CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Bijlagen bij de toelichting

Raadsvergadering 25 mei 2023, gemeente VughtBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'NSW Landgoed De Groensche Hoeven, herziening 2022'27.643 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bijlagen bij de toelichting Bestemmingsplan NSW Landgoed De Groensche Hoeven, herziening 2022

Bijlage 1. Bijlage 2. Bijlage 3. Bijlage 4. Bijlage 5. Bijlage 6. Bijlage 7. Bijlage 8. Bijlage 9. Bijlage 10. Bijlage 11.

Bomenonderzoek Erratum Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Grondwatergegevens waterschap De Dommel Quickscan natuur Soortgericht onderzoek Wet natuurbescherming Bodemonderzoek Onderzoek Wet geluidhinder Quickscan trillingen Projectgebonden combinatieonderzoek explosieven Omgevingsdialoog Rapport stikstofdepositieberekening

Bomenonderzoek Landgoed Groensche Hoeven in Vught Opdrachtgever Gemeente Vught De heer P. Burger Secretaris van Rooijstraat 1 5261 EP VUGHT

Inleiding Wij hebben een bomenonderzoek uitgevoerd in overleg met mevrouw J. van Mullem van Civil Support en in opdracht van gemeente Vught. Het gaat om zeven bomen in projectgebied ‘Groensche Hoeven’ nabij de Kettingweg en Groensteeg in Vught. Bas van Etten (European Tree Technician) heeft het veldwerk uitgevoerd op 20 juli 2021. Aanleiding en doel U bereidt bouwplannen in het projectgebied voor en hebt behoefte aan boomspecifieke informatie. Daarmee kunt u bepalen of u de bomen wilt behouden en inpassen of de bomen wilt rooien. Resultaten U vindt alle informatie per boom in: • Bijlage 1: Overzichtstekening • Bijlage 2: Inventarisatielijst

Situatiebeschrijving Onderzoekslocatie De bomen staan in twee groepen nabij de Kettingweg en Groensteeg. Afbeelding 1 laat de boomlocaties zien. In bijlage 1 vindt u de rapporttekening van Civil Support met kenmerk R06-SIT+BPL. Die toont de positie van de bomen, inclusief onze boomnummering. Afbeelding 1.

1

Projectgebied (rode markeringen)

Project 303662 v1.0 Concept

Bomenonderzoek Landgoed Groensche Hoeven in Vught

Project 303662 v1.0 concept

Het gaat om een gewone walnoot (Juglans regia) en zes zomereiken (Quercus robur). Foto 1 en 2 geven de situatie en de bomen weer.

2

Foto 1.

Boom 1, de gewone walnoot

Foto 2.

Van links naar rechts boom 2, 3 en 4

Foto 3.

Boom 5, 6 en 7

Project 303662 v1.0 Concept

Bomenonderzoek Landgoed Groensche Hoeven in Vught

De bomen

Kwaliteitsbeoordeling bomen Wij hebben de zeven bomen gecontroleerd. In bijlage 2 staan de inventarisatie- en kwaliteitsgegevens per boom. Het gaat om: • boomnummer; • boomsoort (wetenschappelijke en Nederlandse naam);

•

geschatte leeftijd (in stappen van vijf jaar); boomhoogte (< 5 m, 5 - 10 m, 10 - 15 m, 15 - 20 m en > 20 m); kroondiameter (in meters); kroonvorm (afwijkend ja/nee, zo ja, toelichting); stamdiameter en -omtrek (in centimeters op 1,3 m hoogte); conditie (goed, voldoende, matig, slecht; bij matig en slecht met toelichting/ oorzaak); gebreken (ja/nee, zo ja, toelichting)*;

• •

boomveiligheidsmaatregelen en urgentie; toekomstverwachting (0 - 5 jaar, 6 – 15 jaar en > 15 jaar);

• • • • • •

* Wij hebben uitsluitend gebreken opgenomen die de toekomstverwachting en/of boomveiligheid negatief beïnvloeden.

Advies Behouden bomen Alle bomen zijn het behouden waard. De bomen hebben namelijk een voldoende conditie, zijn vrij van ernstige gebreken en schimmelaantastingen en hebben een toekomstverwachting van meer dan vijftien jaar. Sommige bomen hebben een imposant formaat. Onderhoudssnoei Voer bij alle bomen onderhoudssnoei uit voordat eventuele werkzaamheden starten. De afgestorven takken in de kronen kunnen namelijk relatief gemakkelijk uitbreken. Ze vormen daarom een risico voor de omgeving. Inpassen in het ontwerp Wilt u de bomen inpassen in het ontwerp? Ga dan uit van een wortelkluit ter grootte van de kroondiameter plus 3 m.

3

Bomenonderzoek Landgoed Groensche Hoeven in Vught

Resultaten

Neem dan contact op met Bas van Etten op telefoonnummer 088-262 72 00. Uw veelzijdig specialist,

Joost Verhagen Directeur Registertaxateur VRT, lid NVTB European Tree Technician

Vianen (NB), 23 juli 2021

4

Contactgegevens info@Cobra-groeninzicht.nl

Adres Cobra Groeninzicht

Bedrijfsgegevens KvK Vught 17232157

www.Cobra-groeninzicht.nl T. 088 – 262 72 00

Franssenstraat 66 5434 SJ Vianen (NB)

Btw-nr. NL 8199.70.220.B01 IBAN NL90 INGB 0008 5217 90

Project 303662 v1.0 Concept

Bomenonderzoek Landgoed Groensche Hoeven in Vught

Hebt u vragen over dit rapport?

Bijlage 1 Overzichtstekening 2

1

3 4

5 7

7 in rood de gehanteerde boomnummering

6

Bijlage 2 Inventarisatielijst

Inventarisatielijst Projectnummer:

303662

Locatie:

Landgoed Groensche Hoeven Vught

Datum:

20 juli 2021

Basisgegevens

Veiligheid (BVC)

Nr

Boomsoort wetenschappelijk

Boomsoort Nederlands

Geschatte leeftijd (in jaren)

1 2 3 4 5 6 7

Juglans regia Quercus robur Quercus robur Quercus robur Quercus robur Quercus robur Quercus robur

gewone walnoot zomereik zomereik zomereik zomereik zomereik zomereik

30 70 100 60 80 80 90

Boomhoogteklasse (in m) 10 tot 15 > 20 > 20 15 tot 20 > 20 > 20 > 20

Stamomtrek Stamdiameter Kroondiameter in cm in cm in m Kroonvorm 105 224 386 201 246 291 310

33 71 123 64 78 93 99

12 15 20 11 13 13 13

Geen afwijking Geen afwijking Geen afwijking Geen afwijking Geen afwijking Geen afwijking Geen afwijking

Conditie

Gebreken

Boomveiligheidsmaatregelen

Urgentie

Toekomstverwachting

Voldoende Voldoende Voldoende Voldoende Voldoende Voldoende Voldoende

Afgestorven takken Afgestorven takken Afgestorven takken Afgestorven takken Afgestorven takken Afgestorven takken Afgestorven takken

Onderhoudssnoei Onderhoudssnoei Onderhoudssnoei Onderhoudssnoei Onderhoudssnoei Onderhoudssnoei Onderhoudssnoei

< 6 maanden < 6 maanden < 6 maanden < 6 maanden < 6 maanden < 6 maanden < 6 maanden

> 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar

Cobra Groeninzicht

Opmerkingen Scheefgroei

1

Bijlage 1.

Erratum Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (25-5-2022)

Gaandeweg het opstellen van het bestemmingsplan ‘NSW Landgoed De Groensche Hoeven, herziening 2022’ is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant gewijzigd. In de toelichting van het bestemmingsplan is een motivering in het kader van de Interim omgevingsverordening opgenomen zoals deze gold voor de vaststelling van de wijziging van de Iov op 11 maart 2022. In dit erratum volgt de motivering van het plan aan de hand van de thans geldende Interim omgevingsverordening. Daarbij wordt specifiek ingegaan op de landgoederenregeling zoals deze gewijzigd is opgenomen in de Interim omgevingsverordening. Landgoederenregeling In dit geval wordt toepassing gegeven aan artikel 3.78 (Maatwerk met als doel omgevingskwaliteit). De landgoederenregeling, zoals destijds opgenomen in artikel 6.9 van de toen geldende Verordening ruimte en nadien artikel 3.79 (Landgoederen) uit de vorige versie van de Interim omgevingsverordening, is leidend geweest voor de landgoedontwikkeling in zijn geheel. In het geldende bestemmingsplan NSW Landgoed De Groensche Hoeven is voor iedere voorwaarde van de landgoederenregeling aangetoond dat hieraan wordt voldaan. In voorliggend bestemmingsplan wordt daaraan niet getornd, behalve dat het aantal woningen wordt verruimd van zeven naar dertien (twaalf woningen van maximaal 750 m³ en één landhuis van maximaal 1.500 m³).

Vanwege enkel deze wijziging is in beginsel alleen artikel 3.78, lid 2, sub c van de gewijzigde Iov voor dit project van belang. Volledigheidshalve is echter getoetst aan het hele artikel 3.78.

Artikel 3.78 Maatwerk met als doel omgevingskwaliteit 1. Lid 1 Een bestemmingsplan kan voor een concreet initiatief nieuwvestiging mogelijk maken als: a. de ontwikkeling volledig tot doel heeft een versterking te geven van de omgevingskwaliteit en voor dat doel de middelen genereert; In het geldende bestemmingsplan is een landgoed mogelijk gemaakt met daarin zeven bouwkavels voor woningen van 1.500 m³. Met de verkoop van deze bouwkavels kan de aanleg en nadien het beheer en onderhoud van het landgoed worden bekostigd. Echter is gebleken dat er te weinig behoefte bestaat aan woningen van een dergelijke omvang. Om het aanbod beter aan te laten sluiten bij de behoefte, is de wens om niet zeven woningen van ieder 1.500 m³ uit te geven, maar om één woning van 1.500 m³ en twaalf woningen van ieder 750 m³ uit te geven. De behoefte aan dit soort bouwtitels is groter, wat de verkoopbaarheid ten goede komt. Met de verkoop van de woningen wordt de aanleg en nadien het beheer en onderhoud van het landgoed gefinancierd. Al met al heeft de ontwikkeling dan ook als doel om middelen te genereren om de omgevingskwaliteit te versterken. b. de realisering van de onder a bedoelde versterking van omgevingskwaliteit niet op een andere wijze is verzekerd; Het versterken van de omgevingskwaliteit is niet reeds verzekerd vanwege een wettelijke verplichting of vanwege deelname aan een andere regeling.

Het versterken van de omgevingskwaliteit is weliswaar al vastgelegd in een onherroepelijk bestemmingsplan, maar vanwege tegenvallende resultaten bij de verkoop van de bouwtitels zijn niet voldoende financiële middelen gegenereerd om over te kunnen gaan tot de daadwerkelijke realisatie van

c.

d.

e.

f.

g.

het landgoed. Met voorliggend bestemmingsplan wordt hieraan dan ook een nieuwe impuls gegeven. de ontwikkeling door meerwaardecreatie aanzienlijk bijdraagt aan algemene belangen zoals sloop van overtollige bebouwing, de aanleg van natuur en bos, de verbetering van het woonen leefklimaat, het terugdringen van de emissie van milieuhinderlijke stoffen of het behoud van cultuurhistorische waarden; Zoals in het geldende bestemmingsplan reeds is opgenomen gaat de landgoedontwikkeling gepaard met sloop van overtollige bebouwing (heeft al plaatsgevonden) en de aanleg van natuur en bos met daar doorheen recreatieve wandel- en fietspaden. Voorliggend bestemmingsplan doet daar geen afbreuk aan. de ontwikkeling en de versterking van omgevingskwaliteit passen binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in Artikel 3.77; In het geldende bestemmingsplan is ten behoeve van het landgoed als geheel reeds gemotiveerd dat de aanleg van dit landgoed past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied en diens omgeving (landgoederenzone). Zoals onder sub a al is gemotiveerd is de ontwikkeling uit voorliggend bestemmingsplan van belang om de daadwerkelijke realisatie van het landgoed financieel van de grond te krijgen. Dit gaat gepaard met extra groen- en natuurontwikkeling.

is onderbouwd dat de activiteit volhoudbaar is naar de toekomst, bezien vanuit duurzaamheid en economisch oogpunt; Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat nu nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, waardoor de leegstand voor de toekomst ontstaat. Met voorliggend bestemmingsplan wordt juist voorkomen dat deze situatie zich gaat voordoen op het landgoed. Er worden immers kleinere bouwtitels mogelijk gemaakt waaraan meer behoefte bestaat dan de huidige incourante bouwtitels. de ontwikkeling past binnen de uitgangspunten, belangen en doelen die deze verordening beoogt te beschermen; en In de toelichting van het bestemmingsplan is op diverse planologische- en milieuaspecten ingegaan. Ook is in de toelichting aandacht besteed aan overige belangen die vanuit de Interim omgevingsverordening binnen het plangebied spelen, zoals de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies. Kortheidshalve wordt hiervoor dan ook naar de toelichting van het bestemmingsplan verwezen. bij de uitwerking van het plan deskundigen worden betrokken op het gebied van omgevingskwaliteit, onder wie een deskundige die bij de provincie Noord-Brabant werkzaam is. In het kader van het wettelijk vooroverleg zullen deskundigen van provincie Noord-Brabant bij dit plan worden betrokken.

Aangezien deze bepaling pas sinds de recente wijziging van Iov van toepassing is geworden, heeft niet eerder contact met de provincie plaatsgevonden.

2. Lid 2 De bijdrage aan het versterken van omgevingskwaliteit betreft maatwerk waarbij in ieder geval de volgende aspecten in acht worden genomen en juridisch vastgelegd: a. als de activiteit de realisatie van een woning betreft: 1. wordt de woning opgericht op een aanvaardbare locatie in Landelijk gebied; 2. is de fysieke tegenprestatie, die is gericht op het versterken van omgevingskwaliteit , qua omvang gelijk aan de tegenprestatie voor een ruimte-voor-ruimtekavel; en

3. is in overleg met de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte onderzocht of de ontwikkeling van een ruimte-voor-ruimtekavel tot de mogelijkheden behoort; In dit geval is sprake van sublid c. Sublid a is zodoende niet van toepassing. b. als de ontwikkeling mede tot doel heeft een milieubelastende activiteit te saneren, moeten alle daarvoor aanwezige rechten en toestemmingen, waaronder de verleende vergunningen, zijn ingetrokken; In dit geval is sprake van sublid c. Sublid b is zodoende niet van toepassing. c. als de activiteit de ontwikkeling van een nieuw landgoed betreft: Er is geen sprake van een nieuw landgoed, maar van uitbreiding van het aantal wooneenheden op een bestaand landgoed. Desondanks wordt aan de volgende onderdelen getoetst. 1. heeft het landgoed ten minste een omvang van 10 hectare; Zoals uit hoofdstuk 2 van deze toelichting blijkt maakt het plangebied deel uit van NSW Landgoed Groensche Hoeven. Dit landgoed heeft een omvang van 38,5 ha. 2. bestaat 50% van het landgoed uit gerealiseerde natuur binnen het Natuur Netwerk Brabant; De Iov bepaalt dat een nieuw landgoed na realisatie ten minste voor 50% uit gerealiseerde natuur bestaat dat binnen het NNB is gebracht. Hierbij is aansluiting gezocht bij de Natuurschoonwet.

Zoals uit hoofdstuk 2 van deze toelichting blijkt, maakt het plangebied deel uit van Landgoed De Groensche Hoeven dat onder de Natuurschoonwet valt. Het programma van het landgoed voorziet in ieder geval in 15 ha nieuwe natuur en het handhaven van 2,5 ha bestaand bos (bestaande NNB). Hiervoor geldt een sinds 2016 onherroepelijk bestemmingsplan. De nieuwe natuur dient conform de regels van dat bestemmingsplan aan te sluiten bij het Natuurbeheerplan van de provincie NoordBrabant. Het is aan provincie Noord-Brabant zelf om de reeds bestemde nieuwe natuur als NNB aan te wijzen in de provinciale (Interim) omgevingsverordening. Zoals uit paragraaf 2.3 van deze toelichting blijkt wordt de woonbestemming uit het geldende bestemmingsplan voor het landgoed flink verkleind (van ongeveer 33.914 m² naar 18.240 m²) en neemt ook de oppervlakte van de waterplas af (van ongeveer 47.809 naar 38.000 m²), waarbij het moerasgedeelte behouden blijft. Daar waar de woon- of waterbestemming wordt verkleind, hebben deze gronden de bestemming ‘Bos’ dan wel ‘Groen’ gekregen. Daarmee ontstaat ruim 2,5 ha extra groen / natuur. Bij elkaar opgeteld voorziet het plangebied dan ook ruimschoots aan de norm van 50% onder de NNB te brengen nieuwe natuur. 3.

wordt de fysieke tegenprestatie ingezet voor de ontwikkeling van natuur; In de oorspronkelijke situatie conform het vastgestelde bestemmingsplan “NSW Landgoed De Groensche Hoeven” was sprake van zeven woningen met een inhoud van maximaal 1.500 m³, oftewel 10.500 m³ aan woongebouw. Met voorliggend bestemmingsplan blijft het maximale volume aan woongebouwen gelijk, maar worden twaalf woningen van 750 m³ toegestaan en één van 1.500 m³. Zoals gezegd wordt de woonbestemming met ruim 1,5 ha verkleind. Verder doet voorliggende herziening van het thans geldende bestemmingsplan geen afbreuk aan het areaal aan landgoed en natuur dat reeds als zodanig is bestemd. Bovendien gaat het verkleinen van de woonbestemming gepaard met het verruimen van de groenbestemming bedoeld voor de aanleg van park- en groenvoorzieningen en de ontwikkeling en instandhouding van natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige, waterhuishoudkundige, ecologische en abiotische waarden. Zodoende wordt alsnog een fysieke bijdrage geleverd aan ontwikkeling van de groene leefomgeving en natuur.

4. is de bebouwing van allure en qua omvang passend bij de uitstraling van het landgoed ; Voor dit aspect wordt verwezen naar het kopje ‘Nieuwe woningen’ binnen paragraaf 2.3 van de toelichting van voorliggend bestemmingsplan. Daarin wordt omschreven dat de woningen rondom de nieuw te graven waterplas worden gesitueerd in een romantische lommerrijke setting. De architectuur van de woningen tot 750 m³ is ingetogen en tijdloos. De woningen zijn opgebouwd uit massa’s met verschillende kaprichtingen, gedekt met pannen of leien en de gevels bestaan overwegend uit baksteen. Een zorgvuldige detaillering draagt bij aan een hoogwaardige architectuur. Het klassieke landhuis (de woning met maximumvolume 1.500 m³) vormt een uitzondering op de bovenstaande omschrijving. Deze woning is gepositioneerd aan het eind van een lange laan en heeft een formeel karakter. De architectuur straalt allure uit. Er is een statige toegang tot het voorerf en de hoofdopzet van het landhuis is symmetrisch. Al met al past de situering rondom de waterplas in combinatie met de karakteristieke verschijningsvorm, met onderscheid tussen het karakteristieke landhuis en de kleinere, ingetogen en tijdloze woningen, bij de aard en het karakter van het landgoed. 5. wordt de bebouwing geconcentreerd opgericht buiten het Natuur Netwerk Brabant; De bebouwing wordt geconcentreerd op plaatsen die gelegen zijn buiten NNB. 6.

zijn naast landgoedwoningen ook andere bij een landgoed passende gebruiksactiviteiten mogelijk, waaronder zorg; en Voorliggend bestemmingsplan voorziet in beginsel alleen in woningen, maar voorziet wel in mogelijkheden voor ondergeschikte beroepen of bedrijven aan huis. 7. is de openbaarheid van het landgoed verzekerd. Het landgoed wordt aangelegd en beheerd vanuit de in het kader van de Natuurschoonwet opgerichte 'Landgoed Groensche Hoeven NSW BV'. Conform deze wet moet het landgoed worden opgesteld voor publiek. In de huidige en beoogde situatie is dat ook het geval en lopen er diverse wandel- en fietsverbindingen over het landgoed. d. als de ontwikkeling plaatsvindt binnen een Cultuurhistorisch waardevol gebied ter behoud van een waardevol cultuurhistorisch complex, zoals beschreven op de Cultuurhistorische Waardenkaart, is de fysieke tegenprestatie gericht op behoud of versterking van de aldaar benoemde waarden en kenmerken. In dit geval is sprake van sublid c. Sublid d is zodoende niet van toepassing. 3. Lid 3 Er is sprake van een aanvaardbare locatie voor de ontwikkeling van een woning als: a. de locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; b. of de ontwikkeling een logische afronding geeft van Stedelijk gebied of een bebouwingsconcentratie. Dit lid is enkel van toepassing voor gevallen zoals bedoeld onder lid 2, sub a.

Aangezien daar in dit geval geen sprake van is, is dit lid niet van toepassing op dit project. 4. Lid 4 Bij de toepassing van dit artikel zijn de volgende bepalingen niet van toepassing: a. Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik , onder a; Ondanks het feit dat dit artikel niet toepassing is, is in de toelichting van voorliggende bestemmingsplan wel gemotiveerd dat er sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik. Juridisch gezien kan deze onderbouwing achterwege blijven vanwege de recente wijziging van de Iov. b. Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap ; en

Een onderbouwing van dit artikel was ook op basis van de vorige versie van de Iov niet nodig en blijft dus in zijn geheel achterwege in het bestemmingsplan en dit erratum. c. Artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied, eerste Lid , onder a. In dit voorschrift is bepaald dat alleen bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen zijn toegestaan in het landelijk gebied. Dit artikel is dus niet van toepassing voor dit plan.

NSW Landgoed De Groensche Hoeven planherziening

Aan: Van: Datum: Plannaam:

Frank van Gompel Evelien Bosch 10 februari 2022 NSW Landgoed De Groensche Hoeven Vught - planherziening

Informatieverzoek Het bestemmingplan “NSW Landgoed De Groensche Hoeven” wordt herzien om in het westelijke deel meer, maar wel kleinere woningen mogelijk te maken binnen de bestaande bouwvlakken. In de ruimtelijke onderbouwing van de planwijziging wordt een waterparagraaf opgenomen. Deze memo geeft de grondwaterstandgegevens die voor het plangebied beschikbaar zijn binnen Waterschap De Dommel. Grondwaterstandgegevens In het plangebied zijn geen peilbuizen van Waterschap De Dommel aanwezig. Wij hebben daarom geen recente meetgegevens beschikbaar van het plangebied. Wel hebben we grondwaterstandgegevens op basis van modellen. Vlakbij het plangebied zijn wel peilbuizen aanwezig, aan de weg Klein Brabant en aan de Kempenlandstraat. De gegevens van deze peilbuizen zijn ook opgenomen. AHN4 De grondwaterstandgegevens van op de grondwaterdynamiekkaart van het waterschap zijn aangegeven in centimeters onder maaiveld (cm –mv). Onderstaande kaart geeft de terreinhoogten van het westelijke deel van het Landgoed De Groensche Hoeven aan volgens de AHN4 (in m +NAP). 5,2

5,3

5,9

4,5 5,2

4,7

Grondwaterdynamiekkaart In 2004 is door Alterra een grondwaterdynamiekkaart opgesteld voor de Brabantse waterschappen. De kaart is gebaseerd op grondwatermetingen en tijdreeksmodellering. Op basis van het AHN1 en interpolatietechnieken op basis van bodemkenmerken is een vlakdekkend beeld van de grondwaterdynamiek verkregen. De grondwaterstanden zijn bepaald op een schaalniveau van 25 bij 25 meter. Hierdoor worden verschillen in maaiveldhoogte op relatief korte afstanden meegenomen, wat een gedetailleerd beeld geeft van de grondwaterdynamiek. De grondwaterstanden zijn bepaald over een periode van vóór 2004 en zijn representatief voor deze periode. Of de grondwaterstanden ook voor de huidige situatie een goed beeld geven, hangt onder andere af van eventuele veranderingen in de fysieke omgeving, bijvoorbeeld veranderde ligging van waterlopen, wijzigingen in landgebruik, veranderingen van diepte van grondwaterwinningen etc. Onderstaande kaarten geven de gemiddeld hoogste en laagste grondwaterstanden aan voor het plangebied volgens de grondwaterdynamiekkaart (in cm -mv). Gemiddeld hoogste grondwaterstand.

2

Gemiddeld laagste grondwaterstand.

Domingo2018 Domingo2018 is het regionale grondwatermodel van Waterschap De Dommel. Het is gebaseerd op het grondwatermodel van de provincie en verfijnd met detailinformatie van ons beheersgebied. Het model berekent de grondwaterstanden aan de hand van gegevens uit de periode 2009-2017. Het is echter een grover model dat het model dat is gebruikt voor de grondwaterdynamiekkaart. Het berekent de grondwaterstanden om de 200 meter, waardoor lokale verschillen door verschil in terreinhoogte uitgevlakt worden. De kaarten op de volgende pagina geven de gemiddeld hoogste en laagste grondwaterstanden aan voor het plangebied volgens Domingo2018 (in cm –mv).

3

Gemiddeld hoogste grondwaterstand.

Gemiddeld laagste grondwaterstand.

4

Peilbuizen Ten westen van het plangebied zijn twee peilbuizen aanwezig waarvan de gemiddeld hoogste en gemiddeld laagste grondwaterstanden zijn bepaald om te gebruikten in Domingo2018: - Peilbuis Klein Brabant: GHG 3,99 m +NAP; GLG 3,61 m +NAP. - Peilbuis Kempenlandstraat: GHG 3,87 m +NAP; GLG 3,44 m +NAP. Locatie peilbuizen (paarse stippen).

5

Quickscan Natuur

Landgoed Groensche Hoeven Vught Rapport: 303398

Ons groene inzicht brengt uw groen in zicht! . . .

Colofon

1

Opdrachtgever Gemeente Vught De heer P. Burger Secretaris van Rooijstraat 1 5261 EP VUGHT

Dossiergegevens Dossiernummer: Uw referentie: Status rapport: Datum rapport: Citeertitel:

303398 Verplichting 210005 v1.0 Concept 19 maart 2021 Verhaar, J. & D. van Poecke, 2021. Quickscan Natuur Landgoed Groensche Hoeven, Vught, 303398, Cobra Groeninzicht Vianen (NB)

Projectteam Projectverantwoordelijke: Vakspecialist: Kwaliteitscontrole: Redactie:

Contactgegevens info@Cobra-groeninzicht.nl www.Cobra-groeninzicht.nl T. 088 – 262 72 00

Jasper Verhaar Jasper Verhaar (Ecoloog) Damian van Poecke (Ecoloog) Dennis Slotboom (Ecoloog) Liesbeth Werts

Adres Cobra Groeninzicht Franssenstraat 66 5434 SJ Vianen (NB)

Bedrijfsgegevens KvK Eindhoven 17232157 Btw-nr. NL 8199.70.220.B01 IBAN NL90 INGB 0008 5217 90

Landgoed Groensche Hoeven, Vught

Inhoud Samenvatting

2

1

Inleiding

4

2

Situatie en planvorming

5

3

Verantwoording

8

3.1

Literatuuronderzoek

8

3.2 3.3

Nationale Databank Flora en Fauna Veldwerk

8 9

4

Quickscan 4.1 Gebiedsbescherming 4.2 Planten en dieren 4.2.1 Vogels 4.2.2 Europees beschermde soorten 4.2.3 Nationaal beschermde soorten

10 11 11 11 12

4.3 4.4 4.5

13 16 17

5

Rust- en voortplantingsplaatsen Overige functies Houtopstanden

Knelpuntenanalyse 5.1 5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.2 5.3 5.4

6

10

19

Soortenbescherming Vogels Europees beschermde soorten (geen vogels) Nationaal beschermde soorten

19 19 20 20

Gebiedsbescherming Houtopstanden Risico’s en vervolgstappen

22 22 23

Advies

24

6.1 6.1.1 6.1.2 6.2

Soortenbescherming Nader onderzoek Vervolgtraject soortenbescherming Gebiedsbescherming

24 24 25 26

6.3

Houtopstanden

26

7

Verklarende woordenlijst

27

8

Literatuurlijst

29

Bijlage 1. Bijlage 2. Bijlage 3. Bijlage 4.

Cv’s betrokken ecologen Juridisch kader Wet natuurbescherming Download NDFF Kaart waarnemingen quickscan

1

Samenvatting Cobra Groeninzicht heeft op 5 februari 2021 een quickscan Natuur uitgevoerd bij het projectgebied ‘Landgoed Groensche Hoeven’ in Vught. Gemeente Vught bereidt de herontwikkeling van het gebied voor en heeft ons gevraagd eventuele knelpunten in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) in beeld te brengen. Dit in navolging van in het verleden uitgevoerde, maar inmiddels verouderde natuuronderzoeken. Hieronder volgt een samenvatting van ons onderzoek en de resultaten. Welke beschermde soorten zijn (potentieel) in het projectgebied aanwezig? Vogels In het gebied zijn vogels aanwezig of deze kunnen worden aangetroffen. Het gaat om verschillende soorten roof-, water-, weide-, akker- en zangvogels. Alle in het projectgebied verwachte vogelsoorten zijn beschermd onder de Wnb. Europees beschermde soorten Wij verwachten dat er bepaalde soorten vleermuizen, bever en kamsalamander voorkomen in en nabij het projectgebied. De betreffende soorten staan op de lijst met Europees beschermde diersoorten. Nationaal beschermde soorten De Wet natuurbescherming hanteert ook een lijst met nationaal beschermde soorten. De door ons aangetroffen of in het projectgebied mogelijk aan te treffen soorten vallen onder de soortgroepen landzoogdieren, amfibieën en vissen.

Welke (potentiële) rust- en voortplantingsplaatsen van beschermde soorten zijn aanwezig? Vogels In het projectgebied kunnen jaarrond beschermde rust- en voortplantingsplaatsen aanwezig zijn van bepaalde vogels, waaronder grote gele kwikstaart, boomvalk en bosuil. Er zijn ook rust- en voortplantingsplaatsen aanwezig van vogelsoorten waarvan de nesten in dit geval niet jaarrond beschermd zijn. Europees beschermde soorten Van alle in het projectgebied te verwachten vleermuissoorten zijn in en nabij het projectgebied potentiële rust- en voortplantingsplaatsen, foerageergebieden en vliegroutes aanwezig. Ook van bever en kamsalamander zijn mogelijk rust- en voortplantingsplaatsen in het projectgebied aanwezig. Zijn deze functies essentieel voor deze soorten? Dan zijn alle elementen die deze functies gestalte geven beschermd. Nationaal beschermde soorten Van bepaalde in het projectgebied te verwachten beschermde landzoogdieren (waaronder das en kleine marterachtigen), amfibieën en van grote modderkruiper zijn in het projectgebied mogelijk rust- en voortplantingsplaatsen en/of foerageergebieden aanwezig. Ook hiervoor geldt: zijn deze functies essentieel voor deze soorten? Dan zijn alle elementen die deze functies gestalte geven beschermd.

Worden met de voorgenomen werkzaamheden verbodsbepalingen uit de Wnb overtreden? Vogels Voor vogels waarvan de nesten niet jaarrond zijn beschermd, zijn geen overtredingen van de verbodsbepalingen uit de Wnb te verwachten, mits met de voorgenomen werkzaamheden geen bewoonde nesten verloren gaan. Maar als uit nader onderzoek blijkt dat jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn, dan wordt met de werkzaamheden mogelijk artikel 3.1 lid 2 Wnb overtreden. 2

Rapport: 303398

Landgoed Groensche Hoeven, Vught

Europees beschermde soorten Als uit nader onderzoek blijkt dat potentiële vleermuisverblijfplaatsen, foerageergebieden en vliegroutes daadwerkelijk door vleermuizen worden gebruikt, dan wordt met de voorgenomen ontwikkeling mogelijk artikel 3.5 lid 2 en 4 Wnb overtreden als deze functies worden aangetast. Ten aanzien van kamsalamander is mogelijk sprake van overtreding van artikel 3.5 lid 1, 2 en 4 Wnb als de ontwikkeling leidt tot het verstoren of doden van exemplaren of aantasten van het leefgebied. Ten aanzien van bever is mogelijk sprake van overtreding van artikel 3.5 lid 2 en 4 Wnb als deze worden verstoord of leefgebied wordt aangetast. Nationaal beschermde soorten Als uit nader onderzoek blijkt dat er daadwerkelijk rust- en voortplantingsplaatsen van bepaalde soorten aanwezig zijn, dan wordt met de voorgenomen ontwikkeling mogelijk artikel 3.10 lid 1a en 1b Wnb overtreden. Gebiedsbescherming het projectgebied maakt gedeeltelijk onderdeel uit van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Het projectgebied ligt op circa 3 km afstand tot het Natura 2000-gebied ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’. Een aanvullende beoordeling moet uitwijzen of er sprake kan zijn van negatief effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het NNB en/of Natura 2000-gebieden.

Houtopstanden Ga bij gemeente Vught na of voor het kappen van bomen een omgevingsvergunning nodig is in het kader van de Algemene Plaatselijke Verordening Vught 2020 en bestemmingsplannen. Daarnaast adviseren wij om bij Provincie Noord-Brabant na te gaan of er sprake is van een meldings- en herplantplicht vanwege de ligging van het projectgebied buiten de bebouwde kom Wnb. Vervolgstappen De volgende vervolgstappen zijn nodig: • uitvoeren nader onderzoek naar: o verschillende soorten vogels waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn; o bever; o kamsalamander;

• • • •

o verschillende soorten vleermuizen; o das; o verschillende soorten kleine marterachtigen; o grote modderkruiper. mogelijk aanvragen ontheffing Wnb; opstellen ecologisch werkprotocol; uitvoeren aanvullende beoordeling Natura 2000 en Natuurnetwerk Brabant (NNB); navraag doen bij gemeente Vught en Provincie Noord-Brabant over regels omtrent het kappen van bomen.

3

1

Inleiding

In opdracht van gemeente Vught hebben wij een quickscan Natuur uitgevoerd. Het gaat om projectgebied ‘Landgoed Groensche Hoeven’ in Vught, gelegen in de provincie NoordBrabant. Jasper Verhaar en Damian van Poecke hebben het veldwerk uitgevoerd op 5 februari 2021 en aansluitend dit rapport opgesteld. Dennis Slotboom heeft het rapport inhoudelijk gecontroleerd. De cv’s van deze ecologen vindt u in bijlage 1. Aanleiding Gemeente Vught bereidt de herontwikkeling van het gebied voor. De gemeente wil weten of met de voorgenomen ontwikkelingen een conflict ontstaat in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Doel Wij beoordelen in opdracht van gemeente Vught of in en nabij het projectgebied beschermde soorten of de rust- en voortplantingsplaatsen hiervan aanwezig zijn. Op basis van de resultaten geven wij aan of en welke vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk zijn. Quickscan Natuur Onze quickscan Natuur is een beoordeling van de ecologische potenties van het projectgebied en kan niet worden gezien als volledig ecologisch onderzoek. Er is in dit stadium geen uitgebreid onderzoek uitgevoerd naar soorten of soortgroepen. Hebt u na het lezen van dit rapport nog vragen? Neem dan contact op met Jasper Verhaar op telefoonnummer 088-262 72 00. Uw veelzijdig specialist,

Joost Verhagen Directeur

Vianen (NB), 19 maart 2021

4

Rapport: 303398

Landgoed Groensche Hoeven, Vught

2

Situatie en planvorming

Projectgebied Het projectgebied bevindt zich in het zuidelijk deel van Vught. Het betreft een landgoed in het buitengebied, gelegen tussen de Rijksweg A2 en de spoorlijn Vught-Boxtel. Op afbeelding 1 is het projectgebied globaal gemarkeerd. Projectgebied (rood kader)

De situatie Het projectgebied bestaat hoofdzakelijk uit een kleinschalig agrarisch landschap met akkerland, eiken- en beukenlanen, bospercelen, watergangen en ruigtestroken. Het akkerland wordt gebruikt voor teelt van gras, suikerbieten en mais. Het landgoed is in principe niet toegankelijk voor verkeer, met uitzondering van bestemmingsverkeer van de centraal gelegen woonerven. Op deze erven staan enkele woningen en schuurtjes. In het noordelijk deel van het projectgebied liggen hopen bakstenen en beton te midden van verruigde begroeiing. Dit zijn restanten van een veehouderij. Het landschap in de directe omgeving van het projectgebied is vergelijkbaar met het projectgebied zelf. Het bestaat hoofdzakelijk uit akkerland, afgewisseld met bospercelen en bomenlanen. Ten zuiden van het projectgebied ligt de Essche Stroom, een grote beek. Foto 1 t/m 5 laten de situatie in het projectgebied zien. Planvorming Het projectgebied wordt herontwikkeld. Er wordt ruimte gemaakt voor de bouw van een klein aantal woningen. In het voorlopig ontwerp wordt ter plaatse van de centraal gelegen akker een grote waterpartij aangelegd. De vrijgekomen grond wordt als grondwal aangebracht tussen de waterpartij en de spoorlijn. Ten zuiden van de waterpartij wordt bos ontwikkeld. Rondom de waterpartij komen enkele vrijstaande woningen. De overige terreindelen behouden het huidige karakter.

In het kader van de voorgenomen ontwikkelingen vindt er plaatselijk bomenkap, grondverzet en aanleg van een wegen- en padennetwerk plaats.

5

Grasakker in het westelijk deel van het projectgebied

Centraal gelegen akker

Eikenlaan parallel aan de spoorlijn (rechts op de foto)

6

Rapport: 303398

Landgoed Groensche Hoeven, Vught

Een voor het gebied typerende watergang en ruigte (rechts op de foto)

Ruigtestroken nabij het spoor

7

3 3.1

Verantwoording Literatuuronderzoek Natuurwetgeving Wij hebben onderzocht of het projectgebied en de nabije omgeving een wettelijk beschermde status of een beleidsmatig vastgestelde natuurstatus hebben. Daarvoor hebben wij onder andere provinciale websites en de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) geraadpleegd. In bijlage 2 beschrijven wij kort de Wet natuurbescherming en de planologische bescherming van het Natuurnetwerk Nederland. Soortinformatie Om inzicht te krijgen in de actuele gegevens die beschikbaar zijn over het projectgebied en de omgeving, hebben wij websites van onder andere RAVON, SOVON, De Vlinderstichting en de Zoogdiervereniging geraadpleegd. Voorgaande natuuronderzoeken In 2006 en 2008 zijn in het aanlooptraject naar de bestemmingsplanwijziging al enkele natuuronderzoeken uitgevoerd. Deze zijn echter inmiddels verouderd, maar geven nog wel waardevolle aanknopingspunten voor een actualisatie. Het gaat om rapporten van Natuurbalans – Limes Divergens BV (zie ook Literatuurlijst in hoofdstuk 8).

3.2

Nationale Databank Flora en Fauna We hebben gegevens over de aanwezigheid van wettelijk beschermde soorten in en rondom het projectgebied opgevraagd bij de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF, zie bijlage 3). Wij hebben waarnemingen opgevraagd van soorten die in de afgelopen tien jaar zijn waargenomen. Deze waarnemingen hebben wij verdeeld in drie categorieën. • Categorie 1 betreft (sporadische) waarnemingen van soorten die buiten het

•

•

projectgebied zijn gedaan. Het projectgebied zelf beschikt niet over geschikte biotopen voor deze soorten, waardoor deze niet in het projectgebied zelf worden verwacht. Categorie 2 betreft waarnemingen van soorten die soms in het projectgebied kunnen worden waargenomen. Echt geschikt habitat voor deze soorten ontbreekt in het projectgebied. Maar sommige biotopen in het projectgebied zijn wel geschikt voor deze soorten. Categorie 3 betreft soorten die in het projectgebied kunnen worden aangetroffen

omdat er geschikt habitat voor deze soorten aanwezig is. In tabel 1 vatten wij de resultaten samen.

8

Rapport: 303398

Samenvatting resultaten NDFF

Vogels (jaarrond

Categorie 1

Categorie 2

Categorie 3

-

Gierzwaluw

Boomvalk, buizerd, grote

beschermde nesten)

Landgoed Groensche Hoeven, Vught

Tabel 1

gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, ransuil, roek, sperwer, steenuil en wespendief

Vogels (niet-jaarrond

-

Zwarte specht

beschermde nesten)

Ekster, gaai, groene specht, grote bonte specht, holenduif, houtduif, ijsvogel, kauw, kleine bonte specht, middelste bonte specht, patrijs en verschillende soorten watervogels, weidevogels en zangvogels

Zoogdieren

-

-

Bever, bunzing, das, eekhoorn, wezel en gewone dwergvleermuis

Amfibieën en reptielen

-

-

Kamsalamander

Vissen

-

-

Grote modderkruiper

Vaatplanten

Stijve wolfsmelk

-

-

Dagvlinders Overige soortgroepen

3.3

Kleine ijsvogelvlinder -

-

-

Veldwerk Tijdstip en omstandigheden Jasper Verhaar en Damian van Poecke hebben één veldbezoek uitgevoerd in de ochtend en middag van 5 februari 2020. Tijdens het veldbezoek was het droog, half bewolkt, circa 9⁰C en er stond nauwelijks wind. Werkwijze Op basis van aanwezige biotopen en habitats hebben wij een zo goed mogelijke inschatting gemaakt van de aan- of afwezigheid van beschermde soorten en hun rusten voortplantingsplaatsen.

9

4 4.1

Quickscan Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Het projectgebied is geen onderdeel van een Natura 2000-gebied en ligt op ruime afstand van gebieden die wel als Natura 2000-gebied zijn aangewezen. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied heet ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’. Dit gebied ligt op circa 3 km ten noorden van het projectgebied. Op afbeelding 2 is de ligging van het projectgebied (rode markering) te zien ten opzichte van Natura 2000-gebieden (gele markeringen). Ligging projectgebied ten opzichte van Natura 2000-gebied

Natuurnetwerk Nederland (NNB) Het projectgebied overlapt gedeeltelijk met het NNB. En er liggen er diverse gebieden in de directe nabijheid van het projectgebied die onderdeel zijn van het NNB. Op afbeelding 3 is de ligging van het projectgebied (binnen het rode kader) te zien ten opzichte van het NNB (beige markeringen). Gemeentelijke status Voor zover bekend heeft het gebied geen gemeentelijke beschermde natuurstatus.

10

Rapport: 303398

4.2

Landgoed Groensche Hoeven, Vught

Ligging projectgebied ten opzichte van NNB

Planten en dieren 4.2.1 Vogels In het gebied hebben wij verschillende soorten vogels waargenomen of wij verwachten dat deze er voor kunnen komen. Het gaat om boomvalk, torenvalk, buizerd, havik, kerkuil, ransuil, sperwer, steenuil, wespendief, grote gele kwikstaart, ooievaar, gierzwaluw, huismus, ijsvogel, roek, zwarte kraai, kauw, ekster, gaai, zwarte specht, groene specht, grote bonte specht, middelste bonte specht, kleine bonte specht, holenduif, houtduif, patrijs en verschillende algemeen voorkomende akker-, weide-, water- en zangvogels. IJsvogel, grote bonte specht, groene specht en zwarte specht zijn tijdens de eerdere onderzoeken in 2006 en 2007 ook waargenomen.

4.2.2 Europees beschermde soorten Vleermuizen Wij verwachten dat binnen het projectgebied verschillende soorten vleermuizen kunnen worden aangetroffen, waaronder gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, watervleermuis en gewone grootoorvleermuis. Deze vleermuissoorten zijn tijdens een eerder uitgevoerd onderzoek in 2007 ook in het projectgebied waargenomen. Bever Wij hebben knaagsporen en uittreedplaatsen van bevers in het projectgebied aangetroffen (zie foto 6). Dit wijst erop dat er bevers in het projectgebied aanwezig zijn. De vindplaatsen van de sporen staan op de kaart in bijlage 4.

11

Kamsalamander Er zijn waarnemingen bekend van kamsalamander op enkele honderden meters afstand vanaf het projectgebied. Die vindlocatie staat via watergangen in verbinding met het projectgebied. In en in de directe nabijheid van het projectgebied ligt een aantal potentiële voortplantingswateren voor kamsalamander. De aanwezigheid van kamsalamander in het projectgebied kan daardoor niet op voorhand worden uitgesloten. Overige soortgroepen Wij hebben geen exemplaren

uit

andere

Europees

beschermde

soortgroepen

waargenomen. Deze zijn op basis van literatuuronderzoek en het ontbreken van geschikte biotopen ook niet te verwachten. Verse en oudere knaagsporen (links) en een uittreedplaats (rechts) van bever

4.2.3 Nationaal beschermde soorten Landzoogdieren Tijdens het veldwerk hebben wij een haas en verse pootafdrukken van ree en das (zie foto 7) waargenomen. Ook zijn er recent gebruikte ligplekken van ree aanwezig (zie bijlage 4). Deze soorten zijn dus aanwezig in het projectgebied. Ree is tijdens een onderzoek in 2007 ook waargenomen. Daarnaast sluiten wij de aanwezigheid van steenmarter, bunzing, wezel, hermelijn, vos, egel, konijn, huisspitsmuis, rosse woelmuis, veldmuis, bosmuis en eekhoorn ook niet uit. Wij sluiten op basis van het ontbreken van geschikte biotopen andere dan bovengenoemde zoogdieren verder wel uit. Amfibieën Wij hebben geen amfibieën aangetroffen. Wij verwachten ook niet dat deze nu aangetroffen kunnen worden omdat ze op het moment van deze opname in winterrust zijn. Maar waarschijnlijk houden algemene soorten zoals bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander zich op in het gebied. In directe nabijheid van het projectgebied ligt namelijk een aantal potentiële voortplantingswateren voor amfibieën. Wij hebben geen reptielen waargenomen. Op basis van ons literatuuronderzoek en omdat geschikte biotopen ontbreken, verwachten wij ook niet dat deze hier voorkomen. Vissen Er zijn waarnemingen bekend van de grote modderkruiper op enkele honderden meters afstand van het projectgebied. Die vindlocatie staat via watergangen in verbinding met het projectgebied.

In het projectgebied ligt een sloot parallel aan het spoor. Deze sloot lijkt geschikt als leefgebied voor grote modderkruiper, vanwege de modderige bodem en de plantengroei. Daarom verwachten wij dat deze soort in het projectgebied kan voorkomen. Wij sluiten op basis van het ontbreken van geschikte biotopen andere beschermde vissoorten verder uit.

12

Rapport: 303398

Landgoed Groensche Hoeven, Vught

Dagvlinders en libellen Er is een waarneming bekend van kleine ijsvogelvlinder op enkele honderden meters afstand van het projectgebied. Specifieke biotopen voor deze soort zijn in het projectgebied echter niet aanwezig. Daarom wordt deze soort ook niet in het projectgebied verwacht. Wij sluiten op basis van het ontbreken van geschikte biotopen andere beschermde dagvlinders en libellen ook uit. Overige soortgroepen Wij hebben geen exemplaren uit de overige beschermde soortgroepen (vaatplanten, insecten, weekdieren) aangetroffen. Deze zijn ook niet te verwachten op basis van ons literatuuronderzoek en vanwege het ontbreken van geschikte biotopen. De in 2006 aangetroffen koningsvaren is tegenwoordig niet meer beschermd (wel zorgplicht). Verse pootafdrukken van ree (links) en das (rechts) in het projectgebied

4.3

Rust- en voortplantingsplaatsen Jaarrond beschermde vogelnesten In enkele bomen zijn nesten aanwezig die – mits in gebruik – jaarrond beschermd zijn (zie foto 8 en bijlage 4). In een mogelijk te verwijderen boom is een grote nestkast aanwezig. Deze nestkast kan in gebruik zijn door bosuil. Er kunnen nesten van grote gele kwikstaart aanwezig zijn onder bruggen en tussen boomwortels bij oevers waarbij mogelijk aan of vlakbij gewerkt wordt. Verder hebben wij in twee bomen in te behouden bomenlanen nesten aangetroffen die in gebruik kunnen zijn door boomvalk. In een te behouden boom in een bosplantsoen is een groot nest van buizerd of havik aanwezig. Onder te behouden daken van woningen kunnen nesten van huismus aanwezig zijn. Niet-jaarrond beschermde vogelnesten Op tal van plaatsen kunnen vogelnesten aanwezig zijn die (in dit geval) niet jaarrond zijn beschermd. Het gaat om nesten van soorten als torenvalk, ijsvogel, zwarte kraai, ekster, gaai, houtduif en verschillende soorten spechten en akker-, weide-, water- en zangvogels. Boomholten In een fors aantal te behouden of mogelijk te verwijderen bomen zijn holten aanwezig. Mogelijk dat deze holten gebruikt worden als broedgelegenheid door holtebroedende vogels zoals kauw, holenduif en verschillende soorten spechten en kleine zangvogels. Enkele van de aangetroffen holten zijn te zien op foto 9.

Holen en burchten In het noordelijk deel van het projectgebied hebben wij twee dassenholen dicht bij elkaar en één afzonderlijk dassenhol of vossenhol aangetroffen. Net buiten het projectgebied is ook een afzonderlijk hol aanwezig (zie foto 10 en bijlage 4). Verse graaf- en loopsporen

13

wijzen erop dat de twee bij elkaar gelegen holen in gebruik zijn door dassen. Het gaat vermoedelijk om een bijburcht, waarvan er mogelijk nog enkele in het projectgebied aanwezig zijn. Bijburchten zijn doorgaans niet in gebruik als voortplantingsplaats. Maar ze kunnen wel degelijk van essentieel belang zijn voor de lokale dassenpopulatie. Verder is er kans op burchten en holen van bevers in de oeverzone evenwijdig aan het spoor. Deze zone ligt als enige in het projectgebied voldoende afgelegen en beschut voor burchten en holen. Tot slot zijn er op tal van plaatsen holen van verschillende muizensoorten te verwachten. Vleermuisverblijfplaatsen In bomen met holten (zie foto 9), scheuren, inrottingen en losse schorsplaten (zie foto 11) kunnen rust- en voortplantingsplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn. Deze plekken zijn in potentie geschikt voor soorten die bomen gebruiken als verblijfplaats zoals ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, watervleermuis en gewone grootoorvleermuis. Takken- en steenhopen In het noordelijk deel van het projectgebied liggen verschillende takkenhopen en een hoop stenen (zie foto 12). De hoop stenen is afkomstig van een eerder afgebroken veehouderij.

Ruimtes tussen en onder de takken- en steenhopen zijn prima geschikt als rust- en voortplantingsplaats voor verschillende muizensoorten, egel en kleine marterachtigen waaronder steenmarter, bunzing, wezel en hermelijn. Voortplantingswateren en landbiotoop In het westelijk en zuidwestelijk deel van het projectgebied zijn enkele smalle watergangen aanwezig. Deze kunnen door grote modderkruiper, kamsalamander, kleine watersalamander, bruine kikker en gewone pad als voortplantingswater in gebruik zijn. Rondom het projectgebied liggen ook geschikte voortplantingswateren. De wat bredere watergangen in het projectgebied zijn ongeschikt als voortplantingswater. Dit vanwege de soms sterke stroming en het ontbreken van voldoende onderwatervegetatie. Buiten de voortplantingsperiode houden deze amfibieën zich doorgaans op in de beschutting van lage begroeiing bij bomenlanen, akkerranden, ruigtes en takkenhopen. Voor kamsalamander geldt een beperkte migratieafstand, namelijk circa enkele honderden meters. Nestkast voor bosuil (links), nest van buizerd of havik (midden) en mogelijk nest van boomvalk (rechts)

14

Rapport: 303398

Landgoed Groensche Hoeven, Vught

Boomholten die van belang kunnen zijn voor broedvogels en vleermuizen

Aangetroffen dassenholen (boven) en dassen- of vossenholen (onder)

Potentiële rust- en voortplantingsplaatsen voor boombewonende vleermuizen

15

Potentiële rust- en voortplantingsplaats voor muizen, egels en kleine marterachtigen bij takken- en steenhopen in het noordelijk deel van het projectgebied

4.4

Overige functies Vliegroute en foerageergebied voor vleermuizen De bomenlanen in het projectgebied vormen samen verbindende groene schakels door het landgoed. Wij verwachten dat vleermuizen gebruik maken van deze laanbeplantingen als onderdeel van vliegroutes. De combinatie van bomen, akkerranden, ruigten, open plekken en watergangen maken het projectgebied geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. De bomen bieden beschutting, wat belangrijk is voor vleermuizen. Daarnaast blijft onder de kronen van bomen warmte hangen en dat trekt samen met de aanwezigheid van water en ruigten veel insecten aan. Deze insecten zijn de voedselbron voor vleermuizen. Ter hoogte van de eikenlaan in het noordelijk deel van het projectgebied is tijdens een onderzoek in 2007 al eerder een vliegroute van gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis aangetoond. Leefgebied voor overige soorten Het projectgebied biedt voedsel, beschutting en verbindingsroutes voor bever, ree, das, vos, steenmarter, bunzing, wezel, hermelijn, egel, konijn, huisspitsmuis, rosse woelmuis, veldmuis, bosmuis en eekhoorn. Bevers verplaatsen zich via de aanwezige watergangen en passeren obstakels en hoge oevers via vaste uittreedplaatsen (zie foto 13). Dassen gebruiken doorgaans steeds dezelfde verbindingsroutes/wissels over land (zie foto 14). Wissels van das zijn tijdens een onderzoek in 2007 ook waargenomen.

De tot zover aangetroffen locaties staan ook op de kaart in bijlage 4. De overige genoemde soorten en ook vogels en amfibieën zijn in mindere mate afhankelijk van vaste verbindingsroutes. Wat betreft voedselvoorziening en beschutting zijn alle genoemde soorten wel in bepaalde mate afhankelijk van wat het projectgebied jaarrond te bieden heeft. Hierbij zijn bomen, akkerranden, ruigten, oeverzones en watergangen van belang. De mate waarin een soort voor voedsel en beschutting afhankelijk is van het projectgebied, hangt af van het territorium van een soort en het voedselaanbod in en buiten het projectgebied.

16

Rapport: 303398

Landgoed Groensche Hoeven, Vught

Uittreedplaatsen van bevers voor het passeren van obstakels in het water en voor het bereiken van hoge oevers

Vaste verbindingsroutes/wissels van dassen

4.5

Houtopstanden Afbeelding 4 is een uitsnede van de Groene Kaart Vught zoals deze is opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening Vught 2020. De ligging van het projectgebied (rood kader) is hierop te zien ten opzichte van monumentale en waardevolle bomen en gebieden. In het projectgebied zijn bomen en gebieden aanwezig die in de monumentale bomenlijst en waardevolle bomenlijst staan. Volgens de Algemene Plaatselijke Verordening Vught 2020 is het verboden om deze houtopstanden zonder omgevingsvergunning houtopstanden te doen vellen of te laten vellen, als de houtopstand een stamdiameter heeft van minimaal 30 cm, gemeten op 1,3 m boven maaiveld. Ook staat aangegeven dat het projectgebied in een gebied ligt waarbinnen een kapvergunning volgens bestemmingsplan nodig is. Tot slot staat aangegeven dat het projectgebied buiten de bebouwde komgrens Boswet ligt (nu de bebouwde komgrens Wet natuurbescherming). Hierdoor kan er sprake zijn van een meldings- en herplantplicht bij het verwijderen van bomen.

17

Ligging van het projectgebied (rood kader) ten opzichte van de Groene Kaart Vught (uitsnede) zoals opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening Vught 2020

18

Rapport: 303398

5.1

Landgoed Groensche Hoeven, Vught

5

Knelpuntenanalyse Soortenbescherming 5.1.1

Vogels

Nesten Voor de provincie Noord-Brabant is een lijst beschikbaar met vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond zijn beschermd. De lijst biedt geen wettelijk kader, maar is een belangrijke richtlijn bij het maken van effectanalyses. Deze lijst maakt als volgt onderscheid tussen nesten: • categorie 1: jaarrond gebruikte nesten (bijvoorbeeld steenuil); • categorie 2: zeer honkvaste koloniebroeders of afhankelijk bebouwing; • categorie 3: zeer honkvaste broeders of afhankelijk bebouwing (geen kolonie); • categorie 4: vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest; • categorie 5: honkvaste broeders, maar voldoende flexibel (nesten zijn alleen jaarrond beschermd als er sprake is van een ecologisch zwaarwegende redenen). Categorie 1 en 2 Er worden geen nesten uit categorie 1 verwacht. Er zijn mogelijk wel nesten aanwezig uit categorie 2, namelijk van huismus. Deze kunnen zich uitsluitend in de bestaande woningen bevinden. Dit vormt geen knelpunt, aangezien deze woningen en de directe omgeving onaangetast blijven bij de voorgenomen ontwikkelingen. Categorie 3 en 4 Uit categorie 3 kunnen nesten van verwacht worden van grote gele kwikstaart en uit categorie 4 nesten van boomvalk, buizerd en havik. Nesten van grote gele kwikstaart en boomvalk kunnen zich in of vlakbij het werkgebied bevinden. De werkzaamheden kunnen daarom leiden tot aantasting van bewoonde nesten.

Daardoor kan sprake zijn van overtreding van artikel 3.1 lid 2 Wnb. Of hiervan daadwerkelijk sprake is, moet nader worden onderzocht. Voor het mogelijk aanwezige buizerd- of haviksnest is geen sprake van aantasting, omdat de werkzaamheden buiten de invloedssfeer van het nest plaatsvinden. Categorie 5 Uit deze categorie kunnen nesten verwacht worden van bosuil, ekster, torenvalk, ijsvogel en verschillende soorten spechten en bepaalde zangvogels in of nabij het werkgebied. Voor bosuil moet uit nader onderzoek blijken of de nestkast daadwerkelijk door deze soort in gebruik is. En zo ja, of er in de directe omgeving goede alternatieve nestlocaties voorhanden zijn. Zijn deze er niet? Dan is met het verwijderen of ongeschikt maken van een bosuilnest sprake van overtreding van artikel 3.1 lid 2 Wnb. De te verwachten nesten van de andere soorten uit categorie 5 zijn in dit geval niet jaarrond beschermd, omdat in de directe omgeving goede alternatieve nestlocaties voorhanden zijn. Maar bewoonde nesten zijn altijd beschermd. Voor wat betreft niet jaarrond beschermde vogelnesten is geen sprake van een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wnb, zolang bewoonde nesten niet worden verstoord of vernield. In hoofdstuk 6 beschrijven wij hoe verstoring of vernieling kan worden voorkomen. 19

Overige nesten In en nabij het werkgebied kunnen ook nesten verwacht worden van vogels die niet vallen onder categorie 1 t/m 5. Nesten van deze categorie vogels zijn alleen streng beschermd, als ze daadwerkelijk in gebruik zijn. Voor wat betreft deze niet jaarrond beschermde vogelnesten is geen sprake van een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wnb, zolang bewoonde nesten niet worden verstoord of vernield. In hoofdstuk 6 beschrijven wij hoe verstoring of vernieling kan worden voorkomen.

5.1.2 Europees beschermde soorten (geen vogels) In het projectgebied zijn, behalve vogels, soorten aanwezig of kunnen soorten voorkomen die in het kader van de Wnb op Europees niveau beschermd zijn. Het gaat om bever, kamsalamander, gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, watervleermuis en gewone grootoorvleermuis. Bever Het is mogelijk dat er burchten en holen van bevers in het projectgebied aanwezig zijn. Uit nader onderzoek moet blijken of dit daadwerkelijk zo is. Zijn deze aanwezig, dan is er sprake van overtreding van artikel 3.5 lid 2 en 4 Wnb als de werkzaamheden leiden tot verstoring van bevers en aantasting van burchten of holen. Kamsalamander Het is mogelijk dat er voortplantingswateren en bijbehorende landbiotopen van kamsalamander in het projectgebied aanwezig zijn. Uit nader onderzoek moet blijken of dit inderdaad zo is. Zijn deze aanwezig, dan is er sprake van overtreding van artikel 3.5 lid 1, 2 en 4 Wnb als de werkzaamheden leiden tot het moeten wegvangen, het moeten verstoren en het aantasten van rust- en voortplantingsplaatsen. Vleermuizen Rust- en voortplantingsplaatsen in bomen Het is mogelijk dat in te verwijderen bomen rust- en voortplantingsplaatsen van ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, watervleermuis en gewone grootoorvleermuis aanwezig zijn. Uit nader onderzoek moet blijken of dit daadwerkelijk zo is.

Er is sprake van overtreding van artikel 3.5 lid 2 en 4 Wnb als blijkt dat er bomen met rust- en voortplantingsplaatsen van vleermuizen verwijderd moeten worden. Foerageergebied en vliegroute Daarnaast zijn te kappen bomen mogelijk essentieel in het kader van foerageergebieden en vliegroutes voor gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, watervleermuis en gewone grootoorvleermuis. Mits van wezenlijk belang zijn alle elementen (bomen, water, oevers) die samen het foerageergebied gestalte geven, streng beschermd. Uit nader onderzoek moet blijken of hiervan sprake is. Er kan sprake zijn van overtreding van artikel 3.5 lid 2 en 4 Wnb als blijkt dat er essentiële elementen van een foerageergebied of vliegroute verdwijnen (ook indien tijdelijk) als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen.

5.1.3 Nationaal beschermde soorten Binnen het projectgebied zijn soorten aanwezig of kunnen soorten voorkomen die in het kader van de Wnb op nationaal niveau beschermd zijn. Het gaat om ree, das, steenmarter, bunzing, wezel, hermelijn, vos, egel, konijn, huisspitsmuis, rosse woelmuis, veldmuis, bosmuis, eekhoorn, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander en grote modderkruiper.

20

Rapport: 303398

Landgoed Groensche Hoeven, Vught

Das Het staat vast dat er bewoonde dassenholen in het projectgebied aanwezig zijn op en nabij de voorgenomen werklocaties. Het is goed mogelijk dat er naast de aangetroffen dassenholen ook of nog meer dassen- en/of vossenholen aanwezig zijn. Uit nader onderzoek moet blijken of dit zo is. De voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot het moeten vangen van dassen en vossen en het ongeschikt worden van hun holen. Daarmee is sprake van overtreding van respectievelijk artikel 3.10 lid 1a en 1b Wnb. Dassen- en vossenholen worden ook ongeschikt als deze fysiek aanwezig blijven, maar door deze dieren worden verlaten vanwege verstoring. Voor vos (dus niet voor das) geldt in Noord-Brabant een provinciale vrijstelling, omdat de werkzaamheden vallen onder ruimtelijke ontwikkeling. Er moet wel zorgvuldig worden gehandeld. Steenmarter, bunzing, wezel, hermelijn, egel en muizensoorten Van steenmarter, bunzing, wezel, hermelijn, egel, huisspitsmuis, rosse woelmuis, veldmuis, bosmuis kunnen rust- en voortplantingsplaatsen onder en tussen de takken- en steenhopen aanwezig zijn. Voor steenmarter, bunzing, wezel en hermelijn moet dit nader worden onderzocht. De voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot het moeten vangen van deze soorten en het ongeschikt worden van verblijfplaatsen. Daarmee is sprake van overtreding van respectievelijk artikel 3.10 lid 1a en 1b Wnb.

Verblijfplaatsen van marterachtigen worden ook ongeschikt als deze fysiek aanwezig blijven, maar door marterachtigen worden verlaten vanwege verstoring. Voor egel, huisspitsmuis, rosse woelmuis, veldmuis en bosmuis geldt in Noord-Brabant een provinciale vrijstelling, omdat de werkzaamheden vallen onder ruimtelijke ontwikkeling. Er moet wel zorgvuldig worden gehandeld. Bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander De beschutte waterpartijen aan de (zuid-)westzijde van het projectgebied zijn mogelijk voortplantingsplaatsen voor bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander. Beschutte gebiedsdelen op het land dienen mogelijk als rustplaats. De voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot het moeten vangen van deze soorten en het ongeschikt worden van rust- en verblijfplaatsen. Daarmee is sprake van overtreding van respectievelijk artikel 3.10 lid 1a en 1b Wnb. Voor deze soorten geldt in Noord-Brabant echter een provinciale vrijstelling, omdat de werkzaamheden vallen onder ruimtelijke ontwikkeling. Er moet wel zorgvuldig worden gehandeld. Grote modderkruiper De beschutte waterpartijen aan de (zuid-)westzijde van het projectgebied zijn mogelijk voortplantingsplaatsen voor grote modderkruiper. De voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot het moeten vangen van deze soorten en het ongeschikt worden van voortplantingsplaatsen.

Daarmee is sprake van overtreding van respectievelijk artikel 3.10 lid 1a en 1b Wnb. Haas en ree Deze soorten hebben geen vaste rust- en voortplantingsplaatsen. In dat kader is dan ook geen sprake van overtreding van de verbodsbepalingen, zolang er invulling wordt gegeven aan zorgvuldig handelen. Wel geldt dat deze soorten foeragerend in het gebied aanwezig zijn. Deze soorten kunnen het gebied ’s nachts blijven gebruiken, wanneer er overdag wordt gewerkt. Er blijft voor deze soorten voldoende voedselaanbod aanwezig in en nabij het projectgebied.

21

5.2

Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Wij verwachten dat de voorgenomen ontwikkelingen geen directe invloed zullen hebben op natuurwaarden in Natura 2000-gebieden in de omgeving. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’ bevindt zich namelijk op circa 3 km afstand van het projectgebied. Factoren als toename van licht, geluid en trillingen zullen omliggende Natura 2000-gebieden vanwege deze afstand niet bereiken. Wel is er mogelijk sprake van een toename van stikstofdepositie in omliggende Natura 2000-gebieden. Op basis van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn is het voor projecten en andere handelingen verplicht om aan te tonen dat er geen significante effecten zijn door stikstofdepositie. De algemene richtlijn is als volgt: Voor ieder project of iedere handeling moet met de rekentool Aerius een berekening gemaakt worden. Dit om aan te tonen of er wel of geen meldings- of vergunningsplichtige stikstofdepositie is op omliggende Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitats. Het hangt van een aantal factoren af of er sprake kan zijn van overschrijding van de drempelwaarde. Vaak gaat het om een combinatie van de kwetsbaarheid van een gebied, de terreinomstandigheden, de ligging van het project en de overheersende windrichting. NNB Het projectgebied overlapt voor een klein deel met het NNB.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=00932994-22e2-470b-9354-c5aa21c0f66f