Bijlage - Archeologisch onderzoek
Tekst van het document
Vught Plangebied voet- en fietsbrug Fort Isabella Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) BAAC Rapport V-20.0369
maart 2021
Auteur: W.A. Bergman
Status: Concept V2
Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
2
Colofon ISSN: Auteur(s): Cartografie: Copyright: Redactie senior archeoloog :
1873-9350 W.A. Bergman J. van Gestel BAAC te ‘s-Hertogenbosch
J.F. van der Weerden Accordering senior prospector: C.C. Kalisvaart
04-01-2021 04-01-2021
© BAAC, ’s-Hertogenbosch (2021) BAAC aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
BAAC Onderzoeks- en adviesbureau voor Bouwhistorie, Archeologie, Architectuur- en Cultuurhistorie Graaf van Solmsweg 103 5222 BS ‘s-Hertogenbosch Tel.: (073) 61 36 219 E-mail: denbosch@baac.nl
3
Postbus 2015 7420 AA Deventer Tel.: (0570) 67 00 55 E-mail: deventer@baac.nl
V-20.0369 Vught, Voet – fietsbrug Fort Isabella
Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
4
Inhoud
Samenvatting
7
1
Inleiding 1.1 Onderzoekskader 1.2 Ligging van het gebied 1.3 Administratieve gegevens
9 9 10 12
2
Bureauonderzoek 2.1 Werkwijze 2.2 Landschappelijke ontwikkeling 2.3 Bewoningsgeschiedenis 2.3.1 Inleiding 2.3.3 Archeologie 2.4 Archeologische verwachting
13 13 13 16 16 22 23
3
Inventariserend veldonderzoek 3.1 Werkwijze 3.2 Veldwaarnemingen 3.3 Verkennend booronderzoek 3.3.1 Lithologie en bodemopbouw 3.3.2 Archeologische indicatoren 3.4 Archeologische interpretatie
25 25 26 27 27 27 28
4
Conclusie en aanbevelingen
29
5
Geraadpleegde bronnen
31
Bijlagen
Bijlage 1 Bijlage 2
5
33
Overzicht archeologische en geologische tijdvakken Boorstaten
V-20.0369 Vught, Voet – fietsbrug Fort Isabella
Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
6
Samenvatting BAAC heeft een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek met behulp van boringen (verkennende fase) uitgevoerd in het plangebied voet- en fietsbrug Fort Isabella te Vught tussen de Reutsedijk en de Vughtse Gement. De verbinding vindt plaats over het Drongelens Kanaal. Hier wordt een nieuwe Baileybrug voor fietsers en voetgangers, en verbindende paden aangelegd. Lokaal bedraagt de maximale verstoringsdiepte 0,4 m -mv. Uit het bureauonderzoek blijkt dat in de eerste helft van de 19e eeuw circa een kwart van het tracé van het plangebied in een gegraven waterpartij ligt. Dit water ligt parallel aan de huidige Reutsedijk en is later in de 19e eeuw gedempt. Op kaarten uit de 19e en 20e eeuw en het Actueel Hoogtebestand Nederland is te zien dat het plangebied al deels op een dijk- of grondlichaam ligt. Het dijk- of grondlichaam buigt ongeveer halverwege iets af. Op oudere kaarten is dit lichaam niet afgebeeld en zal derhalve in de tweede helft van de 19e eeuw zijn aangelegd als verbinding tussen de Reutsedijk en de Vughtse Gement en is na de aanleg van het Drongelens Kanaal tijdelijk in onbruik geraakt. Het plangebied ligt op een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden en/of een beekdalbodem. Gezien de landschappelijk lage ligging was het gebied in gebruik als hooi- en weiland dat periodiek overstroomde.
Op basis van de ongunstige omstandigheden (laaggelegen, periodieke overstromingen) en de bodemverstoringen (aanleg dijk, graven waterpartij) worden geen archeologische resten verwacht met uitzondering van eventuele sporen uit de nieuwe tijd die te relateren zijn aan Fort Isabella in een deel van het plangebied direct ten zuidoosten van het kanaal tot aan de afbuiging. Tussen de afbuiging en de Reutsedijk wordt het voet- en fietspad aangelegd op het 19e eeuwse dijk- of grondlichaam. Dit grondlichaam betreft in feite al een grondspoor of cultuurhistorisch element. Uit het veldonderzoek blijkt dat het grondlichaam nog gaaf aanwezig is. Het dijkje is opgebouwd uit een zandpakket met in de top een sterk puinhoudende laag die is afgedekt met een laagje ‘teelaarde’. De totale dikte van het ophoogpakket ten opzicht van de natuurlijke bodem is 90 tot 140 cm (buiten de Reutsedijk). Ter plaatse van de voormalige waterpartij bestaat de bodem uit een laag veraard veen van circa 50 tot 70 cm met daaronder matig grof, sterk siltig zand. Dit betreffen beekafzettingen die in het hele plangebied in de ondergrond voorkomen. Op basis van de resultaten van het booronderzoek kan geconcludeerd worden dat bewoningssporen of sporen die direct te relateren zijn aan Fort Isabella niet aanwezig zullen zijn.
Wel kunnen losse vondsten verwacht worden ter plaatse van de voormalige waterpartij vanaf 0,9 m -mv. Het grondlichaam betreft een grondspoor uit de 19e eeuw dat later mogelijk nog is opgehoogd. De maximale ontgravingsdiepte in het bestaande grondlichaam reikt tot 0,4 m mv. De bestaande structuur blijft intact. Buiten het grondlichaam worden geen archeologische resten verwacht. Archeologisch vervolgonderzoek is niet noodzakelijk. 7
V-20.0369 Vught, Voet – fietsbrug Fort Isabella
Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
8
1
Inleiding
1.1 Onderzoekskader In opdracht van de gemeente Vught heeft het onderzoeks- en adviesbureau BAAC een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek met behulp van boringen (verkennende fase) uitgevoerd in het plangebied voet- en fietsbrug Fort Isabella te Vught (afbeelding 1.1).
Afbeelding 1.1 Ligging van het plangebied op een recente luchtfoto (ArcGIS Online 2020).
9
V-20.0369 Vught, Voet – fietsbrug Fort Isabella
De gemeente Vught wil haar recreatieve padenstructuur versterken door een extra verbinding te leggen tussen Fort Isabella en de Vughtse Gement. Hiermee wordt niet alleen bijgedragen aan de mogelijkheden tot beleving van de Linie 1629 ’s-Hertogenbosch, maar vindt een verbeterde verbinding plaats tussen de kern Vught en het buitengebied. De verbinding vindt plaats over het Drongelens Kanaal. Hier worden een nieuwe Baileybrug voor fietsers en voetgangers en verbindende paden aangelegd. Hiervoor zal een bestaand dijkje afgevlakt worden en een klein gedeelte ontgraven om een zandfundering aan te leggen met een maximale diepte van 0,4 m -mv. Van het oude dijkje naar de brug toe zal een hellingbaan aangelegd worden. Bij de geplande ingrepen bestaat een kans dat eventueel aanwezige archeologische waarden verstoord of vernietigd worden. Het doel van een bureauonderzoek is het verwerven van informatie over bekende of verwachte archeologische waarden binnen een omschreven gebied aan de hand van bestaande bronnen. Met behulp van de verworven informatie wordt een specifiek archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. Het inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek heeft tot doel inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden en om de intactheid van het bodemprofiel te bepalen.
Tijdens het onderzoek dienen de volgende onderzoeksvragen te worden beantwoord: ▪
▪
▪ ▪ ▪
Zijn binnen het plangebied bekende archeologische waarden aanwezig? Zo ja, zijn er gegevens bekend over de omvang, ligging, aard en datering hiervan? Wat is de verwachte bodemopbouw in het gebied en zijn er gegevens bekend over bodemverstorende ingrepen in het verleden binnen het plangebied? Wat is de specifieke archeologische verwachting voor het gebied? Hoe is de bodemopbouw en zijn (begraven) bodems met potentiële archeologische niveaus (cultuurlagen) aanwezig? En zo ja, op welke diepte? In hoeverre worden eventuele archeologische resten bedreigd en is vervolgonderzoek nodig en zo ja, in welke vorm?
Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie versie 4.11 en het onderzoeksspecifieke Plan van Aanpak.2
1.2 Ligging van het gebied Het plangebied ligt tussen de Reutsedijk op Fort Isabella en de Maysteeg te Vught op de gemeentegrens van Vught en ’s-Hertogenbosch. De lengte van het tracé bedraagt circa 250 m. In afbeelding 1.2 is de ligging van het plangebied weergegeven.
1 2
CCvD 2018. Bergman 2020. Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
10
Afbeelding 1.2 Ligging van het plangebied.
11
V-20.0369 Vught, Voet – fietsbrug Fort Isabella
1.3 Administratieve gegevens Provincie: Gemeente: Plaats: Toponiem: Planprocedure: Kadastrale gegevens:
Datum opdracht: Datum veldwerk: Datum conceptrapportage: Datum definitief rapport: BAAC-projectnummer: Coördinaten zuidoost: Coördinaten noordwest: Kaartblad: Lengte tracé: Complextype: Datering: Zaakidentificatienummer: Type onderzoek: Opdrachtgever: Bevoegde overheid:
Beheer documentatie: Uitvoerder:
Projectleider:
Noord-Brabant Vught Vught voet- en fietsbrug Fort Isabella Omgevingsvergunning Gemeente Vught, sectie M nr. 524 en sectie A nrs. 1443, 634, 1450 en 1451 (allen deels) 14 december 2020 29 december 2020 8 maart 2021 V-20.0369 148.273 / 409.635 148.101 / 409.844 45C Circa 250 m Infrastructuur 19e eeuw 4931915100 Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) Gemeente Vught Mw. S. van Cleef Gemeente Vught, geadviseerd door gemeente ’s-Hertogenbosch, afdeling SO/Erfgoed Archis, DANS-Easy en archief BAAC BAAC, vestiging 's-Hertogenbosch Graaf van Solmsweg 103 5222 BS 's-Hertogenbosch tel. 073-6136219 W.A. Bergman w.bergman@baac.nl
Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
12
2
Bureauonderzoek
2.1 Werkwijze Tijdens het bureauonderzoek wordt aan de hand van bestaande bronnen een archeologische verwachting voor het plangebied opgesteld. Bij de inventarisatie van de archeologische waarden is gebruik gemaakt van gegevens uit de database van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (via ARCHIS 3) en de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart. Voor de recentere archeologische periodes zijn diverse historische bronnen geraadpleegd. Er is gebruik gemaakt van het Actueel Hoogtebestand Nederland en oude topografische en kadastrale kaarten. Literatuur over de geologie, geomorfologie en de bodemopbouw van het onderzoeksgebied3 is bestudeerd om op basis van locatiekeuze-theorieën een uitspraak te doen over de kans op aanwezigheid van archeologische resten. In navolgende paragrafen worden de resultaten van het bureauonderzoek beschreven. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een synthese in de vorm van een specifieke archeologische verwachting. Een opsomming van de geraadpleegde literatuur en gebruikte kaarten is terug te vinden in de literatuurlijst. Voor een tabel met een overzicht van geologische en archeologische tijdvakken wordt verwezen naar bijlage 1.
2.2 Landschappelijke ontwikkeling Algemeen Het plangebied ligt op de noordelijke rand van het dekzandlandschap in de Roerdalslenk. De Roerdalslenk, ook wel Centrale Slenk genoemd, is een tektonisch dalingsgebied dat door breuken, de Feldbiss / Breuk van Vessem en de Peelrandbreuk, wordt begrensd. Ten zuidwesten en noordwesten van de slenk liggen de tektonische opheffingsgebieden (horsten) van respectievelijk het Kempisch Hoog en de Peelhorst. Ten noorden van het plangebied ligt het rivierengebied dat indirect, door opstuwing van het rivierwater, van invloed is geweest op het plangebied. In het vroeg-pleistoceen en het begin van het midden-pleistoceen raakte de Roerdalslenk gevuld met overwegend grove zanden en grind (Formatie van Sterksel4) aangevoerd door de Rijn en Maas. Door de tektonische opheffing en kanteling van de Peelhorst werden de grote rivieren in het Cromerien gedwongen hun loop naar het oosten te verplaatsen en kwam een einde aan de fluviatiele sedimentatie in de slenk. Gedurende de ijstijden (glacialen) van het midden- en laat-pleistoceen (Elsterien, Saalien en Weichselien) werd de Roerdalslenk geleidelijk opgevuld met 3
Het onderzoeksgebied betreft een cirkel met een straal van circa 250 m rondom het plangebied. 4 De Mulder et al 2003.
13
V-20.0369 Vught, Voet – fietsbrug Fort Isabella
afzettingen van meer lokale oorsprong (Formatie van Boxtel). Deze afzettingen kunnen globaal worden onderverdeeld in Brabants leem, fluvioperiglaciale afzettingen (smeltwaterafzettingen) en eolische afzettingen (löss en dekzand). Al deze afzettingen hebben in de Roerdalslenk een dikte van 15 tot (soms) 45 meter. Brabants leem is in perioden met permafrost ontstaan uit door de wind aangevoerd materiaal waaruit door dooiwaterstroompjes de fijne deeltjes werden uitgewassen, die vervolgens werden afgezet in ondiepe vochtige depressies (dooimeren). Fluvioperiglaciale afzettingen, oftewel verspoelde dekzand- en rivierafzettingen, ontstonden wanneer aan het begin en eind van de glacialen, en dan voornamelijk in de zomermaanden, veel smeltwater vrijkwam. Dit water werd afgevoerd door een systeem van verwilderde geulen en beken, waarbij materiaal van het hoger gelegen Kempisch Hoog en Peelhorst naar de lager gelegen Centrale Slenk werd verplaatst. De afzettingen die hierbij tot stand kwamen, bestaan uit min of meer gelaagde zanden, met eventueel leemlagen en/of planten- en houtresten. Door het ontbreken van vegetatie werd in de droge en zeer koude glacialen door de wind sediment verplaatst en elders weer afgezet. In het Pleniglaciaal (middenweichselien) werd zo het Oudere dekzand als een deken over het vrijwel vegetatieloze landschap afgezet.
Het Oudere dekzand is vaak horizontaal gelaagd met lemige banden. Door de aanwezigheid van een grindrijk niveau5, de zogenaamde Laag van Beuningen, dat is ontstaan door uitblazing van fijnere delen, kan onderscheid worden gemaakt in het Ouder dekzand I en II. In het laatglaciaal (laat-weichselien) was de begroeiing weer wat dichter waardoor de verstuiving een meer lokaal karakter had en het zogenaamde Jonger dekzand werd afgezet in de vorm van langgerekte, voornamelijk ZW-NO georiënteerde ruggen. Het Jonger dekzand is meestal niet gelaagd. Gedurende de interstadialen6 zijn plaatselijk leemlagen, veenlaagjes of bodems gevormd. Zo vond gedurende het Allerød-interstadiaal op de hogere terreindelen bodemvorming plaats, die nu nog te herkennen is als een grijswitte laag met houtskoolresten. Deze zogenaamde Laag van Usselo bevindt zich tussen het Jonger dekzand I7 en het Jonger dekzand II8. Aan het einde van het Weichselien en in het Holoceen werd het klimaat een stuk milder. Het systeem van ondiepe, verwilderde geulen en beken veranderde hierdoor in meanderende beken, die zich aanvankelijk in het landschap insneden. In de beekdalen werden zand en klei afgezet en vond lokaal veenvorming plaats (Boxtel Formatie; Singraven Laagpakket).
Specifiek Het plangebied is vanwege de ligging in de bebouwde kom van Vught niet gekarteerd voor de geomorfologische kaart van Nederland, maar door eenheden uit de omgeving te extrapoleren kan een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden (vormeenheid 2M53) en/of een beekdalbodem met meandergeulen en-ruggen (22R46) verwacht worden.9
Een zogenaamde desert pavement. Relatief warme periode binnen een glaciaal. 7 Afgezet in het Oude Dryas-stadiaal. 8 Afgezet in het Jonge Dryas-stadiaal. 9 RCE 2020. 5 6
Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
14
Op de kaart van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN; zie afb. 2.1) zijn de contouren van het fort duidelijk te herkennen. 10 Het binnenterrein van het fort, de Reutsedijk en een dijk aan de noordzijde van het kanaal zijn evident opgehoogde elementen in het landschap. Ook de Maysteeg is verhoogd, op een grondlichaam aangelegd. Dit geldt ook voor ongeveer de zuidoostelijke helft van het plangebied, waarna het grondlichaam in noordelijke richting afbuigt tot aan het kanaal. Direct ten zuidoosten van het plangebied loopt een gracht en ten noordwesten is een moerassig gebied zichtbaar. Ten noordwesten van het plangebied zijn lijnvormige structureren zichtbaar. Dit betreffen in onbruik geraakte elementen.
Afbeelding 2.1 Ligging van het plangebied op een uitsnede van het Actueel Hoogtebestand Nederland.
Vanwege de ligging in de bebouwde kom van Vught is het terrein ten oosten van het Drongelens Kanaal niet gekarteerd voor de bodemkaart van Nederland.11 Het noordwestelijke deel van het plangebied ligt in een gebied met gooreerdgronden 10 11
15
AHN-3 2020. RCE 2020. V-20.0369 Vught, Voet – fietsbrug Fort Isabella
(pZn21). Gooreerdgronden zijn kalkloze zandgronden met een dunne tot matig dikke humushoudende bovengrond (A-horizont van 15-50 cm). Deze donker gekleurde A-horizont is gelegen op een licht gekleurde ondergrond die nog weinig door bodemvorming is veranderd (C-horizont). De gooreerdgronden liggen relatief laag en worden veel gevonden langs de bovenlopen van beekdalen in de dekzandgebieden. Roest- en reductievlekken komen niet voor in de A-horizont, of beginnen dieper dan 35 cm onder maaiveld en/of zijn voor meer dan 30 cm onderbroken. De grondwaterstand is meestal hoog, zodat onder de Ahorizont de ijzerhuidjes rondom de zandkorrels ontbreken. Uit een geologische boring die iets ten noordoosten van het plangebied is gezet, blijkt dat tot 0,6 m -mv zwak humeus zand met daaronder tot meer dan 3 m -mv matig fijn zand voorkomt.12 Direct ten noorden van het plangebied aan de Mayweg is en pulsboring gezet, waarbij aan de top een 25 cm dik kleilaagje is aangetroffen met daaronder tot meer dan 4 m -mv matig fijn zand dat tussen 1,25 en 1,4 m -mv is onderbroken door een veenlaagje.13 Volgens de ontgrondingenkaart van Noord-Brabant zijn in het plangebied geen ontgrondingen uitgevoerd.14
2.3 Bewoningsgeschiedenis 2.3.1 Inleiding De huidige Reutsedijk is oorspronkelijk een zuidelijke toegangsweg naar ’sHertogenbosch. Deze weg was één van de drie toegangswegen; de andere wegen liepen via Hintham aan de oostkant van ‘s-Hertogenbosch, en via Orthen aan de noordkant. Deze wegen waren ook bij een hoge waterstand (dus ook bij inundaties) nog redelijk begaanbaar.
Fort Isabella Direct ten zuiden van het plangebied werd door de Spaanse troepen tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) een fort aangelegd, genoemd naar aartshertogin Isabella, hertogin van Brabant en dochter van de Spaanse koning Philips II. Het fort was in 1618 gereed. Het werd gebouwd op de plek waar voorheen het gehucht De Reut lag, dat voorafgaand aan de bouw werd afgebroken. In eerste instantie werd Fort Isabella aangelegd als een vijfhoekig fort met bastions, omgeven door een gracht. Buiten deze gracht lagen nog drie ravelijnen. Het geheel werd omgeven door een contrescarp (talud aan de buitenzijde van de gracht) met bedekte weg en een zogenaamd glacis, een naar buiten toe flauw aflopend talud, waarbinnen de bedekte weg liep van waaruit naar buiten toe gevuurd kon worden. De omtrek van het gehele fort kreeg door de bastions en de ravelijnen de vorm van een enigszins onregelmatige ster met acht punten. De toegangsweg naar ‘s-Hertogenbosch liep voortaan door het fort (afbeelding 2.2). In 1623 werd het fort uitgebouwd en de wallen verzwaard. Hierbij werd de zuidzijde van het fort verder beveiligd door de aanleg van een buitenwerk, een zogenaamd hoornwerk. Dit hoornwerk sloot aan op de buitengracht van het fort en bestond uit twee halve bastions verbonden door een vestingwal.
De halve bastions en de twee rechte flanken werden omringd door een eigen gracht waarbuiten weer een contrescarp, een bedekte wal en een glacis was aangelegd. 12
DINOloket 2020. Boring B45C0916. DINOloket 2020. Boring B45C0322. 14 Provincie Noord-Brabant 2007. 13
Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
16
De buitenwal had aan de lengtezijden een zaagvorm om meer schutters te kunnen plaatsen. Binnen het hoornwerk bevond zich een tenaille, een binnenwaarts onder een stompe hoek geknikte wal, die het hoornwerk in tweeën deelde, en een klein ravelijn omgeven door een eigen gracht.
Afbeelding 2.2 Fort Isabella tijdens het beleg van ’s-Hertogenbosch in 1629. Het fort ten oosten van het plangebied betreft Fort Anthonie (uit: Van der Heijden 2004).
Bij het beleg van ’s-Hertogenbosch door Frederik Hendrik in 1629 werd vanaf Vught richting het hoornwerk een naderingsloopgraaf aangelegd. De verdedigers reageerden met de aanleg van een tegenloopgraaf. Na enige schermutselingen en inzet van geschut werd uiteindelijk op 9 juli het hoornwerk ingenomen. Uiteindelijk viel op 18 juli het gehele fort in handen van de Staatsen. In de opzet van het fort veranderde tot 1701 weinig. Wel werd in 1672 het voorheen verwaarloosde fort vanwege de dreiging vanuit Frankrijk weer in staat van paraatheid gebracht. Hiertoe werden met name de grachten van het fort en het hoornwerk verder uitgediept. In 1701 werden op instigatie van de juist aangestelde Menno van Coehoorn de vestingwerken van ’s-Hertogenbosch hersteld en vernieuwd. Voor Fort Isabella betekende dit dat, naast algemene herstelwerkzaamheden, de grachten opnieuw verdiept werden en de contrescarp 17
V-20.0369 Vught, Voet – fietsbrug Fort Isabella
en de wallen verbreed werden. Het hoornwerk aan de zuidzijde werd verwijderd (afbeelding 2.3).
Afbeelding 2.3 Fort Isabella op een kaart van Draack 1741-1742 (nationaalarchef.nl).
Isabellakazerne Na het begin van de 18e eeuw veranderde aan de opzet van het fort nog maar weinig. Op de eerste kadastrale kaart uit circa 1832 is het grondgebruik in en rond het plangebied goed zichtbaar (afbeelding 2.4). Het zuidoostelijke deel van het plangebied ligt in een water en overige op wei- en hooiland. Aan het einde van de 19e eeuw werd nog maar weinig waarde gehecht aan het fort en rond 1860 werd door de oostkant van het fort een spoorlijn aangelegd. In 1908 werd het Drongelens kanaal aan de westkant van het fort gegraven (afbeelding 2.5). In 1914 werd Fort Isabella als verdedigingswerk opgeheven. Kort daarna werd begonnen met het oprichten van kazernegebouwen en werd de naam verandert in de Isabella Kazerne. Tussen1918 en mei 1940 werd een Nederlandse eenheid gelegerd in de kazerne. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de kazerne in gebruik genomen door het SS-Wachtbataillon Nordwest, dat de verantwoordelijkheid had over de bewaking van SS-Konzentrationslager Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
18
Herzogenbusch (Kamp Vught), Kamp Sint-Michielsgestel en Polizei- und Untersuchungsgefängnis Lager Haaren. Na de bevrijding kent de kazerne een diverse bezetting, waaronder door de Schotse Highland Division, Prinses Irenebrigade, het Regiment Stoottroepen en het 2e Regiment Luchtdoelartillerie.15 De kazerne bleef in gebruik tot in de jaren 90 van de vorige eeuw.
Honderd Morgen en De Maij De polder Honderd Morgen is een voormalig weidegebied dat vanaf het begin van deze eeuw is ingericht als natuur- en waterbergingsgebied (De Gement). De Maij is het laagste stuk in de Gement en dient in de hoogwaterbergingsplannen van het Waterschap Aa en Maas als overlaat. Het water dat via de Dommel en de Aa naar 's-Hertogenbosch wordt aangevoerd, stroomt dan via de Maij naar het Drongelens kanaal.16 Op een topografische kaart uit het eind van de 19e eeuw is duidelijk dat de grens tussen het hooiland en weiland, zoals dat op afbeelding 2.4 zichtbaar is wordt gevormd door een pad.17 Dit pad is de grens tussen de polder Honderd Morgen en De Maij. Dit pad staat in verbinding met huidige plangebied en is met de aanleg van het Drongelens kanaal in tijdelijk in onbruik geraakt.
15
Beckers 2020. IVN ’s-Hertogenbosch 2020. 17 Topotijdreis 2020. 16
19
V-20.0369 Vught, Voet – fietsbrug Fort Isabella
Afbeelding 2.4 Ligging het plangebied op een uitsnede van de kadastrale kaart uit het begin van de 19e eeuw (HISGIS 2020).
Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
20
Afbeelding 2.5 Ligging van het plangebied op een uitsnede van een topografische kaart uit circa 1900 (Uitgeverij Robas Produkties 1989). Het Drongelens kanaal is als ontwerp afgebeeld (witte baan met onderbroken streeplijnen).
Op een kaart uit de tweede helft van de 20e eeuw is zichtbaar dat het plangebied parallel aan de noordzijde van een gracht loopt en in gebruik is als voetpad. Ten noorden van dit voetpad ligt een moeras dat geleidelijk bebost raakt (afbeelding 2.6).18 Aan de westzijde van het kanaal is een dijk met een weg aangelegd. De Maysteeg wordt halverwege de jaren 80 aangelegd.
18
21
Topotijdreis 2020. V-20.0369 Vught, Voet – fietsbrug Fort Isabella
Afbeelding 2.6 Ligging van het plangebied op een uitsnede van een topografische kaart uit circa 1960 (topotijdreis 2020).
2.3.3 Archeologie Volgens de Erfgoedkaart Vught ligt het plangebied in zones met zowel hoge archeologische verwachting op militaire relicten (categorie 3, langs de oude weg tussen de forten Isabella en Antonie), hoge (categorie 4), middelhoge (categorie 5) en een lage archeologische verwachting (categorie 6, aan de westzijde van het kanaal).19 Volgens de archeologische verwachtingskaart van de gemeente ’sHertogenbosch valt de gehele oostzijde van het kanaal in een gebied met een hoge archeologische verwachting en aan de westzijde van het kanaal in een gebied met een lage archeologisch verwachting.20 Bepaalde gebieden zijn vanwege hun archeologische waarde vermeld op de Archeologische Monumentenkaart.21 Binnen een straal van 250 meter zijn echter
19
Berkvens 2015. Boshoven & Van Genabeek 2008. 21 RCE 2020. 20
Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
22
geen archeologische monumenten aangewezen. Ook zijn geen archeologische waarnemingen geregistreerd. Wel zijn meerdere archeologische onderzoeken uitgevoerd. Deze zijn vermeld in onderstaande tabel 2.1. Tabel 2.1 Archeologische onderzoeken die zij uitgevoerd binnen een straal van circa 250 m rondom het plangebied. BO =bureauonderzoek, IVO-O = booronderzoek, IVO-P = proefsleuvenonderzoek. Zaakidentificatienummer 2383282100
Locatie
Uitvoerder, jaar
Fort Isabella
3986095100
Fort Isabella
The Missing Link, 2012 BAAC, 2016
4875467100 2484898100
Fort Isabella Tracé spoor VughtMeteren Tracé spoor VughtMeteren
Vestigia, 2020 Arcadis 2015
IVO-p BO
BAAC, 2017
IVO-O, Vervolg op 2484898100
Polder Honderd Morgen Polder Honderd Morgen en De Maij
Gemeente ’sHertogenbosch, 2008 BAAC, 2009
IVO-O
4570769100
2212890100
2264641100
Soort onderzoek BO
Advies, Opmerkingen
BO
IVO-p bij bodemingrepen dieper dan 0,3 m -mv. Geen vervolg22 IVO-O ter hoogte van het plangebied
BO (voor inundatiegebied HoWaBo, 1600 ha.)
Niet vermeld
Ter hoogte ven het plangebied zijn geen boringen gezet vanwege de ligging op een spoordijk. Niet vermeld
Ter hoogte van het plangebied lage archeologische verwachting. Geen vervolg.
2.4 Archeologische verwachting Het plangebied ligt op een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden en/of een beekdalbodem. Gezien de landschappelijk lage ligging was het gebied in gebruik als hooi- en weiland dat periodiek overstroomde. Zeer waarschijnlijk was het gebied vanwege terugkerende wateroverlast niet geschikt voor bewoning. Ter plaatse van het Fort Isabella is het gehucht De Reut gesitueerd geweest, zeer waarschijnlijk is dit gehucht ontstaan op een uitloper van een relatief hoog gelegen dekzandrug. Om het fort en overige forten zoals het oostelijk gelegen fort Antonie en verder gelegen forten te ontsluiten zijn dijken aangelegd. De huidige Reutsedijk is oorspronkelijk een zuidelijke toegangsweg naar ’sHertogenbosch. Op een kaart uit de eerste helft van de 19e eeuw is zichtbaar dat circa een kwart van het tracé van het plangebied in een gegraven water ligt. Dit water ligt parallel aan de huidige Reutsedijk en is later in de 19 e eeuw gedempt. Op kaarten uit de 19e en 20e eeuw en het Actueel Hoogtebestand Nederland is te zien dat het plangebied tussen de Reutsedijk en het Drongelens kanaal grotendeels op een lage dijk ligt. Deze lage dijk is in de tweede helft van de 19e eeuw aangelegd als verbinding tussen de Reutsedijk en de polders in het noordwesten van het plangebied en zal als weg of pad gefungeerd hebben.
Aan de westzijde van het kanaal loopt een dijk dwars door het plangebied. Het tracé van het plangebied eindigt aan de Maysteeg Ook deze weg ligt op een grondlichaam.
22
Bij de eerste bevindingen is aangegeven dat het plangebied sterk is verstoord. De proefsleuf is in het noordelijk deel van het fort getrokken. Wel zijn er drie of vier greppels aangetroffen die wellicht te maken hebben met de oorspronkelijke omgrachting van het fort. Dit is echter twijfelachtig. De greppels liggen bovendien zo die dat ze bij de geplande werkzaamheden niet verder verstoord zullen worden. Er is om deze reden geen vervolgonderzoek geadviseerd.
23
V-20.0369 Vught, Voet – fietsbrug Fort Isabella
De oorspronkelijk bodem betreft een gooreerdgrond. Eventuele archeologische vondsten en bewoningssporen kunnen bij een intact bodemprofiel worden verwacht op of binnen 50 cm beneden maaiveld vanaf de onderzijde van de Ah/Ap-horizont. De verwachting is echter dat door de aanleg van het fort en de dijken en het graven van de waterpartij geen intacte bodem aanwezig zal zijn. Alleen direct ten zuidoosten van het kanaal ligt wellicht nog een kleine zone waar de bodem intact kan zijn. Op basis van de ongunstige omstandigheden (laaggelegen, periodieke overstromingen) en de bodemverstoringen (aanleg dijk, graven waterpartij) worden geen archeologische resten verwacht met uitzondering van eventuele sporen uit de nieuwe tijd die te relateren zijn aan Fort Isabella in een deel van het plangebied direct ten zuidoosten van het kanaal tot aan de ‘knik’. Tussen de ‘knik` en de Reutsedijk wordt het voet- en fietspad aangelegd op het 19e eeuwse dijk- of grondlichaam. Dit grondlichaam betreft in feite al een grondspoor of cultuurhistorisch element.
Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
24
3
Inventariserend veldonderzoek
3.1 Werkwijze Bij het inventariserend veldonderzoek is de vooraf opgestelde archeologische verwachting getoetst. Bij het inventariserend veldonderzoek is het plangebied onderzocht op de geomorfologische, geologische en bodemkundige karakteristieken. Ook geeft het booronderzoek informatie over de intactheid van de bodem en verwachte verstoringen en geeft daarmee inzicht in de gaafheid van een eventuele archeologische vindplaats. In het plangebied zijn acht boringen gezet met een Edelmanboor of puinboor met een diameter van 7 cm. Onder de grondwaterspiegel is wanneer mogelijk gebruik gemaakt van een steekguts met een diameter van 3 cm. De boringen zijn uitgevoerd tot maximaal 2 m –mv. Ten opzichte van de boorpuntenkaart die in het PvA23 is weergegeven, is boring 1 verplaatst in verband met de ligging op een dijk. De locaties van de boringen zijn ingemeten met GPS. De hoogteligging ten opzichte van NAP is uit het Actueel Hoogtebestand Nederland gehaald.24 De bodemlagen zijn lithologisch25 en bodemkundig26 beschreven. De bodemlagen zijn met de hand en op het oog onderzocht op de aanwezigheid van archeologische resten.
Dergelijke resten zoals bijvoorbeeld aardewerk, huttenleem, vuursteen, metaal, fosfaat, houtskool en al dan niet verbrand bot) kunnen een aanwijzing zijn voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats ter plaatse of in de nabijheid van de boring met indicator. Het veldonderzoek heeft plaatsgevonden op 29 december 2020. In navolgende paragrafen worden de resultaten van het veldonderzoek beschreven. De locaties van de boringen staan weergegeven op de boorpuntenkaart (afbeelding 3.1). De maaiveldhoogte (in meters t.o.v. NAP) is per boring vermeld in de boorstaten (bijlage 2).
23
Bergman 2020. AHN-3 2020. 25 NEN 1989. 26 De Bakker & Schelling 1989. 24
25
V-20.0369 Vught, Voet – fietsbrug Fort Isabella
Figuur 3.1 Boorpuntenkaart.
3.2 Veldwaarnemingen In het veld is het grondlichaam waar het geplande voet- en fietspad deels op wordt aangelegd duidelijk zichtbaar. Het grondlichaam is enkele meters breed en ligt maximaal 0,5 m hoger ten opzichte van het belendende moerasbos (afbeelding 3.2).
Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
26
Figuur 3.2 Zicht op het plangebied vanaf de Reutsedijk.
3.3 Verkennend booronderzoek 3.3.1 Lithologie en bodemopbouw De boringen 2 t/m 6 zijn in het grondlichaam gezet. Boring 1 is verplaats vanaf de oorspronkelijke ligging op de dijk naar het bos, langs het grondlichaam direct ten zuiden van boring 6. Boring 7 is eveneens in het bos gezet en boring 8 in een grasstrook parallel aan het kanaal. Op het grondlichaam komt een 10 cm dikke laag ‘teelaarde’ voor met daaronder een 25 tot 40 cm dikke zeer sterk puinhoudende zandlaag. Tot 0,9 à 1,4 m -mv (2,4 à 2 m +NAP) is grond opgebracht. Deze opgebrachte grond is sterk gevlekt en vermengd met wat baksteenresten. Ter plaatse van de boringen 2, 3 en 4 is onder de opgebracht grond sterk kleiig, veraard veen aangetroffen. De veenlaag is 50 tot 70 cm dik en komt voor op matig grof, sterk siltig, licht bruingrijs zand. Deze zandlaag is geïnterpreteerd als beekafzetting. De top ligt hier op 1,6 à 1,7 m +NAP. Ter plaatse van boring 2 is de basis van het veen niet bereikt binnen 1,4 m +NAP. Ook in de boringen 5 en 6 zijn beekafzettingen aangetroffen. De top van de C-horizont ligt hier op circa 1,4 m -mv (2 m +NAP). In deze boringen zijn onder een respectievelijk 120 en 90 cm dikke laag opgebrachte grond een 10 cm dikke begraven A-horizont en een 50 cm dikke AC-horizont aangetroffen.
Buiten het grondlichaam is in boring 7 vanaf 0,6 m -mv (2,4 +NAP) een circa 25 cm dikke A-horizont op beekafzettingen (C-horizont) waargenomen. Ter plaatse van boring 1 is de bodem sterk gevlekt tot 0,9 m -mv (2,1 m +NAP) en gaat abrupt over in beekafzettingen. Boring 8 bestaat tot aan het einddiepte van de boring op 1,2 m -mv (1,9 m +NAP) geheel uit opgebrachte grond.
3.3.2 Archeologische indicatoren Bij controle van het opgeboorde materiaal zijn behalve baksteenpuin geen archeologische indicatoren aangetroffen. 27
V-20.0369 Vught, Voet – fietsbrug Fort Isabella
3.4 Archeologische interpretatie De ongeroerde ondergrond loopt vanaf het zuidoosten (boring 2, top C circa 1,4 m +NAP) geleidelijk op richting het noordwesten (boring 7, top C-horizont 2,15 m +NAP). In boring 7 is onder het pakket opgebrachte grond een gooreerdgrond te herkennen. In gebieden waar gooreerdgronden voorkomen, zijn de omstandigheden voor bewoning ongunstig. De voormalige waterpartij (hoofdstuk 2, afbeelding 2.4) is gedempt met zand. Ter plaatse van de voormalige waterbodem komt een veenlaag voor. Dit betreft zeer waarschijnlijk een verlande beekbodem. Dergelijke gronden waren niet geschikt voor bewoning, maar er kunnen wel deposities in verwacht worden. Het grondlichaam is zichtbaar op het AHN (hoofdstuk 2, afbeelding 2.1) en betreft het oude verbindingspad tussen de Reutsedijk en de Honderd Morgenpolder en De Maijpolder. Het grondlichaam is nog gaaf aanwezig. Op basis van de resultaten van het booronderzoek kan geconcludeerd worden dat bewoningssporen of sporen die direct te relateren zijn aan Fort Isabella niet aanwezig zullen zijn. Wel kunnen losse vondsten verwacht worden ter plaatse van de voormalige waterpartij vanaf 0,9 m -mv. Het grondlichaam betreft een grondspoor uit de 19e eeuw dat later mogelijk nog is opgehoogd.
Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
28
4
Conclusie en aanbevelingen
Hieronder volgt de beantwoording van de onderzoeksvragen zoals gesteld in hoofdstuk 1. De eerste drie vragen hebben betrekking op het bureauonderzoek. De overige op het veldonderzoek: Bureauonderzoek:
Zijn binnen het plangebied bekende archeologische waarden aanwezig? Zo ja, zijn er gegevens bekend over de omvang, ligging, aard en datering hiervan? Op kaarten uit de 19e en 20e eeuw en het Actueel Hoogtebestand Nederland is te zien dat het plangebied tussen de Reutsedijk en het Drongelens Kanaal grotendeels op een lage dijk ligt. Op oudere kaarten is deze dijk niet afgebeeld en zal derhalve in de tweede helft van de 19e eeuw zijn aangelegd als verbinding tussen de Reutsedijk en de polders in het noordwesten van het plangebied en zal als verbindingsweg of -pad gediend hebben.
Wat is de verwachte bodemopbouw in het gebied en zijn er gegevens bekend over bodemverstorende ingrepen in het verleden binnen het plangebied? Het plangebied ligt op een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden en/of een beekdalbodem. Gezien de landschappelijk lage ligging was het gebied in gebruik als hooi- en weiland dat periodiek overstroomde. Ter plaatse van het Fort Isabella, direct ten zuiden van het plangebied is het gehucht De Reut gesitueerd geweest, zeer waarschijnlijk is dit gehucht ontstaan op een uitloper van een relatief hoog gelegen dekzandrug. Om het fort en overige forten zoals het oostelijk gelegen Fort Antonie en verder gelegen forten te ontsluiten zijn dijken aangelegd, zoals de Reutsedijk die aan het plangebied grenst. Op een kaart uit de eerste helft van de 19e eeuw is zichtbaar dat circa een kwart van het tracé van het plangebied in een gegraven water ligt. Dit water ligt parallel aan de huidige Reutsedijk en is later in de 19e eeuw gedempt. De oorspronkelijk bodem betreft een gooreerdgrond. De verwachting is echter dat door de aanleg van het fort en de dijken en het graven van de waterpartij geen intacte bodem aanwezig zal zijn. Alleen direct ten zuidoosten van het kanaal ligt wellicht nog een kleine zone waar de bodem intact kan zijn.
Wat is de specifieke archeologische verwachting voor het gebied? Op basis van de ongunstige omstandigheden (laaggelegen, periodieke overstromingen) en de bodemverstoringen (aanleg dijk, graven waterpartij) worden geen archeologische resten verwacht met uitzondering van eventuele sporen uit de nieuwe tijd die te relateren zijn aan Fort Isabella in een deel van het plangebied direct ten zuidoosten van het kanaal tot aan de ‘knik’. Tussen de ‘knik` en de Reutsedijk wordt het voet- en fietspad aangelegd op het 19e eeuwse dijk- of grondlichaam. Dit grondlichaam betreft in feite al een grondspoor of cultuurhistorisch element. Veldonderzoek:
Hoe is de bodemopbouw en zijn (begraven) bodems met potentiële archeologische niveaus (cultuurlagen) aanwezig? En zo ja, op welke diepte? 29
V-20.0369 Vught, Voet – fietsbrug Fort Isabella
Van de acht geplaatste boringen zijn er vijf in het grondlichaam gezet en drie buiten dit lichaam. Vaan laatstgenoemde is in één boring is een gooreerdgrond aangetroffen. Deze bodem is afgedekt met een 60 cm dikke laag opgebrachte grond. De andere twee zijn geroerd tot minimaal 0,9 m -mv. Het grondlichaam is verstevigd met een puinhoudende laag die tot circa 0,35 à 0,5 m -mv reikt. Hieronder komt een maximaal 90 cm dikke laag opgebrachte grond voor. Ter plaatse van de voormalige waterpartij komt veraard veen op beekafzettingen voor. De ongeroerde bodem bestaat in het overige deel van het plangebied eveneens uit beekzafzettingen (matig grof, sterk siltig zand). Het grondlichaam betreft een grondspoor uit de 19e eeuw dat later mogelijk nog is opgehoogd.
In hoeverre worden archeologische resten bedreigd en is vervolgonderzoek nodig en zo ja, in welke vorm? Indien de geplande grondwerkzaamheden in het bestaande grondlichaam beperkt blijft tot afvlakken en lokaal niet dieper dan 0,4 m vergraven wordt, kan dit beschouwd worden als methode het dijkje te consolideren en blijft het dijkje in bestaande vorm behouden. Buiten het grondlichaam worden geen archeologische resten verwacht. Archeologisch vervolgonderzoek is niet noodzakelijk. Mogelijk kan het deel van het grondlichaam, dat buiten het plangebied valt wel als aandachtgebied bij onderhoudswerkzaamheden aangewezen worden zodat het als cultuurhistorisch element zichtbaar blijft. Bovenstaand advies dient beoordeeld te worden door de bevoegde overheid (gemeente Vught) en leidt tot een selectiebesluit. Dit betekent niet dat reeds gestart kan worden met bodemverstorende activiteiten of de daarop voorbereidende activiteiten. Hoewel getracht is een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethoden, kan de aanwezigheid van archeologische sporen of resten nooit volledig worden uitgesloten in de gebieden waarvoor geen vervolgonderzoek wordt aanbevolen. BAAC wil er daarom op wijzen dat men bij bodemverstorende activiteiten alert dient te zijn op de aanwezigheid van archeologische waarden (zoals vondstmateriaal en grondsporen).
Bij het aantreffen van deze waarden dient men hiervan melding te maken bij de minister (in de praktijk de RCE) conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016.
Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
30
5
Geraadpleegde bronnen Literatuur Bakker, H. de & J. Schelling, 1989. Systeem van bodemclassificatie voor Nederland. De hogere niveaus. Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2008. De vorming van het land. Inleiding in de geologie en de geomorfologie. (Fysische geografie van Nederland). Assen. Beckers, D. 2020 in prep. Begeleidend document conflictarcheologie Vught. ’sHertogenbosch. Bergman, W.A.,2020. Plan van Aanpak Inventariserend veldonderzoek Plangebied Voet- en fietsbrug Fort Isabella ’s-Hertogenbosch. Buitenhuis, A. et al., 1991. Geomorfologische gesteldheid van Midden en Oost Noord-Brabant., Wageningen (Rapport 121 Staring Centrum). CCvD, 2018. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1. Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Gouda. Domburg, N. van, 2012. CE-Bodembelastingskaart Vught.. Riel (REASeuro rapport RO-120038 versie 0.1). Heijden, P.J. van der, 2004. Dagboek 1629., ’s-Hertogenbosch. Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhof, T.E. Wong, 2003. De ondergrond van Nederland. Groningen. Nederlands Centrum van Normalisatie (NEN), 1989. Classificatie van onverharde grondmonsters, NEN 5104, Delft. Stiboka, 1969. Bodemkaart van Nederland Schaal 1:50.000. Toelichting bij kaartblad 45 West ‘s-Hertogenbosch. Stichting voor Bodemkartering, Wageningen. Teunissen van Manen, T.C., 1985. Bodemkaart van Nederland 1:50.000.
Toelichting bij de kaartbladen 50 Oost Tilburg en 51 West Eindhoven. Stichting voor Bodemkartering, Wageningen. Verhees, E. & A. Vos, 2005. Historische atlas van ’s-Hertogenbosch. De ruimtelijke ontwikkeling van een vestingstad. Uitgeverij SUN, Amsterdam.
Kaarten Berkvens, R. 2015. Archeologische beleidskaart Vught. Vught. Boshoven, E.H. & R.J.M. van Genabeek, 2008: ‘s-Hertogenbosch Archeologische Verwachtingskaart, ‘s-Hertogenbosch. Provincie Noord-Brabant, 2007. Ontgrondingenkaart van de Provincie Noord-
Brabant. 31
V-20.0369 Vught, Voet – fietsbrug Fort Isabella
TNO Bouw en Ondergrond, 2010: Geologische overzichtskaart van Nederland, Utrecht. Uitgeverij Robas Producties, 1989. Historische Atlas Noord-Brabant, Chromotopografische Kaart des Rijks 1:25.000. Den Ilp.
Websites (december 2020) AHN 3, Actueel Hoogtebestand Nederland, online geraadpleegd via http://www.ahn.geodan.nl. ArcGIS Online, Website met interactieve kaarten, afkomstig van Arcgis. DINO-loket,. Website met basisregistratie van de Nederlandse bodem en ondergrond. Online geraadpleegd via http://www.dinoloket.nl. HISGIS, Kaartviewer. https://hisgis.nl/kaartviewer/noord-brabant/ IVN, Website online geraadpleegd via https://www.ivn-s-hertogenbosch.nl Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE),. Bodemkaart, geomorfologische kaart, kadastrale kaart 1832, Centraal Archeologisch Archief (CAA) en het Centraal Monumenten Archief (CMA), afkomstig van ARCHIS-III. Amersfoort. Topotijdreis,. Over 200 jaar topografie, http://www.topotijdreis.nl.
Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
32
Bijlagen
1 2
33
Overzicht van archeologische een geologische tijdvakken. Boorstaten
V-20.0369 Vught, Voet – fietsbrug Fort Isabella
Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
34
Bijlage 1: Geologische en archeologische tijdvakken Chronostratigrafie
MIS
Holoceen (warme periode)
1
11.650
14.030
Laat
Laat
30.000
60.000
Weichselien (ijstijd)
14.640
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
75.000
Formatie van Kreftenheye (Rijn) 2
MiddenPleniglaciaal (koud)
3
VroegPleniglaciaal (zeer koud)
4
VroegWeichselien (gematigd koud)
Pleistoceen
117.000
Kwartair
5a 5b 5c 5d
Eemien (warme periode)
5e
Saalien (ijstijd)
6-10
Holsteinien (warme periode)
11
Elsterien (ijstijd)
12
Cromerien (warme periode)
1322
Pre-Cromerien
23104
Eem Formatie (marien, lagunair en lacustrien) Formatie van Drente (Glaciaal)
130.000
Midden
410.000
Midden
370.000
475.000
2.600.000
Vroeg
Vroeg
850.000
Formatie van Urk (Rijn) Formatie van Peelo (Glaciaal) Formatie van Sterksel (Rijn)
Chrono-, zuurstofisotopen- en lithostratigrafie voor Noordwest-Europa naar De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Berendsen (2008) en Cohen et al. (2009). Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor Cultuurhistorisch Erfgoed (RCE). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2008). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).
Formatie van Beegden (Maas)
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
13.900
Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm) LaatPleniglaciaal (zeer koud)
Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)
Formatie van Boxtel (eolisch en lokaal terrestrisch)
12.850
Lithostratigrafie
Formatie van Stamproy (eolisch en lokaal terrestrisch)
Ouderdom (jr) 0 = 1950 n. Chr.
Ouderdom (kal. jaren BP1)
14
C jaren
Chronostratigrafie
Pollen zones
Vegetatie
Archeologische perioden (kal. jaren v/n. Chr.) nieuwe tijd (1500-heden)
450 Vb2 1150
1250
1962
Laat
1500
Subatlanticum (koeler Vochtiger)
1950
Holoceen
2900
5700
Subboreaal (koeler Droger)
5000
7250
10.250
9000
10.750 10.150
13.900
11.900
14.030
12.100
14.640
12.450
130.000
300.000 (v. Chr.)
1
14
117.000
C-methode loopt tot 43.000 jaar BP
35.000 (v. Chr.)
75.000
III
Loofbos eik en els overheersen, relatief veel iep en linde. Het percentage den neemt af
Boreaal (warmer)
II
Den overheerst, daarnaast hazelaar, eik, iep, linde, es
Preboreaal (warmer)
I
Eerst berk en later overheerst de den
Late Dryas
LW III
Parklandschap (subarctisch)
Allerød
LW II
LaatWeichselien (Laat-Glaciaal) Weichselien (ijstijd)
10.950
Laat-Pleistoceen
12.850
MiddenPleistoceen
11.650
Loofbos. Eik, els en hazelaar overheersen; beuk vanaf IVb >1% en grotere invloed landbouw (granen)
Atlanticum (warm Vochtig) 8000
Vroeg
8700
IVa
Midden
3950
IVb
Vroege Dryas Bølling
Dennen- en berkenbossen Open parklandschap
LW I
Romeinse tijd (12 v.Chr. – 450 n. Chr.)
bronstijd (2000 – 800 v. Chr.)
neolithicum (5300 – 2000 v. Chr.)
mesolithicum (8800 – 5300 v. Chr.)
laat-paleolithicum (35.000 – 8800 v. Chr.)
Open vegetatie met kruiden (bijvoet) en berkenbomen
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
Perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra
VroegWeichselien (Vroeg-Glaciaal)
Perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap
Eemien (warme periode)
Loofbos
Saalien (ijstijd)
Maximale ijsuitbreiding Scandinavische ijskap tussen 200.000 en 130.000 jaar BP
BP = aantal werkelijke jaren voor 1950 AD.
middeleeuwen (450-1500 n. Chr.)
ijzertijd (800 – 12 v. Chr.)
Va
2750 3050
Vb1
Loofbos, waarbij eik en els overheersen; haagbeuk vanaf Vb1 (>1%); vanaf Vb2 veel cultuurplanten (rogge, boekweit, korenbloem)
midden-paleolithicum (300.000 – 35.000 v. Chr.)
vroeg-paleolithicum (tot 300.000 v. Chr.)
boring: 20369-1 beschrijver: WB, datum: 29-12-2020, X: 148.192, Y: 409.713, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 45C, hoogte: 3,00, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: bos, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Noord-Brabant, gemeente: Vught, plaatsnaam: Vught, opdrachtgever: Gemeente Vught, uitvoerder: BAAC
0 cm -Mv / 3,00 m +NAP Lithologie: zand, matig siltig, matig humeus, bruingrijs, matig grof, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
15 cm -Mv / 2,85 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, sterk siltig, donkergeelgrijs, matig grof, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Opmerking: Zeer sterk gevlekt. Freatisch vlak op 60
90 cm -Mv / 2,10 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, sterk siltig, lichtbruingrijs, matig grof, kalkloos, interpretatie: beekafzettingen Bodemkundig: C-horizont
Einde boring op 120 cm -Mv / 1,80 m +NAP
boring: 20369-2 beschrijver: WB, datum: 29-12-2020, X: 148.256, Y: 409.656, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 45C, hoogte: 3,40, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: bos, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Noord-Brabant, gemeente: Vught, plaatsnaam: Vught, opdrachtgever: Gemeente Vught, uitvoerder: BAAC
0 cm -Mv / 3,40 m +NAP Lithologie: zand, matig siltig, matig humeus, donkerbruingrijs, matig grof, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
10 cm -Mv / 3,30 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, bruingrijs, matig grof, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: veel fragmenten bouwpuin (onbepaald)
50 cm -Mv / 2,90 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, geelgrijs, matig grof, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald)
90 cm -Mv / 2,50 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, geelgrijs, matig grof, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Opmerking: Zeer sterk gevlekt. Aan basis roestvlekken
140 cm -Mv / 2,00 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: veen, sterk kleiig, donkergrijs, zandbijmenging, veraard veen, kalkloos
170 cm -Mv / 1,70 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (1-3 cm) Lithologie: veen, zwak kleiig, donkergrijsbruin, zandbijmenging, veraard veen, kalkloos
Einde boring op 200 cm -Mv / 1,40 m +NAP
1
boring: 20369-3 beschrijver: WB, datum: 29-12-2020, X: 148.238, Y: 409.674, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 45C, hoogte: 3,30, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: bos, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Noord-Brabant, gemeente: Vught, plaatsnaam: Vught, opdrachtgever: Gemeente Vught, uitvoerder: BAAC
0 cm -Mv / 3,30 m +NAP Lithologie: zand, matig siltig, matig humeus, donkerbruingrijs, matig grof, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
10 cm -Mv / 3,20 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, bruingrijs, matig grof, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: veel fragmenten bouwpuin (onbepaald) Opmerking: Baksteenpuin
40 cm -Mv / 2,90 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, sterk siltig, geelgrijs, matig grof, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald) Opmerking: Baksteenpuin
100 cm -Mv / 2,30 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: veen, sterk kleiig, donkergrijs, veraard veen, kalkloos
125 cm -Mv / 2,05 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: veen, sterk kleiig, bruingrijs, veraard veen, kalkloos
150 cm -Mv / 1,80 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, sterk siltig, lichtbruingrijs, matig grof, kalkloos, interpretatie: beekafzettingen Bodemkundig: C-horizont
Einde boring op 160 cm -Mv / 1,70 m +NAP
boring: 20369-4 beschrijver: WB, datum: 29-12-2020, X: 148.221, Y: 409.691, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 45C, hoogte: 3,30, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: bos, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Noord-Brabant, gemeente: Vught, plaatsnaam: Vught, opdrachtgever: Gemeente Vught, uitvoerder: BAAC
0 cm -Mv / 3,30 m +NAP Lithologie: zand, matig siltig, matig humeus, donkerbruingrijs, matig grof, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
10 cm -Mv / 3,20 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, bruingrijs, matig grof, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: veel fragmenten bouwpuin (onbepaald) Opmerking: Baksteenpuin
35 cm -Mv / 2,95 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, donkergeelgrijs, matig grof, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Opmerking: Zeer sterk gevlekt
90 cm -Mv / 2,40 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: veen, sterk kleiig, donkergrijs, veraard veen, kalkloos
125 cm -Mv / 2,05 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: veen, sterk kleiig, bruingrijs, veraard veen, kalkloos
160 cm -Mv / 1,70 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, sterk siltig, lichtbruingrijs, matig grof, kalkloos, interpretatie: beekafzettingen Bodemkundig: C-horizont
Einde boring op 170 cm -Mv / 1,60 m +NAP
2
boring: 20369-5 beschrijver: WB, datum: 29-12-2020, X: 148.204, Y: 409.709, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 45C, hoogte: 3,30, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: bos, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Noord-Brabant, gemeente: Vught, plaatsnaam: Vught, opdrachtgever: Gemeente Vught, uitvoerder: BAAC
0 cm -Mv / 3,30 m +NAP Lithologie: zand, matig siltig, bruingrijs, matig grof, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
15 cm -Mv / 3,15 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, sterk siltig, donkergeelgrijs, matig grof, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Opmerking: Zeer sterk gevlekt
120 cm -Mv / 2,10 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, sterk siltig, matig humeus, donkergrijsbruin, matig grof, spoor plantenresten, kalkloos Bodemkundig: begraven natuurlijke (ongeploegde) A-horizont
130 cm -Mv / 2,00 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, sterk siltig, grijs, matig grof, kalkloos, interpretatie: beekafzettingen Bodemkundig: C-horizont, volledig gereduceerd
140 cm -Mv / 1,90 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, sterk siltig, lichtbruingrijs, matig grof, kalkloos, interpretatie: beekafzettingen Bodemkundig: C-horizont
Einde boring op 170 cm -Mv / 1,60 m +NAP
boring: 20369-6 beschrijver: WB, datum: 29-12-2020, X: 148.190, Y: 409.730, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 45C, hoogte: 3,40, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: bos, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Noord-Brabant, gemeente: Vught, plaatsnaam: Vught, opdrachtgever: Gemeente Vught, uitvoerder: BAAC
0 cm -Mv / 3,40 m +NAP Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, donkergrijs, matig grof, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
15 cm -Mv / 3,25 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, bruingrijs, matig grof, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: veel fragmenten bouwpuin (onbepaald) Opmerking: Zeer sterk gevlekt. Baksteenpuin
50 cm -Mv / 2,90 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, donkergrijsgeel, matig grof, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald) Opmerking: Zeer sterk gevlekt. Baksteenpuin
90 cm -Mv / 2,50 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, sterk siltig, matig humeus, donkergrijs, matig grof, kalkloos, interpretatie: beekafzettingen Bodemkundig: AC-horizont, volledig gereduceerd
140 cm -Mv / 2,00 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, sterk siltig, lichtbruingrijs, matig grof, kalkloos, interpretatie: beekafzettingen Bodemkundig: C-horizont
Einde boring op 150 cm -Mv / 1,90 m +NAP
boring: 20369-7 beschrijver: WB, datum: 29-12-2020, X: 148.175, Y: 409.751, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 45C, hoogte: 3,00, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: bos, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Noord-Brabant, gemeente: Vught, plaatsnaam: Vught, opdrachtgever: Gemeente Vught, uitvoerder: BAAC
0 cm -Mv / 3,00 m +NAP Lithologie: zand, matig siltig, bruingrijs, matig grof, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
15 cm -Mv / 2,85 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, sterk siltig, donkergeelgrijs, matig grof, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Opmerking: Zeer sterk gevlekt
60 cm -Mv / 2,40 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, sterk siltig, matig humeus, donkergrijsbruin, matig grof, kalkloos Bodemkundig: begraven natuurlijke (ongeploegde) A-horizont
85 cm -Mv / 2,15 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, sterk siltig, lichtbruingrijs, matig grof, kalkloos, interpretatie: beekafzettingen Bodemkundig: C-horizont
Einde boring op 120 cm -Mv / 1,80 m +NAP
3
boring: 20369-8 beschrijver: WB, datum: 29-12-2020, X: 148.165, Y: 409.767, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 45C, hoogte: 3,10, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: grasland, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Noord-Brabant, gemeente: Vught, plaatsnaam: Vught, opdrachtgever: Gemeente Vught, uitvoerder: BAAC
0 cm -Mv / 3,10 m +NAP Lithologie: zand, matig siltig, bruingrijs, matig grof, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Opmerking: Zeer sterk gevlekt
50 cm -Mv / 2,60 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, donkergeelgrijs, zeer grof, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
105 cm -Mv / 2,05 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (1-3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, lichtgeelgrijs, zeer grof, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
Einde boring op 120 cm -Mv / 1,90 m +NAP
4