8. Raadsinformatiebrief Duurzame Verstedelijking
Tekst van het document
Circulariteit biedt volop kansen voor een (economisch) robuust en toekomstbestendig Brabant: biobased bouwen biedt kansen (of uitweg) voor de landbouw door teelt van vezelproducten (hennep/vlas), die direct inzetbaar zijn voor de bouw; industrieel conceptueel (hout)bouwen, flexibel en aanpasbaar
28
8.
Brabant in 2050 klimaatadaptief
Brabant West speelt verzilting. Dit zal op termijn toenemen als er niet genoeg ‘tegendruk’ van zoetwater in het oppervlaktewatersysteem is.
Ondanks de inspanningen om de CO2 reductie terug te brengen verandert het klimaat fors: de zeespiegel stijgt, het wordt warmer en ook droger en natter. De
HET WORDT NATTER: risico op schade en ontwrichting. Bij wateroverlast gaat het om
extremen worden groter. De hetere zomers, de heftigere zomerbuien en nattere
watergangen die buiten hun oevers treden omdat deze de hevige neerslag niet
winters hebben effecten op een groot aantal terreinen, waarvan sommige effecten
kunnen verwerken. Dat kan komen door perioden van langdurige neerslag in
zichtbaar zijn (zoals wateroverlast, schade in land- en tuinbouw, en hittestress) en
een groter gebied of door een kortstondige lokale wolkbreuk. In het verstedelijkt
andere op het eerste gezicht misschien minder opvallen (zoals de stijging van het
gebied gaat dit gepaard met rioleringsproblematiek, ‘water op straat’ of erger en
aantal allergiedagen, droogte, veranderingen in ziekten en plagen en toename kans
kan aanzienlijke schade en ontwrichting ontstaan. Gezien hoogteverschillen in het
natuurbranden en uitval IT-voorzieningen).
landschap zijn lage delen van het landschap (zoals beekdalen, vennen, natuurlijke laagten en buitendijkse gebieden langs de regionale rivieren) van nature veel gevoeliger voor wateroverlast dan hogere delen. Ook gebieden met een aanzienlijke mate van verharding (straten, gebouwen en alle andere soorten van verhard oppervlak) krijgen eerder met wateroverlast te maken dan onverharde gebieden. De afgelopen decennia was de inrichting van het waterbeheer vooral gericht op zo snel mogelijk afvoeren van water ten gunste van landbouw en verstedelijking. In het rivierengebied en de Brabantse Delta is de verwachting dat we in de toekomst hogere waterstanden moeten opvangen. De mogelijke gevolgen van overstromingen worden steeds groter, omdat het aantal inwoners en de
Grote overstromingskans (>1/30 per jaar) Middelgrote kans (1/30 tot 1/300 per jaar) Kleine kans (1/300 tot 1/3.000 per jaar) Zeer kleine kans (1/3.000 tot 1/30.000 per jaar)
DE ZEESPIEGEL STIJGT: toename overstromingsrisico en verzilting. Het risico op overstromingen (vanuit de zee of de grote rivieren) neemt toe als gevolg van klimaatverandering. Het zijn vooral de poldergebieden die kwetsbaar zijn, waarbij delen van die polders zowel met meer hoge waterstanden, als zeer korte evacuatietijden te maken hebben. In het uiterste westen van de polders in West-
29
Verleden ca.1850 - Historisch landschap
Heden - Ontwateringsmachine Brabant
Toekomst - Beekdallandschap als structuurdrager
Naar een gezond beekdallandschap (HNS, 2019)
economische waarden achter de rivierdijken toenemen. 80% van Brabant is een
infiltreerde het meeste water lokaal in de grond en vulde zo het grondwater aan.
combinatie van zandgronden en beken; het bekenlandschap. Vrijwel overal zijn waterlopen gegraven, en beken rechtgetrokken en uitgediept. Door toevoeging van
Tijdens langere tijden van droogte is er een watertekort. Veel natuurgebieden in
verharding en intensivering van de landbouw met als gevolg ontwatering en een
Brabant kampen structureel met verdroging door te lage grondwaterstanden.
teruglopende bodemkwaliteit is de sponswerking van het hele beekdalsysteem
Beregening ten behoeve van de landbouw en toegenomen drinkwatervraag tijdens
afgenomen. Het water wordt nauwelijks vastgehouden en nutriënten en
droge perioden zet het grondwater verder onder druk. De agrarische bodems zijn
bestrijdingsmiddelen spoelen uit. Zeker als extremen in het weer gaan toenemen
op veel plaatsen uitgeput als gevolg van de intensieve benutting die er jarenlang op
kan het huidige watersysteem gebaseerd op afvoer het teveel aan water niet langer
plaats gevonden heeft. De bodemkwaliteit is slecht door verregaande eutrofiering,
aan. Er ontstaat vaker wateroverlast in de laaggelegen gebieden en neerslagpieken
vervuiling en verdichting door zwaar landbouwmaterieel. Het bodemleven en het
zorgen voor grote schade in stad, land- en tuinbouw.
organische stofgehalte zijn hierdoor teruggelopen, waardoor de capaciteit om water vast te houden sterk is afgenomen. De natuurlijke sponswerking en buffercapaciteit
HET WORDT DROGER: stad, natuur en landbouw hebben last van verdroging. Grondwater
is niet langer aanwezig.
is een belangrijke pijler onder de totale zoetwatervoorziening en een drijvende kracht achter het watersysteem. Op hoge gronden infiltreert water dat in de
BODEMDALING: funderingsproblemen in historische kernen. Bodemgesteldheid in
lagere delen als kwel aan de oppervlakte komt. Veel kwetsbare natuur is daarvan
relatie tot verstedelijking gaat over de vraag of de bodem stevig genoeg is om
afhankelijk. Onderweg wordt grondwater ook opgepompt voor allerhande gebruik,
op te bouwen en of de gebouwde omgeving daarna voor de lange termijn prettig
ondermeer door de landbouw. Het is dan ook van belang dat het gebruik van
bewoonbaar blijft. In Brabant is bodemdaling op zichzelf niet een probleem zoals in
grondwater in evenwicht is met de aanvulling ervan. Die balans staat momenteel
de Randstad, omdat oxiderende veenlagen in de ondergrond niet voorkomen in de
ernstig onder druk, met name op de hogere zandgronden. Er wordt steeds meer
mate zoals daar aan de orde is. Funderingsproblemen zoals we die uit de Randstad
onttrokken en steeds minder grondwater aangevuld. Dit komt in belangrijke mate
kennen kunnen echter ook hier ontstaan in historische kernen, zij het op veel
ook door de toegenomen verharding (vooral sinds de gedecentraliseerde bouw
minder grote schaal (en met name in West-Brabant-West).
van uitbreidingswijken vanaf jaren ’50). Al het hemelwater dat valt op het stedelijk gebied wordt daarbij zo snel mogelijk de stad uit afgevoerd naar zee. Voorheen
30
HET WORDT HETER: steeds meer hittestress in de stad. Met name de stedelijke gebieden,
Robuust water- en groensysteem
waaronder stads- en dorpscentra, bedrijventerreinen en vliegvelden, hebben te
De ambitie is om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te zijn. De opgave
maken met hittestress. Het stedelijk gebied warmt sneller op en blijft warmer dan
is op de hoge gronden het water vast houden door in het landschap op de hoge
de omgeving. De aanwezigheid van voldoende groen en water in en om de stad is
gronden meer ruimte te geven voor vertraagde afvoer, en meer infiltratie. Dat
daarom belangrijk. Dit brengt verkoeling, draagt bij aan een gezonde leefomgeving
betekent meer ruimte maken voor water en de stad inrichten als spons. Niet alleen
jaarrond en is goed voor de waterhuishouding in de stad. Dit vraagt om een niet
voor het hoogwaterprogramma maar ook voor lokale piekbuien, het tegengaan
te groot aandeel verharding en is een aandachtspunt bij verdichtingsopgaves.
van droogte en hittestress. Dat gaat zowel over ruimte voor de grote groen/blauwe
Daarnaast is ventilatie van belang. De warme lucht moet met koelere lucht de stad
structuren als om kleinere ingrepen op wijk, straat en perceelniveau. Het betekent
kunnen verlaten. Dat vraagt niet alleen een doordachte inrichting van de stad zelf,
over de hele linie ingrijpen in de grote stedelijke massa in de naoorlogse wijken en
maar ook van het omliggende buitengebied. Op de aanvoerroute van die lucht is het
bedrijventerreinen. Transformatie daarvan is dus kernonderdeel van water-inclusief
niet verstandig om te verharden, bijv. met kassen en zodoende daar hitte eilanden
ontwikkelen.
of barrières te creëren. Op het stedelijke schaalniveau is meer aandacht nodig voor groen en blauw bij HET WATER IS NIET SCHOON GENOEG: onvoldoende (drink)waterkwaliteit. In de
de inrichting van het bebouwd gebied (verkoeling door meer ruimte voor beken
Europese Unie moeten vanaf 2027 alle aan Brussel gerapporteerde wateren in
en waterlopen, in combinatie met parken, geveltuinen, groene daken, groene
een goede ecologische toestand zijn. Dat is wettelijk bepaald in de Kaderrichtlijn
schoolpleinen en waterpartijen). Een schaalniveau hoger moet het water veel beter
Water, die sinds 2000 van kracht is. Een groot deel van het oppervlaktewater in
worden vasthouden op de hogere gronden in het bekenlandschap. De daarop
Brabant (inclusief de beken) heeft onvoldoende ecologische kwaliteit en voldoet
gelegen steden en dorpen, landbouw en natuurgebieden moeten weer ‘als spons’
niet aan de vastgestelde KRW-normen. Dit kan een grond gaan vormen om
fungeren en slechts langzaam het water afgeven aan de beekdalen. Daarnaast is
economische activiteiten lokaal, binnen een waterlichaam of stroomgebied te
ruimte nodig voor de grote rivieren om afvoer- en bergingscapaciteit te vergroten
blokkeren, zoals in de stikstofcrisis is gebeurd (PBL, 2022). Daarnaast staat de
en waar mogelijk natuur en recreatie meer ruimte te geven.
kwaliteit van het grondwater en daarmee ook de strategische voorraden voor de drinkwatervoorziening onder druk. Het ecosysteem van de beek is afhankelijk van schoon stromend water, met voldoende zuurstof en voedselarmoede bovenin het beekdal. Doordat de bodem haar sponswerking heeft verloren wordt het water nauwelijks vastgehouden en spoelen nutriënten en bestrijdingsmiddelen uit. Het oorspronggebied van de beek heeft vaak de functie landbouw. Dat maakt het moeilijk om de natuurlijke gradiënten en processen te herstellen. Dat is immers alleen mogelijk bij een zeer goede waterkwaliteit.
31
9.
Nieuwe verhouding tussen stad en land
In de definitie van ‘Brabantse stedelijkheid’ is de onmiddellijke nabijheid van het landschap en de dorpen een belangrijk onderdeel. Kernkwaliteiten zijn afwisseling, schaal (van klein tot stevige waardevolle natuur- en cultuurlandschappen) en de toegankelijkheid. De beken nemen in de stad-land verbindingen een belangrijke positie in. De groene, blauwe en recreatieve aders tussen stad en land zijn de stepping stones tussen de stad en de grotere natuurgebieden. Door de gebieden lopen fiets- en wandelroutes die je in korte tijd van hartje stad midden in de natuur
Natura2000 Hydrologische beïnvloedingsgebieden rondom Natura2000 Atmosferische bufferzone 3km rondom PAS-gebieden Waterwingebied Grondwaterbeschermingsgebied
voeren. Van het Van Abbemuseum naar de Groote Heide, van de LocHal naar de Loonse en Drunense Duinen, van de kubuswoningen naar de brug bij Aarle-Rixtel, van de Sint Jan naar de Wamberg, van de Grote Kerk naar Van Gogh Huis Zundert. Deze kernkwaliteit van Brabant wordt echter op een aantal fronten bedreigt: •
Agrarische functie staat onder druk. De Brabantse landbouw- en voedselsector blinkt uit in innovatie en kennis, productiviteit en samenwerking. De sector staat echter voor een aantal grote uitdagingen. Veel agrariërs zoeken naar een nieuw, volhoudbaar toekomstperspectief. Er is sprake van een economische disbalans (inkomens boeren staan onder druk, bedrijfsopvolging
•
is onvoldoende gegarandeerd en de grenzen aan schaalvergroting zijn in zicht
uit industrie, verkeer en veehouderij. Ook de situatie van de beken is niet
of al bereikt). Tegelijkertijd staat de sector voor maatschappelijke opgaven
rooskleurig. Opwarming van de beken leidt tot zuurstofdaling waardoor vissen
(kwaliteit van bodem, water, lucht en landschap, biodiversiteit en de uitstoot
in de problemen raken. Door versnippering van het landschap en het wegvallen
van broeikasgassen, ammoniak en stikstof). Dit alles vraagt om vernieuwing
van overstromingen zijn de vroeger veel voorkomende overgangssituaties
en innovatie binnen het boerenbedrijf. Op plekken waar agrarische bedrijven
tussen voedselarm en voedselrijk en tussen zuur en neutraal verdwenen. Het
stoppen dreigt leegstand en verrommeling van het landschap (bijvoorbeeld
lengtegradiënt van bovenloop naar benedenloop is vervlakt. Door normalisatie
als gevolg van onzorgvuldige inpassing van duurzame energie, industrie, of
en waterverontreiniging zijn beeklopen ontstaan die qua morfologie het meest
ruimte-voor-ruimte-villabouw ter compensatie voor het stoppen van agrarische
weg hebben van middenlopen en qua watersamenstelling van benedenlopen.
bedrijven).
Dit gaat ten koste van beekfauna en biodiversiteit.
Biodiversiteit staat onder druk. Veel natuurgebieden zijn vermest en verdroogd als gevolg van klimaatverandering, intensieve landbouw en stikstofuitstoot
32
•
In delen van stedelijk Brabant dreigen natuur en landschap iets van ‘ver weg’ te worden. De uitleg voor wonen, werken en mobiliteit van de afgelopen decennia heeft
De uitkomst van de maatschappelijke en politieke discussie de ‘gemakkelijke’ plekken grotendeels benut en het bebouwd gebied nadert waardevolle landschappen, natuur en ruimtelijke buffers. Bij iedere uitleg van wonen en (grootschalig) werken wordt de afstand van het bestaande
over de toekomst van de veehouderij in Nederland is in Brabant in meerdere opzichten bepalend voor de toekomst van het landelijk gebied.
bebouwde gebied tot het groen groter. Ook ontstaat het risico dat steden en dorpen aan elkaar groeien, de laatste onbebouwde groene corridors tussen verstedelijkte gebieden dichtslibben en de recreatieve aantrekkelijkheid verloren gaat. •
Stad en land versterken elkaar zeer beperkt. Het stedelijk gebied presenteert zich soms (vooral in de buurten uit de jaren zestig, zeventig en tachtig) met zijn rug naar het landschap. Daarnaast zijn gebiedsoverstijgende groenstructuren beperkt tot ontwikkeling gekomen. Grote infrastructuur (o.a. autowegen en spoorlijnen) krijgt nu vaak voorrang op de onderliggende landschappelijke structuren en op enkele plaatsen zijn in het verleden functies ontwikkeld die nu als storend worden ervaren. Het beekdal is in de huidige situatie bijvoorbeeld smal gedimensioneerd en er liggen functies in die ‘niks met de beek doen’. In de B5 steden zijn er in de basis al sterke stad-land verbindingen maar een vergelijkbare stad-land structuur mist voor het grootste deel van de M7-steden. Waar middelgroot het beste van twee werelden kan zijn – voorzieningen in combinatie met groen/blauwe in de directe woonomgeving – dreigt juist het slechtste van twee werelden, een verschralend voorzieningenaanbod en het landschap dat ver weg voelt.
Opgave is om op de grens van stad en land is de opgave verbindingen te verbeteren: de stadsgrens programmatisch verharden en beleeftechnisch verzachten. Dat vraagt ook om een meer betekenisvolle positionering van het landschap: beter toegankelijk en hoger van kwaliteit. Stadsrandzones met uitloopgebied in het landschap, gekoppeld aan functies die bijdragen aan de beleving (verbrede landbouw, stedeling als procumer, initiatieven als Herenboeren, fiets- en wandelroutes, landwinkels en horeca). Daarbij geldt: niet alles kan overal.
Kippen Varkens Mensen Rundvee Edelpelsdieren Geiten Konijnen Kalkoenen Schapen Overig pluimvee Paarden Slachteenden
Aantal in 2020
2000-2020
26.677.864 5.738.025 2.562.955 597.158 408.946 182.414 131.052 90.434 69.908 31.986 16.858 13.112
-8% gelijk +9% -18% +34% +159% -46% -68% -26% -69% -32% -67%
“Brabant huisvest 10x zoveel kippen en 2x zoveel varkens als mensen”
33
AMBITIE: VAN GOGH NATIONAAL PARK
agrarische cultuurlandschappen en talloze dorpen en steden in het groen te vinden
Het Van Gogh Nationaal Park is een nieuw Nationaal Park van Wereldklasse.
in een typerend mozaïeklandschap, waarin de harde natuurkernen afwisselen
Internationaal onderscheidt het zich doordat het kleinschalige bekenlandschap
met cultuurlandschappen dicht bij de dorpen en steden. Het Van Gogh Nationaal
met zijn schitterende natuurgebieden samenvalt met de metropolitane
Park vertelt daarmee een krachtig en internationaal onderscheidend verhaal: de
kenniseconomie van Brainport en BrabantStad en de tastbare erfenis van Van
combinatie van waardevolle natuur, topcultuur én topeconomie in een van de
Gogh. Die combinatie van stad, natuur en cultuur is uniek. Het gebied herbergt
slimste regio’s ter wereld. Het is de tweede economie van Nederland met meer dan
meer dan 7.700 ha aaneengesloten rijke en gevarieerde Europees beschermde
1,5 miljoen inwoners. Een topeconomie in een toplandschap.
natuur, de Natura-2000 gebieden. Ook zijn er slingerende beekdalen, karakteristieke
Beekdallandschap in huidige situatie. Versnipperd, slecht leesbaar en een teloorgang aan karakteristieke landschapselementen
34
Beekdallandschap in de toekomst. Met ruimte voor klimaat, recreatie, natuurinclusieve landbouw en een beleefbaar beekdal
Unesco Global Geopark Schelde Delta. Ook ten westen van Roosendaal zijn er ambities met betrekking tot het landschap. De provincies Zeeland, Noord-Brabant, OostVlaanderen en Antwerpen zijn voornemens om het 5.500 km² grote gebied van de Schelde Delta voor te dragen als UNESCO Global Geopark. Dit gebied ligt middenin de Vlaams-Nederlandse Schelde Delta - op de overgang van hoge naar lage gronden. De Brabantse ‘bijdrage’ bestaat o.a. uit de vestingstadjes van de West Brabantse Waterlinie, de bossen en landgoederen van de Brabantse wal (met daarin Geologisch monument Groeve Boudewijn) en het Grenspark Kalmthoutse Heide. Vlak bij de provinciegrens liggen het Nationaal Park Oosterschelde en de VIER ONTWIKKELLIJNEN. Met vier ontwikkellijnen wordt binnen Van Gogh Nationaal
verdronken polders van Saefhinge.
Park de koers uitgezet voor de ecologische, landschappelijke, economische, agrarische en recreatieve ontwikkeling van het gebied. Centraal daarin staat het uitgangspunt dat elke ontwikkeling in het gebied bijdraagt aan de kwaliteit van de natuur, het landschap en de omgeving. •
Natuur, landschap en erfgoed als kans. Versterken van de zichtbaarheid en leesbaarheid van het Brabantse bekenlandschap. Door te investeren in (de versnelde realisering van) robuuste, verbonden en veerkrachtige natuurgebieden, aantrekkelijke agrarische cultuurlandschappen en klimaatrobuuste beekdalen.
•
Perspectief voor boeren en duurzame (voedsel)productie. Vitale, toekomstbestendige land- en tuinbouwsector die bijdraagt aan een fraai landschap, duurzame producten en een gezonde voeding. En een sterkere verbinding tussen producenten en consumenten.
•
Natuur en landschap tot in het hart van de steden en dorpen. Stad en land zijn structureel verbonden en worden in samenhang ontwikkeld.
•
Ontwikkeling van natuurbeleving en duurzaam (cultuur)toerisme. Kwaliteit van voorzieningen verbeteren. Natuur, landschap en erfgoed beter beleefbaar, toegankelijk en bereikbaar te maken. Koppelen van educatie en recreatie.
35
10.
Logistieke Hotspots 2021 • 1 - Tilburg-Waalwijk • 2 - West-Brabant • 4 - Eindhoven-Helmond • 7 - Oss-Veghel-Den Bosch
Interactie neemt toe op alle schaalniveaus
De ruimtelijk-economische ontwikkeling van Brabant en de groei van de (auto) bereikbaarheid hebben al een lange geschiedenis. Al sinds het ontstaan van de stedelijke samenleving profiteert Brabant van haar centrale ligging en bijbehorende positie in wegen- en waternetwerken. Vanaf de jaren ’60 maakt automobiliteit het mogelijk dat de economie zich specialiseert en concentreert terwijl het wonen veel meer gespreid is. De zelfvoorzienende kern uit het Welvaartsplan in vooral een forensenkern geworden. Ook op nationaal en internationaal niveau is de uitwisseling – en daarmee de mobiliteit – de afgelopen deccenia fors gegroeid. Deze ontwikkelingen zetten zich – met een aantal opvallende verschillen tussen stedelijk en meer suburbaan en landelijk gebied – tot op heden voort, en zijn ook zichtbaar in de prognoses voor 2040 en 2050. Per schaalniveau zien de ontwikkelingen er als volgt uit. Op het hoogste schaalniveau ligt stedelijk Brabant strategisch in de meest stedelijke
Kaart goederencorridors
regio van West-Europa. Op dat niveau liggen ook veel economische relaties. Voor het goederenvervoer is Brabant zowel een doorvoergebied vanuit de zuidelijke
Op Nederlandse schaal maakt stedelijk Brabant deel uit van het Nationaal Stedelijk Netwerk.
Randstad en Antwerpen naar Duitsland, als een belangrijke vestigingsplaats voor
Zowel binnen stedelijk Brabant als in het Nationaal Stedelijk Netwerk worden de
logistieke spelers en natuurlijk de eigen maakindustrie. Steeds meer bedrijven
relaties intensiever. Het ‘borrowed-size’ principe waarbij de middelgrote steden lenen
zien Brabant als logische plek om de Benelux of zelfs een deel van West-Europa
van elkaars kwaliteiten om zo één grote agglomeratie te vormen, is steeds meer van
te bedienen. Het goederenvervoer is multimodaal (weg, spoor, water, buisleidingen)
toepassing. Met name voor hoger opgeleiden speelt afstand steeds minder een rol
en Brabant heeft een aantal multimodale knopen die van strategisch belang zijn in de
en wordt voor wonen, werken en stedelijke voorzieningen gebruik gemaakt van een
internationale goederenketens. Het personenvervoer is lang afhankelijk geweest van
groter stedelijk netwerk in plaats van één regio. Het blijvende gedragseffect van
de autobereikbaarheid. De ontwikkeling is om binnen Europa vooral op trein in te zetten,
COVID-19 kan ervoor zorgen dat die ontwikkeling nog extra versnelt; werken op
bijvoorbeeld richting Düsseldorf, Brussel, Londen en Parijs. Op dat soort afstanden moet de
afstand vergroot de mogelijkheden over grotere afstand intensieve (werk)relaties
trein een veel aantrekkelijk alternatief zijn voor het luchtverkeer (gezamenlijke ambitie
te onderhouden. Ook de meer ‘suburbane’ economie doet volop mee aan deze
‘Actieagenda Trein en Luchtvaart’, I&W, Schiphol, ProRail, KLM en NS). De plannen
schaalvergroting; het aantal ‘projectwerkers’ in auto’s en busjes op de A2 (in beide
uit het Toekomstbeeld OV 2040 om Brabant sterker internationaal te verbinden
richtingen) is daar het zichtbare effect van.
versterken dus de positie van Brabant in het internationaal netwerk.
36
Op het niveau van de stedelijke regio’s in Brabant zien we dezelfde ontwikkeling in het klein. De werkpendel neemt hier niet meer sterk toe maar voor onderwijs, voorzieningen en sociale verbanden wordt ‘de stedelijke regio’ steeds meer het relevante Daily Urban System. Resultaat daarvan is wel dat kleinere en middelgrote kernen gemakkelijk voorzieningen kwijt raken; specialisatie treedt op binnen de stedelijke regio in (voor die voorziening) de sterkste kern.
Bron: Extreem snel en ongelooflijk dichtbij, PBL
37