CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Notitie zon- en windenergie

Raadsvergadering 19 mei 2022, gemeente VughtBij agendapunt: Burgerinitiatief Duurzaam Cromvoirt7.979 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Op weg naar een zon- en windvisie voor de gemeente Vught Denk mee en reageer! Nederland wil steeds minder fossiele brandstoffen gebruiken en minder CO uitstoten. Dit is vastgelegd in de Klimaatwet. Ook de gemeente Vught moet en wil hier een bijdrage aan leveren.

Daarvoor komen er zonnevelden en/of windmolens in onze gemeente. Waar deze zonnevelden en/of windmolens komen, moet nog worden bepaald. Op basis van eerdere gesprekken met inwoners, bedrijven en organisaties, heeft het college van burgemeester en wethouders deze notitie gemaakt. In deze notitie worden voorgenomen voorwaarden, locaties en een concept bod van de gemeente Vught voorgesteld. Daarbij worden ook alternatieven gegeven en beargumenteerd waarom het college dit voorstel doet. De grootschalige opwek van energie in onze gemeente is op iedereen van invloed. Het college wil met deze notitie alle inwoners, bedrijven en organisaties nogmaals in staat stellen om te reageren. Uiteindelijk zal deze notitie en alle reacties daarop worden gebruikt om cen zon- en windvisie voor de gemeente Vught te maken. Vanuit de Regionale Energiestrategie (RES) heeft de gemeente Vught de taak om duurzame

elektriciteit op te wekken. Dit heeft impact op onze leefomgeving. Gemeente, inwoners en stakeholders stellen samen de spelregels vast, gericht op het behoud en het versterken van de

landschappelijke kwaliteiten n het cre ren van meerwaarde voor de leefomgeving.

1. Wat moeten we doen?

In de Klimaatwet is vastgelegd dat we, ten opzichte van 1990, in 2030 49% minder CO, moeten

uitstoten en 95% minder in 2050. Over het hoe we dit gaan bereiken zijn afspraken gemaakt in het Klimaatakkoord (energietransitie). Onderdeel van het Klimaatakkoord is het grootschalig

opwekken van duurzame energie. Tot 2030 vindt grootschalige opwek plaats met zonnevelden en/of windmolens. Het Rijk heeft deze taak opgedragen aan 30 regio s, de zogenaamde RESregio s. Vught valt binnen de regio Noordoost Brabant. Binnen deze regio is afgesproken dat iedere gemeente haar eigen deel van de opwek voor haar rekening neemt. De ENERGIE TRANSIT bestaat uit verschillende onderdelen:

=De regionale boergiestrategie (RLS): 30 regio s stellen een strategie op voor de opwek van grootschalige duurzame elektriciteit middels zonne-installatie en of windmolens. Dit

moet in 2030 leiden tot een opwekcapaciteit van 35 TWh; =De zon en windvisie lokale visie op locaties binnen ons grondgebied die geschikt zijn voor grootschalige opwek van duurzame energie. =De Transitievisie warmte: lokale visie waarin het tijdspad tot 2050 opgenomen wordt waarbij wijken aardgasloos worden met daarbij de meest voor de hand liggende alternatieve warmtebron.

=_ Wijkuitvoerinesplannen: de uitwerking van de Transitievisie warmte naar concrete plannen per wijk of buurt.

=_

Lokale initiatieven en projecten alle activiteiten die met en/of door inwoners, co peraties en bedrijven worden ondernomen. Deze initiatieven dragen bij aan het

bereiken van de doelstellingen om energie te besparen en de gebruikte energie te verduurzamen.

Deze notitie richt zich vooral op het opstellen van een zon- en windvisie.

11 Grootschalige opwek van duurzame energie In 2030 moet er minimaal 35 TWh aan elektriciteit op land worden opgewekt. Daarnaast moet er

voor 49 TWh stroom worden opgewekt met windmolens op zee. De regio Noordoost Brabant heeft in de RES 1.0 opgenomen om in 2030, als bijdrage aan het landelijke doel, 1,6 TWh aan

elektriciteit op te wekken met zon en/of wind. De gemeenteraden, provinciale staten en dagelijkse besturen van de Waterschappen en Enexis hebben hiermee ingestemd. De doelstelling

voor 2050 is nog niet definitief bepaald, maar zal zeker een drievoud zijn van de opgave voor 2030. 2030

DOELEN VOOR NOORDOOST BRABANT

2050

11%

Besparing op het gemiddelde enregieverbruik van 5 _ elektriciteit en warmte ten opzichte van 2017

21%

Besparen

5% zopy | Pit staar gelijk an het huidige gemiddelde energieverbuik |, py _ _ van 60.000 woningen Deen

2 L6 TWh NL Opetien ce

8

Dit kan met1.820behulp 100 windmolens of hectarevanzonnepanelen

50 TWh

Figuur 1: RES Noordoost Brabant

Opwek door middel van zon en/of wind De opdracht is om elektriciteit op te wekken met behulp van zonnepanelen of windmolens. Hoeveel zonnepanelen of windmolens er nodig zijn om aan de Vughtse opgave van 0,05

TWh (zie paragraaf 1.2) te voldoen is afhankelijk van meerdere factoren: capaciteit van cen zonnepaneel of een windmolen: zonnepanelen verbeteren nog steeds.

Hoe hoger de capaciteit van een zonnepaneel, hoe minder zonnepanelen er nodig zijn om een hoeveelheid elektriciteit op te wekken. Hetzelfde geldt voor windmolens. De techniek

verbetert, de hoogte stijgt, hetgeen leidt tot hogere opbrengsten; _ vollasturens een vollastuur is een eenheid voor de effectieve opbrengst van een energiebron

met een wisselend vermogen. Het aantal vollasturen geeft aan hoeveel uren het zonnepaneel of de windmolen op vol vermogen elektriciteit heeft geproduceerd;

plaats van de opweklocatie (met name wind): de capaciteit van de opwekinstallatie wordt bepaald door de locatie waar deze zich bevindt. Deze notitie sluit zo veel mogelijk aan bij de uitgangspunten die gebruikt zijn in de RES 1.0

(zie kader volgende pagina). Om uiteindelijk de doelen voor 2030 en 2050 te halen, moet worden ingezet op energiebesparing

en op de opwek van duurzame energie. Daarnaast wordt geleidelijk het gebruik van aardgas teruggedrongen en vervangen door andere, hernieuwbare energiebronnen. Besparing wordt

bereikt door isolerende maatregelen, zuiniger (apparaten)gebruik maar ook door eigen opwek van elektriciteit (zonnepanelen op particuliere daken). Anderzijds wordt de elektriciteitsvraag groter

door gebruik van elektrische voertuigen, koeling van gebouwen (airco s) en door de warmtevraag (alternatieven voor aardgas). Deze toename van het energieverbruik moet worden opgevangen

door extra te besparen en/of extra op te wekken. Dit is al opgenomen in de berekeningen van de RES 1.0.

Er bestaan vele meningen over de hoeveelheid zonnepanelen of windmolens die benodigd zijn om de benodigde hoeveelheid elektriciteit op te kunnen wekken. Dit heeft te maken met

gehanteerde uitgangspunten en omstandigheden. Op het moment dat uitgangspunten en/of omstandigheden wijzigen, veranderen de hoeveelheid benodigde zonnepanelen of windmolens

om een bepaalde hoeveelheid elektriciteit op te wekken. Denk hierbij aan het vermogen van een zonnepaneel of windmolenmolen of een aanpassing van het aantal zonne- of winduren per jaar. Daarnaast wordt gerekend met verschillende grootheden. Hierdoor ontstaan door afrondingen in

de berekeningen snel verschillen. Daarom moeten de cijfers niet te strikt ge nterpreteerd worden maar als richting gevend beoordeeld worden (in de orde grote van). Er worden verschillende eenheden voor elektriciteit gebruikt, bijvoorbeeld Joule (}), Watt (W) en wattuur (Wh). Vaak in combinatie met de algemene voorvoegsels kilo-, mega-, giga-, tera-,

of peta-. Deze geven aan dat men niet spreekt over 1 Joule, maar over veelvouden daarvan. Er wordt met verschillende eenheden gewerkt omdat warmte wordt uitgedrukt in Joule (J), en elektriciteit in wattuur (Wh).

TWh 1 16

MWh 1.000.000 1.600.000

KWh 1.000.000.000

PJ / TJ 3,6 /3.600

1.600,000.000 | 5,8 /5.800

De joule is de algemene eenheid van energie en wordt vaak gebruikt om de hoeveelheid vraag en aanbod van verschillende energiebronnen met elkaar te kunnen vergelijken en verrekenen.

Vaak in termen van terajoule (TJ) of petajoule (PJ). Wanneer wordt gesproken over elektriciteitsverbruik wordt dit aangegeven in wattuur (Wh). Waar energie wordt uitgedrukt in

joule, drukken we elektriciteit uit in wattuur. Dit is de hoeveelheid energie die gebruikt of opgewekt wordt door een machine met een vermogen van 1 watt gedurende 1 uur. Bij

huishoudens spreek men voor het elektriciteitsverbruik van kilowattuur (kWh), of de opgave van 35 terawattuur (TWh) die het Klimaatakkoord stelt voor de klimaattafel Elektriciteit. Onderstaande figuur geeft aan op welke wijze 1 P] aan duurzame energie is op te wekken: 1pj =1.000 TJ

an 0 &

1 windmolen van circa 210 meter tiphoogte (41 MW) produceert in de regio NOB ongeveer

14.700.000 Kwh (= 52T), uitgaande van 3500 vollasturen 1 zonnepaneel van 300 Wp produceert in de regio NOB ongeveer 285 Kwh of 0,001T]

(uitgaande van 950 vollasturen) In deze notitie is aansluiting gezocht bij de cijfers zoals deze in de RES 1.0 opgenomen zijn (zie bovenstaand kader).

1.2 De opgave voor de gemeente Vught De gemeente Vught gaat bijdragen aan de landelijke en regionale doelen. In onze RES-regio is

afgesproken dat elke gemeente haar eigen deel van de opwek voor haar rekening neemt. Het bod dat de regio uitgebracht heeft (1,6 TWh) is, naar verbruik, verdeeld over de individuele

gemeenten. Dit betekent dat de gemeente Vught een opwekcapaciteit moet realiseren van 0,05 TWh (0,18 PJ). In eerste instantie werd uitgegaan van een opgave van 0,04 TWh (0,144 PJ).

Ten opzichte van de concept-RES is het grondgebied van Helvoirt bij de gemeente Vught gevoegd. Dit leidde tot een herschikking van de opgave. Interpretaties, vertaling en afrondingen

van berekeningen die hiertoe gemaakt zijn hebben geleid tot een aanpassing van de opgave. 2030

11%

DOELEN

VOOR VUGHT

Besparing op het gemiddelde enregieverbruik van 5 _ elektriciteit en warmte ten opzichte van 2017

2050 21%,

Besparen

5% hmm Dorzaan

% van | Dit staat gelijk aan het huidige gemiddelde energieverbuik 3 PJ! van xxx woningen 12,2 PJ f

2 0 , 0 5 TWh ER Opvallen hee

Dit kan met57 hectare behulpzonnepanelen van 4 windmolens of

0,15

TWh

Figur 2 RES Vught

De Vughtse opgave zou gerealiseerd kunnen worden door het aanleggen van 57 hectare zonneveld of het plaatsen van 4 windmolens, waarbij een mix van beide vormen mogelijk is. Er

moet dus gekomen worden tot een locatie of locaties waar de grootschalige opwek, de zonnepanelen en/of windmolens, plaats kan vinden. Om de 95% CO -reductie te behalen grocit de opgave tussen 2030 en 2050 verder. Zoals de doorkijk nu gemaakt kan worden groeit de elektriciteitsvraag voor Vught tot ongeveer 0,15 TWh

in 2050, drie maal de opgave die we voor 2030 moeten realiseren. De precieze opgave is onder andere afhankelijk van de wijze waarop er invulling gegeven wordt aan het aardgasvrij maken van

onze gebouwde omgeving, demografische factoren, klimatologische factoren et cetera. Onderstaande figuur 2 visualiseert de opgave. Een toelichting op deze figuur wordt in bijlage 4 gegeven.

1 De regionale opgave warmte is nog niet verdeeld. Vught zal een, nog te bepalen, percentage van de 3 P] respectievelijk 12,2 PJ voor haar rekening moeten nemen.

Lineair scenario naar 100% hernieuwbare

elektriciteit bebouwde omgeving gemeente Vught

so

san,

Toename elektriciteitsvraag bebouwde omgeving in 2030 door ander soort vraag

el

sn x

ad

Koudevraag(airco's in gebouwen) 67 Laadvraagelektrischemobiliteit _ 12 TJ zo

an,

==

Elektrificatie warmte

5OT) -

stige ontwikkelingen

250

totale elektrictetsverbruik gemeente Vucht

zos0

_aandeel hemmleuwbaar naar 100%in 2050

na 2030 grote onzekerheid over uitgangspunten voor bepalen opgave 2050,

Figuur 3: Toename elektriciteissvraag in 2030 en de opgave voor 2030 en 2050?

2. Wat is er al gedaan? Deze notitie is niet de start om te komen tot een zon- en windvisie. Eerder zijn al verschillende stappen gezet om te komen tot dit moment. Deze notitie helpt bij het zetten van de volgende stap naar de visie. 2.1 Eerdere stappen Dit is er eerder al gedaan:

De Regionale Energiestrategie 1.0 is vastgesteld door de gemeenteraad. Hierin werd de Vughtse opgave bepaald.

e Eris in kaart gebracht wat de (technische) potentie is voor zon en wind in de gemeente Vught. Daarbij is gekeken naar wettelijke beperkingen zoals afstand tot woningen en

beschermde natuurgebieden. Zie de potentiekaarten voor zon en wind welke opgenomen zijn in bijlage la en Ib. In juli 2020 zijn twee fysieke bewonersbijeenkomsten gehouden in Vught en Helvoirt.

Hier zijn de potentiekaarten besproken met inwoners en is gezocht naar mogelijke zoekgebieden voor zonnevelden en/of windmolens. In juli 2020 is tevens een digitale enqu te uitgezet waarmee inwoners die niet konden deelnemen aan de bewonersbijeenkomsten hun reactie en mening konden geven op de potentiekaarten. e Op basis van de bewonersavonden en de resultaten van de enqu te is een kaart met

mogelijk zoekgebieden voor zon en wind opgesteld (zie bijlage 2). In het najaar van 2020 is een Provinciale enqu te uitgevoerd waarbij Brabanders gevraagd

is hun mening te geven over (het proces van) de energietransitie.

In april 2021 zijn de zoekgebieden in een webinar besproken met inwoners. Hierbij is toegelicht waarom deze gebieden aangewezen zijn en hoe tot deze eerste keuze gekomen * Voor een toelichting op de figuren wordt verwezen naar bijlage 4 LsSljedRSL

is. Daarna is aan deelnemers gevraagd te reflecteren op de te onderscheiden zoekgebieden.

In de periode april-mei 2021 zijn gesprekken gevoerd met wethouders van buurgemeenten Boxtel, St. Michielsgestel, s-Hertogenbosch en Heusden. Hierbij is

gesproken over mogelijkheden om plannen op elkaar af te stemmen. In mei-juni 2021 zijn gesprekken gevoerd met zogenaamde stakeholders, namelijk: NMV, HOT, VET, MKB Vught, BMF, ZLTO, Jong RES, Enexis, Waterschappen en landgoedeigenaren. Met al deze partijen zijn de zoekgebieden besproken. Daarnaast zijn aandachtspunten en suggesties gevraagd voor de verdere uitwerking. 2.2 De opbrengst van alle gesprekken

Op basis van alle informatie die tot nu toe is opgehaald, zijn de zoekgebieden beoordeeld. Hiervoor is gebruik gemaakt van het overwegingskader dat regionaal is opgesteld en bijgevoegd bij de RES 1.0. Voor elk gebied is gekeken naar de potentie, effect op het landschap, mogelijke koppelkansen, maatschappelijke acceptatie en maatschappelijke kosten en baten. Dit is opgenomen als overzicht in bijlage 3.

3. De spelregels voor grootschalige opwek In de zon- en windvisie worden ook de spelregels opgenomen voor het selecteren van locaties en

het daadwerkelijke opstarten van projecten. Deze spelregels vormen de kaders op basis waarvan wordt bepaald of de gemeente zal meewerken aan initiatieven. 3.1 Wettelijk kader

Er is lokaal zicht op waar er wettelijk gezien windmolens en zonneparken mogelijk zijn. Of anders gezegd, waar ze niet mogelijk zijn. Als gevolg van wet- en regelgeving is het in bepaalde

gebieden niet of slechts beperkt mogelijk om zon- of windprojecten te kunnen realiseren. Voor wind zijn deze belemmeringen groter dan voor zon. Hierbij spelen vele aspecten cen rol, waarbij

de milieuregels rond geluid en slagschaduw, externe veiligheid en natuurbescherming (en Tuchtvaart) belangrijke, harde, beperkingen vormen. Maar ook decentrale regelgeving kent

belemmeringen. Zo bepaalt de Interim Omgevingsverordening(lOV)' van de provincie dat solitaire windmolens (hoger dan 25 meter) niet toegestaan zijn, dit ter voorkoming van

verrommeling. Enkel als er sprake is van minimaal 3 windmolens, opgesteld in lijn of in een cluster, biedt de TOV mogelijkheden. Voor zonnevelden geldt de verplichting om de (cen)

zonneladder toe te passen. Dit betekent dat eerst gekeken dient te worden of zonnepanelen op daken gelegd kunnen worden. Pas daarna komen ongebruikte terreinen binnen de bebouwde

kom in aanmerking. Buiten de bebouwede kom gaat de voorkeur uit naar het combineren van functies (denk hierbij aan [voormalige] vuilnisbelten of bermen van [spoor|wegen). 3.2 Overwegingskader

De regio Noordoost Brabant heeft een overwegingskader opgesteld voor de RES 1.0. Dit kader, zie bijlage 5, is vrijblijvend te gebruiken voor gemeenten. De gemeente Vught wil dit kader mede

inzetten om keuzes te maken voor de zoekgebieden en op termijn mede inzetten in de besluiten rondom de opwek-projecten. In de verdere uitwerking bij het opstellen van de visie wordt dit

kader nader uitgewerkt naar de Vughtse situatie. Om de inpassing van de grootschalige opwek in de omgeving zo optimaal mogelijk en maatschappelijk gedragen plaats te laten vinden, wordt

overwegingskader gespecificeerd op Vught. Dit gericht op, het behoud van, een geaccepteerde L/MapViewer/Defaultaspx:

6

leefomgeving. Er wordt gekeken naar de effecten van zonnevelden en windmolens op mens, dier en milieu. Hoe wordt de overlast beperkt. Hierbij maken we gebruik van (de meest recente)

onderzoeken, ervaringen elders en opgedane interne en externe kennis. Daarbij wordt bijvoorbeeld gekeken naar :

-__Het Solar Research Programme van de Universiteit van Wageningen -_

Onderzoek naar camera-dectectie op windmolens en zwart geverfde wieken

-_ Onderzoek RIVM naar gezondheidseffecten -_

Onderzoek naar de gevolgen op biodiversiteit bij grootschalige opwek van elektriciteit

-_ Onderzoek naar de Sociale Impact van windmolens van de Universiteit van Utrecht 3.3 Vroegtijdig betrekken omgeving In lijn met het coalitieprogramma (Een nieuwe start) worden ook bij het aandienen van

iniatieven belanghebbenden (vroegtijdig) betrokken. Zorgvuldige betrokkenheid in het proces is een vereiste om tot goede projecten te komen. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij het nieuwe

participatiebeleid en de uitgangspunten van de omgevingswet. 3.4 Lokaal eigendom In het nationaal Klimaatakkoord is afgesproken dat voor de grootschalige opwek van elektriciteit

gestreefd wordt naar vijftig procent eigendom (in mede-cigenaarschap of financi le deelneming) van het project door de lokale omgeving. In het bestuursakkoord is de ambitie uitgesproken in

Vught opbrengsten van grootschalige opwek in te zetten voor verdere verduurzaming. Dit kan bereikt worden door investering door/in de omgeving, waarna de voordelen (opbrengsten) van het project ten goede komen aan de Vughtse samenleving. Dit kan op verschillende manieren zoals een omgevingsfonds of esco-achtige projecten (maatschappelijke bv). Er zijn in Nederland

al voorbeelden dat door een goede samenwerking tussen een bewonersco peratie en grondeigenaren zelfs 100% lokaal eigendom is bereikt: wanneer de grondeigenaren niet alleen

hun grond beschikbaar stellen voor de ontwikkeling, maar ook mee-ontwikkelen en medeeigenaar worden van een wind- of zonnepark. Dit leidt tot zeggenschap. Collectief lokaal

eigendom biedt de beste voorwaarden voor het maximaal terugvloeien van de baten naar de lokale omgeving. Hiermee kan een billijke en rechtvaardige grondvergoeding bereikt worden. Dit

vergroot lokaal het draagvlak, voorkomt bezwaar en beroep en verkleint daardoor het financi le risico. Dit kan een win-win inhouden voor zowel de omwonenden als de ontwikkelaar. Lokaal

eigendom kan de leefbaarheid en sociale cohesie vergroten. Er zijn verschillende mogelijkheden voor opbrengstparticipatie. In de praktijk wordt vaak gekozen voor een combinatie van meerdere

opties, afhankelijk van de situatie en van de voorkeur van de omwonenden. Afstemming met de omgeving over deze keuze is hierin cruciaal. Verschillende opties zijn: (mede-eigendom, een

omgevingsfonds, participaties in de vorm van aandelen of obligaties en/of het goedkoop afnemen van de opgewerkte stroom. Hier moet uitganspunt zijn dat iedereen kan meedoen.

Zowel leden van een co peratie die door een financi le deelneming een gezond rendement ontvangen, als leden die niet kunnen of willen investeren, maar wel kunnen meebeslissen over de

winstbestemming van de co peratie. Ze praten dan niet alleen mee over de hoogte van de winst op de investering, maar ook over hoe de winst maatschappelijk wordt ingezet. Het college is voornemens om in de zon- en windvisie vast te leggen dat minimaal vijftig procent

van de opbrengsten van grootschalige lokale opwek ten goede moet komen aan de Vughtse samenleving zelf. Het streven is echter naar honderd procent van deze opbrengst. 3.5 Bewezen technieken en innovatie

De opgave staat vast, maar de fysieke ruimte die nodig is voor het realiseren van de opgave is zeer beperkt. Vanuit de RES wordt uitgegaan van de bewezen technieken zon en wind. Met

zonne-energie wordt concreet grootschalige PV-panelen (zonnepanelen) op daken en velden met PV-installaties bedoeld. Met windenergie wordt de opwekking van elektriciteit uit wind met

n

windturbines bedoeld. Voor een zo constant mogelijk aanbod van duurzame elektriciteit heeft een juiste mix van zonne- en windenergie de voorkeur.

Daarnaast komen er nieuwe, nog niet bewezen, innovatieve technieken om elektriciteit duurzaam op te wekken. Het is niet uit te sluiten dat deze en/of andere innovaties zich in de toekomst ontwikkelen tot interessante opties en initiatieven. Andere vormen van elektriciteitsopwekking zijn momenteel nog te onzeker om op grote schaal toe te passen. We sluiten deze mogelijkheden

en ontwikkelingen echter niet uit. Innovatieve technieken bieden dus nog geen oplossing richting 2030 maar zullen zeker bij de doelstelling voor 2050 een belangrijke rol gaan spelen.

4. Voorstel voor de Vughtse bijdrage Om in 2030 in onze gemeente 0,05 TWh op te wekken met zon en/of wind, moeten nog de nodige stappen gezet worden. Natuurlijk liggen er al zonnepanelen op verschillende daken van sporthallen, scholen en bedrijfspanden. Maar nog veel te weinig. De komende jaren zal moeten

worden ingezet op het verder uitbreiden van zon op dak n van de opwek middels zon en/of wind op land. 4.1 Concept bod

Op basis van de informatie die op dit moment beschikbaar is, is het college voornemens om in de zon- en windvisie de volgende ambities op te nemen: De regionale doelsrelling 40% van grootschalige opwek zon-op-dak ophogen naar 60%. e Projecten te starten met dubbelgebruik zonnepanelen op bijzondere objecten

(geluidsschermen en boven parkeerplaatsen) Energie opwekken in een cluster van windmolens, waarbij als uitgangspunt geldt dat

gestreefd wordt naar samenwerking met buurgemeenten om zo een cluster te vormen waarbij op Vughts grondgebied bijvoorbeeld 1 2 windmolens gerealiseerd worden.

In beginsel geen solitaire zonnevelden in het buitengebied, tenzij er koppelkansen te realiseren zijn ofinitiatieven afkomstig zijn van de grondeigenaren. e Ruimte te bieden voor innovatieve pilots met energieopslag. _De handreiking overwegingskader als uitgangspunt te nemen, waarbij aanpassing naar de lokale Vughtse situatie in de op te stellen visie verwoord wordt.

_De handreiking 50% lokaal eigendom toe te passen, waarbij er naar gestreefd voor lokaal eigendom de 100% zo dicht mogelijk te benaderen. Waarom dit voorstel:

>_ Toepassing van de zonneladder vraagt om zonnepanelen op grote schaal vooral, en in eerste instantie, toe te passen in de bebouwde omgeving zelf. Door op daken, geluidsschermen en boven parkeerplaatsen zonnepanelen te plaatsen, wordt de beschikbare ruimte optimaler benut. Bij het toepassen van zonnepanelen in het

buitengebied dient eerst onderzocht te worden of dubbelgebruik mogelijk is alvorens landbouwgrond of natuurgrond in te zetten voor zonnevelden. Zonnevelden in het buitengebied nemen veel ruimte in. Hierbij dient telkens afweging plaats te vinden tussen ruimtegebruik en biodiversiteit (kwaliteit van de grond vergt een opstelling met meer afstand). Omdat de focus op dubbelgebruik van bestaande bebouwing en bijzondere objecten ligt, richten we ons in eerste instantie niet op de aanleg van grootschalige zonnevelden.

>_ Windenergie vraagt minder ruimte in het buitengebied en is minder kostbaar om aan te sluiten. Het realiseren van de infrastructuur voor zonnevelden is circa driemaal duurder

als voor dezelfde opwek met wind. Een combinatie van wind en zon is vanuit maatschappelijke kosten (infrastructuur) een ideale situatie vanwege het optimale

(constante en gelijkmatige) benutting van het elektriciteitsnet. Een combinatie met opslag van opgewekte elektriciteit draagt ook bij aan een constante benutting van het

elektriciteitsnet en voorkomt dat dit net op piekbelasting ontworpen moet worden. De energieopbrengst van windenergie is constanter. In de RES is zonne-energie oververtegenwoordigd. Voor een meer evenwichtig energicaanbod is het van belang om ook in te zetten op windenergie. Zoals hiervoor aangegeven zorgt de combinatie van zon en wind (al dan niet in combinatie met opslag) voor een optimalere benutting van het elektriciteitsnet.

De totale ambitie levert meer energie op dan de 0,05 TWh die Vught in 2030 moet

opwekken. Deze overprogrammering is van belang, omdat in de praktijk niet alle projecten daadwerkelijk slagen en doorgaan. De optelsom van de projecten die wel

gerealiseerd kunnen worden, zal wel in 2030 de 0,5 TWh moeten opleveren. De voortgang daarvan wordt constant gemonitord en waar nodig bijgesteld. Daarnaast

eindigt de opgave niet in 2030. Naar 2050 komt er nog cen forse opgave bovenop die 3 tot wel 4 maal groter is dan de opgave voor 2030. Door niet de beperking van de opgave

voor 2030 te laten gelden kunnen kansen die zich voor kunnen doen benut worden.

Ambitie Zon-op-dak

Opwekpotentie _ | Toelichting 0,033 TWh? rapport zon op dak , OverMorgen

Dubbelgebruik _ bijzondere | Onbekend

Daken zijn eigendom van derden,

objecten

deze afhankelijkheid vraagt overleg

Windenergie

en afstemming met eigenaren.

0,014-0,028 TWh _ | pagina 1 4 2 windmolens, zie kader op 3

Solitaire zonnevelden

Keuze _ ligt

(dubbelgebruik)

primair

op

bebouwde

omgeving.

Innovatie met opslag

Realiseert geen opwek, betreft verdelingsvraagstuk en afstemming

vraag en aanbod. Figuur 4 Potentie van de voorgenomen ambities >

De energietransitie heeft invloed op iedere burger en iedere organisatie. Door te streven naar maximaal lokaal eigendom worden niet alleen de lasten maar ook de lusten ervaren.

Het biedt kansen om cen zo goed mogelijke, gedragen, leefomgeving te (be)behouden en iedereen in de gelegenheid te stellen om mee te doen in de energietransitie.

Op diverse plekken in Nederland wordt ge xperimenteerd met innovatieve technieken. Niet iedereen hoeft daarbij zelf het wiel uit te vinden. Bovendien zijn de meeste innovatieve technieken pas na 2030 relevant. In Vught willen we ruimte bieden aan pilots met opslag. Dat is de grote opgave voor na 2030 n met opslagcapaciteit kan de druk op het energienet worden beperkt. We zoeken aansluiting bij onze buurgemeenten. Daarbij onderzoeken of er gezamenlijk (opwek)projecten ge nitieerd kunnen worden. Samenwerking biedt voordelen of kan zelfs

noodzakelijk zijn vanwege regels uit de verordening Ruimte van de provincie of maatschappelijke kosten (netwerk). Gelet op de clustering waarbij we afhankelijk zijn van

de samenwerking met onze buren, lijken zoekgebieden wind 1 en wind 4 het meest kansrijk.

heoretische potentie uitgaande van 60 % van 450.000 m2 beschikbaar dakoppervlak met opbrengst 125 KWh/m?. 9

4.2 Alternatieven

Natuurlijk is dit voornemen niet de enige optie om de Vughtse bijdrage aan de RES te voldoen.

Er zijn verschillende alternatieve opties om te voldoen aan onze opgave. In de RES wordt uitgegaan van opwek door zon- en wind omdat dit bewezen technieken zijn. Op dit moment zijn

er geen innovaties die een significante bijdrage kunnen leveren aan de opgave voor 2030. Alternatieven om grootschalige opwek met behulp van windmolens of zon op land te beperken zijn:

P_ Hogere besparinesopsaver de Vughtse opgave is bepaald aan de hand van het huidige energiegebruik, waarbij uitgegaan is van 11% besparing (t.o.v. 2017). Meer besparen leidt dus tot een lagere opgave. Hierbij dient bedacht te worden dat de doelstellingen richting 2050 hoger liggen dan in 2030, namelijk 21%. Anderzijds geldt dat wanneer de besparingsdoelstelling niet behaald wordt, de opwekopgave hoger wordt, er wordt dan immers meer elektriciteit verbruikt. v

Meer zon op dak: (grootschalige) opwek kan plaats vinden op daken van grote gebouwen. De medewerking van gebouweigenaren is nodig om deze daken te kunnen benutten. In ons

voorstel geven we aan naar benutting van 60% van het beschikbaar dakoppervlak te streven. Om dit, en mogelijk een hoger percentage, te bereiken is aanvullend instrumentarium

noodzakelijk. Nader onderzoek naar de technische mogelijkheden van daken moet uitwijzen. of genoemde percentages haalbaar zijn. Daarnaast dienen dak-eigenaren gestimuleerd te

worden tot het beschikbaar stellen van daken. Dit zou kunnen door samenwerking tussen partijen te faciliteren en te stimuleren waardoor voor meerdere partijen gunstige

omstandigheden ontstaan. De te realiseren elektriciteitsopbrengst van 45 hectare zonnepanelen (dit is het theoretisch

potentieel dakoppervlak) is vergelijkbaar met 2 3 windmolens Capaciteit windmolens. De capaciteit van de windmolens bepalen hoeveel er nodig zijn om. aan de opgave te voldoen. Maar die is niet onbeperkt. Hoe groter de windmolen hoe groter de impact op het landschap, maar ook op de maatschappelijke acceptatie. Ook dient onderzocht te worden in hoeverre cen grotere windmolen daadwerkelijk opgericht kan worden. Gelet op de Interim Verordening Ruimte moeten windmolens ook in een cluster geplaatst worden. Dit betekent dat de keuze voor minder dan drie windmolens automatisch inhoudt dat samenwerking met een buurgemeente, waar wind gerealiseerd wordt, noodzakelijk is. Daarnaast kan ook gedacht worden aan kleine windmolens. Hierbij dient

gedacht te worden aan windmolens te gebruiken op of bij particuliere eigendommen die voorzien in de eigen energiebehoefte. Deze opbrengst wordt tot de besparing gerekend. Maar ook molens met een ashoogte van rond de 25 meter zijn voorstelbaar. Dit soort

molens passen niet meer binnen het bebouwd gebied. Onderzoek door de Wageningen Universiteit bevestigen dat de capaciteit van kleine windmolens dermate klein zijn, dat er vele honderdtallen tot wel duizenden nodig zijn om dezelfde opwek te realiseren als met een grote windmolen of zonneveld. Dus ook het gebruik van kleine windmolens hebben hun eigen impact op de leefomgeving. v Solimire zonnevelden. Het gebruik van solitaire zonnepanelen leidt er toe dat er minder zon op dak, minder winmolens of minder besparing gerealiseerd hoeft te worden. Maar

zonnevelden in het buitengebied vraagt ruimte. Deze ruimte in het buitengebied wordt ook geclaimd door andere opgaves zoals het aanplanten van extra bossen, recreatie, ruimte voor

(kringloop)landbouw, (kleinschalige) woningbouw, etc. Zonnepanelen in het buitengebied zijn mogelijk in combinatie met andere opgaven (koppelkansen) waarbij te denken valt aan

de transitielandbouw, initiatieven van grondeigenaren zelf, combinaties die een bijdrage kunnen leveren aan klimaatadaptatie et cetera. Vanzelfsprekend leidt een hoge besparing en

benutting van daken (waaronder infrastructurele werken) tot een lager gebruik van gronden in het buitengebied en vice versa. Hierbij wordt opgemerkt dat vanwege biodiversiteit op 1 45/(315/19)=2,7. 19 windmolens leveren evenveel als 315 ha zonneveld. 10

heetare zonneveld minder panelen (dus cen lager rendement) gerealiseerd kan worden dan v

op dezelfde oppervlakte op bebouwing. Innovatie: innovatieve technieken kunnen bijdragen aan een effici ntere manier van elektriciteitsopwekking of mogelijk een verlaging van de vraag naar elektriciteit. Hiermee kan

de opgave gereduceerd worden. Indien gebruik gemaakt kan worden van opslag van elektriciteit kan het opwekvermogen mogelijk verkleind worden omdat de opgewekte elektriciteit gelijkmatiger gedistribueerd kan worden en meer op het moment dat de vraag daadwerkelijk bestaat (peak-shaving, betere afstemming vraag en aanbod). Beseft moet worden dat innovatieve technieken nog niet bewezen technieken zijn zodat hierop nog niet vertrouwd kan worden bij de opgave van 2030. Naar 2050 zullen innovatieve technieken zeker bijdragen aan de RES-opgave. De opdracht vanuit de RES geeft ook aan de innovatieve technieken nog niet meegerekend worden. Hierbij dient bedacht te worden dat de zon- en windvisie geen statische visie is, Net zoals de RES periodiek herijkt wordt (iedere 2 jaar), kan de visie ook herijkt worden op het moment dat nieuwe inzichten of technieken daarvoor aanleiding geven.

Bij grootschalig opwek van duurzame energie wordt vaak gesproken over kernenergie (incl. thorium) en over waterstof. Beide zien we op dit moment niet als een re el alternatief. Los van het feit dat de RES-opdracht betekent dat de opwek met zon of wind gerealiseerd moeten worden, zijn dit voor de opgave richting 2030 geen haalbare mogelijkheden. Voor een kernenergiecentrale is binnen het grondgebied van de gemeente Vught geen geschikte ruimte aan te wijzen. Daarnaast duurt het proces om te komen tot het in gebruik kunnen nemen van een dergelijk centrale 10 tot 15 jaar. Uiteraard is de capaciteit van cen dergelijk centrale wel zodanig dat hiermee (een groot deel van) de opgave van de regio ingevuld kan worden. Waterstof is een energiedrager, en geen energiebron. Dus waterstof zal gemaakt moeten worden. Voor het duurzaam kunnen maken van waterstof is duurzame elektriciteit nodig, lees zon- en windenergie.

5. Vervolgstappen Het college nodigt iedere inwoner en organisatie in Vught uit om te reageren op deze notitie. Daarvoor worden in november nieuwe bijeenkomsten voor inwoners en stakeholders gepland.

Tegelijkertijd wordt de notitie opini rend besproken in de gemeenteraad. De ontvangen input wordt verwerkt in een zon- en windvisie. Het concept van deze visie wordt

ook met inwoners, stakeholders en gemeenteraad gedeeld met als doel input te ontvangen. Hierna zal de visie definitief gemakt worden waarna besluitvorming in de raad plaatsvindt. Gestreefd

wordt deze besluitvorming in de eerste helft van 2022 te laten plaatsvinden.

ed ee te

1

Bijlage la: potentiekaart zon (april 2020) Potentiekaart zon

Vught (na herindeling Haaren)

4

e

IE SS

Gee geode ageriche gender) sen oge harsen vor zomerelden

Legenda

N

(en zon op dak > 15 tio

o

1

2

mmm 12

Bijlage 1b: potentiekaart wind (april 2020) Potentiekaart wind

Vught (na herindeling Haaren) zn gein (grriche gronden) bege moge arsan vor ommen

Legenda | oogspaningsverndng Temetoogspannng cone

| ousengen

(MN ostidingen contour panegrose werven Harde blemmerngen gelucregelser|

|

ogen

| vats zooo geieden [B vaurgeieden NNS

13

Bijlage 2: kaart potentiele zoekgebieden (april 2021) mam Zoekgebied windmolens ws Zoekgebied zonnepanelen Gemeentegrens

Cromvoirt v

DeloonseenDrunenseduinen

De zenkig

Helvoirt v

Bijlage 3: Opbrengst eerdere participatie met inwoners en stakeholders.

Potentie Zon 1 __ | Concurreert met gebiedsopgave

duurzame landbouw

Mogelijk samenwerking andere projecten. Netwerk vraagt aandacht

Landschap

Koppelkansen

Agrarisch gebruik

Dubbel ruimtegebruik met landbouw _ | Gebied kent landbouw en recreatieve _ | Groot ruimtebeslag

Opgave duurzame landbouw

Mogelijk samenwerking andere projecten. Netwerk vraagt aandacht

Zon 3 _ | Solitair gebied

functie.

Mogelijk dubbel ruimtegebruik

Gebied kent landbouw en recreatieve _ | Groot ruimtebeslag

Gelegen bij N2000 en NNB Agrarisch gebruik Open gebied

waterberging

Geen synergie mogelijk

Dubbel ruimtegebruik landbouw

Geen aangewezen waarden gebied Landschappelijk inpasbaar Zon 4 | Geen bijzondere gebiedsopgave naast __| Agrarisch open gebied. Dubbel ruimtegebruik landbouw huidig functie landbouw. Landschappelijk inpasbaar (aan het zich | Combi PV en warmte-opwek, afnemers Zon5 _ | Samenwerking en afstemming met

project N65 mogelijk

Relatief ver van station

koppeling met wind 1 of buurgemeente mogelijk

functie. Relatiefver van station Natuurfunctie (weidevogel) koppeling met wind 2 mogelijk Mogelijk andere opgaven (waterberging) Groot ruimtebeslag

Geen andere gebiedsopgave

te onttrekken)

Maatschappelijke kosten en baten

Potentieel nieuw verdienmodel

Landschappelijk inpasbaar (aan het zicht |Mogelijk aansluitend bij gebied wind 1. te onttrekken) Open gebied

Zon 2 _ | Concurreert met gebiedsopgave natuur. | Aangewezen als weidevogelgebied

Maatschappelijke acceptatie

Gebied heeft landbouwfunctie.

Geen synergie mogelijk voor station/infrastructuur Groot ruimtebeslag Geen synergie mogelijk voor

aanwezig.

station/infrastructuur

Landschap wordt doorkruist door

Voorzieningen Rijksinfra gebruiken

Gebruik van bestaande infrastructuur is_|

Mogelijk combi met warmte opwek Groot ruimtebeslag

transportas N65

voor opwekinstallatie

eenvoudiger dan gebruik van

Combinatie mogelijk met herinrichting

Mogelijk in combinatie met omliggende

Energieopwek kan waarde toevoegen _ | landbouwgrond

bestaande infrastructuur.

gronden, die weliswaar thans agrarische

aan RI project(en)

Mogelijk combi met warmte opwek

functie hebben.

Wind 1_|

Mogelijk synergie met ander winden __ | Sluit aan bij bestaande doorsnijding van | Koppelkans met zon-gebied mogelijk _ | Windmolens hebben grote invloed op _ | Klein ruimtebeslag zon projecten.

landschap

Koppelkans met natuurontwikkeling

de leefomgeving

Netwerk vraagt aandacht

Gelegen dicht bij natuur

Dubbelruimtegebruik met landbouw _| Woondichtheid gebied is gering.

Vraagt relatief weinig ruimte

Wind 2 _| Mogelijk synergie met zon. Netwerk vraagt aandacht.

Koppeling wind buurgemeente Kosteneffici nter dan zon

Sluit aan bij bestaande doorsnijding van | Koppelkans met zon-gebied mogelijk _ | Windmolens hebben grote invloed op __ | Klein ruimtebeslag landschap Koppelkans met natuurontwikkeling _ | de leefomgeving Relatief ver van station Gelegen dicht bij natuur Dubbelruimtegebruik met landbouw Woondichtheid gebied is laag. Koppeling met zon ? mogelijk Vraagt relatief weinig ruimte

Wind 3 _| Mogelijk synergie met ander

Relatief ver van station

kosteneffici nter dan zon

Sluit aan bij bestaande doorsnijding van | Aansluitend op zoekgebied wind

Windmolens hebben grote invloed op _ | Klein ruimtebeslag

windproject, pas na 2030 Slechts klein deel invulling opgave mogelijk

landschap

Sluit aan bij bestaande doorsnijding van | Aansluitend op zoekgebied wind

Windmolens hebben grote invloed op _ | Klein ruimtebeslag

windproject, pas na 2030

landschap

de leefomgeving

Kosteneffici nter dan zon

Slechts invulling deel van de opgave

Gelegen dicht bij natuur n

Lage woondichtheid

Na 2030 mogelijk combi met wind

mogelijk

beekdallandschap Vraagt relatief weinig ruimte

Gelegen in natuurgebied

buurgemeente

Wind 4 _| Mogelijk synergie met ander

buurgemeente buurgemeente

deLageleefomgeving Kosteneffici nter dan zon woondichtheid, zicht al verstoord door aansluiting bij ander project

5

Bijlage 4: Achtergronddocument opgave Vught

PAPoNDERA

Achtergronddocument Energieopgave gemeente Vught Gemeente Vught 721083 | 2.0 20-7-2021

16

PAPoNDERA

Pondera

Colofon

Hoofdvestiging Nederland

Soort document

Amsterdamseweg 13

Achtergronddecument

vera Ct Arhem

088 pondera (092-7882372) mto@ponderscorsuitsom

Projectnaam EroecooavegemeenteVaart

Postadres Postbus 618

Versienummer 25

eon Ax Arhem

Vestiging South East Asia Mampang Prapatan XV no 18 Mamoang

johan Selatan

varo

Vestiging North East Asia Suite 1718, Officia Building 92 Saemunar-ro. Jongrogu

Seoul Province

Datum 207-2021

Projectnummer za10s3 Opdrachtgever

Gemeente Vught Auteur

Repub of Koren

Nagekeken door

Disctaimer In het onderzoeks gebruk gemaakt van algemeen geaccepteerde utgangsounten. modelen en nformatie de ten tjde

van het opstellen van atrapport tr beschikking stonden. Aanpassingen in de uitgangspunten. modellen ofgebruikte gegevens kunnen leiden tot andere uikomsten. De aard en de nauwkeurigheid van de gebruikte gegevens voor het. onderzoek bepalen in beangrike mate de nauwkeurigheid en de onzekerheden van de berekende uitkomsten. Pondera.

(S met aansprakelijk vor gederfde inkomsten of schase de wordt geleden door opdrachtgever(s) enlof derden ut. conchusies de gebaseerd zin op gegevens die niet van Pondera akomsig zin. Deze rapportage s opgesteld metde mente dat deze aleen gebrukt wordt door de opdrachtgever en slechts voorhet doel waarvoor derapportage is

opgesteld. Er mag geen beroep worden gedaan op de afonnate ut deze rappartage voor andere doeleinden zonder

17

PAPONDERA Inhoudsopgave 1

Inleiding

2 _ Vertaling energieopgave 3 _ Visualisering

2 4

18

PAPoNDERA 1 Inleiding De gemeente gaat aan de slag met hetopstellen van een visie op zon- en windenergie. Hierin zal een eerste verkenning gedaan worden naar mogelijke zoekgebieden voor grootschalige opwek. Ter inleding

van dt document heeft de gemeente inzicht nodig in de opgave voor duurzame elekticitet in 2030 en 2050. Hierbij wordt voor de opgave vooralgekeken naar 2030. De concrete vraag gaat om hetvisus

van deze informatie zoals dat ook gedaan is voor de gehele RES regio Noordoost Brabant (RES NOB). Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de regionale cifers uitde RES NOB vertaald naar gemeentelijk niveau. In hoofdstuk 3 wordt deze informatie gevisualiseerd in een aantal figuren. Daarnaast is er een korte toelichting opgenomen bij de fguren.

PAPONDERA 2 Vertaling energieopgave In dt noofdstuk wordtde relevante verzamelde data gepresenteerd en vertaald naar de situatie voor de. gemeente Vught. We gaan daarbij zoals in de RES alleen in op de elektricteitsvraag binnen de bebouwde

omgeving. Om die te kunnen bepalen zijn de volgende aspecten meegenomen: elektricitetsverbruik bebouwde omgeving. autonome groei. besparing. koudevraag. laadvraag elektrische mobiitet en elektrificatie van warmte. Als basis hiervoor maken we gebruik van achtergronddocument verbruik en

potentie RES NOB * Om een vertaling te kunnen maken naar de stuatie in Vught gebruiken we het aandeel (3,1%) van de gemeente Vught in het totaal van de regio als verdeelsleutel. Deze is gebaseerd op

het aandeel elekticititsverbruik van de gemeente Vught ten opzichte van het totale elektrictertsverbruik. In de regio NOB. Dit aandeel is 2,5%. Hieris een percentage van 0,0% bi opgeteld. Het elektricheitsverbruik van de gemeente Haaren was 1,5% ten opzichte van het totaal van de regio. De

0,9% is gelijk aan 30% van het elektrictetsverbruik van de gemeente Haaren. wat na de herverdeling bij de gemeente Vught is gekomen. Elektricteitsverbruik

De totale elekticitetsvraag voor de bebouwde omgeving in de gemeente Vughtis volgens de databank

van de kiemaatmonitor 374 TJ (peijaar 2019). Dat s incusief de elektriciteisvraag van Hevair. wat sinds de herindeling van de gemeente Haaren bijde gemeente Vught is gevoegd. Autonome groei Naar verwachting zal de bevolking in de regio Noordoost Brabant groeien tot 2050. De aangehouden groei

In de RES NOB is 10% tot 2050. Als we deze groei vertalen naar het elekticiteitsverbruik betekent dat een toename van ciroa 37 TJ in 2080.

Koudevraag De sanvuilende elektricteisvraag als gevolg van een toenemende koudevraag is berekend op 0.2 PJin 2030 voor de gehele regio. Daarbij is uitgegaan van een penetratiegraad van 25% van de woningen. Omgerekend naar Vught bekent dat een extra elektricteitsvraag van ongeveer TJ.

Laadvraag elektrische mobi teit Voor elektrische mobilite wordt uitgegaan van een gemiddelde groei van 20% perjaar. In 2018 was de laadvraag 45 TJ voor de regio. Uitgaande van een groei van 20% betekent dat een laadvraag van 04 PJ In 2030 voor de hele regio. Omgerekend betekent dit en laadvraag van cirea 12 TJ in 2030 voor de gemeente Vught.

Elektrificatie warmtevraag De elektrioiteitsvraag als gevolg van het eiektriioeren van warmte is bepaald op 1,8 PJ voor 2030 en 4 PJ

voor 2050. Omgerekend naar Vught is dat respectievelijk circa 50 TJ en 124 TJ voor 2030 en 2050.

sstnobandierDownioadF ies ashe?idnw=1500297 *Zie kader 24 (pagina 25) uit bovenstaand rapport(voetnoot 2)

rtergeracsasren. Taron Energeoogme gemeerte Vunt 201 20-2021 vagnaz

20

PAPoNDERA Besparing In het achtergronddocument voor de RES NOB wordt uitgegaan van een besparing van 0.9% perjaar conform de Kimaat en Energieverkenning (KEV) van het PBL. Dat betekent een besparing van

respectievelijk 0% en 24% in 2030 en 2050 ten opzichte van de ciers uit 2010. Dat s een besparing van area 34 en 90 TJ.

Huidig aandeel hernieuwbare energie Volgens de kimaatmonitar is de bekende herieuwbare elektriciteit binnen de gemeente Vught 21 TJ

(peijaar 2018). Het overgrote deel daarvan komt voort uit zonnestroom,

Taroe | Enegeopgme gemeente vant 20] 20-7-2021 Pagna>

21

VAPONDERA 3 Visualisering In dt hoofdstuk wordt de data uit het tweede hoofdstuk gevisualiseerd in een tweetal Sguren met daarbij een korte toelichting. Figuur 21

Toename elektriciteitsvraag bebouwde omgeving in 2030 door ander soort vraag

Koudevraag(airco's in gebouwen) _6TJ Laadvraagelektrischemobiliteit 12TJ

ES j) Elektrificatie warmte

50TJ

In Figuur 341 zin de toekomstige ontwikkelingen koude vraag. laadvraag elektrische mobiteit en de. toename door elektrificatie van warmte opgenomen. Er is gekozen om conform RES NOB alleen de cifers voor 2030 op te nemen. Dit is gedaan omdater voor 2050 teveel onzekerheid is.

Atergrenaosaamert

Taro Energeopgme gemeente Vunt| 201 207-202 Pagraa

22

VAPONDERA Fgur22

Lineair scenario naar 100% hernieuwbare

elektriciteit bebouwde omgeving gemeente Vught 600

500

400

300

200 autonome groei

100

besparing

an

toekomstige ontwikkelingen,

o 209

2030

2050

totale elektriciteitsverbruik gemeente Vught aandeel hernieuwbaar naar 100% in 2050

na 2030 grote onzekerheid over uitgangspunten voor bepalen opgave 2050

Aantegroaanmrert Taron energeopgave gemeereVugt 201 20-7-2021 pagras

PAPONDERA Figuur 3.2 laat het ineaire scenario naar 100% hemieuwbare elektricteit voor de gemeente Vughtzien. Hierbij ts uitgegaan van een toekomstige verwachte elekticitetsvraag voor de bebouwde omgeving van. irea 508 TJ in 2050. Ditis gebaseerd op onderstaande opteling:

elektrichtetsverbruik 2010 bevolkingstoename tmename koudevraag " elektrifiatie warmtevraag besparing elektriciteitsverbruik 2050

aadvraag elektrische mobiliteit

sar) a ta +124 TJ -00 7 506 TJ +48TJ

De laadvraag elektrische mobiteit voor 2050 s niet bepaald voor de RES NOB. Daarom is de aanname gedaan dat deze vraag 4 keer zo groot zalzjn als in 2030. De koudevraag voor 2050 is niet bepaald voor de is verdubbeld in 2050.

Uit Figuur 32 is afte lezen dat de opgave voor hemieuwbare elektriciteit voor de bebouwde omgeving tot

(2030 in het geval van een ineair scenario ongeveer 183 TJ is. Dat staat ongeveer gelijk aan 0.05 TWh.

zarons energecpgave gemeerse Vugt | 201 20-7-2021 agrae

24

Bijlage 5: (regionaal) overwegingskader 1. Potentie - theoretische potentie op basis van techniek en wet- en regelgeving voor warmte en elektriciteit. De dynamische kaarten met de potentie voor de verschillende energiebronnen liggen op tafel. Er is lokaal en regionaal zicht op waar er wettelijk gezien (buiten de planologische kaders), windmolens en zonneparken mogelijk zijn. Of anders gezegd, waar ze niet mogelijk zijn. Er is op basis hiervan voldoende potentie om de opgave tot 2030 te realiseren. Het is alleen de vraag welke potentie we op welke locatie willen benutten. 1. Hoe verhoudt het project en/of zoekgebied zich tot de dynamische potentiekaarten? Naast de wettelijke regelgeving waar het opwekken van hernieuwbare warmte en elektriciteit aan moet voldoen moet de geproduceerde energie ook kunnen worden gedistribueerd. Voor elektriciteit geldt dat er op dit moment binnen de regio al een schaarste op transportcapaciteit aanwezig is. Deze capaciteit is ontoereikend voor de RES-opgave en zal uitgebreid moeten gaan worden. Soms valt een project net binnen een gebied dat is uitgesloten in de dynamische potentiekaarten, maar ontstaan er door in gesprek te gaan met betreffende stakeholders een kans. 2.

Hoe verhoudt de energieopgave zich tot andere opgaven (zoals natuurontwikkeling, stedelijke uitbreiding, klimaatadaptatie etc.) en kunnen deze opgaven op elkaar worden afgestemd? 3. Wat is het ruimtegebruik in relatie tot de opwekcapaciteit? 4. Hoe vindt er onderling overleg en afstemming plaats om het RES-bod te behalen tussen buurgemeenten (RES-regio overstijgend), netbeheerder en binnen gemeenten? Wordt er gezocht naar effici ntie bij het gebruik van het net (denk aan clustering/cable pooling/aftoppen(curtailing) en combi zon/wind of opslag)? Het is van belang om te kiezen voor een energiemix die goed past bij het energieprofiel van de regio. De investeringen in het net worden gezien als maatschappelijke kosten.

5. Ligt het zoekgebied/project in de buurt van een bestaand/gepland elektriciteitsstation? Hoe groot is de afstand van het zoekgebied/project tot de aansluiting op het net en wat is de capaciteitsruimte op de aansluiting? 6. Hoe is het handelingsperspectief (programmering) van de netbeheerder en bevoegd gezag (weten regelgeving) samengebracht zodat slimme keuzes, die bijdragen aan het haalbaar maken van de opgave, bereikt worden?

2. Landschap - landschappelijke waarden en beleving geven betekenis aan de leefomgeving voor mens en dier. De energietransitie heeft grote invloed op de beleving van het landschap en de leefomgeving. De energietransitie biedt kansen voor nieuwe landschappen maar kan gewaardeerde kwaliteiten van bestaande landschappen ook onder druk zetten. Daarom maken we bewust de keuze waar wel en waar geen energie of warmte wordt opgewekt in het landschap. Bij het maken van keuzes staan een waardevolle leefomgeving en zorgvuldig ruimtegebruik centraal. Clustering en concentratie zijn daarbij belangrijk. Waar mogelijk willen we landschappen die uniek en bijzonder zijn voor NoordoostBrabant behouden en dus vrijwaren, maar we staan tegelijkertijd open voor nieuwe landschappen. We zien mogelijkheden om de energietransitie te combineren met andere opgaves zoals bijvoorbeeld de landbouwtransitie en verrommeling te voorkomen. 1. Wat is de visie op het landschap en de plaatsing van energie daarin en hoe is deze afgestemd met buurgemeenten? 2. In hoeverre past het initiatief in een grotere visie op de omgeving en zijn hiervoor andere initiatieven wenselijk en zijn ook nog meerdere energieopwekkingsinitiatieven mogelijk? 3. Hoe wordt er rekening gehouden met een zon- & windladder?

1e &

3. Koppelkansen - kansen en knelpunten combineren met andere (regionale - en lokale) opgaven, zoals landbouwtransitie, natuurlijkontwikkeling, cultuurhistorie, bodem- en waterbeheer en klimaatadaptatie. Het gaat om ruimtebeslag en het effectief benutten hiervan.

Er is maar n regio Noordoost-Brabant. Er zijn meerdere opgaven die beslag leggen op onze ruimte, denk hierbij aan de regionale opgaven landbouwtransitie, klimaatadaptatie, maar ook natuurherstel en -ontwikkeling en een goed waterbeheer. Ook op lokaal niveau liggen er opgaven die koppelkansen genereren. De kunst is deze opgaven zodanig te koppelen dat er combinaties ontstaan die synergie opleveren tussen de verschillende opgaven. Denk niet alleen aan koppelkansen in ruimtebeslag, denk ook aan sociaaleconomische opgaven bijvoorbeeld aan de aansluiting op de arbeidsmarkt . 1. Welke andere opgaven zijn er aanwezig in het gebied? Welke koppelingen en kansen met andere

opgaven en functies kun je toevoegen aan het initiatief (bijvoorbeeld aan opgave landbouwtransitie of natuurontwikkeling)? 2. Welke maatschappelijke meerwaarde en ruimtelijke kwaliteit levert het initiatief op? Wat zijn de maatschappelijke effecten op bijvoorbeeld gezondheid en zijn er koppelingen te maken met andere maatschappelijke effecten die voor een meerwaarde kunnen zorgen? 3. Biedt dit ook nieuwe verdienmodellen of economisch nadere kansen en hoe landen deze opbrengsten in het gebied? 4. Biedt grootschalige opwek van elektriciteit (i.c. zon-pv) mogelijkheden om warmte op te wekken (ie. zonthermie)

4. Maatschappelijke acceptatie - het gaat om het betrekken van inwoners, bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties, waardoor de verandering in de leefomgeving door de energietransitie geaccepteerd wordt. De overheid heeft vanuit het Klimaatakkoord de kaders in de RES zo weten te stellen dat inwoners,

bedrijven en maatschappelijke stakeholders zo lokaal mogelijk betrokken kunnen worden. Daarbij is het belangrijk te benoemen dat de RES een doorgaand proces is; we streven ernaar verschillende belangen te verbinden, en lusten en lasten zo goed mogelijk te verdelen. 1. Wat zijn de lokale wortels van de initiatiefnemer? 2. Geef duiding aan het participatieproces, hoe, wanneer, met welke partijen en met welke mate van zeggenschap (informeren, meedenken, meeschetsen, meedoen (o.a. lokaal eigendom) betrekje partijen? 3. Hoe draagt de ontwikkeling bij aan maatschappelijke cohesie en (financieel gezien) aan maatschappelijke opgaven? 4. Hoe wordt de evaluatie van het project in de vervolgfases en na realisatie vormgegeven?

5. Maatschappelijke kosten & baten - de effecten van de energietransitie uitgedrukt

in harde data (geld of andere kwantiteiten) gecombineerd met zachte data (maatschappelijke effecten, leefbaarheid en kwaliteit). Bij veranderen hoort een verschuiving van bestaande belangen, het loslaten van oude patronen en het introduceren van nieuwe elementen in ons dagelijks leven. Het gaat dus ook gepaard met belangenbehartiging. Daarom gaat het niet louter om de meer- of minderwaarde van de energietransitie. Het gaat om het zien van kansen en bedreigingen, ieders belangen afwegend, voor de toekomst van onze maatschappij in het algemeen en die van Noordoost-Brabant in het bijzonder. De overwegingen die

hierbij meegenomen kunnen worden zijn reeds verwerkt in de voorgaande vragen/in het handvat 50% lokaal eigendom.

26

1. Hoe is de verdeling van lasten en lusten geregeld? Geef daarbij aan welke lasten en lusten er kunnen zijn. (Denk aan lokale eigendomsparticipatie, gebiedsfonds etc.) 2, Hoe kan in het zoekgebied/initiatief aandacht worden besteed aan besparing? (De energietransitie begint bij energiebesparing.)

ett

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=fa61340f-fb8c-4faf-a4c7-dd8cb170c0c0