Bijlage - Bijlagen bij de regels
Tekst van het document
VUGHT, HELVOIRTSEWEG 227 bestemmingsplan
Vught, Helvoirtseweg 227 bestemmingsplan
Vast te stellen
Directeur Dhr. J.S.M. de Groot Adviseur Ruimtelijke Ordening Dhr. K. Oostendorp
Datum: 19 september 2024
Inhoudsopgave Bijlagen bij de regels Bijlage 1 2022 Bijlage 2 Bijlage 3
3
Beleidsnotitie Kwaliteitsverbetering van het landschap gemeente Vught Akoestisch onderzoek Landschappelijk inrichtingsplan
4 31 102
2
Bijlagen bij de regels
3
Bijlage 1 Beleidsnotitie Kwaliteitsverbetering van het landschap gemeente Vught 2022
4
BELEIDSNOTITIE KWALITEITSVERBETERING VAN HET LANDSCHAP 2022 GEMEENTE VUGHT
Afdeling Behandeld door
Datum Status
ONTWIKKELING
Beleidsnotitie ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’, gemeente Vught
Ontwikkeling Team Ruimtelijk Beleid Maart 2022 Ontwerp
0
Beleidsnotitie ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’, gemeente Vught
1.AANLEIDING Per 1 januari 2021 hebben we een nieuwe gemeente Vught. Op die datum is Helvoirt toegevoegd aan de gemeente Vught. Vanaf dat moment vormen Vught, Cromvoirt en Helvoirt tezamen de nieuwe gemeente Vught. Voor het buitengebied wil het college komen tot één bestemmingsplan voor Vught, Helvoirt en Cromvoirt, zodat alle inwoners en bedrijven in het buitengebied te maken krijgen met hetzelfde ruimtelijk beleid en algemene regels. Dat geldt ook voor de beleidsnotitie ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’. Een nieuwe notitie is opgesteld, waarin het beleid van de beide gemeenten is samengevoegd.
1
Beleidsnotitie ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’, gemeente Vught
1. INHOUD 1.AANLEIDING ............................................................................................................................. 1 3.
REGELING ‘KWALITEITSVERBETERING VAN HET LANDSCHAP’ .............. 4
4. TOEPASSINGSBEREIK .......................................................................................................... 4 5. KWALITEITSVERBETERING .............................................................................................. 5 5.1. Ruimtelijke invloed ............................................................................................................... 5 6. METHODIEK BIJ NIET-PLANMATIGE ‘CATEGORIE 3’ ONTWIKKELINGEN .................................................................................................................. 5 6.1. Categorie-indeling ................................................................................................................. 6 6.2. Concreet benoemde ontwikkelingen .................................................................................. 6 6.3. Overige ontwikkelingen ....................................................................................................... 6 6.3.1. Ontwikkelingen niet genoemd in categorie 1, 2 en 3 ............................................................... 6 6.3.2. Planmatige stedelijke ontwikkeling ............................................................................................. 6
7. REKENMETHODE .................................................................................................................. 7 7.1. Methodiek categorie 2 (landschappelijke inpassing) ....................................................... 7 7.2. Methodiek categorie 3 (berekende kwaliteitsverbetering) .............................................. 8 7.3. Methodiek planmatige stedelijke ontwikkelingen in het buitengebied .......................... 8 8. WAARDEBEPALING ............................................................................................................... 9 9. MAATREGELEN KWALITEITSVERBETERING LANDSCHAP ............................... 9 9.1. Wijze van compensatie ......................................................................................................... 9 9.1.1. Financiële bijdrage ......................................................................................................................... 9 9.1.1.1. Waar wordt het groenfonds voor ingezet? ...........................................................................10 9.1.2. Fysieke bijdrage ............................................................................................................................10 9.1.2.1. Landschappelijke inpassing .....................................................................................................11 9.1.2.2.
Natuur- en landschapselementen ...........................................................................................11 9.1.2.3. Voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik ..................................11 9.1.2.4. Cultuurhistorie en archeologie................................................................................................11 9.1.2.5. Sloop van (niet cultuurhistorisch waardevolle) gebouwen/stallen/kassen .....................11 9.1.2.6. Verkleining/opheffen van bestemmingsvlakken en/of bouwvlakken ............................12 9.1.2.7. Fysieke bijdrage aan EHS NatuurNetwerk Brabant en EVZ’s .........................................12
9.2. Welke maatregelen worden gezien als kwaliteitsverbetering ........................................ 12 9.2.1. Kosten die berekend mogen worden: ......................................................................................12 9.2.1.1. Inrichtingskosten ......................................................................................................................12 9.2.1.2. Kosten van onderhoud en beheer; ........................................................................................12 9.2.1.3 Sloop van (niet cultuurhistorisch waardevolle) gebouwen, bouwwerken, etc. ................12
9.3. Welke maatregelen worden niet gezien als kwaliteitsverbetering: ................................ 13
2
Beleidsnotitie ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’, gemeente Vught
10. VERANTWOORDING EN MONITORING ................................................................. 13 11. ZEKERSTELLING KWALITEITSVERBETERING .................................................... 13 11.1. Zekerstelling ...................................................................................................................... 13 11.2. Hardheidsclausule ............................................................................................................. 14 11.3. Geen medewerking ........................................................................................................... 14 12. BEGRIPSBEPALINGEN ....................................................................................................... 0 12.1. Bestaand stedelijk gebied ............................................................................................................... 0 12.2. (Bestemmings)plan ......................................................................................................................... 0 12.3. Landschappelijke inpassing ........................................................................................................... 0 12.4. Ruimtelijke ontwikkeling ............................................................................................................... 0 12.5.
STIKA (Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader) .................................................... 0
BIJLAGEN ........................................................................................................................................ 1 Bijlage 1: Categorie-indeling niet-planmatige ontwikkelingen uit de notitie toepassingsbereik .......................................................................................................................... 2 Bijlage 2: Specifieke voorwaarden .............................................................................................. 5 Bijlage 3. Normbedragen voor de berekende kwaliteitsverbetering van het landschap..... 6 Rekenbedragen voor het bepalen van de investering bij categorie 3 ............................................... 6 Rekenvoorbeeld categorie 3 (vervallen) ................................................................................................ 9
3
Beleidsnotitie ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’, gemeente Vught
3. REGELING ‘KWALITEITSVERBETERING VAN HET LANDSCHAP’ De provincie Noord-Brabant heeft in haar ‘Structuurvisie ruimtelijke ordening’ en in de ‘Verordening Ruimte Noord-Brabant 2012’ het principe van ‘kwaliteitsverbetering van het landschap’ geïntroduceerd. In de Verordening Ruimte is verplicht gesteld dat ruimtelijke ontwikkelingen in het niet stedelijk gebied bij moeten dragen aan verbetering van de kwaliteit van het landschap en ecologie. Met de kwaliteitsverbetering van het landschap moet bij de opstelling van (bestemmings)plannen rekening worden gehouden. De regels zijn van toepassing op ontwikkelingen in het buitengebied die in strijd zijn met het geldende bestemmingsplan, maar waaraan vanuit ruimtelijke overwegingen toch medewerking kan worden verleend. De verplichting is niet van toepassing op de gevallen genoemd in bijlage II van het Besluit Omgevingsrecht (BOR). De verordening schrijft niet voor hoe en in welke mate ontwikkelingen aan de kwaliteit van het landschap moeten bijdragen. In het Regionaal Ruimtelijk Overleg regio Noordoost (RRO) zijn de uitgangspunten, die in de praktijk gehanteerd dienen te worden voor de kwaliteitsverbetering, vastgelegd in de notitie Toepassingsbereik. Deze notitie vormt het basisdocument voor het afsprakenkader van de provincie met de gemeenten in de regio Noordoost.
In het RRO van januari 2013 is een afsprakenkader over de toepassing en uitwerking van kwaliteitsverbetering van het landschap vastgesteld. Dit afsprakenkader is in 2014 - 2015 geëvalueerd en bijgesteld. Het bijgestelde afsprakenkader is vastgesteld in het RRO van 2 december 2015. Ook heeft een actualisatie van de Verordening Ruimte Noord-Brabant 2012 plaatsgevonden. Deze verordening is vervangen door de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (vastgesteld op 25 oktober 2019, geconsolideerd 8 december 2020). Om een algemene werkwijze voor het bepalen van de bijdrage aan de kwaliteitsverbetering in het landschap vast te leggen, is deze beleidsnotitie opgesteld. Op deze manier wordt vooraf duidelijkheid geboden aan initiatiefnemers over welke bijdrage wordt verwacht.
4.TOEPASSINGSBEREIK De notitie Toepassingsbereik vormt het basisdocument voor het afsprakenkader van de provincie met de gemeenten in de regio Noordoost. Deze notitie bevat de categorieindeling voor de niet-planmatige ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied en de bijbehorende tegenprestatie. Voor planmatige ontwikkelingen in het buitengebied is artikel 3.9. van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant altijd van toepassing. Deze notitie geeft de minimale inspanning aan die regionaal is afgesproken. Gemeenten hebben alle vrijheid om meer kwaliteitsverbetering te verlangen als ze dat op basis van beleids- of gebiedsambities nodig vinden. Het afsprakenkader is nadrukkelijk geen ruimtelijk afwegingskader. Gemeenten moeten zelf beoordelen of een ontwikkeling ruimtelijk gewenst is. Vervolgens kan aan de hand van het afsprakenkader beoordeeld worden waaraan de kwaliteitsverbetering minimaal moet voldoen.
4
Beleidsnotitie ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’, gemeente Vught
Afspraak toepassingsbereik: 1. de notitie Toepassingsbereik en met name de verdeling van ruimtelijke ontwikkelingen over de verschillende categorieën is de basis voor het afsprakenkader over toepassingsbereik. 2. bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen is kwaliteitsverbetering altijd van toepassing; 3. bij niet-planmatige ontwikkelingen: tegenprestatie gerelateerd aan invloed: - cat. 1 geen invloed: geen tegenprestatie - cat. 2 beperkte invloed: landschappelijke inpassing - cat. 3 grote invloed: landschappelijke inpassing én berekende kwaliteitsverbetering van het landschap
5. KWALITEITSVERBETERING 5.1. Ruimtelijke invloed Het besluit om medewerking te verlenen aan ruimtelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied is afhankelijk van het ruimtelijk beleid van de gemeente. Dit beleid is opgenomen in: de gebiedsvisie Buitengebied (vastgesteld op 20 september 2012); de Structuurvisie Vught (vastgesteld op 19 december 2013) en de structuurvisie Haaren (vastgesteld 20 januari 2015). De gebiedsvisie Buitengebied is als bijlage opgenomen bij de Structuurvisie Vught. Tevens dient een ruimtelijke ontwikkeling te voldoen aan de regels van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Ruimtelijke ontwikkelingen zullen in de eerste plaats aan dit beleid worden getoetst, voordat wordt toegekomen aan het bepalen van de bijdrage in de kwaliteit van het landschap. Indien ontwikkelingen wel passen in het beleid en ook planologisch inpasbaar blijken, is deze notitie het handvat om inhoud te geven aan de bevraagde investering in de kwaliteit van het landschap, zoals bepaald in artikel 3.9 van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.
6. METHODIEK BIJ NIET-PLANMATIGE ‘CATEGORIE 3’ ONTWIKKELINGEN Binnen de regio is geen unaniem beeld over de toepassing van de landschappelijke tegenprestatie die geleverd moet worden. Er wordt ingezet op keuzevrijheid voor de afzonderlijke gemeenten. Afspraak kwaliteitsverbetering: 1. Bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen: storting in een groenfonds of een bijdrage in natura in een landschapsversterkend project. 2. Bij niet-planmatige ontwikkelingen zijn gemeenten zelf verantwoordelijk voor de toepassing: in natura (op of nabij de projectlocatie), financiële bijdrage in een groenfonds of een combinatie van beide.
5
Beleidsnotitie ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’, gemeente Vught
3. Bij kwaliteitsverbetering in natura (op of nabij de projectlocatie) bevat het ruimtelijk plan de verantwoording van de kwaliteitsverbetering. 4. De regio kiest niet voor een (sub)regionaal landschapsfonds. Indien gemeenten een grensoverschrijdend landschapsproject willen realiseren, weten zij elkaar te vinden.
6.1. Categorie-indeling Rekening houdend met de invloed die ruimtelijke ontwikkelingen hebben op de omgeving worden die in categorieën onderscheiden. Afhankelijk van de invloed wordt bepaald of artikel 3.9 van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant 2020 van toepassing is. Categorie 1: Ruimtelijke ontwikkelingen met nauwelijks tot geen landschappelijke invloed en waarbij geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap is vereist (geen landschappelijke inpassing en geen kwaliteitsverbetering vereist). Categorie 2: Ruimtelijke ontwikkelingen waarop de regels inzake kwaliteitsverbetering van toepassing zijn, maar waarbij het gaat om ontwikkelingen die een (zeer) beperkte invloed op het landschap hebben (alleen een goede landschappelijke inpassing vereist). Categorie 3: Ruimtelijke ontwikkelingen waarop de regels inzake kwaliteitsverbetering van toepassing zijn en waarbij sprake is van een substantiële invloed op het landschap (zowel landschappelijke inpassing als ruimtelijke kwaliteitsverbetering vereist).
6.2. Concreet benoemde ontwikkelingen Een overzicht van de diverse categorieën is opgenomen in Bijlage 1 welke deel uitmaakt van deze beleidsnotitie.
6.3. Overige ontwikkelingen 6.3.1. Ontwikkelingen niet genoemd in categorie 1, 2 en 3 Niet elke ontwikkeling is bij voorbaat te vangen in een van de onder punt 6.2. benoemde categorieën. Initiatieven kunnen daarvoor te complex zijn en/of hebben door bijzondere omstandigheden minder financieel draagvlak dan de voor categorie 3 gehanteerde normen of dragen op geheel andere wijze bij aan de kwaliteit van het landschap. Dat maakt het noodzakelijk om vrijheid te houden teneinde maatwerk te kunnen leveren. In elk geval zal dit zijn bij initiatieven, die niet zijn vermeld in categorie 1, 2 en 3. Alleen in die gevallen waar substantiële kwaliteitswinst is te behalen, bijvoorbeeld doordat andere (legale) bebouwing wordt gesloopt, kan medewerking worden overwogen. Als deze initiatieven zich voordoen, zal een passende invulling worden gegeven aan de beleidsnotitie. 6.3.2. Planmatige stedelijke ontwikkeling Naast ontwikkelingen in het buitengebied vinden er ook ontwikkelingen plaats in het stedelijk gebied: de planmatige stedelijke ontwikkelingen. Onder planmatige stedelijke
6
Beleidsnotitie ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’, gemeente Vught
ontwikkelingen worden verstaan: woongebieden, sportterreinen, bedrijventerreinen en infrastructuur. Voor het stedelijk gebied geldt voor ontwikkelingen dat er een bijdrage geleverd moet worden op basis van de uitvoeringsparagraaf van de Structuurvisies Vught en Haaren.
7. REKENMETHODE 7.1. Methodiek categorie 2 (landschappelijke inpassing) Bij categorie 2 en 3 is landschappelijke inpassing noodzakelijk. Landschappelijke inpassing vereist maatwerk. Landschappelijke inpassing betekent een zodanige vormgeving en inpassing, dat deze optimaal is afgestemd op bestaande dan wel nog te ontwikkelen ruimtelijke, natuurlijke en cultuurhistorische landschapskwaliteiten. Het doel is kwaliteitsverbetering van het landschap: een mooier Brabant. Aan deze vorm van kwaliteitsverbetering worden kwalitatieve eisen gesteld:
De landschappelijke inpassing moet op en/of aansluitend aan het bouwvlak of bestemmingsvlak worden gerealiseerd alsmede positief bijdragen aan en passen binnen de bestaande landschaps- en natuurwaarden als genoemd in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Vught 2020’;
De landschappelijke inpassing van het bestemmings- c.q. bouwvlak wordt gerealiseerd op basis van een landschapsplan. Dit plan bestaat uit een inrichtingstekening en een specificatie van de te nemen maatregelen of een lijst met beplanting. Voorbeelden zijn opgenomen in de tabel in Bijlage 3. Daardoor is het duidelijk op welke wijze aan de landschappelijke inpassing vorm wordt gegeven. Indien beplanting onderdeel uitmaakt van het plan worden uitsluitend inheemse soorten (zie STIKA) gebruikt. Het plan moet opgesteld worden door een gekwalificeerd adviesbureau;
In het landschapsplan moeten eveneens het onderhoud en beheer zijn opgenomen van de landschappelijke inpassing;
Indien op het perceel al groenstructuren of landschapselementen bestaan, welke planologisch niet zijn verankerd en die aan de criteria van kwaliteitsverbetering voldoen, mogen deze mede in aanmerking worden, genomen, indien deze groenstructuren of landschapselementen worden verbeterd en/of versterkt;
De landschappelijke inpassing wordt in de regels van het bestemmingsplan als voorwaardelijke verplichting vastgelegd;
Indien niet aan landschappelijke inpassing kan worden voldaan, dan is een bijdrage in het groenfonds verschuldigd. De hoogte van de bijdrage wordt berekend volgens de systematiek voor een ‘categorie 3-ontwikkeling’.
Bij landschappelijke inpassing kan ook gekozen worden voor clustering. Meerdere met een bouwvlak aan elkaar grenzende woningen of bedrijven werken een gezamenlijk landschappelijk inpassingsplan uit. De berekening van de omvang van de landschappelijke
7
Beleidsnotitie ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’, gemeente Vught
inpassing blijft identiek aan de wijze waarop dit voor één bouwvlak wordt gehanteerd. Daar waar woningen of bedrijven met een bouwvlak aan elkaar grenzen, hoeft het aan elkaar grenzende gedeelte niet ingepast te worden. Indien één of meerdere woningen of bedrijven die de landschappelijke inpassing clusteren een ontwikkeling hebben die behoort tot categorie 3 van deze notitie, dan worden aanvullende individuele afspraken gemaakt met deze initiatiefnemers over extra kwaliteitsverbetering bovenop de landschappelijke inpassing.
7.2. Methodiek categorie 3 (berekende kwaliteitsverbetering) Bij ontwikkelingen die vallen in categorie 3 is landschappelijke inpassing én een investering ten behoeve van de kwaliteitsverbetering van het landschap noodzakelijk. Om objectief te kunnen bepalen welke investering gedaan moet worden, wordt voor deze kwaliteitsverbetering een berekening gemaakt. Daarvoor is de methodiek gekozen waarbij gewerkt wordt met gestandaardiseerde normbedragen (forfaitaire bedragen) per ruimtelijke ontwikkeling. Hierbij wordt eerst de onroerend goed waarde berekend van de bestaande situatie. Daarna wordt die waarde berekend voor de gewijzigde situatie. Vervolgens wordt op basis van een percentage de investering in euro’s in de kwaliteit van het landschap bepaald. Dit percentage bedraagt 20% van de waardevermeerdering. Deze methodiek is transparant en duidelijk uitlegbaar en op de lokale situatie toegesneden. Indien de investering niet kan worden gedaan op of direct aansluitend aan het bouwvlak of bestemmingsvlak, wordt het investeringsbedrag in het groenfonds gestort. De regio vindt het belangrijk dat er ruimte is voor lokaal maatwerk. Uitgangspunt is een methodiek die uitgaat van een forfaitair bedrag op basis van waardevermeerdering (bestemmingswinst). Afspraak methodiek voor bepaling kwaliteitsverbetering bij ‘categorie 3’ ontwikkelingen:
berekening van een vorm van forfaitair bedrag gebaseerd op een percentage van de waardeverandering (bestemmingswinst). Dit berekende forfaitair bedrag bepaalt de omvang van de te leveren prestatie; gedifferentieerd systeem van functies, inspanningen en (grond)waarden; een minimale basisinspanning voor de kwaliteitsverbetering, gemeenten kunnen een hogere inspanning vragen; duidelijkheid aan initiatiefnemers bij start planontwikkeling.
7.3. Methodiek planmatige stedelijke ontwikkelingen in het buitengebied Ten aanzien van de investering in de kwaliteitsverbetering van het landschap is er een verschil in de wijze waarop voor planmatige stedelijke ontwikkelingen en niet stedelijke ontwikkelingen een bijdrage wordt bepaald. Bij planmatige stedelijke ontwikkelingen zoals bedrijventerreinen en woongebieden of bij de aanleg van herinrichting van infrastructuur is maatwerk vereist, waarbij de kwaliteitsverbetering integraal onderdeel is van de gebiedsontwikkeling. Bij overige (planmatige) ontwikkelingen zoals windturbines,
8
Beleidsnotitie ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’, gemeente Vught
reclamemasten en zendmasten voor telecommunicatie is ook sprake van een maatwerk aanpak.
8. WAARDEBEPALING Bij de berekening van de kwaliteitsverbetering wordt gebruik gemaakt van forfaitaire en vaste bedragen. Dit houdt in, dat op basis van vooraf vastgestelde eenheidsbedragen de waarde van de bestemming(sfunctie) wordt bepaald en niet op basis van een specifieke waardebepaling per project. Kortom er wordt gewerkt met eenheidsprijzen voor bijvoorbeeld landbouwgrond, wonen, etc. Op het moment dat door omzetting van de functie onroerend goed meer waard wordt, treedt deze methode in werking. De meerwaarde die gekregen wordt, moet voor 20% geïnvesteerd worden in de kwaliteitsverbetering. Sloop van gebouwen en bouwwerken (stallen, kassen, mest- en voedersilo’s e.d. ) en het verwijderen van containervelden en verharding kunnen in mindering worden gebracht. De forfaitaire en vaste bedragen zijn tot stand gekomen op basis van een vergelijking van de bedragen in de regio. Voor het overige is een inschatting gemaakt op basis van eerder uitgewerkte plannen waarbij een berekening is gemaakt voor de kwaliteitsverbetering van het landschap. Per bestemming(sfunctie) worden de forfaitaire en vaste bedragen gehanteerd, zoals opgenomen in bijlage 3.
9. MAATREGELEN KWALITEITSVERBETERING LANDSCHAP 9.1. Wijze van compensatie Nadat is bepaald welk bedrag in de kwaliteitsverbetering van het landschap moet worden geïnvesteerd, is de vraag waarin moet worden geïnvesteerd. De kwaliteitsverbetering van het landschap kan op twee manieren plaatsvinden, namelijk door: 1.
storting van de 20% van de waardevermeerdering in het groenfonds;
2.
fysieke bijdrage binnen het plangebied en/of de directe projectomgeving, waarbij de waarde overeenkomt met 20% van de waardevermeerdering;
De investering kan ook plaatsvinden door een combinatie van deze twee opties. Voor welke manier gekozen wordt om te compenseren, wordt bepaald door de gemeente in overleg met de initiatiefnemer. 9.1.1. Financiële bijdrage Het kan zijn dat de initiatiefnemer niet over eigendommen beschikt om de tegenprestatie uit te voeren. Dan bestaat de mogelijkheid de gemeente te verzoeken om deze verplichting over te nemen. Het gaat dan uiteindelijk om verevening van de waardevermeerdering van de ontwikkeling en de te leveren tegenprestatie (het wegstrepen tegen elkaar). Het bedrag
9
Beleidsnotitie ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’, gemeente Vught
dat nodig is voor de tegenprestatie wordt gestort in het groenfonds ten behoeve van een natuur- of landschapsproject binnen de gemeente. Uitvoering geschiedt door de gemeente. Voor de projecten, die betrekking hebben op het bouwen en/of gebruiken van gebouwen (niet zijnde woningen) voor niet agrarische activiteiten, dient (een gedeelte van) de berekende investering betrekking te hebben op het slopen van voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. Dit kan ook spelen bij planmatige ontwikkelingen, zoals bedoeld in paragraaf 3.3. waarbij de tegenprestatie van een dermate omvang is dat deze niet binnen het plangebied of directe omgeving uitgevoerd kan worden. Hierbij zijn de volgende voorwaarden van toepassing: de bijdrage wordt vastgelegd in een privaatrechtelijke overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer;
de bijdrage wordt gestort voordat het ontwerp bestemmingsplan ter inzage wordt gelegd.
9.1.1.1. Waar wordt het groenfonds voor ingezet? Het groenfonds is een financiële reserve die bedoeld is om groen gerelateerde projecten te financieren. Het groenfonds wordt ingezet om extra kwaliteiten in het binnen de gemeente gelegen (openbare) groen te realiseren. In het kader van de kwaliteitsverbetering van het landschap heeft het groenfonds de functie als landschapsfonds. In de Nota Groen (vastgesteld door de gemeenteraad op 4 februari 2016) zijn voorbeelden gegeven waaraan de middelen uit het groenfonds kunnen worden besteed. 9.1.2. Fysieke bijdrage In de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant is bepaald, dat de kwaliteitsverbetering moet resulteren in fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving. Onder een fysieke bijdrage worden de volgende mogelijkheden verstaan: 1. landschappelijke inpassing van bouw- en/of bestemmingsvlakken; 2. aanleg of herstel van natuur- en landschapselementen ter versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; 3. aanleg voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik; 4. fysieke inrichtingsmaatregelen gericht op behoud en herstel van cultuurhistorie en archeologie; 5.
sloop van (niet cultuurhistorisch waardevolle) gebouwen en bouwwerken en verwijderen verharding en andere niet langer functionerende voorzieningen;
10
Beleidsnotitie ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’, gemeente Vught
6. verkleinen/opheffen van bestemmingsvlakken/bouwvlakken; 7. fysieke bijdrage aan de realisering van de Ecologische hoofdstructuur (EHS) en ecologische verbindingszones (EVZ’s). Deze lijst is niet limitatief. Andere vormen van kwaliteitsverbetering zijn mogelijk, wanneer er sprake is van verbetering van de landschappelijke kwaliteiten. De mogelijkheden van fysieke kwaliteitsverbetering worden hieronder nader uitgewerkt. 9.1.2.1. Landschappelijke inpassing Voor de beschrijving van de landschappelijke inpassing wordt verwezen naar punt 7.1. 9.1.2.2. Natuur- en landschapselementen Met betrekking tot een investering in de aanleg van natuur- en landschapselementen kan gebruik worden gemaakt van het Stimuleringskader Groen-Blauwe diensten (STIKA). Het plan voor STIKA bevat een beschrijving van de aanwezige landschapstypen. Deze landschapstypen sluiten aan op diverse vormen van natuur- en landschapselementen (zoals elzensingels, bloemrijke (akker) randen, (kikker)poelen, hakhoutwallen etc.). Afhankelijk van de locatie waar de investering in het landschap zal worden aangebracht, kan mede aan de hand van STIKA bepaald worden welke ingreep gewenst is en wat de bijbehorende kosten zijn. Het is aan de initiatiefnemer om zorg te dragen voor financiering en realisatie van de gestelde oppervlakten en kwaliteiten.
Indien de initiatiefnemer de aanleg goedkoper kan realiseren/uitvoeren dan de richtbedragen in STIKA, is dit ten voordele van de initiatiefnemer. 9.1.2.3. Voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik Ook een investering in de aanleg van voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik wordt als onderdeel van kwaliteitsverbetering van het landschap gezien. Onder dergelijke voorzieningen kunnen worden verstaan: openbaar te gebruiken bankjes, maatregelen genoemd in de STIKA-regeling en bebording. 9.1.2.4. Cultuurhistorie en archeologie Het is ook mogelijk om te investeren in cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, elementen of terreinen. Voorbeelden zijn herstel en restauratie van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, zoals veldschuren, bakhuizen, putten etc), bestaande drinkpoelen, wegkruizen, groenelementen. Gedeeltelijk kan de systematiek van STIKA hiervoor gebruikt worden. Voor de investering in cultuurhistorisch waardevolle gebouwen vormen de specifieke restauratiekosten (onder aftrek van subsidies) een aanknopingspunt. 9.1.2.5. Sloop van (niet cultuurhistorisch waardevolle) gebouwen/stallen/kassen Het verwijderen van overbodige, landschap verstorende bebouwing in het buitengebied vormt een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van het landelijke gebied.
11
Beleidsnotitie ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’, gemeente Vught
9.1.2.6. Verkleining/opheffen van bestemmingsvlakken en/of bouwvlakken Bij het omzetten van een agrarisch bouwvlak met bedrijfswoning naar een (burger)woonbestemming ontstaat enerzijds waardevermeerdering voor het deel dat de woonbestemming krijgt. Aan de andere kant zal deze woonkavel veelal aanzienlijk kleiner worden dan de omvang van het oorspronkelijke agrarische bouwblok, waarop de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing is gesaneerd. Deze wijze van voldoen aan kwaliteitsverbetering kan ook toegepast worden bij andere verkleiningen of het opheffen van bestemmingsvlakken waarbij duidelijke sprake is van het terugdringen van gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden ten opzichte van de vigerende bestemmingsregeling en daarmee van waardeverlies. 9.1.2.7. Fysieke bijdrage aan EHS NatuurNetwerk Brabant en EVZ’s De kwaliteitsverbetering kan betrekking hebben op het realiseren van delen van het NatuurNetwerk Brabant (NNB) en van ecologische verbindingszones (evz). Hierbij wordt veelal agrarische cultuurgrond omgezet in een natuur- of bos. Er zijn voldoende praktijkgegevens bekend om de kosten gemoeid met aanleg en onderhoud van allerlei natuurdoeltypen te kunnen bepalen. Naast de kosten gemoeid met aanleg en de eerste jaren van onderhoud kan ook de waardevermindering van de grond (omzetten van agrarisch naar natuur) bij de investering in kwaliteitsverbetering betrokken worden.
9.2. Welke maatregelen worden gezien als kwaliteitsverbetering 9.2.1. Kosten die berekend mogen worden: 9.2.1.1. Inrichtingskosten Inrichtingskosten ten behoeve van de kwaliteitsverbetering, zoals arbeid, machines en materialen worden/zijn gebaseerd op een normbedrag van STIKA; 9.2.1.2. Kosten van onderhoud en beheer; Binnen het bouwvlak mogen onderhoudskosten twee jaar worden meegerekend en buiten het bouwvlak zes jaar. De termijn van zes jaar buiten het bouwvlak is gebaseerd op de verrekenbare kosten bij de STIKA regeling. De termijn van twee jaar binnen het bouwvlak is gebaseerd op het feit dat het binnen twee jaar mogelijk moet zijn om nazorg te bieden voor de beplanting. Dit laatste is in de STIKA normering opgenomen. Voorstel is om ook de onderhoudsnormering van de STIKA te hanteren zodat er duidelijke afspraken zijn en om discussie met initiatiefnemers te voorkomen. 9.2.1.3 Sloop van (niet cultuurhistorisch waardevolle) gebouwen, bouwwerken, etc. Het verwijderen van overbodige, landschap verstorende gebouwen, bouwwerken, verhardingen en andere niet langer functionele voorzieningen in het buitengebied vormt een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van het landelijke gebied.
12
Beleidsnotitie ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’, gemeente Vught
9.3. Welke maatregelen worden niet gezien als kwaliteitsverbetering: Vormen van kwaliteitsverbetering, welke geen landschappelijke winst opleveren zijn niet toegestaan, zoals: investeringen in duurzaamheid en dierenwelzijn; milieumaatregelen in de vorm van (asbest)sanering; afschrijven van de economische boekwaarde; inkomsten- en/of opbrengstenderving; wadi/poelen binnen of buiten bouwblok indien deze worden aangelegd vanuit de waterverplichting; fietspaden; tuin en erf rondom het woonhuis en opstallen horende bij het woonhuis.
10.VERANTWOORDING EN MONITORING In de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant is opgenomen dat van de kwaliteitsverbetering die is verzekerd via een financiële bijdrage in een groenfonds, regelmatig verslag moet worden gedaan. Voor de kwaliteitsverbetering via een bestemmingsplan zijn geen nadere vereisten voor de verantwoording opgenomen. Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de uitvoering en handhaving van de kwaliteitsverbetering. Afspraak verantwoording en monitoring: 1. regelmatig wordt in het kader van de Monitor Verordening ruimte verslag gedaan van de financiële bijdrage aan en besteding van het landschapsfonds voor kwaliteitsverbetering van het landschap; 2. gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de uitvoering en de handhaving van de kwaliteitsverbetering; 3. initiatieven om kennis en kunde over kwaliteitsverbetering te delen, worden in principe door regio /provincie ondersteund.
11. ZEKERSTELLING KWALITEITSVERBETERING 11.1. Zekerstelling In het bestemmingsplan wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de aanleg van de landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering. De te realiseren landschappelijke verplichtingen worden middels een privaatrechtelijke overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer vastgelegd. Daarbij wordt aangegeven/opgenomen, dat er ook een instandhoudingsverplichting geldt voor het aan te leggen groen. Na realisatie van de tegenprestatie zal een inmeting plaatsvinden. Indien de aanleg niet is uitgevoerd volgens de gemaakte afspraken, volgt een handhavingstraject. De aangebrachte landschapselementen of groenstructuren ten behoeve van de compensatie voor een ontwikkeling in categorie 3 buiten het bouwvlak of bestemmingsvlak als zodanig bestemd worden in het bestemmingsplan.
13
Beleidsnotitie ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’, gemeente Vught
De gemeente hanteert dezelfde indeling van de categorieën (bijlage I) als in de regio Noordoost-Brabant is afgesproken. Op het moment dat de provincie Noord-Brabant de categorie indeling verandert, neemt de gemeente deze wijziging over.
11.2. Hardheidsclausule Niet elke ontwikkeling is bij voorbaat te vangen in een van de genoemde categorieën. Op basis van een gemotiveerd verzoek zal voor ontbrekende onderdelen per afzonderlijk geval een reële inschatting van de aanleg- en beheerkosten worden gemaakt. Daarnaast kan in alle gevallen afgeweken worden van de normbedragen, mits de afwijking voldoende onderbouwd is.
11.3. Geen medewerking Indien er geen overeenstemming kan worden bereikt over de vereiste landschappelijke inpassing of kwaliteitsverbetering zal door de gemeente geen ruimtelijke procedure opgestart worden. Dit omdat de gemeente verplicht is te voldoen aan de Verordening Ruimte Noord-Brabant en de daarin opgenomen regels ten aanzien van de kwaliteitsverbetering van het landschap.
14
Beleidsnotitie ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’, gemeente Vught
12. BEGRIPSBEPALINGEN 12.1. Bestaand stedelijk gebied Gebied dat het bestaande ruimtebeslag van een kern bevat ten behoeve van een samenhangende ruimtelijke structuur van stedelijke functies. 12.2. (Bestemmings)plan Onder een (bestemmings)plan wordt verstaan: bestemmingsplan, herziening van een bestemmingsplan, uitwerkingsplan of wijzigingsplan. Tevens wordt hiermee bedoeld een aanvraag om omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). 12.3. Landschappelijke inpassing Het inpassen van een gebouw, of een gebruik in het landschap, op perceel-, of op clusterniveau, waarbij afstemming plaatsvindt op de structuur van het landschap door middel van de architectuur en/of sloop, of situering van de gebouwen en/of de aanplant van gebiedseigen beplanting, dan wel de aanleg van andere landschappelijke elementen, zoals waterpartijen, of grondwallen. 12.4. Ruimtelijke ontwikkeling De Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant definieert het begrip ruimtelijke ontwikkeling als bouwactiviteiten en planologische gebruiksactiviteiten waarvoor een wijziging of afwijking van het planologisch regime nodig is; 12.5. STIKA (Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader) De gemeenten, waterschappen en de Provincie willen het Brabantse landschap behouden en verbeteren.
Daarom belonen zij agrariërs en andere particuliere grondgebruikers die zich actief in willen zetten voor de kwaliteit van natuur en landschap in het agrarische cultuurlandschap. De provincie is ‘eigenaar’ van de regeling en verdubbelt iedere euro die een gemeente of waterschap beschikbaar stelt.
0
Beleidsnotitie ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’, gemeente Vught
BIJLAGEN
1
Beleidsnotitie ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’, gemeente Vught
Bijlage 1: Categorie-indeling niet-planmatige ontwikkelingen uit de notitie toepassingsbereik Categorie 1; geen inpassing of tegenprestatie Tot deze categorie behoren in ieder geval de volgende concreet benoemde ontwikkelingen:
vergroten inhoud van een burgerwoning tot 750 m3; vergroten inhoud van een bedrijfswoning tot 750 m3; vergroten aantal m2 bijgebouwen bij een woning tot 100 m2 in totaal; realisatie Ruimte voor ruimte woning(en); (landschappelijke inpassing is al vereist vanuit de Ruimte voor Ruimte Regeling 2006); ontwikkeling ter realisatie van NNB compensatie; wijzigen bestemming naar Bos/Natuur en treffen bestemmingsregeling/aanleg voorzieningen die een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden tot gevolg hebben; vestiging van of splitsing in meerdere wooneenheden in monumentale/ karakteristieke/cultuurhistorisch waardevolle bebouwing; uitbreiding bestemmingsvlak wonen tot 1500 m2; herbouw woning binnen geldend bestemmingsvlak; wijziging bestemming agrarisch bedrijf (inclusief agrarisch verwant en agrarisch-technisch hulpbedrijf) of niet-agrarisch bedrijf met een omvang van minimaal 1 ha, in bestemming wonen mits het bestemmingsvlak wordt verkleind tot maximaal 1500m2, overtollige voormalige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en maximaal 200m2 aan bijgebouwen/ voormalige bedrijfsbebouwing resteert; bed & breakfast en kleinschalige recreatieve nevenactiviteiten in/bij (bedrijfs)woning binnen vigerende bouwregeling (oppervlakte bijgebouwen) en binnen geldend bestemmingsvlak
wonen of niet-agrarisch bedrijf tot een maximum van 200 m2; nevenactiviteiten en verbrede landbouwactiviteiten bij een agrarisch bedrijf binnen bestaande bebouwingsmogelijkheden tot een maximum van 200 m2; aan huis gebonden beroep/bedrijf in/bij woning binnen geldende bouwregeling (oppervlakte bijgebouwen); ontheffing mantelzorg in/bij woning binnen geldende bouwregeling (oppervlakte bijgebouwen); ontheffing tijdelijke huisvesting seizoenarbeiders binnen geldende, bestaande bebouwing (dit mag niet leiden tot het ontstaan van een zelfstandige woonruimte); huisvesting reclasseringsjongeren op (agrarisch) bedrijf binnen geldende, bestaande bebouwing; toestaan tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen; verkoop van op het eigen (agrarisch) bedrijf vervaardigde producten (inclusief de verkoop van streekeigen producten) tot een maximum van 200 m2 binnen geldende bouwregeling; omzetten van vrijkomende agrarische bedrijfswoning naar plattelandswoning; bouw van ooievaarsnesten; toestaan Bosman-molens tot 5 m.
2
Beleidsnotitie ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’, gemeente Vught
Voor het overige behoren tot deze categorie:
ontwikkelingen onder toepassing van de directe bouwmogelijkheden/bouwregels en gebruiksregels van een geldend bestemmingsplan; binnenplanse 10%-afwijking: kleine afwijkingen ten behoeve van hoogte en situering.
Tenzij de ontwikkeling concreet benoemd wordt in een andere categorie. In het voormalige provinciale ruimtelijke beleid (Streekplan, Paraplunota ruimtelijke ordening) waren de hiervoor genoemde oppervlakte- en inhoudsmaten opgenomen als gangbare bovenmaten tot waar gemeenten de mogelijkheid kregen deze ruimtelijke ontwikkelingen te faciliteren. Het zou niet juist zijn voor deze mogelijkheden nu opeens een extra inspanning te eisen. Categorie 2; landschappelijke inpassing Tot deze categorie behoren in ieder geval de volgende concreet benoemde ontwikkelingen:
minicampings met kleinschalige kampeergelegenheden tot een maximum van 25 mobiele kampeermiddelen; bed & breakfast en kleinschalige recreatieve nevenactiviteiten in/bij (bedrijfs)woning binnen vigerende bouwregeling (oppervlakte bijgebouwen) en binnen geldend bestemmingsvlak wonen of niet agrarisch bedrijf vanaf een oppervlakte van 200 m2; nevenactiviteiten en verbrede landbouwactiviteiten bij een agrarisch bedrijf binnen bestaande bebouwingsmogelijkheden vanaf 200 m2; vormverandering van een agrarisch bouwvlak of een bestemmingsvlak; paardenbakken aansluitend aan het bouwvlak; omschakeling van agrarische bedrijfsvoering (grondgebonden, intensief, overig nietgrondgebonden) zonder vergroting van het bouwvlak; voor zover de locatie is gelegen in het gemengd landelijk gebied, als bedoeld in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant: vergroten agrarisch bouwvlak tot 1,5 ha, of vergroting met differentiatievlak van maximaal 0,5 ha specifiek ten behoeve van opslag van ruwvoer; voor zover de locatie is gelegen in de groenblauwe mantel, als bedoeld in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant: vergroten agrarisch bouwvlak tot 1 ha, of vergroting met differentiatievlak van maximaal 0,5 ha specifiek ten behoeve van opslag van ruwvoer; wijziging bestemming agrarisch bedrijf (inclusief agrarisch verwant en agrarisch-technisch hulpbedrijf) of niet-agrarisch bedrijf in bestemming
wonen of wonen met VAB aanduiding, mits het bestemmingsvlak wordt verkleind tot maximaal 5000m2, overtollige voormalige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en maximaal 500m2 voormalige bedrijfsbebouwing resteert.
Bovenstaande opsomming is niet limitatief. Mits voorzien van een goede onderbouwing hiervan, kunnen ook andere ontwikkelingen tot deze categorie worden beschouwd. Voor het overige behoren tot deze categorie alle ontwikkelingen welke mogelijk worden gemaakt via de (binnenplanse) afwijkingsbevoegdheid, tenzij de ontwikkeling concreet benoemd wordt in een andere categorie. Tevens kan in het bestemmingsplan bepaald worden dat een specifieke afwijking wel als categorie 3 behandeld moet worden.
3
Beleidsnotitie ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’, gemeente Vught
Notitie mbt woningen via 3.78 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Het realiseren van een woning op basis van artikel 3.78 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant, kwaliteitsverbetering in bebouwingsconcentraties binnen verstedelijking afweegbaar, is slechts toegestaan bij een kwaliteitsverbetering die gelijkwaardig is aan de aanschaf van een ruimte-voor-ruimte titel. De benodigde kwaliteitsverbetering kan op basis van de Verordening ruimte niet worden gebaseerd op een berekening van 20% van de bestemmingswinst. Categorie 3; berekende kwaliteitsverbetering van het landschap Tot deze categorie behoren alle ruimtelijke ontwikkelingen die niet onder categorie 1 of categorie 2 vallen; dit betreft onder andere de volgende ontwikkelingen:
omschakeling zonder vergroting van het bouwvlak, van agrarisch bouwvlak of Wonenvab naar Bedrijf, Recreatie, Agrarisch gerelateerd etc; uitbreiding bestemmingsvlak Bedrijf, Wonen (>1500 m2), Horeca, Recreatie etc.; vergroten aantal m2 bebouwing binnen Bedrijf, Recreatie, Horeca etc.; vergroten inhoud van een (agrarische) Bedrijfswoning boven 750 m3; vergroten inhoud van een burgerwoning boven 750m3; omschakelen van een niet agrarische bestemming met bouwvlak naar agrarisch grondgebonden of niet-grondgebonden met bouwvlak; vergroten aantal m2 bijgebouwen bij een woning groter dan 100 m2; nieuwbouw (eerste) bedrijfswoning.
Voor het overige behoren tot deze categorie alle ontwikkelingen welke mogelijk worden gemaakt via een wijzigingsplan of een bestemmingsplanherziening, tenzij de ontwikkeling concreet benoemd wordt in een andere categorie. Notitie mbt woningen via 3.78 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Het realiseren van een woning op basis van artikel 3.78 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant, kwaliteitsverbetering in bebouwingsconcentraties binnen verstedelijking afweegbaar, is slechts toegestaan bij een kwaliteitsverbetering die gelijkwaardig is aan de aanschaf van een ruimte-voor-ruimte titel. De benodigde kwaliteitsverbetering kan op basis van de Verordening ruimte niet worden gebaseerd op een berekening van 20% van de bestemmingswinst.
4
Beleidsnotitie ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’, gemeente Vught
Bijlage 2: Specifieke voorwaarden Sloopverplichting Op het moment dat de ontwikkeling betrekking heeft op het (her)bouwen en/of gebruiken van meer dan 200m2 gebouwen (uitgezonderd woningen) voor niet agrarische activiteiten dan dient (een gedeelte van) de berekende investering betrekking te hebben op het slopen van voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. Dit kan door in het plangebied zelf bebouwing te slopen (Sloop van bebouwing waarvoor vergoeding van de sloop plaatsvindt of heeft plaatsgevonden op andere wijze {bijv. via ruimte voor ruimte of de gemeentelijke regeling voor vergoeding van sloop} kan niet worden ingezet als investering in kwaliteitsverbetering van het landschap voor deze regeling.) of door een bijdrage te storten in het groenfonds. Deze sloopverplichting geldt niet indien er sprake is van bestaande bebouwing die gebruikt wordt voor statische opslag indien hierbij geborgd is dat er geen herbouw van deze gebouwen en buitenopslag kan plaatsvinden. (Bouwwerken die rechtens bestaan op 31 maart 2022 (het tijdstip van ter inzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan ‘Buitengebied Vught 2022’.) Voor het bepalen van de te slopen bebouwing/bijdrage in het sloopfonds gelden de volgende regels: 1.
Iedere m2 bebouwing die aanvullend op 200m2 gebouwd, herbouwd of in gebruik wordt genomen als bijgebouw of bedrijfsgebouw moet gepaard gaan met sloop van vrijkomende agrarische bebouwing. Hierbij geldt indien er: a. sprake is van het hergebruiken van vrijkomende agrarische bebouwing er per m2 die hergebruikt wordt 1m2 voormalige agrarische bedrijfsbebouwing dient te worden gesloopt. b. sprake is van herbouw dan dient aanvullend op de bebouwing die wordt gesloopt en vervangen per m2 nieuwe bebouwing nog 1m2 vrijkomende agrarische bebouwing extra te worden gesloopt. c. geen sprake is van herbouw of hergebruik maar van uitbreiding van de oppervlakte aan bijgebouwen/ bedrijfsgebouwen dan dient iedere m2 nieuwe bebouwing gepaard te gaan met de sloop van 2m2 voormalige agrarische bebouwing.
2.
Indien de sloop niet mogelijk is in het plangebied zelf dan kan er ook een bijdrage worden gestort in het sloopfonds. Deze bijdrage bedraagt € 20,- per m2 meter te slopen bebouwing.
3.
De uitvoering van de sloopverplichting wordt juridisch geborgd in een overeenkomst en wanneer noodzakelijk ook in het bestemmingsplan.
4.
Het is mogelijk de verplichte investering in sloop te faseren en/of de verplichte bijdrage in het sloopfonds in termijnen te betalen, beiden met een termijn van maximaal vijf jaar (Bijvoorbeeld door een tijdelijke omgevingsvergunning met afspraken over de sloopverplichting, of voorwaarden in het bestemmingsplan en een overeenkomst.)
5
Beleidsnotitie ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’, gemeente Vught
Bijlage 3. Normbedragen voor de berekende kwaliteitsverbetering van het landschap Rekenbedragen voor het bepalen van de investering bij categorie 3 Het bepalen van de grondwaardevermeerdering en de waarde van de investering is mogelijk door gebruik te maken van de normbedragen zoals genoemd in de onderstaande tabel. Normbedragen kosten investeringen kwaliteitsverbetering van het landschap (De bedragen in deze tabel zijn waar mogelijk gebaseerd op de handreiking kwaliteitsverbetering van het landschap van de provincie Noord-Brabant en op de Vergoedingsystematiek en –grondslagen, behorende bij Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant (Tarieven 2010). Voor het overige is een inschatting gemaakt op basis van eerdere uitgewerkte plannen voor kwaliteitsverbetering van het landschap.) De tabel is geen limitatieve opsomming en bevat uitsluitend een normbedrag voor de meest gangbare ontwikkelingen. Voor zaken die ontbreken, maakt de gemeente op basis van een gemotiveerd verzoek per afzonderlijk geval een reële inschatting van de waarde, aanleg- en beheerkosten. Daarnaast kan het in de praktijk voorkomen dat een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling op een specifieke locatie een andere waarde vertegenwoordigt of dat een investering andere kosten met zich mee brengt dan is opgenomen als normbedrag.
In deze gevallen kan afgeweken worden van de genoemde normbedragen, mits deze afwijking naar het oordeel van gemeente en provincie voldoende is onderbouwd (Bijvoorbeeld met een actuele taxatie van een erkend taxateur). Haaren - Vught
Haaren
Agrarische grond met waarden (landschaps- en/of natuur) in het geldend bestemmingsplan Agrarische bestemmings- c.q. bouwvlak (agrarisch, agrarisch technisch of agrarisch verwant) Zonder bouwmogelijkheden Met agrarische bedrijfsgebouwen, zonder bedrijfswoning Met agrarische bedrijfsgebouwen met bedrijfswoning Agrarische grond zonder de aanvulling landschaps- en/of natuurwaarden in het geldend bestemmingsplan Agrarisch bouwvlak
€ 5,- per m2
Agrarische bebouwing Differentiatievlak voor permanente teeltondersteunende voorzieningen (uitgezonderd teeltondersteunende kassen), sleufsilo’s, kuilvloerplaten,
Haaren
Vught
Wordt € 5,- per m2
€ 5,- per m2 € 20,- per m2
€ 5,- per m2 € 20,- per m2
€ 25,- per m2
€ 25,- per m2
€ 10.- per m2
€ 10.- per m2
€25,- per m2 €25,- per m2 € 17,50 per m2
€25,- per m2 €25,- per m2 € 17,50 per m2
6
Beleidsnotitie ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’, gemeente Vught mestzakken, waterbassins en andere voorzieningen geen gebouwen zijnde. Nieuwbouw bedrijfswoning Inhoud woning vergroten boven 750 m3 Bijgebouwen bij (bedrijfs)woning bij oppervlakte groter dan 100 m2 Vergroting bijgebouwen bij (bedrijfs)woning) > 150m2 (muv bijbehorende bouwwerkentbv onderhoud en beheer van landgoederen en sloop- bonusregeling Bestemmingsvlak wonen: tot 1000m2 zonder bouwvlak
€ 250,- per m3 € 250,- per m2
€ 50.000,€ 50,- per m3
€ 50.000,€ 50,- per m3
€ 50,-
€ 50,-
€ 200,- per m2
€ 200,- per m2 € 250,- per m2 € 100,- per m2 € 25,-per m2
< tot 1000m2 met bouwvlak
€ 250,- per m2
vanaf 1000m2 met of zonder bouwvlak Bestemmingsvlak: gemengd(2) of bedrijf indien hierbinnen uitsluitend statische opslag is toegestaan zonder mogelijkheden nieuwbouw/herbouw van bedrijfsbebouwing en waar geen buitenopslag is toegestaan
€ 100,- per m2 € 25,- per m2
Gemengd 1, Kantoor, Bedrijf, Dienstverlening, Horeca, Verblijfsrecreatie Met bouwvlak Met bestemmingsvlak zonder bouwvlak Maatschappelijk, Sport- en Dagrecreatieve voorzieningen <1000m2 >1000m2 Bestemming natuur, bos of hieraan gelijk te stellen mits de grond ongeschikt wordt om agrarisch te gebruiken. Natuur, bos, water of groen
€ 100,- per m2 € 60,- per m2
€ 100,- per m2 € 60,- per m2
€ 60,- per m2 € 30,- per m2
€ 60,- per m2 € 30,- per m2 € 1,- per m2
€ 1 per m2
€ 1,- per m2
€ 5,- per m2
€ 7,- per m2
€ 25,- per m2
€ 25,- per m2
€ 5,- per m2
€ 5,- per m2
€ 1,- per m2
Bedragen die in mindering kunnen worden gebracht
Kosten aanleg Slopen kassen (volledige verwijdering) Slopen veestallen Mestsilo’s Verwijderen verharding containervelden
€ 7,- per m2 € 25,- per m2 € 5,- per m2
Kosten beheer 10 jaar
7
Beleidsnotitie ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’, gemeente Vught
Wijze van compensatie Planten hoogstamfruitbomen (diameter > 20 cm)
€ 70,- per stuk
Hoogstamfruitboom diameter stam < 20 cm € 53,40 per boom Hoogstamfruitboom diameter stam > 20 cm € 158,60 per boom Hakhoutsingel € 115,90 per are Bossingel € 71,90 per are Elzensingel € 5,60 per meter Hakhoutbosje € 47,10 per are Griendje € 175,30 per are Klein bosje € 28,80 per are Struweelhaag 6 jaar € 7,30 per meter Struweelhaag 12 jaar € 4,50 per meter Knip- en scheerheg € 11,70 per meter Landschapsboom diameter stam< 20 cm € 33,40 per boom Landschapsboom diameter stam >20 cm60 cm € 55,40 per boom Landschapsboom diamter stam > 60 cm € 97,00 per boom Knotboom diameter stam < 30 cm € 26,80 per boom Knotboom diameter stam 30-60 cm € 73,80 per boom Knotboom Diameter stam > 60 cm € 97,20 per boom Knotboom diameter stam < 30 cm € 26,80 per boom Knotboom diameter stam 30-60 cm € 73,80 per boom Knotboom Diameter stam > 60 cm € 97,20 per boom
Haaren
Aanplant bosplantsoen; conventioneel geteeld en nlherkomst
€ 1,58 per stuk
Haaren
Aanplant laanbomen
€ 60,62 per stuk
Aanplant knotwilgenstek
€ 10,88 per stuk
Plaatsen veeraster; palen op 4 meter afstand en 2 puntdraden Plaatsen elektrisch veeraster; palen op 10 meter afstand en 2 draden Plaatsen schapenraster; palen op 3 meter en zwaar
€ 4,56 per meter
Haaren
€ 3,74 per meter
Haaren
€ 9,13 per meter
Haaren
Haaren
Haaren
8
Beleidsnotitie ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’, gemeente Vught gelijkmatig ursusgaas van 100 cm hoogte Plaatsen boomkorf; type schaap Plaatsen boomkorf; type rund Ontgraven poel/natuuroever en verwerken vrijkomende grond
€ 19,28 per stuk € 50,72 per stuk € 5,40 per m3
Aanleg bloemrijke rand, kruidenrijke zoom en graslandflora- en fauna (inclusief aankoop zaadmengsel)
€ 16,25 per are
Aanleg akkerflora- en faunarand (inclusief aankoop zaadmengsels) Aanleg wandelpad (graspad langs akkerrand/weiland inclusief aankoop graszaad)
€ 18,60 per are
Voorzieningen wandelpaden zoals slagboom. Bruggetje, poortje, bebording e.d.
Werkelijke kosten
€ 18,60 per are
Haaren Haaren Amfibieënpoel opp. 100300m2 € 430,09 per poel Amfibieënpoel opp. >300m2 € 611,90 per poel Weidevogelpoel opp. 500-1000m2 € 836,00 per poel Weidevogelpoel > 1000m2 € 1361,70 per poel Natuuroever riet € 84,20 per are Natuuroever nat grasland € 120,90 per are Bloemrijke rand € 84,20 per are Kruidenrijke zoom € 147,10 per are Graslandflora en – faunarand € 92,00 per are Akkerflora en – faunarand € 139,50 per are Wandelpad over boerenland € 8,20 per meter Onverharde weg met bloemrijke bermen € 10,90 per meter zandweg Onverharde weg met bomen € 32,50 per meter zandweg
Haaren
Haaren
Haaren Haaren
Haaren -Inrichtingskosten -Kosten van onderhoud en beheer -sloop van (niet cultuurhistorisch waardevolle) gebouwen, stallen en kassen -waardedaling
Vught Maatwerk
Rekenvoorbeeld categorie 3 (vervallen)
9
Beleidsnotitie ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’, gemeente Vught
10
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek
31
Helvoirtseweg 227 te Vught Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Rapportnummer: Rm210891aaA0
Rm210891aaA0.irfe_01
2
Opdrachtgever:
Adviseur:
Topigs Group B.V. Helvoirtseweg 227 Tel.: 0411-648800
5263 LT VUGHT
Contactpersoon:
de heer H. IJsseldijk
K+ Adviesgroep Jodenstraat 6 Postbus 224 Tel: 0475-470470 E-mail: info@k-plus.nl Behandeld door:
Datum
:
21-03-2022
Referentie
:
Rm210891aaA0.irfe_01
6101 AS ECHT 6100 AE ECHT
mw. I.D.W. Felder BSc
Rm210891aaA0.irfe_01
3
INHOUD 1
Inleiding
5
2 2.1 2.2 2.2.1 2.3
Uitgangspunten Ruimtelijke gegevens Verkeersgegevens Wegverkeerslawaai Toegepaste rekenmethode
6 6 6 6 7
3 3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.1.5 3.1.6 3.1.7 3.2
Normstelling Wet geluidhinder Wegverkeerslawaai Algemeen Omvang geluidzones langs wegen Aftrek conform artikel 110g Wet geluidhinder Aftrek stille banden Stedelijk en buitenstedelijk gebied Nieuwe situaties Maximaal toelaatbare geluidbelasting Bouwbesluit 2012
8 8 8 8 8 9 9 10 10 10
4 4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.2
Berekeningsresultaten Wegverkeerslawaai N65/Helvoirtseweg De Dijk Esschebaan Sparrendaalseweg Cumulatie en Bouwbesluit
11 11 11 13 14 16 17
5 5.1 5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.1.4 5.2
Berekeningsresultaten met scherm Wegverkeerslawaai N65/Helvoirtseweg, met scherm De Dijk, met scherm Esschebaan, met scherm Sparrendaalseweg, met scherm Cumulatie en Bouwbesluit, met scherm
20 21 21 22 24 25 27
6 6.1 6.2 6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.2.4 6.2.1
Evaluatie Rekenresultaten & Conclusie Algemeen Wet geluidhinder Algemeen N65/ Helvoirtseweg De Dijk Esschebaan Sparrendaalseweg
29 29 29 29 29 30 30 30
Bijlagen: Bijlage I
Figuren akoestisch model
Rm210891aaA0.irfe_01
Bijlage II Bijlage III Bijlage IV
Berekeningsgegevens en –resultaten optredende gevelbelasting Berekeningsgegevens en –resultaten optredende gevelbelasting, met scherm Verstrekte verkeersgegevens
4
Rm210891aaA0.irfe_01
1
5
INLEIDING In opdracht van Topigs Group B.V. is, in het kader van de realisatie van nieuwbouwwoningen en een herbestemming en uitbreiding van een bestaand bedrijfsgebouw tot woningen aan de Helvoirtseweg te Vught, gemeente Vught, door K+ Adviesgroep een akoestisch onderzoek verricht naar de te verwachten optredende geluidbelastingen vanwege wegverkeerslawaai ter plaatse van de nieuwe situatie in het kader van de Wet geluidhinder. In figuur 1.1 is de locatie globaal omcirkeld, in bijlage I is de situatie opgenomen.
Figuur 1.1: Situatie (bron: Google maps) Het akoestisch onderzoek is noodzakelijk omdat het plan is gelegen binnen de geluidzone van de N65 Helvoirtseweg, De Dijk, Esschebaan en Sparrendaalseweg. De berekeningen zijn gebaseerd op: - de “Wet geluidhinder”; - het “Reken- en Meetvoorschrift Geluid 2012”; - het “Besluit Geluidhinder”.
Rm210891aaA0.irfe_01
6
2
UITGANGSPUNTEN
2.1
Ruimtelijke gegevens Bij het onderzoek is gebruik gemaakt van een door de opdrachtgever verstrekte situatietekening, kaartmateriaal van de Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDOK), het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2) en Google Streetview. In bijlage I is de gehanteerde situatietekening opgenomen.
2.2
Verkeersgegevens
2.2.1
Wegverkeerslawaai De verkeersgegevens voor de N65/Helvoirtseweg, zijn afkomstig van het geluidregister als bedoeld in artikel 11.25 van de Wet milieubeheer. De gegevens zijn gedownload op 17 maart 2022. De verkeersgegevens voor De dijk, Esschebaan en Sparrendaalseweg zijn aangereikt door de gemeente Vught. De gegevens zijn afkomstig uit het Verkeersmodel en zijn gebaseerd op een werkdaggemiddelde over 2030, waardoor een groeipercentage van 1,5% is toegepast om tot het maatgevende jaar 2032 te komen. Om te komen tot een weekdaggemiddelde is gebruik gemaakt van de standaard omrekenfactor van 0,9 (werk-week). In tabel 2.1 is een overzicht opgenomen van de gehanteerde verkeersgegevens. Tabel 2.1: Overzicht verkeersgegevens 2032. Straat
Etmaalintensiteit
De Dijk
352
Esschebaan
352
Sparrendaalsweg
352
Periode verdeling D 6,86% A 2,70% N 0,86% D 6,86% A 2,70% N 0,86% D 6,86% A 2,70% N 0,86%
Verdeling per voertuigcategorie Qlv Qmv Qzv 91,54% 6,00% 2,46% 87,55% 8,14% 4,32% 89,94% 5,98% 4,07% 91,54% 6,00% 2,46% 87,55% 8,14% 4,32% 89,94^% 5,98% 4,07% 91,54% 6,00% 2,46% 87,55% 8,14% 4,32% 89,94^% 5,98% 4,07%
Snelheid km/h
Wegdek
60
01
60
01
60
01
Hierbij is: Periode: gemiddelde uuraandeel betreffende periode in procenten van de etmaalintensiteit. Qlv: gemiddeld uuraandeel lichte motorvoertuigen voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode in procenten. Qmv: gemiddeld uuraandeel middelzware motorvoertuigen voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode in procenten. Qzv: gemiddeld uuraandeel zware motorvoertuigen voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode in procenten. Snelheid: ter plaatse toegestane maximum snelheid. Wegdek: type 01: Glad asfalt.
Voor nadere informatie inzake de in- en uitvoerparameters wordt verwezen naar de in bijlage II opgenomen rekenbladen. De verkeersgegevens zijn opgenomen in bijlage IV.