied voor bosuilen en het gebruik van de nestkast stellen wij vast dat het projectgebied leefgebied is van één paartje bosuilen. De nestkast is een vaste rustplaats en wordt mogelijk ook als nestplaats gebruikt. Andere mogelijkheden voor nestlocaties zijn te vinden in boomholten in het projectgebied. Nestplaatsen in het te verwijderen eikenlaantje zijn op voorhand uitgesloten omdat hier geen geschikte boomholten voor bosuilen aanwezig zijn. Nestkast bewoond door bosuil
Kerkuil Er zijn geen essentiële foerageergebieden en vaste rust- en voortplantingsplaatsen van kerkuil aanwezig binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ingrepen. Wij hebben namelijk geen kerkuilen of sporen hiervan waargenomen tijdens ons onderzoek.
4.3.2 Watergebonden vogels Grote gele kwikstaart Er zijn geen essentiële foerageergebieden en vast rust- en voortplantingsplaatsen van grote gele kwikstaart aanwezig binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ingrepen. Wij hebben hier namelijk geen grote gele kwikstaart waargenomen tijdens ons onderzoek. IJsvogel Wij hebben tweemaal een langsvliegende ijsvogel waargenomen tijdens ons onderzoek. De waarnemingen zijn weergegeven op de kaart in bijlage 7. Wij hebben echter geen nestindicerend gedrag of roepende exemplaren waargenomen tijdens de broedperiode. Gezien het beperkte aantal waarnemingen tijdens de broedperiode stellen wij vast dat er binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ingrepen geen essentiële foerageergebieden en rust- en voortplantingsplaatsen van ijsvogel aanwezig zijn. Wel maakt deze soort in beperkte mate gebruik van de watergangen in het projectgebied om er zo nu en dan te jagen en om zich door het projectgebied te verplaatsen.
10
Rapport: 303398
Zoogdieren
Landgoed Groensche Hoeven, Vught
4.4
4.4.1 Grondgebonden zoogdieren Bever Er zijn bevers aanwezig in en nabij het projectgebied. Wij hebben namelijk verschillende uittreedplaatsen, vraatsporen, een beverdam en een hol in de oever aangetroffen tijdens het onderzoek (zie foto 9). De waarnemingen en de voor bever functionele zones zijn weergegeven op de kaart in bijlage 8. Vraatsporen (linksboven), hol in spoortalud (middenboven), dam (rechts) en uittreedplaatsen (links- en middenonder) van bever
Het waargenomen hol ligt boven water, maar is gegraven in een periode van hoogwater. Dit hol kan niet aangemerkt worden als rustplaats. De bever zal daar slechts tijdelijk aanwezig zijn. Na het zakken van het water is het hol ongeschikt, omdat deze niet meer vanuit het water toegankelijk is. De bever keert dan terug naar een andere burcht. Gezien de ligging van de beverdam, vraatsporen, platgetrapte oeverdelen en de beschutte ligging is het aannemelijk dat er wel andere burchten/holen in de oever van dezelfde watergang liggen en in gebruik zijn. Indien daadwerkelijk aanwezig, dan ligt de toegang tot een burcht onder water. En ligt de burcht zelf ondergronds in het spoortalud of in de oever aan de zijde van het projectgebied. Wij hebben dit echter niet met zekerheid kunnen vaststellen. De oevers van deze watergang zijn namelijk vrijwel ontoegankelijk vanwege het zeer dichte braamstruweel aan de ene zijde en het tevens dicht begroeide spoortalud aan de andere zijde. Op basis van de waarnemingen kunnen wij met voldoende zekerheid vaststellen dat de betreffende watergang essentieel leefgebied is voor bever. De zone wordt jaarrond gebruikt. In het voorjaar als voortplantingsplaats en de rest van het jaar als rustplaats. De uittreedplaatsen op verschillende plaatsen in en nabij het projectgebied wijzen erop dat bevers zich door het projectgebied verplaatsen via de watergangen.
Hierbij worden de tussengelegen dijken en oevers via het land overbrugd. Bevers maken ook gebruik van de duikers die op verschillende plaatsen in en nabij het projectgebied liggen. De watergangen en verbindende uittreedplaatsen en duikers zijn onderdeel van de functionele leefomgeving van het rust- en voortplantingsplaatsen. Namelijk voor het bereiken van voedselbronnen en andere wateren.
11
Das Wij hebben op twee locaties dassen vastgelegd met wildcamera’s. Daarnaast hebben wij prenten, wissels, individuele holen en graafsporen aangetroffen in en vlakbij het projectgebied (zie foto 10). De waarnemingen en de voor das functionele zones in en grenzend aan het projectgebied zijn weergegeven op de kaart in bijlage 9. De op wildcamera’s vastgelegde dassen zijn weergegeven in bijlage 10. Bewoonde holen (linksboven en middenonder), graafsporen (middenboven), prent (linksonder) en wissel (rechts) van das
De waarnemingen wijzen uit dat een of enkele dassen het projectgebied bezoeken om er te foerageren. Via vaste looproutes bereiken ze gedurende het hele jaar voedselbronnen die op dat moment in het projectgebied voorhanden zijn. Denk hierbij aan regenwormen, slakken, kevers, insectenlarven, eikels, paddenstoelen en jonge knaagdieren. Oeverzones, akkerranden en de bomenlanen dragen bij aan de kwaliteit van het foerageergebied, maar vochtige graslanden bieden de primaire voedselbron van dassen: regenwormen. Er is geen hoofdburcht of bijburcht aanwezig in of vlakbij het projectgebied waar dassen overdag verblijven. Er is dus geen sprake van een voortplantingsplaats. De individuele holen functioneren wel als schuilplaats (ofwel vluchtpijp) tijdens het nachtelijke foerageren in het projectgebied. De holen zijn daarom onderdeel van het leefgebied van de betreffende dassen. Het leefgebied omvat het projectgebied, maar ook de omliggende voor dassen geschikte buitengebieden in oostelijke, zuidelijke en zuidoostelijke richting. Wij weten dat de betreffende dassen niet uitsluitend in het projectgebied leven, omdat er geen burcht in het projectgebied ligt. Hermelijn Er zijn geen foerageergebieden en vaste rust- en voortplantingsplaatsen van hermelijn aanwezig binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ingrepen.
Wij hebben namelijk geen hermelijnen waargenomen tijdens ons onderzoek met wildcamera’s. Bunzing Wij hebben eenmalig een bunzing vastgelegd met een wildcamera (zie foto in bijlage 10). Dit betekent dat bunzing aanwezig is in het projectgebied en het gebruikt om er te foerageren. Er zijn namelijk konijnen, hazen, ratten, muizen, mollen, vogels, vogeleieren, amfibieën en insecten beschikbaar. Delen van het projectgebied zijn geschikt als rusten voortplantingsplaats voor bunzing. Namelijk in een zelf gegraven hol, in oude holen van konijn en onder steenhopen, takkenhopen en boomwortels. Deze elementen zijn aanwezig in ruigten, bosranden, bomenlanen en oeverzones. De waarnemingen en de voor bunzing functionele zones zijn weergegeven op de kaart in bijlage 11.
12
Rapport: 303398
Landgoed Groensche Hoeven, Vught
Wezel Wij hebben op drie locaties wezels vastgelegd met wildcamera’s (zie foto’s in bijlage 10). Aan de hand van duidelijke beelden van de staart en/of kleurenpatroon hebben wij de wezels kunnen onderscheiden van hermelijn. Dit betekent dat wezel aanwezig is in het projectgebied en het gebruikt om er te foerageren. Er zijn namelijk veel woelmuizen in het projectgebied aanwezig en dat is het hoofdvoedsel van wezel. Daarnaast zijn er ook bosmuizen, ratten, mollen, jonge vogels, eieren, slakken, kikkers, insecten en jonge konijnen en haasjes beschikbaar als voedsel voor wezel. Delen van het projectgebied zijn geschikt als rust- en voortplantingsplaats voor wezel. Namelijk in oude holen van konijn, rat, muizen en onder steenhopen, takkenhopen en boomwortels. Deze elementen zijn aanwezig in ruigten, bosranden, bomenlanen en oeverzones. De waarnemingen en de voor wezel functionele zones zijn weergegeven op de kaart in bijlage 11.
4.4.2 Vleermuizen Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis is aanwezig en ook de meest voorkomende vleermuissoort in het aandachtsgebied. Wij hebben de soort tijdens alle nachtelijke veldbezoeken waargenomen. Foerageergebied en vliegroute Gewone dwergvleermuis foerageert in gebiedsdelen waar water, bomen en struiken aanwezig zijn. Er is een duidelijk onderscheid te maken tussen intensief gebruikte essentiële foerageergebieden en incidenteel gebruikte foerageerlocaties in het aandachtsgebied. De essentiële foerageerlocaties zijn weergegeven op de kaart in bijlage 5. Wij hebben geen vaste vliegroute van gewone dwergvleermuis kunnen vaststellen. De waargenomen exemplaren bereiken het aandachtsgebied al foeragerend vanuit verschillende richtingen. Verblijfplaatsen Gewone dwergvleermuis is een typisch gebouwbewonende soort. Het is dan ook goed mogelijk dat in de te behouden bebouwing op de centraal gelegen woonerven in het projectgebied verblijfplaatsen van deze soort aanwezig zijn. De waargenomen foeragerende gewone dwergvleermuizen in het aandachtsgebied zijn mogelijk afkomstig uit dergelijke verblijfplaatsen en/of uit verblijfplaatsen in de bebouwde kom ten noorden en westen van het projectgebied. Gewone grootoorvleermuis Wij hebben geen gewone grootoorvleermuis waargenomen tijdens het onderzoek.
Foerageergebieden, vliegroutes en verblijfplaatsen in het aandachtsgebied zijn dan ook redelijkerwijs uit te sluiten. Het is goed mogelijk dat gewone grootoorvleermuis wel foerageergebieden, vliegroutes en verblijfplaatsen heeft in overige gebiedsdelen. Laatvlieger Tijdens het onderzoek is laatvlieger waargenomen in het aandachtsgebied. Het gaat om kortstondige waarnemingen van één of enkele exemplaren die in het aandachtsgebied aanwezig waren tijdens drie van de vier veldbezoeken. Foerageergebied en vliegroute De waargenomen laatvliegers foerageren in de nabijheid van de bomenlanen. Het gaat om exemplaren die het aandachtsgebied kort bezoeken en vervolgens doorvliegen om elders te foerageren. Er is geen sprake van een essentieel foerageergebied of vaste vliegroute. De waargenomen exemplaren zijn weergegeven op de kaart in bijlage 5.
13
Verblijfplaatsen Ook laatvlieger is een typisch gebouwbewonende soort. Het is dan ook goed mogelijk dat in de te behouden bebouwing op de centraal gelegen woonerven in het projectgebied verblijfplaatsen van deze soort aanwezig zijn. De waargenomen foeragerende laatvliegers in het aandachtsgebied zijn mogelijk afkomstig uit dergelijke verblijfplaatsen en/of uit verblijfplaatsen in de bebouwde kom ten noorden en westen van het projectgebied. Rosse vleermuis Wij hebben tijdens alle nachtelijke veldbezoeken rosse vleermuizen aangetroffen. Het gaat om enkele exemplaren die in het aandachtsgebied aanwezig waren tijdens alle veldbezoeken. Foerageergebied en vliegroute De waargenomen rosse vleermuizen foerageren hoog boven het projectgebied en binden zich niet specifiek aan een bepaald gebiedsdeel. Het gaat om exemplaren die het aandachtsgebied kort, maar vrij intensief foeragerend bezoeken en vervolgens doorvliegen om elders te foerageren. Wij stellen daarom vast dat het aandachtsgebied een essentieel onderdeel is van het foerageergebied van rosse vleermuis. De essentiële foerageerlocaties zijn weergegeven op de kaart in bijlage 5. Wij hebben geen vaste vliegroute van rosse vleermuis kunnen vaststellen. De waargenomen exemplaren bereiken het aandachtsgebied al foeragerend vanuit verschillende richtingen. Verblijfplaatsen Rosse vleermuis is een typisch boombewonende soort.
Wij hebben echter geen rosse vleermuizen boomholten in het aandachtsgebied zien in- of uitvliegen. Ook hebben wij de kenmerkende baltsroepen van deze soort niet waargenomen in het aandachtsgebied. Het is echter goed mogelijk dat rosse vleermuis wel verblijfplaatsen heeft in overige gebiedsdelen. De waargenomen foeragerende rosse vleermuizen in het aandachtsgebied zijn mogelijk afkomstig van dergelijke verblijfplaatsen en/of uit verblijfplaatsen in bomen ten zuiden en oosten van het projectgebied. Ruige dwergvleermuis Tijdens het onderzoek is ruige dwergvleermuis waargenomen. Het gaat om waarnemingen van enkele exemplaren die in het aandachtsgebied aanwezig waren tijdens drie van de vier veldbezoeken. Foerageergebied en vliegroute Ruige dwergvleermuis foerageert in gebiedsdelen waar water, bomen en struiken aanwezig zijn. Er is een duidelijk onderscheid te maken tussen intensief gebruikte essentiële foerageergebieden en incidenteel gebruikte foerageerlocaties in het aandachtsgebied. De essentiële foerageerlocaties zijn weergegeven op de kaart in een bijlage 5. Wij hebben geen vaste vliegroute van ruige dwergvleermuis kunnen vaststellen. De waargenomen exemplaren bereiken het aandachtsgebied al foeragerend vanuit verschillende richtingen. Verblijfplaatsen Ruige dwergvleermuis is een soort die zowel in bomen als in gebouwen verblijft.
Wij hebben echter geen ruige dwergvleermuizen boomholten in het aandachtsgebied zien inof uitvliegen. Ook hebben wij de kenmerkende baltsroepen van deze soort niet waargenomen in het onderzochte gebied. Het is ook goed mogelijk dat ruige dwergvleermuis verblijfplaatsen heeft in bomen en gebouwen buiten het aandachtsgebied. De waargenomen foeragerende ruige dwergvleermuizen in het aandachtsgebied zijn daar mogelijk van afkomstig.
14
Rapport: 303398
Landgoed Groensche Hoeven, Vught
Watervleermuis Wij hebben geen watervleermuis waargenomen in het aandachtsgebied. Foerageergebieden, vliegroutes en verblijfplaatsen in het aandachtsgebied zijn dan ook redelijkerwijs uit te sluiten. Op een andere locatie vlakbij het aandachtsgebied hebben wij wel eenmalig en kortstondig een watervleermuis foeragerend aangetroffen boven een watergang. Dit wijst erop dat watervleermuis de betreffende watergang als foerageergebied gebruikt. Watervleermuis is een typisch boombewonende soort. Het is goed mogelijk dat deze soort verblijfplaatsen heeft in bomen buiten het aandachtsgebied. Baardvleermuis Wij hebben eenmalig een baardvleermuis waargenomen in het aandachtsgebied. Wij hebben deze soort vastgesteld aan de hand van geluidsopname. Het geluid van baardvleermuis is echter nauwelijks te onderscheiden van Brandt’s vleermuis. De twee soorten lijken fysiek ook sterk op elkaar. Gemakshalve spreken we hier over baardvleermuis, maar het is niet uitgesloten dat het om Brandt’s vleermuis gaat. Foerageergebied en vliegroute De waargenomen baardvleermuis in het aandachtsgebied was kortstondig foeragerend aanwezig vlakbij een bomenlaan. Vervolgens vloog het dier door. Er is geen sprake van een essentieel foerageergebied of vaste vliegroute. De locatie van de waarneming is weergegeven op de kaart in bijlage 5.
Verblijfplaatsen Baardvleermuis is een soort die zowel in bomen als in gebouwen verblijft. Wij hebben echter geen baardvleermuizen boomholten in het onderzochte gebied zien in- of uitvliegen. Wij hebben ook geen sociaal gedrag waargenomen. Het is wel mogelijk dat baardvleermuis verblijfplaatsen heeft in bomen en gebouwen buiten het aandachtsgebied. De waargenomen foeragerende baardvleermuis is daar mogelijk van afkomstig.
15
5 5.1
Conclusie Onderzoeksvragen
Maken de onderzochte soorten gebruik van het projectgebied en de omgeving? Bosuil, bever, das, bunzing, wezel, grote modderkruiper, gewone dwergvleermuis, laatvlieger, ruige dwergvleermuis, watervleermuis en rosse vleermuis maken gebruik van het projectgebied en van de locaties waar werkzaamheden gaan plaatsvinden. Dit geldt ook voor baardvleermuis waarop in eerste instantie niet de focus lag. Gewone grootoorvleermuis en watervleermuis zijn vrijwel zeker in het projectgebied en in de omgeving aanwezig, maar alleen op te handhaven locaties. De aanwezigheid van kerkuil, grote gele kwikstaart, boomvalk, kamsalamander en hermelijn kunnen we redelijkerwijs uitsluiten. Deze soorten hebben wij niet aangetroffen. IJsvogel hebben wij tot tweemaal toe langsvliegend waargenomen. Wat is de waarde van het projectgebied en de omgeving voor de onderzochte soorten? Bosuil, bever, das, bunzing, wezel en grote modderkruiper gebruiken het projectgebied als (onderdeel van) hun leefgebied. Binnen hun leefgebied en in het projectgebied hebben deze soorten vaste rust- en voortplantingsplaatsen, (primaire) foerageergebieden en verbindingsroutes. Sommige van deze functies zijn jaarrond in gebruik. Er zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig op locaties waar werkzaamheden gaan plaatsvinden.
Maar gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis gebruiken delen van het werkgebied wel als essentieel onderdeel van hun foerageergebied. Vleermuizen gebruiken de foerageergebieden niet jaarrond. Zij gebruiken het gebied in principe alleen tijdens de actieve periode. Deze periode loopt van ongeveer half maart tot begin november. IJsvogel komt voor in het projectgebied, maar er zijn voor deze soort geen essentiële foerageergebieden en rust- en voortplantingsplaatsen aanwezig. Welke vervolgstappen zijn noodzakelijk in het kader van de Wet natuurbescherming? Bosuil De door bosuil bewoonde nestkast moet verplaatst worden. De boom waaraan de kast hangt, wordt in het kader van de voorgenomen plannen namelijk verwijderd. De nestkast moet in het projectgebied aanwezig blijven, buiten de broedperiode van bosuil worden verplaatst naar een geschikte locatie. Voorafgaand aan het verplaatsen van de nestkast moet eerst een tweede nestkast worden aangebracht op een locatie buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden. Deze nieuwe nestkast moet samen met de bestaande nestkast ten minste één broedseizoen beschikbaar zijn voor bosuilen. Verder moeten voldoende foerageermogelijkheden overblijven tijdens en na de voorgenomen ontwikkeling. Zolang aan deze voorschriften wordt voldaan, is er geen ontheffing Wnb nodig.
Er is namelijk geen sprake van ecologisch zwaarwegende redenen (de nestplaats en de omgeving blijven geschikt voor de betreffende bosuilen op het moment dat dat zij hier gebruik van maken), waardoor de nestplaats niet jaarrond beschermd is. Bovendien kan verstoring van deze soort voorkomen worden door ’s nachts geen werkzaamheden uit te voeren.
16
Rapport: 303398
Landgoed Groensche Hoeven, Vught
Bever De ontwikkelingen leiden tot verstoring van bevers die op dat moment verblijven in holen of burchten in de oeverzone tegen de westgrens van het projectgebied. Op korte afstand van de oeverzone worden namelijk grote hoeveelheden grond opgebracht. Dit gaat gepaard met trillingen en geluid. Daarbij bestaat de kans dat holen en burchten instorten en (jonge) bevers dit niet overleven. Veranderingen in de waterhuishouding kunnen dit negatieve effect versterken. Veranderingen in de waterhuishouding kunnen bovendien de beverdam beschadigen, waardoor holen en burchten ongeschikt worden. Negatieve effecten moeten voorkomen worden door de bevers te vangen of door met zekerheid vast te stellen dat er geen bevers meer aanwezig zijn. Verbindingsroutes via de watergangen en voedselgebieden blijven beschikbaar, omdat deze behouden blijven. Hierbij geldt het voorschrift dat er ’s nachts geen werkzaamheden worden uitgevoerd. Voor het uitvoeren van de werkzaamheden is een ontheffing nodig, omdat er verbodsbepalingen worden overtreden. Namelijk het vernielen/beschadigen van rust- en voortplantingsplaatsen en het vangen en verstoren van bevers. Er moet een mitigatieplan voor bever worden opgesteld waarin staat beschreven hoe negatieve effecten zoveel mogelijk worden beperkt en het verlies aan leefgebied wordt gecompenseerd.
Das Het dassenhol nabij het eikenlaantje verdwijnt door de aanleg van de waterpartij. Als het te verwijderen hol wordt afgegraven dan overleven eventueel aanwezige dassen dit mogelijk niet. Dit moet voorkomen worden door de dassen eerst te vangen of door met zekerheid vast te stellen dat er geen dassen meer aanwezig zijn. Ook de dassenwissel die via het eikenlaantje langs het hol loopt verdwijnt. De overige dassenwissels rondom de toekomstige waterpartij worden vermoedelijk onbruikbaar voor dassen als gevolg van de toenemende aanwezigheid van verlichting, (bouw)verkeer, mensen en honden in het gebied. Dit geldt ook voor het dassenhol dat net buiten de noordgrens van het projectgebied ligt. De primaire voedselgebieden (graslanden) in het westelijk deel van het projectgebied verdwijnen grotendeels als gevolg van het opbrengen van grond voor de geluidswal. Primaire voedselgebieden net buiten het projectgebied blijven functioneel, mits werkzaamheden alleen bij daglicht worden uitgevoerd. Voor het uitvoeren van de werkzaamheden is een ontheffing nodig, omdat er verbodsbepalingen worden overtreden. Namelijk het vernielen/beschadigen van rust- en voortplantingsplaatsen van das. Dit gebeurt in directe zin door het verdwijnen en ongeschikt worden van de dassenholen in en vlakbij het projectgebied.
Indirect worden dassenburchten buiten het projectgebied minder functioneel vanwege de afname van primaire voedselgebieden binnen het territorium van de betreffende dassenpopulatie. Ook het vangen van dassen is ontheffingsplichtig. Er moet een mitigatieplan voor das worden opgesteld waarin staat beschreven hoe negatieve effecten zoveel mogelijk worden beperkt en het verlies aan leefgebied wordt gecompenseerd. Bunzing en wezel Er verdwijnen rust- en voortplantingsplaatsen en foerageergebieden van bunzing en wezel als gevolg van de aanleg van de waterpartij, het opbrengen van grond de toenemende aanwezigheid van verlichting, (bouw)verkeer, mensen, honden en katten in het gebied. Dit is het geval ter hoogte van de bomenlanen en de ruigten in het westelijk deel van het projectgebied. Als verblijfplaatsen worden vergraven of bedolven met grond, dan overleven eventueel aanwezige bunzingen en wezels dit mogelijk niet. Dit moet voorkomen worden door de dieren eerst te vangen of door met zekerheid vast te stellen dat deze niet meer aanwezig zijn. Foerageergebieden net buiten het projectgebied blijven functioneel, mits werkzaamheden alleen bij daglicht worden uitgevoerd.
17
Voor het uitvoeren van de werkzaamheden is een ontheffing nodig, omdat er verbodsbepalingen worden overtreden. Namelijk het vernielen/beschadigen van rust- en voortplantingsplaatsen van bunzing en wezel. Dit gebeurt in directe zin door het verdwijnen en ongeschikt worden van ervan. Indirect worden rust- en voortplantingsplaatsen buiten het projectgebied minder functioneel vanwege de afname van foerageergebied. Ook het vangen van bunzingen en wezels is ontheffingsplichtig. Er moet een mitigatieplan voor deze soorten worden opgesteld waarin staat beschreven hoe negatieve effecten zoveel mogelijk worden beperkt en het verlies aan leefgebied wordt gecompenseerd. Grote modderkruiper Er wordt een klein deel van het voortplantingsgebied van grote modderkruiper aangetast door de aanleg van een duiker ter hoogte van de toekomstige grondwal. Vanwege de komst van de duiker moet namelijk een deel van de watergang worden gedempt. Bovendien kunnen met het dempen grote modderkruipers bedolven raken en sterven. Dit moet zo veel mogelijk voorkomen worden door de grote modderkruipers te vangen en met zekerheid vast te stellen dat er geen grote modderkruipers meer aanwezig zijn tijdens het dempen van de watergang. Verder moet de duikers zodanig worden ontworpen dat ze na aanleg geen obstakel vormen voor grote modderkruiper om te passeren.
Veranderingen in de waterhuishouding kunnen bovendien het leefgebied aantasten vanwege een grote doorstroming. Om dit te ondervangen, moeten er voor grote modderkruiper geschikte watergangen beschikbaar blijven en/of worden aangelegd. Tot slot geldt het voorschrift dat er tijdens de voortplantingsperiode van grote modderkruiper geen werkzaamheden aan de watergangen worden uitgevoerd. Bepaalde delen van het leefgebied van grote modderkruiper blijven intact zolang de watergangen waarin deze soort voorkomt in de huidige staat behouden blijven. Dit betekent dat het slootbeheer moet blijven zoals het is. Als het slootbeheer toch veranderd moet worden, dan moet dit op de leefwijze en gebiedsfuncties voor grote modderkruiper worden afgestemd. Voor het uitvoeren van de werkzaamheden is een ontheffing nodig, omdat er verbodsbepalingen worden overtreden. Namelijk het vernielen/beschadigen van rust- en voortplantingsplaatsen, het vangen en het verstoren van grote modderkruiper. Er moet een mitigatieplan voor deze soort worden opgesteld waarin staat beschreven hoe negatieve effecten zo veel mogelijk worden beperkt en het verlies aan leefgebied wordt gecompenseerd. Vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis) Ter hoogte van het essentieel foerageergebied voor gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis vinden veranderingen plaats.
Namelijk het verwijderen van bomen, het aanleggen van een waterpartij, grondverzet en een toename van licht. Echter, na afronding van de werkzaamheden is het projectgebied meer geschikt als foerageergebied dan nu het geval is. De aanleg van oppervlaktewater, bos en hoogteverschillen (geluidswal) zorgen namelijk voor een toename van insectenrijke luwten waar vleermuizen graag foerageren. Toch is ook voor gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis een ontheffing nodig. Er is immers sprake van tijdelijke achteruitgang van de kwaliteit van het foerageergebied. Namelijk tijdens de aanlegwerkzaamheden en de natuurlijke (her)ontwikkeling van het gebied. Dit betekent dat er sprake is van verstoring van vleermuizen en mogelijk tot het minder functioneel worden van rust- en voortplantingsplaatsen van vleermuizen buiten het projectgebied. Er moet bij daglicht worden gewerkt en een mitigatieplan voor deze soorten worden opgesteld waarin staat beschreven hoe negatieve effecten zoveel mogelijk worden beperkt en het (tijdelijke) verlies aan leefgebied wordt gecompenseerd. 18
Rapport: 303398
Landgoed Groensche Hoeven, Vught
Vleermuizen (gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, watervleermuis en baardvleermuis) Er worden werkzaamheden uitgevoerd vlakbij te behouden bomen die (naast gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis) in gebruik kunnen zijn door gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, watervleermuis en baardvleermuis als foerageergebied, vliegroute en/of verblijfplaats. Om verstoring van deze vleermuissoorten te voorkomen, moet bij daglicht worden gewerkt. Dit voorschrift houdt ook verband met het voorschrift om alleen bij daglicht te werken vanwege de aanwezigheid van das en bever in en nabij het projectgebied. Een vleermuisdeskundige moet een verlichtingsplan voor permanente straatverlichting toetsen. Zolang aan deze voorschriften wordt voldaan, is er geen ontheffing nodig voor gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, watervleermuis en baardvleermuis.
5.2
Risico’s en vervolgstappen
In tabel 2 vertalen wij de uitkomsten van dit onderzoek naar een samenvatting van de voorkomende soorten, eventuele overtredingen van verbodsbepalingen en de noodzaak tot het nemen van vervolgstappen en ontheffingsaanvragen. Tabel 2.
Overzicht conclusies en vervolgstappen
Onderzochte soort
Aanwezig
Overtreding
Ontheffing
verbodsbepalingen
nodig
Voorschriften
Kamsalamander
Nee
-
-
-
Grote modderkruiper
Ja
Art. 3.5 lid 1 Wnb
Ja
Werken buiten
Art. 3.5 lid 2 Wnb Art. 3.5 lid 4 Wnb
voortplantingsperiode en opstellen mitigatieplan
Boomvalk
Nee
-
-
-
Bosuil
Ja
Nee
Nee
Werken bij daglicht en nestkast verplaatsen buiten broedperiode
Kerkuil
Nee
-
-
-
Grote gele kwikstaart
Nee
-
-
-
IJsvogel
Ja
Nee
Nee
Zorgplicht
Bever
Ja
Art. 3.5 lid 1 Wnb Art. 3.5 lid 2 Wnb Art. 3.5 lid 4 Wnb
Ja
Werken bij daglicht en opstellen mitigatieplan
Das
Ja
Art. 3.10 lid 1a Wnb
Ja
Werken bij daglicht en
Art. 3.10 lid 1b Wnb
opstellen mitigatieplan
Hermelijn
Nee
-
-
-
Bunzing
Ja
Art. 3.10 lid 1a Wnb Art. 3.10 lid 1b Wnb
Ja
Werken bij daglicht en opstellen mitigatieplan
Wezel
Ja
Art. 3.10 lid 1a Wnb Art. 3.10 lid 1b Wnb
Ja
Werken bij daglicht en opstellen mitigatieplan
Gewone dwergvleermuis
Ja
Art. 3.5 lid 2 Wnb Art. 3.5 lid 4 Wnb
Ja
Werken bij daglicht en opstellen mitigatieplan
Gewone grootoorvleermuis
Ja
Nee
Nee
Werken bij daglicht en verlichtingsplan laten
Laatvlieger
Ja
Nee
Nee
Werken bij daglicht en verlichtingsplan laten toetsen
Rosse vleermuis
Ja
Art. 3.5 lid 2 Wnb Art. 3.5 lid 4 Wnb
Ja
Werken bij daglicht en opstellen mitigatieplan
Ruige dwergvleermuis
Ja
Art. 3.5 lid 2 Wnb
Ja
Werken bij daglicht en
toetsen
Art. 3.5 lid 4 Wnb
opstellen mitigatieplan
Watervleermuis
Ja
Nee
Nee
Werken bij daglicht en verlichtingsplan laten toetsen
Baardvleermuis
Ja
Nee
Nee
Werken bij daglicht en verlichtingsplan laten toetsen
19