CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Advies Commissie mer

Raadsvergadering 12 september 2024, gemeente VughtBij agendapunt: Programma grootschalige opwek Vught3.719 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Grootschalige opwek zon- en windenergie gemeente Vught

Tussentijds toetsingsadvies over het milieueffectrapport 12 juni 2024 / projectnummer: 3664

Advies over het MER in het kort De gemeente Vught wil nieuwe opwekcapaciteit voor hernieuwbare (elektrische) energie mogelijk maken. De ambitie is om in 2030 jaarlijks 0,05 Terawattuur (TWh) en in 2050 0,15 TWh duurzaam op te wekken. Zij heeft hiervoor acht zoekgebieden voor grootschalige opwek van duurzame energie in beeld, drie voor windenergie en vijf voor zonne-energie. De mogelijke gevolgen van het programma Grootschalige Opwek Vught voor het milieu zijn onderzocht in een milieueffectrapport (MER). Het college van burgemeester en wethouders zal dit MER gebruiken bij het besluit over het programma. De gemeente heeft de Commissie gevraagd om tussentijds te adviseren over de juistheid en volledigheid van het MER.1

Wat staat in het MER? Er is een digitaal MER opgesteld. Dit MER geeft aan in welke gebieden het plaatsen van windturbines of zonnepanelen door belemmeringen hoogstwaarschijnlijk niet mogelijk is.2 Het gaat op hoofdlijnen om belemmeringen op het gebied van leefbaarheid (wettelijke regels over geluid, slagschaduw en veiligheid) en beschermde natuur. Vervolgens brengt het rapport de ruimtelijke mogelijkheden in beeld en zijn op basis daarvan zoekgebieden samengesteld. Uit de analyse volgen drie zoekgebieden voor windenergie en vijf voor zonne-energie, zie figuur 1. Voor de zoekgebieden brengt het MER de milieueffecten van het plaatsen van windturbines en zonnevelden in beeld. Daarbij zijn de volgende aspecten onderzocht: energieopbrengst, leefomgeving, externe veiligheid, natuur, bodem, water en archeologie, landschap en cultuurhistorie.

Figuur 1 - Zoekgebieden wind3 (links) en zoekgebieden zon (rechts). Bron: MER.

1 2

PlanMER wind- en zonne-energie Vught, 22 januari 2024: PlanMER grootschalige opwek gemeente Vught (arcgis.com) Daarbij is onderscheid gemaakt tussen harde en zachte belemmeringen. In gebieden met harde belemmeringen is de

verwachting dat het plaatsen van windturbines hoogstwaarschijnlijk niet mogelijk is. Deze gebieden zijn daarom buiten de begrenzing van de onderzoeksgebieden gehouden. Zachte belemmeringen vormen aandachtspunten bij de ontwikkeling van een wind- of zonnepark, maar geven op voorhand geen aanleiding om een gebied uit te sluiten.

3

In de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) zijn vier zoekgebieden voor windenergie getoond, deze volgen uit de

regionale energiestrategie. In het MER is een belemmeringenanalyse uitgevoerd. Daaruit bleek dat in zoekgebied 3, in het noordoosten van de gemeente bij de A65, technisch onvoldoende ruimte is om windturbines te plaatsen. Daarom is dit zoekgebied niet verder onderzocht in het MER.

-1-

Uit de effectanalyse van de zoekgebieden volgen vijf alternatieven: Wind 130/130, Wind 170/1704, Leefomgeving, Natuur en Zon, zie figuur 2. In de alternatieven Leefomgeving en Natuur wordt uitgegaan van een combinatie van wind en zon. Daarbij is het streven om hinder voor de leefomgeving respectievelijk effecten op de natuur zoveel mogelijk te voorkomen.

Alternatief 130 / 130

Alternatief 170 / 170

Alternatief Leefomgeving

Alternatief Natuur

Alternatief Zon Figuur 2 - Alternatieven. Bron: MER.

4

Voor de windalternatieven is respectievelijk uitgegaan van een windturbine van 130 meter ashoogte / 130 meter rotordiameter en 170 meter ashoogte / 170 meter rotordiameter.

-2-

De effecten van de alternatieven zijn op dezelfde milieuaspecten beoordeeld als de effecten van de zoekgebieden. Er is gekeken naar de aspecten: energieopbrengst, leefomgeving, externe veiligheid, natuur, bodem, water en archeologie, landschap en cultuurhistorie. De alternatieven zijn op deze aspecten beoordeeld ten opzichte van elkaar. Alle alternatieven zijn positief beoordeeld op energieopbrengst en hebben in meer of mindere mate een negatief effect op de andere aspecten. Ten slotte zijn in het MER mitigerende maatregelen5 in beeld gebracht.

Wat is het advies van de Commissie? Het MER is prettig om te lezen en te bekijken. Het werken met interactieve kaarten is handig en zorgt dat de lezer de zoekgebieden in haar omgeving gedetailleerd kan bekijken. Duidelijk is te volgen hoe de selectie van zoekgebieden tot stand is gekomen. De Commissie constateert dat veel milieu-informatie, zoals hindereffecten op de leefomgeving, al goed in beeld is gebracht. De Commissie mist op een aantal punten nog wel belangrijke informatie. Het aanvullen van die informatie is essentieel om het belang van het milieu volwaardig mee te kunnen wegen bij de keuze van een voorkeursalternatief en de besluitvorming over het definitieve programma Grootschalige Opwek Vught. Het gaat om de volgende punten: 

Uitvoerbaarheid vanuit natuur nog niet in beeld. Uit het MER blijkt dat ontoelaatbare negatieve effecten op Natura 2000-gebieden en op beschermde soorten niet bij voorbaat zijn uit te sluiten. Daarmee vormen de effecten op natuur mogelijk een risico voor de uitvoerbaarheid van de alternatieven. Het MER is hierover nog niet duidelijk.

Uitvoerbaarheid vanuit netaansluiting nog onduidelijk. In de regio is sprake van netcongestie.6 Onduidelijk is wat dit betekent voor de uitvoerbaarheid en planning van de verschillende alternatieven. Hierdoor kan de positieve bijdrage van het programma aan klimaatmitigatie7 onder druk komen te staan.

Effecten op zichtbaarheid in het landschap nog onvoldoende duidelijk. Een analyse van effecten op onder andere belangrijke zichtlijnen, dorpsgezichten, kenmerkende landschapselementen en recreatieve routes ontbreekt nog in het MER. Visualisaties helpen bij het beoordelen van deze effecten.

Samenvatting ontbreekt nog. Een publieksvriendelijke samenvatting, met daarin een overzicht van de belangrijkste (milieu)informatie van het plan, is een verplicht onderdeel van het MER.

In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar beoordeling toe en geeft ze aandachtspunten voor het vervolg.

Voorkeursalternatief niet beschreven in het MER en conceptprogramma In het MER en in het conceptprogramma is nog geen voorkeursalternatief uitgewerkt. De gemeente besluit op een later tijdstip welke zoekgebieden in het definitieve programma worden opgenomen voor de ontwikkeling van wind- en/of zonneparken. Daarbij neemt de gemeente de inzichten uit het MER mee. Daarnaast weegt de gemeente de uitkomsten van het participatieproces en bestuurlijke afspraken mee in de besluitvorming. De Commissie heeft begrip voor deze keuze. Het is ook niet verplicht om een voorkeursalternatief op te nemen in een planMER. 5 6 7

Mitigerende maatregelen zijn maatregelen die negatieve effecten verminderen of wegnemen. Netcongestie betekent dat er onvoldoende capaciteit op het elektriciteitsnet beschikbaar is.

Klimaatmitigatie is het beperken van de snelheid van klimaatverandering door de uitstoot van broeikasgas te verminderen.

-3-

Belangrijk is wel dat de milieueffecten en uitvoerbaarheid van het voorkeursalternatief in beeld zijn voorafgaand aan de besluitvorming over het definitieve programma. De informatie die hiervoor nog nodig is, is afhankelijk van het voorkeursalternatief dat wordt gekozen: 

Als de gemeente één van de onderzochte alternatieven als voorkeursalternatief8 kiest, zijn de milieueffecten in het MER beschreven. Aanvulling van het MER is dan alleen nodig op de punten die de Commissie hierboven heeft benoemd;

De gemeente kan ook een combinatie van zoekgebieden kiezen als voorkeursalternatief. Ook in dit geval zijn bovengenoemde adviespunten over natuur, netaansluiting, landschap en de samenvatting van belang. In aanvulling daarop moeten de milieueffecten van het voorkeursalternatief apart in beeld worden gebracht. Daarnaast moeten de effecten van het voorkeursalternatief, en eventuele andere realistische alternatieven, in dit geval worden vergeleken met de onderzochte alternatieven. Dat is nodig omdat de effecten van een uit de alternatieven samengesteld voorkeursalternatief kunnen afwijken van de in het MER onderzochte alternatieven. Deze uitwerking kan na de fase van het participatieproces plaatsvinden, maar moet worden uitgevoerd vóór de bestuurlijke besluitvorming over het definitieve programma.

Aanleiding MER Om het grootschalig opwekken van duurzame energie mogelijk te maken, stelt gemeente Vught het programma ‘Grootschalige Opwek Vught’ op. Daarin wil ze vastleggen in welke verhouding en met welke techniek (wind en/of zon) invulling wordt gegeven aan de energiedoelstelling voor 2030: de opwek van 0,05 TWh duurzame energie binnen de gemeente. Op basis van de Omgevingswet en bijlage V van het Omgevingsbesluit geldt een mer-plicht voor dit besluit, vanwege kaderstelling. Het gaat in ieder geval om de oprichting van windparken (categorie C2). Daarom heeft gemeente Vught een digitaal planMER laten opstellen. Digitaal MER Het MER is digitaal te bekijken via een website. Het MER is niet beschikbaar als PDF-document, op enkele achtergrondbijlagen na. Een website is in theorie op elk moment te wijzigen, zonder dat duidelijk is welke aanpassingen op welk moment zijn gedaan. De Commissie gaat ervan uit dat de website niet meer is gewijzigd (en dus is bevroren) nadat de Commissie door de gemeente Vught formeel om advies is gevraagd. Het is aan de gemeente om haar versiebeheer inzichtelijk te maken. Rol van de Commissie voor de milieueffectrapportage De Commissie is onafhankelijk, bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het MER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen.

Ze schrijft zelf geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag, in dit geval het college van burgemeester en wethouders van Vught, besluit over het programma. De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. De projectstukken, die bij het advies zijn gebruikt, zijn te vinden door nummer 3664 op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.

8

Denkbaar is ook dat de gemeente meerdere realistische alternatieven of voorkeursgebieden vastlegt in het programma.

-4-

Toelichting op het advies In dit hoofdstuk licht de Commissie haar oordeel toe en geeft zij adviezen voor de op te stellen aanvulling.9 De adviezen zijn opgenomen in een tekstkader. Naar het oordeel van de Commissie is het uitvoeren hiervan essentieel om het milieubelang volwaardig mee te wegen bij de besluitvorming. In de tekst wordt ook een aantal aanbevelingen gedaan. Deze zijn bedoeld om de kwaliteit van de besluitvorming te verbeteren, nu en in de toekomst.

Keuze van een voorkeursalternatief In het MER en in het conceptprogramma is nog geen voorkeursalternatief opgenomen. De gemeente neemt een bestuurlijk besluit over de locaties voor opwek van duurzame energie en de verhouding tussen wind- en zonne-energie. Daarbij worden de inzichten uit het MER meegenomen. De Commissie begrijpt deze redenatie. In een volgende stap, voorafgaand aan de besluitvorming over het definitieve programma, is het wel van belang om aan te geven binnen welke zoekgebieden de gemeente realisatie van wind- en of zonne-energie wil toestaan. Hiertoe kan de gemeente een voorkeursalternatief kiezen, of voorkeursgebieden aanwijzen. Voorafgaand aan de besluitvorming moet de uitvoerbaarheid van het voorkeursalternatief of de voorkeursgebieden aannemelijk worden gemaakt, zie onderstaande paragrafen. Daarbij is het voor de besluitvorming van toegevoegde waarde om een (kwalitatieve) doorkijk te maken van de ontwikkelingen die nog nodig zijn om ook invulling te geven aan de doelstelling voor 2050. Afhankelijk van het gekozen voorkeursalternatief, kan het daarnaast nodig zijn om voorafgaand aan de besluitvorming aanvullende milieu-informatie in beeld te brengen. Dit is het geval als: 

het voorkeursalternatief of de voorkeursgebieden een combinatie zijn van verschillende alternatieven die in het MER zijn onderzocht. In dat geval is het nodig om de milieueffecten van het voorkeursalternatief apart in beeld te brengen en te vergelijken met de effecten van de alternatieven;

significant negatieve effecten van het voorkeursalternatief of de voorkeursgebieden op Natura 2000-gebieden niet met zekerheid zijn uit te sluiten. In dit geval moet voorafgaand aan de besluitvorming een Passende beoordeling worden opgesteld voor het voorkeursalternatief.10

9

De Commissie spreekt van een aanvulling op het MER. In plaats van het opstellen van een aparte aanvulling, is het ook mogelijk om het bestaande MER aan te passen.

10

Mitigerende maatregelen kunnen niet in een voortoets worden betrokken bij het uitsluiten van significante gevolgen voor

Natura 2000-gebieden. Indien mitigerende maatregelen nodig zijn dan dienen die in een Passende beoordeling te worden onderzocht.

-5-

Uitvoerbaarheid alternatieven vanuit natuur Als onderdeel van het MER is een ecologische risicoanalyse uitgevoerd.11 In de analyse zijn effecten op Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Brabant (NNB) en overige provinciaal en gemeentelijk beschermde gebieden beschouwd. Ook zijn de effecten op beschermde soorten beschreven.

Gevolgen voor beschermde gebieden Uit de analyse blijkt dat met name zoekgebieden 1 en 2 (wind) mogelijk negatieve effecten hebben op Natura 2000-gebieden. Het gaat om effecten op de instandhoudingsdoelen voor niet-broedvogels, zoals ganzen en eenden in Natura 2000-gebied Rijntakken.12 Daarnaast gaat het om stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in omliggende Natura 2000gebieden tijdens de aanlegfase. Indien significante negatieve gevolgen voor omliggende Natura 2000-gebieden niet met zekerheid zijn uit te sluiten, moet voor het voorkeursalternatief (of de voorkeursgebieden) een Passende beoordeling worden opgesteld, zie paragraaf 2.1 van dit advies. Uit de analyse blijkt dat in zoekgebied 4 (wind) sprake is van oppervlakteverlies in NNBgebied, ook dit effect kan kritisch zijn. Als aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van het NNB niet kan worden uitgesloten dan dient het ‘Nee-tenzij-principe’ in de Omgevingsverordening Noord-Brabant (artikel 5.34) te worden doorlopen. Daarin dient onder andere te worden aangetoond dat er geen andere oplossingen voorhanden zijn om aantasting van het NNB te voorkomen. Samenvattend volgt uit de analyse in het MER dat, zonder toepassing van mitigerende maatregelen, voor alle zoekgebieden voor windenergie sprake is van risico’s voor de uitvoerbaarheid.

Onduidelijk is nog in hoeverre deze risico’s te beperken of voorkomen zijn met mitigerende maatregelen.

Gevolgen voor beschermde soorten Effecten op de staat van instandhouding van vogels en vleermuizen worden op basis van de risicoanalyse voornamelijk verwacht in zoekgebieden 1 en 2 (wind). Bij de vogels gaat het vooral om potentiële effecten op weidevogels, roofvogels en overwinterende ganzen/eenden. Bij vleermuizen gaat het onder andere om effecten op de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis. In het MER zijn terecht mitigerende maatregelen genoemd, zoals een stilstandvoorziening voor windturbines om effecten op vogels en vleermuizen te beperken. Uit het MER blijkt echter niet of de beschikbare maatregelen voldoende zijn om negatieve effecten op de staat van intandhouding te voorkomen. Aangegeven is dat dit moet blijken uit nader onderzoek op projectniveau. Daarmee blijft op basis van het planMER onduidelijk of wind- en zonneenergie projecten in de zoekgebieden uitvoerbaar zijn. Deze informatie is wel essentieel voor de besluitvorming over het programma. Als verslechtering van de staat van instandhouding van beschermde soorten (na inzet van mitigerende en eventueel compenserende maatregelen) optreedt dan kan voor de betreffende

11 12

planMER grootschalige opwek Vught - Ecologische risicoanalyse Waardenburg Ecology.pdf - Google Drive

De potentiële gevolgen voor dit Natura 2000-gebied zijn echter klein omdat de afstand tot het plangebied groot is (30 km).

-6-

locatie geen vergunning worden verleend.13 Compensatie van leefgebied om verslechtering te voorkomen is mogelijk indien vooraf afdoende wordt aangetoond dat per saldo geen negatieve gevolgen voor de staat van instandhouding zijn.

De Commissie adviseert om voorafgaand aan de besluitvorming: 

aan te geven welke ecologische uitvoerbaarheidsrisico’s er zijn voor de verschillende alternatieven, vanwege effecten op Natura 2000-gebieden en/of beschermde soorten;

te beschrijven in hoeverre mitigerende maatregelen deze risico’s kunnen voorkomen.

Uitvoerbaarheid vanuit netaansluiting In de regio is sprake van netcongestie.14 Dit is met name de komende jaren een aandachtspunt voor nieuwe initiatieven. Om de energiedoelstelling voor 2030 te halen, moeten in januari 2025 de vergunningen voor de wind- en/of zonneparken zijn verleend. De (on)mogelijkheden voor inpassing op het elektriciteitsnet kunnen van invloed zijn op het maximaal realiseerbare vermogen hernieuwbare energie en op de planning. Dit heeft mogelijk milieuconsequenties als de klimaatdoelstellingen door netcongestie onder druk komen te staan. Het MER geeft hier nog geen duidelijkheid over. Aannemelijk is dat een alternatief met alleen zonne-energie minder uitvoerbaar is dan een alternatief met alleen windenergie. Om dezelfde hoeveelheid energie op te wekken is voor zonne-energie namelijk drie tot vier keer meer aansluitvermogen nodig in vergelijking met de windenergie-alternatieven (130/130 en 170/170). Daarbij zijn de eventuele stilstandsverliezen vanwege benodigde mitigerende maatregelen niet meegenomen.

De Commissie adviseert om voorafgaand aan de besluitvorming (on)mogelijkheden en voorkeuren vanuit netinpassing in beeld te brengen voor het (maximaal) realiseerbare vermogen aan wind- en zonne-energie.

Landschap De locaties voor windturbines en zonneparken zijn vanuit ruimtelijke optiek logisch opgebouwd. Desondanks kunnen hoge windturbines de ruimtelijke kwaliteit negatief beïnvloeden. De ruimtelijke beleving van de turbines is afhankelijk van de (tip)hoogte en de mate van afschermende bebouwing en beplanting vlak bij de waarnemer. Een analyse van effecten op onder andere belangrijke zichtlijnen, dorpsgezichten, kenmerkende landschapselementen en recreatieve routes ontbreekt nog in het MER. Een aanvulling van de 13

Verslechtering van de staat van instandhouding van soorten van de Vogelrichtlijn (alle inheemse vogelsoorten) en soorten

van de Habitatrichtlijn is niet toegestaan, en hiervoor mag geen vergunning worden verleend. Hierbij is van belang dat

sommige soorten (zoals de grutto) zich al in een ongunstige staat bevinden. Bij een verdere afname kan dus relatief snel verslechtering van de staat van instandhouding en daarmee strijdigheid met de natuurregelgeving aan de orde zijn. 14

Dit blijkt uit paragraaf 5.3.3 van het Programma Grootschalige Opwek Vught, 7 maart 2024.

-7-

landschappelijke analyse is nodig om de inzichten mee te kunnen nemen bij de besluitvorming. Deze kan bestaan uit visualisaties van zowel de windturbines als de zonneparken vanuit bovengenoemde perspectieven. Op basis hiervan kunnen de landschappelijke effecten worden beoordeeld. Daarbij kan uit de visualisaties ook blijken in hoeverre een goed ingepaste lijn of cluster van windturbines het landschap kan versterken. De visualisaties zijn ook van toegevoegde waarde voor communicatie met de omgeving. Tijdens het bezoek van de Commissie aan het plangebied15, gaf de gemeente aan dat visualisaties gemaakt worden.

De Commissie adviseert om voorafgaand aan de besluitvorming, de landschappelijke analyse aan te vullen met visualisaties. Neem in ieder geval visualisaties op vanuit belangrijke zichtlijnen, recreatieve routes en dorpskernen. Beoordeel op basis van deze visualisaties de effecten op de beleving van het landschap.

Naast bovenstaand advies ziet de Commissie toegevoegde waarde in het aanvullen van de landschappelijke analyse. Dit kan voorafgaand aan de besluitvorming over het programma, maar ook als onderdeel van projectMER-procedures die nog volgen na het besluit over het programma. Het gaat om de volgende punten: 

Een beschouwing van de mitigerende maatregelen die genomen kunnen worden om de effecten op het landschap te beperken of voorkomen. Een maatregel is bijvoorbeeld het planten van bomen in en nabij Cromvoirt om het dorpsgezicht te beschermen.

Het opnemen van ontwerpeisen of randvoorwaarden over de esthetiek van de windturbines, om daarmee de beleving positief te beïnvloeden. Het gaat bijvoorbeeld om de verhouding tussen de rotordiameter en ashoogte van de windturbines. Voor zonneparken worden in de landschapsanalyse al ontwerpende maatregelen genoemd, zoals de spreiding van zonnepanelen ten behoeve van de natuur. Zulke maatregelen hebben mogelijk een positief effect op de beleving.

Leefomgeving Bij de vaststelling van de begrenzingen van de zoekgebieden voor wind is een afstand van 350 meter tussen windturbines en woningen aangehouden. Deze afstand is kleiner dan de 2x tiphoogte die vooralsnog in de concept windturbinebepalingen leefomgeving is opgenomen (voor de gehanteerde turbinetypes zou het hanteren van dat uitgangspunt neerkomen op een afstand van 390 tot 510 meter).16 Daarmee bestaat de kans dat de zoekgebieden ruimer zijn dan in de praktijk haalbaar zal zijn. Zo blijkt uit het MER dat in de alternatieven met grote turbines 11-25 geluidgevoelige objecten binnen 500 meter van het zoekgebied liggen.

15

Bij de start van het adviestraject, op 29 april 2024, bracht de Commissie een bezoek aan het plangebied. Tijdens het

bezoek heeft de gemeente een toelichting gegeven op het programma en heeft de Commissie verschillende zoekgebieden kunnen bekijken. 16

Zie artikel 5.162d van het ontwerpbesluit windturbines leefomgeving: ontwerp-besluit-windturbines-leefomgeving -

artikelen - zienswijzenversie (commissiemer.nl)

-8-

De Commissie realiseert zich dat de zoekgebieden nog enige schuifruimte bieden. Bovendien heeft de gemeente, conform het concept Besluit windturbines en leefomgeving, beleidsruimte ten aanzien van de normstelling voor de te hanteren afstand tussen woningen en windturbines.17 Wel beveelt ze aan om hierover in het MER een korte beschouwing op te nemen.18

Samenvatting MER De samenvatting is het deel van het MER dat vooral wordt gelezen door besluitvormers, omwonenden en belanghebbenden. Het verdient daarom bijzondere aandacht. Het moet als zelfstandig document leesbaar zijn en een goede afspiegeling zijn van de inhoud van het MER. Het digitale MER heeft doorklikbare pagina’s waarin per milieuaspect de zoekgebieden zijn beoordeeld. Op aparte pagina’s zijn ook de effecten van de alternatieven gepresenteerd. Het digitale MER is gebruiksvriendelijk. De Commissie mist echter een overkoepelende zelfstandig leesbare samenvatting met daarin de belangrijkste (milieu)informatie, die lezers in korte tijd overzicht biedt.19

De Commissie adviseert het MER aan te vullen met een zelfstandig leesbare samenvatting met daarin de belangrijkste (milieu)informatie.

17

Artikel 5.162f (afwijken van afstandsnorm bij zwaarwegende belangen): In een omgevingsplan kan een afstand worden

aangehouden die kleiner is dan de afstand, bedoeld in artikel 5.162d, als zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen dit rechtvaardigen. 18

De Commissie MER heeft overigens t.a.v. (onder andere) de afstandsnorm in dit Besluit een kritisch advies uitgebracht:

3615 ts Titelblad (commissiemer.nl) 19

Zie artikel 11.3. van het omgevingsbesluit.

-9-

BIJLAGE 1: Projectgegevens tussentijdse toetsing Toetsing door de Commissie

De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep beoordeelt of het MER de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist is. Als er informatie ontbreekt of

onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij die essentieel vindt. Dat is het geval als aanvullende informatie in haar ogen kan leiden tot andere afwegingen. Dan adviseert de Commissie de

ontbrekende of gecorrigeerde informatie alsnog beschikbaar te stellen, voordat het besluit

wordt genomen. Om zich goed op de hoogte te stellen van de situatie heeft de werkgroep het

gebied bezocht waar milieugevolgen kunnen optreden. Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website. Samenstelling van de werkgroep Bij dit project bestaat de werkgroep uit: Ruwan Aluvihare BA. MDip LA ir. Peter van der Boom MA ir. Richard van Gemert PDEng MBA ir. Kees Slingerland (voorzitter) Michelle Vanderschuren MSc (secretaris) ing. Rob Vogel Besluit waarvoor dit milieueffectrapport is opgesteld Programma. Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld? Voor projecten die grote milieugevolgen kunnen hebben, kan in Nederland een milieueffectrapport (MER) vereist zijn. Uit Bijlage V van het Omgevingsbesluit onder de Omgevingswet volgt om welke projecten het gaat. Voor deze procedure gaat het in ieder geval om het project C2, “windparken”. Daarom wordt een plan-MER opgesteld. Bevoegd gezag besluit College van burgemeester en wethouders van Vught. Initiatiefnemer besluit College van burgemeester en wethouders van Vught. Heeft de Commissie ook zienswijzen en adviezen bij haar advies betrokken?

Het bevoegd gezag heeft de Commissie niet in de gelegenheid gesteld om zienswijzen en adviezen bij haar advies te betrekken. Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft beoordeeld? U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl projectnummer 3664 in te vullen in het zoekvak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=880968e1-9493-4b2a-8474-77c1a77e80f1