Ambtelijke info omgevingsvisie april 2021
Tekst van het document
OMGEVINGSVISIE Inleiding Op 1 januari 2022 treedt de omgevingswet in werking. Een zeer omvangrijke aanpassing in wet en regelgeving binnen het domein waarin mensen leven, wonen, werken, recreëren, sporten, ademen, bewegen, zich verplaatsen, bouwen, telen, verbouwen, verduurzamen, etc. . De omgevingswet vereist een integrale aanpak van vraagstukken die zich afspelen binnen het bovengenoemde domein. Met de invoering van de omgevingswet gaan we van: Van 26 wetten naar 1 omgevingswet. Van 5000 wetsartikelen naar 350. Van 120 ministeriële regelingen naar 10. Van 120 algemene maatregelen van bestuur naar 4 AMVB’s.. Deze aanpassing heeft grote gevolgen voor de invulling van de rollen en verantwoordelijkheden voor alle actoren binnen de samenleving (burgers, bedrijven, instellingen en overheden). De omgevingswet gaat in de kern om: - Ruimte geven (overheid) en nemen (inwoners en bedrijven) - Los laten (overheid) en verantwoordelijkheid nemen (inwoners en bedrijven) - En vertrouwen Onderdeel van de invoering van de omgevingswet is de verplichting aan gemeenten voor het op- en vaststellen van een omgevingsvisie. Iedere gemeente moet uiterlijk 31 december 2024 beschikken over een vastgestelde omgevingsvisie. A. Wat is de omgevingsvisie? De omgevingsvisie is een integrale langetermijnvisie van een bestuursorgaan voor de hele fysieke leefomgeving van haar grondgebied.
De omgevingsvisie is voor gemeenten één van de verplichte kerninstrumenten uit de Omgevingswet. De omgevingsvisie is vormvrij, net als bij de huidige structuurvisie. Afhankelijk van ambities, tijdhorizon en thematiek kan daar op een eigen wijze inhoud aan worden geven. Wél moet de omgevingsvisie voor iedereen elektronisch raadpleegbaar zijn. Dit betekent dat de visie moet voldoen aan de daarvoor vastgestelde publicatiestandaarden. De omgevingsvisie is niet het enige instrument van gemeenten in de Omgevingswet. Zo is er ook het programma, omgevingsvegunning en het omgevingsplan. Deze instrumenten zijn belangrijke schakels in de beleidscyclus van een bestuursorgaan en vormen gezamenlijk een samenhangend geheel. De omgevingsvisie moet in elk geval de volgende elementen bevatten: - Een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving (wat is er en wat is de kwaliteit daarvan)
- De hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied (wat gebeurt er/gaat er gebeuren aan ontwikkelingen en instandhouding van het grondgebied); - De hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid (wat zijn de na te streven doelen en op welke manier worden die bereikt). De fysieke leefomgeving is breder dan alleen de ruimtelijke aspecten. De wet noemt verplichte aspecten die integraal terug moeten komen in de omgevingsvisie. Daarin zit bijvoorbeeld het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, activiteiten waardoor emissies, hinder of risico’s worden veroorzaakt en het nalaten van activiteiten. Ook ontwikkelingen op het gebied van cultureel erfgoed, energie-infrastructuur, landbouw, landschap, milieu, natuur en water worden volgens de memorie van toelichting bij de wet meegewogen en beschreven. Een omgevingsvisie bestrijkt daarmee de hele breedte van de fysieke leefomgeving zoals bedoeld in de Omgevingswet. De omgevingsvisie is dus niet een optelsom van beleidsvisies voor de diverse domeinen, maar een samenhangende visie op strategisch niveau. De omgevingsvisie is zelfbindend voor de bestuurslaag die het heeft opgesteld. De omgevingsvisie van het Rijk en van de provincies, de NOVI en de POVI’s, werken dus niet rechtstreeks door in de omgevingsvisie van de gemeente.
De gemeenteraad dient rekening te houden met omgevingsvisies van andere bestuursorganen. Dit volgt uit het wettelijke zorgvuldigheidsbeginsel en motiveringsbeginsel. Hiermee wordt bedoeld dat de gemeenteraad in de gemeentelijke visie moet laten zien dat de omgevingsvisies van andere bestuursorgaan bij het opstellen van de gemeentelijke visie zijn betrokken en de inhoud daarvan bekend is. B. Waarom een omgevingsvisie?
De Omgevingswet verplicht gemeenten om een omgevingsvisie te maken. De grondslag van de omgevingsvisie is terug te vinden in de artikelen 3.1 en 3.2 van de Omgevingswet. De omgevingsvisie is een verplicht instrument voor het Rijk, de provincie en de gemeente. De omgevingsvisie vervangt straks de structuurvisie.
De gemeente gebruikt de omgevingsvisie om keuzes te maken voor de toekomst van de omgeving waarin we wonen, werken, recreëren. In de omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van al het beleid voor de leefomgeving.
De omgevingsvisie maakt duidelijk wat de gemeente doet en wat de verantwoordelijkheid van anderen is (besturingsfilosofie).
De omgevingsvisie inspireert mensen tot het aandragen van ideeën en enthousiasmeert om ambities op te pakken. C. Waarom nu starten met opstellen van de omgevingsvisie?
Binnen de gemeente Vught is op verschillende terreinen behoefte aan beleid. Op verschillen terreinen worden nu initiatieven genomen om nieuw sectoraal beleid op te stellen. Dat is niet in lijn met de filosofie en inzet van de omgevingswet. Deze vraagt niet om een sectorale benadering maar om een brede integrale benadering. Een goede omgevingsvisie en een goed omgevingsplan geven invulling aan de wens
voor beleidsmatige duidelijkheid en richting maar zijn tevens omgevingswet proof. dit in tegenstelling tot sectoraal beleid. - Omgevingsvisie geeft richting: De gemeente Vught staat voor een fors aantal uitdagingen op ruimtelijk gebied die vragen om een integrale benadering en afwegingen. Denk hierbij aan de uitvoering van de RES (zoek locaties voor opwekken duurzame energie), de woningbouw opgaven, de vele stoppende boeren en daarmee samenhangende toenemende leegstand van stallen, ontwikkeling nieuwe natuur, verbeteren van kwaliteit van de ruimte, centrum ontwikkeling, leegstand winkels en kantoorruimte, etc. etc. De aanpak van deze uitdagingen vragen om een algehele integrale omgevingsvisie waarmee richting wordt gegeven in de keuzes die voor ieder van die uitdagingen moeten worden gemaakt. Hoe langer gewacht wordt met het opstellen van de omgevingsvisie des te lastiger wordt het om goed afgewogen keuzes te maken en beslissingen te nemen binnen de bedoeling van de omgevingswet - Nieuw sectoraal beleid in strijdig met principes omgevingswet: Binnen de gemeente Vught is op verschillende terreinen behoefte aan beleid. Op verschillen terreinen worden nu initiatieven genomen om nieuw sectoraal beleid op te stellen. Dat is niet in lijn met de filosofie en inzet van de omgevingswet. Deze vraagt niet om een sectorale benadering maar om een brede integrale benadering.
Een goede omgevingsvisie en een goed omgevingsplan geven invulling aan de wens voor beleidsmatige duidelijkheid en richting maar zijn tevens omgevingswet proof. dit in tegenstelling tot sectoraal beleid. - Leerproces vraagt tijd: De omgevingswet vraagt van de overheid ( bestuur en ambtenaren ) en de samenleving een andere manier van denken en werken ( de verandering is 20% inhoud, kennis van regelgeving, en 80% gedrag). Het opstellen van een omgevingsvisie in de gemeente Vught is een uitstekend instrument om kennis te nemen met de bedoeling van de omgevingswet en als oefening / training in het anders werken, passend bij die bedoeling. Denk aan het oefenen van integraal samenwerken tussen bestuur en ambtelijke organisatie, ambtelijk afdelingen onderling en ambtelijke organisatie en de “buitenwereld”. Maar ook oefenen met verschillende vormen van participatie, het betrekken van deskundigheid uit de samenleving. - Een nieuwe rol voor de gemeente: Opstellen van de omgevingsvisie dwingt de gemeente te kijken naar haar rol. Wat voor een gemeente willen we zijn? Kiezen we voor een strakke regie of zijn we voor loslaten, hebben we vertrouwen in de samenleving en onze inwoners. En afhankelijk van deze keuze welke rol past de gemeente dan. Kortom met het opstellen van de omgevingsvisie moet ook nagedacht worden over de gewenste besturingsfilosofie.
Hier moet het bestuur op korte termijn mee beginnen. In het nieuwe bestuursakkoord wordt daartoe al een mooie aanzet gemaakt. Dit momentum met het nieuwe bestuur moet je niet verloren laten gaan. - Aanpassing organisatie aan nieuwe rollen: Door aan de slag te gaan met het opstellen van de omgevingsvisie leren we ook of de gemeentelijke organisatie “omgevingswetproof” is. Ik pleit niet voor een structuur verandering maar je kunt wel kijken of we de functies die we nu kennen in de organisatie toereikend zijn om de
omgevingswet op goede manier te kunnen uitvoeren. Ik kom bij mijn zoektocht op internet al nieuwe functies tegen als de “omgevingsadviseur” en “gebiedsmanager”. Het zijn functionele vertalingen van de andere competenties en kennis die wordt gevraagd als we gaan werken met de omgevingswet. (Mogelijke) Uitgangspunten Vughtse Omgevingsvisie: 1. De omgevingswet gaat in de kern om: - Ruimte geven (overheid) en nemen (inwoners en bedrijven) - Los laten (overheid) en verantwoordelijkheid nemen (inwoners en bedrijven) - En vertrouwen hebben Deze kernwaarden dienen hun vertaling te krijgen in “het product” omgevingsvisie en in het “makingsproces” van de omgevingsvisie. ( invoering omgevingswet is 20 % nieuwe inhoud en 80 % gedragsverandering bij alle betrokkenen. ) 2. Op 11 april 2019 heeft de raad voor het invoeren van de omgevingswet gekozen voor het ambitieniveau vernieuwend. Dat betekent voor: - Participatie: co-creatie ( gelijke rol samenleving – gemeente ) - Kaderstelling: (overal ruime kaders ) - Bestuurlijke verhouding: (Raad laat uitvoering aan het college over ) - Beleid: ( Geheel nieuw beleid ) Deze elementen vormen de basis voor de besturingsfilosofie die onderdeel uit maakt van de omgevingsvisie. 3. De omgevingsvisie is zelfbindend voor de bestuurslaag die het heeft opgesteld. Dus het is primair een instrument van en voor de gemeenteraad.
Punten 3 en 4 vragen dat de raad nauw betrokken is bij het opstellen van de omgevingsvisie (werkgroep vanuit raad). Vanaf het begin van het aanbestedingsproces tot uiteindelijk de publicatie. 4. De omgevingsvisie geeft ook richting en kaders aan college, ambtelijke organisatie en de samenleving / initiatiefnemers. In combinatie met de uitgangspunten 1 en 2 betekent dit dat het maken van een omgevingsvisie in co-creatie dient plaats vinden met bestuur, ambtelijke organisatie en samenleving. 5. Het opstellen van de omgevingsvisie zal worden uitbesteed aan een extern bureau. Het bureau zal met voorstellen en initiatief komen voor het “makingsproces” met in acht neming van de bovenstaande punten. 6. De omgevingsvisie dient een inspirerende visie te worden zowel qua inhoud als qua presentie. Het verbinden van de omgevingsvisie aan de “global goals” draagt daaraan bij. Jeroen Oosterling (april 2021)
Bronnen: - Werken met de omgevingswet. Uitgave Berghauser Pont Publishing -Website “aan de slag met de omgevingswet”: https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl -diverse nieuwsbrieven en website VNG Globale planning onder voorbehoud van wensen van de raad, college en beschikbaarheid capaciteit in de markt en ambtelijk: Juni / juli 2021: voorstel aan de raad om in te stemmen met op laten stellen van omgevingsvisie en beschikbaar stellen van krediet. Juli / Augustus / September 2021: aanbesteding September / oktober 2021: keuze bureau Eind 2022: omgevingsvisie ligt voor in de raad