8. Inspraakreactie Ontwerp Omgevingsverordening Noord Brabant
Tekst van het document
Vught ~j Datum
18 mei 2021
Onderwerp
Inspraakreactie op ontwerp Omgevingsverordening Noord Brabant Z21 - 238256
Zaalmummer Documentnr.
UIT /21 - 429852
Inleiding De Brabantse ontwerp Omgevingsverordening is op 23 maart 2021 vastgesteld door Gedeputeerde Staten. Hieraan ging een uitgebreid online participatietraject vooraf, de 'Tour de Brabant', waaraan enkele honderden belangstellenden en betrokkenen van onder meer gemeenten, waterschappen en belangenorganisaties deelnamen. Met ingang van 9 april tot en met 20 mei 2021 ligt het ontwerp van de Omgevingsverordening Noord-Brabant ter inzage. Iedereen kan in die periode een reactie geven op het ontwerp. De omgevingsverordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. De Omgevingswet vervangt en bundelt een groot aantal wetten over de fysieke leefomgeving. De fysieke leefomgeving gaat over onderwerpen zoals water, bodem, lucht, milieu, natuur, ruimte en wegen. Alle provinciale regelgeving die daarbij hoort komt bij elkaar in de Omgevingsverordening. In 2019 zette de provincie al een eerste stap door alle bestaande regelgeving te bundelen in de Interim Omgevingsverordening (IOV). In de definitieve omgevingsverordening wordt alle regelgeving in lijn gebracht met de nieuwe Omgevingswet.
Inhoudelijk In deze ontwerp Omgevingsverordening zijn de regels opgenomen voor de fysieke leefomgeving. Er staan regels in voor inwoners, bedrijven en bestuursorganen van de overheid. Voor inwoners en bedrijven zijn vooral die regels van belang die gaan over wat wel of niet mag rond een bepaalde activiteit. Voor overheden zijn de instructieregels belangrijk. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het omgevingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. De impact van de ontwerp Omgevingsverordening op onze gemeente is niet zo groot. We zijn immers al vele jaren bekend met de direct werkende regels van de provincie in de Verordening Ruimte Noord-Brabant en de daaropvolgende Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Toch zijn er enkele punten waarop we een inspraakreactie geven. Deze punten zijn: 1. Op verzoek van de provincie hebben wij op 30 november 2020 gebieden aangemerkt voor de nieuwe aanduiding 'Bebouwd gebied' en gebieden die voorheen zijn aangemerkt als 'Integratie Stad-Land'. Bovendien is gevraagd de grenzen van het stedelijk gebied te controleren. Wij hebben voor Vught de gebieden 'Sluisakker-St.-MichielsgestelsewegHaldersebaan' als 'bebouwd gebied' of 'stedelijk gebied' aangewezen.
Het gebied aan weerszijden van de Jagersboschlaan, dat in de Verordening Ruimte als 'Integratie Stad-
1/2
Vught ~j Land' is aangeduid, is als 'stedelijk gebied' aangewezen. En bovendien is een herbegrenzing van het gebied rond de nieuwe ontsluiting bij de PI Vught als stedelijk gebied aangewezen'. Voor de kernen Cromvoirt en Helvoirt zijn door ons geen wijzigingen aangedragen. De provincie heeft geen reactie gegeven op dit verzoek en deze voorgestelde wijzigingen ook niet doorgevoerd. Daarom is het gewenst hier nogmaals een reactie op te geven. 2. De provincie heeft vanuit de vraag naar collectieve woonvormen een regeling opgenomen die de ontwikkeling van collectieve woonvormen in het landelijk gebied mogelijk maakt. Een van de belangrijkste voorwaarden is dat de collectieve woonvorm wordt gerealiseerd op een bestaand bouwperceel. De provincie heeft ook mogelijkheden opgenomen voor een concreet initiatief buiten een bestaand bouwperceel. De vraag die nu wordt gesteld aan de provincie is of de ontwikkeling van collectieve woonvormen onder voorwaarden ook buiten een bestaand bouwperceel kan worden toegestaan.
Standpunt I Besluit college van B en W Ons college heeft op 18 mei 2021 besloten bij Gedeputeerde Staten een inspraakreactie kenbaar te maken.
Tijdsplanning De Ontwerp Omgevingsverordening Noord-Brabant ligt ter inzage tot en met 20 mei 2021.
Burgemeester en wethouders van Vught, p, A. de secretaris, de burgem est r, o.
s. H .C. de Visch Eybergen R.J. van de
2/2