Bijlage 4 - Nader bodemonderzoek Rozenoord
Tekst van het document
1-1.5 1.5-2 1-1.5 1.5-2 1-1.5 1.5-2 1.3-1.8 1.8-2 1-1.5 1.5-2 1-1.5 1.5-2
0354096AD 0354097AD 0354093AD 0354094AD 0354087AD 0354095AD 0354085AD 0354089AD 0354074AD 0354073AD 0354066AD 0354077AD
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: EGOP-UIJL-RVQC-BHHI
Ref.: 1026549_certificaat_v1
Bijlage 2 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Project code Uw Project omschrijving Opdrachtgever
: 1026549 : 20200051-Rozenoord te Vught : AGEL Adviseurs
Analysemethoden in Grond In dit analysecertificaat zijn de met 'Q' gemerkte analyses uitgevoerd volgens de onderstaande analysemethoden. Deze analyses zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat met bijbehorende verrichtingenlijst L086 van Eurofins Omegam BV. Droge stof
: Eigen methode
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: EGOP-UIJL-RVQC-BHHI
Ref.: 1026549_certificaat_v1
BIJLAGE 5 TOETSING ANALYSERESULTATEN
Project
20200051-Rozenoord te Vught
Certificaten
1022254
Toetsing
T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb
Toetsversie
BoToVa 3.0.0
Toetsdatum: 15 april 2020 08:52
Monsterreferentie
6293188
Monsteromschrijving
AGEL-01 100-150 AGEL-01 (100-150)
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
AW
T
I
1.5
20.75
40
Lutum/Humus Organische stof (H)
% (m/m ds)
2.0
10
Lutum (H)
% (m/m ds)
2.0
25
%
85.1
85.1
Droogrest droge stof
@
Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fenantreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
anthraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fluoranteen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(a)antraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
chryseen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(k)fluoranteen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(a)pyreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
indeno(1,2,3-cd)pyreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
mg/kg ds
0.35
< 0.35
Sommaties som PAK (10)
Toetsoordeel monster 6293188:
Pagina 1 van 11
-
Voldoet aan Achtergrondwaarde
Pagina 2 van 11 Monsterreferentie
6293189
Monsteromschrijving
AGEL-02 000-050 AGEL-02 (0-50)
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
AW
T
I
920
Lutum/Humus Organische stof (H)
% (m/m ds)
2.0
10
Lutum (H)
% (m/m ds)
2.0
25
%
92.3
92.3
@
Droogrest droge stof
Metalen ICP-AES barium (Ba)
mg/kg ds
57
220
@
190
555
cadmium (Cd)
mg/kg ds
0.27
0.46
-
0.6
6.8
13
kobalt (Co)
mg/kg ds
<3
< 7.4
-
15
102.5
190
koper (Cu)
mg/kg ds
23
48
1.2 AW(WO)
40
115
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
0.25
0.36
2.4 AW(WO)
0.15
18.075
36
lood (Pb)
mg/kg ds
79
120
2.5 AW(WO)
50
290
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
< 1.5
< 1.0
-
1.5
95.75
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
6
18
-
35
67.5
100
zink (Zn)
mg/kg ds
120
280
2.0 AW(IND)
140
430
720
naftaleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fenantreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
anthraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fluoranteen
mg/kg ds
0.14
0.14
benzo(a)antraceen
mg/kg ds
0.07
0.07
chryseen
mg/kg ds
0.11
0.11
benzo(k)fluoranteen
mg/kg ds
0.07
0.07
benzo(a)pyreen
mg/kg ds
0.09
0.09
benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
0.07
0.07
indeno(1,2,3-cd)pyreen
mg/kg ds
0.08
0.08
mg/kg ds
0.74
0.74
-
1.5
20.75
40
Polycyclische koolwaterstoffen
Sommaties som PAK (10)
Toetsoordeel monster 6293189:
Pagina 2 van 11
Overschrijding Achtergrondwaarde
Pagina 3 van 11 Monsterreferentie
6293190
Monsteromschrijving
AGEL-02 100-150 AGEL-02 (100-150)
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
AW
T
I
1.5
20.75
40
Lutum/Humus Organische stof (H)
% (m/m ds)
2.0
10
Lutum (H)
% (m/m ds)
2.0
25
%
83.1
83.1
Droogrest droge stof
@
Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fenantreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
anthraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fluoranteen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(a)antraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
chryseen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(k)fluoranteen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(a)pyreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
indeno(1,2,3-cd)pyreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
mg/kg ds
0.35
< 0.35
Sommaties som PAK (10)
Toetsoordeel monster 6293190:
Pagina 3 van 11
-
Voldoet aan Achtergrondwaarde
Pagina 4 van 11 Monsterreferentie
6293191
Monsteromschrijving
AGEL-03 015-065 AGEL-03 (15-65)
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
AW
T
I
920
Lutum/Humus Organische stof (H)
% (m/m ds)
2.0
10
Lutum (H)
% (m/m ds)
2.0
25
%
89.5
89.5
@
Droogrest droge stof
Metalen ICP-AES barium (Ba)
mg/kg ds
71
280
@
190
555
cadmium (Cd)
mg/kg ds
0.34
0.59
-
0.6
6.8
13
kobalt (Co)
mg/kg ds
<3
< 7.4
-
15
102.5
190
koper (Cu)
mg/kg ds
17
35
-
40
115
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
0.34
0.49
3.3 AW(WO)
0.15
18.075
36
lood (Pb)
mg/kg ds
61
96
1.9 AW(WO)
50
290
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
< 1.5
< 1.0
-
1.5
95.75
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
5
15
-
35
67.5
100
zink (Zn)
mg/kg ds
140
330
2.4 AW(IND)
140
430
720
naftaleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fenantreen
mg/kg ds
0.19
0.19
anthraceen
mg/kg ds
0.07
0.07
fluoranteen
mg/kg ds
0.51
0.51
benzo(a)antraceen
mg/kg ds
0.26
0.26
chryseen
mg/kg ds
0.31
0.31
benzo(k)fluoranteen
mg/kg ds
0.2
0.2
benzo(a)pyreen
mg/kg ds
0.25
0.25
benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
0.18
0.18
indeno(1,2,3-cd)pyreen
mg/kg ds
0.23
0.23
mg/kg ds
2.2
2.2
1.5 AW(WO)
1.5
20.75
40
Polycyclische koolwaterstoffen
Sommaties som PAK (10)
Toetsoordeel monster 6293191:
Pagina 4 van 11
Overschrijding Achtergrondwaarde
Pagina 5 van 11 Monsterreferentie
6293192
Monsteromschrijving
AGEL-03 065-100 AGEL-03 (65-100)
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
AW
T
I
920
Lutum/Humus Organische stof (H)
% (m/m ds)
2.0
10
Lutum (H)
% (m/m ds)
2.0
25
%
84.4
84.4
@
Droogrest droge stof
Metalen ICP-AES barium (Ba)
mg/kg ds
< 20
< 54
@
190
555
cadmium (Cd)
mg/kg ds
< 0.2
< 0.24
-
0.6
6.8
13
kobalt (Co)
mg/kg ds
<3
< 7.4
-
15
102.5
190
koper (Cu)
mg/kg ds
<5
< 7.2
-
40
115
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
< 0.05
< 0.05
-
0.15
18.075
36
lood (Pb)
mg/kg ds
< 10
< 11
-
50
290
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
< 1.5
< 1.0
-
1.5
95.75
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
<4
<8
-
35
67.5
100
zink (Zn)
mg/kg ds
57
140
-
140
430
720
naftaleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fenantreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
anthraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fluoranteen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(a)antraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
chryseen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(k)fluoranteen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(a)pyreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
indeno(1,2,3-cd)pyreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
mg/kg ds
0.35
< 0.35
-
1.5
20.75
40
Polycyclische koolwaterstoffen
Sommaties som PAK (10)
Toetsoordeel monster 6293192:
Pagina 5 van 11
Voldoet aan Achtergrondwaarde
Pagina 6 van 11 Monsterreferentie
6293193
Monsteromschrijving
AGEL-03 100-150 AGEL-03 (100-150)
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
AW
T
I
1.5
20.75
40
Lutum/Humus Organische stof (H)
% (m/m ds)
2.0
10
Lutum (H)
% (m/m ds)
2.0
25
%
77.7
77.7
Droogrest droge stof
@
Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fenantreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
anthraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fluoranteen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(a)antraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
chryseen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(k)fluoranteen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(a)pyreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
indeno(1,2,3-cd)pyreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
mg/kg ds
0.35
< 0.35
Sommaties som PAK (10)
Toetsoordeel monster 6293193:
Pagina 6 van 11
-
Voldoet aan Achtergrondwaarde
Pagina 7 van 11 Monsterreferentie
6293194
Monsteromschrijving
AGEL-04 015-065 AGEL-04 (15-65)
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
AW
T
I
920
Lutum/Humus Organische stof (H)
% (m/m ds)
2.0
10
Lutum (H)
% (m/m ds)
2.0
25
%
88.9
88.9
@
Droogrest droge stof
Metalen ICP-AES barium (Ba)
mg/kg ds
64
250
@
190
555
cadmium (Cd)
mg/kg ds
0.28
0.48
-
0.6
6.8
13
kobalt (Co)
mg/kg ds
<3
< 7.4
-
15
102.5
190
koper (Cu)
mg/kg ds
17
35
-
40
115
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
0.3
0.43
2.9 AW(WO)
0.15
18.075
36
lood (Pb)
mg/kg ds
40
63
1.3 AW(WO)
50
290
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
< 1.5
< 1.0
-
1.5
95.75
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
5
15
-
35
67.5
100
zink (Zn)
mg/kg ds
83
200
1.4 AW(WO)
140
430
720
naftaleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fenantreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
anthraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fluoranteen
mg/kg ds
0.1
0.1
benzo(a)antraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
chryseen
mg/kg ds
0.07
0.07
benzo(k)fluoranteen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(a)pyreen
mg/kg ds
0.06
0.06
benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
0.06
0.06
indeno(1,2,3-cd)pyreen
mg/kg ds
0.06
0.06
mg/kg ds
0.52
0.52
-
1.5
20.75
40
Polycyclische koolwaterstoffen
Sommaties som PAK (10)
Toetsoordeel monster 6293194:
Pagina 7 van 11
Overschrijding Achtergrondwaarde
Pagina 8 van 11 Monsterreferentie
6293195
Monsteromschrijving
AGEL-04 065-100 AGEL-04 (65-100)
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
AW
T
I
920
Lutum/Humus Organische stof (H)
% (m/m ds)
2.0
10
Lutum (H)
% (m/m ds)
2.0
25
%
84.3
84.3
@
Droogrest droge stof
Metalen ICP-AES barium (Ba)
mg/kg ds
< 20
< 54
@
190
555
cadmium (Cd)
mg/kg ds
< 0.2
< 0.24
-
0.6
6.8
13
kobalt (Co)
mg/kg ds
<3
< 7.4
-
15
102.5
190
koper (Cu)
mg/kg ds
<5
< 7.2
-
40
115
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
< 0.05
< 0.05
-
0.15
18.075
36
lood (Pb)
mg/kg ds
< 10
< 11
-
50
290
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
< 1.5
< 1.0
-
1.5
95.75
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
<4
<8
-
35
67.5
100
zink (Zn)
mg/kg ds
< 20
< 33
-
140
430
720
naftaleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fenantreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
anthraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fluoranteen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(a)antraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
chryseen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(k)fluoranteen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(a)pyreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
indeno(1,2,3-cd)pyreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
mg/kg ds
0.35
< 0.35
-
1.5
20.75
40
Polycyclische koolwaterstoffen
Sommaties som PAK (10)
Toetsoordeel monster 6293195:
Pagina 8 van 11
Voldoet aan Achtergrondwaarde
Pagina 9 van 11 Monsterreferentie
6293196
Monsteromschrijving
AGEL-05 003-053 AGEL-05 (3-53)
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
AW
T
I
920
Lutum/Humus Organische stof (H)
% (m/m ds)
2.0
10
Lutum (H)
% (m/m ds)
2.0
25
%
92.9
92.9
@
Droogrest droge stof
Metalen ICP-AES barium (Ba)
mg/kg ds
36
140
@
190
555
cadmium (Cd)
mg/kg ds
< 0.2
< 0.24
-
0.6
6.8
13
kobalt (Co)
mg/kg ds
<3
< 7.4
-
15
102.5
190
koper (Cu)
mg/kg ds
9.5
20
-
40
115
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
0.3
0.43
2.9 AW(WO)
0.15
18.075
36
lood (Pb)
mg/kg ds
23
36
-
50
290
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
< 1.5
< 1.0
-
1.5
95.75
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
<4
<8
-
35
67.5
100
zink (Zn)
mg/kg ds
40
95
-
140
430
720
naftaleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fenantreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
anthraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fluoranteen
mg/kg ds
0.13
0.13
benzo(a)antraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
chryseen
mg/kg ds
0.06
0.06
benzo(k)fluoranteen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(a)pyreen
mg/kg ds
0.05
0.05
benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
indeno(1,2,3-cd)pyreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
mg/kg ds
0.48
0.48
-
1.5
20.75
40
Polycyclische koolwaterstoffen
Sommaties som PAK (10)
Toetsoordeel monster 6293196:
Pagina 9 van 11
Overschrijding Achtergrondwaarde
Pagina 10 van 11 Monsterreferentie
6293197
Monsteromschrijving
AGEL-05 053-080 AGEL-05 (53-80)
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
AW
T
I
920
Lutum/Humus Organische stof (H)
% (m/m ds)
2.0
10
Lutum (H)
% (m/m ds)
2.0
25
%
89.4
89.4
@
Droogrest droge stof
Metalen ICP-AES barium (Ba)
mg/kg ds
44
170
@
190
555
cadmium (Cd)
mg/kg ds
< 0.2
< 0.24
-
0.6
6.8
13
kobalt (Co)
mg/kg ds
<3
< 7.4
-
15
102.5
190
koper (Cu)
mg/kg ds
10
21
-
40
115
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
0.17
0.24
1.6 AW(WO)
0.15
18.075
36
lood (Pb)
mg/kg ds
28
44
-
50
290
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
< 1.5
< 1.0
-
1.5
95.75
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
<4
<8
-
35
67.5
100
zink (Zn)
mg/kg ds
57
140
-
140
430
720
naftaleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fenantreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
anthraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fluoranteen
mg/kg ds
0.11
0.11
benzo(a)antraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
chryseen
mg/kg ds
0.05
0.05
benzo(k)fluoranteen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(a)pyreen
mg/kg ds
0.05
0.05
benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
indeno(1,2,3-cd)pyreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
mg/kg ds
0.46
0.46
-
1.5
20.75
40
Polycyclische koolwaterstoffen
Sommaties som PAK (10)
Toetsoordeel monster 6293197:
Pagina 10 van 11
Voldoet aan Achtergrondwaarde
Pagina 11 van 11 Monsterreferentie
6293198
Monsteromschrijving
AGEL-06 000-050 AGEL-06 (0-50)
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
AW
T
I
920
Lutum/Humus Organische stof (H)
% (m/m ds)
2.0
10
Lutum (H)
% (m/m ds)
2.0
25
%
90.3
90.3
@
Droogrest droge stof
Metalen ICP-AES barium (Ba)
mg/kg ds
61
240
@
190
555
cadmium (Cd)
mg/kg ds
0.33
0.57
-
0.6
6.8
13
kobalt (Co)
mg/kg ds
<3
< 7.4
-
15
102.5
190
koper (Cu)
mg/kg ds
19
39
-
40
115
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
3.1
4.5
30 AW(IND)
0.15
18.075
36
lood (Pb)
mg/kg ds
190
300
1.0 T(IND)
50
290
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
< 1.5
< 1.0
-
1.5
95.75
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
5
15
-
35
67.5
100
zink (Zn)
mg/kg ds
98
230
1.7 AW(IND)
140
430
720
naftaleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fenantreen
mg/kg ds
0.09
0.09
anthraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fluoranteen
mg/kg ds
0.34
0.34
benzo(a)antraceen
mg/kg ds
0.17
0.17
chryseen
mg/kg ds
0.22
0.22
benzo(k)fluoranteen
mg/kg ds
0.14
0.14
benzo(a)pyreen
mg/kg ds
0.19
0.19
benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
0.13
0.13
indeno(1,2,3-cd)pyreen
mg/kg ds
0.17
0.17
mg/kg ds
1.5
1.5
1.0 AW(WO)
1.5
20.75
40
Polycyclische koolwaterstoffen
Sommaties som PAK (10)
Toetsoordeel monster 6293198:
Overschrijding Achtergrondwaarde
Legenda @
Geen toetsoordeel mogelijk
x AW(IND)
x maal Achtergrondwaarde (Industrie)
x AW(WO)
x maal Achtergrondwaarde (Wonen)
x T(IND)
x maal Tussenwaarde (Industrie)
-
<= Achtergrondwaarde
H
Handmatig ingevoerde of aangepaste waarde (geen analyseresultaat)
N.B.
De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
Pagina 11 van 11
Beoordeling met PFAS toepassingsnormen van 29 november 2019 toetsing door : AGEL adviseurs lokatie of partij : locatie laboratorium : Omegam kenmerk analysecertificaat : 1026549 datum analysecertificaat : 20-4-2020
Bodemfunctieklasse
PFOS
PFOA
PFAS
GenX
datum toetsing : 22-4-2020
Landbouw/natuur (m.u.v. grondwaterbeschermingsgebieden)
0,9
0,8
0,8
0,8
projectnummer : 20200051
Wonen
3,0
7,0
3,0
3,0
Toetsing aan beleid (landelijk of lokaal) : landelijk
Industrie
3,0
7,0
3,0
3,0
Soort onderzoek (Indicatief of AP04) : indicatief
Vrij toepasbaar en in oppervlaktewater <=
0,1
0,1
0,1
0,1
Resultaat NEN of AP04 onderzoek (Aw, W, I) : Toetsing PFAS (28 of 38) : 28 In oppervlaktewater : Niet Toepasbaar PFAS beoordeling (LMV: Lokaal Maximale Waarde)
PFOS/PFOA toetsing individueel
Toets norm SOM PFOS (Linear+Vertakt) : Verhoogd PFOS, toepasbaar t/m 3 tenzij LMV verhoogd is
Toets norm PFOS Linear :
Verhoogd PFOS
Toets norm SOM PFOA (Linear+Vertakt) : Verhoogd PFOA, toepasbaar t/m 7 tenzij LMV verhoogd is
Toets norm PFOS Vertakt :
Aw m.u.v. grondwaterbeschermingsgebied
Overige PFAS : Altijd toepasbaar m.u.v. grondwaterbeschermingsgebied
Toets norm PFOA Linear :
Aw m.u.v. grondwaterbeschermingsgebied
Toets norm PFOA Vertakt :
Aw
GenX : Niet onderzocht Grootste verhouding meetwaarden:
1,0
Opmerkingen : Indien blijkt dat bij de individuele PFOS/PFOA toetsing aan de bepalingsgrens (0,1) wordt voldaan aan toepassing Landbouw/Natuur cq Aw dan geldt de toepassingsmogelijkheid van Landbouw/Natuur cq Aw en hoeft de som niet getoetst te worden. LET OP: Lokaal beleid kan afwijken van het landelijk beleid!
Als één of meerdere PFAS gehalten zijn aangetoond boven de toepassingsnormen (7 µg/kg ds voor PFOA, 3 µg/kg ds voor PFOS, overige PFAS en GenX) , kan de partij niet meer ingedeeld worden in de kwaliteitsklasse en is deze Niet Toepasbaar. Toepassing van de partij kan alleen plaatsvinden indien in het betreffende toepassingsgebied verhoogde Lokale Maximale Waarden door het bevoegd gezag zijn vastgesteld in het kader van gebiedsspecifiek beleid. Indien toetsing op alleen monster 1 (indicatief) dan worden dezelfde waarden ook bij monster 2 ingevoerd.
Analyses invoeren: PFAS in µg/kg ds Monsters:
Parameters:
1
organische stof(% m/m ds) Perfluor-n-butaanzuur (PFBA) Perfluorpentaanzuur(PFPeA) Perfluor-n-hexaanzuur (PFHxA) Perfluor-n-heptaanzuur (PFHpa) Perfluor-n-octaanzuur (PFOA linear) PFOA vertakt Perfluor-n-nonaanzuur (PFNA) Perfluor-n-decaanzuur (PFDeA) Perfluorundecaanzuur (PFUnDA) Perfluordodecaanzuur (PFDoDA) Perfluortridecaanzuur (PFTrDA) Perfluortetradecaanzuur (PFTeDA) Perfluorohexadecaanzuur (PFHxDA) Perfluorooctadecaanzuur (PFODA) Perfluorbutaansulfonaat (PFBS) Perfluorpentaansulfonaat (PFPeS) Perfluorhexaansulfonaat (PFHxS) Perfluorheptaansulfonaat (PFHpS) Perfluoroctaansulfonzuur (PFOS linear) PFOS vertakt Perfluordecaansulfonaat (PFDS) 4:2 Fluortelomeer sulfonzuur 6:2 Fluortelomeer sulfonzuur 8:2 Fluortelomeer sulfonzuur (8:2) 10:2 Fluortelomeer sulfonzuur N-methyl perfluoroctaansulfonamide acetaat Perfluoroctaansulfonamide(N-ethyl)acetaat (EtFOSAA) Perfluoroctaansulfonamide (PFOSA) N-methyl perfluoroctaansulfonamide (MeFOSA) 8:2 Fluortelomeer fosfaat diester (8:2 diPAP)
Analyse met detectie -en bodemcorrectie
automatisch
<
waarde
<
waarde
<
1 0,2 0,1 0,1 0,1 0,8 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 1,6 0,5 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,2 0,1 0,1 0,1 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 0 0 0 0 0 < < < < < < < < < < < < < 0 0 < < < < < < 0 < < <
1 0,2 0,1 0,1 0,1 0,8 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 1,6 0,5 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,2 0,1 0,1 0,1 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< < < < < < < < < < < < <
< < < < < < < < <
GenX
0
Gemiddeld SOM PFOS (Linear+Vertakt) SOM PFOA (Linear+vertakt) PFOS Linear PFOS Vertakt PFOA Linear PFOA Vertakt
2,100 0,870 1,600 0,500 0,800 0,070
Individueel SOM PFOS (linear+vertakt) mm 1 SOM PFOS (linear+vertakt) mm 2 SOM PFOA (linear+vertakt) mm 1 SOM PFOA (linear+vertakt) mm 2
2,100 2,100 0,900 0,900
1
2
Toetswaarde
2,00 0,20 0,10 0,10 0,10 0,80 0,07 0,07 0,07
2,00 0,20 0,10 0,10 0,10 0,80 0,07 0,07 0,07
2,000 0,200 0,100 0,100 0,100 0,800 0,070 0,070 0,070
1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0
0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 1,60 0,50 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,20 0,07 0,07 0,07 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 1,60 0,50 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,20 0,07 0,07 0,07 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
0,070 0,070 0,070 0,070 0,070 0,070 0,070 0,070 0,070 0,070 1,600 0,500 0,070 0,070 0,070 0,070 0,070 0,070 0,200 0,070 0,070 0,070 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000
1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Bodemfunctieklasse L/N : Landbouw/Natuur W of I : Wonen of industrie
Toepassing in oppervlaktewater
NT : Niet toepasbaar PFOS
PFOA
L/N L/N
GenX PFAS overig L/N Niet Toepasbaar Aw Toepasbaar Aw Toepasbaar Aw Toepasbaar Niet Toepasbaar Toepasbaar Aw Toepasbaar Aw Toepasbaar Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw
W of I L/N
-
Aw Aw Aw Aw Aw Aw L/N Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw -
Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Niet Toepasbaar Niet Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Niet Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar -
Klasse
PFAS normstelling GROND 29 november 2019 ( µg/kg ds) Bodemfunctieklasse PFOS Landbouw/natuur (m.u.v. grondwaterbeschermingsgebieden) 0,9 Landbouw/natuur bij Aw groter dan 0,8/0,9 en < lokale PFAS 3,0 Wonen 3,0
W of I W of I W of I L/N L/N Aw
1,0 1,0
PFOA 0,8 7,0 7,0
GenX Overige PFAS (per individuele stof) 0,8 0,8 3,0 3,0 3,0 3,0
3,0 0,1
7,0 0,1
3,0 0,1
PFAS normstelling BAGGER 29 november 2019 ( µg/kg ds) PFOS Op de kant (zonder metingen) Benedenstrooms in aansluitend oppervlaktewaterlichamen Diepe plassen in open verbinding met een rijkswater 3,7 Rijksbaggerdepot of Particulier baggerdepot >3,7
PFOA 0,8 >0,8
GenX Overige PFAS (per individuele stof) 0,8 0,8 >0,8 >0,8
Industrie Vrij toepasbaar en in oppervlaktewater <=
verh. Meting
Opmerkingen : Bosmilieuadvies BV is niet aansprakelijk voor eventuele onjuistheden in voorliggende toetsing. Op- en aanmerkingen graag doorgeven via onderstaande contactgegevens.
3,0 0,1 Datum Sheetversie Ontwerper
24 februari 2020 2.6 info@bosmilieuadvies.nl www.bosmilieuadvies.nl © Bosmilieuadvies BV, 2020
Beoordeling met PFAS toepassingsnormen van 29 november 2019 toetsing door : AGEL adviseurs lokatie of partij : locatie laboratorium : Omegam kenmerk analysecertificaat : 1026549 datum analysecertificaat : 20-4-2020
Bodemfunctieklasse
PFOS
PFOA
PFAS
GenX
datum toetsing : 22-4-2020
Landbouw/natuur (m.u.v. grondwaterbeschermingsgebieden)
0,9
0,8
0,8
0,8
projectnummer : 20200051
Wonen
3,0
7,0
3,0
3,0
Toetsing aan beleid (landelijk of lokaal) : landelijk
Industrie
3,0
7,0
3,0
3,0
Soort onderzoek (Indicatief of AP04) : indicatief
Vrij toepasbaar en in oppervlaktewater <=
0,1
0,1
0,1
0,1
Resultaat NEN of AP04 onderzoek (Aw, W, I) : Toetsing PFAS (28 of 38) : 28 In oppervlaktewater : Niet Toepasbaar PFAS beoordeling (LMV: Lokaal Maximale Waarde)
PFOS/PFOA toetsing individueel
Toets norm SOM PFOS (Linear+Vertakt) : Altijd toepasbaar m.u.v. grondwaterbeschermingsgebied
Toets norm PFOS Linear :
Aw m.u.v. grondwaterbeschermingsgebied
Toets norm SOM PFOA (Linear+Vertakt) : Altijd toepasbaar m.u.v. grondwaterbeschermingsgebied
Toets norm PFOS Vertakt :
Aw
Overige PFAS : Altijd toepasbaar
Toets norm PFOA Linear :
Aw m.u.v. grondwaterbeschermingsgebied
GenX : Niet onderzocht
Toets norm PFOA Vertakt :
Aw
Grootste verhouding meetwaarden:
1,0
Opmerkingen : Indien blijkt dat bij de individuele PFOS/PFOA toetsing aan de bepalingsgrens (0,1) wordt voldaan aan toepassing Landbouw/Natuur cq Aw dan geldt de toepassingsmogelijkheid van Landbouw/Natuur cq Aw en hoeft de som niet getoetst te worden. LET OP: Lokaal beleid kan afwijken van het landelijk beleid!
Als één of meerdere PFAS gehalten zijn aangetoond boven de toepassingsnormen (7 µg/kg ds voor PFOA, 3 µg/kg ds voor PFOS, overige PFAS en GenX) , kan de partij niet meer ingedeeld worden in de kwaliteitsklasse en is deze Niet Toepasbaar. Toepassing van de partij kan alleen plaatsvinden indien in het betreffende toepassingsgebied verhoogde Lokale Maximale Waarden door het bevoegd gezag zijn vastgesteld in het kader van gebiedsspecifiek beleid. Indien toetsing op alleen monster 1 (indicatief) dan worden dezelfde waarden ook bij monster 2 ingevoerd.
Analyses invoeren: PFAS in µg/kg ds Monsters:
Parameters:
1
organische stof(% m/m ds) Perfluor-n-butaanzuur (PFBA) Perfluorpentaanzuur(PFPeA) Perfluor-n-hexaanzuur (PFHxA) Perfluor-n-heptaanzuur (PFHpa) Perfluor-n-octaanzuur (PFOA linear) PFOA vertakt Perfluor-n-nonaanzuur (PFNA) Perfluor-n-decaanzuur (PFDeA) Perfluorundecaanzuur (PFUnDA) Perfluordodecaanzuur (PFDoDA) Perfluortridecaanzuur (PFTrDA) Perfluortetradecaanzuur (PFTeDA) Perfluorohexadecaanzuur (PFHxDA) Perfluorooctadecaanzuur (PFODA) Perfluorbutaansulfonaat (PFBS) Perfluorpentaansulfonaat (PFPeS) Perfluorhexaansulfonaat (PFHxS) Perfluorheptaansulfonaat (PFHpS) Perfluoroctaansulfonzuur (PFOS linear) PFOS vertakt Perfluordecaansulfonaat (PFDS) 4:2 Fluortelomeer sulfonzuur 6:2 Fluortelomeer sulfonzuur 8:2 Fluortelomeer sulfonzuur (8:2) 10:2 Fluortelomeer sulfonzuur N-methyl perfluoroctaansulfonamide acetaat Perfluoroctaansulfonamide(N-ethyl)acetaat (EtFOSAA) Perfluoroctaansulfonamide (PFOSA) N-methyl perfluoroctaansulfonamide (MeFOSA) 8:2 Fluortelomeer fosfaat diester (8:2 diPAP)
Analyse met detectie -en bodemcorrectie
automatisch
<
waarde
<
waarde
< < < < <
1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,5 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,2 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< < < < < 0 < < < < < < < < < < < < < 0 0 < < < < < < < < < <
1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,5 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,2 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< < < < < < < < < < < < <
< < < < < < < < < <
GenX
0
Gemiddeld SOM PFOS (Linear+Vertakt) SOM PFOA (Linear+vertakt) PFOS Linear PFOS Vertakt PFOA Linear PFOA Vertakt
0,300 0,570 0,200 0,100 0,500 0,070
Individueel SOM PFOS (linear+vertakt) mm 1 SOM PFOS (linear+vertakt) mm 2 SOM PFOA (linear+vertakt) mm 1 SOM PFOA (linear+vertakt) mm 2
0,300 0,300 0,600 0,600
1
2
Toetswaarde
2,00 0,07 0,07 0,07 0,07 0,50 0,07 0,07 0,07
2,00 0,07 0,07 0,07 0,07 0,50 0,07 0,07 0,07
2,000 0,070 0,070 0,070 0,070 0,500 0,070 0,070 0,070
1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0
0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,20 0,10 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,20 0,10 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
0,070 0,070 0,070 0,070 0,070 0,070 0,070 0,070 0,070 0,070 0,200 0,100 0,070 0,070 0,070 0,070 0,070 0,070 0,070 0,070 0,070 0,070 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000
1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Bodemfunctieklasse L/N : Landbouw/Natuur W of I : Wonen of industrie
Toepassing in oppervlaktewater
NT : Niet toepasbaar PFOS
PFOA
GenX PFAS overig Aw Aw Aw Aw
L/N L/N Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw L/N L/N
-
Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw -
Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Niet Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Niet Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar -
Klasse
PFAS normstelling GROND 29 november 2019 ( µg/kg ds) Bodemfunctieklasse PFOS Landbouw/natuur (m.u.v. grondwaterbeschermingsgebieden) 0,9 Landbouw/natuur bij Aw groter dan 0,8/0,9 en < lokale PFAS 3,0 Wonen 3,0
L/N L/N L/N Aw L/N Aw
1,0 1,0
PFOA 0,8 7,0 7,0
GenX Overige PFAS (per individuele stof) 0,8 0,8 3,0 3,0 3,0 3,0
3,0 0,1
7,0 0,1
3,0 0,1
PFAS normstelling BAGGER 29 november 2019 ( µg/kg ds) PFOS Op de kant (zonder metingen) Benedenstrooms in aansluitend oppervlaktewaterlichamen Diepe plassen in open verbinding met een rijkswater 3,7 Rijksbaggerdepot of Particulier baggerdepot >3,7
PFOA 0,8 >0,8
GenX Overige PFAS (per individuele stof) 0,8 0,8 >0,8 >0,8
Industrie Vrij toepasbaar en in oppervlaktewater <=
verh. Meting
Opmerkingen : Bosmilieuadvies BV is niet aansprakelijk voor eventuele onjuistheden in voorliggende toetsing. Op- en aanmerkingen graag doorgeven via onderstaande contactgegevens.
3,0 0,1 Datum Sheetversie Ontwerper
24 februari 2020 2.6 info@bosmilieuadvies.nl www.bosmilieuadvies.nl © Bosmilieuadvies BV, 2020
BIJLAGE 6 TOELICHTING EN ACHTERGROND TOETSINGSKADER
AGEL adviseurs
In deze bijlage wordt een toelichting gegeven op het toetsingskader dat gehanteerd wordt bij de beoordeling van de resultaten van uitgevoerd bodemonderzoek. Toetsingskader grond en grondwater In de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 zijn interventiewaarden vastgelegd voor grond en streefwaarden en interventiewaarden voor grondwater. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit met bijbehorende Regeling. De monsters zijn getoetst middels BoToVa, waarbij gebruik is gemaakt van de toetsingskaders T12 (Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb) en T13 (Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb). BoToVa corrigeert het ‘gemeten’ gehalte op basis van het lutum- en organische stof gehalte naar standaard bodem met 10% organische stof en 25% lutum. De gehalten worden vervolgens getoetst aan de normwaarden zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en het Besluit bodemkwaliteit met bijbehorende Regeling. Bij de toetsing van de analyseresultaten worden drie toetsingsniveaus gebruikt:
1.
Achtergrondwaarden (grond) en streefwaarden (grondwater):
2.
Tussenwaarden:
3.
Interventiewaarden:
Voor de achtergrondwaarden gelden de gehalten zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. De streefwaarden grondwater geven aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van Verwaarloosbare Risico’s voor het ecosysteem. Voor metalen wordt er onderscheid gemaakt tussen diep en ondiep grondwater. Reden hiervoor is het verschil in achtergrondconcentraties tussen ondiep (< 10 m) en diep (> 10 m) grondwater. De tussenwaarde is in beginsel het concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek behoort te worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat. Voor grondwater is dit het gemiddelde van streef -en interventiewaarde en voor grond het gemiddelde van de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden. De interventiewaarden bodemsanering geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor de mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Ze zijn representatief voor het verontreinigingsniveau waarboven sprake is van een geval van ernstige (bodem)verontreiniging.
Bij de bespreking van de resultaten wordt de volgende gradatie aangehouden: Niet verontreinigd c.q. geen verhoogde gehalten: De gehalten aan verontreinigde stoffen in de grond liggen beneden de landelijke achtergrondwaarden danwel de concentraties aan verontreinigde stoffen in het grondwater liggen beneden de streefwaarden; Licht verontreinigd c.q. licht verhoogde gehalten: De gehalten aan verontreinigde stoffen liggen boven de landelijke achtergrondwaarden (of voor grondwater streefwaarden), maar beneden de tussenwaarden; Matig verontreinigd c.q. matig verhoogde gehalten: De gehalten aan verontreinigde stoffen liggen boven de tussenwaarden, maar zijn kleiner dan de interventiewaarden; Sterk verontreinigd c.q. sterk verhoogde gehalten: De gehalten aan verontreinigde stoffen liggen boven de interventiewaarden.
Toetsing rapportagegrenzen
De normen waaraan getoetst wordt kunnen lager zijn dan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Dit betekent dat deze waarden strenger zijn dan het niveau waarop betrouwbaar (routinematig) kan worden gemeten. De laboratoria moeten minimaal voldoen aan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Bij een resultaat ‘< vereiste rapportagegrens AS3000’ mag de beoordelaar ervan uit gaan dat de kwaliteit van de grond, baggerspecie, bodem of bodem onder oppervlaktewater voldoet aan de van toepassing zijnde normen. Indien het laboratorium een waarde ‘< een verhoogde rapportagegrens’ aangeeft (dit is hoger dan de vereiste rapportagegrens AS3000 dan dient de desbetreffende verhoogde rapportagegrens te worden vermenigvuldigd met 0,7. De zo verkregen waarde wordt getoetst aan de van toepassing zijnde normen. Indien het laboratorium een gemeten gehalte rapporteert (zonder < teken), moet dit gehalte aan de van toepassing zijnde norm worden getoetst, ook als dit gehalte lager is dan de vereiste rapportagegrens AS3000. Bij het berekenen van een somwaarde, het rekenkundig gemiddelde en een percentielwaarde worden voor de individuele componenten de resultaten ‘< vereiste rapportagegrens AS3000’ vermenigvuldigd met 0,7.
Indien alle individuele waarden als onderdeel van de berekende waarde het resultaat‘< vereiste rapportagegrens AS3000’ hebben, mag de beoordelaar ervan uit gaan dat de kwaliteit van de grond, baggerspecie, bodem of bodem onder oppervlaktewater voldoet aan de van toepassing zijnde normen uit de Regeling bodemkwaliteit. Indien een of meer individuele componenten het resultaat hebben ‘< dan een verhoogde rapportagegrens’, of er een of meer gemeten gehalten (zonder < teken) zijn, dan dient de berekende waarde te worden getoetst aan de van toepassing zijnde normen uit de Regeling bodemkwaliteit. Deze regel geldt ook als gemeten gehalten lager zijn dan de vereiste rapportagegrens AS3000.
Indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging
Voor een aantal, niet bij regulier bodemonderzoek gangbare stoffen, zijn indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging vastgesteld. Een interventiewaarde ontbreekt. De indicatieve niveaus hebben een grotere mate van onzekerheid dan de interventiewaarden. De status van de indicatieve niveaus is daarom niet gelijk aan de status van de interventiewaarde en derhalve hier buiten beschouwing gelaten.
AGEL adviseurs
Geval van ernstige verontreiniging
Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging indien voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie van minimaal 25 m3 bodemvolume in het geval van bodemverontreiniging, of 100 m3 poriënverzadigd bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde. Er kunnen gevallen zijn waarbij de interventiewaarde niet wordt overschreden en er toch sprake is van een geval van ernstige verontreiniging. Ook in het geval van verontreinigingen met stoffen waarvoor geen interventiewaarde is afgeleid kan sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. Als de bodem op een locatie is verontreinigd, maar het betreft geen geval van ernstige verontreiniging, hoeft niet te worden bepaald of er met spoed dient te worden gesaneerd. Verbeteren van de bodemkwaliteit kan niet worden voorgeschreven op grond van de regels voor bodemsanering. Als een gemeente een gebiedskwaliteit heeft vastgesteld op grond van het Besluit bodemkwaliteit, dan kan de gemeente wel bevorderen dat bij bijvoorbeeld bouwactiviteiten de gebiedskwaliteit als uitgangspunt geldt. Als er grond moet worden toegepast kan dat ook verplicht worden gesteld. Het is echter niet zo dat bij niet ernstig verontreinigde grond een verplichting kan worden opgelegd op grond van de bodemregelgeving om de bodem schoner te maken.
Saneringscriterium
Als een geval van ernstige verontreiniging is vastgesteld dan is er sprake van een potentieel risico dat aanleiding geeft tot een vorm van saneren of beheren. Het saneringscriterium dient om vast te stellen of sanering van een geval van ernstige bodemverontreiniging met spoed dient te worden uitgevoerd. Wanneer sprake is van spoed, is het nemen van maatregelen verplicht. De werkwijze van het saneringscriterium geldt voor: Een geval van ernstige verontreiniging; Een historische verontreiniging. Voor verontreinigingen die sinds 1987 zijn ontstaan is artikel 13 van de Wbb (zorgplicht) van toepassing; Huidige en voorgenomen gebruik; Grond en grondwater; Alle stoffen waarvoor een interventiewaarde is afgeleid, met uitzondering van asbest. Daar asbest heel specifieke chemische en fysische eigenschappen heeft, is voor asbest separaat het ‘Milieuhygiënisch saneringscriterium, protocol asbest’ ontwikkeld. Wanneer sanering niet met spoed hoeft plaats te vinden kan voor de aanpak van de verontreiniging worden aangesloten bij maatschappelijk gewenste ontwikkelingen. Deze saneringen vinden plaats op initiatief van de eigenaar of andere belanghebbende met het oog op gewenst gebruik van de bodem. Uiteindelijk moet het resultaat van de sanering zijn dat de locatie geschikt is voor het (toekomstig) gebruik.
Het saneringscriterium is een instrument voor het bevoegd gezag waarmee zij een (schuldig) eigenaar kan verplichten tot saneren binnen een gestelde termijn. Risico’s hebben een directe relatie met het gebruik van de bodem en daarmee met de functie. Als er aan het gebruik binnen de aanwezige of toekomstige functie onaanvaardbare risico’s zijn verbonden staat voorop dat maatregelen zo snel mogelijk moeten worden genomen. De risico’s die aanleiding kunnen zijn om met spoed te saneren worden verdeeld in: a) risico’s voor de mens, b) risico’s voor het ecosysteem en c) risico’s van verspreiding van verontreiniging. ad a) Er is sprake van onaanvaardbare risico’s voor de mens indien bij het huidige of voorgenomen gebruik van de locatie een situatie bestaat waarbij: Chronische negatieve gezondheidseffecten kunnen optreden; Acute negatieve gezondheidseffecten kunnen optreden. Indien de aanwezigheid van bodemverontreiniging bij het huidig gebruik leidt tot aantoonbare hinder voor de mens (door o.a. huidirritatie en stank) dient eveneens met spoed te worden gesaneerd.
ad b) Er is sprake van onaanvaardbare risico’s voor het ecosysteem indien bij het huidige of voorgenomen gebruik van de locatie: De biodiversiteit kan worden aangetast (bescherming van soorten); Kringloopfuncties kunnen worden verstoord (bescherming van processen); Bio-accumulatie en doorvergiftiging kan plaatsvinden. ad c) Er is sprake van onaanvaardbare risico’s van verspreiding van verontreiniging indien: Het gebruik van de bodem door mens of ecosysteem wordt bedreigd door de verspreiding van verontreiniging in het grondwater waardoor kwetsbare objecten hinder ondervinden; Er sprake is van een onbeheersbare situatie, dat wil zeggen indien: 1. Er een drijflaag aanwezig is die door activiteiten en processen in de bodem kan verplaatsen en van waaruit verspreiding van verontreiniging kan plaatsvinden; 2. Er een zaklaag aanwezig is die door activiteiten en processen in de bodem kan verplaatsen en van waaruit verspreiding van verontreiniging kan plaatsvinden; 3. De verspreiding heeft geleid tot een grote grondwaterverontreiniging en de verspreiding nog steeds plaatsvindt.
Zorgplicht artikel 13 Wet bodembescherming
Voor bodemverontreiniging veroorzaakt vanaf 1 januari 1987 geldt de zorgplicht (artikel 13 Wet bodembescherming). Voor deze gevallen geldt dat degene die de in artikel 13 beschreven handelingen heeft verricht alle maatregelen moet nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd. Dat wil zeggen: zo spoedig mogelijk en zo volledig mogelijk de gevolgen beperken of ongedaan maken, ongeacht de aangetroffen gehalten en de risico’s van de verontreinigde stoffen. De bepaling ernst van de verontreiniging en spoed van de sanering spelen hier geen rol.
AGEL adviseurs
Toetsingskader asbest In de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en de Regeling bodemkwaliteit is de interventiewaarde voor asbest in grond en waterbodem opgenomen. Hierin staat beschreven dat de interventiewaarde voor asbest in (water)bodem 100 mg/kg ds betreft (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie). De restconcentratienorm voor toepassing en het hergebruik van alle asbest bevattende materialen (inclusief grond, baggerspecie en puingranulaat) is vastgesteld op 100 mg/kg (gewogen). Het resultaat van het verkennend onderzoek naar asbest in de bodem conform de NEN 5707 is een uitspraak over de mogelijke verontreiniging van de bodem op basis van verzamelde stukken asbesthoudend materiaal en (meng)monsters grond. Aan de hand van het verkregen indicatieve gehalte aan asbest wordt nagegaan of nader onderzoek al dan niet noodzakelijk is. Hierbij worden twee toetsingsniveaus gebruikt: 1. De streefwaarden grondwater geven aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van Verwaarloosbare Risico’s voor het ecosysteem. Dit zijn de gehalten zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. Voor metalen wordt er onderscheid gemaakt tussen diep en ondiep grondwater.
Reden hiervoor is het verschil in achtergrondconcentraties tussen ondiep (< 10 m) en diep (> 10 m) grondwater; 2. De tussenwaarde is in beginsel het concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek behoort te worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat. Voor grondwater is dit het gemiddelde van streef -en interventiewaarde en voor grond het gemiddelde van de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden. 3. De interventiewaarden bodemsanering geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor de mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Ze zijn representatief voor het verontreinigingsniveau waarboven sprake is van een geval van ernstige (bodem)verontreiniging.
Geval van ernstige verontreiniging en saneringscriterium
In het ‘Milieuhygiënisch Saneringscriterium Bodem, protocol asbest’, dat is opgenomen als bijlage 3 bij de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, is geregeld wanneer er voor een bodemverontreiniging met asbest sprake is van een geval van ernstige verontreiniging. Voor een bodemverontreiniging met asbest is het volumecriterium voor het vaststellen van de ernst van het geval niet van toepassing. Op basis van het protocol asbest dient bij ernstige verontreiniging te worden bepaald of er sprake is van onaanvaardbare risico’s ten gevolge van de bodemverontreiniging met asbest. Voor het toepassen van het ‘protocol asbest’ gelden de volgende uitgangspunten: Het protocol heeft alleen betrekking op (water)bodem, grond en baggerspecie; Het protocol is alleen van toepassing indien er sprake is van een bodemverontreiniging met asbest, waarbij asbest aanwezig is in een gehalte boven de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. gewogen (concentratie serpentijn + 10 x concentratie amfibool).
Opgemerkt wordt dat bij asbest in (water)bodem, grond en baggerspecie alleen over ‘verontreiniging’ wordt gesproken als de interventiewaarde wordt overschreden; Het protocol is alleen van toepassing op historische asbest verontreinigingen (die zijn voor 1993 ontstaan) in (water)bodem, grond en baggerspecie die niet op basis van de zorgplicht dienen te worden gesaneerd1; Het protocol heeft betrekking op de huidige en toekomstige situatie. Op materialen met een lagere asbestconcentratie (100 mg/kg gewogen) worden de voorschriften van het Arbeidsomstandigheden Besluit en Asbestverwijderingsbesluit geacht niet van toepassing te zijn.
1
Nieuwe gevallen van bodemverontreiniging met asbest, die zijn ontstaan vanaf 1993, dienen (ongeacht het asbest gehalte) voor zover redelijkerwijs mogelijk is, volledig te worden verwijderd. Volledig verwijderen betekent in het geval van asbest dat de verontreiniging tot de nul-waarde (detectiegrens) dient te worden verwijderd.
AGEL adviseurs
Schema Wettelijk kader en bevoegd gezag Voor asbest in/op bodem, grond of puin(granulaat), inclusief verhardingen
Asbest in/op bodem, grond of puin(granulaat): Welk wettelijk kader?
1. Stort asbesthoudende afvalstoffen buiten een inrichting (incl. wegen) ?
ja
Wet milieubeheer 10.2 / gemeente of provincie
nee
2. Asbesthoudende weg, erfverharding
ja
Besluit Asbestwegen / Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT)
(> 100 mg/kg gewogen asbest)? nee
3. Asbesthoudende ondergrondse (bouw)werken?
ja
Asbestverwijderingsbesluit / gemeente
nee
4. Toepassen van asbesthoudende grond / puin(granulaat) in een werk (zijnde een bouwstof)?
ja
Productenbesluit asbest / Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT)
ja
Productenbesluit asbest / Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT)
nee
5. Handeling met een asbesthoudende product?
nee
6. Handeling met een asbesthoudende afvalstroom?
ja
Wet milieubeheer (afval) / Provincie
nee
7. Asbest verontreinigde bodem
ja
Wet bodembescherming / provincie, gemeente of waterkwaliteitsbeheerder
AGEL adviseurs
Toetsingskader Besluit bodemkwaliteit Het Besluit bodemkwaliteit met bijbehorende Regeling bevat het wettelijk kader voor het toepassen van bouwstoffen, grond en baggerspecie op of in de bodem of in oppervlaktewater.
Definitie grond en bagger
Het Besluit hanteert voor grond en baggerspecie de volgende definities: Grond is vast materiaal en bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter, met uitzondering van baggerspecie; Baggerspecie is materiaal, dat is vrijgekomen uit de bodem via het oppervlaktewater of de voor dat water bestemde ruimte en bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter.
Bodemvreemd materiaal
Het Besluit stelt aanvullend dat een partij grond en baggerspecie maximaal 20 gewichtsprocent bodemvreemd materiaal mag bevatten. Het gaat hierbij nadrukkelijk niet om bijmengingen van bodemvreemd materiaal in grond of baggerspecie nadat het materiaal is afgegraven.
Toetsingskaders
Het generieke kader is van toepassing op elk gebied waarvoor geen gebiedsspecifiek beleid is vastgesteld. Uitgangspunt van het generieke kader voor landbodems is dat de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie moet aansluiten bij de functie die de bodem heeft. Ook mag de actuele kwaliteit van de ontvangende bodem niet verslechteren. Naast de toetsingskaders voor gebiedsspecifiek en generiek beleid, kent het Besluit nog een andere categorie van toepassingen: grootschalige toepassingen. Bij deze categorieën hoeft niet te worden getoetst aan de kwaliteit van de ontvangende bodem. Wél moet worden voldaan aan de kwaliteitseisen en randvoorwaarden die het Besluit stelt aan deze toepassingen.
Tabel: Toetsingskaders grond en bagger Generiek of gebied specifiek beleid Alleen generiek beleid
Toepassingsmogelijkheden grond en baggerspecie Toepassen grond en baggerspecie
Verspreiden baggerspecie
Op de landbodem In oppervlaktewater In grootschalige toepassing
In oppervlaktewater Over aangrenzend perceel
Partijen grond en baggerspecie mogen alleen volgens de regels van het Besluit worden toegepast als sprake is van een nuttige toepassing. Is dit niet het geval, dan wordt de toepassing gezien als een middel om zich te ontdoen van afvalstoffen en gelden op grond van de Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen strengere regels. Uitgangspunt bij het toepassen van grond en baggerspecie is dat de toegepaste grond en baggerspecie onderdeel gaat uitmaken van de ontvangende bodem, zonder dat extra maatregelen zoals afscheidingslagen of maatregelen in het kader van isoleren, beheersen en controleren (IBC) worden toegepast.
Bodemfuncties en bodemfunctieklassen
In die gebieden waarvoor de bevoegde bestuursorganen geen lokale maximale waarden in een besluit hebben vastgelegd, wordt de toepassing van grond en baggerspecie generiek getoetst. Voor deze generieke toetsing zijn zowel maximale waarden voor bodemfunctieklassen (landbodem) als maximale waarden voor bodemkwaliteitsklassen vastgelegd.
Klassenindeling voor bodemfuncties en bodemkwaliteit
Om te toetsen of de kwaliteit van een partij grond of baggerspecie aansluit bij de functie en kwaliteit van de ontvangende bodem, wordt in het generieke kader gewerkt met een klassenindeling voor de kwaliteit en functie. Uitgangspunt van het Besluit is dat de kwaliteit moet aansluiten bij de functie. Om hier invulling aan te geven zijn voor 7 bodemfuncties referentiewaarden ontwikkeld. Deze functies worden gebruikt in het gebiedsspecifieke beleid. Voor toepassing in het generieke kader zijn de functies samengevoegd tot 2 bodemfunctieklassen: wonen en industrie. De functies landbouw en natuur zijn niet ingedeeld in een klasse. Hiervoor is gekozen omdat in gebieden met een van deze functies alleen schone grond of baggerspecie mag worden toegepast. Dat wil zeggen: grond en baggerspecie waarvan de kwaliteit voldoet aan de Achtergrondwaarden.
Tabel: Bodemfuncties Gebiedspecifiek
wonen met tuin plaatsen waar kinderen spelen groen met natuurwaarden ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie moestuinen/volkstuinen Landbouw Natuur
Generiek beleid wonen industrie Kwaliteit toe te passen grond en baggerspecie moet voldoen aan de Achtergrondwaarden
AGEL adviseurs
Naast de bodemfuncties, wordt de bodemkwaliteit ook ingedeeld in de klassen wonen en industrie. De bodemkwaliteit geeft hiermee een maat voor de kwaliteit van zowel de ontvangende als de toe te passen bodem en toe te passen baggerspecie. Aan de bodemkwaliteitsklassen zijn nieuwe normen gekoppeld: de Maximale waarden voor de klasse wonen en de Maximale waarden voor de klasse industrie. Wanneer de maximale waarde voor industrie wordt overschreden, mag deze grond of baggerspecie binnen het generieke kader niet worden toegepast. Om een partij grond of baggerspecie toe te mogen passen, moet de partij worden getoetst aan de bodemfunctieklasse en de bodemkwaliteit van de ontvangende bodem. Bij deze dubbele toetsing geldt dat de toe te passen partij grond of baggerspecie moet voldoen aan de strengste norm. In onderstaand schema is de toepassingseis voor de toe te passen grond of baggerspecie gegeven.
Tabel: Bepaling toepassingseis voor een partij grond of baggerspecie Functie op kaart Wonen
Industrie
Niet ingedeeld (bijv. landbouw/natuur
Actuele bodemkwaliteit
Toepassingseis
Achtergrondwaarde Wonen industrie Achtergrondwaarde Wonen Industrie Achtergrondwaarde Wonen industrie
Achtergrondwaarde Maximale waarde wonen Maximale waarde wonen Achtergrondwaarde Maximale waarde wonen Maximale waarde Industrie Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde
Aan de bodemkwaliteitsklassen en de bodemfunctieklassen zijn dezelfde normen gekoppeld: de Maximale Waarden voor de klasse wonen en de Maximale Waarden voor de klasse industrie. Deze Generieke Maximale Waarden geven de bovengrens aan van de kwaliteit die nodig is om de bodem ook op de lange termijn geschikt te houden voor de betreffende functie. Met gebiedsspecifiek beleid kunnen lokale bodembeheerders zelf bodemkwaliteitsnormen vaststellen. Als randvoorwaarde voor het opstellen van gebiedsspecifiek beleid geldt dat sprake moet zijn van standstill op gebiedsniveau. De ruimte voor de Lokale Maximale Waarden ligt tussen de achtergrondwaarden en het saneringscriterium. Wanneer de Lokale Maximale Waarden een verruiming van de normen ten opzicht van het generieke kader zijn, moet getoetst worden of dit niet leidt tot onaanvaardbare risico’s. Voor het bepalen van de gevolgen van de gekozen Lokale Maximale Waarden is een Risicotoolbox ontwikkeld. In de onderstaande figuren is de normstelling schematisch weergegeven.
Figuur: Normstelling en toepassingskader landbodem Generiek Gebieds specifiek
Achtergrond waarden
Altijd toepasbaar
Maximale waarden klasse wonen
Klasse wonen
Maximale waarden klasse industrie
Klasse industrie
Ruimte voor lokale maximale waarden Achtergrond waarden
Interventiewaarden droge bodem
Figuur: Normstelling en toepassingskader waterbodem Achtergrond waarden
Generiek
Niet toepasbaar
Vrij toepasbaar
Gebieds specifiek
Maximale waarden klasse A
Maximale waarden klasse B
Toepasbaar klasse A
Toepasbaar klasse B
Nooit toepasbaar
Nooit toepasbaar Sanerings criterium
Nooit toepasbaar
Ruimte voor lokale maximale waarden Achtergrond waarden
Interventiewaarden waterbodem
Sanerings criterium
Voor het verspreiden van baggerspecie op het aangrenzende perceel is een criterium ontwikkeld dat gebaseerd is op ecologische risico’s. De risico’s worden uitgedrukt met de parameter msPAF (meer-soorten Potentieel Aangetaste Fractie). De msPAF geeft een indicatie van het deel van de potentieel aanwezige organismen dat nadelige gevolgen kan ondervinden van het aanwezige mengsel van verontreinigingen. Op basis van het beleidscriterium dat de verspreidbare hoeveelheid bagger minimaal gelijk moet blijven is de norm gesteld op msPAFmetalen < 50%, en msPAForganisch < 20%. Daarnaast zijn 5 stoffen individueel genormeerd. Voor overige stoffen die geen deel uitmaken van de msPAF geldt de achtergrondwaarde.
Figuur: Verspreiden baggerspecie Vrij verspreidbaar Achtergrondwaarde
Ontvangstplicht
Verspreidbaar op aangrenzend perceel msPAF metalen < 50% ms PAF organisch < 20% 5 stoffen individueel genormeerd Alle stoffen < interventiewaarde bodem
Niet verspreidbaar op aangrenzend perceel
AGEL adviseurs Op maandag 8 juli 2019 heeft de Staatssecretaris van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een 'Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie' aangeboden aan de Tweede Kamer. Het handelingskader is gericht op het aantreffen van de stoffen PFOA (Perfluoroctaanzuur), PFOS (Perfluoroctaansulfonaat) en GenX (HFPO-DA). Op basis van de stukken blijkt dat de bovengrond en geroerde bodems in heel Nederland verdacht zijn op het (diffuus) voorkomen van PFAS. Hierdoor geldt per direct dat onderzoek op PFAS verplicht is, tenzij kan worden aangetoond dat de grond of baggerspecie onverdacht is. Op 29 november 2019 is door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een ‘Aanpassing tijdelijk handelingskader PFAS’ voorgelegd bij de Tweede Kamer waarbij een aantal aanpassingen en wijzigingen zijn opgenomen en op 1 december 2019 is een geactualiseerde tijdelijke handelingskader PFAS naar de Tweede Kamer gestuurd. Het tijdelijke handelingskader is een uitwerking van de Kamerbrief 'Aanpassing tijdelijk handelingskader PFAS’. In het geactualiseerd tijdelijk handelingskader PFAS zijn de onderstaande toepassingsnormen opgenomen. Voor verdere toelichting wordt verwezen naar het geactualiseerd tijdelijk handelingskader PFAS.
Tabel: Toepassingsnormen PFAS Toepassingssituatie
Toepassingswaarde (μg/kg d.s.) (4) (5)
Op de landbodem Grond en baggerspecie toepassen boven grondwaterniveau(1) Bodemkwaliteitsklasse Bodemfunctieklasse Wonen of industrie Wonen of industrie Landbouw/natuur
Wonen of industrie
Landbouw/natuur, wonen of Landbouw/natuur industrie Baggerspecie toepassen boven grondwaterniveau(1), als bedoeld in artikel 35, onder f, BBK (verspreiden van baggerspecie op aangrenzend perceel of weilanddepot) Grond en baggerspecie grootschalig toepassen boven grondwaterniveau(1) Grond en baggerspecie toepassen in grondwaterbeschermingsgebieden Grond en baggerspecie toepassen onder grondwaterniveau(2), met inbegrip van grootschalige toepassing
PFOA = 7 PFAS = 3 PFAS = 0,8 PFOS = 0,9 PFAS = 0,8 PFOS = 0,9 PFOA = 7 PFAS = 3 PFOA = 7 PFAS = 3 Bepalingsgrens = 0,1 PFAS = 0,8 PFOS = 0,9
In oppervlaktewater Grond toepassen Bepalingsgrens = 0,1 Baggerspecie toepassen in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam of Toepasbaar, wel meten en toetsen aansluitende (sedimentdelende) stroomafwaarts gelegen oppervlakteop uitschieters waterlichamen als bedoeld in artikel 35, onder g, BBK (verspreiden van baggerspecie in zoet of zout oppervlaktewater) Baggerspecie toepassen in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam in ophogingen Toepasbaar, wel meten en toetsen in waterbouwkundige constructies, uitgezonderd de diepe plas, als bedoeld op uitschieters in artikel 35, onder d, BBK Baggerspecie toepassen in een ander oppervlaktewaterlichaam in Bepalingsgrens = 0,1 ophogingen in waterbouwkundige constructies, uitgezonderd de diepe plas, als bedoeld in artikel 35, onder d, BBK Baggerspecie toepassen in niet-vrijliggende diepe PFAS = 0,8 Plassen die in open verbinding staan met een rijkswater, voor zover is PFOS = 3,7 voldaan aan de volgende voorwaarde: in de nabijheid van de diepe plas is geen kwetsbaar object gelegen, als bedoeld op p. 26 van de ‘Handreiking voor het herinrichten van diepe plassen’(3) Baggerspecie toepassen in andere diepe plassen dan bedoeld onder 4.9.1 Bepalingsgrens = 0,1 1) Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘boven grondwaterniveau’: tot ten hoogste 1 meter onder het maaiveld.
Indien de grond als gevolg van zetting op termijn in de verzadigde zone terechtkomt wordt de grond geacht boven grondwater te zijn toegepast; 2) Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘onder grondwaterniveau’: op een diepte van 1 meter en meer onder het maaiveld. Indien de grond als gevolg van zetting op termijn in de verzadigde zone terechtkomt wordt de grond geacht boven grondwater te zijn toegepast; 3) Onder ‘diepe plas’ wordt verstaan: oppervlaktewaterlichaam, ontstaan als gevolg van zandwinning, grindwinning of kleiwinning of een dijkdoorbraak. Onder ‘vrijliggende diepe plas’ wordt verstaan: diepe plas, die niet is gelegen in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk en die bovendien boven de spronglaag nauwelijks wordt gevoed door oppervlaktewater van elders (de verblijftijd van het water is voor 90% van het jaar langer dan een maand). Als de diepe plas is gelegen in een groter oppervlaktewaterlichaam wordt de rest van het oppervlaktewaterlichaam beschouwd als oppervlaktewater van elders. Deze plassen zijn aangegeven op de kaart die als bijlage bij dit tijdelijk handelingskader is gevoegd.
Onder ‘niet-vrijliggende diepe plas’ wordt verstaan: diepe plas, gelegen in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, of diepe plas die niet aan de definitie van vrijliggende plas voldoet; 4) Op de waarden uit deze tabel hoeft geen bodemtypecorrectie te worden toegepast als het gehalte van organische stof minder dan 10% bedraagt; 5) Tenzij een lokale maximale waarde is vastgesteld.
BIJLAGE 7 RELEVANTE INFORMATIE VOORONDERZOEK
20200051 MWe Omgevingsrapportage
Pagina 1 van 16
-
14-04-2020
Inhoudsopgave Voorblad Inhoudsopgave Inleiding Vliertstraat 4 Sint Elisabethstraat 1A St. Elizabethstraat 1-1b (Rozenoord) Kaarten Disclaimer Toelich ng
Pagina 2 van 16
-
14-04-2020
Inleiding Dit betre een rapportage van de milieu-hygiënische bodemkwaliteit van het perceel waarvan de loca e op de eerste pagina van deze rapportage is aangegeven. De rapportage is gemaakt met behulp van het bodeminforma esysteem (bis) van de gezamenlijke omgevingsdiensten in Noord–Brabant. Indien er van het perceel, of de directe omgeving hiervan, bodemonderzoeken of ondergrondse tanks in het bis bekend zijn, bevat deze rapportage een ui reksel hiervan.
Welke informa e bevat het bodeminforma esysteem? Bij de uitvoering van de gemeentelijke en provinciale bodemtaken ontvangen wij bodemrapporten bij grondwerken, bodem- en tanksaneringen, grondtransac es en het behandelen van aanvragen voor omgevingsvergunningen. De resultaten van de bodemonderzoeken worden verwerkt in het bis.
Geen informa e aanwezig Indien er in het bis geen informa e over een perceel aanwezig is, kan niet geconcludeerd worden dat er dan ook geen bodemverontreiniging aanwezig is. Alleen na uitvoering van een volledig verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 kan hierover meer zekerheid worden verkregen. Indien u onderzoek wilt laten uitvoeren dan adviseren wij u contact op te nemen met een SIKB BRL 2000 gecer ficeerd adviesbureau. Alleen onderzoeken die uitgevoerd zijn door een gecer ficeerd bureau worden voor overheidsbeslissingen in behandeling genomen.
Loca es met historisch bodembedreigende ac viteiten Om inzicht te krijgen waar de bodem in het verleden mogelijk verontreinigd is geraakt zijn de loca es met een risico op bodemverontreiniging in kaart gebracht. Deze gegevens zijn a oms g uit oude bestanden en tekeningen, zoals het Hinderwetarchief, milieuarchief en de bestanden van de Kamer van Koophandel. Deze historische informa e zegt iets over het vermoeden van bodemverontreiniging. In feite is het een risicoanalyse die kan leiden tot vervolgonderzoek. Deze loca es zijn ondergebracht in het zogenaamde historische bodembestand (HBB). Op tal van loca es met de meest verdachte bodembedreigende ac viteiten en waar nog niet eerder Pagina 3 van 16
-
14-04-2020
bodemonderzoek hee plaatsgevonden, hee inmiddels oriënterend bodemonderzoek plaatsgevonden.
Opbouw van de rapportage Op basis van de ingevoerde geografische gegevens die voor de aanvraag van de rapportage zijn ingevoerd, is met behulp van so ware gecontroleerd of er op het perceel of in de directe omgeving hiervan gegevens over de bodem en grondwater beschikbaar zijn. Indien deze informa e aanwezig is dan wordt deze getoond in de onderstaande volgorde: Informa e over de milieukwaliteit op de loca e: Overzicht loca egegevens Overzicht bodemonderzoeken Overzicht historische bodembedreigende ac viteiten Overzicht ondergrondse tanks Naast het geselecteerde perceel wordt ook in een straal van 25 meter rond het geselecteerde perceel gekeken of er onderzoeksgegevens beschikbaar zijn. Indien er informa e aanwezig is, dan wordt deze getoond onder het hoofdstuk:“Informa e over de milieukwaliteit in de directe omgeving van de loca e”. Vervolgens worden ook voor de percelen in de directe omgeving de loca egegevens, de historische bodembedreigende ac viteiten en de ondergrondse tanks weergegeven.
Toelich ng bij informa e over de bodemkwaliteit op de loca e Overzicht loca egegevens Onder deze paragraaf worden de loca egegevens getoond zoals deze in het bis bekend zijn. Onder de loca egegevens worden ook de status van de bodemloca e, eventuele verontreinigingen en de vervolgac e aangeven. Overzicht onderzoeken Onder deze paragraaf worden de gegevens van de bodemrapporten die op de loca e zijn uitgevoerd weergeven, zoals soort onderzoek, aanleiding, rapportdatum, beknopte conclusie en resultaat Wet bodembescherming. Overzicht historische bodembedreigende ac viteiten Onder deze paragraaf worden de historische bodembedreigende ac viteiten getoond zoals deze in het bis bekend zijn.
Pagina 4 van 16
-
14-04-2020
Overzicht aanwezige ondergrondse tanks Onder deze paragraaf worden de ondergrondse tanks getoond, zoals deze in het bis bekend zijn. Informa e over de bodemkwaliteit in een straal van 25 meter rond de loca e Idem als informa e over de bodemkwaliteit op de loca e maar dan binnen een straal van 25 meter rond de loca e.