Bijlage 1 - Transitievisie Warmte 1.0
Tekst van het document
Ie
Duurzaam wonen in Vught Route naar een aardgasvrije gebouwde omgeving
Transitievisie Warmte Definitief
COLOFON Versie Datum:
1.0 | Definitief 27 oktober 2021
Deze transitievisie warmte is vastgesteld op 16 december 2021 door de gemeenteraad. De visie is opgesteld door Over Morgen, in opdracht van de Gemeente Vught en in samenwerking met betrokken stakeholders (zie paragraaf 1.4).
2
\
Inhoudsopgave Samenvatting
6
1.
Inleiding
11
2.
Uitgangspunten: leidende principes & selectiecriteria
15
3.
Duurzame warmteopties
17
4.
Transitiepaden en startkansen naar aardgasvrij
21
5.
Handreiking tot uitvoering van de warmtetransitie
36
Bijlage 1 Overzicht specificatie warmteopties
47
Bijlage 2 Proces naar transitiepaden en aanpak
48
3
VOORWOORD
De komende jaren willen we steeds minder afhankelijk worden van fossiele brandstoffen. Waar we nu de meeste huizen, kantoren en winkels nog verwarmen met aardgas, zoeken we naar andere, duurzame warmtebronnen. Deze visie geeft een aanzet van de wijze waarop we dat, met elkaar, in Vught, Helvoirt en Cromvoirt willen doen. Dat wil niet zeggen dat morgen overal het gas wordt afgesloten. We zullen de warmtetransitie voortvarend, maar geleidelijk moeten realiseren in de komende dertig jaar. Dat lijkt ver weg, maar we staan voor een grote uitdaging. Het is dan ook belangrijk om vandaag te beginnen met het zetten van de eerste stappen.
Allereerst met het verder beperken van het gasverbruik, bijvoorbeeld door beter te isoleren of elektrisch te koken. Op natuurlijke momenten kunnen we alleen, of samen met de buren, al stappen zetten om gebouwen klaar te maken om straks echt van het gas af te gaan. Momenten en gebeurtenissen zoals een verhuizing, verbouwing of het plaatsen van een nieuwe keuken of badkamer, zijn van die natuurlijke momenten om meteen een stapje extra te zetten. Daarmee dragen we niet alleen bij aan een beter klimaat, maar ook aan ons wooncomfort. Bovendien merkt u dat uw energierekening lager wordt bij het toepassen van energiebesparende maatregelen.
Zoals gezegd: deze visie is een aanzet voor dit proces. Maar er zijn nog veel stappen te zetten de komende jaren. Plannen moeten nog veel concreter worden, waarbij we uiteindelijk de alternatieven voor aardgas op straat- en perceelsniveau in beeld hebben. Op dat moment weet u, hoe u uw eigen woning het beste van duurzame energie voorziet. Dit leggen we vast in de zogenaamde wijkuitvoeringsplannen. Dat proces wil de gemeente samen met u, de inwoners, woningcorporaties, ondernemers en verenigingen doorlopen. Het gaat immers over uw en hun woningen, kantoren, winkels en clubgebouwen. Een belangrijke rol is daarbij ook weggelegd voor de lokale energiecoöperaties. Zij kunnen helpen te kiezen voor de juiste stappen op weg naar aardgasvrije gebouwen.
We staan de komende jaren voor een grote uitdaging om deze ambitie te realiseren. Maar tegelijkertijd zijn er op diverse plekken in onze gemeente ook al eerste stappen gezet en mooie voorbeelden zichtbaar. Ik heb er dan ook alle vertrouwen in, dat we samen stapje voor stapje het gasverbruik kunnen verminderen en deze ambitie kunnen waarmaken.
Toine van de Ven Wethouder energie & klimaat
4
Beste inwoner van de gemeente Vught, wat betekent deze Transitievisie Warmte voor u en wat kunt u doen? De Transitievisie Warmte is een visie op de warmtetransitie en omschrijft de meest logische routes per buurt om stappen te zetten richting een aardgasvrij Vught. We laten zien wat startkansen zijn, waar logische ontwikkelingen zijn die helpen om de transitie sneller te laten verlopen, want er gebeurt al veel! Vandaag een transitievisie betekent niet dat u morgen aardgasvrij bent, maar wel dat u een globaal stappenplan hebt richting die aardgasvrije toekomst. De warmtetransitie vormt een onderdeel van de energietransitie en onze integrale duurzaamheidsopgave binnen Vught.
De warmtetransitie geldt voor heel Vught. Maar voor nu hebben we vier gebieden geïdentificeerd waar we de komende jaren meer aandacht geven met de eerste stappen om van het aardgas af te gaan: de zogenaamde startwijken. Waar we ook in de toekomst gezond, veilig en comfortabel kunnen wonen, werken en leven. Dit zijn de kern Helvoirt, de wijk Loyola en omgeving, een buurt in de wijk Loonsebaan en de buurt Klein Brabant in de wijk De Baarzen. De schop gaat hier nog niet morgen in de grond. We beginnen met verdere verkenning en planvorming. Dat betekent: een onderzoek naar de technische en financiële haalbaarheid, een verkenning van de bereidheid in een buurt om mee te doen, maar ook welke ondersteuning vanuit de gemeente en energiecoöperaties nodig is. Daarbij wordt ook meegenomen hoe we de woningen geschikt moeten maken voordat ze comfortabel met de nieuwe oplossing verwarmd kunnen worden. In de komende jaren zullen we uiteraard steeds meer startwijken aanwijzen.
Als u in één van de voorgestelde startwijken woont, wordt u ruim van te voren geïnformeerd en uitgenodigd om mee te denken. We starten niet in buurten voordat duidelijk is dat er voldoende financiële middelen komen vanuit het Rijk om de transitie op een betaalbare manier uit te voeren. We streven naar een betaalbare transitie voor alle inwoners.
Lang niet alle wijken en buurten zullen vóór 2030 van het aardgas af gaan. De kans is groot dat u niet in een startwijk woont. Maar als u zelf al stappen richting aardgasvrij wilt maken, dan kan dat. De transitievisie biedt voor u duidelijkheid, omdat deze inzichtelijk maakt op welke manier u al kunt beginnen met bijvoorbeeld isolatie. Door dat slim te doen, zet u daarmee een stap om de woning helemaal of grotendeels klaar te maken voor een aardgasvrije oplossing. Er zijn ook andere maatregelen die u nu al in uw woning kunt nemen om stappen te zetten naar aardgasvrij en eigen duurzame energie op te wekken.
De lokale energiecoöperaties en burgerinitiatieven kunnen u helpen bij uw keuzes met betrekking tot verduurzaming en klimaatadaptatie: www.vet-vught.nl, www.coophot.nl, www.welkombijkant.nl en www.brabantwoontslim.nl. Voor vragen op het gebied van welzijn kunt contact opnemen met: www.welzijnvught.nl. Suggesties om zelf aan de slag te gaan vind je op www.iedereendoetwat.nl en www.milieucentraal.nl. Informatie over aardgasvrij wonen en voorbeelden vindt u ook op www.hierverwarmt.nl.
De Transitievisie Warmte geeft focus en richting, maar is niet in beton gegoten. Integendeel, we willen juist ruimte bieden voor jou als inwoner of organisatie om initiatieven te starten. Als gemeente proberen we kansrijke initiatieven zo goed mogelijk te faciliteren en verder te helpen.
5
Samenvatting Transitievisie Warmte voor gemeente Vught Het klimaat verandert, onder meer als gevolg van het gebruik van fossiele brandstoffen. Om deze verandering tegen te gaan, zijn internationale afspraken gemaakt. Het klimaatakkoord is de Nederlandse uitwerking van de internationale klimaatafspraken van Parijs (2015). We gaan met elkaar de CO2-uitstoot sterk verminderen: in 2030 met de helft ten opzichte van 1990 en in 2050 bijna volledig. Dat doen we voor klimaat, energie en biodiversiteit. In 2050 worden gebouwen in Nederland niet meer met aardgas verwarmd. Dat is nodig om onze CO2-uitstoot terug te dringen en klimaatverandering tegen te gaan. Ook willen we de afhankelijkheid van aardgas verminderen, zowel uit Groningen als uit het buitenland. Ook in Vught gaan we onze gebouwen en woningen op een andere manier verwarmen. Deze overstap naar duurzame en aardgasvrije verwarming noemen we de warmtetransitie. Volgens het Nederlands Klimaatakkoord moeten alle gemeenten uiterlijk in 2021 hun Transitievisie Warmte vaststellen, waarin de alternatieven voor aardgas en het handelingsperspectief per buurt is uitgewerkt. De Transitievisie Warmte moet bovendien minimaal iedere vijf jaar worden herijkt om de nieuwste inzichten op het gebied van innovatie, wet- en regelgeving en lokale omstandigheden mee te kunnen nemen.
Leidende principes voor de warmtetransitie We hebben samen met de gemeenten Sint-Michielsgestel en Boxtel zeven uitgangspunten opgesteld die leidend zijn voor de warmtetransitie: draagvlak, betaalbaarheid, koppelkansen, laaghangend fruit, toekomstbestendig & duurzaam, comfort & gezondheid en omgevingspassende oplossingen. Deze uitgangspunten zijn opgesteld met inbreng van bewoners, raadsleden en betrokken stakeholders. De principes zijn voor deze Transitievisie Warmte doorvertaald naar criteria (bijlage 2) die ten grondslag liggen aan de transitiepaden en de aanpak voor het vervolg. De leidende principes zijn samengevat in hoofdstuk 2 en in uitgebreide vorm te vinden in het bijlagedocument. Transitiepaden, transitiekaart en robuuste analyse Voor de verschillende buurten in onze gemeente hebben we een transitiepad geformuleerd waarin staat welke stappen op welke manier gezet kunnen worden naar een toekomst zonder aardgas in 2050. Deze transitiepaden hebben we weergegeven in een transitiekaart (figuur 1) en zijn daaronder verder toegelicht. In alle transitiepaden worden handvatten geboden, zodat gebouweigenaren nu al aan de slag kunnen met spijtvrije maatregelen om hun gebouw ‘transitiegereed’, oftewel geschikt te maken voor aardgasvrije verwarming. Denk hierbij aan isoleren en elektrisch koken.
Daarnaast beschrijft het transitiepad de stappen om te komen tot de voorkeurswarmteoptie, waarvan ‘hybride warmteoplossing’ met op termijn duurzaam gas, vooralsnog de belangrijkste is in Vught (toelichting volgt hieronder). Bij herijkinging van de visie zal steeds duidelijker worden welke gebouwen lokaal overgaan op een aardgasvrij-oplossing of dat mogelijk nieuwe technieken kansen bieden. We hebben zorgvuldig onderzocht welk transitiepad in welke buurt de beste keuze is, gebaseerd op de kennis van nu (kwantitatief als kwalitatief). Dit onderzoek noemen we de robuuste analyse. Door twee datamodellen met elkaar te vergelijken, hebben we gekeken welke warmteoptie in iedere buurt de laagste maatschappelijke kosten heeft. Ook hebben we samen met de werkgroep van betrokken stakeholders gekeken naar het perspectief op duurzame warmtebronnen, de impact op de openbare ruimte, lokale initatieven, koppelkansen en de duurzaamheid van de warmteopties. Transitiekaart Onderstaande figuur toont de transitiekaart voor Vught. De legenda laat zien welk transitiepad we in welke buurt doorlopen. Onder de kaart worden de voorkomende warmteopties en bijbehorende transitiepaden toegelicht. In deze kaart staan de transitiepaden per buurt naar een toekomst zonder aardgas. Maatregelen voor besparing en het transitiegereed maken van gebouwen is in alle paden belangrijk. Het is ook belangrijk
6
gebouwen op warme dagen te kunnen koelen. Daarnaast zijn er verschillen in de aanpak en stappen per route, zoals in de legenda duidelijk wordt. Welke route bij welke buurt past, is afhankelijk van de eigenschappen van en kansen in de buurt. Bij de eerstvolgende actualisatie van de TVW zal deze transitiekaart ook worden herzien.
7
Transitiepaden naar aardgasvrij In deze kaart staan transitiepaden, ofwel kansrijke routes naar een toekomst zonder aardgas. Hierin maken we onderscheid tussen twee perioden: eerst gaat het om de transitie naar 2030, vervolgens gaan we werken aan een volledig aardgasvrij Vught in 2050. Besparen en transitiegereed maken* van gebouwen is in alle paden belangrijk. We zetten deze stappen op natuurlijke momenten en waar dit niet al gebeurd is. Daarnaast zijn er ook verschillen in de aanpak en stappen per pad, zoals in de legenda duidelijk wordt. Welk pad past bij welk gebied is afhankelijk van de eigenschappen van en kansen in dat gebied.
Legenda transitiepaden Gemeentebreed incl. buitengebied: Besparen en transitiegereed maken* van gebouwen. Zo veel mogelijk overstappen op natuurlijke momenten (geplande renovaties van woningen, verbouwingen, verhuizingen). Hybride als basis, volledig elektrisch waar kansrijk: overstappen op hybride warmteoplossing, maar all electric waar het echt kan. Een resterende gasvraag op termijn duurzaam invullen. Periodiek herijken: lokaal overstappen naar gasvrije opties, anders hybride. Periodiek herijken om opnieuw kansen naar aardgasvrij te verkennen Maatwerk werklocaties: gebiedsgerichte aanpak met individuele en kleinschalig collectieve warmteopties voor bedrijven / utiliteitsgebouwen. Directe startkansen: In deze gebieden zal tussen nu en 2025 worden gestart met planvorming of haalbaarheidsonderzoeken naar aardgasvrij of de stappen daartoe. Samenwerkingsgebieden: potentiële startkansen waarbij eerst moet worden verkend of samenwerking tussen stakeholders mogelijk is. Clusters all electric: potentiële startkansen voor clusters van woningen voor all electric binnen het transitiepad ‘Vooralsnog hybride warmteoplossing en duurzaam gas’.
Wat betekent deze kaart (niet)? • • •
De transitiepaden geven inzicht en een richting. Vervolgstappen zijn planvorming en onderzoek naar haalbaarheid. Keuzes voor de dominante infrastructuur worden pas gemaakt in de uitvoeringsplannen (zie paragraaf 1.2.1). Oplossingen moeten haalbaar en betaalbaar zijn. Gebouweigenaren hebben keuzevrijheid, en kunnen voor hun eigen gebouw een warmteoptie op maat kiezen. Op termijn is aardgas echter geen optie meer. Toekomstige technische, financiële en beleidsmatige ontwikkelingen hebben invloed op de kaart. Daarom herijken we de kaart minimaal iedere vijf jaar
* transitiegereed maken: voldoende isolatie, aanpassing van de binneninstallatie met als ambitie om de woning tot 50 graden te verwarmen, en bij uitzondering maximaal 70 graden op de koudste dagen van het jaar en elektrisch koken. Dit zijn spijtvrije maatregelen. Figuur 1: Transitiekaart van gemeente Vught
Hybride als basis, volledig elektrisch waar kansrijk
Vughtse buurten zijn divers als het gaat om de bouwperioden die voorkomen in de buurt. Hierdoor zien we veel oude en nieuwere woningen in dezelfde buurt. Gasvrije verwarming is doorgaans kostbaarder en technisch ingewikkelder in vooroorlogse gebouwen. Daarnaast bestaan deze buurten overwegend uit particuliere woningeigenaren, in plaats van woningcorporaties. Dit type buurt zien we in een groot deel van de gemeente. Uiteraard moet wel rekening worden gehouden met de renovatiegeschiedenis van gebouwen. In deze buurten kiezen we er voor om gestaag, tussen nu en 2050, zoveel mogelijk gas te besparen met isolatie, hybride warmteoplossingen en lokale, gasvrije warmteopties (all electric) als dat haalbaar en betaalbaar is. Dat zijn bijvoorbeeld relatief nieuwe woningen in een oudere buurt die wel de overstap kunnen maken naar volledig elektrisch. Deze cluster van woningen zijn ook aangegeven op de transitiekaart. De ambitie is uiteraard om in de wijk volledig over te gaan naar all electric waar mogelijk. Echter, aan het eind van de transitie blijft er in dit transitiepad waarschijnlijk een kleine gasvraag over. Die moet landelijk ingevuld worden met duurzaam gas zoals groengas of waterstofgas. Periodiek herijken we de Transitievisie Warmte.
Als blijkt dat de beschikbaarheid van duurzaam gas tegenvalt, dan wordt bekeken welke andere mix van duurzame en energiezuinige oplossingen beschikbaar zijn: water-water of lucht-water warmtepompen, opslag warmte in zeezoutbatterijen en/of bassalt blokken, horizontale waterbuffers, gebruik pvt panelen etc. Bij alle genoemde oplossingen wordt tevens de mogelijke impact op mens, dier en milieu meegewogen in de uiteindelijke keuze. De opwek van de benodigde duurzame elektriciteit staat centraal in de Regionale Energie Strategie (RES). Periodiek herijken In veel Vughtse buurten zien we in de datamodellen dat de kosten voor all electric en een warmtenet dichtbij elkaar liggen. Dit gaat voornamelijk om naoorlogse buurten met een redelijke bebouwingsdichtheid. Of in deze buurten een warmte(-koude)net komt, is afhankelijk van de beschikbaarheid van warmtebronnen en de mate waarin we de warmtevraag kunnen organiseren. Dit is vooralsnog onzeker. Bij de herijking van de Transitievisie Warmte beoordelen we opnieuw het perspectief op een warmtenet. Indien een warmtenet niet haalbaar blijkt in deze buurten, stappen we over naar all electric. Hybride warmteoplossingen zijn in deze buurten een tussenoplossing, en ondertussen maken we ook in deze buurten werk van isolatie en elektrisch koken.
Maatwerk werklocaties Locaties met voornamelijk utiliteitsgebouwen volgen een eigen transitiepad met veel aandacht voor maatwerk. Dat komt doordat de warmte- en koudevraag van bedrijven sterk verschilt, al naar gelang de functie van een bedrijf. Sommige bedrijven hebben geen warmtevraag (zoals opslagloodsen), anderen hebben een grote koudevraag (zoals kantoren) of bedrijven hebben hogere temperatuur nodig voor bedrijfsprocessen. We voorzien daarom meerdere oplossingen op de zogenaamde werklocaties, zowel individueel als kleinschalig collectief. Uitvoeringsstrategie Na vaststelling van de Transitievisie Warmte willen partijen voortvarend aan de slag om de doelstellingen voor 2050 daadwerkelijk te realiseren. De basis voor de uitvoering is het oprichten van een goede samenwerkingsstructuur. De projectgroep, waarin betrokken stakeholders hebben gewerkt aan deze Transitievisie Warmte, vormt voor het vervolg het ‘samenwerkingsplatform’. Vanuit dit platform worden uitvoeringsplannen geïnitieerd, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen een gemeentebrede en een gebiedsgerichte aanpak. Het energieloket vormt in Vught het eerste aanspreekpunt voor initiatiefnemers. De concrete uitwerking van uitvoeringsplannen vindt vervolgens plaats in werk- of projectgroepen. Naast het energieloket zal vanuit de gemeente invulling worden gegeven aan communicatie en participatie.
In de Transitievisie Warmte zijn zeven gebieden aangewezen die potentie hebben om te starten met de warmtetransitie in Vught. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen directe startkansen en samenwerkingsgebieden. Bij een samenwerkingsgebied zal eerst een samenwerking tussen stakeholders in een gebied moeten worden georganiseerd voordat kan worden gestart. Het gaat hier om een gebiedsgerichte aanpak waarbij een koppeling met andere opgaven in een gebied kan worden gemaakt. Bij de directe startkansen gaat het voornamelijk om een gestandaardiseerde aanpak voor energiebesparing met oog voor
maatwerk. Voor het coördineren en uitwerken van uitvoeringsplannen zijn capaciteit en financiële middelen voorwaardelijk. De beschikbaarheid hiervan zal bepalend zijn voor de prioritering van de startkansen en samenwerkingsgebieden in de komende vijf jaar (zie hoofdstuk 5 voor nadere toelichting en de acties voor de komende 2 jaar). De zeven aangewezen gebieden moeten in eerste instantie bijdragen aan de doelstelling voor 2030 (20% van de gebouwen aardgasvrij). Het samenwerkingsplatform zal het tempo van de warmtetransitie ten opzichte van de doelstellingen rondom CO2-reductie monitoren en periodiek evalueren. Op basis daarvan zal aanscherping nodig zijn met aanvullende startkansen, capaciteit en middelen. Dit wordt meegenomen in de actualisatie van de Transitievisie Warmte.
10
1. Inleiding Vught staat voor de opgave om in 2050 klimaatneutraal te zijn, in lijn met de landelijke doelstelling. Onderdeel van deze opgave is het stap voor stap toewerken naar een gebouwde omgeving zonder aardgas. Aardgas is namelijk één van de fossiele brandstoffen die bijdraagt aan CO2-uitstoot. De meeste inwoners en bedrijven gebruiken aardgas voor verwarming, warm water en koken. We gaan daarom op zoek naar duurzame oplossingen. De overstap naar een aardgasvrije gemeente realiseren we zorgvuldig en stapsgewijs. Die stappen brengen we in deze Transitievisie Warmte (TVW) in beeld. 1.1. Wat is een Transitievisie Warmte? Gemeenten hebben de opdracht van het Rijk om voor het einde van 2021 een door gemeenteraden vastgestelde TVW op te leveren. Met als doel om tijdspaden en routes in beeld te brengen om 1,5 miljoen bestaande woningen en gebouwen uit het Klimaatakkoord voor 2030 van het aardgas af te hebben gekoppeld. De TVW geeft inzicht in de voorkeursoplossing per CBS-buurt, in ieder geval voor de buurten waar vóór 2030 gestart wordt met verdere planvorming of haalbaarheid. De TVW beschrijft hoe we als gemeente, samen met de betrokken stakeholders, onze warmtevraag op een aardgasvrije en duurzame manier kunnen gaan invullen. Dit vraagt om een nieuwe energie-infrastructuur en aanpassingen aan gebouwen, zodat (lokale) duurzame bronnen ontsloten kunnen worden.
In de TVW worden nog geen definitieve keuzes gemaakt voor de warmteopties per buurt. Dat gebeurt in de uitvoeringsplannen (zie paragraaf 1.2.1). 1.2. Landelijke ambities In december 2015 heeft Nederland in Parijs ingestemd met een nieuw VN Klimaatakkoord. Het akkoord heeft als doel om de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder de 2 graden Celsius, bij voorkeur 1,5 graden Celsius. Om de afspraken van het Parijs Klimaatakkoord te realiseren is een forse inspanning op energiebesparing en het gebruik van duurzame alternatieve energiebronnen nodig. Kabinet Rutte III heeft destijds vervolgens in het regeerakkoord aangegeven dat ze de uitstoot van broeikasgassen drastisch wil verminderen. Om deze ambities te halen, heeft de Eerste Kamer op 28 mei 2019 de Klimaatwet vastgesteld. In deze wet zijn de doelen concreet vastgelegd om in 2030 de uitstoot van broeikasgassen met 49% en in 2050 met 95% te reduceren ten opzichte van 1990. In het nationale Klimaatakkoord uit 2019 is uitgewerkt hoe deze doelen behaald kunnen worden. Als onderdeel van deze opgave is het streven opgenomen dat nagenoeg 20% van de woningen in 2030 aardgasvrij moet worden, om het tempo aan te houden, zodat alle woningen uiterlijk in 2050 aardgasvrij kunnen zijn. 1.2.1. Plannen op drie niveaus Gemeenten hebben een belangrijke rol in deze warmtetransitie.
In lijn met het nationale Klimaatakkoord uit 2019, is Nederland bezig met plannen op drie niveaus. •
•
Regionaal wordt gewerkt aan de Regionale Energie Strategie (RES) waarin we de aanwezige duurzame energiebronnen in de regio Noordoost Brabant in kaart brengen.1 Daarin kijken we ook naar de beschikbaarheid van warmtebronnen en hoe deze in de regio worden verdeeld. Deze Transitievisie Warmte (TVW) beschrijft hoe we als gemeente onze warmtevraag op een aardgasvrije en duurzame manier gaan invullen, ter input voor de RES.
1 Lees hier de RES 1.0 voor de regio Noordoost-Brabant
https://www.energiewerkplaatsbrabant.nl/res/res+noordoost+brabant/publicaties+en+rapporten+overzicht/regionale+energiestrategie+10/HandlerDownload Files.ashx?idnv=1929468
11
•
Voor de wijken die we in deze transitievisie als ‘startkansen’ selecteren, gaan we vervolgens op wijk/buurtniveau aan de slag met een concreet Uitvoeringsplan (UP). Met de andere wijken en buurten gaan we uiteindelijk ook aan de slag. Wat in deze TVW beschreven is, gaat over het tijdspad tot 2030 (als onderdeel van de ambitie in 2050).
Inwoners en belanghebbenden worden bij deze plannen betrokken. De wijze van betrekken is afhankelijk van bijvoorbeeld de aard en scope van het plan. Besluitvorming vindt plaats in de gemeenteraad. Figuur 2 laat de samenhang tussen deze plannen zien.
Figuur 2 : Samenhang RES, Warmtevisie en wijkplan
1.2.2. Landelijke ontwikkelingen aardgasvrije wijken De transitie zal in de meeste gemeenten wijk voor wijk worden aangepakt. Dit is een proces van uitproberen, leren en opschalen. Het Rijk ziet graag dat we versneld moeten gaan starten in de eerste wijken om dit proces in gang te zetten en heeft eerder daarom de regeling “Grootschalige Proeftuinen Aardgasvrij” in het leven geroepen waarbij ze 100 wijken waar concrete stappen naar aardgasvrij worden gezet ondersteuning biedt. In 2018 en 2020 zijn de eerste 48 wijken bekend gemaakt. Voor bestaande bouw rekenen regionale netbeheerders geen kosten meer als een woning van het aardgas wordt gehaald. Nieuwe woningen mogen niet meer op aardgas worden aangesloten. Ook wordt gewerkt aan een nieuwe Warmtewet die de ontwikkeling van warmtenetten moet stimuleren. Het is belangrijk dat op landelijk niveau een oplossing wordt gevonden voor de verdeling van de maatschappelijke kosten van de warmtetransitie. Dit gaat over het deel van de kosten die liggen bij de verschillende stakeholders die een rol spelen in het realiseren van de overstap naar aardgasvrij. Deze discussies moeten er met name voor zorgen dat de warmtetransitie betaalbaar blijft voor de inwoners van Vught. Dit geldt voor huurders, particuliere eigenaren en voor Verenigingen van Eigenaren (VvE’s).
Naast de inwoners geldt de betaalbaarheid ook voor gebruikers van utiliteitsgebouwen. 1.3. Lokale ambities Net als de rest van Nederland gaat ook gemeente Vught van het aardgas af. We willen in Nederland van het aardgas af om te voldoen aan de klimaatdoelstellingen. Overstappen op duurzame energiebronnen zoals
12
bodemwarmte of zonne-energie vermindert de CO₂-uitstoot. Zowel landelijk als wereldwijd zijn afspraken gemaakt om de CO₂-uitstoot te verminderen. Afgesproken is dat uiterlijk in 2050 heel Nederland, en dus ook Vught, aardgasvrij moet zijn. Dit sluit aan op de lokale ambitie van Vught om in 2050 klimaatneutraal te zijn. We benadrukken dat de warmtetransitie onderdeel is van de integrale duurzaamheidsopgave binnen de gemeente Vught. Dit is verankerd in een stevige duurzaamheidsambitie in het coalitieakkoord 2021-2026: ‘Een nieuwe start’. Op basis van het coalitieakkoord stelt de gemeente een Nota energie- en klimaatbeleid op. Deze nota bevat de overkoepelende doelstellingen en vormt de basis voor het beleid op het gebied van energie, klimaat, duurzaamheid en groen. Op deze wijze wordt er integraal gekeken naar oplossingen die een bijdrage leveren aan het tegengaan van de klimaatverandering. Vooruitlopend op het nog vast te stellen Nota energie- en klimaatbeleid wordt momenteel al gewerkt aan projecten gericht op de energietransitie (en daarmee het tegengaan van klimaatverandering). Het gaat dan concreet om: •
• •
• • •
De Regionale Energiestrategie (RES). De opdracht om in 30 regio’s een visie op te stellen voor locaties waar energie kan worden opgewekt middels zonne-installatie en of windmolens. In Vught moet dit leiden tot een opwekcapaciteit van 0,04 TWh per jaar in 2030. De zon-en windvisie. Lokale visie op locaties binnen ons grondgebied die geschikt zijn voor grootschalige opwek van duurzame energie. De Transitievisie warmte. Lokale visie waarin het tijdspad tot uiteindelijk 2050 opgenomen wordt waarbij wijken aardgasloos worden met daarbij de meest voor de hand liggende alternatieve warmtebron. Voor Vught betekent dit 2.300 woningen tot 2030, uitgaande van de woningvoorraad van 11.500. Uitvoeringsplannen. De uitwerking van de Transitievisie warmte naar concrete plannen per wijk. Lokale initiatieven en projecten. Activiteiten die met en/of door inwoners, coöperaties en bedrijven worden ondernomen. Goede voorbeeld gemeente. Alle activiteiten om de eigen accommodaties, omgeving en bedrijfsvoering van de gemeente te verduurzamen.
Parrallel hieraan, en aan het traject om te komen tot de Nota energie- en klimaat, wordt ook aan andere onderdelen van het energie en klimaatbeleid gewerkt. Denk hierbij aan de Nota Biodiversiteit, Nota Klimaat adaptief Vught en een gemeentelijk rioleringsplan. 1.4. Wie zijn betrokken in het proces? In het traject richting onze Transitievisie Warmte hebben we ervoor gekozen om de krachten te bundelen met de gemeenten Boxtel en Sint-Michielsgestel. De warmtetransitie is voor gemeenten een nieuwe taak. Het is een complex proces, waar tot nog toe weinig ervaring mee is opgedaan. Bundelen van kennis en ervaring zorgt voor efficiënte inzet van capaciteit en verbetert het eindproduct. De stakeholders komen bovendien voor een groot deel overeen. Per gemeente stond een projectgroep centraal waarmee we stap voor stap de keuzes hebben gemaakt in de Transitievisies Warmte. Voor de gemeente Vught zaten in de projectgroep vertegenwoordigers van Enexis Netbeheer, woningcorporaties Charlotte van Beuningen, Woonveste, TBV wonen, energiecoöperaties VET-Vught en HOT (Huis & Omgeving in Transitie), burgerinitiatief KANT, ZLTO, Welzijn Vught, MKB-Vught en waterschappen Aa en Maas en de Dommel. Ook hebben medewerkers van diverse disciplines van de gemeente deelgenomen met kennis van de openbare ruimte en communicatie.
Daarnaast zijn inwoners en bestuurders op diverse momenten in het proces betrokken om tot een gedragen visie te komen.
13
1.5. Leeswijzer In deze transitievisie warmte, behandelen we eerst in hoofdstuk 2 de gezamenlijke uitgangspunten waarop deze visie gebaseerd is. Dit zijn de leidende principes die centraal hebben gestaan tijdens het opstellen van deze visie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 de transitie naar aardgasvrij toegelicht en gaan we in op de verschillende oplossingen voor het aardgasvrij maken van woningen, utiliteitsgebouwen en gebieden. In hoofdstuk 4 geven we een richting voor een aardgasvrij Vught in 2050, met een handelingsperspectief tot 2030. We richten ons op de wijken waar we de komende jaren van start willen gaan met de warmtetransitie. Tot slot gaan we in hoofdstuk 5 in op de manier waarop we dit gaan organiseren en welke aanpak het beste past per wijk of doelgroep voor het vervolg van de warmtetransitie in Vught.
14
2. Uitgangspunten: leidende principes & selectiecriteria We hebben samen met de gemeenten Sint-Michielsgestel en Boxtel zeven uitgangspunten opgesteld die leidend zijn voor de warmtetransitie. Deze uitgangspunten zijn opgesteld met inbreng van bewoners, raadsleden en betrokken stakeholders. De principes zijn voor deze Transitievisie Warmte door vertaald naar criteria die ten grondslag liggen aan de transitiepaden (hoofdstuk 4) en de aanpak voor het vervolg (hoofdstuk 5). De leidende principes zijn hieronder samengevat en in uitgebreide vorm te vinden in het bijlagedocument. Deze staan in willekeurige volgorde. 2.1. Draagvlak We streven naar draagvlak onder inwoners en stakeholders. Dit houdt in dat er veel aandacht gaat naar communicatie en participatie om inwoners zo goed mogelijk te betrekken en te informeren. Waar mogelijk kijken we met inwonerinitiatieven hoe we kansen richting verduurzaming samen kunnen benutten. We bieden duidelijkheid over de invloed en impact van nieuwe warmteoplossingen. 2.2. Betaalbaarheid We streven naar zo betaalbaar mogelijke oplossingen. Uitgangspunt is dat de warmtetransitie financieel haalbaar moet zijn voor iedereen. We beseffen ons dat we hiervoor ook afhankelijk zijn van keuzes die op landelijk niveau worden gemaakt en dat uit verder onderzoek in de wijken moet blijken wat de (verdeling van) kosten gaat zijn.
Maar we dragen zo goed mogelijk bij door in de visie voor te sorteren op gebieden waar de maatschappelijke kosten het laagst zijn. 2.3. Laaghangend fruit We hebben aandacht voor het laaghangend fruit: kansrijke spijtvrije oplossingen op de korte termijn of aanhaken op bestaande initiatieven. Het gaat om de relatief eenvoudige maatregelen in de warmtetransitie die betrokkenen kunnen inspireren én motiveren voor de grotere opgave in de wijk. Elke stap is er immers één. Zo is energiebesparing bijvoorbeeld een relatief kleine stap met grote impact om CO2 te besparen. 2.4. Koppelkansen We streven naar een efficiënte manier van organiseren. Dat doen we door projecten die plaatsvinden in de openbare ruimte, de ondergrond en in woningen (sociaal en particulier) waar mogelijk op elkaar aan te laten sluiten. Daarmee besparen we kosten en voorkomen we bovendien onnodige overlast. Dit vraagt om een integrale aanpak van de warmtetransitie, waarbij scherp gekeken wordt naar andere (beleids-)opgaven in wijken. 2.5. Toekomstbestendig & duurzaam Investeringen van nu zijn duurzaam en dragen bij aan een toekomstbestendige wijk. Duurzaam betekent dat we oplossingen beschouwen die bijdragen aan de landelijke CO2-doelstellingen (49%2 reductie in 2030) én andere ambities zoals de circulaire economie en klimaatadaptatie. We maken hierin weloverwogen en gedragen keuzes.
Verduurzamen doen we stap voor stap, waarbij we een realistische balans bewaken tussen ambitie en haalbaarheid.
2 Wordt mogelijk verhoogd naar 55%
15
2.6. Comfort & gezondheid We realiseren ons dat de warmtetransitie geen doel op zich is, maar juist een middel om te komen tot een CO2neutrale en circulaire gemeente waar inwoners gezond, veilig en comfortabel wonen, werken en leven. Om de focus te houden, beschouwen we de warmtetransitie als onderwerp van gesprek, maar liggen onze keuzes altijd in het verlengde van de bredere doelen. Dit staat ook centraal in de communicatie richting inwoners en stakeholders. 2.7. Omgevingspassende oplossingen De keuzes die we in warmtetransitie maken sluiten aan bij de specifieke straat, wijk of gemeente. Uniformiteit in het type bebouwing, het bouwjaar en de mate van isolatie kan bepalend zijn voor de schaal en het soort oplossing dat toegepast gaat worden. Maar ook de bereidheid tot meedoen en de andere opgaven die spelen hebben invloed op de keuzes die worden gemaakt.
16
3. Duurzame warmteopties In dit hoofdstuk geven we een beeld van wat de warmtetransitie inhoudt en van de duurzame alternatieven voor aardgas die we meenemen als toekomstige mogelijkheden voor Vught. Deze alternatieven zijn duurzame warmteopties. We beschrijven ook hoe de weg naar deze duurzame warmteopties eruit ziet, waarbij energiebesparing een essentieel onderdeel is. 3.1. Stapsgewijs naar aardgasvrij Om de stap naar aardasvrij te maken, moeten we op overstappen naar alternatieve warmteoplossingen voor aardgas. Dat gaat niet in één keer, maar stapsgewijs. Voor de gehele bebouwde omgeving, of daar al een passend en betaalbaar alternatief voor aardgas voor is of niet, is het belangrijk dat woningen en gebouwen worden voorbereid op de transitie. Gebouwen moeten ‘’transitie gereed’’ gemaakt worden om duurzaam en comfortabel te kunnen verwarmen. Dat betekent dat gebouwen goed geïsoleerd moeten zijn, zodat warmte niet verloren gaat. Naast isolatie gaat het ook om ventilatie, kierdichting, warmteterugwinning etc. Daarnaast moeten bronnen op termijn duurzaam zijn. We onderscheiden drie stappen naar aardgasvrij, zoals figuur 3 schematisch laat zien. Daarbij moet benadrukt worden dat in werkelijkheid zaken ook parallel kunnen lopen. De stappen worden hieronder één voor één uitgelegd. Het tijdspad om de doelen van de warmtetransitie te behalen loopt tot 2050.
Figuur 3: Schematische weergave van de verschillende fasen binnen de warmtetransitie. Stappen kunnen ook parallel worden gezet.
3.2. Maatregelen in het gebouw: in alle gevallen isoleren Ongeacht de meest geschikte duurzame warmteoptie voor een buurt, is het van belang dat we de warmtevraag terugdringen en andere noodzakelijke gebouwaanpassingen doen. We nemen in de Transitievisie Warmte als uitgangspunt dat zoveel mogelijk gebouwen het niveau ‘transitiegereed’ moeten hebben bereikt. Met transitiegereed bedoelen we dat het gebouw klaar is voor de overstap naar een aardgasvrij-oplossing. Daarvoor zijn de volgende maatregelen in het gebouw nodig: voldoende isolatie om de woning comfortabel te verwarmen op de koudste dagen van het jaar, aanpassing van de binneninstallatie en elektrisch koken. Met dit
17
niveau kunnen naoorlogse woningen met 50°C tot maximaal 70°C verwarmd worden. Een temperatuur lager dan 50°C is ook mogelijk als de binneninstallatie daarvoor geschikt wordt gemaakt. Vooroorlogse woningen kunnen verwarmd worden op maximaal 70°C. Op basis van de laagste maatschappelijke kosten is dit een spijtvrij niveau waarmee we woningen geschikt maken voor meerdere warmteopties. Relatief nieuwe woningen hebben dit niveau vaak al bereikt. Bij oudere woningen, waar bijvoorbeeld nog weinig isolatiemaatregelen genomen zijn, moet er juist meer gebeuren. Die woningen zullen dus meer tijd nodig hebben om transitie gereed te worden. Uiteraard moet rekening worden gehouden met de renovatiegeschiedenis van woningen. De volgende paragraaf beschrijft de verschillende warmteopties als alternatief voor aardgas. Vervolgens gaan we in 3.4 in op de verduurzaming van warmtebronnen. Een gedetailleerde, technische beschouwing is opgenomen in de Technische notitie in het bijlagedocument. 3.3. Warmteopties 3.3.1. Warmtenet Een warmtenet is een infrastructuur van ondergrondse, geïsoleerde leidingen die warm water vervoert naar meerdere gebouwen. Er is dan sprake van een collectieve warmtevoorziening. In de woning is qua techniek alleen een afleverset aanwezig. Een afleverset zorgt voor de warmteoverdracht van het warmtenet naar de woning.
De temperatuur van het aangeleverde warme water moet voldoende zijn om de woningen te kunnen verwarmen. Voor enkele gebieden in Vught zal een midden temperatuur warmtenet dat 70°C levert op de koudste dagen van het jaar de laagste maatschappelijke kosten hebben. Bij dit temperatuurniveau is er een technisch en economisch optimum met de warmtevraagbeperking die hoort bij transitie gereed. Warmtenetten hebben als belangrijk kenmerk dat er investeringen in de infrastructuur nodig zijn. Een warmtenet moet namelijk ondergronds een plek krijgen in de wijk, waar ook al andere kabels en leidingen lopen. Hierdoor zijn warmtenetten financieel voornamelijk haalbaar in gebieden met een hoge bebouwingsdichtheid. Bij een lagere bebouwingsdichtheid zijn de kosten voor een warmtenet te hoog ten opzichte van het aantal gebouwen dat warmte afneemt. Een ander belangrijk kenmerk van warmtenetten is dat gebouwen in een relatief kort tijdsbestek aangesloten moeten worden op een warmtenet, om daarmee voorinvesteringen te beperken (“vollooprisico”) en zo snel mogelijk de bron kunt verduurzamen. Lokale energieopslag kan een mogelijke pilot zijn om te werken met het opvangen van de energievraag bij pieken. Een variant op het warmtenet is een laagtemperatuurwarmtenet met een maximale aanvoertemperatuur van circa 40°C.
Echter, om een laagtemperatuur warmtenet mogelijk te maken is er voldoende dichtheid, voldoende isolatie én voldoende schaalgrootte nodig. In de bestaande bouw moeten daarnaast alle radiatoren vervangen worden om geschikt te zijn voor verwarmen op laagtemperatuur. De maatschappelijke kosten zijn daarom hoger dan bij een middentemperatuur warmtenet. Voor grootschalige nieuwbouwontwikkelingen kan deze warmteoptie wel interessant zijn. 3.3.2. All electric ‘All electric’ betekent dat er in de buurt wat betreft energie in principe alleen nog een elektriciteitsnet onder de grond ligt. Er is dan een warmte-opwekinstallatie in de woning of het gebouw nodig die elektriciteit gebruikt. Bijvoorbeeld een warmtepomp die warmte haalt uit de buitenlucht of de bodem. Iedere individuele vastgoedeigenaar kan op ieder moment de keuze maken om zijn huis niet alleen te isoleren, maar ook de gasketel te vervangen door bijvoorbeeld een warmtepomp. De individuele vastgoedeigenaar is dus veel minder afhankelijk van keuzes en beperkingen van andere vastgoedeigenaren in de straat, of in de buurt. De capaciteit in het bestaande elektriciteitsnet is echter beperkt en die capaciteit is bovendien ook nodig voor elektrische mobiliteit, zonnepanelen op daken en elektrisch koken. Het elektriciteitsnet zal dan ook bijna overal verzwaard moeten worden, maar extra verzwaard in buurten die all electric worden.
Hiervoor is mogelijk ook ruimte in de openbare ruimte nodig voor extra transformatoren. Buurten waar all electric oplossingen de laagste maatschappelijke kosten hebben, zijn meestal buurten met veel eengezinswoningen, gebouwd na 1990. In deze buurten hoeven vaak alleen de radiatoren en het
18
gasfornuis vervangen te worden om de overstap naar all electric te kunnen maken. Vervanging van radiatoren is dan nodig om de binneninstallatie geschikt te maken voor lage temperatuurafgifte via vloerverwarming of andersoortige lage temperatuurverwarming. In deze buurten is het gasnet doorgaans nog nieuw, evenals de gasketels. Tegelijkertijd zijn deze buurten al goed geïsoleerd, waardoor er relatief weinig klimaatwinst valt te behalen. Dit pleit ervoor om in deze buurten de volledige transitieperiode te benutten en het tempo van gebouweigenaren aan de houden. Binnen all electric zijn nog veel innovaties te verwachten de komende jaren. De belangrijkste innovaties zijn warmtepompen die ook efficiënt hoge temperaturen kunnen maken en innovaties op het gebied van energieopslag in de woning. Eventuele geluidshinder en ruimtebeslag kan hierbij ook een rol spelen. Deze innovaties kunnen op termijn leiden tot een besparing van maatschappelijke kosten, bijvoorbeeld doordat het elektriciteitsnet minder hoeft te worden verzwaard of omdat ook oudere, complexe buurten gasvrij kunnen worden. Ook dit pleit ervoor om in deze buurten de volledige transitieperiode te benutten. Bronnet Een variant van all electric is het lokale bronnet.
Een bronnet is een lokale, kleinschalige warmtevoorziening in de vorm van een zeer lage temperatuur warmtenet waar één of meerdere gebouwen in een gebied op zijn aangesloten. Net zoals bij all electric staat in het gebouw of de woning een warmtepomp. In plaats van de bodem of buitenlucht gebruikt deze warmtepomp het aangevoerde water van het bronnet. Het aangevoerde water kan ook gebruikt worden voor koeling. We zien deze vorm van all electric dan ook vaak terug op bedrijventerreinen en kantoorparken, waar lokale bronnetten logisch zijn vanwege de koudevraag. De bron van het bronnet is vaak ondiepe bodemenergie of oppervlaktewater (aquathermie). Ook bij deze variant moet de capaciteit van het elektriciteitsnet in de buurt vaak worden verhoogd. Bronnetten worden veel toegepast bij utiliteitsgebouwen, omdat deze gebouwen naast een vraag naar warmte vaak ook een koudevraag hebben. Door de omvang van het gebouw is het elektriciteitsgebruik vaak hoog. Vanwege de lage energiebelasting op elektriciteit zijn de kosten voor het aardgasvrij maken met warmtepompen daarom relatief laag. Een bronnet heeft in vergelijking met een warmtenet een kleine ondergrondse impact. Echter, toepassing van bronnet geeft op lange termijn risico's voor grondwatervervuiling.
Het doorboren van beschermende kleilagen en het inbrengen van lussen met mogelijk verontreinigende stoffen in de diepere grondwaterlagen is niet wenselijk. 3.3.3. Gasnet: op termijn duurzaam gas In buurten met relatief veel vooroorlogse bebouwing is zowel all electric als een warmtenet met de huidige stand van de techniek doorgaans kostbaar of niet inpasbaar. In Vught zien we dit type woning vooral in het noorden, het centrum en Schoonveld. Daarbij geldt dat sommige woningen al veel gedaan hebben qua isolatie, waarmee de kosten naar aardgasvrij uiteraard minder zijn. Waar dit niet is gedaan, is het inpassen lastiger, dat komt onder andere door drukte in de ondergrond en door de oude, soms monumentale staat van de bebouwing die werkzaamheden kostbaar en technisch ingewikkeld maken. Met de kennis van nu is het in dat geval daarom logischer om het bestaande gasnet hier vooralsnog te handhaven en op termijn over te stappen op hybride warmteoplossingen die alleen nog op de koudste dagen gas gebruiken. Randvoorwaarde is dan wel dat er op termijn voldoende duurzaam gas beschikbaar is voor deze resterende gasvraag, zoals groengas of waterstofgas.
Aangezien duurzaam gas zeer schaars is en voorlopig ook zal blijven, gaan we in deze buurten veel gas besparen door middel van isolatie, hybride warmtepompen en door naoorlogse gebouwen wel zoveel mogelijk gasvrij te maken met bijvoorbeeld all electric. Op buurtniveau realiseren we daarmee een gasbesparing van ongeveer 70%. 3.3.4. Variatie binnen buurten: ‘opt-out’ Een belangrijke nuance bij de verschillende warmteopties is dat er zelden sprake is dat een buurt volledig op één warmteoptie overgaat. Om uiteenlopende financiële, technische of andere, lokale redenen kunnen gebouweigenaren kiezen voor andere warmteopties dan de optimale warmteoptie op wijkniveau. Dat noemen we ‘opt out’. Eigenaren hebben en behouden binnen de huidige wetgeving keuzevrijheid om te kiezen voor een warmteoptie van hun eigen voorkeur. Dit betekent bijvoorbeeld dat vastgoedeigenaren kunnen kiezen over te stappen op all electric, ook in een buurt waar het voor de hand ligt dat het gasnet blijft liggen. De gemeente heeft niet de bevoegdheid om het gasnet te laten verwijderen. Wel wordt de Wet collectieve warmtevoorziening
19
(Wcw) binnenkort verwacht. Met deze wet kan de gemeente warmtekavels aanwijzen waarmee woningeigenaren moeten aansluiten op een warmtenet, tenzij zij kiezen voor een ander duurzaam en gasvrij alternatief, zoals all electric. Opt-out gaat in principe altijd om gasvrije, individuele of kleinschalig collectieve warmteopties. In de praktijk gaat het om all electric of lokale bronnetten met bijvoorbeeld WKO. Maar in sommige gevallen kan het ook zijn dat een complex wordt aangesloten op een warmtenet, terwijl voor de wijk als geheel een warmtenet niet als meest logische oplossing wordt gezien. We maken per warmteoptie een inschatting van het percentage optout. In buurten waar het gasnet blijft liggen, is het wenselijk dat juist zoveel mogelijk gebouweigenaren kiezen voor gasvrije warmteopties om zoveel mogelijk gas te besparen en toekomstig duurzaam gas zo efficiënt mogelijk in te zetten. In een warmtenetbuurt is het juist gunstig als opt-out zo klein mogelijk is, in verband met de haalbaarheid van het warmtenet. 3.4. Inzet op duurzame bronnen Alle energie die we na het treffen van de energiebesparende maatregelen nog verbruiken, moet op den duur komen uit duurzame bronnen. Bij iedere energie-infrastructuur (elektriciteitsnet, warmtenet en gasnet) horen andere bronnen, energiedragers en installaties in de woning.
De transitie naar volledig duurzame bronnen zal daarom verschillen per energie-infrastructuur: •
Bij warmtenetten zal de warmte uit duurzame bronnen komen, zoals geothermie, aquathermie of bijvoorbeeld restwarmte uit datacenters, zwembaden, supermarkten, industriële bakkerijen etc.. De pieklast van ca. 20% blijft afhankelijk van gas en zal ingevuld moeten worden met duurzaam gas.
•
Voor het elektriciteitsnetwerk: elektriciteit zal in 2050 grotendeels duurzaam opgewekt worden, vooral met wind en zon. Er blijft een piekvraag over die met de kennis van nu fossiel of nucleair gaat worden ingevuld.
▪
Daar waar het gasnet vooralsnog blijft liggen, zal aardgas worden vervangen door een klimaatneutraal alternatief, bijvoorbeeld groen gas. Of groene waterstof bij een hoge-temperatuur warmtevraag, zoals in de industrie.
Vaak zal een mix van diverse duurzame bronnen en warmteopties nodig zijn. Sommige bronnen zullen lokale bronnen zijn, voor andere bronnen is mogelijk sprake van regionale inzet. In de RSW (regionale structuur warmte) zijn de potentiële bronnen weergegeven. Voor de specifieke potentie en haalbaarheid zal altijd vervolgonderzoek nodig zijn. In tabel 1 is een samenvatting van de verschillende warmteopties gegeven.
Schil
Warmtenet
All electric
Gasnet
Op natuurlijke momenten het
Op natuurlijke momenten het
Op natuurlijke momenten het
maximale doen binnen de bestaande
maximale doen binnen de bestaande
maximale doen binnen de bestaande
schil (transitiegereed)
schil (transitiegereed).
schil (transitiegereed).
Techniek in de
Midden-temperatuur afgiftesysteem
Laag-temperatuur afgiftesysteem en
Midden-temperatuur afgiftesysteem
woning
en een afleverset. Relatief weinig
een warmtepomp. Relatief veel
en een hybride warmtepomp. Relatief
impact in de woning.
impact in de woning.
veel impact in de woning.
Warmtenet. Relatief veel impact in de
Extra verzwaard elektriciteitsnet. Enig
(Bestaande) gasnet. Relatief weinig
ondergrond.
impact in de ondergrond en openbare
impact in de ondergrond.
Infrastructuur
ruimte. Bronnen
Mix van duurzame, lokale bronnen.
Landelijke, op termijn duurzame
Bij lage temperatuur bronnen hoort
elektriciteitsmix.
Op termijn duurzaam gas
nog een collectieve warmtepomp. Variatie in de
All electric en lokale bronnetten. Opt-
buurt (‘opt out’)
out is onwenselijk.
Tabel 1: Samenvatting van verschillende warmteopties
20
Lokale bronnetten.
All electric en lokale bronnetten. Optout is wenselijk.
4. Transitiepaden en startkansen naar aardgasvrij In dit hoofdstuk schetsen we per buurt in gemeente Vught een transitiepad voor een duurzame warmteoptie. We kijken per buurt niet alleen naar de warmteoptie, maar ook naar de fasering, het handelingsperspectief (welke stappen kan een gebouweigenaar wanneer nemen), de lokale kansen en ontwikkelingen, en naar onzekerheden waar we mee om moeten gaan. Samen vormen die onderdelen het transitiepad van een buurt. We eindigen dit hoofdstuk met een kaart, die per buurt het transitiepad en het perspectief richting duurzame warmteopties weergeeft: de transitiekaart. In een transitiepad schetsen we per buurt de route om tot een warmteoptie te komen. In het transitiepad schetsen we zowel een fasering als tussenstappen, hoe we omgaan met afwijkende keuzes van gebouweigenaren (‘opt-out’) en wat voor aanpak erbij hoort, zoals een gebiedsgerichte aanpak of een doelgroepgerichte aanpak. In deze paragraaf lichten we toe hoe we tot de transitiekaart zijn gekomen, waarin de transitiepaden per buurt staan. Met de projectgroep hebben we een validatie gedaan van de robuuste analyse voor Vught om te komen tot de transitiepaden en transitiekaart. 4.1. Lokale validatie van de vergelijkende analyse We zijn gestart met een analyse die bestaat uit een vergelijking van twee rekenmodelstudies (Over Morgen en PBL3).
Deze vergelijkende analyse laat zien in welke buurten er een robuuste uitkomst is vanuit meerdere modellen en waar er geen of minder consensus is tussen de modellen. De analyse is de basis voor de keuze van een warmteoptie en transitiepad per buurt. Rekenmodellen werken echter op basis van allerlei aannames en inputdata en bevatten diverse onzekerheden. Daarom zijn de uitkomsten gevalideerd en verrijkt met lokale kennis door de projectgroep. Hiervoor zijn verschillende werksessies georganiseerd waarin onderdelen van de TVW in concept zijn voorgelegd aan stakeholders en inhoudelijk besproken. De ontvangen feedback is vervolgens verwerkt in de daarop volgende versies van de TVW. Dit proces heeft uitiendelijk geleid tot de versie TVW 1.0 (zie ook bijlage 2). 4.2. Transitiepaden naar een toekomst zonder aardgas 4.2.1. Wat zijn transitiepaden? Transitiepaden zijn reële routes om stapsgewijs toe te werken naar een duurzame warmtevoorziening in 2050. De transitiepaden helpen om handelingsperspectief te bieden aan bewoners en andere stakeholders door op hoofdlijnen te beantwoorden wanneer welke stap gezet kan worden. Elke buurt heeft een transitiepad. De transitiepaden zijn echter niet in beton gegoten.
Ze geven houvast om gebouwen klaar te maken voor de meest geschikte warmteoplossing, maar laten ruimte voor innovaties aan bronzijde en systemen in de woning en voor beleidsmatige en financiële ontwikkeling. Een periodieke actualisatie van de TVW is daarom ook nodig. 4.2.2. De transitiekaart In figuur 4 zijn de transitiepaden per wijk voor gemeente Vught weergegeven.
3 https://themasites.pbl.nl/leidraad-warmte/2020/.
21
Legenda transitiepaden Gemeentebreed incl. buitengebied: Besparen en transitiegereed maken* van gebouwen. Zo veel mogelijk overstappen op natuurlijke momenten (geplande renovaties van woningen, verbouwingen, verhuizingen). Hybride als basis, volledig elektrisch waar kansrijk: overstappen op hybride warmteoplossing, maar all electric waar het echt kan. Een resterende gasvraag op termijn duurzaam invullen. Periodiek herijken: lokaal overstappen naar gasvrije opties, anders hybride. Periodiek herijken om opnieuw kansen naar aardgasvrij te verkennen Maatwerk werklocaties: gebiedsgerichte aanpak met individuele en kleinschalig collectieve warmteopties voor bedrijven/ utiliteitsgebouwen. Directe startkansen: In deze gebieden zal tussen nu en 2025 worden gestart met planvorming of haalbaarheidsonderzoeken naar aardgasvrij of de stappen daartoe. Samenwerkingsgebieden: potentiële startkansen waarbij eerst moet worden verkend of samenwerking tussen stakeholders mogelijk is. Clusters all electric: potentiële startkansen voor clusters van woningen voor all electric binnen het transitiepad ‘Vooralsnog hybride warmteoplossing en duurzaam gas’.
Transitiepaden naar aardgasvrij In deze kaart staan transitiepaden, ofwel kansrijke routes naar een toekomst zonder aardgas. Hierin maken we onderscheid tussen twee perioden: eerst gaat het om de transitie naar 2030, vervolgens gaan we werken aan een volledig aardgasvrij Vught in 2050. Besparen en transitiegereed maken* van gebouwen is in alle paden belangrijk. We zetten deze stappen op natuurlijke momenten en waar dit niet al gebeurd is. Daarnaast zijn er ook verschillen in de aanpak en stappen per pad, zoals in de legenda duidelijk wordt. Welk pad past bij welk gebied is afhankelijk van de eigenschappen van en kansen in dat gebied.
Alles gekleurd, overal starten? De doelstelling is om in 2050 woningen en gebouwen in gemeente Vught aardgasvrij te verwarmen. Alle buurten zullen hier dus op den duur mee aan de slag moeten, daarom hebben alle buurten een transitiepad. Belangrijk om te realiseren bij het lezen van de kaart, is dat de (tussen)stappen en de snelheid en intensiteit daarvan, sterk kunnen wisselen. En dat een transitiepad een proces beschrijft en niet een moment waarop de schop in de grond gaat. Concrete stappen zoals een buurtaanpak of een haalbaarheidsonderzoek vinden plaats in uitvoeringsplannen als vervolg op de Transitievisie Warmte. Pas in deze uitvoeringsplannen kunnen keuzes gemaakt worden voor de dominante infrastructuur in de wijk die voor een aardgasalternatief moeten zorgen. Tot die tijd zien we in vrijwel alle buurten dat besparen en klaarmaken voor aardgasvrij de eerste stap is. Dat zal gebeuren op natuurlijke momenten, bijvoorbeeld bij renovaties of bij afschrijving van de CV-ketel. Maar alleen als dat ook haalbaar en betaalbaar is voor de gebouweigenaar. Het doel van de Transitievisie Warmte en de kaart met transitiepaden is om inzicht te bieden in de richting voor de komende jaren. Inwoners en stakeholders kunnen hierop anticiperen door de kansen verder te verkennen en te ontdekken welke handelingsperspectieven er zijn.
Dit inzicht is voor alle buurten interessant, vandaar dat alle buurten gekleurd zijn.
4.2.3. Transitiepaden voor gemeente Vught We onderscheiden verschillende transitiepaden, afhankelijk van de eigenschappen van en kansen in de buurt. Zie hiervoor bijlage 2. Maatregelen voor besparing en het klaarmaken van gebouwen (zie hoofdstuk 3) is in alle paden belangrijk. We zetten deze stappen op natuurlijke momenten en waar dit kan en niet al gebeurd is. Daarnaast zijn er ook verschillen in de aanpak en stappen per route. Voor specifiek Vught onderscheiden we enerzijds drie (gebiedsgebonden) transitiepaden en anderszijds een gemeentebrede aanpak die relevant zijn voor alle transitiepaden: •
Gemeentebreed: besparen en transitiegereed maken4 van gebouwen met een doelgroepgerichte aanpak. Lokaal aardgasvrij. Zo veel mogelijk overstappen op natuurlijke momenten
•
Hybride als basis, volledig elektrisch waar kansrijk: overstappen op een hybride warmteoplossing, maar all electric waar het echt kan. Een resterende gasvraag op termijn duurzaam invullen.
•
Periodiek herijken: lokaal overstappen naar gasvrije opties, anders hybride warmteoplossing. Voorkeursoplossing echter nog niet helder. Daarom periodiek herijken om opnieuw kansen naar aardgasvrij te verkennen.
•
Maatwerk werklocaties: gebiedsgerichte aanpak met individuele en kleinschalig collectieve warmteopties voor bedrijven.
Gemeentebreed: besparen en transitiegereed Maatregelen voor besparing en het klaarmaken van gebouwen is voor heel Vught belangrijk. We zetten deze stappen op natuurlijke momenten en waar dit niet al gebeurd is. Hoe (verdere) stappen gezet kunnen worden, is afhankelijk van het type woning. Uit data-analyse is gebleken dat het gasverbruik in Vught relatief hoog is ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Dit heeft voornamelijk te maken met het feit dat de woningen in Vught gemiddeld groter zijn. De gemiddelde warmtevraag is daartegen lager, maar dit verschilt sterk per gebouw en buurt. In de regio is het verbruik en de warmtevraag van Vught vergelijkbaar met Boxtel en Sint Michielsgestel (zie tabel 2).
Elektrisch koken, aanpassing van de binneninstallatie en voldoende isolatie met als ambitie om de woning tot 50 graden te verwarmen, en bij uitzondering maximaal 70 graden op de koudste dagen van het jaar. Dit zijn spijtvrije maatregelen. 4
Tabel 2: gasverbruik en warmtevraag regio en landelijk
Ruim de helft van de huidige woningvoorraad in Vught heeft een bouwjaar van voor 1975. Het gaat hier om ruim 6.500 woningen (zie figuur 4). Voor deze woningen is naar verwachting dan ook sprake van een enorme isolatieopgave (rood). Voor een deel van de overige woningen, bouwjaar 1991-2005, is reeds sprake van een minimum isolatieniveau (groen). Bij een kleiner deel van de woningvoorraad, bouwjaar na 2005, is de huidige isolatie in feite voldoende zonder noodzakelijke aanpassingen voor een alternatieve warmteoplossing (blauw).
Figuur 4: aantal woningen per bouwperiode in Vught
De transitieroutes voor woningen in de verschillende bouwperioden voor energiebesparing zijn als volgt: Bouwjaar
Transitieroute
<1950
Focus op isolatie, maatwerk in verband met grote diversiteit
1950 – 1975
Isolatie met gestandaardiseerde aanpak naar transitiegereed (bij voorkeur tot 50ºC, maar maximaal 70ºC) met oog voor maatwerk.
1975 – 1990
Isolatie met gestandaardiseerde aanpak naar transitiegereed (bij voorkeur tot 50ºC, maar maximaal 70ºC) met oog voor maatwerk. Als (al) nageïsoleerd: hybride warmteoplossing mogelijk.
>1990
Hybride warmteoplossing als tussenstap naar uiteindelijk all electric. All electric is mogelijk bij basisisolatie (>2005).
In alle gevallen is de individuele situatie leidend, met het oog op betaalbaarheid en de overstap op natuurlijke momenten. Een actualisatie van de Transitievisie Warmte in uiterlijk 2025 moet beter inzicht geven in de beschikbaarheid voor waterstof of ander duurzaam gas en de inzetbaarheid van warmtepompen.
24
Transitiepad Hybride als basis, volledig elektrisch waar kansrijk Transitiepad
Toelichting
Gebouwen
Het transitiepad ‘hybride als basis, volledig elektrisch waar kansrijk’ is van toepassing op meerdere wijken en gebieden, namelijk: Villapark, Loonsebaan, Loyola e.o. de kernen Helvoirt en Cromvoirt, maar ook het buitengebied. Dit betekent voor deze wijken, kernen en gebieden dat het gasnet, indien een aardgasvrije optie niet mogelijk is, voorlopig blijft liggen ten behoeve van de koudste dagen in het jaar, omdat alternatieven zoals een warmtenet voor de meeste gebouwen nog te kostbaar zijn. In de aangewezen wijken en gebieden voor dit transitiepad is de bebouwingsdichtheid immers relatief laag (10 tot 22 woningequivalanten per hectare), meer diversiteit qua bouwtypen en/of bouwjaar, is isolatie niet eenvoudig of de afstanden te groot voor een collectieve voorziening. De ambitie voor dit transitiepad is voor deze wijken dan ook een all electric warmteoplossing. Echter, mede op basis van de laagste maatschappelijke kosten wordt voorlopig een hybride warmteoplossing en duurzaam gas als een realistisch transitiepad aangehouden. Voor dit transitiepad is het belangrijk dat alle gebouwen in eerste instantie op natuurlijke momenten naar transitiegereed gaan: het basisniveau van isolatie, installatie en elektrisch koken. Realistisch gezien zal het niveau transitiegereed voor vooroorlogse buurten niet voor alle gebouwen mogelijk blijken.
Tegelijkertijd zullen lokale initiatieven laten zien dat de opt-out in sommige gevallen mogelijk is. Voor enkele clusters in de wijken en gebieden voor dit transitiepad is een alternatief wel degelijk realistisch. Het gaat dan voornamelijk om woningen die al goed geïsoleerd zijn of kunnen worden (bouwjaar na 2005) waardoor een all electric oplossing kansrijk is. Ook zal voor een deel van deze woningen vervanging van de huidige CV-ketel naar verwachting op korte termijn aan de orde zijn. In de wijk Loyola gaat het bijvoorbeeld om woningen rondom de straten John Frisolaan en Prinsenhage (eventueel inclusief de woningen rondom Amalia van Solmslaan in de aangrezende wijk Vughtse Heide en Lunetten binnen het transitiepad ‘periodiek herijken’, waarbij vervanging van de CV-ketel pas rond 2030 aan de orde is). In de wijk Loonsebaan gaat het om een cluster van woningen aan de Koepelweg. In de kern Helvoirt gaat het bijvoorbeeld om een cluster van woningen rondom de Sterrennacht. Zie ook de transitiekaart. Een nadere afbakening van het gebied moet nog plaatsvinden.