CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

9. Bericht college - Plan van aanpak Omgevingsplan

Raadsvergadering 30 september 2021, gemeente VughtBij agendapunt: Categorie I-B Schriftelijke mededelingen van college of griffie3.956 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Van: Secretariaat Gemeentesecretaris Verzonden: dinsdag 20 juli 2021 15:09 Aan: postbus GRIF <griffie@vught.nl> CC: Secretariaat Gemeentesecretaris <secretariaat.gemeentesecretaris@vught.nl>; Visch Eybergen, Harry de <h.de.vischeybergen@vught.nl> Onderwerp: Plan van aanpak Omgevingsplan Beste collega’s, O.v.v. het college het vriendelijke verzoek bovengenoemd plan van aanpak ter kennisname voor te leggen aan de raad. Met vriendelijke groet, Daniëlle

1

Plan van aanpak

Omgevingsplan

Vastgesteld door college van burgemeester en wethouders van Vught op ………………………. Versie: concept 1 Datum: 14 juli 2021

2

Inhoud 1

2

3

Inleiding ................................................................................................................................................ 4 1.1

Aanleiding ..................................................................................................................................... 4

1.2

Geest van de Omgevingswet ..................................................................................................... 4

1.3

Verschil bestemmingsplan en omgevingsplan ......................................................................... 4

1.4

Van tijdelijk omgevingsplan naar ‘nieuw’ omgevingsplan ..................................................... 5

1.5

Relatie omgevingsplan – omgevingsvisie ................................................................................. 6

1.6

Doel ............................................................................................................................................... 6

Uitgangspunten .................................................................................................................................... 7 2.1

We kiezen voor een gebiedsgerichte aanpak ........................................................................... 7

2.2

We kiezen voor een integrale aanpak........................................................................................ 8

2.3

We maken gebruik van wat er is ................................................................................................ 8

2.4

We hebben een volwaardig omgevingsplan op 1 januari 2026 ............................................. 8

Wat gaan we doen?.............................................................................................................................. 9 3.1

Periode tot inwerkingtreding...................................................................................................... 9

3.2

Periode na inwerkingtreding .................................................................................................... 12

4

Organisatie.......................................................................................................................................... 15

5

Planning .............................................................................................................................................. 16

3

1 Inleiding 1.1

Aanleiding

Op 1 juli 2022 treedt de Omgevingswet in werking. De in- én uitvoering van deze wet is een veelomvattende opgave. Naast dat de Omgevingswet vanzelfsprekend een juridische verandering betreft, beoogt deze wet ook een structurele, procedurele, procesmatige en last but not least een culturele verandering in onze organisatie. We moeten ons als gemeente daar op voorbereiden. Niet alleen om aan de strikt juridische eisen te kunnen voldoen, maar ook om te kunnen werken in de geest van de Omgevingswet. De Omgevingswet bevat zes kerninstrumenten. Dit plan van aanpak gaat over één van die instrumenten, namelijk het gemeentelijke omgevingsplan. Dit is een gebiedsdekkende regeling met álle regels voor de hele fysieke leefomgeving. Alle gemeenten hebben tot januari 2030 de tijd om tot één compleet en werkend omgevingsplan te komen. Dit ene omgevingsplan geldt voor het gehele grondgebied van de gemeente Vught en voldoet zowel aan de regels als de geest van de Omgevingswet. Om daartoe te komen zullen we als gemeente een transitiefase moeten doorlopen. Dit plan van aanpak geeft toelichting op die transitiefase en de voorbereiding daarvan.

1.2

Geest van de Omgevingswet

Voordat verder ingegaan wordt op het omgevingsplan, is het goed om kort stil te staan bij de filosofie achter de Omgevingswet. Aan deze filosofie wordt gerefereerd, wanneer men het heeft over werken “in de geest van de Omgevingswet”; zo ook in dit plan van aanpak. De Omgevingswet kent het motto ‘ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit’. De wetgever beoogt hiermee dus meer ruimte te bieden voor initiatieven en maatwerk, zonder dat dit afdoet aan de kwaliteit van de leefomgeving. Dit motto gaat vaak gepaard met onderstaande kreten: • • •

Van controle naar vertrouwen; Van ‘nee, tenzij’ naar ‘ja, mits’; Van inspraak naar samenspraak.

In de praktijk zou dit moeten betekenen dat er wordt gestreefd naar minder regels en meer flexibiliteit om op efficiënte wijze doelen voor de leefomgeving te bereiken. Op deze manier wordt de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit niet alleen bij de overheid gelegd, maar ook nadrukkelijk bij de samenleving en bedrijven.

1.3

Verschil bestemmingsplan en omgevingsplan

Al onze verschillende bestemmings-, wijzigings- en uitwerkingsplannen komen straks in eén omgevingsplan Daarnaast zullen er ook verschillende gemeentelijke verordeningen en een aantal nationale regels overgaan in het omgevingsplan. Op deze manier bevat het omgevingsplan straks álle regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Het omgevingsplan krijgt hiermee een bredere reikwijdte dan het bestemmingsplan, dat enkel ruimtelijke regels bevat.

4

Afbeelding 1: Het omgevingsplan (verkregen van www.aandeslagmetdeomgevingswet.nl)

Waar bij de Wet ruimtelijke ordening (Wro) ‘goede ruimtelijke ordening’ centraal stond, komt bij de Omgevingswet (Ow) een ‘veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit centraal te staan. Hiermee ontstaan voor gemeenten meer mogelijkheden om milieuaspecten, zoals geur, fijnstof, veiligheid en gezondheid een plek te geven in het omgevingsplan.

1.4

Van tijdelijk omgevingsplan naar ‘nieuw’ omgevingsplan

Wanneer de Omgevingswet in werking treedt, heeft elke gemeente direct een omgevingsplan van rechtswege, oftewel een tijdelijk omgevingsplan. Dit omgevingsplan bevat alle verschillende bestemmings-, wijzigings- en uitwerkingsplannen, een klein aantal gemeentelijke verordeningen en de nationale regels die het Rijk overdraagt naar gemeenten. De nationale regels die worden overgedragen naar gemeenten heten tezamen de ‘bruidsschat’. Om tot het ‘nieuwe’, volwaardige omgevingsplan te komen, moeten alle regels die zich in het tijdelijke omgevingsplan bevinden en de overige fysieke regels uit gemeentelijke verordeningen worden omgezet naar het nieuwe omgevingsplan. Dit moet op zodanige wijze gebeuren, dat het nieuwe omgevingsplan voldoet aan de regels van de Omgevingswet.

5

Afbeelding 2: Van tijdelijk naar nieuw omgevingsplan (aangepast van www.vng.nl)

1.5

Relatie omgevingsplan – omgevingsvisie

De omgevingsvisie, zwart-wit gezien de opvolger van de structuurvisie, is een integrale, strategische langetermijnvisie voor de gehele fysieke leefomgeving. Het omgevingsplan moet daarvan een logische vertaling van regels zijn. Met andere woorden: de regels die in het omgevingsplan staan moeten bijdragen aan de koers die in de omgevingsvisie is gekozen. Dit betekent dat voor het opstellen van een omgevingsplan er een omgevingsvisie moet zijn die aan het omgevingsplan ten grondslag kan liggen. Op het moment van schrijven is het aanbestedingstraject van de omgevingsvisie gestart. De planning van het omgevingsplan sluit aan op die van de omgevingsvisie.

1.6

Doel

Dit plan van aanpak heeft als doel inzichtelijk te maken welke stappen we moeten doorlopen om tot een volwaardig omgevingsplan te komen.

6

2 Uitgangspunten Onderstaande uitgangspunten dienen als leidraad door het gehele proces. Ze moeten sturing geven aan dat wat we doen. Onderstaande uitgangspunten zijn mede gebaseerd op de koers die de gemeenteraad heeft bepaald voor de implementatie van de Omgevingswet. Deze koers is in 2019 opgesteld. In het koersdocument heeft de gemeenteraad gekozen voor een onderscheidend ambitieniveau, die zich in het omgevingsplan laat vertalen door een gebiedsgerichte, integrale aanpak.

Afbeelding 3: Ambitieniveau bij invoeringsstrategie (verkregen van www.vng.nl)

2.1

We kiezen voor een gebiedsgerichte aanpak

Om in één keer tot een volwaardig omgevingsplan te komen is bijna onmogelijk. De VNG adviseert daarom het omgevingsplan stap voor stap op te bouwen. Dit kan op twee manieren: themagericht of gebiedsgericht. Wij kiezen als gemeente Vught ervoor om het omgevingsplan in beginsel gebiedsgericht op te bouwen. Op deze manier kunnen we meer recht doen aan de verschillende kwaliteiten van verschillende gebieden, sluiten we aan bij onze nog op te stellen omgevingsvisie en omgevingsplannen in de regio. Dat laatste maakt het ook voor ketenpartners overzichtelijker om te werken met ons omgevingsplan. Dit sluit niet uit dat we verschillende onderwerpen themagericht implementeren. Dit houdt in dat je een onderwerp voor het gehele grondgebied in één keer in het volwaardige omgevingsplan opneemt. Dit zou bijvoorbeeld het geval kunnen zijn bij enkele verordeningen.

7

2.2

We kiezen voor een integrale aanpak

Het omgevingsplan is iets wat heel de gemeente aangaat. Zoals eerder al genoemd bestaan bestemmingsplannen enkel uit ruimtelijke regels, terwijl het omgevingsplan straks alle regels omtrent de fysieke leefomgeving bundelt. Dit betekent dat onder andere dat er regels op het gebied van milieu, veiligheid en gezondheid worden toegevoegd. Vanzelfsprekend worden de deskundigen op dit gebied aangehaakt bij het proces. Op veel gebieden hebben we al deskundigheid in huis, maar daarnaast gaan we ook actief naar onze ketenpartners om hun kennis en kunde op specifieke gebieden op een goede wijze in het omgevingsplan te laten landen. Zij zullen zodoende ook een belangrijke rol spelen in de totstandkoming van een volwaardig omgevingsplan.

2.3

We maken gebruik van wat er is

Er is ontzettend veel informatie beschikbaar over het omgevingsplan. Het betreft hier zowel theorie als praktijk. We gaan als gemeente Vught niet opnieuw het wiel uitvinden, maar we maken gebruik van wat er is. Voorbeelden hiervan zijn de ervaringen om ons heen, de staalkaarten en het casco omgevingsplan van de VNG en onze eigen beleidsdocumenten en bestemmingsplannen. Daarnaast sluiten we vanzelfsprekend aan bij onze eigen omgevingsvisie. Dit betekent niet dat we alles kopiëren en plakken; waar nodig zullen er aanpassingen gedaan worden. Deze aanpassingen zullen nodig zijn, omdat we meer eenduidigheid willen tussen regels in verschillende, soortgelijke gebieden, omdat we meer willen werken in de geest van de Omgevingswet, omdat er sprake is van veranderde beleidsinzichten of verouderde regelgeving en bovenal wanneer uit het proces naar voren komt dat dit nodig is.

2.4

We hebben een volwaardig omgevingsplan op 1 januari 2026

Officieel hebben we de tijd tot 1 januari 2030 om tot een volwaardig omgevingsplan te komen. Wij zijn ambitieus en streven ernaar om uiterlijk op 1 januari 2026 een volwaardig omgevingsplan te hebben. Deze datum komt overeen met de ambitie uit het uitvoeringsprogramma. Dit betekent dat we vanaf het moment van de invoering drie en een half jaar de tijd hebben om alles op onze manier te integreren in het omgevingsplan. Deze tijd geeft ons voldoende ruimte om met alle belanghebbenden het gesprek aan te gaan, zowel intern als extern te oefenen, dilemma’s bloot te leggen en hierin keuzes te maken en aan te sluiten op de omgevingsvisie.

8

3 Wat gaan we doen? De tijd van nu tot een volwaardig omgevingsplan is grofweg in te delen in twee periodes: 1) De periode tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet (01-07-2022) 2) De periode vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet (01-07-2022) tot het moment dat we een volwaardig omgevingsplan hebben (01-07-2026). Voor beide periodes wordt hieronder uiteengezet wat we als organisatie moeten doen om uiteindelijk ‘omgevingswetproof’ te kunnen werken met het omgevingsplan.

Afbeelding 4: Van bestemmingsplan naar omgevingsplan (verkregen van www.aandeslagmetdeomgevingswet.nl)

3.1

Periode tot inwerkingtreding

De periode tot 01-07-2022, oftewel tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet, staat in het teken van het kunnen werken met het tijdelijke omgevingsplan en de acties en keuzes die daarmee gepaard gaan. Vanuit de minimale acties, een lijst vanuit de VNG, zijn onderstaande acties verplicht of geadviseerd om gereed te hebben vóór de inwerkingtreding: • • •

Kunnen wijzigen van het omgevingsplan (verplicht); Kunnen werken met een tijdelijk omgevingsplan (verplicht); Plan(ning) maken voor een nieuw omgevingsplan (advies).

Om te kunnen voldoen aan deze acties zullen er een aantal keuzes gemaakt moeten worden. Naast deze, voornamelijk organisatiegerichte keuzes, zal ook de gemeenteraad een aantal keuzes moeten maken die van invloed zijn op het omgevingsplan. 9

3.1.1 Plansoftware kiezen Om te kunnen werken met een tijdelijk omgevingsplan en het kunnen wijzigen daarvan, zal er software beschikbaar moeten zijn die het mogelijk maakt om de regels digitaal te ontsluiten. We moeten hiervoor als organisatie allereerst bepalen hoe we willen gaan werken, om vervolgens een keuze te kunnen maken voor een geschikte softwareleverancier. De vraag ‘hoe willen we gaan werken?’ gaat over aspecten als: • • • • • •

Aan welke eisen zou plansoftware volgens ons moeten voldoen? Welke mogelijkheden zijn er beschikbaar en welke vinden wij relevant? Hoe willen we de samenwerking met ketenpartners en stedenbouwkundige bureaus inrichten en hoe kan de software hierin helpen? Welke niveau van dienstverlening willen we bieden aan initiatiefnemers en hoe kan de software hierin helpen? Wat willen we zelf doen en wat besteden we uit? Welke vaardigheden zijn er nodig voor de kant die we op willen?

We zijn in de organisatie gestart met de beantwoording van deze vraag. In samenwerking met verschillende leveranciers kijken we naar de mogelijkheden en bepalen we zelf wat voor ons het beste werkt. Wanneer we dit helder hebben kunnen we op zoek naar een softwareleverancier die het beste aan onze wensen kan voldoen. 3.1.2 Afwijken van het omgevingsplan Wanneer een aanvraag niet voldoet aan de regels in het tijdelijk omgevingsplan, bestaat er de mogelijkheid om hiervan af te wijken. Hiervoor zijn twee mogelijkheden: 1) De omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit 2) Het omgevingsplan wijzigen. We moeten als organisatie de keuze maken hoe we omgaan met initiatieven die afwijken van de regels in het tijdelijk omgevingsplan. Hiervoor moeten we goed in beeld brengen wat de gevolgen van deze keuze betekent voor zowel organisatie als initiatiefnemers, welke dienstverlening we willen waarborgen en wat er mogelijk is met de beschikbare tijd, kennis en kunde. Bovenstaande keuze is ook van invloed op de wijze hoe we omgaan met initiatieven die afwijken van de huidige bestemmingsplannen vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het is onvermijdelijk dat er een periode is waarin concepten van (voor-/ontwerp)bestemmingsplannen dienen te worden beoordeeld, wetende dat een ontwerpbestemmingsplan niet ter inzage ligt voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Voor deze gevallen geldt namelijk dat ze niet onder het overgangsrecht vallen en dus volgens de nieuwe regels tot stand dienen te komen. We moeten uitzoeken hoe we hier als organisatie mee omgaan. Hiervoor moeten we in ieder geval een keuze gaan maken over het wel of niet meer kunnen indienen van bestemmingsplannen gedurende een bepaalde periode. 3.1.3 Inventarisatie bruidsschat Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet krijgen we vanuit het Rijk een set regels die, zonder iets te doen, volledig in het tijdelijke omgevingsplan van gemeenten terechtkomen. Deze 10

set regels wordt de bruidsschat genoemd. Het is van belang dat we als gemeente weten wat er op ons afkomt. Daarnaast hebben we als gemeente de mogelijkheid om onderdelen van de bruidsschat vanaf dag één na het moment van invoering aan te passen of te laten vervallen. Dit kan nodig zijn, omdat regels uit de bruidsschat bijvoorbeeld strijdig zijn met lokale of provinciale regels, omdat ze niet van toepassing zijn voor onze gemeente of omdat wij bijvoorbeeld strengere of soepelere regels willen naleven. Vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het in ieder geval van belang om allereerst te inventariseren wat er op ons af komt en of we sommige regels moeten aanpassen of laten vervallen in verband met strijdigheid en/of overbodigheid. Het verscherpen en versoepelen van bruidsschatregels komt in een later stadium aan de beurt. Voor het inventariseren van de bruidsschat zijn we aangehaakt bij een regionale aanpak. De gemeenteraad is uiteindelijk degene die een besluit neemt over eventuele wijzigingen van de bruidsschat. 3.1.4 Inventarisatie verordeningen De verordeningen blijven na inwerkingtreding losstaan van het tijdelijk omgevingsplan (zie ook ‘Afbeelding 2’). Dat neemt niet weg dat we als organisatie daar nu al stappen in kunnen zetten. Dit zorgt ervoor dat de overgangsfase soepeler verloopt.

Tot het moment van inwerkingtreding kunnen we in ieder geval de bestaande verordeningen inventariseren en daar de regels omtrent de fysieke leefomgeving uithalen en eventueel bundelen in een verordening fysieke leefomgeving. Het omzetten en mogelijk aanpassen of aanvullen van de regels uit de verordening is iets wat we na de inwerkingtreding zullen oppakken. 3.1.5 Raadsbesluiten over delegatie, adviesrecht en participatie Om te kunnen werken met het omgevingsplan, zal er ook een drietal andere raadsbesluiten moeten worden genomen vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het betreft hier de besluiten over delegatie, adviesrecht en gevallen van buitenplanse activiteiten waarbij participatie verplicht wordt gesteld. Deze drie onderwerpen worden in de raadsinformatieavond van 9 september 2021 samen met de gemeenteraad besproken. In het tweede kwartaal van 2022 zal hierover een besluit worden genomen. De achtergrond van de drie besluiten wordt hieronder kort uiteengezet. Delegatie De gemeenteraad is bevoegd tot het vaststellen van een omgevingsplan. Artikel 2.8 van de Omgevingswet bepaalt dat de gemeenteraad de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het plan kan delegeren aan het college. Zo’n delegatiebesluit vormt een zelfstandig besluit dat geen onderdeel uitmaakt van het omgevingsplan.

Het delegatiebesluit is enigszins te vergelijken met het vaststellen van een wijzigingsbevoegdheid in een bestemmingsplan. De gemeenteraad besluit wat er onder het delegatiebesluit valt. Voorbeelden van wat het delegatiebesluit kan bevatten zijn: • Het opnemen van door de gemeenteraad vastgesteld beleid in een omgevingsplan kan worden gedelegeerd aan het college; • Wanneer een buitenplanse omgevingsvergunning wordt verleend, dient de afwijking binnen vijf jaar in het omgevingsplan verwerkt te worden. Deze verwerking kan worden gedelegeerd worden aan het college; 11

•

Gevallen van wijzigingen die nu als wijzigingsbevoegdheid zijn opgenomen in de bestemmingsplannen, kunnen worden gedelegeerd aan het college.

Advies Wanneer een initiatief niet voldoet aan de regels in het omgevingsplan en niet vergunningsvrij is, is er sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Het college is bevoegd om van het omgevingsplan af te wijken. Dit kan zij doen door een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit te verlenen. De gemeenteraad kan er voor kiezen om in bepaalde gevallen een bindend advies te geven aan het college over buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Hiervoor dient hij een lijst op te stellen met de gevallen waarin hij advies wil uitbrengen. Deze lijst dient door middel van een raadsbesluit te worden vastgesteld. Een dergelijke lijst is enigszins vergelijkbaar met de omgekeerde variant van de verklaring van geen bedenkingen (VVGB). Samen met de gemeenteraad gaan we een lijst opstellen, mogelijk gebaseerd op de huidige lijst van verklaring van geen bedenkingen. Hierbij moeten we ook rekening houden met hoe we de adviesrol inrichten in het proces. De doorlooptijd van buitenplanse aanvragen blijft namelijk acht weken. Participatie Participatie is een belangrijke pijler onder de Omgevingswet. We stimuleren de initiatiefnemer om in een zo’n vroeg mogelijk stadium een dialoog te voeren met de omgeving over de geplande ontwikkelingen. Dit kan plannen beter maken en kan mogelijk bezwaren later in het traject voorkomen.

De initiatiefnemer is vrij in de manier hoe die dat doet. Het voeren van een dialoog is echter niet verplicht. Wel kan de gemeenteraad gevallen aanwijzen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aanwijzen waarbij participatie verplicht wordt gesteld. Hierover gaan we met de gemeenteraad in gesprek. Een lijst met dergelijke gevallen dient door de gemeenteraad te worden vastgesteld. 3.1.6 Oefenen Naast alle juridische eisen is het daarnaast vooral van belang dat we als organisatie gaan oefenen met de veranderingen die de Omgevingswet en het omgevingsplan met zich meebrengen. Dit wordt ook stevig benadrukt door het Rijk en dit is ook een wens vanuit onze gemeenteraad. Intern wordt er na het zomerreces een tweeledig oefenprogramma opgezet, welke ingaat op enerzijds de overgangsfase (gericht op verkenning van de aandachtspunten van deze fase; zoals onder andere in paragrafen 3.1.1 tot en met 3.1.4 van dit hoofdstuk benoemd) en anderzijds het ontwerpen van het omgevingsplan door middel van twee casussen. Doel hiervan is dilemma’s en keuzes bloot te leggen die in de periode vóór en ná inwerkingtreding van de Omgevingswet naar voren kunnen komen.

3.2

Periode na inwerkingtreding

De periode na inwerkingtreding staat vanzelfsprekend in het teken van het realiseren van een volwaardig omgevingsplan. Zoals in paragraaf 2.4 is aangegeven, is het doel dat we voor 1 januari 2026 een volwaardig omgevingsplan hebben. Om daartoe te komen zullen we samen met alle belanghebbenden aan de slag moeten gaan om tot een ‘omgevingswetproof’ omgevingsplan te komen. 12

3.2.1 Bruidsschat en verordeningen definitief omzetten De inventarisatie die voor de inwerkingtreding al begonnen is, zal na de inwerkingtreding nog voortduren. De volgende stap in het proces is om zowel de bruidsschat als de verordeningen op onze eigen manier definitief om te zetten naar het volwaardige omgevingsplan. Hiervoor zullen we mogelijk regels moeten aanpassen, verscherpen, versoepelen en/of laten vallen. Het omzetten van beide elementen hoeft niet gelijktijdig te gebeuren. 3.2.2 Afwegingsruimte bepalen Het verscherpen en/of versoepelen geldt niet alleen voor de regels, de bruidsschat of uit verordeningen, ook de bestaande regels gaan we tegen het licht houden. We moeten als organisatie gaan bepalen of, en zo ja hoe, we maatwerk willen realiseren, we meer beleidsruimte willen inbouwen en of we meer vergunningvrij willen regelen. Deze drie aspecten worden door de wetgever gekoppeld aan ‘het werken in de geest van de Omgevingswet’, maar elke gemeente dient daar zelf een keuze in te maken. Het afwegen van deze keuzes zal gepaard gaan met oefensessies.

Afbeelding 5: Bestuurlijke afwegingsruimte (verkregen van www.aandeslagmetdeomgevingswet.nl)

3.2.3 Participatieplan opstellen De wetgever verplicht gemeenten om achteraf bij het vaststellen van een volwaardig omgevingsplan aan te geven hoe belanghebbenden, waaronder dus inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen, zijn betrokken en wat er met de resultaten is gedaan. Het is goed om hier van te voren goed over na te denken en het proces 13

rondom participatie vorm te geven. Dit zorgt ervoor dat je aan verwachtingenmanagement kan doen. Er zal zodoende een participatieplan worden opgesteld. Deze zal mede worden gebaseerd op het participatiebeleid, welke op 22 juli 2021 in de gemeenteraad wordt behandeld. Het opstellen van een participatieplan voor het omgevingsplan is wat anders dan het raadsbesluit over participatie, welke in paragraaf 3.1.5 wordt toegelicht. Eerstgenoemde is een procesvoorstel van hoe wij als gemeente de participatie inrichten specifiek bij het opstellen van het omgevingsplan. Het participatiebeleid is daarvoor ons kader. Het raadsbesluit is een lijst van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarbij participatie verplicht wordt gesteld wanneer initiatiefnemers een dergelijke activiteit willen ondernemen. 3.2.4 Pilot draaien Met het participatieplan op zak zal er een pilot worden gestart voor maximaal één of twee gekozen gebieden. In deze deelgebieden werken we toe naar een volwaardig omgevingsplan. Hiervoor moeten we dus een keuze maken over welk(e) gebied(en) we hiervoor geschikt achten en hoe we de pilot gaan inrichten. Voor het inrichten is het met name van belang om te bepalen wie waar over gaat. De lessen die we uit de pilot halen, zijn vanzelfsprekend van groot belang voor het opstellen van het omgevingsplan voor het overige grondgebied van Vught, Helvoirt en Cromvoirt.

3.2.5 Één volwaardig ‘omgevingswetproof’ omgevingsplan vaststellen Het uiteindelijke doel is om voor 1 januari 2026 één volwaardig omgevingsplan te hebben voor het gehele grondgebied van de gemeente Vught dat voldoet aan de regels van de Omgevingswet. De voorgaande aandachtspunten geven hieraan al invulling. Een belangrijke slag die nog kan gemaakt kan worden is het verbeteren van de eenduidigheid. Op dit moment kennen we veel verschillende bestemmingsplannen. In elk van die bestemmingsplannen gelden soms weer net andere regels of worden begrippen op een andere manier gedefinieerd. De transitie die de Omgevingswet met zich meebrengt geeft ons als gemeente de mogelijkheid om deze verschillen waar mogelijk recht te trekken, zonder in te leveren op het gekozen niveau van maatwerk en recht doende aan de verschillende kenmerken van gebieden.

14

4 Organisatie Er is reeds een projectgroep voor de implementatie van de Omgevingswet in zijn geheel aan de gang. Eén van de deelprojecten die hieronder valt is het omgevingsplan. Van belang is wel dat er te allen tijde een connectie blijft bestaan tussen het deelproject omgevingsplan, de andere deelprojecten en de implementatie van de Omgevingswet als geheel. Om de integraliteit te waarborgen is er ook een integrale werkgroep voor het omgevingsplan benodigd. Voor dat deelproject zijn de volgende rollen en expertises benodigd: • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

Projectleider Ruimtelijke Ordening Vergunningverlening Dienstverlening Milieu Natuur Water Erfgoed Verkeer en parkeren Openbare inrichting Grondzaken Toezicht/handhaving Gezondheid/sociaal domein Informatievoorziening Communicatie APV Juridische zaken Financiën HR

Het is een omvangrijke werkgroep. Per bijeenkomst zal bekeken worden wie erbij aanwezig moeten zijn. We hopen daarnaast een beroep te kunnen doen op de expertise van onze ketenpartners. Deze zullen mogelijk ook aansluiten bij de verschillende bijeenkomsten.

15

5 Planning 2021 Q3 Q4

Q1

2022 Q2 Q3

Q4

Q1

2023 Q2 Q3

Q4

Q1

2024 Q2 Q3

Q4

Q1

2025 Q2 Q3

Q4

Periode tot inwerkingtreding Plansoftware kiezen Keuze ‘hoe willen we werken’ Keuze softwareleverancier Implementatie software Afwijken van het omgevingsplan Bepalen strategie Communiceren strategie Inventarisatie bruidsschat Regionale aanpak Inventarisatie verordeningen Inventarisatie Besluitvorming Raadsbesluiten Delegatie Advies Participatie Oefenen Implementatie Ontwerpen

16

2021 Q3 Q4

Q1

2022 Q2 Q3

Q4

Q1

2023 Q2 Q3

Q4

Q1

2024 Q2 Q3

Q4

Q1

2025 Q2 Q3

Q4

Periode na inwerkingtreding Bruidsschat & verordeningen omzetten Bruidsschat omzetten Verordeningen omzetten Afwegingsruimte bepalen Maatwerkmogelijkheden Beleidsruimte mogelijkheden Vergunningsvrije mogelijkheden Participatieplan opstellen Participatieplan opstellen Verwachtingenmanagement Pilot draaien Gebied(en) kiezen Plan van aanpak opstellen Pilot draaien Evaluatie Één volwaardig ‘omgevingswetproof’ omgevingsplan vaststellen Omgevingsplan opstellen Afstemming Vaststelling

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=d4e4023a-7ea2-4336-a2fb-54a3eaa492b5