5. WSD - Aanbiedingsbrief wijziging Gemeenschappelijke Regeling WSD
Tekst van het document
Aan de Gemeenteraden van de aan WSD deelnemende gemeenten t.a.v. de griffier
Boxtel, 4 juli 2024
Onderwerp: aanbieding stukken wijziging gemeenschappelijke regeling WSD
Geachte Raad, Hierbij bied ik u opnieuw de stukken aan inzake het voorstel tot wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling WSD, ditmaal ter besluitvorming. Bijgevoegd vindt u: 1. Begeleidende notitie dd. 28.06.2024 aan het Dagelijks en Algemeen Bestuur van WSD inzake de wijziging Gemeenschappelijke Regeling 2024 inclusief toelichting op de ontvangen reacties van de raden 2. Overzicht reacties gemeenten 3. Begeleidende notitie aan het Dagelijks en Algemeen Bestuur van WSD inzake de wijziging Gemeenschappelijke Regeling 2024 dd. 12.02.2024 4. Tekstvoorstel GR WSD 2024 5. Tekstvoorstel GR WSD 2024 met wijzigingen bijgehouden ten opzichte van GR WSD 2017 6. Wijzigingen GR WSD was-wordt-versie 7. Afwegingskader wijziging Wet gemeenschappelijke regeling De stukken zijn op 20 maart jl. behandeld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van WSD en daarna voor een reactie voorgelegd aan de raden. Op basis van de ontvangen reacties heeft het Algemeen Bestuur in haar vergadering van 3 juli jl. het definitieve tekstvoorstel met de wijzigingen van de GR WSD is vastgesteld. Daarmee bieden wij u hierbij de voorgestelde gewijzigde GR WSD ter besluitvorming aan. Wij verzoeken het college om onder voorbehoud van instemming van de raad het tekstvoorstel voor wijziging van de gemeenschappelijke regeling vast te stellen.
Wij verzoeken vervolgens de raad om de gemeenschappelijke regeling vast te stellen. Tot slot verzoeken wij het college om gelet op de instemming van de raad de wijziging van de gemeenschappelijke regeling definitief vast te stellen. Wij vernemen graag van u zodra besluitvorming van de GR WSD heeft plaatsgevonden via het emailadres bestuurssecretariaat@wsd-groep.nl. Voor eventuele vragen kun u contact opnemen met Sonia Corstiaans, manager Juridische Zaken, telefoonnummer 06 53 29 87 78. Met vriendelijke groet,
Ir. J.H.C. Simons, Secretaris bestuur WSD-Groep
Aan
: Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur
Van
: Algemeen Directeur
Datum
: 28 juni 2024
Kenmerk
: H:/SEZ/Notities/2024/1156 wijziging Gemeenschappelijke Regeling WSD 2024
Betreft
: wijziging Gemeenschappelijke Regeling WSD 2024
Inleiding Het Dagelijks en Algemeen Bestuur van WSD is tijdens haar vergaderingen op respectievelijk 23 februari 2024 en 20 maart 2024 akkoord gegaan met de voorgestelde aanpassingen van de GR WSD (bijlage 2). Het tekstvoorstel is vervolgens voor een reactie voorgelegd aan de raden. Aangezien WSD een zogenoemde gemengde regeling is met vertegenwoordiging van de raden in het Algemeen Bestuur, is er geen wettelijke verplichting om een zienswijzeprocedure te doorlopen. Om de raden goed mee te nemen in het proces van deze wijziging van de GR en de daaropvolgende besluitvorming, zijn de raden om een reactie gevraagd. Inmiddels zijn de reacties ontvangen en beoordeeld. In deze notitie wordt ingegaan op de ontvangen reacties. Stand van zaken Het definitieve tekstvoorstel met de wijzigingen van de GR WSD is in de afgelopen maanden in alle colleges en raden behandeld. Zeven gemeenten hebben naar aanleiding daarvan laten weten zich te kunnen vinden in het definitieve tekstvoorstel voor de wijzigingen van GR WSD en geen inhoudelijke reactie gegeven. Twee gemeenten hebben een hebben een inhoudelijke reactie ingediend. Deze reacties zijn beoordeeld in samenspraak met de externe adviseur die WSD heeft begeleid in het proces voor de aanpassing van de GR. Hieronder wordt ingegaan op deze inhoudelijke reacties. Voor een overzicht van alle reacties per gemeente (zie bijlage 1). Reacties raden
1. De raden van de gemeente Boxtel (verder: Boxtel) en gemeente Oirschot (verder: Oirschot) geven een reactie met betrekking tot artikel 45. Dit artikel luidt als volgt: “Aan een eventueel batig saldo wordt binnen een jaar na afloop van het jaar waarin het betreffende batig saldo is ontstaan door het algemeen bestuur een bestemming gegeven. Deze bestemming mag niet strijdig zijn met het daaromtrent bepaalde in de Wsw”. Door Oirschot wordt aangegeven dat de laatste zin dit artikel verouderd is, de doelgroep van WSD betreft niet alleen meer de Wsw maar is uitgebreid met de Participatiewet, Wet maatschappelijke ondersteuning en Wet inburgering 2021. Boxtel geeft aan dat de Wsw al geruime tijd niet meer bestaat en dat de zin dan ook achterhaald is en per abuis in de tekst is blijven staan. Hoewel de Wsw nog wel bestaat lijkt deze zin achterhaald. Geconcludeerd wordt dat alleen de eerste zin uit dit artikel volstaat. Het Algemeen Bestuur blijft namelijk ook dan beslissen over de bestemming van het batig saldo. Daar verandert de vervolgzin niets aan en daarmee is deze vervolgzin van mindere waarde. Het schrappen van de vervolgzin kan dan ook niet als controversieel worden bestempeld.
Naar aanleiding van de ontvangen reacties wordt daarom voorgesteld om in het definitieve tekstvoorstel de zin “Deze bestemming mag niet strijdig zijn met het daaromtrent bepaalde in de Wsw” te verwijderen uit artikel 45.
2. Boxtel geeft daarnaast een reactie ten aanzien van de begripsbepalingen uit artikel 1, specifiek de desintegratiekosten (c) en de frictiekosten (d). Boxtel stelt voor de definities aan te scherpen zodat duidelijk is dat de desintegratie en frictiekosten uitsluitend aan de orde kunnen zijn bij uittreding uit de GR van een deelnemer en niet in een situatie dat een gemeente één van de opdrachten niet meer of niet geheel meer gunt aan WSD.
1
Na afstemming met de externe adviseur is aanscherping van deze definities niet nodig. Een definitiebepaling heeft geen zelfstandige betekenis. De definities krijgen betekenis in de artikelen van de GR waar deze begrippen genoemd worden. In de GR worden de definities enkel in artikel 49 benoemd en dit artikel gaat uitsluitend gaat over de uittreding. Er kan dus geen verwarring mogelijk zijn dat het over andere zaken zou gaan dan enkel de uittreding. Naar aanleiding van de ontvangen reacties wordt daarom voorgesteld om de begripsbepalingen niet te wijzigen.
3. Voorts wordt door Boxtel geconstateerd dat de uiterlijke datum waarop de begroting wordt vastgesteld in het Algemeen Bestuur is aangepast van 1 augustus naar 15 september. De termijn waarop de begroting wordt aangeleverd bij de raden van de gemeenten is aangepast van 8 naar 12 weken daaraan voorafgaand. Deze aanpassingen van termijnen in de GR WSD zijn verplicht van op grond van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regeling. De huidige, voor Boxtel goed werkende werkafspraken zijn dat de financiële stukken, waaronder de begroting, uiterlijk op 31 maart (voorafgaand aan het begrotingsjaar) worden aangeleverd. Boxtel stelt voor om de huidige werkafspraken in het Algemeen Bestuur te bevestigen, zodat gemeenten ook in de toekomst de financiële stukken van WSD uiterlijk op 31 maart ontvangen. Voor de uitvoering binnen WSD is dat geen probleem, de bestaande procesafspraken zijn gericht op tijdige indiening bij de provincie rekening houdend met de doorlooptijd van het behandelingsproces bij onze gemeenten. Naar aanleiding van de ontvangen reacties wordt daarom voorgesteld om deze afspraak (nogmaals) te bevestigen. Naar aanleiding van de ontvangen reacties wordt daarom voorgesteld om deze afspraak (nogmaals) te bevestigen.
Definitieve tekstvoorstel GR WSD 2024 Bijgaand treft u opnieuw het tekstvoorstel van de GR WSD aan wat -gelet op de ontvangen reactiesop één punt is aangepast ten opzichte van het eerdere tekstvoorstel. In artikel 45 is de laatste zin “Deze bestemming mag niet strijdig zijn met het daaromtrent bepaalde in de Wsw” verwijderd. Bijlage 3 is de tekst van de nieuwe GR WSD 2024, bijlage 4 de huidige GR tekst WSD 2017 met wijzigingen bijgehouden, bijlage 4 wijzigingen GR WSD was-wordt-versie en bijlage 5 het afwegingskader wijzigingen Wet gemeenschappelijke regeling; de wijziging ten opzichte van het eerdere tekstvoorstel is apart zichtbaar gemaakt. Vervolgproces vaststelling GR WSD 2024 Na akkoord van het Dagelijks en Algemeen Bestuur op 3 juli 2024 gaat het definitieve tekstvoorstel met de wijzigingen van de GR WSD ter besluitvorming naar college en raden. Nadat de besluitvorming door alle negen gemeenten heeft plaatsgevonden, is de nieuwe GR WSD definitief. Na publicatie van de nieuwe geldende tekst door het College van Boxtel treedt de regeling in werking. Afhankelijk van de bestuurlijke planning per gemeente is de verwachting dat in het 4e kwartaal 2024 de nieuwe GR WSD 2024 gereed is voor publicatie. Voorstel Het Dagelijks en Algemeen Bestuur wordt gevraagd: 1. Akkoord te gaan met de voorgestelde aanpassing van de GR WSD naar aanleiding van de ontvangen reacties.
2.
Akkoord te gaan met het voorstel van de gemeente Boxtel om de huidige werkafspraken te handhaven, zodat gemeenten ook in de toekomst de financiële stukken van WSD uiterlijk op 31 maart ontvangen.
Verdere procedure Besluitvormingsprocedure: MT 1 juli 2024 Ter kennisname
OR n.v.t
DB 3 juli 2024 Ter besluitvorming
2
AB 3 juli 2024 Ter besluitvorming
Bijlagen: 1. Overzicht reacties gemeenten 2. Notitie wijziging Gemeenschappelijke regeling WSD d.d. 23 februari 2024 3. Tekstvoorstel GR WSD 2024 4. Tekstvoorstel GR WSD 2024 met wijzigingen bijgehouden ten opzichte van de GR WSD 2017 5. Wijzigingen GR WSD was-wordt-versie 6. Afwegingskader wijziging Wet gemeenschappelijke regeling
3
Reacties voorgestelde wijzigingen Gemeenschappelijke regeling WSD Gemeente Reactie Beoordeling Best
Geen inhoudelijke reactie
Meijerijstad
Geen inhoudelijke reactie
Nuenen
Geen inhoudelijke reactie
Oisterwijk
Geen inhoudelijke reactie
Sint Michielsgestel Son en Breugel
Geen inhoudelijke reactie
Vught
Geen inhoudelijke reactie
Boxtel
1. In artikel 45 GR WSD staat in de laatste zin opgenomen dat de bestemming van het batig saldo niet strijdig mag zijn met WSW. De wet Wsw bestaat al geruime tijd niet meer. Deze zin is dan ook achterhaald en is per abuis in de tekst blijven staan. Het volstaat dat het AB een bestemming geeft aan een eventueel batig saldo, binnen een jaar nadat het batig saldo is ontstaan. We stellen daarom voor om deze laatste zin “Deze bestemming mag niet strijdig zijn met het daaromtrent bepaalde in de Wsw” te verwijderen uit artikel 45.
1. Wsw bestaat nog wel. Het Algemeen Bestuur uiteindelijk beslist over de bestemming van het batig saldo. Voorgesteld wordt om de laatste zin van art 45 te verwijderen.
2. In artikel 1 GR WSD staat uitgelegd wat frictiekosten en desintegratiekosten zijn. Deze termen worden verbonden aan vermindering van taken die door WSD voor een gemeente worden uitgevoerd. We stellen voor om deze definities aan te scherpen, zodat duidelijk is dat deze kosten uitsluitend aan de orde kunnen zijn bij uittreding uit de GR van een deelnemer. Daarmee wordt duidelijk dat niet bedoeld is dat kosten in rekening gebracht worden bij een gemeente in de situatie dat deze gemeente één van de opdrachten niet meer of niet geheel meer gunt aan de WSD.
2. De definities over desintegratiekosten en frictiekosten zijn toegevoegd met het oog op het artikel over de uittreding. Definitie heeft geen zelfstandige betekenis en bepaalt op zichzelf nog niets. De definities krijgen betekenis in de artikelen van de GR waar deze begrippen genoemd worden. Alleen in art 49 dat gaat over de uittreding worden de desintegratie- en frictiekosten benoemd. Er kan dus geen verwarring mogelijk zijn dat het over andere zaken zou gaan dan enkel de uittreding.
3. In artikel 39 GR WSD is de datum waarop het AB de begroting vaststelt gewijzigd naar 15-9, voorafgaand aan het begrotingsjaar. Dat betekent dat WSD uiterlijk medio juni haar begroting aanlevert aan gemeenten (artikel 40). Daarna kunnen de gemeenten hun zienswijzen indienen. De huidige, goedwerkende werkafspraken zijn dat de P&C stukken, waaronder de begroting, uiterlijk op 31 maart (voorafgaand aan het begrotingsjaar) worden aangeleverd. Wij stellen voor om de huidige
3. De bestaande procesafspraken zijn gericht op tijdige indiening bij de provincie rekening houdend met de doorlooptijd van het behandelingsproces bij onze gemeenten. Voor de uitvoering binnen WSD is dat geen probleem, de bestaande procesafspraken
Geen inhoudelijke reactie
1
Gemeente
Oirschot
Reactie
Beoordeling
werkafspraken in het AB te bevestigen, zodat gemeenten ook in de toekomst de P&C stukken van WSD uiterlijk op 31-3 ontvangen.
zijn gericht op tijdige indiening bij de provincie rekening houdend met de doorlooptijd van het behandelingsproces bij onze gemeenten.
De reactie betreft artikel 45 Bestemming batig saldo. Dit artikel is verouderd, de doelgroep van WSD betreft niet alleen de Wsw, maar is uitgebreid met de Participatiewet, Wet Maatschappelijke Ondersteuning en Wet inburgering 2021. Wij vragen daarom om een aanpassing van artikel 45.
Wsw bestaat nog wel. Het Algemeen Bestuur beslist over de bestemming van het batig saldo. Voorgesteld wordt om de laatste zin van art 45 te verwijderen.
2
Aan
: Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur
Van
: Algemeen Directeur
Datum
: 12 februari 2024
Kenmerk
: H:/SEZ/Notities/2024/1131 Wijziging Gemeenschappelijke Regeling WSD 2024
Betreft
: Wijziging Gemeenschappelijke Regeling WSD 2024
Inleiding In 2017 is de Gemeenschappelijke regeling WSD (GR WSD) voor het laatst gewijzigd. Er zijn meerdere aanleidingen die er toe hebben geleid de GR WSD nu opnieuw aan te passen: • De in 2020 door het Algemeen Bestuur vastgestelde koers van WSD. • WSD voert sinds 2015 taken van de Participatiewet uit, zonder dat dit een grondslag heeft in de GR WSD. Dat geldt eveneens voor taken op het terrein van de Wet inburgering 2021 (Wi) en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). • De opsplitsing van de gemeente Haaren waardoor zij als zelfstandig deelnemer van de GR WSD komt te vervallen. • De wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) in 2022. Een eerste voorstel voor aanpassing van de GR WSD is in het Dagelijks Bestuur van 17 november 2023 besproken. Omdat over de inhoudelijke toevoeging van de Participatiewet in de GR WSD en de mogelijkheid voor het delegeren danwel mandateren van bevoegdheden aan WSD nog een aantal vragen waren en mogelijke risico’s nog niet volledig werden overzien was nader onderzoek gewenst. Om die reden heeft het Dagelijks Bestuur besloten meer tijd te nemen en het voorstel aangehouden. De raden zijn door gemeenten geïnformeerd over de vertraging die is opgelopen waardoor voor de wijzingen van de GR WSD op grond van de Wgr de termijn van 1 juli 2024 niet meer haalbaar is.
Aan het niet behalen van de termijn van 1 juli 2024 zijn in de Wgr geen consequenties verbonden. In een gezamenlijk proces van beleidsmedewerkers en juristen van gemeenten en WSD met ondersteuning van PROOF Adviseurs is in een drietal bijeenkomsten gewerkt aan beantwoording van de vragen die er nog waren en een gedragen voorstel voor aanpassing van de GR WSD. In deze notitie volgt een toelichting op de wijzigingen van de GR WSD. Allereerst volgt een toelichting op de aanpassingen naar aanleiding van de koers van WSD en daarna een toelichting op de aanpassingen in de tekst naar aanleiding van de gewijzigde Wgr. 1. Koers WSD verankeren in de GR WSD In 2020 heeft het Algemeen Bestuur de koers van WSD vastgesteld nadat deze voor het uitbrengen van een zienswijze was voorgelegd aan alle gemeenten. De aanpassing van de koers heeft gevolgen voor de GR WSD. In het koersdocument “Gezamenlijk doorontwikkelen”, hoofdstuk 7, blz. 33 staat daarover: “Het besluitvormingsproces dat voor ligt heeft gevolgen voor de inhoud van de GR WSD. Na de besluitvorming is helder welke opdracht bij WSD komt te liggen. In de loop van 2020 wordt, op basis van die besluitvorming en de nadere invulling van de samenwerking tussen gemeenten en WSD, een voorstel gedaan tot wijziging van de statuten van de GR”.
Met de nu voorgestelde aanpassing van de GR WSD wordt hieraan gevolg gegeven en daarmee gezorgd voor een goede en noodzakelijke fundering (kapstok) voor taken die nu reeds door WSD worden uitgevoerd in het kader van de Pw en overige taken in het kader van de Wi 2021 (Z-route) en de Wmo 2015 (ontwikkelingsgerichte arbeidsmatige dagbesteding). De nieuwe omschrijving biedt naar de toekomst toe maximale flexibiliteit en zekerheid. Het gaat daarbij enerzijds om de grondslag voor de basisdienstverlening die alle gemeenten bij WSD afnemen en anderzijds een basis voor de plusdiensten die per gemeente kunnen variëren.
1
Met het opnemen van deze taken in de GR WSD wordt een aantal mogelijke risico’s waardoor problemen kunnen ontstaan, voorkomen. • De belastingdienst kan activiteiten zien als een ondernemersactiviteit die BTW plichtig is; • Toegang voor het raadplegen van de Basisregistratie Personen is niet mogelijk zonder een grondslag in de GR, het agentschap GBA zal geen machtiging verstrekken; • Accountants van de gemeenten die verder kijken dan de overeenkomst kunnen onrechtmatige aan- of inbesteding vaststellen; • Concurrenten die voor de betreffende gemeenten zelf de Pw of andere taken willen uitvoeren, kunnen vragen stellen bij de huidige uitvoering. Inbesteding vereist dat de betreffende taken ook genoemd zijn in de GR, tenminste in de doelbepaling. Om al deze redenen is het wenselijk om de Pw- en overige taken in de GR WSD te borgen. De eerste twee risico’s kunnen alleen worden weggenomen als gemeenten de taken delegeren, de laatste twee ook met mandaat. Enkel het benoemen van de Pw taken in de GR WSD kan op dit moment al bijdragen aan de invulling van de fiscale afspraken met de belastingdienst rondom de BTW op de begeleidingsvergoeding. Om de afgesproken koers van WSD in de GR WSD te verankeren worden aanpassingen voorgesteld in artikel 3 (doelstelling) en artikel 4 (bevoegdheden) van de GR WSD.
• Doelstelling (artikel 3 lid 2 en 3) De nu voorgestelde tekst in artikel 3 lid 2 verankert in de doelbepaling de ondersteuning bij arbeidsinschakeling voor de doelgroepen uit de Pw en de uitvoering van gerelateerde taken op grond van de Wi en de Wmo. In het toegevoegde derde lid van dit artikel wordt het onderscheid tussen de basisdienstverlening (basistaken) en plusdiensten (plustaken) vastgelegd zoals ook in het koersdocument is benoemd. • Bevoegdheden (artikel 4 lid 2, 3 en 4) In artikel 4 zijn drie leden toegevoegd. Lid 2 biedt een kapstok om buiten de GR om bevoegdheden van colleges uit artikel 3 lid 2 te kunnen overdragen (delegatie). Wanneer daarvan geen gebruik wordt gemaakt, is in lid 3 en 4 geregeld dat gemeenten zorgen voor mandaten, volmachten en machtigingen die nodig zijn voor de uitoefening van deze taken. Ook worden overeenkomsten afgesloten om afspraken te maken over onder meer de randvoorwaarden. Zonder een dergelijke kapstok in de GR kan delegatie alleen in de GR worden opgenomen. Dat betekent dat de GR gewijzigd moet worden om de delegatie op te nemen. Door de voorgestelde wijziging wordt een mogelijkheid gecreëerd, geen verplichting. Het betreft dus een technische “kan”bepaling die als basis kan worden gebruikt om bijvoorbeeld delegatie van taken mogelijk te maken.
Voor het door WSD uitvoeren van taken op het terrein van andere sociale zekerheidswetten, de Wi en de Wmo geeft de mandaatbepaling ook voldoende houvast als kapstok. Ook hiervoor geldt: een mogelijkheid, geen verplichting. De GR is het fundament voor taken die WSD uitvoert en door de Pw, Wi en Wmo in de GR te benoemen is daarmee het haakje gecreëerd wat hier formeel ook voor nodig is, om te borgen dat alle taakuitvoering binnen de wettelijke kaders plaatsvindt. De delegatie buiten de regeling om creëert flexibiliteit om de delegatiebepaling later op maat te maken per gemeente en ook aan te passen wanneer nodig. Elk college bepaalt daarbij scope en reikwijdte van de delegatie zelf. Daarnaast biedt het benoemen hiervan de flexibiliteit om nu en in de toekomst nadere invulling te kunnen geven aan de taken en bevoegdheden van WSD zonder dat dan (wederom) een procedure voor aanpassing van de GR noodzakelijk is. Tegelijkertijd is voor de colleges en raden ook gedacht aan maximale houvast. De delegatie moet in tijd worden begrensd en vervalt automatisch bij een nieuwe wijziging van de GR. Met de voorgestelde aanpassing van de artikelen 3 en 4 is enkel het fundament (de kapstok) gecreëerd om taken in het kader van de Pw en overige taken in het kader van de Wi en de Wmo middels delegatie of mandaat bij WSD te kunnen gaan beleggen.
De huidige wijze van overdracht van taken en/of bevoegdheden wijzigt nu inhoudelijk niet. Het biedt het college en/of de raad van 2
elke deelnemende gemeente de ruimte om nadere invulling te geven aan de samenwerking met WSD op basis van de vastgestelde koers. Vervolgproces delegaties en mandaten Nu de ‘kapstok’ is gecreëerd, is een volgende stap om verder invulling te gaan geven aan de zogenoemde ‘jassen’, dat wil zeggen de wijze waarop nu door gemeenten met WSD wordt samengewerkt op basis van de vastgestelde koers verder borgen middels delegaties of mandaten. Geadviseerd wordt om hiervoor een gezamenlijk vervolgproces en planning te maken. In dat proces zullen in ieder geval de volgende stappen worden doorlopen: • Verkennen: – Huidige taakuitvoering en beleidsvoornemens per gemeente; – Terugkoppeling aan DB en colleges. • Vertalen – Modellen voor delegatie, mandaten en overeenkomsten. – Per gemeente ‘invuloefening’ op ambtelijk niveau. • Verbinden – Afweging op bestuurlijk niveau over gemeentelijke keuzes in DB en AB. – Toelichting aan colleges en raden. • Vastleggen – Per college besluitvorming over delegatie en mandaat. – Per gemeente ondertekenen overeenkomst. 2. Wijziging Wet gemeenschappelijke regeling (Wgr) De wijziging van de Wgr heeft als doel om democratische legitimiteit van de gemeenschappelijke regelingen, de kader stellende en controlerende rol en de inhoudelijke betrokkenheid van gemeenteraden te versterken.
De wetswijziging verplicht tot nieuwe bepalingen en aanpassingen in bestaande GR-en zonder keuze (A). Daarnaast geven de wijzigingen van de Wgr meer keuzemogelijkheden omtrent onder andere de werking van een gemeenschappelijke regeling en de positie van gemeenteraden, inwoners en belanghebbenden (B). De GR van WSD is een zogenoemde gemengde regeling met vertegenwoordiging van de raden in het Algemeen Bestuur. De raden zijn hierdoor al betrokken bij WSD. Daarnaast organiseren we altijd een introductie en informatiebijeenkomsten voor (nieuwe) raadsleden, verzorgen we toelichting in raden en commissies, onder andere bij de totstandkoming van de laatste koers van WSD. De wijzigingen op grond van de Wgr zijn daarmee voor een belangrijk deel al bestaande praktijk. A. Wijzigingen zonder keuze Concreet en in hoofdzaak behelzen de wijzigingen in de Wgr dat bepalingen in de GR moeten worden opgenomen over: • Zienswijze van 8 weken over ontwerp of wijziging, toetreden tot en uittreden uit een regeling waar raad niet in deelneemt, • Reactie van (dagelijks) bestuur op zienswijze begroting, • Aanpassing termijn begrotingscyclus, • Gezamenlijke enquête: onderzoek naar het gevoerde bestuur van het samenwerkingsverband, waar raad geen partij is, • Uitbreiding bevoegdheid rekenkamer tot bestuur van het samenwerkingsverband.
Artikelsgewijze toelichting wijzigingen zonder keuze • Gezamenlijk onderzoek naar gevoerde bestuur van samenwerkingsverband (artikel 2 lid 3) De toevoeging van dit lid zorgt ervoor dat de GR WSD in overeenstemming wordt gebracht met de gewijzigde Wgr. • Reactie op zienswijze (artikel 40 lid 8) De toevoeging van dit lid zorgt ervoor dat de GR WSD in overeenstemming wordt gebracht met de gewijzigde Wgr. •
Aanpassing termijnen (artikel 40 lid 1 en 9, artikel 43 lid 1) 3
De termijnen in de bepalingen in de GR WSD worden in overeenstemming gebracht met de gewijzigde Wgr. • Toezending gewijzigde regeling aan gedeputeerde staten (voorheen artikel 53 lid 1) Deze verplichting is komen te vervallen. De bepaling in de huidige tekst van de GR is geschrapt. B. Wijzigingen met keuze Keuzemogelijkheid is er bij onderstaande punten: • actieve informatieplicht door het bestuur, • participatie van inwoners en belanghebbenden, • zienswijze raden bij specifieke besluiten (bovenop de reeds wettelijk vereiste bij begroting en tekst GR), • raadsadviescommissie (wordt op verzoek door de gezamenlijke raden ingesteld, er hoeft in de GR geen keuze te worden gemaakt), • evaluatie (de regeling moet expliciet een keuze maken), en • uittreding (al aanwezig in GR WSD). Om de keuze inzichtelijk te maken hebben we gewerkt met een door onze externe adviseur voorgesteld afwegingskader (bijlage 4). Het afwegingskader kent voor elk van de bovengenoemde instrumenten drie varianten: 1. Een specifiek variant, die helemaal gedetailleerd uitwerkt hoe men te werk gaat in toekomstige situaties. 2. Een dynamisch variant, die juist per geval mogelijk maakt om een eigen dynamiek te creëren. 3. Een minimaal variant. Met deze variant wordt voldaan aan het wettelijk vereiste, zonder te veel te tornen aan huidige, goed werkende praktijken zoals dit geldt voor de GR WSD.
Artikelsgewijze toelichting wijzigingen met keuze Hieronder doen we een voorstel voor de gekozen varianten. Per instrument wordt kort een toelichting gegeven. • Actieve informatieplicht (artikel 26 lid 1) De minimale variant wordt voorgesteld. We handhaven wat we nu al doen en kunnen daarom volstaan met de algemene bepaling dat het bestuur (algemeen en dagelijks) gevraagd en ongevraagd aan de raden alle inlichtingen verstrekt door toezending die nodig zijn voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid. Dit is de wettelijke minimale variant. Uiteraard moeten de besturen daarbij voldoen aan de eisen die de wet, bijvoorbeeld de Wet open overheid (Woo), stelt aan de verplichting tot het delen van informatie. • Participatie van inwoners en belanghebbenden (artikel 2 lid 3) De minimale variant wordt voorgesteld en de huidige dynamische elementen: In de GR WSD wordt opgenomen dat ingezetenen en belanghebbenden inbreng kunnen hebben op de voorbereiding, uitvoeringen en evaluaties van het beleid via de gebruikelijke mogelijkheden bij de gemeenten waar het bestuursorgaan aan deelneemt aan de GR. Vertegenwoordiging van ingezetenen en belanghebbenden vindt nu plaats in onder andere de Adviesraad Sociaal Domein van de deelnemende gemeenten, de Ondernemingsraad en de Cliëntenraad van WSD.
• Zienswijze over specifieke besluiten (artikel 28 lid 3) De dynamische variant wordt voorgesteld: opnemen dat alle besluiten die aanzienlijk politiek of financieel belang hebben door het Algemeen Bestuur ter zienswijze aan de raden moeten worden voorgelegd. In deze variant wordt dus niet in de GR WSD vastgelegd welke besluiten precies worden voorgelegd maar dat dit ter beoordeling van het bestuur van het samenwerkingsverband wordt gelaten. Aan het bestuur wordt de vrijheid gegeven om te bepalen in welke gevallen sprake is van een dusdanig politiek of financieel belang dat het nodig is het besluit voorafgaand aan de raden voor te leggen. In specifieke gevallen kan de keuze worden gemaakt een zienswijze- of reactieprocedure te hanteren zodat maatwerk mogelijk is. 4
• Gemeenschappelijke adviescommissie (artikel 23 lid 2) De minimale variant wordt voorgesteld: herhaling van de wettekst, dat het mogelijk is dat de raden gezamenlijk een gemeenschappelijke adviescommissie in stellen. • Evaluatie (artikel 53 lid 3) De dynamische variant wordt voorgesteld: opnemen in de GR WSD dat op verzoek van tenminste twee van de deelnemende gemeenten een evaluatie gestart kan worden en dat het Algemeen Bestuur beslist over het wel of niet starten van een evaluatie en over de bijbehorende onderzoeksopdracht. Deze variant geeft flexibiliteit omdat naar behoefte van de deelnemers geëvalueerd wordt. Op momenten dat de samenwerking goed loopt en er weinig vragen zijn over de wijze van samenwerking en het nut en de efficiëntie ervan, kan het prettig zijn om niet aan een verplichte evaluatie vast te zitten. Het Algemeen Bestuur heeft de vrijheid om over de evaluatiecriteria, inhoud, proces en werkwijze van een binnengekomen evaluatieverzoek te beslissen. De evaluatiecriteria worden wel vooraf ter zienswijze of reactie voorgelegd aan de raden. Voorstel is om hieraan een maximum van eens in de drie jaar te stellen.
• Uittreding (artikel 49) De minimale variant met dynamische elementen wordt voorgesteld: opnemen welke kaders in ieder geval gelden voor het proces en voor de bepaling van de uittreedsom en op basis van die kaders het Algemeen Bestuur een uittredingsrichtlijn laten vaststellen, eventueel nadat deze uittredingsrichtlijn aan de raden ter zienswijze is voorgelegd. In de tekst is voortgeborduurd op de bestaande tekst, die aangepast is om zorg te dragen dat voldaan wordt aan de bedoeling van de wetgever. Deze variant biedt de mogelijkheid aan het Algemeen Bestuur om, binnen de gestelde kaders, zelf uitvoering te geven aan de uittreding. Dit is gunstig voor de gevallen dat een wijziging van bepaalde onderdelen binnen de uittredingsregeling aangepast kunnen worden zonder dat daarvoor een GRwijziging benodigd is, maar waarbij wel duidelijk is welke kaders in ieder geval gelden voor de uittredingsrichtlijn. De bestaande uittredingsbepaling van WSD is al zeer uitvoerig en wordt minimaal aangepast. Voor deze bepaling is het nodig om artikel 1 begripsbepalingen uit te breiden. Overige wijzigingen De GR WSD is verder in brede zin aangepast zodat deze weer in de pas loopt met de actualiteit van de overige regelgeving en de organisatie. Het gaat om de volgende punten: Haaren Als gevolg van de gemeentelijke herindeling komt Haaren als zelfstandig deelnemer van de GR WSD te vervallen.
Archief (Artikel 47) De geldende Archiefwet zal worden gewijzigd. Om te voorkomen dat de gemeenschappelijke regeling moeten worden gewijzigd na inwerkingtreding van de nieuwe wet is de bepaling aangepast. Hierbij is geborgd dat aan de minimale vereisten van het wetsvoorstel wordt voldaan. De verwijzing naar de Archiefwet 1995 is verwijderd. Tekstvoorstel wijziging GR WSD Alle hierboven genoemde voorstellen voor aanpassingen van de GR WSD zijn verwerkt in het tekstvoorstel voor wijziging van de GR WSD (bijlage 1 tekst nieuwe GR WSD 2024 en bijlage 2 tekst huidige GR WSD 2017 met wijzigingen bijgehouden). Vervolgproces vaststelling GR WSD 2024 Na bespreking en akkoord van het Dagelijks Bestuur op 23 februari 2024 gaat het tekstvoorstel ter besluitvorming naar het Algemeen Bestuur van 20 maart 2024. Daags na de vergadering van 20 maart 2024 wordt het tekstvoorstel voor een reactie voorgelegd aan de raden. WSD is een zogenoemde gemengde regeling met vertegenwoordiging van de raden in het Algemeen Bestuur. Daarmee is er geen wettelijke verplichting om een zienswijzeprocedure te doorlopen. Wel schrijft de huidige GR WSD in artikel 50 lid 3 voor dat, alvorens een voorstel tot wijziging in procedure wordt 5
gebracht, de raden van de deelnemende gemeenten worden gehoord. Om de raden goed mee te nemen in het proces van deze wijziging van de GR en de daaropvolgende besluitvorming, vragen we de raden om een reactie. Ter voorbereiding daarop kan eventueel in april 2024 een (gezamenlijke) raadsinformatieavond bij WSD of digitaal worden georganiseerd. Wat betref de bestuurlijke planning van de reactieprocedure wordt rekening gehouden met de verschillende vergaderdata van de raden van de deelnemende gemeenten. Nadat de reacties ontvangen en bekeken zijn, volgt een definitief tekstvoorstel van de wijziging GR WSD naar college en raden ter besluitvorming. Mochten er geen inhoudelijke reacties zijn dan streven we naar besluitvorming in zowel het Dagelijks als Algemeen Bestuur van 3 juli 2024. Zijn er wel inhoudelijke reacties dan volgt besluitvorming over het definitieve tekstvoorstel in het Algemeen Bestuur van 16 oktober 2024. Voorstel Het Dagelijks Bestuur wordt gevraagd: 1. Akkoord te gaan met de voorgestelde aanpassingen van de GR WSD en deze ter besluitvorming voor te leggen aan het Algemeen Bestuur. 2. Een besluit te nemen over het eventueel organiseren van een (gezamenlijke) raadsinformatieavond bij WSD of digitaal in april 2024 over de aanpassingen van de GR WSD. 3.
Akkoord te gaan met de voorgestelde bestuurlijke planning waarbij besluitvorming in zowel het Dagelijks als Algemeen Bestuur van 3 juli 2024 plaats vindt mochten er geen inhoudelijke reacties zijn. Zijn er wel inhoudelijke reacties dan volgt besluitvorming over het definitieve tekstvoorstel in het Algemeen Bestuur van 16 oktober 2024. 4. Te besluiten over een vervolgproces om verder invulling te gaan geven aan de zogenoemde ‘jassen’, dat wil zeggen de wijze waarop nu door gemeenten met WSD wordt samengewerkt op basis van de vastgestelde koers verder te borgen middels delegaties of mandaten. Verdere procedure Besluitvormingsprocedure: MT 19 februari 2024 Ter kennisname
OR Ter informatie
DB 23 februari 2024 Ter besluitvorming
AB 20 maart 2024 Ter besluitvorming
Bijlagen: 1. Tekstvoorstel GR WSD 2024 2. Tekstvoorstel GR WSD 2024 met wijzigingen bijgehouden ten opzichte van de GR WSD 2017 3. Wijzigingen GR WSD was-wordt-versie (deze komt beschikbaar voor de AB-vergadering) 4. Afwegingskader wijziging Wet gemeenschappelijke regeling
6
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING WSD
Inhoud
Hoofdstuk I Artikel 1
Hoofdstuk II
Begripsbepalingen Begrippen
Algemene bepalingen
4 4
5
Artikel 2
Het schap en zijn bestuursorganen
5
Hoofdstuk III
Doelstelling en bevoegdheden
6
Artikel 3
Doelstelling
6
Artikel 4
Bevoegdheden
6
Hoofdstuk IV
Algemeen bestuur, samenstelling en werkwijze
7
Artikel 5
Samenstelling algemeen bestuur
7
Artikel 6
Zittingsduur
7
Artikel 7
Vergaderingen
7
Artikel 8
Beraadslagingen
8
Artikel 9
Besluitvorming
8
Artikel 10
Reglement van orde
8
Hoofdstuk V
Dagelijks bestuur, samenstelling en werkwijze
8
Artikel 11
Samenstelling
8
Artikel 12
Zittingsduur
8
Artikel 13
Ontslag
8
Artikel 14
Vergaderingen
9
Artikel 15
Besluitvorming
9
Hoofdstuk VI Artikel 16
Hoofdstuk VII
De voorzitter Benoeming, vervanging en ontslag
Bevoegdheden van de bestuursorganen
9
9
9
Artikel 17
Verdeling van de bevoegdheden
9
Artikel 18
Algemeen bestuur, afbakening en bevoegdheden
9
Artikel 19
Verordeningen
10
Artikel 20
Dienstverlening
10
Artikel 21
Dagelijks bestuur
10
Artikel 22
De voorzitter
11
Hoofdstuk VIII
Commissies
11
Artikel 23
Adviescommissies
11
Artikel 24
Bestuurscommissies
11
Artikel 25
Werkwijze bestuurscommissie
11
Hoofdstuk IX
Informatie en verantwoording
12
Artikel 26
Informatieverschaffing door algemeen- en dagelijks bestuur
12
Artikel 27
Informatieplicht leden algemeen bestuur
12
Artikel 28
Verantwoordingsplicht voor leden algemeen bestuur
12
Artikel 29
Ontslag
13
Artikel 30
Informatie- en verantwoordingsplicht voor leden van het dagelijks bestuur
13
Artikel 31
Informatie- en verantwoordingsplicht voorzitter
13
Hoofdstuk X Artikel 32
Vergoedingen Vergoedingen
13
13
Hoofdstuk XI
Personeel en organisatie
13
Artikel 33
Personeel
13
Artikel 34
De secretaris
13
Artikel 35
De algemeen directeur
14
Artikel 36
Rechtspositie ambtelijk personeel
14
Artikel 37
Organisatieverordening
14
Hoofdstuk XII
Financiële bepalingen
14
Artikel 38
Financiële administratie, geldelijk beheer en controle
14
Artikel 39
De begroting
14
Artikel 40
De begrotingsprocedure
15
Artikel 41
Begrotingswijziging
15
Artikel 42
De jaarrekening
16
Artikel 43
De procedure met betrekking tot de vaststelling van de jaarrekening
16
Artikel 44
Gemeentelijke bijdragen
16
Artikel 45
Bestemming batig saldo
17
Artikel 46
Financiële garantie
17
Hoofdstuk XIII Artikel 47
Hoofdstuk XIV
Het archief Archief
Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing
17
17
18
Artikel 48
Toetreding
18
Artikel 49
Uittreding
18
Artikel 50
Wijziging van de regeling
19
Artikel 51
Opheffing
19
Hoofdstuk XV Artikel 52
Hoofdstuk XVI
Geschillen
Geschillencommissie
Overgangs- en slotbepalingen
20
20
20
Artikel 53
Inwerkingtreding, gelding en evaluatie
20
Artikel 54
Citeertitel
20
De colleges van burgemeester en wethouders en de raden van de gemeenten Best, Boxtel, , Nuenen, Gerwen en Nederwetten, Oirschot, Oisterwijk, Meierijstad, Sint-Michielsgestel, Son en Breugel en Vught;
Overwegende: Dat de gemeenschappelijke regeling WSD, welke is aangegaan door de toenmalige gemeenten Boxtel, Liempde, Haaren, Esch, Helvoirt, Schijndel, Sint-Michielsgestel, Sint-Oedenrode en Vught, thans zijnde de gemeenten Best, Boxtel, Nuenen, Gerwen en Nederwetten, Oirschot, Oisterwijk, Meierijstad, Sint- Michielsgestel, Son en Breugel en Vught om te komen tot een doelmatige uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant op 18 mei 1982, nr. 91.361, gepubliceerd in de Nederlandse Staatscourant van 30 juni 1982, nr. 122) zoals later gewijzigd, in overeenstemming dient te worden gebracht met de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Wet sociale werkvoorziening, de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Wet inburgering 2021.
Gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen;
Alsmede gelet op de Gemeentewet, de Wet sociale werkvoorziening, de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Wet Inburgering 2021;
Besluit De gemeenschappelijke regeling WSD d.d. 22 maart 2017 te wijzigen zodat deze komt te luiden als volgt.
Gemeenschappelijke regeling WSD
Hoofdstuk I
Begripsbepalingen
Artikel 1 Begrippen 1. In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a.
Colleges:
de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten;
b.
Deelnemende gemeente:
een aan deze regeling deelnemende gemeente, te weten, Best, Boxtel, Nuenen, Gerwen en Nederwetten, Oirschot, Oisterwijk, Meierijstad, Sint-Michielsgestel, Son en Breugel en Vught;
c.
Desintegratiekosten:
alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door WSD, die samenhangen met de afbouw van
4 Versie 28-06-2024
risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de vermindering van taakuitvoering; d.
Frictiekosten:
alle incidentele kosten te maken door WSD die het directe gevolg zijn van de beslissing tot vermindering van taakuitvoering van een deelnemer;
e.
Gebied:
het gezamenlijk grondgebied van de deelnemende gemeenten;
f.
Gedeputeerde staten:
de gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant;
g.
Meierijstad:
voor toepassing van deze gemeenschappelijke regeling beperkt het grondgebied van de gemeente Meierijstad zich tot het grondgebied van de voormalige gemeenten Schijndel en Sint-Oedenrode op 31-12-2016;
h.
Raden:
de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten;
i.
Schap:
het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2, lid 1;
j.
Pw:
de Participatiewet;
k.
Wet:
de Wet gemeenschappelijke regelingen;
l.
Wsw:
de Wet sociale werkvoorziening;
m.
Wi:
de Wet inburgering 2021;
n.
Wmo
de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
2. Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing wordt verklaard, treden in die artikelen in de plaats: a. b. c. d.
Van de gemeente: Van de raad: Van de burgemeester en wethouders: Van de burgemeester:
het schap; het algemeen bestuur; het dagelijks bestuur; de voorzitter.
3. Waar in de regeling voor personen een mannelijk naamwoord dan wel een mannelijk functionarisbegrip wordt gebruikt, worden zowel mannelijke als vrouwelijke personen bedoeld.
Hoofdstuk II
Algemene bepalingen
Artikel 2 Het schap en zijn bestuursorganen 1. Er is een openbaar lichaam, als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet, zijnde WSD. Het is gevestigd in Boxtel. 2. Het bestuur van het schap bestaat uit het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. 3. De raden kunnen gezamenlijk op voorstel van een van hen een onderzoek instellen naar het gevoerde bestuur en voor dat doeleinde een onderzoekscommissie instellen. De artikelen 155g
5 Versie 28-06-2024
en 155h van de Gemeentewet zijn van toepassing. Een en ander onverminderd de bevoegdheid van de rekenkamers van deelnemers op grond van artikel 184 van de Gemeentewet
Hoofdstuk III
Doelstelling en bevoegdheden
Artikel 3 Doelstelling 1. Het schap heeft tot doel de uitvoering van de Wsw. Ter realisering van deze doelstelling draagt het schap er onder meer zorg voor dat zij aan zoveel mogelijk ingezetenen, die blijkens een indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking tot de doelgroep behoren, een dienstbetrekking aanbiedt voor het verrichten van arbeid onder aangepaste omstandigheden. 2. Het schap heeft eveneens tot doel ondersteuning bij arbeidsinschakeling voor de doelgroepen genoemd in artikel 7, lid1 onderdeel a Pw door onder andere het voorzien in participatievoorziening beschut werk, vaststelling doelgroep loonkostensubsidie en uitvoering loonkostensubsidie, leer-werk-trajecten een en ander als bedoeld in de Pw. Daarnaast heeft het schap ten doel het aanbieden van voorzieningen in het kader van inburgering op grond van de Wi en in het kader van dagbesteding op grond van de Wmo die bijdragen aan arbeidsinschakeling. 3. Bij de uitvoering van taken wordt onderscheid gemaakt tussen basistaken die voor alle deelnemende gemeenten worden uitgevoerd en plustaken, waarbij deelnemende gemeenten vrije keuze hebben om die door het schap te laten uitvoeren. 4. Het schap heeft mede ten doel andere vormen van gesubsidieerde arbeid uit te voeren dan wel te doen uitvoeren.
Het algemeen bestuur van WSD kan hiertoe een of meerdere privaatrechtelijke rechtspersonen oprichten, overeenkomstig artikel 18, tweede lid. 5. Het algemeen bestuur is bevoegd om onder nader door hem te stellen voorwaarden met niet aan de regeling deelnemende gemeenten en of met andere derden overeenkomsten aan te gaan ter uitvoering van vormen van gesubsidieerde arbeid, scholing en of begeleiding.
Artikel 4 Bevoegdheden 1. Aan het bestuur van het schap worden de bevoegdheden van regeling en bestuur van de colleges en raden van de deelnemende gemeenten uit de Wsw overgedragen ter verwezenlijking van de in artikel 3, eerste lid genoemde doelstelling. 2. De deelnemers kunnen bevoegdheden van de colleges die het schap nodig heeft voor de uitoefening van haar taken genoemd in artikel 3, tweede lid overdragen aan het algemeen bestuur. Overdracht van bevoegdheden als hiervoor bedoeld bevat een bepaling over de duur ervan en vervalt van rechtswege indien de regeling wordt gewijzigd. 3. Voor zover geen gebruik is gemaakt van het eerste of tweede lid, zorgen gemeenten voor toereikende mandaten, volmachten en machtigingen die het schap nodig heeft voor de uitoefening van haar taken, genoemd in artikel 3. 4. Deelnemers sluiten onverminderd het bepaalde in het tweede en derde lid, overeenkomsten met het schap om afspraken te maken over onder meer randvoorwaarden voor uitvoering van de taken.
6 Versie 28-06-2024
Hoofdstuk IV
Algemeen bestuur, samenstelling en werkwijze
Artikel 5 Samenstelling algemeen bestuur 1. Het algemeen bestuur bestaat uit leden die door de raden van de deelnemende gemeenten, worden benoemd uit zijn midden en uit de colleges van de deelnemende gemeenten. De raden van de deelnemende gemeenten benoemen ieder twee leden en twee plaatsvervangende leden. Ten aanzien van de plaatsvervangende leden zijn de voor de leden gegeven bepalingen van deze regeling van overeenkomstige toepassing. 2.
Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar door of vanwege het schap, dan wel een van de deelnemende gemeenten, aangesteld of daaraan ondergeschikt. Met ambtenaar worden voor de toepassing van deze bepaling gelijkgesteld zij, die in dienst van het schap, dan wel een van de deelnemende gemeenten op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam zijn, alsmede de werknemers die in dienst van het schap zijn op grond van de Wsw, alsmede degene die langer dan een periode van zes maanden arbeid verricht voor WSD op detacheringsbasis.
Artikel 6 Zittingsduur 1. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op de dag waarop de zittingsperiode van de raad of het college van de betreffende deelnemende gemeente afloopt. 2. De raden van de deelnemende gemeenten beslissen in de eerste vergadering van elke zittingsperiode over de benoeming van nieuwe leden van het algemeen bestuur. Zolang de leden deel uitmaken van de raad, die hen heeft benoemd, dan wel het college van de betreffende deelnemende gemeente behouden zij het lidmaatschap van het algemeen bestuur totdat in hun opvolging is voorzien. 3. Hij, die tussentijds ophoudt lid te zijn van de raad van de deelnemende gemeente, die hem heeft benoemd, ophoudt voorzitter van de raad te zijn of ophoudt lid te zijn van het college van de betreffende deelnemende gemeente houdt daarmee tevens op lid van het algemeen bestuur te zijn. 4. Bij tussentijdse vacatures in het algemeen bestuur, benoemt de raad van de gemeente die het aangaat, zo spoedig mogelijk een nieuw lid. 5. Van elke benoeming tot lid van het algemeen bestuur geeft het college van de deelnemende gemeente, die het aangaat, binnen acht dagen kennis aan de voorzitter van het schap.
Artikel 7 Vergaderingen 1. Het algemeen bestuur vergadert tenminste tweemaal per jaar en voorts zo vaak de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt of tenminste een derde van het aantal leden dit onder opgaaf van redenen schriftelijk verzoekt. Indien niet alle gemeenten in het dagelijks bestuur vertegenwoordigd zijn, vergadert het algemeen bestuur tenminste viermaal per jaar. 2. Voor de bepaling van het vergadertijdstip en de oproeping van leden zijn de artikelen 19 en 20 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. 3. De oproep wordt, als regel, ten minste tien dagen vóór het houden van de vergadering aan de leden van het algemeen bestuur toegezonden. De oproep gaat vergezeld van de agenda en de vergaderstukken.
7 Versie 28-06-2024
Artikel 8 Beraadslagingen De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. De deuren worden gesloten wanneer een vijfde gedeelte der aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt. Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd.
Artikel 9 Besluitvorming 1. Elk lid van het algemeen bestuur heeft één stem. Besluitvorming vindt plaats bij meerderheid van stemmen, tenzij in deze regeling anders wordt bepaald. 2. Met betrekking tot het quorum, de handhaving van de orde in de vergadering en de wijze van stemmen zijn de artikelen 20, 26 en 28 tot en met 32 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. 3. Bij een staking van de stemmen wordt er nogmaals gestemd. Als deze stemming wederom staakt dan wordt het besluit geacht te zijn verworpen.
Artikel 10 Reglement van orde Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergadering een reglement van orde vast.
Hoofdstuk V
Dagelijks bestuur, samenstelling en werkwijze
Artikel 11 Samenstelling 1. Het dagelijks bestuur wordt benoemd door en uit het algemeen bestuur. Het dagelijks bestuur bestaat uit ten hoogste de helft van het aantal leden van het algemeen bestuur, de voorzitter inbegrepen. Het minimum aantal leden bestaat uit de voorzitter en twee leden. 2. Artikel 6, tweede lid van deze regeling is van toepassing op de leden van het dagelijks bestuur.
Artikel 12 Zittingsduur 1. Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt van rechtswege, zodra men ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur 2. De leden van het dagelijks bestuur worden in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling benoemd. 3. Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur vacant komt, benoemt het algemeen bestuur in zijn eerstvolgende vergadering een nieuw lid, uit de deelnemende gemeente waaruit de vacature is ontstaan. 4. Degene die als lid van het dagelijks bestuur ontslag neemt, of overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid moet aftreden, blijft zijn functie waarnemen tot zijn opvolger zijn functie heeft aanvaard.
Artikel 13 Ontslag Het algemeen bestuur kan een lid van het dagelijks bestuur ontslag verlenen, indien deze het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van
8 Versie 28-06-2024
de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. De rechter treedt niet in de beoordeling van de gronden waarop het algemeen bestuur tot ontslag van een lid van het dagelijks bestuur heeft besloten.
Artikel 14 Vergaderingen 1. Het dagelijks bestuur vergadert in beginsel eenmaal per maand en voorts zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of tenminste twee leden van het dagelijks bestuur zulks, onder opgave van de te behandelen onderwerpen, verzoeken. 2. De voorzitter is gehouden in spoedeisende gevallen binnen één week een vergadering te beleggen.
Artikel 15 Besluitvorming 1. Elk lid van het dagelijks bestuur heeft één stem. 2. Met betrekking tot het quorum en de wijze van stemmen zijn de artikelen 56, 58 en 59 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. 3. Bij een staking van de stemmen wordt er nogmaals gestemd. Als deze stemming wederom staakt dan wordt het besluit geacht te zijn verworpen.
Hoofdstuk VI
De voorzitter
Artikel 16 Benoeming, vervanging en ontslag 1. De voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van het schap worden in de eerste vergadering van elke zittingsperiode van het algemeen bestuur door dit bestuur uit zijn midden benoemd. 2. De artikelen 12 en 13 van deze regeling zijn op de voorzitter van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk VII
Bevoegdheden van de bestuursorganen
Artikel 17 Verdeling van de bevoegdheden Ten aanzien van de bevoegdheden en de verdeling van de bevoegdheden van het bestuur van het schap zijn van overeenkomstige toepassing de regels welke bij of krachtens de Gemeentewet, de Wsw, de Pw, de Wmo en de Wi zijn gesteld voor de verdeling van de bevoegdheden van de gemeenten over de gemeentelijke bestuursorganen, tenzij daarvan bij of krachtens de Wet is afgeweken.
Artikel 18 Algemeen bestuur, afbakening en bevoegdheden 1. Alle taken en bevoegdheden in het kader van deze regeling, die niet aan het dagelijks bestuur of de voorzitter zijn opgedragen, behoren aan het algemeen bestuur. 2. Het algemeen bestuur besluit slechts tot oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat
9 Versie 28-06-2024
raden in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen.
Artikel 19 Verordeningen Het algemeen bestuur is bevoegd de verordeningen vast te stellen, die binnen het kader van de in artikel 4 genoemde bevoegdheden worden opgesteld, alsmede de verordeningen die nodig zijn ter regeling van de huishoudelijke zaken van het schap en het gebruik van door het schap ter beschikking gestelde voorzieningen.
Artikel 20 Dienstverlening 1. Het algemeen bestuur is bevoegd om onder nader door hem te stellen voorwaarden aan niet aan de regeling deelnemende gemeenten toe te staan gebruik te maken van diensten, dan wel bepaalde onderdelen daarvan van het schap. 2. Het gebruik maken van diensten kan mede omvatten het aangaan van een dienstbetrekking met ingezetenen in het kader van de Wsw. 3. De dienstverlening en de daartoe strekkende voorwaarden, zoals bedoeld in het eerste lid, worden vastgesteld in een aanwijzingsbesluit.
Artikel 21 Dagelijks bestuur Aan het dagelijks bestuur komen in ieder geval de dagelijkse leiding en uitvoering van zaken toe, alsmede het houden van toezicht op al wat het schap aangaat. Hiertoe behoort onder meer: a.
Het voorbereiden van al hetgeen in het algemeen bestuur ter overweging en beslissing moet worden gebracht;
b.
Het uitvoeren van de besluiten van het algemeen bestuur;
c.
Het beheer der activa en passiva van het schap;
d.
De zorg, voor zover deze van het dagelijks bestuur afhangt, voor de administratieve organisatie, de financiële administratie en de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding;
e.
Het besluiten om namens het schap, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist;
f.
Het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte, en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht en bezit;
g.
Het houden van toezicht op al hetgeen de uitvoering van de Wsw aangaat;
h. Het vaststellen van regels over de ambtelijke organisatie van het schap; i.
Het benoemen, schorsen en ontslaan van ambtenaren;
j.
Het besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het schap, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 18, tweede lid;
10 Versie 28-06-2024
k.
Het samenwerken met uitvoeringsinstanties en de Arbeidsvoorzieningsorganisaties als bedoeld in artikel 4 van de Wsw;
l.
Het verstrekken van subsidies als bedoeld in artikel 7 van de Wsw;
m. Het aanvragen van (her) indicatiebeschikkingen als bedoeld in artikel 11 van de Wsw, en n. Het voorstaan van belangen van het schap.
Artikel 22 De voorzitter 1. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur. 2. De voorzitter vertegenwoordigt het schap in en buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging aan een door hem gemachtigde opdragen. In rechtsgedingen tussen het schap en de gemeenten, waarvan de voorzitter lid van het bestuur is, wordt hij vervangen door de plaatsvervangend voorzitter.
Hoofdstuk VIII
Commissies
Artikel 23 Adviescommissies 1. De onderscheiden bestuursorganen van het schap kunnen commissies van advies instellen. Het algemeen bestuur regelt op voorstel van het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de voorzitter, de bevoegdheden en samenstelling, overeenkomstig artikel 24 van de Wet. 2. Op voorstel van de raden gezamenlijk stelt het algemeen bestuur overeenkomstig artikel 24a van de Wgr een gemeenschappelijke adviescommissie in. Het eerste lid is hierop van overeenkomstige toepassing.
Artikel 24 Bestuurscommissies 1. Het algemeen bestuur kan een bestuurscommissie instellen, overeenkomstig artikel 25 van de Wet. 2. Het algemeen bestuur gaat niet over tot het instellen van een bestuurscommissie, dan nadat de raden van dit voornemen op de hoogte zijn gesteld en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen.
Artikel 25 Werkwijze bestuurscommissie 1. De bestuurscommissie is – met inachtneming van de voorwaarden bij of krachtens deze regeling voorzien – belast met het beheer en de dagelijkse leiding van de voor de belangenbehartiging vereiste activiteiten. Daarom kunnen aan de bestuurscommissie gedelegeerd worden de bevoegdheden van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur, welke de commissie voor de vervulling van zijn taak nodig heeft met uitzondering van de bevoegdheden welke zijn opgenomen in artikel 25, derde lid, van de Wet. 2. Het algemeen bestuur stelt een verordening voor de ingestelde bestuurscommissie vast, waarin tenminste worden geregeld:
11 Versie 28-06-2024
a.
De samenstelling van de commissie;
b.
De bevoegdheden van de commissie;
c.
De werkwijze van de commissie;
d.
De openbaarheid van vergaderingen;
e.
De voorbereiding, de uitvoering en het openbaar maken van besluiten van de commissie;
f.
Het toezicht van het algemeen respectievelijk het dagelijks bestuur op de uitoefening van bevoegdheden van die commissie;
g.
De verhouding van de toegekende bevoegdheden tot die van het algemeen en het dagelijks bestuur;
h. De verantwoording aan het algemeen bestuur.
Hoofdstuk IX
Informatie en verantwoording
Artikel 26 Informatieverschaffing door algemeen- en dagelijks bestuur 1. Het algemeen en het dagelijks bestuur geven aan de raden van de deelnemende gemeenten, gevraagd of ongevraagd, alle inlichtingen en informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid, waaronder ook begrepen is het beleid van de bestuurscommissies, nodig is, indien het verstrekken daarvan niet in strijd is met het openbaar belang. 2. Een verzoek om inlichtingen van een raad van een van de deelnemende gemeenten dient schriftelijk te worden ingediend bij het dagelijks bestuur.
Artikel 27 Informatieplicht leden algemeen bestuur 1. Een lid van het algemeen bestuur geeft de raad die hem als lid heeft aangewezen, mondeling of schriftelijke de door een of meer leden overeenkomstig het reglement van orde van de raad verlangde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbare belang. 2. Alvorens de gevraagde inlichtingen te verstrekken kan hij zich daarover laten adviseren door het dagelijks bestuur van het schap.
Artikel 28 Verantwoordingsplicht voor leden algemeen bestuur 1. Een lid van het algemeen bestuur is aan de raad van de deelnemende gemeente, die hem als lid heeft aangewezen, verantwoording schuldig voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. 2. Het afleggen van verantwoording vindt plaats op de wijze, geregeld in het reglement van orde voor de vergadering van de desbetreffende raad met dien verstande dat daarbij een termijn in acht wordt genomen, die het lid de gelegenheid biedt om zich desgewenst door het dagelijks bestuur van het schap te laten informeren. 3. Het algemeen bestuur legt besluiten, die een aanzienlijk politiek of financieel belang hebben voor de deelnemers ter zienswijze voor aan de raden.
12 Versie 28-06-2024
Artikel 29 Ontslag De raad van een deelnemende gemeente kan een door hem benoemd lid van het algemeen bestuur ontslag verlenen indien deze het vertrouwen van die raad niet meer bezit.
Artikel 30 Informatie- en verantwoordingsplicht voor leden van het dagelijks bestuur 1. De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur, waaronder ook begrepen is het bestuur van de bestuurscommissies. 2. Zij geven het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang, op de wijze zoals dit geregeld is in de in artikel 10 van deze regeling bedoelde reglement.
Artikel 31 Informatie- en verantwoordingsplicht voorzitter Het bepaalde met betrekking tot het dagelijks bestuur in de artikelen 26 en 30 is van overeenkomstige toepassing op de voorzitter voor het door hem gevoerde bestuur.
Hoofdstuk X
Vergoedingen
Artikel 32 Vergoedingen 1. Het algemeen bestuur kan bij verordening regelen, dat een vergoeding en een tegemoetkoming in kosten wordt gegeven voor de door zijn leden van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur, de voorzitter en de leden van de commissies, zoals bedoeld in artikel 23 en 24 te verrichten werkzaamheden. 2. Een verordening zoals bedoeld in het eerste lid, wordt ter kennisname toegezonden aan Gedeputeerde Staten. Hoofdstuk XI
Personeel en organisatie
Artikel 33 Personeel Het schap kent: a.
Werknemers, met wie ingevolge de Wsw en de daarbij behorende regelgeving een dienstbetrekking krachtens arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is aangegaan.
b.
Ambtenaren in dienst van het schap, waarop dit hoofdstuk van toepassing is.
Artikel 34 De secretaris 1. Het schap heeft een secretaris. 2. Het dagelijks bestuur benoemt, schorst en ontslaat de secretaris. Bij verhindering of ontstentenis van de secretaris wordt hij vervangen op de wijze zoals bij het reglement van orde als bedoeld in artikel 10, te bepalen.
13 Versie 28-06-2024
3. De secretaris staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter en de commissie in alles wat de hun opgedragen taak aangaat, bij. 4. Door hem worden alle stukken, die van het algemeen bestuur of van het dagelijks bestuur uitgaan, medeondertekend.
Artikel 35 De algemeen directeur 1. Het schap heeft een algemeen directeur. Hij is belast met de dagelijkse leiding van het schap. 2. Het dagelijks bestuur benoemt, schorst en ontslaat de algemeen directeur. 3. De verdere bevoegdheden van de algemeen directeur zijn neergelegd in een bestuursstatuut.
Artikel 36 Rechtspositie ambtelijk personeel De bezoldiging en overige rechtsposities van de algemeen directeur en van de overige ambtenaren in dienst van het schap, worden door het dagelijks bestuur geregeld overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 125 en 134 van de Ambtenarenwet.