Bijlage - beantwoording D66 FR - Technische vragen inzake P&C-cyclus (juli 2023)_Jaarverslag
Tekst van het document
Onderwerp technische vragen Jaarverslag en jaarrekening 2022 Datum vragen: Fractie: Waar hebben de vragen betrekking op (bv. raadsvoorstel, agendapunt): Wat is de aanleiding voor de vragen (toelichting/context): Zijn de vragen vertrouwelijk?
1.
Vraag Pagina 84: Kerngetal schuldpositie. Kan de toename van 63% naar 92% in 2023 worden toegelicht? Waardoor wordt deze veroorzaakt?
Datum vragen: Fractie: Waar hebben de vragen betrekking op (bv. raadsvoorstel, agendapunt): Wat is de aanleiding voor de vragen (toelichting/context): Zijn de vragen vertrouwelijk? ! Indien vragen vertrouwelijk dan beantwoording niet delen met voltallige raad en portefeuillehouder niet informeren.
26 juni 2023 D66 Jaarverslag Nee Antwoord De Netto schuldquote geeft de verhouding weer tussen de schulden en het saldo van de baten (exclusief reserves). Enerzijds zien we de schulden in 2023 toenemen als gevolg van de begrote investeringsbedragen in 2023. Onder meer doordat een bedrag van € 6,7 miljoen aan restantkredieten vanuit 2022 doorschuift naar 2023. Daarnaast zijn in 2023 forse uitgaven voor met name Zuiderbos en Zwaluw VFC begroot. Anderzijds is het saldo van de baten in 2022 miljoenen hoger dan op dit moment begroot in 2023. Dit komt met name door de rijksbijdragen voor Oekraïne (€ 2,7 miljoen), de crisisnoodopvang (€ 800K) en energietoeslag (€ 1,4 miljoen). Hier staan weliswaar ook lasten tegenover maar die zijn niet van invloed op dit kengetal. In 2023 zijn deze rijksbijdragen (nog) niet begroot. Het bovenstaande is de oorzaak van de wijziging in het verhoudingsgetal Netto schuldquote (schulden gedeeld door de baten (exclusief reserves). 28 juni 2023 Fractie Rasenberg Jaarverslag en jaarrekening 2022 Nee
1.
2.
Vraag In het overzicht van de afwijkingen op blz. 10 valt de post pensioenvoorziening van onze politieke bestuurders op waar blijkbaar € 112.000 extra in is gestort. Ik lees ergens op pag. 62 dat die extra stortingen worden veroorzaakt door een lage rekenrente. Vraag: Is dat een keuze of is dat gewoon regelgeving? En is dat alleen voor bestuurders? Wat ik niet goed kan terugvinden in het verslag is de verhouding tussen personele lasten en aard en omvang van alle inhuur. In den lande wordt bij veel gemeenten gebruik gemaakt van externe inhuur. Soms wel erg veel. Met vervolgens allerlei discussie. Vaak zegt veel inhuur iets over de kwaliteit van de eigen organisatie. Ook bij onze gemeente denk ik met grote regelmaat rapporten van externen te zien. Vraag: Maar hoe zit dat nu precies bij onze gemeente? Is de verhouding tussen inhuur en eigen ambtelijke professionals gezond? Het aantal eigen medewerkers is volgens de kadernota de afgelopen jaren sterk gegroeid, dus je zou mogen verwachten dat daarmee inhuur dan terugloopt? Graag een toelichting.
Antwoord De basis voor deze storting is de actuariële berekening van de pensioenen, hierbij is, in lijn met de verslagleggingsregels, gebruik gemaakt van de meest actuele rekenrente. Het doel van actuarieel berekenen is om erachter te komen wat de contante waarde is van de pensioenverplichtingen. In 2022 was deze € 112.000 lager dan het bedrag dat we in de voorziening hadden, vandaar de storting. Deze voorziening heeft alleen betrekking op pensioenen van politieke bestuurders. Voor ambtenaren is het pensioen geregeld via het ABP. Het aandeel inhuur op het gehele personeelsbestand is ongeveer 22% in medewerkers (dit fluctueert door ondergenoemde factoren) en 24% in budget. Let wel de medewerkers van Farens en Mee werkzaam bij Wegwijs+ zijn formeel ook inhuur. Of dat veel of weinig is, is niet makkelijk te beantwoorden. Naast een ideale inzet van externen, te weten bij piek, ziek, bij een incidentele opdracht en wanneer er een bepaalde niet in huis zijnde deskundigheid wordt gevraagd, hangt dit samen met een aantal structurele dan wel incidentele factoren en situaties. Die zijn vaak niet of nauwelijks te beïnvloeden. We noemen voor nu een aantal zeer belangrijke: -
-
Er is sprake van een zeer krappe, en een grote flexibele, arbeidsmarkt. Veel professionals (binnen gemeenteland) begeven zich op de lucratieve ZZP markt. Landelijk is er een beeld van disciplines waarbij het extra moeilijk is om functies ingevuld te krijgen en dan moet er ingehuurd worden. Op cruciale posities kies je dan ook voor inhuur voor wat langere tijd om de kwaliteit en continuïteit van het werk te waarborgen (projectleiders). De invoer van de Omgevingswet (specialistische kennis).
De omvang van de inhuur heeft de aandacht van bestuur en management. We waken ervoor dat kennis, binding met de organisatie en de gemeente Vught wegvloeien en de gemeente te afhankelijk wordt van externe kennis en vaardigheden. Daarom is er, naast aandacht voor goede werving en selectie, ook zeker zoveel aandacht voor binding en ontwikkeling van de medewerkers. De groei van het aantal medewerkers is enerzijds een gevolg van de herindeling (komst Helvoirt), autonome ontwikkelingen (denk bijvoorbeeld aan duurzaamheid), bestuurlijke ambities en de uitbreiding van taken. Maar daar waar we dan vast werven, zijn bovengenoemde factoren nog steeds van toepassing.