Bijlage 2 - QuickScan Soortenbescherming Baileybrug
Tekst van het document
QuickScan Soortenbescherming Aanleg Baileybrug Fort Isabella (locatie 2), Vught
COLOFON QuickScan Soortenbescherming Baileybrug (locatie 2), Vught OPDRACHTNEMER
idverde Advies Willemsplein 2-4 5211 AK ‘s-Hertogenbosch T 073 205 11 00 E advies@idverde.nl
OPGESTELD DOOR
Nymfe van Boekel (Adviseur Ecologie)
VRIJGEGEVEN DOOR
Arjan Schoenmakers (Teamleider Ecologie)
OPDRACHTGEVER
Gemeente Vught t.a.v. Mevr. van Cleef Postbus 10100 5260 GA Vught
PROJECTNUMMER KENMERK
722220034 QuickScan soortenbescherming aanleg Baileybrug Fort Isabella (locatie 2), Vught
STATUS VERSIE DATUM
Definitief 1.0 19-01-2022
Idverde advies bv is niet aansprakelijk voor vervolgschade, alsmede schade die voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden, kaartmateriaal inclusief getoonde begrenzingen of andere gegevens verkregen van idverde Advies bv. De opdrachtgever vrijwaart idverde Advies bv voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Idverde Advies bv is lid van het Netwerk Groene Bureaus, brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging van ecologische adviesbureaus. Hierdoor zijn wij goed op de hoogte van de nieuwste ontwikkeling op het gebied van ecologie en wetgeving. Door de inzet van conform de wet ter zake kundige ecologen, waarborgen wij daarnaast onze onderzoekskwaliteit. Omdat ecologisch (veld)onderzoek een momentopname is, kan aanwezigheid van beschermde soorten soms niet worden uitgesloten of bevestigd. Daarnaast is de natuurwetgeving aan verandering en jurisprudentie onderhevig. Idverde Advies bv is niet aansprakelijk voor de gevolgen van onverwacht verschijnende of verdwijnende flora of fauna, noch voor de gevolgen van veranderende wetgeving of jurisprudentie. Copyright 2022 idverde. Alle rechten voorbehouden.
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van idverde. idverde is niet aansprakelijk voor eventuele schade ontstaan bij gebruik van gegevens uit dit rapport.
QuickScan Soortenbescherming aanleg Baileybrug locatie 2, Vught – Gemeente Vught
2
INHOUDSOPGAVE COLOFON
2
1.
INLEIDING
4
1.1 Aanleiding 1.2 Afbakening
4 5
2.
3.
WERKWIJZE
6
2.1 Bronnenonderzoek 2.2 Veldbezoek 2.3 Effectenbeoordeling
6 6 6
ONDERZOEKSRESULTATEN 3.1 Algemene beschrijving plangebied 3.2 Vaatplanten 3.3 Zoogdieren 3.3.1 Grondgebonden zoogdiersoorten 3.3.2 Vleermuizen 3.4 Vogels 3.4.1 Vogels met jaarrond beschermde nestplaatsen 3.4.2 Overige broedvogels 3.5 Vissen 3.6 Amfibieën en reptielen 3.7 Overige beschermde soorten 3.8 Invasieve exoten 3.9 Gebiedsbescherming (Natura2000) 3.10 Planologische bescherming natuurgebieden (NNB)
4.
TOETSING AAN DE WET NATUURBESCHERMING 4.1 Grondgebonden zoogdiersoorten 4.2 Vleermuizen 4.3 Broedvogels 4.3.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten 4.3.2 Overige broedvogels (ekster, houtduif etc.) 4.4 Amfibieën 4.5 Gebiedsbescherming (Natura2000-gebieden) 4.6 Planologische gebiedsbescherming
5.
CONCLUSIE 5.1 Soortenbescherming Wet natuurbescherming 5.2 Kansen voor het vergroten van de biodiversiteit
6.
3
LITERATUURLIJST
QuickScan Soortenbescherming aanleg Baileybrug locatie 2, Vught
7 7 10 10 10 11 11 11 12 13 13 15 15 16 16
19 19 19 20 20 20 20 22 22
23 23 26
27
1. Inleiding 1.1 Aanleiding De gemeente Vught wil haar recreatieve padenstructuur versterken door een extra verbinding te leggen tussen Fort Isabella en de Vughtse Gement. Hiermee wordt niet alleen bijgedragen aan de mogelijkheden tot beleving van de Linie 1629 ’s-Hertogenbosch, maar wordt ook een verbeterde verbinding gerealiseerd tussen de kern van Vught en het buitengebied. De verbinding zal gemaakt worden in de vorm van een brug, de zogenaamde Baileybrug, over het afwateringskanaal ’s-Hertogenbosch -Drongelen. De gemeente is al geruime tijd bezig met de realisatie van de Baileybrug. Dat doet de gemeente samen met het Waterschap, de gemeente ’s-Hertogenbosch, provincie Noord-Brabant en de Isabellagroep. De aanleg op locatie 1 (zie afbeelding hieronder) is niet doorgegaan vanwege bezwaren met betrekking tot de daar aanwezige natuurwaarden. Het bestuur wil de brug nu aanleggen op locatie 2. De brug heeft een overspanning van circa 55 meter. De voorliggende Quickscan heeft betrekking op locatie 2.
Locatie 2
Locatie 1
Afbeelding 1.1. Voormalige locatie aanleg wandelpad en Baileybrug (locatie 1) en de nieuwe locatie voor de Baileybrug (locatie 2).
Ruimtelijke ingrepen, zoals werkzaamheden ten behoeve van het realiseren van een brug, kunnen (negatieve) effecten hebben op beschermde flora en fauna. Indien dergelijke soorten aanwezig zijn, worden door de voorgenomen ingreep mogelijk verbodsbepalingen van het onderdeel soortenbescherming van de Wet natuurbescherming overtreden. Door middel van een effectenanalyse moet worden onderzocht op welke wijze sprake is van negatieve effecten en hoe deze kunnen worden voorkomen. Om na te gaan of dit voor het voorgenomen plan het geval is, is door Idverde Advies op verzoek van gemeente Vught een QuickScan in het kader van de Wet natuurbescherming ten behoeve van het onderdeel soortenbescherming uitgevoerd.
QuickScan Soortenbescherming aanleg Baileybrug locatie 2, Vught – Gemeente Vught
4
1.2 Afbakening De Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) beschermt naast soorten, onder andere ook gebieden. Door de geringe afstand tot dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek (circa 0,2 km) is het niet mogelijk om negatieve effecten op voor het Natura 2000-gebied uit te sluiten. In deze toets wordt een globale toets uitgevoerd waarbij het mogelijk optreden van significant negatieve effecten als gevolg van de aanleg en gebruik van de Baileybrug wordt beoordeeld. Als significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten zal een aanvullende toetsing nodig zijn. De voorgenomen werkzaamheden, dus het aanleggen van een brug en het ophogen van de grond, leiden tot de eventuele kap van een enkele boom. Doordat het onderdeel houtsopstanden pas aan de orde is bij het kappen van een bos van minimaal 10 are of een bomenrij van minimaal 20 bomen is het onderdeel houtopstanden niet aan de orde. Naast de Wet natuurbescherming geldt er op provinciaal niveau ook een planologische gebiedsbescherming in de vorm van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). De voorgenomen ontwikkeling valt binnen het Natuurnetwerk Brabant. Hierdoor is er een mogelijk conflict met dit onderdeel van de planologische gebiedsbescherming niet direct uit te sluiten en wordt dit meegenomen in de toetsing.
Onderzoeksvragen ten aanzien van de soort- en (planologische en N2000-) gebiedsbescherming Voorliggende rapportage geeft antwoord op de volgende onderzoeksvragen: • Zijn in het plangebied en de directe omgeving daarvan beschermde plant- of diersoorten en/of verblijfplaatsen van deze soorten aanwezig of te verwachten? • Ondervinden de aanwezige beschermde plant- of diersoorten negatieve effecten van de voorgenomen kapen rooiwerkzaamheden? • Zo ja, is het mogelijk om optredende negatieve effecten te voorkomen of te mitigeren? En op welke wijze dient dit te geschieden? • Is het noodzakelijk om een ontheffing aan te vragen voor het overtreden van de verbodsbepalingen binnen het onderdeel soortenbescherming van de Wet natuurbescherming? • Leiden de voorgenomen werkzaamheden behorend bij het realiseren van een Baileybrug en kap van bomen tot aantasting van de intrinsieke waarden van naastgelegen gebieden behorend tot het Natuurnetwerk Brabant? • Zo ja, is het mogelijk om optredende negatieve effecten te voorkomen of te compenseren? En op welke wijze dient dit te geschieden? • Leidt het realiseren van de Baileybrug en kap van bomen tot significant negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen van Natura2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek? • Zo ja, is het mogelijk om optredende negatieve effecten te voorkomen of te compenseren? En op welke wijze dient dit te
geschieden?
5
QuickScan Soortenbescherming aanleg Baileybrug locatie 2, Vught
2. Werkwijze De QuickScan betreft een verkenning die bestaat uit een bronnenonderzoek en een veldbezoek. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek, is een inschatting gemaakt van de aanwezige en oorspronkelijke natuurwaarden en is beoordeeld of het plan mogelijk (negatieve) effecten heeft op beschermde soorten en gebieden (effectenanalyse). Hieronder is per onderdeel de werkwijze toegelicht. 2.1 Bronnenonderzoek Voor het bronnen- en literatuuronderzoek zijn gegevens opgevraagd uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). In de NDFF is rondom het plangebied een polygoon ingetekend. Het polygoon is ruimer ingetekend dan het plangebied, namelijk in een straal van ca. 1 km rondom het plangebied. Binnen dit polygoon zijn alle verspreidingsgegevens van beschermde soorten opgevraagd van de afgelopen vijf jaar. Door het polygoon ruimer in te tekenen dan het plangebied is de verkregen dataset voldoende groot om te kunnen benutten voor dit onderzoek. De uit de NDFF aangeleverde dataset (opgehaald op 11 januari 2022). bestaat in totaal uit 12564 ‘records’. Op basis van de beschikbare gegevens is een inschatting gemaakt van het voorkomen van beschermde soorten binnen het plangebied. Aanvullend is de Atlas van de Nederlandse zoogdieren (Broekhuizen et al. 2016) de Atlas van de Nederlandse amfibieën en reptielen (Broekhuizen et al. 2016) geraadpleegd.
Eveneens is gekeken naar de ligging van het plangebied ten opzichte van wettelijke beschermde Natura 2000gebieden en het planologisch beschermde Natuurnetwerk Brabant (NNB).
2.2 Veldbezoek Het veldbezoek bestaat uit een biotooptoets met als doel een inschatting te maken van de ecologische kwaliteiten van het plangebied. De bevindingen van het bronnenonderzoek zijn hierbij in het veld getoetst en waar nodig aangevuld. Op 14 januari 2022 is een veldbezoek uitgevoerd door een ecoloog van Idverde Advies, ter plaatse van het plangebied: de toekomstige locatie van de Baileybrug. De weersomstandigheden waren op dat moment bewolkt, droog, 3 ⁰C en windstil. Op het moment van het veldbezoek zijn nooit alle mogelijk voorkomende soorten zichtbaar aanwezig. Diersoorten zijn bijvoorbeeld alleen nachtactief of in een bepaalde periode van het jaar afwezig. Daarom zijn de eisen die soorten/soortgroepen aan hun leefgebied stellen met betrekking tot vaste rust- en verblijfplaatsen, voedselgebieden en migratieroutes vergeleken en getoetst met de situatie in het veld. Het plangebied kan o.a. voor vogels en vleermuizen een geschikte locatie zijn als broed- of verblijfplaats en ook de directe omgeving kunnen zij gebruiken als broedlocatie of verblijfplaats.
2.3 Effectenbeoordeling Op basis van de uitkomsten van het bronnen- en veldonderzoek is beoordeeld of het plan (negatieve) effecten kan hebben. Hierbij is de uitvoeringsperiode meegewogen, en wordt waar mogelijk onderscheid gemaakt in effecten op korte en lange termijn. In hoeverre het mogelijk is om een complete effectanalyse te maken is afhankelijk van de volledigheid en bruikbaarheid van de beschikbare verspreidingsgegevens en duidelijkheid over de uit te voeren werkzaamheden en uitvoeringsplanning. Wanneer aanvullend onderzoek noodzakelijk blijkt kan pas na afloop van het benodigde onderzoek de effectanalyse worden afgerond. Indien sprake is van een conflictsituatie tussen de aanwezigheid van strikt beschermde soorten of habitattypen en de geplande ruimtelijke ingreep, is in onderhavige rapportage aangegeven welke voorzorgsmaatregelen genomen moeten worden om negatieve effecten te voorkomen. Indien negatieve effecten door het nemen van voorzorgsmaatregelen niet te voorkomen zijn, is aangegeven dat mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn en/of een ontheffing of vergunning aangevraagd dient te worden.
QuickScan Soortenbescherming aanleg Baileybrug locatie 2, Vught – Gemeente Vught
6
3. Onderzoeksresultaten De basis voor de QuickScan wordt gevormd door gegevens over het (mogelijk) voorkomen van beschermde planten- en diersoorten binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. Onderstaand is eerst een algemene beschrijving van het plangebied gegeven. Daarna zijn per soortgroep de resultaten van het bronnen- en veldonderzoek beschreven. 3.1 Algemene beschrijving plangebied Het plangebied bevindt zich op de gemeentegrens van Vught en ’s-Hertogenbosch . Het ligt ingeklemd tussen het afwateringskanaal ’s-Hertogenbosch -Drongelen aan de noord- en westzijde, de Randweg aan de oostzijde en Fort Isabella aan de zuidzijde. Het afwateringskanaal ’s-Hertogenbosch -Drongelen kenmerkt zich door een diep, strak afgewerkt profiel. Langs de oever bevindt zich hier een daar een rietkraag. Aan de westzijde van het kanaal ligt het Drongelens pad. Het plangebied aan de kant van de Randweg bestaat gedeeltelijk uit een dijk met kort gemaaid gras en uit zeer jong broekbos. De jonge bomen bestaan vooral uit zwarte els, wilg en berk. Vanwege de jonge leeftijd van de bomen bevatten zij nog geen spechtenholtes en hebben de bomen nauwelijks loszittende bast. De ondergroei wordt vooral gedomineerd door riet. Direct grenzend aan het jonge broekbos met rietvegetatie, bevindt zich volwassen broekbos. Hier komen verschillende zeggesoorten en watermunt voor.
Het gedeelte van het plangebied aan de kant van het Drongelens Pad bestaat uit een dijk met kort gemaaid gras en daarop een aantal volwassen eiken. Op de dijk ligt een drukbezochte fiets-/wandelroute. Het omliggende gebied bestaat uit groenstructuren (met watergangen) en uit verharding bestaande uit wegen en parkeerplaatsen. Daarnaast bevindt zich op zeer korte afstand (200 meter) Natura2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek.
Afbeelding 3.1.Impressie vegetatie plangebied.
7
QuickScan Soortenbescherming aanleg Baileybrug locatie 2, Vught
Afbeelding 3.2.Impressie vegetatie plangebied.
Afbeelding 3.3.Uitzicht van de wandelbrug over de Randweg (Isabellalaan) op de gewenste locatie van de Baileybrug.
QuickScan Soortenbescherming aanleg Baileybrug locatie 2, Vught – Gemeente Vught
8
Afbeelding 3.4.Impressie bosgebied grenzend aan het plangebied.
Afbeelding 3.5.Zicht op het plangebied vanaf het Drongelens pad aan de westkant van het Drongelse kanaal.
9
QuickScan Soortenbescherming aanleg Baileybrug locatie 2, Vught
Afbeelding 3.6.Het gedeelte van de kanaaldijk waar de brug op uitkomt.
3.2 Vaatplanten In de gegevens van de NDFF zijn twee meldingen bekend van beschermde vaatplanten. Het gaat hierbij om een groeiplaats van de karthuizer anjer en wilde ridderspoor. Beide groeiplaatsen bevinden zich ruim buiten het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde vaatplanten aangetroffen in en rondom het plangebied. Dit was ook te verwachten vanwege het feit dat het veldbezoek in de winter uitgevoerd wordt en bloeiende en vegetatieve vegetatie dan minder opvallend aanwezig kan zijn. Doordat geen pioniersvegetaties als braakliggende grond en akkers aanwezig zijn, wordt het voorkomen van soorten als karthuizer anjer en wilde ridderspoor uitgesloten. Op basis van de bevindingen in het veld en het aanwezige biotoop worden overige beschermde vaatplanten eveneens niet verwacht binnen het plangebied.
3.3 Zoogdieren Doordat vleermuizen andere eisen stellen aan hun plangebied dan andere (grondgebonden) zoogdieren, worden deze beide apart besproken.
3.3.1
Grondgebonden zoogdiersoorten
Bronnenstudie In de NDFF zijn binnen een straal van ca. 1 km rondom het plangebied meerdere meldingen bekend van grondgebonden zoogdieren. Zo zijn meerdere meldingen bekend van de bever, bunzing, das, waterspitsmuis, eekhoorn, hermelijn en de wezel. Alle meldingen bevinden zich buiten het plangebied, van soorten als de bever bevinden zich enkele meldingen direct grenzend aan het plangebied. Daarnaast zijn tal van meldingen bekend van algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren als de egel, ree, vos, mol, haas, verschillende muissoorten en het konijn. Twee meldingen hiervan, van ree en haas, vallen binnen een straal van 100 meter van het plangebied. Daarnaast blijkt uit de Atlas van Nederlandse Zoogdieren dat een soort als de steenmarter voorkomt in de omgeving van het plangebied. Veldbezoek Het plangebied zelf is niet geschikt voor soorten als de eekhoorn. De aanwezige bomen (te jong) zijn niet geschikt voor nesten van de eekhoorn. Door de aanwezigheid van ruigten en dood hout rondom het plangebied kan het plangebied fungeren als onderdeel van het leefgebied (zowel verblijfplaats als foerageer- en migratiegebied) van (kleine) marterachtigen als de bunzing, steenmarter, wezel en hermelijn. Doordat het plangebied zeer vochtig tot nat
QuickScan Soortenbescherming aanleg Baileybrug locatie 2, Vught – Gemeente Vught
10
is, wordt het plangebied als leefgebied (zowel verblijfplaats als foerageer- en migratiegebied) van de das uitgesloten. Vanwege het ontbreken van stromend water met een goed ontwikkelde onderwatervegetatie wordt het voorkomen van de waterspitsmuis in en rondom het plangebied uitgesloten. In en rondom het plangebied zijn geen sporen (vraatsporen en/of burchten) van de bever aangetroffen. Wel kan het afwateringskanaal onderdeel uit maken van het leefgebied van de bever. Daarnaast kan zowel het plangebied als het bosgebied rondom het plangebied fungeren als leefgebied voor verschillende algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren als muizen, vos, mol en egel. Voorkomen grondgebonden zoogdieren: • Voorkomen (kleine) marterachtigen (steenmarter, wezel, hermelijn, bunzing) en bever in het plangebied en de invloedssfeer ervan kan niet worden uitgesloten. • Voorkomen van de waterspitsmuis en das in en rondom het plangebied kan worden uitgesloten. • Het plangebied is geschikt als leefgebied voor algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren (egel, mol en verschillende muissoorten).
3.3.2
Vleermuizen
Bij het gebruik van het landschap door vleermuizen kan onderscheid gemaakt worden in vaste verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden. In de NDFF zijn verschillende waarnemingen van vleermuizen in en rondom het plangebied bekend. Het gaat hierbij voornamelijk om waarnemingen van de gewone dwergvleermuis. Deze waarnemingen zijn buiten het plangebied afkomstig. Verder zijn meldingen van de laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis, watervleermuis en ruige dwergvleermuis bekend. Ook deze meldingen bevinden zich buiten het plangebied. Onderstaand is per gebruiksfunctie (verblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroute) beschreven wat de bevindingen in het veld zijn. Verblijfplaatsen In het plangebied zelf zijn geen bomen met holtes aanwezig. Hierdoor kunnen verblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied worden uitgesloten. Ook direct grenzend aan het plangebied zijn geen bomen met holtes aanwezig. Enkele bomen in de omgeving bevatten loszittende bast/of spechtenholtes. Deze laatstgenoemden zijn niet naar boven ingerot waardoor deze (nog) niet geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. De bomen met loszittende basten zijn daarentegen wel geschikt als zomer- en paarverblijfplaats voor vleermuizen. Echter bevinden deze zich ruim buiten het plangebied en worden dus niet gekapt.
Vliegroutes en foerageergebied De aanwezige groenstructuren in en rondom het plangebied (gevormd door het broekbos, maar ook het afwateringskanaal ’s-Hertogenbosch -Drongelen en de eikenbomen op de fietsdijk) kunnen fungeren als onderdeel van het foerageergebied en/of vliegroute voor vleermuizen. Voorkomen vleermuizen: • Verblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied kunnen worden uitgesloten. • Zomer- en paarverblijfplaatsen van vleermuizen in de directe omgeving van het plangebied kan niet worden uitgesloten. • Binnen en direct grenzend aan het plangebied bevindt zich geschikt foerageergebied. • Het plangebied en directe omgeving ervan kan gebruikt worden als vliegroute.
3.4 Vogels De bescherming van vogelnesten en/of verblijfplaatsen is niet voor alle soorten gelijk. Daarom is hieronder een onderscheid gemaakt.
3.4.1
Vogels met jaarrond beschermde nestplaatsen
Bronnenstudie In de omgeving van het plangebied zijn meldingen bekend van exemplaren van de buizerd, huismus, gierzwaluw, boomvalk, havik, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, grote gele kwikstaart, wespendief, steenuil, zwarte wouw en sperwer. Meerdere meldingen van de buizerd bevinden zich binnen het plangebied. Enkele waarnemingen van de huismus, havik en ooievaar bevinden zich direct grenzend aan het plangebied. Deze eerdergenoemde soorten vallen
11
QuickScan Soortenbescherming aanleg Baileybrug locatie 2, Vught
binnen categorie 1 t/m 4, wat betekent dat de verblijfplaatsen van deze soorten ten alle tijde jaarrond beschermd zijn, dus ook buiten de periode dat de verblijfplaatsen door de soorten in gebruik (kunnen) zijn. In de omgeving van het plangebied zijn ook meldingen bekend van soorten (categorie 5 Wnb) als boerenzwaluw, boomklever, boomkruiper, groene specht, blauwe reiger, koolmees, ekster, gekraagde roodstaart en zwarte kraai. Dit zijn soorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn indien er sprake is van zwaarwegende ecologische omstandigheden. In het plangebied zelf zijn geen meldingen bekend van deze soorten. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn rondom het plangebied geen exemplaren aangetroffen van huismus, gierzwaluw, boomvalk, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, grote gele kwikstaart, wespendief, steenuil, zwarte wouw en sperwer (cat. 1 t/m 4). Van een deel (zwarte wouw, wespendief, gierzwaluw en boomvalk) is dat ook te verwachten, aangezien deze soorten in hun overwinteringsgebieden in Afrika zitten ten tijde dat het veldbezoek is uitgevoerd. Daarentegen is in het bosgedeelte direct grenzend aan het plangebied een roepende buizerd waargenomen. Er is echter geen nest aangetroffen. Het plangebied en de directe omgeving ervan kan fungeren als foerageergebied en dus als onderdeel van het leefgebied van de buizerd.
Daarnaast kunnen door het ontbreken van kunstwerken in de watergang, het ontbreken van (hoge) gebouwen, kleinschalig landschap, grote natuurgebieden en het ontbreken van kolonies en zeer grote nesten, soorten als ooievaar, slechtvalk, huismus, zwarte wouw, grote gele kwikstaart, roek en steenuil als broedvogel in het plangebied worden uitgesloten. Eveneens maakt het plangebied door het ontbreken van deze elementen geen onderdeel uit van het functionele leefgebied van deze soorten. Daarentegen kan het plangebied fungeren als leefgebied voor soorten als boomvalk, buizerd, ransuil, wespendief en sperwer. Als verblijfplaats van de soorten kan het plangebied echter wel uitgesloten worden. Met uitzondering van de eiken op de dijk zijn er geen volwassen bomen die kunnen fungeren als nestlocaties. In de eiken zijn daarnaast tijdens het veldbezoek geen nesten aangetroffen en de fiets-/ wandelroute op de dijk wordt intensief gebruikt door recreanten. Door de hoge recreatiedruk worden hier geen verblijfplaatsen van de eerdergenoemde soorten verwacht. Tijdens het veldbezoek zijn vogels met jaarrond beschermde nesten (cat. 5) aangetroffen in en rondom het plangebied. Het gaat hierbij om de boomklever, torenvalk, grote bonte specht en pimpel- en koolmees.
Voorkomen vogels met jaarrond beschermde nesten: • Voorkomen van de ooievaar, slechtvalk, huismus, zwarte wouw, grote gele kwikstaart, roek en steenuil kan worden uitgesloten binnen het plangebied en de invloedsfeer ervan. • Voorkomen sperwer, ransuil, sperwer, buizerd, havik en boomvalk (foerageergebied) binnen het plangebied en de invloedsfeer ervan kan niet worden uitgesloten. • Voorkomen soorten als grote bonte specht, torenvalk, boomklever en pimpel- en koolmees als broedvogel kan niet worden uitgesloten binnen de invloedsfeer van het plangebied.
3.4.2
Overige broedvogels
Bronnenstudie In de gegevens uit de NDFF zijn een hoog aantal meldingen van algemene vogels bekend die afkomstig zijn uit het plangebied en de omgeving van het plangebied. Het gaat hierbij om soorten als bosrietzanger, blauwborst, fuut, kuifeend, zwartkop en merel. Meerdere meldingen van deze soorten zijn binnen het plangebied geregistreerd of zijn afkomstig direct grenzend aan het plangebied. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn meerdere overige (broed-)vogelsoorten in en rondom het plangebied aangetroffen. Het gaat hierbij om soorten als houtduif (zeer veel aanwezig), gaai, fuut en merel. Van de soorten zijn geen gebruikte nesten aangetroffen. Daarnaast kunnen de (riet-)oevers fungeren als nestlocatie voor soorten als kleine karekiet, bosrietzanger, wilde eend, grauwe gans en meerkoet. De ruigtestroken rondom het plangebied kunnen daarnaast fungeren als broedlocatie voor roodborst, winterkoning en zwartkop. Voorkomen overige broedvogels: • Het plangebied en het gebied binnen de invloedsfeer van het plangebied is geschikt als broedbiotoop voor water-, boom- en struweelbroeders.
QuickScan Soortenbescherming aanleg Baileybrug locatie 2, Vught – Gemeente Vught
12
3.5 Vissen Bronnenstudie In de NDFF zijn meerdere meldingen bekend van beschermde vissoorten. In alle gevallen gaat het om de grote modderkruiper. Deze meldingen bevinden zich buiten het plangebied (600-800 meter). De aanwezige vennen in het broekbos, maar ook het afwateringskanaal bevatten geen goed ontwikkelde verlandingsvegetaties, hierdoor wordt het voorkomen van de grote modderkruiper in het plangebied en de directe omgeving ervan uitgesloten. Voorkomen beschermde vissen: • Beschermde vissen zijn niet te verwachten binnen het plangebied.
3.6 Amfibieën en reptielen Bronnenstudie In de NDFF zijn meerdere meldingen bekend van amfibieën. Zo is een melding van de kamsalamander, boom-, poelen heikikker bekend. De meldingen van de poel- en heikikker bevinden in de directe omgeving van het plangebied (200 meter). De melding van de kamsalamander bevindt zich zo’n 150 meter van het plangebied en de aanwezigheid van de kamsalamander is daar aangetoond middels eDNA onderzoek, waarbij DNA-sporen in het water de aanwezigheid bevestigen. De melding van de boomkikker bevindt zich op geruime afstand van het plangebied (900 meter). De overige meldingen hebben betrekking op algemeen voorkomende amfibieën als groene kikker, gewone pad, bruine kikker en kleine watersalamander. Alle meldingen van deze soorten zijn buiten het plangebied afkomstig (100-1000 meter). Daarnaast blijkt uit Atlas van Nederlandse Amfibieën en reptielen dat ook de rugstreeppad en alpenwatersalamander in de omgeving van het plangebied voorkomen. In de NDFF zijn eveneens meerdere meldingen bekend van reptielen. Het gaat hierbij om de levendbarende hagedis. Alle meldingen van deze soort bevinden zich ruim (800-1000 meter) buiten het plangebied.
Veldbezoek De aanwezige watergangen (en vennen) en het afwateringskanaal bevatten geen goed ontwikkelde onderwatervegetatie waardoor het voorkomen van soorten als kamsalamander, boom- en poelkikker in en rondom het plangebied uitgesloten kunnen worden. Daarnaast bevinden de vennen zich in een voedselrijk milieu. Hierdoor kan het voorkomen van de heikikker, die schrale voedselarme milieus prefereert, uitgesloten worden. Het plangebied en de directe omgeving ervan fungeert eveneens niet als landbiotoop voor deze soorten. Door het ontbreken van pioniersvegetatie in en rondom het plangebied kan het voorkomen van de rugstreeppad in het plangebied worden uitgesloten. Daarentegen kan het plangebied en de directe omgeving ervan door de aanwezigheid van de broekbosvennen wel fungeren als leefgebied voor de alpenwatersalamander. De broekbosvennen fungeren als voortplantingswater voor deze soort en het bosgebied als land- en overwinteringsbiotoop. De broekbosvennen en het broekbos kunnen daarnaast ook fungeren als leefgebied voor algemeen voorkomende amfibieën als gewone pad, bruine kikker, kleine watersalamander en groene kikker. Het voorkomen van de levendbarende hagedis kan worden uitgesloten in en rondom plangebied vanwege het ontbreken van structuurrijke vegetatie en open plekken.
Voorkomen beschermde reptielen en amfibieën: • Voorkomen van de alpenwatersalamander binnen het plangebied en gebied binnen de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden kan niet worden uitgesloten. • Voorkomen van de rugstreeppad, kamsalamander, boom-, hei- en poelkikker kan binnen het plangebied en de invloedsfeer ervan worden uitgesloten. • Voorkomen van algemeen voorkomende amfibieën (groene kikker, bruine kikker, kleine watersalamander en gewone pad) binnen het plangebied en gebied binnen de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden kan niet worden uitgesloten. • Voorkomen van levendbarende hagedis in het plangebied en gebied binnen de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden kan worden uitgesloten.
13
QuickScan Soortenbescherming aanleg Baileybrug locatie 2, Vught
Afbeelding 3.7.Impressie broekbosven ten zuiden van het plangebied die als voortplantingswater kan fungeren voor de alpenwatersalamander.
QuickScan Soortenbescherming aanleg Baileybrug locatie 2, Vught – Gemeente Vught
14
3.7 Overige beschermde soorten Bronnenstudie In de NDFF zijn meerdere meldingen bekend van beschermde ongewervelde diersoorten. Het gaat hierbij om soorten als de grote vos (dagvlinder) en libellensoorten als gevlekte en sierlijke witsnuitlibel. Alle meldingen zijn ruim buiten het plangebied afkomstig (900-1000 meter). Veldbezoek Door het ontbreken van waardplanten als zoete kers en iep kan het voorkomen van de grote vos in het plangebied worden uitgesloten. In het plangebied komen wel wilgen voor. Soms worden bepaalde wilgensoorten ook door de grote vos als waardplant gebruikt. Incidenteel kan een zwervend exemplaar in het plangebied aangetroffen worden. Echter heeft het plangebied in dat geval, vanwege het ontbreken van de belangrijkste waardplanten, geen essentiële functie voor de soort. Ook gebruikt de grote vos holle bomen of stapels hout om te overwinteren. Gezien de jonge leeftijd van de bomen in het plangebied ontbreken geschikte overwinteringsplaatsen. Doordat laagveenmoerassen en goedontwikkelde en vegetatierijke vennen in het plangebied en de directe omgeving ontbreken heeft het plangebied geen essentiële functie voor de gevlekte en sierlijke witsnuitlibel. Daarentegen kan het voorkomen dat vanwege de korte afstand tot bekende leefgebieden van deze soorten een exemplaar incidenteel in het plangebied voorkomt.
Overige beschermde ongewervelde diersoorten worden ook op basis van het huidige biotoop niet in het plangebied of het gebied binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden verwacht, vanwege het ontbreken van geschikt biotoop. Voorkomen beschermde ongewervelde diersoorten: • Beschermde ongewervelde diersoorten zijn niet te verwachten binnen het plangebied (zowel oorspronkelijke als huidige situatie).
3.8 Invasieve exoten In de NDFF zijn meldingen van invasieve exoten aanwezig. Het gaat hierbij om meldingen van de muskusrat. Meldingen van invasieve exoten behorend tot de vaatplanten zijn niet bekend in de NDFF. Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied geen invasieve exoten aangetroffen. Voorkomen invasieve exoten: • Binnen de invloedsfeer van het plangebied zijn geen groeiplaatsen/verblijfplaatsen van invasieve exoten aanwezig.
15
QuickScan Soortenbescherming aanleg Baileybrug locatie 2, Vught
3.9 Gebiedsbescherming (Natura2000) Het plangebied bevindt zich direct grenzend (200 meter) van het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek. Dit Natura 2000-gebied is aangewezen voor 7 habitattypen en 7 habitatrichtlijnsoorten (zie tabel 3.1). Tabel 3.1. Kwalificerende Habitattypen en Habitatrichtlijnsoorten van het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek (Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek Beheerplan, 2017).
Code
Habitattype
Instandhoudingsdoelstelling
H3140
Kranswierenwateren
Uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit
H3150
Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden
Behoud oppervlakte en kwaliteit
H6230
Heischrale graslanden
Behoud oppervlakte en kwaliteit
H6410
Blauwgraslanden
Uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit
H6430A
Ruigten en zomen
Behoud oppervlakte en kwaliteit
H6510A
Glanshaver- en vossenstaarthooilanden
Uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit
H7140A
Overgangs- en trilvenen
Behoud oppervlakte en kwaliteit
Code
Soort
Instandhoudingsdoelstelling
H1059
Pimpernelblauwtje
Uitbreiding omvang, uitbreiding kwaliteit leefgebied voor uitbreiding populatie
H1061
Donker pimpernelblauwtje
Uitbreiding omvang, uitbreiding kwaliteit leefgebied voor uitbreiding populatie
H1134
Bittervoorn
Behoud omvang, behoud kwaliteit leefgebied voor behoud populatie
H1145
Grote modderkruiper
Uitbreiding omvang, uitbreiding kwaliteit leefgebied voor uitbreiding populatie
H1149
Kleine modderkruiper
Behoud omvang, behoud kwaliteit leefgebied voor behoud populatie
H1166
Kamsalamander
Uitbreiding omvang, uitbreiding kwaliteit leefgebied voor uitbreiding populatie
H1831
Drijvende waterweegbree
Behoud omvang, behoud kwaliteit leefgebied voor behoud populatie
3.10 Planologische bescherming natuurgebieden (NNB) Het plangebied, de locatie voor het aanleggen van de Baileybrug, is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland, in Noord-Brabant ook wel als Natuurnetwerk Brabant (NNB) aangeduid. Binnen het gehele plangebied bevinden zich de volgende natuurbeheertypen (zie afbeelding 3.3): o o o o
N15.02 Dennen-, eiken en beukenbos (donkergroen) N12.01 Bloemdijk (oranje) N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland (groengeel) N04.02 Zoete plas (licht blauw)
QuickScan Soortenbescherming aanleg Baileybrug locatie 2, Vught – Gemeente Vught
16
Afbeelding 3.1. Verspreiding natuurdoeltypen/karakteristieke waarden binnen NNB waarbinnen de aan te leggen Baileybrug(rode lijn) zich bevindt (bron: Provincie Noord-Brabant).
Onderstaand wordt kort per natuurbeheertype ingegaan wat deze inhouden. N15.02 Dennen-, eiken en beukenbos (donkergroen) Dennen-, eiken-, of beukenbos omvat bossen met dennen, eiken, beuken en/of berken en zijn vaak eenvoudig van structuur. Veel van deze bossen komen voor op zure, droge en zandige bodems. Wanneer de bodem meer leem bevat, kennen de bossen een grotere floristische rijkdom. Ook vochtiger typen van deze bossen met pijpenstrootje in de ondergroei behoren hiertoe. Vegetatiekundig behoren deze bossen tot het Zomereikenverbond of het verbond der naaldbossen. N12.01 Bloemdijk (oranje) Bloemdijken komen vooral in Zeeland voor, soms in Groningen en Friesland en in het rivierengebied. Het gaat meestal om oude dijken (slaperdijken) die bestaan uit kalkhoudende, zandige klei. Ze hebben hun waterkerende functie vaak verloren (niet altijd) en worden extensief begraasd of gehooid. Bloemdijken kunnen belangrijke cultuurhistorische monumenten zijn en zijn van belang voor graslanden en struwelen. De variatie en afwisseling kan groot zijn door verschillen in microklimaat, afgetrapte randen langs schapenpaadjes en vochtige stukken aan de voet van de dijk. Europees gezien zijn de Nederlandse bloemdijken uniek te noemen en van belang door het hierop voorkomende glanshaverhooiland.
Bloemdijken zijn van belang voor planten, zoals klaversoorten, wilde uien en soorten van kalkrijke zomen en ruigten, dagvlinders en zoogdieren. De vegetaties behoren tot glanshaverhooiland, droge graslanden, en ruigten van het marjoleinverbond. Het aantal bloemdijken van goede kwaliteit is, onder meer door dijkverzwaringen en intensiever beheer, sterk afgenomen en nu vrij klein. Door verschraling en begrazing met een kudde kan de rijkdom vergroot worden. N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland (groengeel) Kruiden- en faunarijk grasland omvat graslanden die kruidenrijk zijn, maar niet tot de schraallanden vochtig hooiland, zilt grasland en overstromingsgrasland of glanshaverhooiland behoren. De vegetatie kan behoren tot allerlei verbonden van graslandvegetaties; onder meer kamgrasvegetaties of de meer algemene witbolgraslanden . Diverse soorten ruigte en struweel kunnen in dit grasland voorkomen. Het grasland wordt meestal extensief beweid of gehooid en niet of slechts licht bemest. Het beheertype Kruiden- en faunarijk grasland kan voorkomen op diverse bodems van vochtig tot droog en heeft doorgaans een (matig) voedselrijk karakter. Kruiden- en faunarijk grasland komt in vrijwel alle landschapstypen voor. Zoete plas
17
QuickScan Soortenbescherming aanleg Baileybrug locatie 2, Vught
Het beheertype Zoete plas omvat waterlichamen, breder dan 4 m en dieper dan 20 cm (gemiddelde waterdiepte), van stilstaande, of zeer langzaam stromende wateren, met fonteinkruiden, zannichellia, waterlelies, gele plomp, watergentiaan, krabbenscheer, kikkerbeet, groot blaasjeskruid, waterpesten, hoornbladen, vederkruiden, waterviolier, waterranonkels en soms ook sterrekrozen. De vegetaties zijn erg variabel in bedekking, ook in één seizoen. Omringend water zonder de genoemde soorten en de drijftillen worden daarom ook tot het beheertype gerekend.
QuickScan Soortenbescherming aanleg Baileybrug locatie 2, Vught – Gemeente Vught
18
4. Toetsing aan de Wet natuurbescherming In dit hoofdstuk is een analyse gemaakt van de te verwachten effecten op de soorten en natuurgebieden die aanwezig zijn of verwacht mogen worden. Op basis van de gegevens uit het bronnen- en veldonderzoek is het voorkomen van beschermde vaatplanten, vissen, reptielen en ongewervelde diersoorten uitgesloten. Hierdoor is het optreden van negatieve effecten op deze soorten of soortgroepen uitgesloten en worden zij onderstaand niet verder behandeld. 4.1 Grondgebonden zoogdiersoorten Kleine marterachtigen Directe vernietiging van verblijfplaatsen van kleine marterachtigen vindt niet plaats, aangezien deze binnen het plangebied niet aanwezig zijn. Winterverblijfplaatsen van kleine marterachtigen zijn in en rondom het plangebied uitgesloten. Daarentegen kan het gebied binnen de invloedsfeer wel zomer- en kraamverblijfplaatsen bevatten. Door de voorbereidingswerkzaamheden (maaien/verwijderen begroeiing) voor de Baileybrug in de periode september-half maart uit te voeren, worden zomer- en kraamverblijfplaatsen van kleine marterachtigen niet verstoord. Door de werkzaamheden in deze periode al op te starten/uit te voeren, is het eveneens mogelijk om de werkzaamheden door te laten lopen in de kwetsbare periode.
Door de verstoring van menselijk activiteit in het gebied vindt tijdelijk geen vestiging van exemplaren plaats en kunnen de werkzaamheden zonder overtreding van verbodsartikelen plaatsvinden. Worden de werkzaamheden pas in de periode april-september opgestart dan kunnen negatieve effecten als verstoring op verblijfplaatsen (zomer- en kraamverblijfplaatsen) niet worden uitgesloten. Wordt toch gewerkt in deze periode dan is aanvullend onderzoek en mogelijk een ontheffing noodzakelijk. Doordat de brug extensief gebruikt gaat worden, is een permanent verstorend effect door verhoogde recreatiedruk eveneens niet aan de orde. De voorgenomen ontwikkeling leiden in de toekomstige gebruikssituatie niet tot overtreding van verbodsartikelen binnen de Wet natuurbescherming. Bever Verblijfplaatsen van de bever bevinden zich niet in de directe omgeving van het plangebied. Hierdoor is verstoring van exemplaren en/of verblijfplaatsen van de bever niet aan de orde. Eveneens is het vernietigen van verblijfplaatsen niet aan de orde. Wel kan het plangebied onderdeel uitmaken van het leefgebied van de bever. Echter betreft het slechts een klein oppervlak waardoor essentieel leefgebied niet verloren gaat. Doordat de brug extensief gebruikt gaat worden, is een permanent verstorend effect door verhoogde recreatiedruk eveneens niet aan de orde.
Algemene grondgebonden zoogdiersoorten Voor de te verwachten algemene grondgebonden zoogdiersoorten (§3.3, o.a. vos, egel, mol en diverse muizensoorten) binnen het plangebied geldt in de Provincie Noord-Brabant een algemene vrijstelling. D.w.z. dat in gevallen waar de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming, geen ontheffing hoeft te worden aangevraagd. Ondanks de vrijstelling die geldt voor algemeen voorkomende soorten, blijft te allen tijde de algemene zorgplicht van kracht. Deze houdt in dat de ingreep en werkzaamheden zorgvuldig en met zo min mogelijk schade aan de aanwezige flora en fauna uitgevoerd moeten worden. Dit houdt o.a. in dat wanneer dieren worden aangetroffen, deze de gelegenheid moeten krijgen om te kunnen vluchten of (indien mogelijk) worden verplaatst naar buiten het plangebied.
4.2 Vleermuizen Direct grenzend aan het plangebied zijn bomen aangetroffen die kunnen fungeren als zomer- en paarverblijfplaats voor boombewonende vleermuizen. Deze bomen blijven behouden, er is dus geen sprake van verlies van vaste rusten verblijfplaatsen. Indirecte effecten door de voorgenomen werkzaamheden als geluid en trillingen ten behoeve van
19
QuickScan Soortenbescherming aanleg Baileybrug locatie 2, Vught
de aanleg van de Baileybrug kunnen daarentegen wel leiden tot verstoring van de verblijfplaatsen en dus overtredingen van verbodsartikelen binnen de Wet natuurbescherming. Door de werkzaamheden in de periode eind oktober tot en met begin april uit te voeren, zijn deze verblijfplaatsen nog niet in gebruik door vleermuizen (potentieel gebruik van deze verblijfplaatsen is vanaf medio april tot en met oktober). Doordat de werkzaamheden in het perceel van korte duur zijn, kan op deze manier verstoring van zomer- en paarverblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen worden uitgesloten en zijn dus overtredingen op verbodsartikelen binnen de Wet natuurbescherming niet aan de orde. Worden de werkzaamheden in de periode april tot en met oktober uitgevoerd dan kan negatieve effecten als verstoring door geluid en trillingen niet worden uitgesloten. Aanvullend onderzoek is dan noodzakelijk om mogelijk gebruik van deze potentiële verblijfplaatsen in beeld te brengen. De aanleg van de Baileybrug over het afwateringskanaal leidt niet tot overtredingen van verbodsartikelen binnen de Wet natuurbescherming mits de onderzijde van de brug een open doorgang (minimaal 70 cm ten opzichte van winterpeil) blijft vormen. Dit dient zowel tijdens de aanleg- als realisatiefase te zijn.
Aan de hand van deze werkwijze is uit te sluiten dat vleermuizen die het afwateringskanaal gebruiken als vliegroute/foerageergebied verstoord worden. Indien gebruik gemaakt wordt van verlichting tijdens de werkzaamheden, zowel in het plangebied, langs het water en op de depotlocaties is verstoring op overvliegende en foeragerende vleermuizen langs de lijnstructuren (bomen en watergang) zowel in het plangebied als direct grenzend aan het plangebied niet uit te sluiten. Indien de Baileybrug zelf ook verlicht gaat worden is verstoring op overvliegende en foeragerende vleermuizen langs de lijnstructuren niet uit te sluiten. Vleermuizen zijn namelijk lichtgevoelig. In het volgende hoofdstuk is een advies opgenomen ten aanzien van het inzetten van verlichting tijdens de werkzaamheden van de Baileybrug.
4.3 Broedvogels 4.3.1
Vogels met jaarrond beschermde nesten
Verblijf-/broedplaatsen en bijbehorend functioneel leefgebied van vogels (waaronder buizerd, havik, sperwer, ransuil en boomvalk), die deze het hele jaar door gebruiken of elk jaar terugkeren naar hetzelfde nest, zijn permanent beschermd. In de directe omgeving van het plangebied is een buizerd waargenomen, een verblijfplaats is echter niet aangetroffen. Daarnaast worden de voorgenomen werkzaamheden over een dermate klein oppervlak uitgevoerd dat het niet tot het essentiële leefgebied van soorten als sperwer, ransuil, sperwer, buizerd, havik en boomvalk behoord. De voorgenomen werkzaamheden leiden dus niet tot vernietiging van functioneel leefgebied en dus ook niet tot overtreding van verbodsbepalingen binnen de Wet natuurbescherming. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich bomen met holtes die in gebruik kunnen zijn door soorten als grote bonte specht, boomklever en koolmees. Dit soort verblijfplaatsen zijn jaarrond beschermd indien zwaarwegende ecologische omstandigheden aan de orde zijn. De bomen met potentiële nestlocaties voor deze soorten bevinden zich ruim buiten het plangebied. Daarnaast betreffen het soorten die in de regio Vught algemeen voorkomen. Hierdoor zijn ecologisch zwaarwegende omstandigheden niet aan de orde. Verstoring van deze nestplaatsen, door de werkzaamheden en het toekomstig gebruik van de brug, is niet aan de orde.
4.3.2
Overige broedvogels (ekster, houtduif etc.)
De meeste vogelsoorten maken elk jaar een nieuw nest. Nesten van algemene broedvogels zijn beschermd wanneer zij in gebruik zijn. Door de voorgenomen werkzaamheden in de periode eind oktober tot en met medio maart uit te voeren, worden de werkzaamheden voor de start van het broedseizoen van algemene broedvogels uitgevoerd. Echter is het incidenteel mogelijk dat bij warme winters watervogels (meerkoet, grauwe gans en wilde eend) en stads/bosvogels (houtduif, merel en Turkse tortel) al aan het broeden zijn in maart. Hier kan niet worden uitgesloten dat in gebruik zijnde nesten worden verstoord dan wel vernietigd en hiermee overtredingen van verbodsartikelen van de Wet natuurbescherming niet worden uitgesloten. Aanvullende maatregelen zijn noodzakelijk. Deze zijn beschreven in hoofdstuk 5.
4.4 Amfibieën Alpenwatersalamander Zoals eerder beschreven kunnen de aanwezige broekbosvennen fungeren als voortplantingswater voor de alpenwatersalamander en het gebied waarbinnen de brug zich bevindt als land- en overwinteringsbiotoop. Door de
QuickScan Soortenbescherming aanleg Baileybrug locatie 2, Vught – Gemeente Vught
20
voorbereidingswerkzaamheden (weghalen begroeiing en ophogen grond) in de 2-3de week van maart (uitvoeren mogelijk wanneer nachttemperatuur boven de 5 graden is) tot en met eind april uit te voeren, wordt voorkomen dat overwinterende exemplaren worden gedood. Echter valt deze periode samen met de migratieperiode van de soort. Als de werkzaamheden in de periode half oktober tot en met half maart worden uitgevoerd, kan het doden van op het land aanwezige of overwinterende exemplaren niet worden uitgesloten. In beide gevallen kunnen hiermee eveneens overtredingen van verbodsartikelen van de Wet natuurbescherming niet worden uitgesloten. In het laatste geval zijn mitigerende maatregelen en een ontheffingsaanvraag noodzakelijk. Aanvullende maatregelen zijn noodzakelijk. Deze zijn beschreven in hoofdstuk 5. Algemeen voorkomende amfibieën Voor de te verwachten algemene amfibieën (§3.6, o.a. gewone pad, kleine watersalamander en bruine kikker) binnen het plangebied geldt in de Provincie Noord-Brabant een algemene vrijstelling. D.w.z. dat in gevallen waar de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming, geen ontheffing hoeft te worden aangevraagd. Ondanks de vrijstelling die geldt voor algemeen voorkomende soorten, te allen tijde de algemene zorgplicht.
Deze houdt in dat de ingreep en werkzaamheden zorgvuldig en met zo min mogelijk schade aan de aanwezige flora en fauna uitgevoerd moeten worden. Dit houdt o.a. in dat wanneer dieren worden aangetroffen, deze de gelegenheid moeten krijgen om te kunnen vluchten of (indien mogelijk) worden verplaatst naar buiten het plangebied.
21
QuickScan Soortenbescherming aanleg Baileybrug locatie 2, Vught
4.5 Gebiedsbescherming (Natura2000-gebieden) Negatieve effecten op habitattypen en het leefgebied van kwalificerende soorten kunnen ontstaan door werkzaamheden in het Natura 2000-gebied. Het plangebied bevindt zich net buiten het Natura 2000-gebied waardoor vernietiging of verlies van habitattypen of leefgebied kan worden uitgesloten. Achteruitgang in kwaliteit kan ook worden veroorzaakt door externe werking, waaronder verstoringseffecten. Door de aanleg van de brug is er tijdelijk sprake van mogelijke verstoring door geluid en beweging van habitattypen en leefgebieden binnen de verstoringszone. Ook het toekomstig gebruik van de brug kan voor een toename van verstoring in het Natura 2000-gebied zorgen. De (kwalificerende) habitattypen waarvoor het gebied is aangewezen zijn niet gevoelig voor verstoring door geluid of beweging en in de directe omgeving van het plangebied liggen geen kwalificerende habitattypen. Tijdelijke negatieve effecten op kwalificerende habitattypen en soorten door aanleg van de brug treden niet op. Door het gebruik van de brug zal verstoring door recreanten permanent toenemen, maar deze recreanten maken bij het Natura 2000-gebied gebruik van bestaande recreatieve wegen en paden. Van een toename van verstoring in kwetsbare leefgebieden is daarmee geen sprake.
Het optreden van significant negatieve effecten als gevolg van de aanleg en gebruik van de brug op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000gebied is niet aan de orde. De mogelijke effecten van stikstofdepositie op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied zijn niet getoetst, omdat op grond van de nieuwe 'Wet stikstofreductie en natuurverbetering' er een partiële vrijstelling geldt voor de bouw-/aanlegfase van projecten. Een stikstofonderzoek en toetsing is derhalve niet nodig.
4.6 Planologische gebiedsbescherming Door het geringe oppervlak dat verloren gaat door de aanleg van de Baileybrug blijven de natuurwaarden van de aanwezige natuurbeheertypen behouden. Als geen grootschalige kap plaatsvindt en de brug extensief gebruikt gaan worden in de toekomst, dan vinden er geen verandering in de omgevingsfactoren plaats. Doordat de voorgenomen ontwikkeling en toekomstige situatie slechts op een klein oppervlak uitgevoerd wordt, vindt geen afbreuk plaats op de robuustheid en de essentiële verbinding van het gebied. Uit het soortenbeschermingsdeel blijkt dat het gebied in gebruik kan zijn van beschermde soorten als gewone grootoorvleermuis, watervleermuis, gewone en ruige dwergvleermuis, maar ook door de eekhoorn, kleine marterachtigen, alpenwatersalamander en broedvogels. Het is mogelijk dat tussen het moment van inventariseren en de daadwerkelijke uitvoering andere beschermde soorten zich in het gebied vestigen. Doordat de hierboven benoemde aspecten behouden blijven en het om een zeer klein oppervlak gaat, kunnen negatieve effecten op de intrinsieke waarden van de natuurbeheertypen en bijbehorende floristische en faunistische waarden uitgesloten worden. Overtreding van de planologische bescherming van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) is dan ook niet aan de orde. Een uitgebreide ‘Nee, tenzij-toets’ hoeft niet opgesteld te worden.
Voorgesteld wordt om, ook al betreft het een zeer klein oppervlak dat verloren gaat door de voorgenomen werkzaamheden, ruim voorafgaand aan de werkzaamheden een melding te doen bij het bevoegd gezag omtrent de aantasting van het NNB. Daarnaast wordt geadviseerd voorzorgsmaatregelen te nemen. Dit ten aanzien van de natuurwaarden van de bloemdijken. In hoofdstuk 5 zijn deze voorzorgsmaatregelen benoemd.
QuickScan Soortenbescherming aanleg Baileybrug locatie 2, Vught – Gemeente Vught
22
5. Conclusie In dit hoofdstuk is de conclusie en het advies opgenomen. Er is aangegeven of er sprake kan zijn van een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming, er voorzorgsmaatregelen genomen moeten worden om overtreding te voorkomen, of dat aanvullend onderzoek en/of mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn. Indien een ontheffing noodzakelijk is wordt dit aangegeven. 5.1
Soortenbescherming Wet natuurbescherming
De verspreidingsgegevens en het oriënterend veldbezoek geven een voldoende duidelijk beeld van het (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten. Voor de volgende soortgroepen zijn vervolgstappen vereist. Hierbij is rekening gehouden met de overlap van de meest gewenste werkperiode en dus minst kwetsbare periode: Kleine marterachtigen: • Werkzaamheden in de periode september-half maart uitvoeren. • Worden de werkzaamheden vanaf medio maart uitgevoerd dan de volgende voorbereidende werkzaamheden uitvoeren o Brug: Verwijderen begroeiing en ongeschikt maken oevers door maaien oevers en berm in een straal van 10 meter rondom plangebied ▪ Opslag machines ten behoeve van de aanleg van de brug bij voorkeur op verharde weg Isabellalaan of Drongelens pad. Indien deze optie gekozen wordt, dient de opslag en machine op de rijplaten geplaatst te worden. • Worden de werkzaamheden vanaf april-september opgestart dan is aanvullend onderzoek en mogelijk een ontheffing noodzakelijk. Vleermuizen: • Indien binnen de kraam- en paarperiode (april-oktober) van vleermuizen wordt gewerkt: o Aanvullend onderzoek naar het gebruik van potentiële verblijfplaatsen in het bosperceel. • De te plaatsen werkverlichting in het plangebied en bij de opslaglocatie dient naar beneden geschenen te worden om zo lichtverstrooiing naar de omgeving te voorkomen.
• Tussen de brug en het wateroppervlak van het kanaal die voldoende ruimte open te blijven om vliegbewegingen over het wateroppervlak mogelijk te houden (minimaal 70 cm tussen wateroppervlak en brug en 3 meter in breedte). Overige grondgebonden zoogdieren: • Voldoen aan zorgplicht vrijgestelde soorten: o Indien tijdens de uitvoering van het werk dieren worden waargenomen, dan moeten zij de gelegenheid krijgen om te kunnen vluchten. Minder mobiele dieren kunnen eventueel worden verplaatst tot buiten de werkgrens.
23
QuickScan Soortenbescherming aanleg Baileybrug locatie 2, Vught
Broedvogels • Aanlegwerkzaamheden van de Baileybrug in de periode september-half maart uitvoeren of in deze periode begroeiing verwijderen om broedgebied ongeschikt te maken. • Indien werkzaamheden opgestart worden in het broedseizoen: o Broedvogelcheck maximaal 3 dagen voorafgaand aan werkzaamheden door een ecoloog laten uitvoeren. Indien nesten aanwezig zijn dienen werkzaamheden uitgesteld te worden totdat de nestjongen het nest hebben verlaten. Alpenwatersalamander • Voorbereidingswerkzaamheden medio maart uitvoeren. o Nachttemperatuur dient al meerdere nachten 5⁰C of hoger te zijn o Verwijderen begroeiing (voorbereidingswerkzaamheden) dient uitgevoerd te worden met een maaibalk uitgevoerd met een wildredder. Overige amfibieën • Voldoen aan zorgplicht vrijgestelde soorten: o Indien tijdens de uitvoering van het werk dieren worden waargenomen, dan moeten zij de gelegenheid krijgen om te kunnen vluchten. Minder mobiele dieren kunnen eventueel worden verplaatst tot buiten de werkgrens. Tabel 5.1. Werkbare perioden ten opzichte niet werkbare/kwetsbare perioden van aanwezige natuurwaarden. Groen: minst kwetsbare periode, werkbare periode; Oranje: kwetsbare periode, maar werkbare periode mits ecologische begeleiding /vrijgave ecoloog idverde; Rood: kwetsbare periode werkzaamheden niet mogelijk. Soort
jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
aug
sep
okt
nov
dec
Kleine marterachtigen Vleermuizen Broedvogels Alpenwatersalamander Planologische gebiedsbescherming • Aanleg rijplaten op kanaaldijk ten behoeve van aanwezige bloemdijken • Melding maken bij provincie Noord-Brabant ten aanzien van kleinschalige aantasting NNB. Advies In de tabel hierboven is te zien dat het moeilijk is op voorhand de werkzaamheden zo in te plannen dat ze buiten de kwetsbare periode van alle mogelijk aanwezige soorten vallen. Een mogelijkheid is om vanaf midden maart de vegetatie te maaien/verwijderen zodat eventueel aanwezige soorten uit de omgeving in hun kwetsbare periode geen gebruik zullen maken van het plangebied. Het verwijderen/maaien van de aanwezige vegetatie dient ten alle tijden in overleg met en onder begeleiding van een deskundig ecoloog te gebeuren. De geschikte periode om dit uit te voeren is namelijk zeer weersafhankelijk. Advies ecologische voorzorgsmaatregelen De volgende maatregelen kunnen (maar zijn niet verplicht) voorafgaand aan of tijdens de werkzaamheden toegepast worden: • Opstellen ecologisch werkprotocol • Ecologische begeleiding bij de voorgenomen werkzaamheden Indien de voorgenomen werkzaamheden niet buiten de kwetsbare periode van de vleermuizen, kleine marterachtigen en alpenwatersalamander uitgevoerd kunnen worden, zijn aanvullend onderzoek en eventueel een ontheffingsaanvraag noodzakelijk.
QuickScan Soortenbescherming aanleg Baileybrug locatie 2, Vught – Gemeente Vught
24
5.2 (Planologische) Gebiedsbescherming Het optreden van significant negatieve effecten als gevolg van de aanleg en gebruik van de brug op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied is niet aan de orde. Nadere toetsing en aanvraag vergunning zijn daarom ook niet aan de orde. Overtreding van de planologische bescherming van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) is ook niet aan de orde. Een uitgebreide ‘Nee, tenzij-toets’ hoeft niet opgesteld te worden.
25
QuickScan Soortenbescherming aanleg Baileybrug locatie 2, Vught
5.4
Kansen voor het vergroten van de biodiversiteit
Ten behoeve van het vergroten van de biodiversiteit en de huidige natuurwaarden liggen rondom de Baileybrug meerdere mogelijkheden. Deze mogelijkheden hebben betrekking op kleinschalige maatregelen. Vanwege aanwezige oevers en bospercelen is het bijvoorbeeld mogelijk om een mantelzoomvegetatie te creëren. Dit in combinatie met een meer natuurlijke oever van het afwateringskanaal zorgt voor een robuustere verbinding van het gebied en een positieve impuls voor de biodiversiteit. Daarnaast is een mogelijkheid om de aanwezige bloemdijken minder frequent te maaien. Dit bevordert de ontwikkeling van een meer gevarieerde vegetatie en daarmee het leefgebied voor tal van insecten. Dit zijn slechts 3 van meerdere kleine maatregelen die de biodiversiteit rondom de toekomstige Baileybrug kunnen verhogen. Een uitwerking van deze maatregelen met bijbehorend advies binnen dit plangebied of soortgelijke terreinen kan Idverde Advies desgewenst voor u opstellen.
QuickScan Soortenbescherming aanleg Baileybrug locatie 2, Vught – Gemeente Vught
26
6. Literatuurlijst Geraadpleegde literatuur Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J., Buys, J.C. (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center. P. 236-264. Dietz, C., Helversen von, O., Nill, D., Vleermuizen, alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika, Utrecht 2011. NDFF. (2022). https://ndff-ecogrid.nl/uitvoerportaal/secure/index.zul.
27
QuickScan Soortenbescherming aanleg Baileybrug locatie 2, Vught