Bijlage 4a - Bestemmingsplan Broekwal 18 Helvoirt
Tekst van het document
quick scan flora en fauna onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkelingen
ijzerman advies ruimtelijke ordening & ecologie
locatie Broekwal 18 , Helvoirt rapportnummer 2019535
quick scan flora en fauna
Broekwal 18
Helvoirt
quick scan flora en fauna locatie Broekwal 18 , Helvoirt rapportnummer 2019535
rapportnummer:
2019535
datum:
20 december 2019
opdrachtgever:
J.H.W. Alofs
uitvoerder:
© IJzerman advies Postbus 6035 5002 AA Tilburg Tel. 013-5821401 GSM 06-38506432 Mail sander@landschappers.nl www.ijzermanadvies.com
projectleider:
S.J. IJzerman
IJzerman advies is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus
ijzerman advies
|
2
quick scan flora en fauna
Broekwal 18
Helvoirt
Inhoudsopgave Inleiding
4
Beleidskader
5
Wet natuurbescherming
5
Werkwijze quick scan
6
Veldinspectie
6
Deskstudie
6
Expert judgement
6
Gebiedsbeschrijving
7
Huidige situatie
7
Beschermde natuurwaarden
9
Flora
9
Ongewervelden
10
Amfibieën, vissen en reptielen
10
Broedvogels
10
Zoogdieren
11
Advies
12
Bronnen
13
ijzerman advies
|
3
quick scan flora en fauna
Broekwal 18
Helvoirt
Inleiding In opdracht van de heer J.H.W. Alofs heeft IJzerman advies een quick scan flora en fauna uitgevoerd voor de planlocatie Broekwal 18 te Helvoirt. De quick scan is uitgevoerd in het kader van toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Bij ruimtelijke ingrepen dient in kaart te worden gebracht of actuele beschermde natuurwaarden van de locatie worden bedreigd. In deze quick scan flora en fauna wordt vooraf een inschatting gemaakt van de effecten die toekomstige ruimtelijke ingrepen op de actuele beschermde natuurwaarden zullen hebben. Daarnaast wordt ook vanuit het oogpunt van planologische gebiedsbescherming naar de locatie gekeken. De quick scan flora en fauna is een toetsingsinstrument en levert een aantal duidelijke adviezen die betrekking hebben op de te volgen procedures en handelingen (zoals bijvoorbeeld, een aanvullend onderzoek, vergunning, ontheffing of een goedgekeurde gedragscode). IJzerman advies is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus en hanteert de door deze brancheorganisatie opgestelde gedragscode.
ijzerman advies
|
4
quick scan flora en fauna
Broekwal 18
Helvoirt
Beleidskader Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming ingegaan. Deze wet vervangt 3 bestaande wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Boswet en de Flora- en faunawet (bescherming van soorten). Met de Wet natuurbescherming komt de bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen bij ruimtelijke ingrepen in principe bij de provincies te liggen. Dit is conform het bestuursakkoord natuur waarin is aangegeven dat de decentralisatie van de taken en bevoegdheden op het vlak van de natuurwetgeving haar beslag zal krijgen in de wet natuurbescherming. Provincies nemen hiermee de taak over die tot nu toe werd uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Daarmee is de provincie bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en activiteiten (hierna genoemd ‘handelingen’) bij Natura 2000- gebieden (de gebiedsbeschermingsbepalingen) en dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag. Ook gemeenten hebben een belangrijke rol bij de uitvoering van de Wet natuurbescherming.
Als sprake is van locatie gebonden activiteiten met gevolgen voor wettelijk beschermde dier- en plantensoorten, moet ofwel een natuurtoets deel uitmaken van de procedure bij het verkrijgen van een omgevingsvergunning, ofwel er wordt voorafgaand aan het aanvragen van de omgevingsvergunning apart een ontheffing aangevraagd. In het eerste geval geeft de initiatiefnemer bij de aanvraag omgevingsvergunning aan dat er sprake is van handelingen met gevolgen voor beschermde dieren plantensoorten. Deze werkwijze staat bekend als vrijwillig aanhaken. Het is aan de gemeente (als bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning) om te controleren of de aanvraag voor een omgevingsvergunning volledig is, of dat de aanvrager al apart ontheffing heeft aangevraagd. Essentieel is dat de gemeente toetst of de initiatiefnemer al dan niet terecht heeft aangegeven of de handeling gevolgen heeft voor beschermde soorten. Als een initiatiefnemer vooraf géén aparte ontheffing soortenbescherming heeft aangevraagd, dan moet de natuurtoets aanhaken en kan geen afzonderlijke ontheffing meer worden aangevraagd. Bij aanhaken legt de gemeente de aanvraag voor aan de provincie als het bevoegd gezag voor de natuurtoets. Overigens geldt dezelfde procedure bij handelingen met gevolgen voor beschermde Natura 2000-gebieden.1 De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes: 1.
Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1) 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5) 3. Beschermingsregime andere soorten (artikel 3.10) Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Dit kan eveneens verschillen per provincie. Landelijk zijn er van een aantal vogelsoorten bovendien de nesten jaarrond beschermd. Daarnaast zijn er een aantal soorten landelijk vrijgesteld bij specifieke activiteiten.
1 http://www.natuurindegemeente.nl/aandeslagmetdenatuurwet/wp-content/uploads/
2016/12/Soortenbescherming_bij_ruimtelijke_ingrepen_1.3_15122016.pdf
ijzerman advies
|
5
quick scan flora en fauna
Broekwal 18
Helvoirt
Werkwijze quick scan De quick scan flora en fauna is een oriënterend onderzoek naar de actuele beschermde natuurwaarden van een locatie in relatie tot de geplande ingrepen. De quick scan flora en fauna is een momentopname in tegenstelling tot een volledig ecologisch onderzoek dat uitgebreider is wat betreft omvang en tijdsduur. Een volledig ecologisch onderzoek bestaat uit soortgerichte, uitgebreide inventarisaties, die meestal in diverse opnamerondes en volgens standaardmethodes worden uitgevoerd. De quick scan flora en fauna bestaat uit een veldinspectie, een deskstudie en een beoordeling op basis van expert judgement. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is de quick scan een veelgebruikt instrument dat inzicht geeft in de consequenties van de ingrepen ten aanzien van de natuurwetgeving.
Veldinspectie De veldinspectie heeft plaats gevonden op 8 november 2019. Hierbij werd de ecologische potentie van de locatie in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten (ook in de directe omgeving) onderzocht. Er is gezocht naar sporen van zoogdieren en vogels (uitwerpselen, nesten, holen, haren, veren, krabsporen en pootafdrukken). Daarnaast is er gezocht naar plantenresten of beginnende vegetaties. De weersomstandigheden waren zonnig en droog.
Deskstudie De deskstudie richt zich op bekende ruimtelijke plannen (lokaal, provinciaal, nationaal en Europees) die relevant zijn voor deze locatie. Vooral het onderdeel gebiedsbescherming wordt in de deskstudie nader onderzocht.
Expert judgement Op basis van expert judgement wordt een uitspraak gedaan over de actuele beschermde natuurwaarden van de locatie in relatie tot geplande ontwikkelingen. Voor de expert judgement kan gebruik worden gemaakt van een netwerk van specialisten. Als de deskstudie en de veldinspectie onvoldoende houvast bieden om tot een onderbouwde beoordeling te komen, zal worden aangegeven dat aanvullend onderzoek noodzakelijk is om de effecten op de aanwezige natuurwaarden te kunnen beoordelen.
ijzerman advies
|
6
quick scan flora en fauna
Broekwal 18
Helvoirt
Gebiedsbeschrijving Huidige situatie Het plangebied is gelegen aan Broekwal 18 in de bebouwde omgeving van Helvoirt. Het betreft een deel van de bestaande tuin bij woonhuis 18. In de tuin staan diverse bomen en struiken aangeplant en is een vijver gelegen. Men is voornemens een woonlocatie te realiseren op het oostelijke deel van de tuin.
Afbeelding 1: ligging plangebied in blauw (bron: Google Earth)
ijzerman advies
|
7
quick scan flora en fauna
Broekwal 18
ijzerman advies
Helvoirt
|
8
quick scan flora en fauna
Broekwal 18
Helvoirt
Beschermde natuurwaarden Het plangebied is niet gelegen in of in de directe nabijheid van een Natura 2000-gebied De planlocatie ligt circa 2,3 kilometer ten zuiden van Natura 2000 gebied Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen. De instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000 gebieden zullen geen negatieve effecten ondervinden van de geplande ontwikkelingen, ten opzicht van het huidige gebruik. Er vinden geen verhoogde emissies van licht, geluid of stoffen plaats die van negatieve invloed zouden kunnen zijn op Natura 2000 gebieden. Een vergunning Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk. De Broekleij loopt ten westen van de bebouwing in Helvoirt. Deze beek en de omliggende gronden behoren tot het NatuurNetwerkBrabant (NNB). De planlocatie zelf is niet gelegen in het NNBB. Het realiseren van een woningbouwlocatie binnen het bebouwde gebied van Helvoirt heeft geen negatieve effecten op gebieden die behoren tot het NNB.
Afbeelding 3: Natuurnetwerk Brabant in groen en Natura-2000 in rood (bron: provincie Noord-Brabant)
Flora
Bij de veldinspectie is het plangebied onderzocht door een ervaren vegetatiekundige, op het voorkomen van beschermde soorten of resten hiervan. Op en langs de randen van de percelen zijn enkel vrijgestelde soorten en zijn er geen beschermde soorten aangetroffen. Het plangebied is met nadruk geïnspecteerd op potentiële groeiplaatsen voor beschermde soorten. Deze soorten of hun groeiplaatsen zijn niet aangetroffen in het plangebied en worden hier ook niet verwacht. Het plangebied is een tuin binnen de bebouwde omgeving van Helvoirt.
ijzerman advies
|
9
quick scan flora en fauna
Broekwal 18
Helvoirt
Ongewervelden Beschermde ongewervelden, zoals bepaalde vlinders, libellen, kevers en mieren, zijn niet aangetroffen op de planlocatie. De locatie bevat geen natuurlijk ontwikkelde oevervegetaties of arme- of matig-voedselrijke vegetaties. Beschermde soorten zijn vaak zeer specifiek in hun biotoopkeuze en afhankelijk van de aanwezigheid van (vaak zeldzame en kwetsbare) waardplanten of vegetaties. Op de planlocatie ontbreken deze omstandigheden, waardoor ook geschikte biotopen voor deze beschermde ongewervelden ontbreken. Op basis van de aangetroffen omstandigheden kan worden geconcludeerd dat er geen beschermde soorten voorkomen.
Amfibieën, vissen en reptielen Potentiële geschikte natuurlijke water- en oeverstructuren voor beschermde soorten ontbreken op de planlocatie zelf. De aanwezige vijver is mogelijk in gebruik als voortplantingsgebied voor algemene amfibieën. Strenger beschermde amfibieën- of vissoorten zullen geen gebruik maken van het plangebied als voortplantingsgebied. De vijver ligt in de bebouwde omgeving en staat niet in verbinding met meer natuurlijke waterstructuren of ecologische verbindingszones. De kans dat er belangrijke populaties kwetsbare soorten aanwezig zijn in de vijver is vrijwel nihil. In theorie is het mogelijk dat er in het plangebied enkele algemene amfibieënsoorten, zoals bruine kikker of gewone pad in landfase voorkomen. Hoewel deze soorten beschermd zijn (artikel 3.10), worden zij niet bedreigd in hun voorkomen en staan vermeld als vrijgestelde soorten in de provincie Noord-Brabant. Voor het opzettelijk doden of vangen en voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen wordt vrijstelling verleend als de handeling verband houdt met ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden (hier van toepassing). Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen.
Bij demping van de vijver dient hiermee rekening te worden gehouden. Na het leegpompen van de vijver is het raadzaam de resterende planten en het slib enige tijd op de kant te leggen, zodat dieren hieruit kunnen ontsnappen. Op de planlocatie zijn geen overig beschermde soorten aangetroffen.
Broedvogels Alle bewoonde nesten in het broedseizoen vallen onder de bescherming van de nieuwe Wet natuurbescherming. U dient daarom gedurende de sloopwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Er wordt geen standaardperiode gehanteerd voor het broedseizoen. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden op het moment dat er geen broedgevallen (meer) aanwezig zijn, is overtreding van de wet niet aan de orde. Er is met nadruk gezocht naar sporen die duiden op de aanwezigheid van nestlocaties van uilen, roofvogels, gierzwaluwen en huismussen, soorten waarvan de nesten jaarrond beschermd kunnen zijn. Er zijn geen nesten, prooiresten of uitwerpselen van deze groepen aangetroffen op de locatie. Ter voorkoming van het verstoren van broedende vogels wordt aangeraden eventuele kapwerkzaamheden tussen half juli en half maart (buiten het broedseizoen) te verrichten. Het verstoren van broedende vogels is verboden conform de Wet natuurbescherming. Voor het verstoren van broedende vogels wordt geen ontheffing verleend. Kap in deze periode verkleint de kans op verstoring van broedende vogels.
ijzerman advies
|
10
quick scan flora en fauna
Broekwal 18
Helvoirt
Zoogdieren Het is mogelijk dat er een enkel individu van een beschermde soort op de locaties kan worden aangetroffen, zoals egel, mol, konijn, veldmuis en bepaalde spitsmuizen. Deze soorten zijn weliswaar beschermd, maar behoren in de provincie Brabant tot de vrijgestelde soorten. In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen hoeft voor deze soorten geen ontheffing meer te worden aangevraagd. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Hierbij valt te denken aan het uitvoeren van de meest verstorende werkzaamheden in de maanden september en oktober. In de provincie Noord-Brabant zijn de bunzing, hermelijn en wezel eveneens beschermd. De locatie is uitvoerig geïnspecteerd op sporen die duiden op de aanwezigheid van deze soorten. Ook is gekeken of er op de locatie potentieel geschikt habitat aanwezig is. Er zijn geen sporen zoals prooiresten, pootafdrukken, wissels, uitwerpselen of nestmateriaal aangetroffen. Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep beschermde soorten. Op de planlocatie staan enkele bomen. Deze bomen zijn echter relatief jong en hebben geen geschikte holtes, gaten of kieren, en zullen derhalve niet gebruikt worden als vaste verblijfslocatie voor boombewonende vleermuizen.
Ook als foerageergebied heeft dit grasveld in de bebouwde omgeving geen substantiële functie voor vleermuizen. In de omgeving kunnen in theorie algemene soorten zoals gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) en laatvlieger (Eptesicus serotinus) voorkomen. Deze dieren zijn cultuurvolgers en maken vaak gebruik van lijnvormige groen- en bebouwingsstructuren en straatverlichting. Bestaande lijnvormige groenstructuren waarlangs migratie- of foerageerroutes van vleermuizen zouden kunnen liggen, worden niet aangetast door de voorgenomen plannen. Eventuele vliegroutes worden niet onderbroken. De geplande ontwikkeling heeft door gebrek aan geschikte verblijfslocaties of het ontbreken van een gebruiksfunctie (foerageergebied of vliegroute) geen negatieve effecten op lokale populaties vleermuizen.
ijzerman advies
|
11
quick scan flora en fauna
Broekwal 18
Helvoirt
Advies • Vrijgestelde soorten kunnen mogelijkerwijs worden aangetroffen. Hiervoor hoeft in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen geen ontheffing meer te worden aangevraagd. Het voorkomen van deze soorten wordt door de geplande ontwikkelingen niet in gevaar gebracht. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Hierbij valt te denken aan het uitvoeren van de meest verstorende werkzaamheden in de maanden september en oktober. • Voor overige beschermde soorten is nader onderzoek niet noodzakelijk door het ontbreken van geschikte biotopen en vaste verblijfslocaties. • Ter voorkoming van het verstoren van broedende vogels wordt aangeraden eventuele kapwerkzaamheden tussen half juli en half maart (buiten het broedseizoen) te verrichten. Het verstoren van broedende vogels is verboden. Voor het verstoren van broedende vogels wordt geen ontheffing verleend. In het broedseizoen kan ook gesloopt worden, alleen dient het dan onder begeleiding van een ter zake kundige2 te worden uitgevoerd. Ten tijde van de inspectie zijn er geen broedende vogels of in gebruik zijnde nestkasten aangetroffen. jan
feb
ma
apr
mei
jun
jul
aug
sep
okt
nov
dec
BV
Tabel 2 : aandachtskalender Broedvogels (BV). Voorkeursperiode voor werkzaamheden in groen.
2 Onder een ter zake kundige wordt verstaan een persoon die :
•Op HBO, dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie en/of •Als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau dat is aangesloten bij het netwerk Groene Bureaus en/of •Zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals Das en Boom, VZZ, RAVON, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS Nederland, FLORON, VOFF, SOVON, etc.)
ijzerman advies
|
12
quick scan flora en fauna
Broekwal 18
Helvoirt
Bronnen http://www.brabant.nl/ www.vogelbescherming.nl www.ravon.nl www.sovon.nl https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/natuur-en-biodiversiteit/wetgeving-voor-natuurbescherming-in-nederland Boye, P. et al., Fledermäuse und Fledermausschutz in Deutschland, Bundesambt für Naturschutz, Bonn, 1999. Broekhuizen, S., et al., Atlas van de Nederlandse Zoogdieren, KNNV, Utrecht, 1992. Diepenbeek, A. van, Veldgids diersporen, KNNV, Utrecht, 1999. Diepenbeek, A. van & J. van Delft, Het waarnemen van amfibieën en reptielen, RAVON, Nijmegen, 2006. Diepenbeek, A. van & R. Creemers, Herkenning amfibieën en reptielen, RAVON, Nijmegen, 2006. Dietz, C. et al., Handbuch der Fledermäuse Europas und Nordwestafrikas, Kosmos, 2007. Dietz, M. et al. Von Fledermäusen und Menschen, Bundesambt für Naturschutz, Bonn, 2002. Kapteyn, K., Vleermuizen in het landschap, Schuyt & Co, 1995. Lenders, H.J.R. en C.C.H. Marijnissen, Waarnemen en herkennen van amfibieën en reptielen in het veld, Stichting RAVON, Nijmegen, 1993. Limpens, H., et al., Atlas van de Nederlandse vleermuizen, KNNV, Utrecht, 1997. Mebs, T. et al., Uilen van Europa, Tirion, Baarn, 2004. Meijden, R. van der, Heukels' Flora van Nederland, Wolters-Noordhoff, 1996. Nie, H. de, Atlas van de Nederlandse Zoetwatervissen, Media Publishing Int BV, Doetinchem 1996. Simon, M, et al.
Ecology and Conservation of Bats in Villages and Towns, Bundesambt für Naturschutz, Bonn, 2004. Sinsch, U., Biologie und Ökologie der Kreuzkröte, Laurenti, 1998.
ijzerman advies
|
13
quick scan flora en fauna
Broekwal 18
Helvoirt
SOVON Vogelonderzoek Nederland, Atlas van de Nederlandse broedvogels; verspreiding, aantallen, verandering - Nederlandse Fauna 5. Naturalis, KNNV Uitgeverij & EIS-Nederland, Leiden, 2002. Spikmans, F. & J. Kranenbarg, Herkenning zoetwatervissen, RAVON, Nijmegen, 2006. Spikmans, F. & T. de Jong, Het waarnemen van zoetwatervissen, RAVON, Nijmegen, 2006. Stumpel, T en H. Strijbosch, Veldgids Amfibieën en reptielen, KNNV, Utrecht, 2006. Twisk, P., et al., Zoogdieren van West-Europa, KNNV, Utrecht, 1994. Weeda, E.J. et al., Nederlandse Oecologische Flora, KNNV, Leiden, 1999.
ijzerman advies
|
14