CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

8. Raadsinformatiebrief Duurzame Verstedelijking

Raadsvergadering 21 juli 2022, gemeente VughtBij agendapunt: Categorie I-B Schriftelijke mededelingen van college of griffie29.627 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Circulariteit biedt volop kansen voor een (economisch) robuust en toekomstbestendig Brabant: biobased bouwen biedt kansen (of uitweg) voor de landbouw door teelt van vezelproducten (hennep/vlas), die direct inzetbaar zijn voor de bouw; industrieel conceptueel (hout)bouwen, flexibel en aanpasbaar

28

8.

Brabant in 2050 klimaatadaptief

Brabant West speelt verzilting. Dit zal op termijn toenemen als er niet genoeg ‘tegendruk’ van zoetwater in het oppervlaktewatersysteem is.

Ondanks de inspanningen om de CO2 reductie terug te brengen verandert het klimaat fors: de zeespiegel stijgt, het wordt warmer en ook droger en natter. De

HET WORDT NATTER: risico op schade en ontwrichting. Bij wateroverlast gaat het om

extremen worden groter. De hetere zomers, de heftigere zomerbuien en nattere

watergangen die buiten hun oevers treden omdat deze de hevige neerslag niet

winters hebben effecten op een groot aantal terreinen, waarvan sommige effecten

kunnen verwerken. Dat kan komen door perioden van langdurige neerslag in

zichtbaar zijn (zoals wateroverlast, schade in land- en tuinbouw, en hittestress) en

een groter gebied of door een kortstondige lokale wolkbreuk. In het verstedelijkt

andere op het eerste gezicht misschien minder opvallen (zoals de stijging van het

gebied gaat dit gepaard met rioleringsproblematiek, ‘water op straat’ of erger en

aantal allergiedagen, droogte, veranderingen in ziekten en plagen en toename kans

kan aanzienlijke schade en ontwrichting ontstaan. Gezien hoogteverschillen in het

natuurbranden en uitval IT-voorzieningen).

landschap zijn lage delen van het landschap (zoals beekdalen, vennen, natuurlijke laagten en buitendijkse gebieden langs de regionale rivieren) van nature veel gevoeliger voor wateroverlast dan hogere delen. Ook gebieden met een aanzienlijke mate van verharding (straten, gebouwen en alle andere soorten van verhard oppervlak) krijgen eerder met wateroverlast te maken dan onverharde gebieden. De afgelopen decennia was de inrichting van het waterbeheer vooral gericht op zo snel mogelijk afvoeren van water ten gunste van landbouw en verstedelijking. In het rivierengebied en de Brabantse Delta is de verwachting dat we in de toekomst hogere waterstanden moeten opvangen. De mogelijke gevolgen van overstromingen worden steeds groter, omdat het aantal inwoners en de

Grote overstromingskans (>1/30 per jaar) Middelgrote kans (1/30 tot 1/300 per jaar) Kleine kans (1/300 tot 1/3.000 per jaar) Zeer kleine kans (1/3.000 tot 1/30.000 per jaar)

DE ZEESPIEGEL STIJGT: toename overstromingsrisico en verzilting. Het risico op overstromingen (vanuit de zee of de grote rivieren) neemt toe als gevolg van klimaatverandering. Het zijn vooral de poldergebieden die kwetsbaar zijn, waarbij delen van die polders zowel met meer hoge waterstanden, als zeer korte evacuatietijden te maken hebben. In het uiterste westen van de polders in West-

29

Verleden ca.1850 - Historisch landschap

Heden - Ontwateringsmachine Brabant

Toekomst - Beekdallandschap als structuurdrager

Naar een gezond beekdallandschap (HNS, 2019)

economische waarden achter de rivierdijken toenemen. 80% van Brabant is een

infiltreerde het meeste water lokaal in de grond en vulde zo het grondwater aan.

combinatie van zandgronden en beken; het bekenlandschap. Vrijwel overal zijn waterlopen gegraven, en beken rechtgetrokken en uitgediept. Door toevoeging van

Tijdens langere tijden van droogte is er een watertekort. Veel natuurgebieden in

verharding en intensivering van de landbouw met als gevolg ontwatering en een

Brabant kampen structureel met verdroging door te lage grondwaterstanden.

teruglopende bodemkwaliteit is de sponswerking van het hele beekdalsysteem

Beregening ten behoeve van de landbouw en toegenomen drinkwatervraag tijdens

afgenomen. Het water wordt nauwelijks vastgehouden en nutriënten en

droge perioden zet het grondwater verder onder druk. De agrarische bodems zijn

bestrijdingsmiddelen spoelen uit. Zeker als extremen in het weer gaan toenemen

op veel plaatsen uitgeput als gevolg van de intensieve benutting die er jarenlang op

kan het huidige watersysteem gebaseerd op afvoer het teveel aan water niet langer

plaats gevonden heeft. De bodemkwaliteit is slecht door verregaande eutrofiering,

aan. Er ontstaat vaker wateroverlast in de laaggelegen gebieden en neerslagpieken

vervuiling en verdichting door zwaar landbouwmaterieel. Het bodemleven en het

zorgen voor grote schade in stad, land- en tuinbouw.

organische stofgehalte zijn hierdoor teruggelopen, waardoor de capaciteit om water vast te houden sterk is afgenomen. De natuurlijke sponswerking en buffercapaciteit

HET WORDT DROGER: stad, natuur en landbouw hebben last van verdroging. Grondwater

is niet langer aanwezig.

is een belangrijke pijler onder de totale zoetwatervoorziening en een drijvende kracht achter het watersysteem. Op hoge gronden infiltreert water dat in de

BODEMDALING: funderingsproblemen in historische kernen. Bodemgesteldheid in

lagere delen als kwel aan de oppervlakte komt. Veel kwetsbare natuur is daarvan

relatie tot verstedelijking gaat over de vraag of de bodem stevig genoeg is om

afhankelijk. Onderweg wordt grondwater ook opgepompt voor allerhande gebruik,

op te bouwen en of de gebouwde omgeving daarna voor de lange termijn prettig

ondermeer door de landbouw. Het is dan ook van belang dat het gebruik van

bewoonbaar blijft. In Brabant is bodemdaling op zichzelf niet een probleem zoals in

grondwater in evenwicht is met de aanvulling ervan. Die balans staat momenteel

de Randstad, omdat oxiderende veenlagen in de ondergrond niet voorkomen in de

ernstig onder druk, met name op de hogere zandgronden. Er wordt steeds meer

mate zoals daar aan de orde is. Funderingsproblemen zoals we die uit de Randstad

onttrokken en steeds minder grondwater aangevuld. Dit komt in belangrijke mate

kennen kunnen echter ook hier ontstaan in historische kernen, zij het op veel

ook door de toegenomen verharding (vooral sinds de gedecentraliseerde bouw

minder grote schaal (en met name in West-Brabant-West).

van uitbreidingswijken vanaf jaren ’50). Al het hemelwater dat valt op het stedelijk gebied wordt daarbij zo snel mogelijk de stad uit afgevoerd naar zee. Voorheen

30

HET WORDT HETER: steeds meer hittestress in de stad. Met name de stedelijke gebieden,

Robuust water- en groensysteem

waaronder stads- en dorpscentra, bedrijventerreinen en vliegvelden, hebben te

De ambitie is om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te zijn. De opgave

maken met hittestress. Het stedelijk gebied warmt sneller op en blijft warmer dan

is op de hoge gronden het water vast houden door in het landschap op de hoge

de omgeving. De aanwezigheid van voldoende groen en water in en om de stad is

gronden meer ruimte te geven voor vertraagde afvoer, en meer infiltratie. Dat

daarom belangrijk. Dit brengt verkoeling, draagt bij aan een gezonde leefomgeving

betekent meer ruimte maken voor water en de stad inrichten als spons. Niet alleen

jaarrond en is goed voor de waterhuishouding in de stad. Dit vraagt om een niet

voor het hoogwaterprogramma maar ook voor lokale piekbuien, het tegengaan

te groot aandeel verharding en is een aandachtspunt bij verdichtingsopgaves.

van droogte en hittestress. Dat gaat zowel over ruimte voor de grote groen/blauwe

Daarnaast is ventilatie van belang. De warme lucht moet met koelere lucht de stad

structuren als om kleinere ingrepen op wijk, straat en perceelniveau. Het betekent

kunnen verlaten. Dat vraagt niet alleen een doordachte inrichting van de stad zelf,

over de hele linie ingrijpen in de grote stedelijke massa in de naoorlogse wijken en

maar ook van het omliggende buitengebied. Op de aanvoerroute van die lucht is het

bedrijventerreinen. Transformatie daarvan is dus kernonderdeel van water-inclusief

niet verstandig om te verharden, bijv. met kassen en zodoende daar hitte eilanden

ontwikkelen.

of barrières te creëren. Op het stedelijke schaalniveau is meer aandacht nodig voor groen en blauw bij HET WATER IS NIET SCHOON GENOEG: onvoldoende (drink)waterkwaliteit. In de

de inrichting van het bebouwd gebied (verkoeling door meer ruimte voor beken

Europese Unie moeten vanaf 2027 alle aan Brussel gerapporteerde wateren in

en waterlopen, in combinatie met parken, geveltuinen, groene daken, groene

een goede ecologische toestand zijn. Dat is wettelijk bepaald in de Kaderrichtlijn

schoolpleinen en waterpartijen). Een schaalniveau hoger moet het water veel beter

Water, die sinds 2000 van kracht is. Een groot deel van het oppervlaktewater in

worden vasthouden op de hogere gronden in het bekenlandschap. De daarop

Brabant (inclusief de beken) heeft onvoldoende ecologische kwaliteit en voldoet

gelegen steden en dorpen, landbouw en natuurgebieden moeten weer ‘als spons’

niet aan de vastgestelde KRW-normen. Dit kan een grond gaan vormen om

fungeren en slechts langzaam het water afgeven aan de beekdalen. Daarnaast is

economische activiteiten lokaal, binnen een waterlichaam of stroomgebied te

ruimte nodig voor de grote rivieren om afvoer- en bergingscapaciteit te vergroten

blokkeren, zoals in de stikstofcrisis is gebeurd (PBL, 2022). Daarnaast staat de

en waar mogelijk natuur en recreatie meer ruimte te geven.

kwaliteit van het grondwater en daarmee ook de strategische voorraden voor de drinkwatervoorziening onder druk. Het ecosysteem van de beek is afhankelijk van schoon stromend water, met voldoende zuurstof en voedselarmoede bovenin het beekdal. Doordat de bodem haar sponswerking heeft verloren wordt het water nauwelijks vastgehouden en spoelen nutriënten en bestrijdingsmiddelen uit. Het oorspronggebied van de beek heeft vaak de functie landbouw. Dat maakt het moeilijk om de natuurlijke gradiënten en processen te herstellen. Dat is immers alleen mogelijk bij een zeer goede waterkwaliteit.

31

9.

Nieuwe verhouding tussen stad en land

In de definitie van ‘Brabantse stedelijkheid’ is de onmiddellijke nabijheid van het landschap en de dorpen een belangrijk onderdeel. Kernkwaliteiten zijn afwisseling, schaal (van klein tot stevige waardevolle natuur- en cultuurlandschappen) en de toegankelijkheid. De beken nemen in de stad-land verbindingen een belangrijke positie in. De groene, blauwe en recreatieve aders tussen stad en land zijn de stepping stones tussen de stad en de grotere natuurgebieden. Door de gebieden lopen fiets- en wandelroutes die je in korte tijd van hartje stad midden in de natuur

Natura2000 Hydrologische beïnvloedingsgebieden rondom Natura2000 Atmosferische bufferzone 3km rondom PAS-gebieden Waterwingebied Grondwaterbeschermingsgebied

voeren. Van het Van Abbemuseum naar de Groote Heide, van de LocHal naar de Loonse en Drunense Duinen, van de kubuswoningen naar de brug bij Aarle-Rixtel, van de Sint Jan naar de Wamberg, van de Grote Kerk naar Van Gogh Huis Zundert. Deze kernkwaliteit van Brabant wordt echter op een aantal fronten bedreigt: •

Agrarische functie staat onder druk. De Brabantse landbouw- en voedselsector blinkt uit in innovatie en kennis, productiviteit en samenwerking. De sector staat echter voor een aantal grote uitdagingen. Veel agrariërs zoeken naar een nieuw, volhoudbaar toekomstperspectief. Er is sprake van een economische disbalans (inkomens boeren staan onder druk, bedrijfsopvolging

•

is onvoldoende gegarandeerd en de grenzen aan schaalvergroting zijn in zicht

uit industrie, verkeer en veehouderij. Ook de situatie van de beken is niet

of al bereikt). Tegelijkertijd staat de sector voor maatschappelijke opgaven

rooskleurig. Opwarming van de beken leidt tot zuurstofdaling waardoor vissen

(kwaliteit van bodem, water, lucht en landschap, biodiversiteit en de uitstoot

in de problemen raken. Door versnippering van het landschap en het wegvallen

van broeikasgassen, ammoniak en stikstof). Dit alles vraagt om vernieuwing

van overstromingen zijn de vroeger veel voorkomende overgangssituaties

en innovatie binnen het boerenbedrijf. Op plekken waar agrarische bedrijven

tussen voedselarm en voedselrijk en tussen zuur en neutraal verdwenen. Het

stoppen dreigt leegstand en verrommeling van het landschap (bijvoorbeeld

lengtegradiënt van bovenloop naar benedenloop is vervlakt. Door normalisatie

als gevolg van onzorgvuldige inpassing van duurzame energie, industrie, of

en waterverontreiniging zijn beeklopen ontstaan die qua morfologie het meest

ruimte-voor-ruimte-villabouw ter compensatie voor het stoppen van agrarische

weg hebben van middenlopen en qua watersamenstelling van benedenlopen.

bedrijven).

Dit gaat ten koste van beekfauna en biodiversiteit.

Biodiversiteit staat onder druk. Veel natuurgebieden zijn vermest en verdroogd als gevolg van klimaatverandering, intensieve landbouw en stikstofuitstoot

32

•

In delen van stedelijk Brabant dreigen natuur en landschap iets van ‘ver weg’ te worden. De uitleg voor wonen, werken en mobiliteit van de afgelopen decennia heeft

De uitkomst van de maatschappelijke en politieke discussie de ‘gemakkelijke’ plekken grotendeels benut en het bebouwd gebied nadert waardevolle landschappen, natuur en ruimtelijke buffers. Bij iedere uitleg van wonen en (grootschalig) werken wordt de afstand van het bestaande

over de toekomst van de veehouderij in Nederland is in Brabant in meerdere opzichten bepalend voor de toekomst van het landelijk gebied.

bebouwde gebied tot het groen groter. Ook ontstaat het risico dat steden en dorpen aan elkaar groeien, de laatste onbebouwde groene corridors tussen verstedelijkte gebieden dichtslibben en de recreatieve aantrekkelijkheid verloren gaat. •

Stad en land versterken elkaar zeer beperkt. Het stedelijk gebied presenteert zich soms (vooral in de buurten uit de jaren zestig, zeventig en tachtig) met zijn rug naar het landschap. Daarnaast zijn gebiedsoverstijgende groenstructuren beperkt tot ontwikkeling gekomen. Grote infrastructuur (o.a. autowegen en spoorlijnen) krijgt nu vaak voorrang op de onderliggende landschappelijke structuren en op enkele plaatsen zijn in het verleden functies ontwikkeld die nu als storend worden ervaren. Het beekdal is in de huidige situatie bijvoorbeeld smal gedimensioneerd en er liggen functies in die ‘niks met de beek doen’. In de B5 steden zijn er in de basis al sterke stad-land verbindingen maar een vergelijkbare stad-land structuur mist voor het grootste deel van de M7-steden. Waar middelgroot het beste van twee werelden kan zijn – voorzieningen in combinatie met groen/blauwe in de directe woonomgeving – dreigt juist het slechtste van twee werelden, een verschralend voorzieningenaanbod en het landschap dat ver weg voelt.

Opgave is om op de grens van stad en land is de opgave verbindingen te verbeteren: de stadsgrens programmatisch verharden en beleeftechnisch verzachten. Dat vraagt ook om een meer betekenisvolle positionering van het landschap: beter toegankelijk en hoger van kwaliteit. Stadsrandzones met uitloopgebied in het landschap, gekoppeld aan functies die bijdragen aan de beleving (verbrede landbouw, stedeling als procumer, initiatieven als Herenboeren, fiets- en wandelroutes, landwinkels en horeca). Daarbij geldt: niet alles kan overal.

Kippen Varkens Mensen Rundvee Edelpelsdieren Geiten Konijnen Kalkoenen Schapen Overig pluimvee Paarden Slachteenden

Aantal in 2020

2000-2020

26.677.864 5.738.025 2.562.955 597.158 408.946 182.414 131.052 90.434 69.908 31.986 16.858 13.112

-8% gelijk +9% -18% +34% +159% -46% -68% -26% -69% -32% -67%

“Brabant huisvest 10x zoveel kippen en 2x zoveel varkens als mensen”

33

AMBITIE: VAN GOGH NATIONAAL PARK

agrarische cultuurlandschappen en talloze dorpen en steden in het groen te vinden

Het Van Gogh Nationaal Park is een nieuw Nationaal Park van Wereldklasse.

in een typerend mozaïeklandschap, waarin de harde natuurkernen afwisselen

Internationaal onderscheidt het zich doordat het kleinschalige bekenlandschap

met cultuurlandschappen dicht bij de dorpen en steden. Het Van Gogh Nationaal

met zijn schitterende natuurgebieden samenvalt met de metropolitane

Park vertelt daarmee een krachtig en internationaal onderscheidend verhaal: de

kenniseconomie van Brainport en BrabantStad en de tastbare erfenis van Van

combinatie van waardevolle natuur, topcultuur én topeconomie in een van de

Gogh. Die combinatie van stad, natuur en cultuur is uniek. Het gebied herbergt

slimste regio’s ter wereld. Het is de tweede economie van Nederland met meer dan

meer dan 7.700 ha aaneengesloten rijke en gevarieerde Europees beschermde

1,5 miljoen inwoners. Een topeconomie in een toplandschap.

natuur, de Natura-2000 gebieden. Ook zijn er slingerende beekdalen, karakteristieke

Beekdallandschap in huidige situatie. Versnipperd, slecht leesbaar en een teloorgang aan karakteristieke landschapselementen

34

Beekdallandschap in de toekomst. Met ruimte voor klimaat, recreatie, natuurinclusieve landbouw en een beleefbaar beekdal

Unesco Global Geopark Schelde Delta. Ook ten westen van Roosendaal zijn er ambities met betrekking tot het landschap. De provincies Zeeland, Noord-Brabant, OostVlaanderen en Antwerpen zijn voornemens om het 5.500 km² grote gebied van de Schelde Delta voor te dragen als UNESCO Global Geopark. Dit gebied ligt middenin de Vlaams-Nederlandse Schelde Delta - op de overgang van hoge naar lage gronden. De Brabantse ‘bijdrage’ bestaat o.a. uit de vestingstadjes van de West Brabantse Waterlinie, de bossen en landgoederen van de Brabantse wal (met daarin Geologisch monument Groeve Boudewijn) en het Grenspark Kalmthoutse Heide. Vlak bij de provinciegrens liggen het Nationaal Park Oosterschelde en de VIER ONTWIKKELLIJNEN. Met vier ontwikkellijnen wordt binnen Van Gogh Nationaal

verdronken polders van Saefhinge.

Park de koers uitgezet voor de ecologische, landschappelijke, economische, agrarische en recreatieve ontwikkeling van het gebied. Centraal daarin staat het uitgangspunt dat elke ontwikkeling in het gebied bijdraagt aan de kwaliteit van de natuur, het landschap en de omgeving. •

Natuur, landschap en erfgoed als kans. Versterken van de zichtbaarheid en leesbaarheid van het Brabantse bekenlandschap. Door te investeren in (de versnelde realisering van) robuuste, verbonden en veerkrachtige natuurgebieden, aantrekkelijke agrarische cultuurlandschappen en klimaatrobuuste beekdalen.

•

Perspectief voor boeren en duurzame (voedsel)productie. Vitale, toekomstbestendige land- en tuinbouwsector die bijdraagt aan een fraai landschap, duurzame producten en een gezonde voeding. En een sterkere verbinding tussen producenten en consumenten.

•

Natuur en landschap tot in het hart van de steden en dorpen. Stad en land zijn structureel verbonden en worden in samenhang ontwikkeld.

•

Ontwikkeling van natuurbeleving en duurzaam (cultuur)toerisme. Kwaliteit van voorzieningen verbeteren. Natuur, landschap en erfgoed beter beleefbaar, toegankelijk en bereikbaar te maken. Koppelen van educatie en recreatie.

35

10.

Logistieke Hotspots 2021 • 1 - Tilburg-Waalwijk • 2 - West-Brabant • 4 - Eindhoven-Helmond • 7 - Oss-Veghel-Den Bosch

Interactie neemt toe op alle schaalniveaus

De ruimtelijk-economische ontwikkeling van Brabant en de groei van de (auto) bereikbaarheid hebben al een lange geschiedenis. Al sinds het ontstaan van de stedelijke samenleving profiteert Brabant van haar centrale ligging en bijbehorende positie in wegen- en waternetwerken. Vanaf de jaren ’60 maakt automobiliteit het mogelijk dat de economie zich specialiseert en concentreert terwijl het wonen veel meer gespreid is. De zelfvoorzienende kern uit het Welvaartsplan in vooral een forensenkern geworden. Ook op nationaal en internationaal niveau is de uitwisseling – en daarmee de mobiliteit – de afgelopen deccenia fors gegroeid. Deze ontwikkelingen zetten zich – met een aantal opvallende verschillen tussen stedelijk en meer suburbaan en landelijk gebied – tot op heden voort, en zijn ook zichtbaar in de prognoses voor 2040 en 2050. Per schaalniveau zien de ontwikkelingen er als volgt uit. Op het hoogste schaalniveau ligt stedelijk Brabant strategisch in de meest stedelijke

Kaart goederencorridors

regio van West-Europa. Op dat niveau liggen ook veel economische relaties. Voor het goederenvervoer is Brabant zowel een doorvoergebied vanuit de zuidelijke

Op Nederlandse schaal maakt stedelijk Brabant deel uit van het Nationaal Stedelijk Netwerk.

Randstad en Antwerpen naar Duitsland, als een belangrijke vestigingsplaats voor

Zowel binnen stedelijk Brabant als in het Nationaal Stedelijk Netwerk worden de

logistieke spelers en natuurlijk de eigen maakindustrie. Steeds meer bedrijven

relaties intensiever. Het ‘borrowed-size’ principe waarbij de middelgrote steden lenen

zien Brabant als logische plek om de Benelux of zelfs een deel van West-Europa

van elkaars kwaliteiten om zo één grote agglomeratie te vormen, is steeds meer van

te bedienen. Het goederenvervoer is multimodaal (weg, spoor, water, buisleidingen)

toepassing. Met name voor hoger opgeleiden speelt afstand steeds minder een rol

en Brabant heeft een aantal multimodale knopen die van strategisch belang zijn in de

en wordt voor wonen, werken en stedelijke voorzieningen gebruik gemaakt van een

internationale goederenketens. Het personenvervoer is lang afhankelijk geweest van

groter stedelijk netwerk in plaats van één regio. Het blijvende gedragseffect van

de autobereikbaarheid. De ontwikkeling is om binnen Europa vooral op trein in te zetten,

COVID-19 kan ervoor zorgen dat die ontwikkeling nog extra versnelt; werken op

bijvoorbeeld richting Düsseldorf, Brussel, Londen en Parijs. Op dat soort afstanden moet de

afstand vergroot de mogelijkheden over grotere afstand intensieve (werk)relaties

trein een veel aantrekkelijk alternatief zijn voor het luchtverkeer (gezamenlijke ambitie

te onderhouden. Ook de meer ‘suburbane’ economie doet volop mee aan deze

‘Actieagenda Trein en Luchtvaart’, I&W, Schiphol, ProRail, KLM en NS). De plannen

schaalvergroting; het aantal ‘projectwerkers’ in auto’s en busjes op de A2 (in beide

uit het Toekomstbeeld OV 2040 om Brabant sterker internationaal te verbinden

richtingen) is daar het zichtbare effect van.

versterken dus de positie van Brabant in het internationaal netwerk.

36

Op het niveau van de stedelijke regio’s in Brabant zien we dezelfde ontwikkeling in het klein. De werkpendel neemt hier niet meer sterk toe maar voor onderwijs, voorzieningen en sociale verbanden wordt ‘de stedelijke regio’ steeds meer het relevante Daily Urban System. Resultaat daarvan is wel dat kleinere en middelgrote kernen gemakkelijk voorzieningen kwijt raken; specialisatie treedt op binnen de stedelijke regio in (voor die voorziening) de sterkste kern.

Bron: Extreem snel en ongelooflijk dichtbij, PBL

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=2c3012bf-ea16-404c-a577-898d0320a096