Bijlage 1 - APV 2020
Tekst van het document
27-09-2021 13:54
Algemene Plaatselijke Verordening Vught 2020
Lokale wet- en regelgeving
Algemene Plaatselijke Verordening Vught 2020 Geldend van 01-01-2020 t/m heden Intitulé Algemene Plaatselijke Verordening Vught 2020 De gemeenteraad van Vught het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12 december 2019 Besluit vast te stellen: Algemene Plaatselijke Verordening Vught 2020 HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder: a.
bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;
b.
bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;
c.
bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1, eerste lid van de Bouwverordening;
d.
bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994;
e.
college: het college van burgemeester en wethouders;
f.
gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet daaronder wordt verstaan;
g.
handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;
h.
motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
i.
openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;
j.
openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan;
k.
parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
l.
rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;
m.
voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;
n.
weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 1:2 Beslistermijn https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR632198/1
1/50
27-09-2021 13:54
Algemene Plaatselijke Verordening Vught 2020
1.
Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.
2.
Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen.
3.
In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een vergunning of ontheffing als bedoeld in artikel 2:10, vierde lid, of een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, tweede lid, of artikel 4:11.
Artikel 1:3 Indiening aanvraag (Vervallen)
Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 1.
Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.
2.
Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.
Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.
Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als: a.
ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;
b.
op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;
c.
de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
d.
van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of
e.
de houder dit verzoekt.
Artikel 1:7 Termijnen 1.
De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.
2.
De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.
Artikel 1:8 Weigeringsgronden 1.
Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van: a.
de openbare orde;
b.
de openbare veiligheid;
c.
de volksgezondheid;
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR632198/1
2/50
27-09-2021 13:54
d. 2.
Algemene Plaatselijke Verordening Vught 2020
de bescherming van het milieu.
Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan respectievelijk acht weken of drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.
HOOFDSTUK 2 OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID, VOLKSGEZONDHEID EN MILIEU Afdeling 1. Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 1.
Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.
2.
Degene die op een openbare plaats a.
aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;
b.
aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of
c.
zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing; is verplicht op een bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.
3.
Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.
4.
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde verbod.
5.
Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
6.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:1a Gebiedsontzegging 1.
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of zedelijkheid, aan degene die strafbare feiten of openbare orde verstorende feiten verricht of zich gedraagt in strijd met artikel 2:74 en artikel 2:74a een verbod opleggen om zich gedurende 72 uur te bevinden op in dat verbod aangewezen plaats(en), waar of in de omgeving waarvan de gedragingen hebben plaatsgehad.
2.
Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan degene aan wie eerder een verbod als bedoeld in het eerste lid is opgelegd en ten aanzien van wie wordt geconstateerd dat hij opnieuw strafbare feiten of ordeverstorende feiten verricht, of dat hij zich opnieuw gedraagt in strijd met de in het eerste lid genoemde artikelen, een verbod opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste vier weken te bevinden op in dat verbod aangewezen plaats(en), waar of in de omgeving waarvan de gedragingen hebben plaats gehad.
3.
Een verbod als genoemd in het tweede lid kan slechts worden opgelegd indien de strafbare feiten of openbare orde verstorende feiten binnen een jaar na het opleggen van het verbod, opgelegd op grond van het eerste of tweede lid, zijn geconstateerd.
4.
De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid genoemde verboden, indien dat in verband met de persoonlijk omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.
5.
Het is verboden zich te gedragen in strijd met het door de burgemeester opgelegde verbod.
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR632198/1
3/50
27-09-2021 13:54
Algemene Plaatselijke Verordening Vught 2020
Afdeling 2. Betogingen Artikel 2:2 Optochten (Vervallen. Opgenomen in afdeling 7. Evenementen)
Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 1.
Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan vóór de openbare aankondiging en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.
2.
De kennisgeving bevat: a.
naam en adres van degene die de betoging houdt;
b.
het doel van de betoging;
c.
de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging;
d.
de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging;
e.
voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling;
f.
maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.
3.
Degene die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.
4.
Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur.
5.
De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten de in lid 1 gestelde termijn.
Artikel 2:4 Afwijking termijn (Vervallen. Opgenomen in artikel 2:3)
Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens (Vervallen. Opgenomen in artikel 2:3)
Afdeling 3. Verspreiden van gedrukte stukken Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen (Vervallen)
Afdeling 4. Vertoningen e.d. op de weg Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR632198/1
4/50
27-09-2021 13:54
Algemene Plaatselijke Verordening Vught 2020
(Vervallen. Opgenomen in afdeling 7. Evenementen)
Artikel 2:8 Dienstverlening (Vervallen)
Artikel 2:9 Straatartiest e.d. (Vervallen. Opgenomen in afdeling 7. Evenementen)
Afdeling 5. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien veilig gebruik van openbare plaatsen Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg of openbare plaats 1.
Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, indien: a.
het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of
b.
het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.
2.
Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang van 1,00 meter wordt gelaten op voetpaden en van 4,5 meter op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer.
3.
Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen en reclameborden.
4.
Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid.
5.
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
6.
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op: a.
evenementen als bedoeld in artikel 2.24;
b.
standplaatsen als bedoeld in artikel 5.17;
c.
voor sandwichborden als bedoeld in artikel 2.10a; en
d.
overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.
7.
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 of de provinciale wegenverordening, of het provinciaal wegenreglement.
8.
Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:10a Plaatsen van (sandwich)borden op, aan of boven de weg 1.
Het is verboden zonder voorafgaande melding aan het college op, aan of boven de weg een (sandwich)bord te plaatsen, aan te brengen of te hebben.
2.
Het college laat binnen drie weken na ontvangst van de melding weten of zij met de melding akkoord gaat en of zij aan het plaatsen, aanbrengen of hebben van een (sandwich)bord voorschriften stelt.
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR632198/1
5/50
27-09-2021 13:54
Algemene Plaatselijke Verordening Vught 2020
3.
Het college gaat niet akkoord met het plaatsen, aanbrengen of hebben van een (sandwich)bord indien de aangekondigde gebeurtenis op het (sandwich)bord geen plaatselijke aangelegenheid betreft.
4.
Ongeacht de aanvraag zijn op het plaatsen, aanbrengen of hebben van een (sandwich)bord de volgende voorschriften van toepassing:
5.
a.
per gebeurtenis mogen maximaal 15 (sandwich)borden worden geplaatst;
b.
de afmeting van een (sandwich)bord mag maximaal 1 meter bij 1,2 meter bedragen;
c.
een (sandwich)bord mag slechts een week voor aanvang van de aangekondigde gebeurtenis worden geplaatst en moet 24 uur na afloop van de aangekondigde gebeurtenis worden verwijderd;
d.
een (sandwich)bord mag niet aan een boom of verkeersbord worden bevestigd;
e.
een (sandwich)bord mag geen gevaar of belemmering opleveren voor het verkeer.
Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op een (sandwich)bord waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet, tenzij dit (sandwich)bord: a.
door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging schade toebrengt aan de weg;
b.
gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik van de weg, of
c.
een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg.
Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1.
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
2.
De vergunning wordt verleend: als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, als de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.
3.
Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.
4.
Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wegenwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de provinciale wegenverordening, de waterschapskeur of de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren (A.V.O.I.).
5.
Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg 1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
2.
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd: a.
ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg;
b.
alsindien de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;
c.
alsindien door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of
d.
alsindien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen.
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR632198/1
6/50
27-09-2021 13:54
3.
Algemene Plaatselijke Verordening Vught 2020
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur of de provinciale wegenverordening of hetprovinciaal wegenreglement.
Afdeling 6. Veiligheid op de weg Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid (Vervallen)
Artikel 2:14 Winkelwagentjes (Vervallen)
Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.
Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d. (Vervallen)
Artikel 2:17 Kelderingangen e.d. (Vervallen)
Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen 1.
Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan: a.
te roken gedurende een door het college aangewezen periode;
b.
voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.
2.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht.
3.
Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a is voorts niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.
Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp (Vervallen)
Artikel 2:20 Vallende voorwerpen (Vervallen )
Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR632198/1
7/50
27-09-2021 13:54
Algemene Plaatselijke Verordening Vught 2020
1.
De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.
Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn (Vervallen)
Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs (Vervallen)
Afdeling 7. Evenementen Artikel 2:24 Definities 1.
2.
3.
In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a.
bioscoop- en theatervoorstellingen;
b.
markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22;
c.
kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;
d.
het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen;
e.
betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;
f.
activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9 en 2:39;
g.
sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f.
Onder evenement wordt mede verstaan: a.
een herdenkingsplechtigheid;
b.
een braderie;
c.
een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3;
d.
een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;
e.
een straatfeest of buurtbarbecue op één dag (klein evenement);
f.
een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s;
g.
het optreden van een straatmuzikant;
h.
een tentoonstelling;
i.
een snuffelmarkt.
In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij: a.
het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen;
b.
het evenement plaatsvindt op één locatie;
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR632198/1
8/50
27-09-2021 13:54
Algemene Plaatselijke Verordening Vught 2020
c.
geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 24.00 uur, dan wel in dit tijdsbestek het maximaal toelaatbare geluidsniveau van 75 dB(A)en 80 dB(C) op de gevels van omringende woningen niet wordt overschreden;
d.
de activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; en
e.
slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25 vierkante meter per object.
Artikel 2:25 Evenement 1.
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.
2.
Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.
3.
Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994.
4.
De organisator dient tenminste acht weken voorafgaand aan het evenement een aanvraag in te dienen bij de burgemeester.
5.
Indien een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend, heeft de Vergunninghouder voor de activiteiten die op grond van deze of enige andere gemeentelijke verordening vergunningsplichtig zijn of waarvoor een ontheffing of vrijstelling nodig is, geen vergunning, ontheffing of vrijstelling nodig mits de activiteiten in de vergunning zijn vermeld en plaatsvinden in of op de locatie zoals aangegeven in de vergunning.
6.
Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien:
7.
a.
de organisator tenminste drie weken voorafgaand aan het evenement daarvan schriftelijk melding heeft gedaan aan de burgemeester. De burgemeester kan onder bijzondere omstandigheden deze termijn verkorten of een mondelinge melding ontvankelijk verklaren;
b.
het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen en het evenement plaatsvindt op één locatie;
c.
het evenement tussen 9.00 en 24.00 uur, voor zondagen van 12.00 en 24.00 uur, plaatsvindt en zich beperkt tot één dagdeel;
d.
een aanwezige geluidsinstallatie een geluidsniveau van maximaal 75 dB(A) en 80 dB(C) op de meest belaste gevel van een woning produceert;
e.
het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;
f.
slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van maximaal 25 m² per object en niet meer dan drie objecten per evenement;
g.
er een organisator is.
Bij de melding als bedoeld in het tweede lid dient opgave te worden gedaan van: a.
de naam en adres van de organisator van het evenement;
b.
het doel van het evenement;
c.
de activiteiten die zullen plaatsvinden;
d.
de datum waarop het evenement wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en beëindiging;
e.
de locatie dan wel de route van het evenement;
f.
de maatregelen die de organisator zal treffen om een regelmatig verloop van het evenement te bevorderen;
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR632198/1
9/50
27-09-2021 13:54
g.
Algemene Plaatselijke Verordening Vught 2020
de overige gegevens die van belang kunnen zijn voor een concrete beoordeling van de melding.
8.
Voor activiteiten die op de melding zijn vermeld en waarvoor op grond van deze of enige andere gemeentelijke verordening een vergunning is vereist of waarvoor een ontheffing of vrijstelling nodig is, heeft de organisator geen vergunning, ontheffing of vrijstelling nodig mits de activiteiten plaatsvinden op de locatie dan wel route zoals aangegeven in de melding en niet door de burgemeester zijn verboden.
9.
De burgemeester kan binnen twee weken na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor een belang zoals opgenomen in artikel 1:8 van deze verordening in gevaar komt.
10.
De burgemeester is bevoegd om in verband met de in het vijfde lid genoemde belangen nadere voorschriften te stellen.
11.
Het is verboden een evenement als bedoeld in het eerste lid, te laten plaatsvinden, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen indien: a.
de melding daarvan niet overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid is gedaan;
b.
gehandeld wordt in afwijking van de gegevens die bij de melding zijn verstrekt;
c.
gehandeld wordt is strijd met de nadere voorschriften zoals bedoeld in het zesde lid;
d.
de burgemeester de melding van het evenement heeft afgewezen zoals bedoeld in het vijfde lid.
12.
Het zesde lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:24, tweede lid, onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s.
13.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning van slecht levensgedrag is.
14.
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:25a Vergunningsvrij evenement (Vervallen. Opgenomen in artikel 2:25 over evenement)
Artikel 2:26 Ordeverstoring (Vervallen)
Afdeling 8. Toezicht op openbare inrichtingen Artikel 2:27 Definities 1.
In deze afdeling wordt verstaan onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden verstrekt of bereid.
2.
Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.
Artikel 2:28 Exploitatievergunning openbare inrichting 1.
Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR632198/1
10/50
27-09-2021 13:54
Algemene Plaatselijke Verordening Vught 2020
2.
De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.
3.
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Bij de toepassing hiervan houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin het horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van het horecabedrijf en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van het horecabedrijf.
4.
Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een a.
winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
b.
zorginstelling;
c.
museum; of
d.
bedrijfskantine of - restaurant.
5.
In afwijking van het bepaalde in artikel 2:10 beslist de burgemeester in geval van een vergunningaanvraag die betrekking heeft op een of meer bij het horecabedrijf behorende terrassen voor zover deze zich op de weg bevinden over de ingebruikneming van die weg ten behoeve van het terras.
6.
Onverminderd het gestelde in het derde en vierde lid kan de burgemeester de in het vijfde lid bedoelde gebruik van de weg ten behoeve van een of meer bij een horecabedrijf horende terrassen weigeren, indien: a.
het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren; of
b.
een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg.
7.
Het bepaalde in het vijfde en zesde lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de provinciale wegenverordening.
8.
Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid.
Artikel 2:29 Sluitingstijden 1.
Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met vrijdag tussen 02.00 uur en 06.00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 03.00 uur en 06.00 uur, met uitzondering van 1 januari van ieder jaar. Voor een bij een inrichting behorend terras geldt een sluitingstijd van 01.00 uur in de periode van 1 mei tot 1 oktober en 24.00 uur voor de overige periode.
2.
Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd.
3.
De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd.
4.
Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.
5.
Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet Milieubeheer is voorzien.
6.
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting 1.
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden te zijner beoordeling, voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR632198/1
11/50
27-09-2021 13:54
2.
Algemene Plaatselijke Verordening Vught 2020
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
Artikel 2:31 Verboden gedragingen (Vervallen)
Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen (Vervallen)
Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.
Afdeling 8A. Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Drank- en Horecawet Artikel 2:34a Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: alcoholhoudende drank, horecabedrijf, horecalocaliteit, inrichting, paracommerciële rechtsperso(o)n(en), sterke drank, slijtersbedrijf en zwak-alcoholhoudende drank, dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en Horecawet.
Artikel 2:34b Regulering paracommerciële rechtspersonen 1.
Paracommerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten van sportieve en of educatieve aard verstrekken uitsluitend alcoholhoudende drank op: maandag tot en met zondag na 9.00 uur en tot 24.00 uur.
2.
Een paracommercieel rechtspersoon kan alcoholhoudende drank verstrekken tijdens per jaar ten hoogste twaalf bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn.
3.
Een paracommercieel rechtspersoon doet uiterlijk zes weken voor een bijeenkomst als bedoeld in het tweede lid, hiervan melding aan de burgemeester.
Artikel 2:34c Bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen Paracommerciële rechtspersonen verstrekken geen alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn wanneer dit leidt tot oneerlijke mededinging.
Afdeling 9. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf Artikel 2:35 Begripsbepalingen (Vervallen)
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR632198/1
12/50
27-09-2021 13:54
Algemene Plaatselijke Verordening Vught 2020
Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie (Vervallen)
Artikel 2:37 Nachtregister (Vervallen)
Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister (Veervallen)
Afdeling 10. Toezicht op speelgelegenheden Artikel 2:38a Definities 1.
In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid verstaan: een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.
2.
In deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die wet.
Artikel 2:39 Speelgelegenheden 1.
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen.
2.
De burgemeester weigert de vergunning als:
3.
a.
naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of
b.
de exploitatie van een speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan.
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:40 Kansspelautomaten 1.
In dit artikel wordt verstaan onder: a.
Wet: de Wet op de kansspelen;
b.
kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de Wet;
c.
hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de Wet;
d.
laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de Wet.
2.
In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal twee kansspelautomaten toegestaan.
3.
In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.
Afdeling 10¹. https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR632198/1
13/50
27-09-2021 13:54
Algemene Plaatselijke Verordening Vught 2020
Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemingsklimaat Artikel 2:40a Verbod exploiteren bedrijf zonder benodigde vergunning 1.
2.
In dit artikel wordt verstaan onder: a.
exploitant; natuurlijke persoon of personen of de bestuurder(s) van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend;
b.
beheerder: de exploitant alsmede andere natuurlijke personen die de algemene of onmiddellijke leiding hebben over de bedrijfsmatige activiteiten;
c.
bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een gebouw, of een daarbij behorend perceel, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is.
De burgemeester kan gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waar(op) het verbod in het derde lid van toepassing is. Een gebouw of gebied wordt uitsluitend aangewezen als naar oordeel van de burgemeester in of rondom dat gebouw dan wel in dat gebied naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat. Een aanwijzing van een gebouw of gebied kan zich tot een of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken. Een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend aangewezen als naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit of door de exploitant en/of beheerder onder druk staat. Het aanwijzingsbesluit bepaalt de duur van de periode dat de aanwijzing geldt. Deze duur bedraagt maximaal vijf jaar en kan- indien dit met het oog op de bovengenoemde belangen naar het oordeel van de burgemeester nodig is- eenmalig worden verlengd met nogmaals een termijn van maximaal vijf jaar. a.
b.
3.
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen; -
in een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen gebouw of gebied, of
-
in een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen gebouw of gebied voor door de burgemeester genoemde bedrijfsmatige bedrijven, of
-
op grond van de door de burgemeester in het tweede lid aangewezen bedrijfsmatige activiteiten.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren; -
In het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten;
-
Indien de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed;
-
Indien de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;
-
Indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke exploitatie niet met de aanvraag in overeenstemming zal zijn;
-
indien niet voldaan is aan de bij of krachtens de in dit artikel gestelde eisen met betrekking tot de aanvraag;
-
indien er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;
-
indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldende Leefmilieuverordening/beheersverordening of een geldende omgevingsvergunning in de zin van artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en/of
-
indien een of meer beheerders van het bedrijf binnen 3 jaar vóór de indiening van de vergunningaanvraag een bedrijf heeft geëxploiteerd of daar leiding aan heeft gegeven, dat wegens het aantasten van de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder begrepen, gesloten is geweest dan wel waarvoor de vergunning om die reden is ingetrokken.
Naast en in aanvulling op artikel 1:4 eerste lid kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden aan een exploitatievergunning die wordt verleend krachtens het tweede lid van deze bepaling, die strekken ter bescherming van de belangen, zoals opgenomen in het vierde lid van deze bepaling.
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR632198/1
14/50
27-09-2021 13:54
4.
5.
Algemene Plaatselijke Verordening Vught 2020
De vergunning wordt aangevraagd door de exploitant. Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier.Bij de aanvraag om een vergunning wordt vermeld voor welke bedrijfsmatige activiteiten de vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd: -
de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant of beheerder;
-
het adres en telefoonnummer waar de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend;
-
het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;
-
indien van toepassing de verblijftitel van de exploitant of beheerder;
-
een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant of beheerder gerechtigd is om in Nederland arbeid te verrichten;
-
een verklaring omtrent gedrag (VOG);
-
een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin het bedrijf wordt gevestigd;
-
naast de bovengenoemde gegevens kunnen gegevens en bescheiden worden verlangd van de aanvrager die verband houden met registraties van het specifieke gebouw of de specifieke bedrijfsmatige activiteit, waarop de aangevraagd exploitatievergunning betrekking heeft;
-
indien de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag kan hij verlangen dat aanvullende gegevens worden overgelegd.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid intrekken of wijzigen: -
in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten;
-
indien het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed;
-
indien de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;
-
indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke exploitatie niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is;
-
indien er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;
-
indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldende Leefmilieuverordening/beheersverordening of een geldende omgevingsvergunning in de zin van artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
-
indien de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf danwel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed;
-
indien er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden;
-
indien door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast;
-
indien de voorschriften uit de vergunning niet worden nageleefd en/of
-
indien de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd.
6.
Een vergunning kan ingevolge artikel 7 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur voorts door de burgemeester worden geweigerd dan wel ingetrokken, indien er sprake is van het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de voornoemde wet. Voordat daaraan toepassing wordt gegeven, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van voornoemde wet, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.
7.
De burgemeester kan de sluiting van een gebouw of gedeelte van een gebouw bevelen indien het daarin gevestigde bedrijf in strijd met het verbod uit het derde lid van deze bepaling wordt geëxploiteerd of indien van de situaties als bedoeld in het zesde lid, sub a tot en met k, van toepassing is.
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR632198/1
15/50
27-09-2021 13:54
Algemene Plaatselijke Verordening Vught 2020
8.
Het is een ieder verboden een overeenkomstig het zevende lid van deze bepaling gesloten bedrijf of gebouw te betreden of daarin te verblijven.
9.
De sluiting kan door de burgemeester worden opgeheven indien uit later bekend geworden feiten en omstandigheden moet worden afgeleid dat de bescherming van de belangen in verband waarmee deze regeling van kracht is, geen langere sluiting vergen.
10.
De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijf waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen één maand, aan de burgemeester te melden en een wijziging van zijn vergunning aan te vragen. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als het bedrijf aan de vereisten voldoet. Indien niet binnen een maand na de verandering van omstandigheden een aanvraag wordt ingediend, kan de burgemeester de verleende vergunning intrekken. Een bestaande vergunning vervalt, zodra de vergunning, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning, in werking treedt.
11.
Het is verboden een bedrijf voor bezoekers geopend te hebben zonder dat een op de vergunning vermelde beheerder in het bedrijf aanwezig is.
12.
Het aanwijzingsbesluit geldt voor het aangewezen gebouw, het aangewezen gebied en de aangewezen bedrijfsmatige activiteiten direct na de inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit. Voor bedrijven die vóór de inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit in het aangewezen gebouw of gebied gevestigd waren en/of zich bezig hielden met de aangewezen bedrijfsmatige activiteiten, dient in het aanwijzingsbesluit een redelijke overgangstermijn geboden te worden, na het verstrijken waarvan het verbod uit het derde lid van toepassing wordt. De overgangstermijn bedraagt minimaal 6 maanden en maximaal 1 jaar.
13.
Op de vergunning als bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Afdeling 11. Maatregelen tegen overlast en baldadigheid Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal 1.
Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.
2.
Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.
3.
Deze verboden zijn niet van toepassing op voor personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is.
Artikel 2:42 Plakken en kladden 1.
Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.
2.
Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is: a.
een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;
b.
met kalk, krijt, teer of een kleur- of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen.
3.
Het verbod, bedoeld in het tweede lid is niet van toepassing voor zover gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.
4.
Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.
5.
Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR632198/1
16/50
27-09-2021 13:54
Algemene Plaatselijke Verordening Vught 2020
6.
Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.
7.
De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.
Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d. (Vervallen)
Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen 1.
Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben.
2.
Het verbod is niet van toepassing als de bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.
Artikel 2:44a Vervoer geprepareerde voorwerpen 1.
Het is verboden op een openbare plaats of in de nabijheid van winkels een voorwerp te vervoeren of bij zich te hebben dat er kennelijk toe is uitgerust om het plegen van (winkel)diefstal te vergemakkelijken.
2.
Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de in het eerste lid bedoelde voorwerp niet bestemd is voor de in dat lid bedoelde handelingen.
Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d. (Vervallen)
Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d. (Vervallen)
Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen (Vervallen)
Artikel 2:48 Verboden drankgebruik 1.
Het is voor personen die de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.
2.
Het verbod is niet van toepassing op: a.
een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet;
b.
een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank- en Horecawet.
Artikel 2:48a Verboden gebruik lachgas Het is verboden in het openbaar gebied lachgas te gebruiken als daardoor hinder ontstaat voor personen of de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.
Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR632198/1
17/50
27-09-2021 13:54
Algemene Plaatselijke Verordening Vught 2020
(Vervallen)
Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten (Vervallen)
Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d. (Vervallen)
Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt- en kermisterrein e.d. (Vervallen)
Artikel 2:53 Bespieden van personen (Vervallen)
Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur (Vervallen)
Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren (Vervallen)
Artikel 2:56 Alarminstallaties (Vervallen)
Artikel 2:57 Loslopende honden 1.
Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a.
op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats;
b.
binnen de bebouwde kom op de weg als de hond niet is aangelijnd;
c.
buiten de bebouwde kom of op een door het college aangewezen plaats als de hond niet is aangelijnd; of
d.
op de weg als die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.
2.
Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b., is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
3.
De verboden in het eerste lid, aanhef onder b. en c. zijn niet toepassing op de eigenaar of houder van een hond: a.
die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of
b.
die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.
Artikel 2:58 Verontreiniging door honden https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR632198/1
18/50
27-09-2021 13:54
Algemene Plaatselijke Verordening Vught 2020
1.
Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond a.
die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of
b.
die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.
3.
Het is verboden uitwerpselen van een hond binnen de bebouwde kom op een openbare plaats of buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats achter te laten of al dan niet rechtstreeks te verwijderen via het riool.
4.
Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
Artikel 2:59 Gevaarlijke honden 1.
Als het college een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander.
2.
Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.
3.
Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond voorzien te houden van een muilkorf die:
4.
a.
vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen;
b.
door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en
c.
zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.
Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid, onder c., dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.
Artikel 2:59a Gevaarlijke honden op eigen terrein 1.
Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze hond op zijn terrein zonder muilkorf te laten loslopen als de burgemeester een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod heeft opgelegd als bedoeld in artikel 2:59, eerste lid of heeft meegedeeld dat hij de hond gevaarlijk acht, dan wel als de hond is opgeleid voor bewakings-, opsporings- en verdedigingswerk.
2.
Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet als: a.
op een vanaf de weg zichtbare plaats een naar het oordeel van de burgemeester duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht;
b.
het mogelijk is een brievenbus te bereiken en aan te bellen zonder het terrein te betreden; en
c.
het terrein voorzien is van een zodanig hoge en deugdelijke afrastering dat de hond niet zelfstandig buiten het terrein kan komen.
Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren 1.
Degene die de zorg heeft voor een dier moet voorkomen dat dit voor een omwonende of overigens voor de omgeving hinder of overlast veroorzaakt of dat dit gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert.
2.
Behoudens het bepaalde in het eerste lid is het verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a.
aanwezig te hebben;
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR632198/1
19/50
27-09-2021 13:54
3.
Algemene Plaatselijke Verordening Vught 2020
b.
aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels;
c.
aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die aanwijzing is aangegeven.
Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een gebied dat krachtens het tweede lid is aangewezen, ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld in het eerste lid.
Artikel 2:61 Wilde dieren (Vervallen)
Artikel 2:62 Loslopend vee (Vervallen)
Artikel 2:63 Duiven (Vervallen)
Artikel 2:64 Bijen (Vervallen)
Artikel 2:64a Vernietiging van rupsen en rupsennesten 1.
Het college kan, hetzij bij openbare kennisgeving ten aanzien van het gehele gebied van de gemeente of van bepaalde delen daarvan, hetzij bij persoonlijke kennisgeving aan de rechthebbende van een of meer bepaalde percelen mededelen, dat hij het noodzakelijk acht dat aldaar in bomen of ander houtgewas voorkomende rupsen en rupsennesten verwijderd en vernietigd worden voor een bij die kennisgeving bepaalde datum.
2.
De rechthebbende op percelen binnen het bij die openbare kennisgeving aangewezen gebied of van de in de persoonlijke kennisgeving aangeduide percelen is verplicht voor de door het college bepaalde datum te zorgen, dat de in bomen of ander houtgewas op zijn perceel voorkomende rupsen en rupsennesten verwijderd en vernietigd zijn.
Artikel 2:65 Bedelarij Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om geld of andere zaken.
Afdeling 12. Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen Artikel 2:66 Definitie (Vervallen)
Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister (Vervallen)
Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR632198/1
20/50
27-09-2021 13:54
Algemene Plaatselijke Verordening Vught 2020
(Vervallen)
Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen (Vervallen)
Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven (Vervallen)
Afdeling 13. Vuurwerk Artikel 2:71 Definitie In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan wat daaronder wordt verstaan in het Vuurwerkbesluit.
Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen 1.
Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder vergunning van het college.
2.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in het belang van de openbare orde en in het belang van het voorkomen of beperken van overlast.
3.
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:73 Gebruik van vuurwerk 1.
Het is verboden vuurwerk te bezigen op een door het college in het belang van het voorkomen van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.
2.
Het is verboden vuurwerk op een openbare plaats te gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.
3.
De verboden zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.
4.
De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden in ieder geval voor het afsteken van vuurwerk binnen een straal van 250 meter van woningen met rieten daken.
Afdeling 14. Drugsoverlast Artikel 2:74 Drugshandel op straat (Vervallen)
Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik (Vervallen)
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR632198/1
21/50
27-09-2021 13:54
Algemene Plaatselijke Verordening Vught 2020
Afdeling 15. Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen Artikel 2:75 Sluiting gebouw 1.
De burgemeester kan de sluiting bevelen van een voor publiek toegankelijk gebouw, inrichting of ruimte als daar: a.
is gehandeld in strijd met artikel 36 van de Wet op de kansspelen;
b.
door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verborgen zijn dan wel zijn verworven of overgedragen;
c.
discriminatie heeft plaatsgevonden op grond van ras, geslacht, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook;
d.
wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend of
e.
zich andere feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend blijven van het gebouw, de inrichting of de ruimte ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde.
2.
De burgemeester trekt het sluitingsbevel in als naar zijn oordeel de in het eerste lid genoemde belangen voortzetting van de sluiting niet langer vereisen.
3.
De burgemeester draagt zorg voor het aanbrengen van het bevel tot sluiting bij de toegang van het gebouw, de inrichting of de ruimte, of in de directe nabijheid daarvan.
4.
De rechthebbende laat toe dat een afschrift van het sluitingsbevel wordt aangebracht.
5.
Het is verboden een gebouw, inrichting of ruimte te betreden waarvan de sluiting is bevolen.
6.
Het is de rechthebbende verboden zonder toestemming van de burgemeester bezoekers toe te laten of zelf het gebouw, de inrichting of de ruimte te betreden.
7.
Het derde, vierde, vijfde en zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing als de burgemeester krachtens artikel 174a van de Gemeentewet of artikel 13b van de Opiumwet heeft besloten tot sluiting van een woning, een lokaal of een bij de woning of dat lokaal behorend erf.
Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.
Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen 1.
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.
2.
De burgemeester heeft die bevoegdheid eveneens ten aanzien van andere door de gemeenteraad aan te wijzen openbare plaatsen.
Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen (Verplaatst naar hoofdstuk 2 Bestrijden van ongeregeldheden artikel 2.1a)
Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet 1.
Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de