Bijlage Archeologisch bureauonderzoek
Tekst van het document
ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK EN VERKENNEND BOORONDERZOEK DE WIEKEN TE VUGHT GEMEENTE VUGHT
archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek De Wieken te Vught Opdrachtgever
Gemeente Vught Secr. van Rooijstraat 1 5261 EP Vught
Rapportnummer 1
Versienummer
Datum
Vestiging
5480.002 1 8 maart 2018
Limburg Rijksweg Noord 39 6071 KS Swalmen 0475 - 504961
swalmen@econsultancy.nl Opsteller
drs. M. Stiekema
Paraaf
Kwaliteitscontrole
drs. A.H. Schutte
Paraaf
© Econsultancy bv, Swalmen Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1
Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeelt door de bevoegde overheid.
Econsultancy Archeologisch Rapport
Administratieve gegevens plangebied Projectcode
5480.002
Toponiem
De Wieken
Opdrachtgever
Gemeente Vught
Gemeente
Vught
Plaats
Vught
Provincie
Noord-Brabant
Kadastrale gegevens
gemeente Vught, sectie D, nummer 2038, 4618, 2867, 3752, 2034, 4466, 3759, 4005, 4006, 4465, 1939, 2247 (ged.)
Omvang plangebied
circa 1,4 hectare
Kaartblad
45 C
Coördinaten centrum plangebied
X: 147.740 / Y: 406.180
Bevoegde overheid
Gemeente Vught Postbus10100 5260 AG Vught T: 073 - 6580680
Deskundige namens de bevoegde overheid
Dhr. S. Molenaar Afdeling SO/Erfgoed v/d gemeente ’s-Hertogenbosch Postbus 12345 5200 GZ ‘s-Hertogenbosch
T: 06 – 46971394 E: s.molenaar@s-hertogenbosch.nl
ARCHIS3
Bureauonderzoek 4589683100
Booronderzoek 4589691100
Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.) Archeoregio NOaA
Brabants zandgebied
Beheer en plaats documentatie
Econsultancy, Swalmen/ Provinciaal Archeologisch Depot Noord-Brabant
Uitvoerders
Econsultancy, drs. M. Stiekema
Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
Econsultancy Archeologisch Rapport
SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van de Gemeente Vught een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied De Wieken te Vught in de gemeente Vught (zie figuur 1). De onderzoekslocatie betreft de herontwikkeling van het gebied tot woningbouwlocatie. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan te worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk te worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Dit wordt uitgevoerd door middel van het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden. Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek De kans op het voorkomen van de resten is vanwege de voor landbouwers gemiddeld geschikte ligging op een dekzandvlakte middelhoog voor resten vanaf het Neolithicum.
Omdat van archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum uitsluitend vuurwerkstrooiingen en gebruiksvoorwerpen worden verwacht in de nabijheid van beekdalen en het plangebied op grote afstand van een beekdal ligt is de verwachting dat deze in het plangebied aanwezig zijn laag. Resultaten inventariserend veldonderzoek Uit het booronderzoek blijkt dat het plangebied tot grote diepte (70-180 cm –mv) is verstoord. Opvallend is dat bij de boringen 1 en 4 nog een gedeeltelijk intact podzolprofiel is aangetroffen op respectievelijk 110 en 160 cm –mv, terwijl bij boring 8 vanaf 70 cm –mv intacte dekzandafzettingen zonder podzolprofiel zijn aangetroffen. Mogelijk vallen de boringen 1 en 4 samen met de bodem van een voormalige depressie waar nog een deels intact podzolprofiel bewaard is gebleven. De naar verwachting natte omstandigheden ter plaatse van een depressie maakt dit echter uit archeologisch oogpunt minder interessante locaties. Op basis van het ontbreken van een eerddek en de waargenomen bodemverstoringen en de aanwezigheid van bebouwing op een deel van de nieuwbouwlocatie, kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer in situ worden verwacht.
De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, is door het booronderzoek bijgesteld naar laag voor alle perioden Advies Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek adviseert Econsultancy om het plangebied vrij te geven. Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Econsultancy wil de opdrachtgever er daarom ook op wijzen dat, mochten tijdens de geplande werkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, er conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 een meldingsplicht geldt bij het Ministe2 rie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed , de gemeente Vught of de provincie Noord-Brabant. 2
Infodesk email: info@cultureelerfgoed.nl of tel: 033-4217456.
Rapport 5480.002 versie 1
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................. 1 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9
3
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK .............................................................................. 12 3.1 3.2 3.3
4
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 1 Methoden .......................................................................................................................... 1 Afbakening en huidige situatie van het plangebied .......................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................... 3 Archeologische waarden .................................................................................................. 6 Beschrijving van het historische gebruik .......................................................................... 7 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ........................................................ 10 Conclusie bureauonderzoek ........................................................................................... 11
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................. 12 Methoden ........................................................................................................................ 12 Resultaten ....................................................................................................................... 12
CONCLUSIE EN ADVIES ......................................................................................................... 13
LITERATUUR ...................................................................................................................................... 14 BRONNEN .......................................................................................................................................... 15
Rapport 5480.002 versie 1
LIJST VAN TABELLEN Tabel I. Tabel II. Tabel III.
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Geraadpleegd historisch kaartmateriaal Gespecificeerde archeologische verwachting
LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3. Figuur 4. Figuur 5. Figuur 6. Figuur 7. Figuur 8. Figuur 9. Figuur 10.
Situering van het plangebied binnen Nederland Detailkaart van het plangebied Luchtfoto van het plangebied Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied Situering van het plangebied binnen de archeologische verwachtingskaart Situering van het plangebied binnen de historische kaarten Boorpuntenkaart
BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Onderzoeksmeldingen Vondstmeldingen Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus Planontwerp Boorprofielen
Rapport 5480.002 versie 1
1
INLEIDING
Econsultancy heeft in opdracht van de Gemeente Vught een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied De Wieken te Vught in de gemeente Vught (zie figuur 1). De onderzoekslocatie betreft de herontwikkeling van het gebied tot woningbouwlocatie. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan te worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk te worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 2) en een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) door middel van boringen (hoofdstuk 0). Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt een advies gegeven of vervolgstappen noodzakelijk zijn (hoofdstuk 4). Het archeologisch bureauonderzoek is uitgevoerd op 22 en 23 februari 2018 en het verkennend booronderzoek op 1 maart 2018. Het onderzoek is uitgevoerd door drs. M. Stiekema (senior prospector). Het rapport is gecontroleerd door drs. A.H. Schutte (senior KNA-archeoloog).
2 2.1
BUREAUONDERZOEK Doelstelling en onderzoeksvragen
Het doel van het bureauonderzoek is om een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Om deze vraag te beantwoorden wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. 2.2
Methoden
Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd conform de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.0, 07-06-2016), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en 3 LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven conform specificatie LS06. Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht: 3
afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).
Beschikbaar via www.sikb.nl.
Rapport 5480.002 versie 1
Pagina 1 van 15
Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd: 2.3
het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); literatuur en historisch kaartmateriaal; bouwhistorische gegevens; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Vught; plaatselijke (amateur-)archeoloog c.q. heemkundevereniging. Afbakening en huidige situatie van het plangebied
Afbakening Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen het onderzoeksgebied en het plangebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen feitelijk de bodemverstorende ingreep gaat plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen van de archeologische waarden binnen het plangebied. Dit gebied is groter dan het plangebied. In het huidige onderzoek betreft het onderzoeksgebied het gebied binnen een straal van circa 1.000 meter 4 rondom het plangebied. De onderzoekslocatie (circa 1,4 hectare) ligt aan de Lidwinastraat, in de kern van Vught in de gemeente Vught (zie figuur 1 en figuur 2). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 6 meter +NAP. Huidige situatie Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Hiervoor is gebruik gemaakt van de meest recente gegevens. Momenteel bevinden zich op de locatie twee schoolgebouwen, een kinderopvang, sporthal en paramedisch centrum (zie figuur 3). Het plangebied is deels bebouwd en bestaat verder uit een betegeld schoolplein en groenstroken. Het plangebied wordt doorsneden door de van west naar oost lopende Lidwinastraat. 5
Vigerend beleid Sinds 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg van kracht (WAMZ). Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan. In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemarchief gebruikt de gemeente een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart geeft een gemeentebreed overzicht van bekende en te verwachten ar4
Binnen deze straal wordt geacht dat er voldoende informatie beschikbaar is om een gefundeerde uitspraak te doen over de archeologische verwachting van het plangebied. 5 Hessing et al, 2011
Rapport 5480.002 versie 1
Pagina 2 van 15
cheologische waarden. De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures. Volgens het bestemmingsplan heeft het plangebied een dubbelbestemming archeologie. Volgens de bijbehorende planregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij projectgebieden groter dan 2 2.500 m en ingrepen dieper dan 50 cm -mv. De dubbelbestemming is afgeleid van de gemeentelijke beleidsadvieskaart en de bijbehorende beleidsnota (WAD, 2016). Volgens de beleidsadvieskaart (figuur 9) ligt het plangebied in een zone met een middelhoge archeologische verwachting. Huidig milieuonderzoek Gelijktijdig met het archeologisch bureauonderzoek is er voor het plangebied een milieuhygiënisch bodemonderzoek uitgevoerd door Econsultancy (rapportnummer: 5480.001). De resultaten van het milieuhygiënisch bodemonderzoek waren ten tijde van het uitvoeren van dit archeologisch bureauonderzoek nog niet bekend. Bodemloket De overheid initieert middels het Bodemloket inzicht te geven in maatregelen die de afgelopen jaren getroffen zijn om de bodemkwaliteit in Nederland in kaart te brengen (bodemonderzoek) of te herstellen (bodemsanering). Ook laat het Bodemloket zien waar vroeger (bedrijfs-) activiteiten hebben plaatsgevonden die extra aandacht verdienen.
Ook worden op het Bodemloket voormalige potentieel bodembedreigende bedrijfsactiviteiten weergegeven. Gegevens van het Bodemloket dienen als indicatief te worden beschouwd. Uit het Bodemloket blijkt dat in het deel van het plangebied ten zuiden 6 van de Lidwinastraatvoor in het verleden twee brandstoftanks zijn verwijderd/gesaneerd. 2.4
Toekomstige situatie
Het toekomstige gebruik van het plangebied kan bepalend zijn voor het vervolgtraject (behoud in-situ of behoud ex-situ van archeologische waarden). De toekomstige inrichting van het plangebied kan gevolgen hebben op het in-/ex-situ behoud van de archeologische waarde. De bestaande bebouwing in het plangebied zal worden gesloopt, waarna ruimte komt voor 50 à 60 woningen. De wegen zelf maken geen deel uit van de onderzoekslocatie. Het exacte oppervlak en de diepte van verstoring ten behoeve van de nieuwbouw zijn nog niet bekend (zie bijlage 6). 2.5
Aardwetenschappelijke gegevens
Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen. De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel I.
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied
Type gegevens Geologie
6 7
7
Gegevensomschrijving Formatie van Boxtel met een dek van het Laagpakket van Wierden; fluvioperiglaciale afzettingen (leem en zand) met een zanddek (Bx6)
www.bodemloket.nl. Mulder et al., 2003.
Rapport 5480.002 versie 1
Pagina 3 van 15
Geomorfologie Bodemkunde
8
9
Grondwatertrap
Niet gekarteerd (vermoedelijk dekzandvlakte) Niet gekarteerd (vermoedelijk hoge zwarte enkeerdgrond) Niet gekarteerd
Landschappelijke ontwikkeling Het plangebied bevindt zich binnen een gebied met overwegend afzettingen van de Formatie van Boxtel. De afzettingen van de Formatie van Boxtel zijn afgezet gedurende de laatste ijstijd, toen de wind vrij spel had in het verplaatsen van zand en silt. Over een groot deel van Nederland werd een pakket dekzand afgezet.10 Er ontstonden duidelijke hoogteverschillen, waarbij reliëfverschillen kleiner dan 1,5 meter dekzandplateaus worden genoemd en grotere hoogteverschillen dekzandruggen of dekzandkopjes genoemd worden. Dekzandafzettingen die zijn afgezet tijdens het Laat-Glaciaal zorgden voor nivellering van het landschap door laagtes in het landschap op te vullen. Het dekzand, dat in het plangebied aan het oppervlak wordt aangetroffen, wordt ook wel het Laagpakket van Wierden genoemd, welke behoort tot de Formatie van Boxtel. 11 Het water van de in het voorjaar smeltende sneeuwmassa´s erodeerde een deel van de dekzandruggen, waarna afzetting plaatsvond in de lagere delen van het landschap als vlaktes van verspoelde dekzanden. In het Holoceen (vanaf circa 10.000 jaar geleden) zijn door verwaaiing van de dekzanden lokaal stuifzandgebieden gevormd.
Bij het ontstaan hiervan speelde de mens een belangrijke rol, door beweiding, afbranden en het steken van plaggen op de heidevelden dat voornamelijk plaatsvond in de Nieuwe tijd.12 De stuifzanden worden gerekend tot het Laagpakket van Kootwijk, welke behoort tot de Formatie van Boxtel. Op 1.500 meter ten zuidwesten van het plangebied bevindt zich het dichtstbijzijnde stuifduinencomplex. Daarnaast zijn er in (lokale) beekdalen in de omgeving van Vught afzettingen gevormd bestaande uit leem, veen en zand. Deze afzettingen worden gerekend tot het Laagpakket van Singraven, welke tevens behoren tot de Formatie van Boxtel. Het dichtstbijzijnde bekende beekdal (van de Essche Stroom en de Dommel) bevindt zich op 2.500 meter ten oosten van het plangebied. 13
DINO Het Dinoloket is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO). Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland. Het archief omvat diepe en ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen, geo-elektrische metingen, resultaten van geologische, geochemische en geomechanische monsteranalyses, boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd door TNO. In het Dinoloket zijn geen boringen bekend binnen een straal van 500 meter rond het plangebied. Er zijn daarom geen boorprofielen uit het Dinoloket meegenomen. Boringen en/of sonderingen In het plangebied zijn in het kader van andere bodemonderzoeken nog geen boringen dan wel sonderingen gezet waarvan de resultaten gebruikt kunnen worden voor dit bureauonderzoek. Geomorfologie De geomorfologische kaart van Nederland (1:50.000) geeft de mate van reliëf en de vormen die in het landschap te onderscheiden zijn weer. Doordat het plangebied zich binnen de bebouwde kom van 8
Alterra, 2003. Stichting voor Bodemkartering, 1984. 10 Berendsen, 2008 11 De Mulder et al., 2003. 12 Berendsen, 2008 13 www.dinoloket.nl. 9
Rapport 5480.002 versie 1
Pagina 4 van 15
Vught bevindt, is de geomorfologie niet gekarteerd (zie figuur 4). Uit extrapolatie van geomorfologische gegevens buiten het plangebied is het aannemelijk dat het plangebied op een dekzandvlakte ligt. 14
Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Het Actueel Hoogtebestand Nederland vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse. Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied. Uitgaande van het AHN ligt het zuiden van Vught, waaronder het plangebied, een vrij egale vlakte. Het gebied iets ten noorden van het plangebied bevindt zich op een hogere gelegen dekzandrug (zie figuur 5). Binnen het plangebied zijn, mede vanwege de ligging binnen de bebouwde kom, geen significante hoogteverschillen waarneembaar. Bodemkunde Doordat het plangebied zich binnen de bebouwde kom van Vught bevindt, is de bodemopbouw niet gekarteerd (zie figuur 6). Uit extrapolatie van bodemgegevens buiten het plangebied is het aannemelijk dat het plangebied ligt binnen een gebied met hoge zwarte enkeerdgronden. Enkeerdgronden zijn oude bouwlanden, die vanaf de Late Middeleeuwen op de Pleistocene zandgronden zijn ontstaan door het opbrengen van mest (uit potstallen) vermengd met plaggen, die gestoken werden op de woeste gronden (zoals heide, bossen en beekdalen). Dergelijke gronden zijn eerst ontstaan op de hogere delen van het landschap en hebben zich later uitgebreid tot de lagere delen. Ze bestaan uit dikke lagen leemarme en humusrijke gronden.
Het belang van een enkeerdgrond ligt in de beschermende kwaliteiten van het dek. Eventuele archeologische waarden worden in de regel door het dikke dek beschermd tegen verstoring door onder andere agrarische activiteiten. Sinds de e jaren 80 van de 20 eeuw is er een grotere en meer systematische aandacht voor plaggenbodems in Nederland. In veel gevallen bleken de betreffende terreinen een hoge dichtheid aan verhoudingsgewijs goed geconserveerde archeologische overblijfselen te bevatten, soms zelfs complete archeologische landschappen. De vaak opmerkelijke resultaten vormen de belangrijkste bron voor de beschrijving van de bewoning en het landgebruik in de zandlandschappen voor de periode vanaf de Midden Bronstijd tot in de Nieuwe tijd. Veel hiervan representeert de vroegere geschiedenis van de e e dorpen die tussen de 9 en de 12 eeuw naast de essen kwamen te liggen. De rijkheid aan archeologische resten heeft er toe geleidt dat de hoger en droger gelegen plaggendekken of enkeerdgronden 15 over het algemeen een hoge indicatieve archeologische waarde kregen. Grondwatertrap Grondwatertrappen zijn een indicatie voor de diepte van de grondwaterstand en de seizoensfluctuatie daarvan. De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op de gemiddeld hoogste (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG).
Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping. In stedelijk gebied zijn geen grondwatertrappen bepaald. Deze worden als ‘witte vlekken’ op de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) weergegeven. Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. geeft een overzicht van de klassengrenzen die worden aangehouden bij de indeling van de grondwatertrappen. De trappen worden vastgesteld op een schaal van I tot VII van respectievelijk extreem nat tot extreem droog. Bij sommige grondwatertrappen is een * weergegeven: het gaat hier om tussenliggende grondwatertrappen die een drogere variant vertegenwoordigen. Doordat het plangebied zich binnen de bebouwde kom van Vught bevindt, is de grondwatertrap niet gekarteerd. 14 15
www.ahn.nl. Doesburg et al., 2007.
Rapport 5480.002 versie 1
Pagina 5 van 15
2.6
Archeologische waarden
Voor de uitkomst van het bureauonderzoek is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS), dat beheerd wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erf16 goed (RCE). In dit systeem worden alle archeologische gegevens verzameld en via internet zijn deze door bevoegden te raadplegen. De bekende archeologische waarden zijn middels kaartmateriaal weergegeven in figuur 7. Tevens zijn in de figuur de indicatieve archeologische waarde en de in ARCHIS geregistreerde AMKterreinen, waarnemingen, vondstmeldingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 1.000 m weergegeven. Aangezien de gemeentelijke beleidskaart een hoger detailniveau heeft dan de landelijke IKAW (Indicatieve Kaart Archeologische Waarde) is de IKAW voor het onderzoek niet geraadpleegd. Cultuurhistorische Waardenkaart Provincie Noord-Brabant Op de CHW-kaart van de provincie Noord-Brabant heeft de provincie het provinciaal ‘belang aangeduid’. Dit belang bestaat uit 21 cultuurhistorische en 16 archeologische landschappen. In de 21 cultuurhistorische landschappen heeft de provincie verschillende cultuurhistorische vlakken gedefinieerd. Van al deze landschappen en vlakken zijn beknopte beschrijvingen gemaakt.
De 16 archeologische landschappen hebben tot doel om het bodemarchief in de bewuste gebieden duurzaam en in samenhang te behouden. Het plangebied ligt niet in een cultuurhistorisch of archeologische landschap. Archeologische verwachtingskaart Gemeente Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. Volgens de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Vught ligt het plangebied in een gebied met een middelhoge archeologische verwachting. De middelhoge verwachtingswaarde hangt vermoedelijk samen met de verwachte ligging van het plangebied op een dekzandvlakte (zie figuur 17 9). 18
AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status. Binnen zowel het plangebied als het onderzoeksgebied liggen geen AMK-terreinen (zie figuur 7). 19
In het verleden uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen in totaal 15 archeologische onderzoeken uitgevoerd. Het gaat daarbij om bureauonderzoeken, booronderzoeken en proefsleufonderzoeken (zie bijlage 2 en figuur 7). De resultaten van de onderzoeken die rondom het plangebied zijn uitgevoerd laten zien dat diverse locaties een verstoord bodemprofiel kennen. In de omgeving van het plangebied zijn plaatselijk echter ook intacte bodemprofielen aangetroffen onder een dik ophoogpakket.
16
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort Hessing et al, 2011 18 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort 19 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort 17
Rapport 5480.002 versie 1
Pagina 6 van 15
20
Vondstmeldingen binnen het onderzoeksgebied In ARCHIS staan alle bekende archeologische vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het plangebied zijn geen vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het onderzoeksgebied staan vijf vondstmeldingen geregistreerd (zie bijlage 2 en figuur 7). De resultaten van de onderzoeken die rondom het plangebied zijn uitgevoerd laten zien dat in de omgeving van het plangebied voornamelijk vondsten bekend zijn uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Verder zijn er op 500 meter ten noorden van het plangebied fragmenten van vuurstenen klingen uit het Neolithicum aangetroffen. Wetenschappelijke publicaties, archieven en provinciaal archeologisch depot In het kader van dit bureauonderzoek zijn geen wetenschappelijke publicaties geraadpleegd, aangezien er geen relevante publicaties gevonden zijn. Aanvullende informatie Heemkunde Vereniging Voor aanvullende informatie is contact gezocht met de Stichting Erfgoed Vught, maar dit heeft binnen het tijdsbestek van de uitvoering van dit onderzoek geen aanvullende informatie opgeleverd. 2.7
Beschrijving van het historische gebruik
In het plangebied kunnen naast archeologische sporen ook historische relicten voorkomen die nog in het landschap zichtbaar zijn. Het gaat hierbij om historisch geografische relicten zoals nederzettingsvormen en wegen- en kavelpatronen. Veel van deze bewaard gebleven historische geografie geeft e door de herverkavelingen in de tweede helft van de 20 eeuw een incompleet beeld van het historisch landschap. Historische kaarten van vóór de herverkaveling zijn een goede aanvulling op het huidige incomplete beeld. Voor de historische ontwikkeling is naast het historisch kaartmateriaal ook relevante achtergrondliteratuur geraadpleegd. Korte bewoningsgeschiedenis van Vught In deze paragraaf wordt een bespreking van de bewoningsgeschiedenis van de streek gegeven. Een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland wordt weergegeven in bijlage 4. De oudste schriftelijke vermelding van Vught staat in een oorkonde uit 1006. Die oorkonde was echter een falsificatie van rond 1270, waarmee de Utrechtse Paulusabdij haar rechten probeerde veilig te stellen. De tekst zelf gaat wel terug op oudere oorkonden uit 1028 en 1050. De oudste bewoning van Vught moeten we zoeken in de omgeving van het Maurickplein en de Gent. Waarschijnlijk is "Gent" een Keltisch woord, dat riviermonding of -samenvloeiing betekent.
In 1957 werden tijdens de restauratie van de Hervormde Kerk achter de Sint-Lambertustoren restanten van Romaanse en preRomaanse kerken ontdekt, waaronder zelfs een dorpel van een pre-Romaans kerkje uit het einde van e de 10 eeuw. De Sint-Lambertusparochie dateert misschien al vanaf 700, terwijl de SintPetrusparochie omstreeks 950 is gesticht door de Aartsbisschop van Keulen. De Heren van Vught e kwamen in de 12 eeuw tot het hoogtepunt van hun macht. Ze hadden een tol op de Dommel, waartoe een kasteel gebouwd werd dat mogelijk een voorloper was van het huidige Kasteel Maurick. Het grondgebied van Vught reikte tot aan de Maas. In het conflict tussen het Hertogdom Brabant en Gelre kozen de heren van Vught voor Gelre. De invloed van Brabant nam echter toe en de Hertog stichtte in 1185 de stad 's-Hertogenbosch op Vughts grondgebied. Omstreeks 1400 legden de 20
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort
Rapport 5480.002 versie 1
Pagina 7 van 15
bewoners van Vught een primitieve ringdijk aan die de laaggelegen gebieden moest beschermen tegen wateroverlast uit het noorden, oosten en zuiden. Dit was niet afdoende, daar in 1446 veel waterschade ontstond. Er zouden nog diverse dijkdoorbraken volgen. e
Aan het einde van de 12 eeuw, na de laatste kruistochten, streken de monniken van de Duitse Ordeneer in Vught. Zij bouwden een commandeurshuis op de locatie van het huidige landhuis Zionsburg (op ongeveer 250 meter ten oosten van het plangebied). De onderaardse gang die hier e onderdeel van uitmaakte is nog deels intact. Het commandeurshuis is in de 16 eeuw vernietigd toen e Vught werd afgebrand door de Gelderse ridder Maarten van Rossum. Aan het einde van de 17 eeuw wordt op de locatie van de ruïne van het middeleeuwse commandeurshuis het landhuis Zionsburg gebouwd. In 1882 wordt er op deze locatie een nieuw landhuis gebouwd, dat in 2003 is afgebrand. De ruïne van het landhuis zal in de toekomst worden gerenoveerd. Vught had veel voordeel van de ligging nabij Den Bosch. Vanaf 1741 was Den Bosch begonnen met de bestrating van de belangrijke verbinding naar Eindhoven (en Luik). In Vught kruiste deze nieuwe steenweg een tweetal onverharde wegen: de Loonsche Baan (onderdeel van de route AntwerpenBreda-Den Bosch-Nijmegen-Kleef) en de Helvoirtsche Weg (richting Tilburg). In 1868 kreeg Vught ook een spoorverbinding met ’s-Hertogenbosch en Boxtel. Vught werd in de Tweede Wereldoorlog bezet op 12 mei 1940, waarna in 1943 een concentratiekamp op de Vughtse Heide werd aangelegd, het Konzentrationslager Herzogenbusch, ook wel bekend als 21 Kamp Vught.
Historisch kaartmateriaal De situatie van het plangebied is op verschillende historische kaarten als volgt: Tabel II.
Geraadpleegd historisch kaartmateriaal
Bron
Periode
Kaartblad
Schaal
Omschrijving plangebied
Bijzonderheden/directe omgeving
1811-1832
Gemeente Vught, Sectie D, Blad 01
1:2.500
Weiland, doorsneden door weg
Lidwinastraat en Willibrordusstraat al aanwezig
1830-1850
45_3rd
1:50.000
Weiland, doorsneden door weg
-
Militaire topografische kaart (veldminuut)
1870
607
1:50.000
Weiland, doorsneden door weg
-
Militaire topografische kaart (veldminuut)
1910
607
1:50.000
Weiland, doorsneden door weg
-
Militaire topografische kaart (veldminuut)
1924
607
1:50.000
Weiland, doorsneden door weg
-
Topografische kaart
1945
607
1:25.000
Weiland, doorsneden door weg
-
Topografische kaart
1956
45C
1:25.000
Huidige schoolgebouwen gerealiseerd
Wegennet is half-verhard
Kadastrale minuut
22
Militaire topografische kaart (nettekening)
23
21
www.bhic.nl Beeldbank Cultureelerfgoed 23 Kadaster Topotijdreis (bron voor deze kaart en de hierop volgende kaarten in deze tabel). 22
Rapport 5480.002 versie 1
Pagina 8 van 15
Topografische kaart
1967
45C
1:25.000
Schoolgebouwen met bijbehorende open ruimte
Wegennet is verhard. Woonwijk ten noorden en westen van het plangebied uitgebreid.
Topografische kaart
1978
45C
1:25.000
Schoolgebouwen met bijbehorende open ruimte
Woonwijk ten oosten en zuiden van het plangebied uitgebreid.
Topografische kaart
1988
45C
1:25.000
Schoolgebouwen met bijbehorende open ruimte
-
Op basis van het beschikbare gedetailleerde historische kaartmateriaal is te zien dat het plangebied e begin 19 eeuw onderdeel uitmaakte van een weidegebied op circa 1,5 kilometer ten zuidwesten van de toenmalige kern van Vught. De huidige Lidwinastraat door het plangebied en Willibrordusstraat ten oosten van het plangebied waren destijds al aanwezig als (onverharde) doorgaande weg. Tot het e midden van de 20 eeuw verandert dit beeld zich niet. In de jaren ’50 zijn de huidige scholen in het plangebied gerealiseerd en is aansluitend het wegennet verhard en uitgebreid. De woonwijken rond het plangebied zijn in de jaren ’60 en ’70 gerealiseerd (zie figuur 9). Rijks- en gemeentemonumenten binnen attentiegebied Een rijksmonument is in Nederland een zaak (een bouwwerk of object, of het restant daarvan) die van algemeen belang is wegens de schoonheid, de betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde. Een gemeente kan besluiten een bijzonder pand op de gemeentelijke monumentenlijst te zetten. Dit gebeurt als een pand geen nationale betekenis heeft, maar wel van plaatselijk of regionaal belang is. De gemeente legt haar monumentenbeleid vast in de gemeentelijke monumentenverordening. Naast het gemeentelijk monument is er ook nog het Monumenten Inventarisatie Project (MIP).
De MIP Gemeentebeschrijvingen vormen een verzameling beschrijvingen van de historischgeografische, sociaaleconomische, architectuurhistorische, bouwhistorische en stedenbouwkundige ontwikkelingen van gemeenten in de periode 1850-1940. Het plangebied ligt niet binnen een 100 meter attentiezone van zowel rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten als MIP monumenten. Bouwhistorische gegevens Bij de gemeente Vught is het gemeentelijk archief geraadpleegd, wat geen aanvullende relevante informatie heeft opgeleverd. Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plange24 bied aanwezig zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd. Het raadplegen van deze bronnen geeft geen redenen om aan te nemen dat er archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied te verwachten zijn.
24
Amersfoort & Kamphuis, 1990/De Jong, 1969 – 1994/ikme.nl /Klep & Schoenmaker, 1995/Zwanenburg, 1990.
Rapport 5480.002 versie 1
Pagina 9 van 15
2.8
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel
Op grond van de gegevens uit het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: Tabel III.
Gespecificeerde archeologische verwachting
Archeologische periode
Gespecificeerde verwachting/Complextype
Te verwachten resten en/of sporen
Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld
(Laat-)Paleolithicum
Laag
Vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Mesolithicum
Laag
Vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Neolithicum
Middelhoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, houtskool en gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Bronstijd
Middelhoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, metaalresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
IJzertijd
Middelhoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Romeinse tijd
Middelhoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Vroege-Middeleeuwen
Middelhoog
Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaal¬resten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwer¬pen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Late-Middeleeuwen
Middelhoog
Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Nieuwe tijd
Middelhoog
Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen
Onder maaiveld/in het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Uit de landschappelijke ligging op waarschijnlijk een dekzandvlakte blijkt dat het plangebied vanaf het Laat Paleolithicum geschikt is geweest voor jagers-verzamelaars en vanaf het Neolithicum voor landbouwers. Uit de archeologische waarnemingen uit de omgeving van het plangebied blijkt dat hier tot dusver voornamelijk waarnemingen van vondsten uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd en plaatselijk ook Neolithicum zijn gedaan.
Rapport 5480.002 versie 1
Pagina 10 van 15
Op basis van de bodemkaart wordt verwacht dat er in het plangebied mogelijk een eerddek aanwezig is. In het plangebied kunnen archeologische resten voorkomen uit alle archeologische perioden. De kans op het voorkomen van de resten is vanwege de voor landbouwers gemiddeld geschikte ligging op een dekzandvlakte middelhoog voor resten vanaf het Neolithicum. Omdat van archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum uitsluitend vuurwerkstrooiingen en gebruiksvoorwerpen worden verwacht in de nabijheid van beekdalen en het plangebied op grote afstand van een beekdal ligt is de verwachting dat deze in het plangebied aanwezig zijn laag. De archeologische resten worden verwacht onder het eventueel aanwezige eerddek, in de top van de oorspronkelijke dekzandafzettingen. De vondstenlaag is opgenomen onderin het eerddek of, als er geen eerddek aanwezig is, in de bouwvoor; hier wordt ook wel van ‘cultuurlaag’ gesproken: een doorwerkte oude bodem met kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, vuursteen en houtskool. Archeologische sporen worden verwacht tot ongeveer 25 cm in de top van de C-horizont. Organische resten en bot zullen door de relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd. Het complextype en de omvang kunnen niet nader worden gespecificeerd door de beperkte gegevens.
Bodemverstoring Dat een gebied een middelhoge of hoge archeologische verwachting heeft, betekent niet dat eventuele aanwezige archeologische resten behoudenswaardig zijn. De waarde van archeologische vindplaatsen wordt grotendeels bepaald door de mate waarin grondsporen dan wel vondsten in situ bewaard zijn gebleven. Het plangebied is in de afgelopen 60 jaar deels bebouwd geweest en daarvoor was het in gebruik als weiland. Door agrarische activiteiten en graaf- en bouwactiviteiten kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden, die vanaf het maaiveld worden verwacht, mogelijk verloren zijn gegaan. 2.9
Conclusie bureauonderzoek
Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. De kans op het voorkomen van de resten is vanwege de voor landbouwers gemiddeld geschikte ligging op een dekzandvlakte middelhoog voor resten vanaf het Neolithicum. Omdat van archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum uitsluitend vuurwerkstrooiingen en gebruiksvoorwerpen worden verwacht in de nabijheid van beekdalen en het plangebied op grote afstand van een beekdal ligt is de verwachting dat deze in het plangebied aanwezig zijn laag. Gezien de in dit bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Gezien de omvang van het plangebied en de aanwezigheid van een hoge zwarte enkeerdgrond is in dit stadium de meest geschikte onderzoeksmethode een verkennend booronderzoek. Verspreid in het plangebied dienen boringen te worden gezet met een om inzicht te krijgen in de toestand van het bodemprofiel. Tevens dient gekeken te worden naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen. Door middel van het verkennend booronderzoek dient te worden vastgesteld of er binnen het plangebied archeologische resten in situ te verwachten zijn.
Rapport 5480.002 versie 1
Pagina 11 van 15
3
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK
3.1
Doelstelling en onderzoeksvragen
Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied en wat zijn de gevolgen van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting? 3.2
Methoden
Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een verkennend booronderzoek, onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (versie 4.0, 07-06-2016) en KNA, versie 4.0, specificatie VS03. Voor het inventariserend veldonderzoek is op 2 maart 2018 door drs. M. Stiekema (senior prospector) een Plan van aanpak (PvA) opgesteld. Het gehele plangebied was vrij toegankelijk. De boringen zijn verspreid binnen het plangebied gezet. Bij het zetten van de boringen is rekening gehouden met de aanwezige gebouwen. In totaal zijn er met behulp van een edelmanboor (diameter 7 cm) acht boringen tot maximaal 2,0 m -mv gezet (zie figuur 10). De boringen zijn lithologisch con25 form de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode beschreven. De boringen zijn met meetlinten ingemeten (x- en y-waarden). Van alle boringen is de maaiveldhoogte afgeleid van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Aan de hand van het opgeboorde materiaal is beoordeeld of er wel, geen of slechts deels sprake is van een gaaf bodemprofiel. Tevens is gekeken naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen. Het opgeboorde materiaal is in het veld door middel van versnijden/verkruimelen geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren, zoals fragmenten vuursteen, aardewerk, houtskool, verbrand leem en bot.
Vanwege de in het plangebied aanwezige bebouwing en bestrating was het niet mogelijk een oppervlaktekartering uit te voeren. 3.3
Resultaten
Geologie en bodem De resultaten van de boringen zijn opgenomen in de vorm van boorprofielen en worden in bijlage 7 weergegeven. Op basis van deze boorprofielen kan de bodemopbouw als volgt worden beschreven. Bij alle boringen zijn uitsluitend matig fijne, zwak siltige zandafzettingen aangetroffen. Aan het maaiveld is bij alle boringen een verstoord pakket aangetroffen, met een dikte variërend van 70 cm bij boring 8 tot (minimaal) 180 cm bij boring 3 en 7. De verstoringen kenmerken zich door de gevlektheid van het opgeboorde sediment en de aanwezigheid van baksteenfragmenten en puin. De boringen 3 en 7 zijn vanwege de aanwezigheid van een puinlaag gestuit op een diepte van 180 cm –mv. Bij alle boringen is de top van het verstoorde pakket humusrijker dan de diepere lagen. Dit betreft vermoedelijk de rest van een voormalig eerddek. In de boringen 4 en 5 zijn in het verstoorde pakket verstoorde resten van een voormalige podzolprofiel waargenomen.
25
Bosch, 2005.
Rapport 5480.002 versie 1
Pagina 12 van 15
Onder het verstoorde pakket zijn bij de boringen 1, 2, 4-6 en 8 onverstoorde dekzandafzettingen aangetroffen. Bij boring 1 is in de top van de dekzandafzattingen een intacte podzol-B-horizont, overgaand in een BC- en C-horizont waargenomen. Bij boring 4 is in de top van de dekzandafzattingen een intacte podzol-BC-horizont, overgaand in een C-horizont waargenomen. Resten van de top van dit podzolprofiel zijn in verstoorde context in het bovenliggende pakket waargenomen. Uit het booronderzoek blijkt dat het plangebied tot grote diepte (70- 180 cm –mv) is verstoord. Opvallend is dat bij de boringen 1 en 4 nog een gedeeltelijk intact podzolprofiel is aangetroffen op respectievelijk 110 en 160 cm –mv, terwijl bij boring 8 vanaf 70 cm –mv intacte dekzandafzettingen zonder podzolprofiel zijn aangetroffen. Mogelijk vallen de boringen 1 en 4 samen met de bodem van een voormalige depressie waar nog een deels intact podzolprofiel bewaard is gebleven. De naar verwachting natte omstandigheden ter plaatse van een depressie maakt dit echter uit archeologisch oogpunt minder interessante locaties. Archeologische indicatoren In geen van de boringen zijn archeologische indicatoren waargenomen.
Het gaat hier echter om een verkennend bodemonderzoek, dat zich richt op de bodemopbouw en mogelijke bodemverstoringen die de archeologische trefkans kunnen beïnvloeden en niet zo zeer op het onderzoeken op de aanwezigheid van archeologische vondsten en/of sporen.
4
CONCLUSIE EN ADVIES
Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden. In het bijzonder verhoogt de mogelijke ligging op een dekzandvlakte, afgedekt met een hoge eerdgrond de kans daarop. Daarom is aansluitend een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Op basis van het ontbreken van een eerddek en de waargenomen bodemverstoringen en de aanwezigheid van bebouwing op een deel van de nieuwbouwlocatie, kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer in situ worden verwacht. De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, is door het booronderzoek bijgesteld naar laag voor alle perioden Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek adviseert Econsultancy om het plangebied vrij te geven. Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten.
Econsultancy wil de opdrachtgever er daarom ook op wijzen dat, mochten tijdens de geplande werkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, er conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 een meldingsplicht geldt bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur 26 en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed , de gemeente Vught of de provincie Noord-Brabant.
26
Infodesk email: info@cultureelerfgoed.nl of tel: 033-4217456.
Rapport 5480.002 versie 1
Pagina 13 van 15
LITERATUUR Alterra, 2003: Digitale Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:25.000. Amersfoort, H. & P.H. Kamphuis, 1990: Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied. ‘s- Gravenhage. Berendsen, H.J.A. 2008: Fysische Geografie van Nederland, deel 1: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en de geomorfologie. Van Gorcum, Assen. Deeben, J.H.C. (red.) 2008: De Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden, derde generatie, Rapportage Archeologische Monumentenzorg 155, Amersfoort. Doesburg, J. van, e.a. red., 2007: Essen in zicht. Essen en plaggendekken in Nederland: onderzoek en beleid. Amersfoort 2007. Hessing, W.A.M., et al, 2011L Archeologische verwachtingskaart voor de gemeenten Haaren, Heusden, Loon op Zand en Vught. Vestigia-rapport-V834, Amersfoort Jong, L. de, 1969-1994: Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. ‘s- Gravenhage. Klep C. & B. Schoenmaker, 1995: De Bevrijding Van Nederland 1944-1945 - Oorlog op de flank. Den Haag. Locher, W.P. & Bakker, H. de, 1990: Bodemkunde van Nederland. Deel 1: Algemene bodemkunde. Malmberg, Den Bosch. Mulder, E.F.J. de, Geluk, M.C., Ritsema, I.L., Westerhoff, W.E., Wong, T.E., 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen. Stichting voor Bodemkartering, 1969: Bodemkaart van Nederland, 1:50.000, blad 45 West.
Wolters-Noordhoff Atlasprodukties 1990: Grote Historische Atlas van Nederland, deel 4 ZuidNederland 1838-1857. Groningen. Zwanenburg G.J., 1990: En nooit was het stil - Kroniek van een luchtoorlog. Emmen.
Rapport 5480.002 versie 1
Pagina 14 van 15
BRONNEN AHN; internetsite, maart 2018. http://www.ahn.nl Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, maart 2018. https://archis.cultureelerfgoed.nl Bodemloket, internetsite, maart 2018. http://www.bodemloket.nl Beeldbank Vrije Universiteit; internetsite, maart 2018. http://imagebase.ubvu.vu.nl/cdm/compoundobject/collection/krt/id/5629/rec/1 Beeldbank Cultureelerfgoed; internetsite, maart 2018 http://www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Brabants Historisch Informatiecentrum; internetsite, maart 2018. http://www.bhic.nl Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie Noord-Brabant; internetsite, maart 2018. http://www.brabant.nl/kaarten.aspx Dinoloket; internetsite, maart 2018. http://www.dinoloket.nl/ Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite, maart 2018. http://www.ikme.nl/ Kadaster Topotijdreis; internetsite, maart 2018. http://www.topotijdreis.nl/ SIKB; internetsite, maart 2018. http://www.sikb.nl
Rapport 5480.002 versie 1
Pagina 15 van 15
Figuur 1. Situering van het plangebied binnen Nederland
De Wieken te Vught. Situering van het plangebied binnen Nederland Legenda Plangebied
Rapport 5480.002 versie 1
Figuur 2. Detailkaart van het plangebied
De Wieken te Vught. Detailkaart van het plangebied Legenda Plangebied
Rapport 5480.002 versie 1
Figuur 3. Luchtfoto van het plangebied
De Wieken te Vught. Luchtfoto van het plangebied Legenda Plangebied
Rapport 5480.002 versie 1
Figuur 4. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart
De Wieken te Vught. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart
Plangebied
Rapport 5480.002 versie 1
Figuur 5. Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)
De Wieken te Vught. Situering van het plangebied binnen Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Legenda Plangebied
Rapport 5480.002 versie 1
Figuur 6. Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart
De Wieken te Vught. Situering van het plangebied binnen de bodemkaart Legenda Plangebied
Rapport 5480.002 versie 1
Figuur 7. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied
De Wieken te Vught. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied (bron: Archeologisch informatiesysteem Archis3, AHN) Plangebied
Rapport 5480.002 versie 1
Figuur 8. Situering van het plangebied binnen de archeologische verwachtingskaart
De Wieken te Vught. Situering van het plangebied binnen de archeologische verwachtingskaart gemeente Vught Legenda Plangebied
Rapport 5480.002 versie 1
Rapport 5480.002 versie 1
Figuur 9. Situering van het plangebied binnen de historische kaarten
Situatie 1811-1832 (bron: RCE Beeldbank)
Situatie 1910 (bron:topotijdreis.nl)
Situatie 1945 (bron:topotijdreis.nl)
Situatie 1956 (bron:topotijdreis.nl)
De Wieken te Vught. Situering van het plangebied binnen de historische kaarten Legenda Plangebied
Rapport 5480.002 versie 1
Figuur 10. Boorpuntenkaart
De Wieken te Vught. Boorpuntenkaart Legenda Plangebied Boorpunt met nummer
Rapport 5480.002 versie 1
Bijlage 1 Ouderdom in jaren
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken
Chronostratigrafie
MIS
Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
15.700
1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)
Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)
2
LaatPleniglaciaal 29.000
50.000
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal
3
Formatie van Kreftenheye
Formatie van Boxtel
4
75.000
VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000
370.000 410.000
5a 5c 5d
Eemien (warme periode)
5e
Saalien (ijstijd)
6
Holsteinien (warme periode)
Formatie van Beegden
5b
Eem Formatie Formatie van Drente
Formatie van Urk
Elsterien (ijstijd) 475.000
Cromerien (warme periode) 850.000
Pre-Cromerien 2.600.000
Rapport 5480.002 versie 1
Formatie van Sterksel
Formatie van Peelo
Cal. jaren v/n Chr.
14
C jaren
Chronostratigrafie
Pollen zones
0
1950
Vb2
1500
Subatlanticum koeler vochtiger
450 0 12
Vb1 Va
Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem
Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd
800 2650
815
IVb Subboreaal koeler droger
2000
IVa
5000
3755 4900
5300
Atlanticum warm vochtig
III
Boreaal warmer
II
Preboreaal warmer
I
8000
7020
8240
9000
8800 11.755
10.150
12.745
10.800
13.675
11.800
14.025
12.000
15.700
13.000
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
Late Dryas
LW III
Allerød
LW II
Vroege Dryas LW I Bølling
35.000
Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)
Bronstijd
Neolithicum
Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend
Mesolithicum
parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra
VroegWeichselien (VroegGlaciaal)
perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap
Laat-Paleolithicum
75.000
115.000 130.000
Eemien (warme periode)
Midden-Paleolithicum loofbos
Saalien (ijstijd) 300.000
Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).
Rapport 5480.002 versie 1
Bijlage 2
Onderzoeksmeldingen
Zaaknummer (OMnummer) 2236080100 (33960)
Situering t.o.v. plangebied 250 meter ten westen
4567975100
350 meter ten oosten
3233369100
400 meter ten noorden
2215563100 (31084)
550 meter ten noordwesten
2419570100 (58534)
600 meter ten noordoosten
2438921100 (60994)
600 meter ten noordoosten
2172739100 (24942)
700 meter ten oosten
2150058100 (21717)
750 meter ten oosten
Rapport 5480.002 versie 1
Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Marienhoven Vught Uitvoerder: SOB Research Datum: 29-1-2003 Resultaat: Nader onderzoek niet noodzakelijk. Wel wordt aanbevolen de Theresiahoeve in de planvorming te ontzien Type onderzoek: bureauonderzoek Toponiem: Vught Uitvoerder: Transect Datum: 3-10-2017 Resultaat: onbekend Type onderzoek: onbekend Toponiem: Oostelbeers Uitvoerder: onbekend Resultaat: onbekend Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Huize Teresia, Jagerboschlaan 17 Vught Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 1-10-2008 Resultaat: Het zuidelijk deel van het plangebied bevindt zich in een laagte en was daarmee in het verleden onaantrekkelijk voor bewoning. Bovendien is hier de bodem plaatselijk (sterk) verstoord. Het noordelijk deel van het plangebied bevindt zich op een natuurlijk hoger gelegen deel van het landschap. Het onder het humeuze dek gelegen oppervlak is nog intact. Dit blijkt onder meer uit de aanwezigheid van resten van een podzolbodem. Eventueel aanwezige sporen en vondsten kunnen nog bewaard zijn gebleven. Omdat gegevens omtrent de voorgenomen herontwikkeling op dit moment ontbreken, is ook de verstoringdiepte niet bekend.
Indien de bouwwerkzaamheden zullen beperkt blijven tot die delen van het plangebied waar de bodem reeds verstoord is of als de ontgraving op de hoger gelegen delen met een intacte bodem niet dieper zal reiken dan 60 cm -mv, wordt geen vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. In alle andere gevallen adviseert ADC ArcheoProjecten een inventariserend veldonderzoek uit te voeren door middel van het aanleggen van proefsleuven. Type onderzoek: bureauonderzoek Toponiem: Guido Gezellehof 17 Vught Uitvoerder: BAAC BV Datum: 30-9-2013 Resultaat: (middel)hoge verwachting Advies: vervolgonderzoek door middel van proefsleuven Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Toponiem: Guido Gezellehof Vught Uitvoerder: BAAC BV Datum: 1-4-2014 Resultaat: Aanleiding tot het onderzoek was de - voorgenomen sloop en nieuwbouw binnen het plangebied. Op grond van een - bureauonderzoek werd de verwachting uitgesproken dat binnen het plangebied - zich resten zouden kunnen bevinden van de circumvallatielinie van het beleg van ‘s-Hertogenbosch in 1629. Daarnaast zijn in de directe omgeving van het plangebied aanwijzingen voor bewoning in de Romeinse tijd, Middeleeuwen en Nieuwe tijd aangetroffen. Het onderzoek heeft aangetoond dat het plangebied zich bevindt op de flank van een dekzandkop of -rug.