5. Raadsinformatiebrief - Regionaal plan van aanpak dakloosheid 'Herstel begint met een (t)huis
Tekst van het document
Vught Raadsinformatiebrief Datum Onderwerp Zaaknummer
08 oktober 2024 Regionaal plan van aanpak dakloosheid 'Herstel begint met een (t)huis`` Z24 - 282030
Documentnr.
Inleiding
Wij hebben de ambitie dat er in 2030 geen sprake meer is van dakloosheid. De gemeenten in de Meiend en Bommelerwaardgeven hier samen vorm aan vanuit het principe "herstel begint met een (t)huis". In lijn met de landelijke opdracht in het Nationaal Actieplan aanpak Dakloosheid is een regionale vertaling hiervan gemaakt: `Herstel begint met een (t)huis' voor zeven gemeenten in de regio Meierij en Bommelerwaard. We konden hiervoor gebruik maken van de resultaten van het ETHOS-telonderzoek daklozen (oktober 2023). Dit regionaal plan van aanpak is op 8 oktober door alle colleges vastgesteld. Voorgeschiedenis
• Raadsbesluit vaststelling Regioplan Doordecentralisatie Beschermd Wonen, regio Meijerij en Bommelerwaard 2022-2025 (25 november 2021); • RIB Uitkomsten ETHOS-telling en doorkijk aanpak dakloosheid (23 oktober 2023). Hierin is opgenomen: Met de regio werken we een regionaal actieplan aanpak dakloosheid uit. • Raadsbesluit instemming met het Bestemmingsvoorstel inzet reservemiddelen Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang in Vught (4 april 2024). Inhoudelijk
Beoogd doel Het doel van onze aanpak is dak- en thuisloosheid aanzienlijk te verminderen. We doen dat door een gezamenlijke inzet vanuit de domeinen wonen, zorg en inkomen. Dit gaat verder dan het bieden van maatschappelijke opvang. We informeren uw raad periodiek over voornemens en/of ondernomen stappen. Er is een aanzienlijke transformatie in gang gezet op het gebied van maatschappelijke opvang. Maar met maatschappelijke opvang voorkomen we geen dakloosheid en lossen we de dakloosheid niet op. Om de ambitie "geen dakloosheid in 2030 in de regio Meierij en Bommelerwaard" te realiseren is inzet en samenwerking nodig op het gebied van (o.a.) wonen, inkomen, begeleiding maar ook zwaardere zorg als bijvoorbeeld GGZ-behandeling of WLZ-zorg. Met vertegenwoordigers van diverse aanbieders, woningcorporaties en diverse afdelingen van alle 1/4
Vught kbetrokken gemeenten hebben we de acties die we nieuw willen oppakken of waar we mee door willen gaan beschreven. Naast acties die we regionaal oppakken gaat elke gemeente lokaal aan de slag. Van opvang naar wonen In 2019 is de Regiovisie Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang vastgesteld, waarmee een aanzienlijke transformatie van de maatschappelijke opvang op gang is gekomen. De hoofdbeweging is: • • • •
Van curatief naar preventief Van grootschalig naar kleinschalig Van stad naar regio Van opvang naar wonen
De gedachte hierachter is dat dakloosheid vaak als sociaal probleem wordt gezien, terwijl in de kern het grootste probleem het gebrek aan passende huisvesting is. We bemerken dat herstel begint met een (t)huis. De paradigma-shift "van opvang naar wonen" is ook de kern van het Nationaal Actieplan aanpak dakloosheid, waar wij vanuit onze regio een aanzienlijke bijdrage aan hebben geleverd, onder andere via de directeur van MO Den Bosch. De drie inhoudelijke actielijnen van het Nationaal Actieplan gaan over 1. Zorgen voor een bestaansminimum, 2. Preventie en 3. Wonen. Dit zijn veelal beleidsterreinen waar gemeenten niet regionaal maar lokaal verantwoordelijk voor zijn. Specifiek op het beleidsterrein wonen is in het voorliggende actieplan vastgelegd waar alle zeven gemeenten de komende jaren op aan te spreken zijn. Bijvoorbeeld dat elke gemeente in principe zelf de verantwoordelijkheid neemt voor eigen dak- en thuisloze inwoners. En dat iedere gemeente met de woningcorporaties werkt aan het beschikbaar komen van extra woningvoorraad, met name ook voor groepen met grote kans op woononzekerheid. Van maatschappelijke opvang algemeen naar focus op doelgroep Iedereen die in de regio Meierij en Bommelerwaard dak- of thuisloos dreigt te raken, krijgt in principe ondersteuning. We streven naar maatwerk per individu.
Er zijn enkele groepen die, om verschillende redenen, om specifieke aandacht vragen: Dakloze mensen die op straat leven en/of gebruik maken van de maatschappelijke opvang - Inwoners die een instelling moeten verlaten Jongvolwassenen (18-27 jaar) die dak- of thuisloos zijn - Gezinnen met kinderen die dak- of thuisloos zijn - EU-arbeidsmigranten die hun werk en huisvesting verliezen Deze prioritering is afgeleid van de praktijk en de uitkomsten ETHOS. Per groep beschrijven we waar we al aan werken en mee doorgaan en wat we nieuw oppakken. Van de straat en kortdurend in de opvang Onze ambitie is dat er geen inwoners meer dakloos zijn in 2030. Dat brengt ook dilemma's met zich mee. Vanuit medemenselijkheid vinden we dat niemand op straat hoeft te leven. Tegelijkertijd hebben we ook niet de ruimte en middelen om eenieder die zich meldt van
2/4
Vught kondersteuning en huisvesting te voorzien. We werken de komende periode aan het verbeteren van informatieverstrekking zodat dakloze inwoners in elk geval weten waar zich te melden. We zijn volop bezig met de transformatie van de maatschappelijke opvang en daar gaan we mee door. Ook hier onderzoeken we wat de mensen nodig hebben als zij zich melden. Inwoners melden zich in de eigen gemeente en worden niet naar de centrumgemeente verwezen. Alleen al hierdoor voorkomen en verkorten we dakloosheid. Inmiddels is er in elke gemeente tenminste een kleinschalige opvang en/of afspraken met de corporatie over Wonen Eerst. Naast samenwerking met woningcorporaties is er intensieve samenwerking met zorgaanbieders. Zowel aanbieders maatschappelijke opvang, als beschermd wonen maar bijvoorbeeld ook GGZaanbieders of WLZ-zorg. We zien dat een aanzienlijke groep inwoners met een complexe zorgvraag zich meldt bij de maatschappelijke opvang omdat ze uitvallen bij zorgaanbieders of daar niet terecht kunnen. De maatschappelijke opvang is wellicht beter dan de straat, maar het is geen plaats waar zij passende zorg ontvangen. Voorkomen en verkorten dakloosheid jongvolwassenen en kinderen In de ETHOS-telling kwamen twee groepen pregnant naar voren, te weten de jongvolwassenen en de groep thuisloze kinderen.
De eerste groep was al bekend bij de uitvoering, maar in de ETHOS-telling kreeg deze groep een gezicht en werd de omvang duidelijk. Met de corporaties maken alle gemeenten afspraken hoe de beschikbare woonvoorraad voor de jongvolwassenen kan worden vergroot. Daarnaast intensiveren we de samenwerking met de jeugdhulp. Vanuit jeugdhulp zijn afspraken gemaakt over de wijze waarop toekomstplannen worden gemaakt voor jongeren vanaf 16 jaar die verblijven in een verblijfsvoorziening jeugdhulp. De aansluiting op het woon- en zorgdomein volwassenen moet beter, zodat er beter, op tijd en soepel, wordt geanticipeerd op de overgang naar wonen of volwassenzorg. Kinderen die (dreigend) dak- of thuisloos zijn, zijn lang een onzichtbare groep geweest. In landelijke tellingen worden dakloze inwoners onder de 18 jaar niet meegenomen. Voor deze groep en hun ouders moeten echt nog stappen gezet. Ook hier is het verbeteren van de aansluiting tussen de domeinen jeugd en volwassen noodzakelijk. Bijvoorbeeld in de signalering en doorverwijzing vanuit consultatiebureaus, onderwijs of maatschappelijk werk. Bij een grote groep kinderen is de relatieproblematiek van ouders de aanleiding (geweest) voor thuisloosheid. Vanuit het jeugdhulpdomein lopen projecten gericht op het voorkomen van complexe scheidingen. De wooncomponent is hier bijna altijd onderdeel van.
Door de krachten te bundelen, willen we hier verschil gaan maken. Betrekken van mensen met ervaringskennis Als onderdeel van de vormgeving van het regionaal actieplan is een klankbordgroep gestart van inwoners met ervaringskennis. Zij vertellen over hun ervaringen en geven adviezen mee voor de uitwerking. Dit sluit aan bij de opdracht van het Nationaal Actieplan waarin het betrekken van mensen met ervaringskennis als voorwaarde wordt gesteld. We bespreken met hen hoe we dat de komende jaren verder vormgeven.
Vervolg We gaan de voortgang van dit plan van aanpak jaarlijks monitoren. We zullen bijstellen waar dat nodig is. Het streven is om in 2027 opnieuw een ETHOS-telling uit te voeren.
3/4
Vught Z' .-Lokale uitwerking In Vught zullen we de komende maanden de lokale paragraaf van dit regionaal actieplan uitwerken. We willen daarin concrete stappen zetten om in de komende jaren de mensen met de meest urgente woonproblematiek te helpen. We sluiten daarbij aan op plannen die opgenomen zijn in de bestemmingsreserve en bij de urgentie van het moment. Dat betekent preventieve acties maar ook het creëren van concrete woonplekken om de grootste druk op de woningmarkt voor de meest kwetsbare groepen te verminderen. Burgemeester en wethouders van Vught, de burgemeester, de secretaris,
mo.......~..
W.F.F. Keijzers
R.J. van de Mortel
Bijlage(n): 1. Regionaal plan van aanpak dakloosheid Tierstel begint met een (t)huis'.
4/4
Regionaal plan van aanpak Dakloosheid Meierij en Bommelerwaard
Herstel begint met een
121.5mm
t
huis
Voorwoord Voor u ligt het Regionaal plan van aanpak Dakloosheid van de regio Meierij en Bommelerwaard. Onze kernboodschap is: herstel begint met een (t)huis. Wij zijn trots op de transformatie die we de afgelopen jaren gezamenlijk in gang hebben gezet. Alle gemeenten in de regio werken aan extra huisvesting voor diverse groepen bewoners. Daar profiteren alle inwoners van. Voor de inwoners die dak- en thuisloos zijn, is dat niet genoeg. Afgelopen jaren hebben de beweging “van opvang naar wonen” in gang gezet. We realiseren dat bijvoorbeeld door inzet Housing First, Wonen eerst en de Voorziening langdurig verblijf, waarmee een aanzienlijke groep dakloze inwoners weer individueel kan gaan wonen. We zien ook de resultaten van ons uitgangspunt “van stad naar regio”. In tegenstelling tot een aantal andere regio’s hebben we in alle gemeenten een vorm van maatschappelijke opvang, een eigen toegang tot opvang en afspraken over uitstroom naar eigen huisvesting. In de overtuiging dat het verminderen van dakloosheid niet iets is dat de centrumgemeente voor de regio kan oplossen. In 2023 hebben we onze nek uitgestoken door als eerste het ETHOS-telonderzoek uit te voeren. Dat heeft ons met de neus op de feiten gedrukt: we zijn zeker nog niet klaar. Het heeft ons goede handvatten gegeven voor het opstellen van dit plan van aanpak.
We gaan door op de ingeslagen weg en breiden onze inzet regionaal en lokaal uit. We blijven dit doen in nauwe samenwerking met onze partners in de regio, zoals de woningcorporaties en zorgaanbieders. Want alleen zo kunnen we het verschil maken. We bedanken iedereen die zich heeft ingezet om dit plan van aanpak en hierna de uitvoering daarvan mogelijk te maken. Namens het portefeuillehoudersoverleg van Regio Meierij en Bommelerwaard, Pieter Paul Sllikker Wethouder van oa Zorg namens de Centrumgemeente ‘s-Hertogenbosch Peter Raaijmakers Wethouder van oa Zorg van de gemeente Sint Michielsgestel
2
Inhoud Inleiding
5
Aanleiding Inzicht: ETHOS!
5 5
Ambitie en prioriteiten Doelgroepen Waar gaat het niet over? Totstandkoming van dit plan van aanpak
6 6 7 7
Plan van aanpak 1. Woonzekerheid voor inwoners 2. Niemand slaapt ongewild buiten 3. N iemand verblijft langer in de maatschappelijke opvang dan strikt noodzakelijk 4. Niemand wordt ontslagen uit een instelling zonder vervolg 5. Voorkomen en verkorten dak- en thuisloosheid jongvolwassenen 6. Geen kinderen dak- of thuisloos 7. Afspraken EU-arbeidsmigranten
8 8 10 12 14 16 18 21
Lokale plannen
22
Inkoop, financiën, monitoring Financiële middelen en inkoop Monitoring
22 22 22
Hoe verder?
23
Bijlage 1: Deelnemende partijen ETHOS-telling en werkgroep Aanpak Dakloosheid
24
3
4
Inleiding
Grafiek: Dak- en thuisloze inwoners Meierij en Bommelerwaard naar verblijfssituatie, 2023 (ETHOS)
Als je dak- of thuisloos bent, gaat alle tijd en energie naar het vinden van onderdak. Wellicht waren schulden, het verliezen van een baan of beëindiging van een relatie de aanleiding. We zien ook dat door dak- en thuisloosheid deze basale zaken van zelfredzaamheid onder grote druk komen te staan.
-
Onze regio heeft op het gebied van dakloosheid en maatschappelijke opvang/ beschermd wonen een stevige ontwikkeling in gang gezet. Daar geloven we in en gaan we mee door. Met dit plan van aanpak hebben we niet de illusie dat we structurele onderliggende problemen, namelijk gebrek aan passende huisvesting en armoede, gaan oplossen. Alle gemeenten in onze regio zijn daar, binnen de gemeentelijke taken en mogelijkheden, volop mee bezig. De focus van dit plan is het in beeld brengen hoe we vanuit de kennis over dak- en thuisloze inwoners in onze gemeenten, logische verbindingen kunnen leggen tussen beleid en uitvoering op diverse terreinen. Die verbindingen moeten bijdragen aan onze ambitie “geen dakloosheid meer in 2030”.
Aanleiding
In openbare ruimte In noodopvang In opvang voor dak- en thuisloze mensen In instelling In niet-conventionele tuimte (garage, kraak, etc.) Bij familie/vrienden/derden + Dreigende huisuitzetting Situatie 16 mei onbekend, dakloosheid wel bevestigd
Duidelijk is geworden dat: •H et aantal dak- en thuisloze inwoners veel groter is dan tot dan toe in beeld was; •E en aanzienlijk percentage (40-45%) onder de 28 jaar is; •S lechts een derde in een vorm van formele opvang verblijft; •H et hoogste aantal dak- en thuisloze inwoners in centrumgemeente ’s-Hertogenbosch is geteld, maar dat daken thuisloosheid in alle gemeenten voorkomt.
In december 2022 is landelijk het Nationaal Actieplan Aanpak Dakloosheid ondertekend. De VNG heeft namens de gemeenten samen met drie ministeries, de woningcorporaties, vertegenwoordigers van dakloze inwoners en de MO-aanbieders afgesproken om gezamenlijk dakloosheid terug te dringen. Iedere gemeente heeft de opdracht om een lokale aanpak vast te stellen.
Inzicht: ETHOS!
Om reëel inzicht te krijgen in de aantallen dak- en thuisloze inwoners, hebben we samen met de regio Oss als eerste deelgenomen aan de ETHOS-telling. Op 16 mei 2023 brachten professionals van zestig partijen in beeld welke dak- en thuisloze inwoners zij op dat moment in beeld hadden. Het is een momentopname en we realiseren ons dat niet iedereen in beeld is gekomen. Maar dit onderzoek geeft ons handvatten om de urgentie van dakloosheid duidelijk te maken.
5
Ambitie en prioriteiten De gemeenten in de Meierij en Bommelerwaard zijn ambitieus als het gaat om de aanpak dakloosheid. In lijn met het Nationaal Actieplan is onze ambitie: Geen dakloosheid meer in 2030 in de gemeenten in de regio Meierij en Bommelerwaard. In 2019 hebben we de regiovisie Beschermd Wonen & Maatschappelijke Opvang 2020 e.v. opgesteld. Ons uitgangspunt is dat alle inwoners van de regio Meierij en Bommelerwaard meedoen aan de samenleving, ook de mensen die ondersteuning krijgen vanuit beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Het realiseren van opvang en terugdringen dak- en thuisloosheid kunnen we alleen gezamenlijk en dat doen we vanuit deze hoofdlijnen: Van curatief naar preventief
Van stad naar regio
Van grootschalig naar kleinschalig
Van opvang naar wonen
Dak- en thuisloosheid lossen we niet op met maatschappelijke opvang. Maatschappelijke opvang is slechts een tijdelijk vangnet, om mensen die het niet lukt zelfstandig passende huisvesting te vinden, te helpen in deze zoektocht. We onderschrijven de landelijke visie dat herstel begint met een (t)huis. Ons beleid is dan ook gericht op het organiseren van woonzekerheid voor al onze inwoners. Onze missie is: een passend en veilig thuis voor iedereen. Wat passend is, is afhankelijk van de mogelijkheden en beperkingen van de inwoner en diens netwerk. Wanneer iemand die dakloos is zelfstandig kan wonen, leiden we deze zo snel mogelijk toe naar een zelfstandige woning. Wanneer iemand (nog) niet zelfstandig kan wonen, leiden we deze toe naar beschermd wonen. Bij het realiseren van onze ambitie lopen we aan tegen dilemma’s. Om te beginnen de capaciteit op de woningmarkt. Ook hebben we te maken met een zorglandschap waar we beperkt invloed op hebben. We denken daarbij bijvoorbeeld aan de personeelstekorten in de zorg en de daaruit volgende wachtlijsten. We hebben ook te maken met mensen die niet(s) willen. Of zich “bewust” zonder goede voorbereiding of eigen inzet melden voor een woning of maatschappelijke opvang.
Waar eindigt de individuele verantwoordelijkheid en begint de collectieve opdracht? Wanneer iemand vanwege deze schaarste tijdelijke opvang nodig heeft, organiseren we deze kleinschalig, dichtbij en zo zelfstandig mogelijk op de plek waar de kans op herstel het grootst is. Dit is het liefst in de eigen omgeving, zeker als er kinderen bij 6
betrokken zijn. Als de zorgvraag bovenliggend is, laten we mensen niet onnodig lang in de opvang verblijven maar leiden we toe naar bijvoorbeeld beschermd wonen of naar andere passende woonzorgvormen die daarvoor toegerust zijn. Zowel bij het voorkomen van dakloosheid als herstel en uitstroom uit de maatschappelijke opvang, is beleid en inzet op aanpalende beleidsterreinen nodig. Denk hierbij aan wonen, participatiewet, schuldhulpverlening, preventie, individuele begeleiding. Deze beleidsterreinen zijn lokale verantwoordelijkheden waar elke gemeente zelf het verschil kan maken (zie ook Hoofdstuk Lokale plannen). Door uitwisseling van kennis en ervaring op het gebied van dakloosheid met die aanpalende beleidsterreinen, verstevigen we onze inzet en gaan we verschil maken.
Prioriteiten 1. Vergroten woonzekerheid voor iedereen 2. Niemand slaapt ongewild buiten 3. Niemand verblijft langer in de opvang dan noodzakelijk 4. Niemand wordt ontslagen uit een instelling zonder vervolg 5. Verminderen dakloosheid onder jong-volwassenen 6. Verminderen dakloosheid kinderen 7. Afspraken over (EU-)arbeidsmigranten
De beschikbaarheid van voldoende passende huisvesting voor iedereen is de basis om (de kans op) dakloosheid te verkleinen. In lijn met de centrale ambitie prioriteren we inwoners die op straat leven en/of gebruik maken van de maatschappelijke opvang. Een groep die risico’s loopt om daar terecht te komen, zijn inwoners die uit moeten stromen uit een instelling. In het kader van dit plan gaat het dan vooral om de groep met complexe problematiek waar geen of beperkt passende plekken voor zijn. De jongvolwassenen zien we als prioritaire groep, alleen al vanwege de omvang van de groep. In het ETHOS-onderzoek werd duidelijk dat in onze regio bijna een kwart van de getelde personen tussen 18 en 27 jaar is. Terwijl in landelijke cijfers over dakloosheid de groep onder de 18 jaar niet wordt genoemd, kwam in de ETHOSresultaten naar voren dat een aanzienlijke groep dak- of thuisloos is: 223 kinderen oftewel 22% van de getelde personen. Als ouders met kinderen zich melden in verband met dakloosheid, wordt altijd maatwerk geleverd. De komende jaren gaan we verkennen hoe we hier een meer structurele aanpak op kunnen ontwikkelen.
Diagram: Dak- en thuisloze inwoners Meierij en Bommelerwaard naar leeftijd, 2023 (ETHOS) 0-17 jaar 18-27 jaar 28-39 jaar
40-49 jaar 50-59 jaar 60-69 jaar
70-79 jaar 80 jaar of ouder onbekend
Totstandkoming van dit plan van aanpak
Bij de uitvoering van de ETHOS-telling hebben ongeveer 60 partijen meegeteld. Voor de uitwerking van dit Actieplan is uit deze deelnemende partijen een werkgroep Actieplan Dakloosheid gevormd. Deze is vier keer bijeengeweest, met gemiddeld zo’n dertig deelnemers. In Bijlage 1 staat een overzicht van de partijen die geteld hebben en de partijen die deelnamen aan de werkgroep. Bij de voorbereiding van ETHOS en de start van de vertaling van het Nationaal Actieplan zijn vooral professionals betrokken geweest. Ook de ervaringsdeskundige van MO Den Bosch was daarbij betrokken om input te leveren. De regio beschikte bij aanvang niet over een panel van mensen met ervaringskennis dat vanaf het begin kon meedenken. We zijn gestart met het vormen van dit panel. In de voorbereiding is een groep van circa zes personen met een zeer diverse geschiedenis enkele keren bijeen geweest om over hun ervaringen te vertellen.
In alle gemeenten speelt de huisvestingsvraag van EU-arbeidsmigranten. In regionale afspraken in Noordoost-Brabant zijn ruimtelijk-economische afspraken gemaakt over de huisvesting van arbeidsmigranten, maar een sociale paragraaf met afspraken over verantwoordelijkheden na ontslag ontbreken nog. In het Nationaal Actieplan wordt ook aandacht gevraagd voor de LHBTQI-groep. Deze groep wordt in dit plan niet apart geprioriteerd. Er is bij betrokken partijen wel aandacht voor, bijvoorbeeld door trainingen sensitiviteit te organiseren.
Waar gaat het niet over?
Dit plan van aanpak focust zich op het voorkomen en verkorten van dakloosheid bij inwoners die aanspraak doen op de Wmo. We nemen de opgaven die we hebben op het gebied van bijvoorbeeld de huisvesting van Oekraïense vluchtelingen en statushouders niet mee in dit plan van aanpak. Waar dat kan, hebben we de aansluiting verkend. We zoeken in dit plan de aansluiting bij bijvoorbeeld het woonbeleid, armoede en schuldenbeleid, maar het opstellen daarvan valt niet onder dit plan.
Actie
Effect
Vertegenwoordiging van inwoners met ervaringskennis of ervaringsdeskundigheid samenstellen en betrekken bij de uitwerking van het plan van aanpak
Beleid en uitvoering sluit beter aan op ervaringen uit de praktijk
Stimuleren en ondersteunen van inzet ervaringsdeskundigheid door: •S timuleren van opleidingen en activiteiten via de subsidieregeling Stimulering ervaringsdeskundigheid Meierij en Bommelerwaard; •W erkprogramma 2023-2025 Door en Voor & Markieza ‘Kracht uit ervaring’ gericht op meedoen, leren/ werken, faciliteren en verbinden/doorbreken
De inzet van ervaringsdeskundigheid in de regio en in de voorzieningen Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang is toegenomen
Regionaal
Nieuw!
Regionaal Bestaand
7
Plan van aanpak We hebben een regiovisie Maatschappelijk Opvang en Beschermd Wonen die handvatten geeft voor beleid en uitvoering. In de lijn van de regiovisie is de transformatie van de maatschappelijke opvang in gang gezet. In dit hoofdstuk gaan we in op de voornemens op het gebied van woonzekerheid en geprioriteerde doelgroepen.
Woningbouw is vooral een lokale opgave, maar we maken ook regionale afspraken (regionale woondeals). Elke gemeente heeft een woon(zorg)visie opgesteld of gaat daar binnenkort mee aan de slag. Er is een woonprogrammering en er zijn prestatieafspraken met corporaties. Vanuit de ambitie om de woonzekerheid van inwoners te vergroten en dak- en thuisloosheid terug te dringen, nemen alle gemeenten het volgende op in het gemeentelijk woonbeleid: Waar zijn we al mee bezig?
1. Woonzekerheid voor inwoners
Dakloosheid is in essentie het gebrek aan (passende) huisvesting. Dit kan leiden tot problemen en verminderde zelfredzaamheid waarvoor het sociaal domein aan de lat staat. In lijn met het Nationaal Actieplan en onze ambitie, nemen alle gemeenten van onze regio de verantwoordelijkheid voor het realiseren van passende huisvesting. Daarbij zijn we realistisch: er is een enorme schaarste en drempels om voldoende huisvesting te realiseren.
Typering • Tekort aan betaalbare jongerenhuisvesting en woningen voor éénpersoonshuishoudens: O.a. bij de urgentieplus-tafels merken we dat gebrek aan betaalbare woningen voor jongvolwassenen en éénpersoonshuishoudens tot langer verblijf in dure zorg- en opvangvoorzieningen leidt. Een plaats in een grootschalige voorziening kost al snel € 50.000 per jaar, een plaats in een kleinschalig opvang € 20.000. • Uithuiszettingen: woningcorporaties zijn terughoudend bij huisuitzettingen. Desondanks: bij ETHOS zijn 24 volwassenen geteld met dreigende huisuitzetting en twaalf kinderen. Er zijn ook huurders die zelf de huur opzeggen om sancties (of uithuiszetting) te voorkomen. In enkele casussen per jaar is de overlast dermate groot of is sprake van bedreigingen of van drugsactiviteiten dat huisuitzetting niet voorkomen lijkt te kunnen worden. Dat levert dilemma’s op. • Woningen en bemiddeling spoedzoekers: de opvang is voor inwoners die ondersteuning vanuit de Wmo nodig hebben. Een grote groep woningzoekenden heeft nauwelijks een ondersteuningsvraag, maar heeft wel een urgente woonvraag. Bij een langere periode van woononzekerheid, zien we dat bij een deel van deze groep de problemen aanzienlijk toenemen en ze alsnog bij de gemeente aankloppen voor opvang.
8
Actie
Effect
Elke gemeente neemt de verantwoordelijkheid voor dak- en thuisloze inwoners van de eigen gemeente
Lokaal en Alle gemeenten nemen regionaal verantwoordelijkheid en niemand is dakloos omdat gemeenten naar elkaar verwijzen
Het realiseren van passende woningvoorraad voor inwoners met grote kans op woononzekerheid en dakloosheid
Meer en passender woningvoorraad voor tenminste jongvolwassenen, eenpersoonshuishoudens en gezinnen met een laag inkomen
Het realiseren van tijdelijke huisvesting voor spoedzoekers
Tijdelijke Lokaal woonoplossingen voor dak- en thuisloze inwoners zonder zorgvraag ter overbrugging
Evaluatie en besluitvorming uitbreiding Onder de Pannen en andere vormen van woningdeling/ hospitaverhuur
De bestaande woningvoorraad wordt gebruikt en ingezet om woningzoekenden te bedienen
Lokaal
Regionaal
Nieuw Actie
Effect
Tenminste 30% directe bemiddeling voor inwoners met een zorgvraag, waaronder afspraken over dakloze inwoners
Een hogere inzet op Lokaal directe bemiddeling voor aandachtsgroepen uit de Wet Regie Volkshuisvesting
Preventieve inzet van urgentie plus (Wonen eerst)
Voorkomen dat gezinnen Lokaal en eerst in de opvang worden regionaal opgenomen voordat zij kunnen uitstromen naar een woning
Regionale en lokale verkenning hoe particulier bezit beter ontsloten kan worden voor urgent woningzoekenden
Het potentieel aan Regionaal passen-de huisvesting wordt vergroot door verder te kijken dan corporatiebezit
Regionale afspraken corporaties over tweede kansbeleid zijn geïmplementeerd
Huisuitzettingen zijn voorkomen door betere begeleiding
Gemeente en corporatie(s) maken afspraken over samenwerking bij nadere huisuitzettingen en hoe zij gezamenlijk de verantwoordelijk nemen na een huisuitzetting (o.a. tweede kansbeleid). Als een oplossing niet binnen de betreffende corporatie of gemeente mogelijk is, nemen betrokken gemeente en corporatie initiatief om een oplossing te vinden
Geen huisuitzettingen zonder afstemming tussen gemeente en corporatie
Iedere gemeente onderzoekt de mogelijkheid tot realisatie van “skaeve huuse”: kleinschalige woonplekken voor inwoners die niet in staat zijn in een woonbuurt te wonen/overlast geven, maar ook geen grote zorgvraag hebben
Inwoners die een prikkel- Lokaal arme individuele woonplek nodig hebben, hoeven niet op straat te blijven of gedwongen op een niet passende groepswoonplek te verblijven
Regionaal
Lokaal en regionaal
2. Niemand slaapt ongewild buiten
Onze ambitie is dat niemand op straat hoeft te leven. Dat kan als daar vanuit de professionele partijen en inwoners zelf gezamenlijk de schouders onder wordt gezet. Het brengt dilemma’s met zich mee.
Typering doelgroep • I n de ETHOS-telling zijn 32 mensen op straat geteld, waarvan 23 in ‘s-Hertogenbosch. De omvang van de groep fluctueert. Het merendeel is geen Bosschenaar van origine. Het zijn (bijna) allemaal alleenstaande mannen en allen zijn boven de 27 jaar. Iets meer dan de helft heeft de Nederlandse nationaliteit. Men heeft grotendeels geen inkomen en meer dan de helft geen briefadres. •H et Centrum voor traject- en bemoeizorg (CvtB) ervaart dat er diverse redenen zijn waarom mensen op straat verblijven, met name - niet-rechthebbenden (arbeidsmigrant, illegaal), - mensen die “bewust” op straat slapen en -m ensen die eigenlijk ergens in zorg horen maar dat om diverse oorzaken niet zijn.
Vanuit medemenselijkheid vinden we dat niemand op straat hoeft leven. Tegelijkertijd zien we dat inwoners soms andere keuzes maken. En: we hebben niet de ruimte en de middelen om een ieder die zich meldt van ondersteuning en huisvesting te voorzien. Zeker als men van buiten de regio komt of de oorzaken niet bij gemeentelijk beleid liggen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de EU- arbeidsmigranten (zie in §7), illegalen of remigranten, die zonder enige voorbereiding terugkeren. We zullen wel kijken waar we de vraag op de goede plek kunnen beleggen. Bijvoorbeeld bij het Rijk.
10
Waar zijn we al mee bezig? Actie
Effect
Inzet Bemoeizorg (CvtB) en Crisis Interventieteam (CIT) op zorgmijders op straat of onconventionele plekken
Inwoners op straat worden bezocht en waar mogelijk toegeleid naar passende ondersteuning
Sociaal medische netwerkzorg: Realisatie van een netwerk rond dakloze inwoners, met een straatarts als centrale medische schakel
Inwoners hebben tenminste toegang tot minimale medische zorg en worden waar mogelijk toegeleid naar reguliere zorg
De regionale dag- en nachtopvang wordt vormgegeven in aansluiting op de vraag
Voor dakloze inwoners is een algemeen toegankelijke voorziening beschikbaar voor eerste opvang
Per november 2025 is een nieuwe locatie winteropvang nodig. De rol en invulling van de winteropvang wordt herzien
Inwoners zonder woonof verblijfplaats verblijven niet op straat in koude perioden
Regionaal
Regionaal
Regionaal
Regionaal
Nieuw Actie
Effect
Herkenbare ingang en informatie in elke gemeente voor inwoners die (dreigend) dakloos zijn. Bijvoorbeeld het verbeteren gemeentelijke websites
Inwoners vinden de weg naar passende informatie en ondersteuning
Openen inloopvoorziening binnenstad ’s-Hertogenbosch voor inwoners die op straat leven
Inwoners zonder vaste woon- of verblijfplaats hebben een plek voor een kop koffie en ingang tot informatie
Nadere analyse van de groepen inwoners op straat en inzicht in aanknopingspunten/oplossingen om dit te verminderen
De ondersteuning van mensen op straat wordt effectiever doordat aanleidingen/oorzaken beter in beeld zijn
Vormgeven aan de kenniswerk plaats mensen met onbegrepen gedrag in samenwerking met onder andere Avans
De ondersteuning van mensen met onbegrepen gedrag wordt verbeterd waardoor deze effectiever wordt en mogelijk een kleiner deel op straat beland of overlast geeft
Lokaal
Lokaal en regionaal
Regionaal
Lokaal
3. N iemand verblijft langer in de maatschappelijke opvang dan strikt noodzakelijk
Inwoners die onderdak en begeleiding nodig hebben, omdat zij de woonsituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving, bieden wij opvang conform de Wmo. Door de ETHOS-telling weten we dat het “slechts” om een derde van het totaal aantal dak- en thuislozen gaat. Maar het is een aanzienlijke groep die in de opvang onderdak vindt en begeleiding naar herstel van zelfredzaamheid.
Typering doelgroep •B ij ETHOS zijn 270 volwassenen geteld die in een vorm van opvang verblijven (25% van de volwassenen) en 71 kinderen (33%). Ze wonen vooral in de kleinschalige opvang, het Inloopschip, de 24/7-opvang en de vrouwenopvang. •H et grootste aantal inwoners is geteld in ’s-Hertogenbosch. Daar bevindt zich ook circa 75% van de voorzieningen. In tegenstelling tot veel andere regio’s, beschikken in onze regio alle gemeenten (op 1 na) over kleinschalige opvang; •R uim 60% van de personen is 39 jaar of jonger. Bij circa 75% is alleenstaand zonder kinderen. Bij meer dan de helft speelt verslavingsproblematiek; • I nwoners in de opvang ontvangen trajectbegeleiding naar herstel. Bij verblijf in (bijvoorbeeld) het netwerk is dat niet altijd het geval; •M et name de grootschalige opvang is (of wordt benaderd als) een wachtplek, overbruggingsplek of zelfs voorlopige eindplek voor mensen die een zware zorgvraag hebben of geen perspectief (bijvoorbeeld remigranten).
In onze regiovisie en vervolgens de transformatie-opgaven MO, hebben we de ontwikkeling in gang gezet naar een gedifferentieerder aanbod van maatschappelijke opvang en beschermd wonen. Daarbij staat maatwerk, voorkomen instroom en snellere uitstroom naar een passende plek centraal. De opvang die we bieden is zo min mogelijk grootschalig. Als sprake is van een (langduriger) zorgbehoefte, leiden we toe naar woonzorgaanbod (bijvoorbeeld beschermd wonen) en niet naar de maatschappelijke opvang. Onze regio valt op in de zin dat alle gemeenten hun verantwoordelijkheid nemen. In (bijna) alle gemeenten is een vorm van maatschappelijke opvang gerealiseerd. Verblijf en herstel in de eigen gemeente is dus veel meer mogelijk dan voorheen.
Waar zijn we al mee bezig?
Nieuw
Actie
Effect
Elke gemeente verzorgt zelf de toegang om dreigend dakloze inwoners toe te leiden naar passende huisvesting en ondersteuning
Inwoners die dreigend dakloos zijn, ontvangen in principe in de eigen gemeente ondersteuning en indien nodig opvang
Versterking samenwerking met zorgkantoor en inzet onafhankelijke cliëntondersteuners over cliënten met een (noodzaak tot) Wlz-indicatie
Cliënten die geholpen zijn met een Wlz-plek, krijgen intensieve zorg i.p.v. opvang
Lokaal
Regionaal
Actie
Effect
In beeld brengen ervaringen van inwoners die zich gemeld hebben bij de toegang maatschappelijke opvang maar daar afgewezen zijn vanwege zelfredzaamheid. (Afstemming urgentiebeleid, AMW, preventie MO en toegang MO)
Bewoners met urgente Lokaal en woonvraag zonder urgente regionaal zorgvraag worden beter begeleid, om onnodig afglijden te voorkomen
Uitrol Wonen eerst van ’s-Hertogenbosch naar de regio: Inwoners die een beroep doen op de Wmo in verband met dakloosheid direct met begeleiding huisvesten in een woning
De kans dat mensen met lichte problematiek weer snel zelfredzaam zijn neemt toe en de druk op de opvang neemt af
Onderzoek naar uitbreiding Housing First naar de regio: inwoners met een complexe zorgvraag individueel huisvesten met intensieve begeleiding als groepswonen niet lukt, maar iemand wel in een buurt kan wonen
Voor inwoners met chronische woonzorg problematiek is zelfstandige huisvesting met intensieve begeleiding mogelijk
We brengen de vraag aan maatschappelijke opvang tot 2028 in beeld: vraag, aanbod (aantal, type, locatie). Jaarlijks wordt dit bijgesteld
Actueel en passend aanbod aan maatschappelijke opvang
Evaluatie ervaringen met de Voorziening Langdurig Verblijf (VLV) en tijdige realisatie van een structurele voorziening op een andere locatie
Inwoners die een prikkel arme beschermd wonenwoonplek nodig hebben hoeven niet op straat te verblijven of gedwongen op een niet passende groepswoonplek
Lokaal
Lokaal en regionaal
Regionaal
Regionaal
13
Waar zijn we al mee bezig?
4. Niemand wordt ontslagen uit een instelling zonder vervolg Een van de grootste risicofactoren om dakloos te worden, is het verlaten van een instelling. Dat kan bijvoorbeeld zijn de Penitentiaire inrichting, een verblijfsvoorziening jeugdzorg of een beschermd wonen voorziening.
Typering doelgroep •B ij ETHOS zijn 95 volwassenen geteld en 16 kinderen die in een instelling verblijven en al hadden kunnen uitstromen als er een woonoplossing was geweest. Zo’n 38% verlaat de instelling binnen een maand zonder woonoplossing, waarvan een groot deel uit detentie. •E en groot knelpunt ligt bij de groep met ernstige verslavingsproblematiek. Er is vaak sprake van terugval. Bij veel voorzieningen is (ernstige) verslaving een contra-indicatie, zeker als er ook sprake is van LVB. Door gebrek aan passende woonzorgplekken met behandeling of begeleiding voor mensen met verslavingsproblematiek, is er regelmatig sprake van uitval en uitstroom. •Z o’n 20 personen en een aantal kinderen verblijven in een asielzoekerscentrum, maar kunnen nog niet over een woning beschikken.
Een deel van degenen die uitstromen hebben “slechts” een woonvraag met wellicht lichte begeleiding. Met de corporaties maken we afspraken over directe bemiddeling. Er is ook een groep die “van zorg naar zorg” moet. Tevens zien we dat er een groep is die tussen wal en schip valt vanwege de complexiteit van de zorgvraag. En dan soms in de maatschappelijke opvang belandt, als alternatief voor de straat, terwijl de ondersteuning in de opvang niet toereikend is. Als de gemeente vanwege de Wmo of Jeugdwet verantwoordelijk is, kunnen we invloed uitoefenen op de in-, uit- en doorstroom vanuit zorgaanbieders. Als het gaat om in- en uitstroom uit bijvoorbeeld de PI, een GGZ of Wlz kunnen we in gesprek met de verantwoordelijke partij(en) en proberen tot samenwerking te komen.
14
Actie
Effect
Het aantal en gebruik van timeout-plekken wordt gemonitord en er wordt op bijgestuurd
Er zijn regionaal plekken beschikbaar om op adem te komen waarmee onnodige uitstroom wordt voorkomen
Analyse ervaringen urgentieplus in alle gemeenten van de regio en inspelen op bevindingen
Ervaringen uitstroom naar huisvesting wordt geëvalueerd en bijgesteld
Regionaal
Lokaal en regionaal
Nieuw Actie
Effect
Aanpak continuering zorg en verblijf: regionale afspraken over zorgdomeinen heen over verblijf voor inwoners met een complexe zorgvraag. Hierbij streven we naar afspraken met aanbieders en met zorgkantoor en zorgverzekeraar, voor cliënten die zorg uit Zvw en Wlz nodig hebben of daar uit uitstromen
Gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de groep inwoners met een complexe zorg is toegenomen
Regionaal
Bij de ondersteuning van inwoners die overal tussen wal en schip vallen, is er soms sprake van handelingsverlegenheid in de lokale gemeente. We verkennen we hoe we daar regionaal loopvermogen op kunnen organiseren
Inwoners met een complexe zorgvraag en betrokken verwijzers worden ondersteun bij het organiseren van onderdak en zorg
Lokaal en regionaal
De regio onderzoekt hoe expertise verslavingszorg, GGZ en LVB onder aanbieders verblijfszorg (BW en MO) kan worden gedeeld. Bijvoorbeeld: - consultatiefunctie GGZ
Het aantal inwoners dat uitvalt of tussen aanbieders wordt verschoven ivm gebrek aan kennis daalt
Regionaal
Afspraken nazorg exgedetineerden, reclassering, PI en opvang, zowel in begeleiding als voorzieningen
Het aantal inwoners dat uitstroomt uit de PI en de MO nodig heeft in verband met gebrek aan afspraken daalt
Lokaal en regionaal
Onderzocht wordt hoe handelingsverlegenheid of afwijzing bij zorgaanbieders ivm taalbarrières kan worden teruggedrongen
Het aantal inwoners dat naar de MO gaat in plaats van BW, behandeling of Wlz vanwege afwijzing wegens taalbarrière daalt
Regionaal
5. Voorkomen en verkorten dak- en thuisloosheid jongvolwassenen
Een kwetsbare groep die we steeds vaker zien bij de maatschappelijke opvang, maar ook bij beschermd wonen, zijn de jongvolwassenen (18-27 jaar). Zij noemen zich lang niet altijd dakloos. Het is een topje van de groep die, uit noodzaak of uit behoefte, toe is aan eigen woonruimte maar dat om verschillende redenen niet kan vinden.
Typering doelgroep: • I n de ETHOS-telling zijn 219 jongeren geteld in de leeftijd van 18 tot 27 jaar (22% van het geheel). Daarvan verblijft circa 37% bij familie/vrienden/derden, 22% in de opvang en 18% in een instelling. Bij 14% van de jongeren is de inschatting dat er geen problemen zijn. •D e overgang naar meerderjarigheid (18 jaar) is een risico, zeker voor de groep die geen (financieel) netwerk heeft. Voor de wet is men volwassenen. Als er sprake is van uitstroom uit een jeugdhulpvoorziening, raken jongeren soms uit beeld en escaleren de problemen. •B innen het algemene tekort aan betaalbare huisvesting, is er specifiek een tekort aan passende/betaalbare huisvesting voor jongeren (onder de kwaliteitskortingsgrens). Door gebrek aan betaalbare huisvesting blijven jongvolwassenen langer thuis wonen of keren noodgedwongen terug naar het ouderlijk huis wat leidt tot spanningen of alsnog vertrek zonder woonzekerheid.
Een groot deel van de jongvolwassenen met een urgente woonvraag heeft een jeugdhulpverleden. Bij de groep die uitstroomt uit jeugdhulpverblijf helpt het werken met uitstroomprofielen om de ondersteuningsbehoefte inzichtelijk te maken. In het toekomstplan wordt gekeken wat nodig is om de zogenaamde BIG 5 op orde te brengen: Wonen, Inkomen, School en werk, Support en Welzijn.
16
Waar zijn we al mee bezig? Actie
Effect
Jongeren worden geïnformeerd over de wettelijke wijzigingen als ze 18 jaar worden. Ervaringen in de regio worden gedeeld
Jongeren (en hun ouders) nemen tijdig maatregelen passend bij de overgang naar 18 jaar en zijn daardoor beter ondersteund
Iedere jeugdhulpaanbieder met verblijf zorgt dat vanaf 16 jaar een toekomstplan beschikbaar is en gestart is met uitvoering daarvan
Bij uitstroom uit jeugdhulp is vroegtijdig gewerkt aan de BIG 5, met tijdig aandacht voor het woonaspect
In beeld brengen en versterken woon(zorg)aanbod jongvolwassenen, waaronder jongerenhuisvesting met ambulante begeleiding
De omvang en differentiatie in het woon (zorg) aanbod voor jongvolwassenen is vergroot
Toekomst jongerenopvang: we brengen de vraag naar jongerenopvang in beeld en bedden dit in in het totaal woon(zorg)aanbod voor jongvolwassenen. Dat kan in de vorm van een voorziening zijn, maar bijvoorbeeld ook in de vorm van Housing First voor jongeren
Jongerenopvang is gemoderniseerd en sluit beter aan op het totaal aanbod aan woonaanbod/ woon-voorzieningen voor jongeren
Lokaal
L Regionaal
R Regionaal
R
Regionaal
R
Nieuw Actie
Effect
Toename van betaalbare/ passende huisvesting voor jongeren. Dit kan zijn in de vorm van tiny houses in de tuin, betaalbare huisvesting etc.
Het aantal jongeren zonder Lokaal urgente zorgvraag in een voorziening daalt omdat er beter geschikte zelfstandige huisvesting beschikbaar is
6. Geen kinderen dak- of thuisloos
Door het ETHOS-onderzoek is voor het eerst goed zichtbaar geworden hoeveel kinderen met (dreigende) dak- en thuisloosheid te maken hebben. Dat heeft de ogen geopend. Aandacht voor de woononzekerheid van kinderen is belangrijk voor de ontwikkeling van deze kinderen op dit moment. Maar ook ter voorkoming van daken thuisloosheid in de toekomst: uit landelijke cijfers blijkt dat meer dan de helft van de dak- en thuisloze jongvolwassenen als kind te maken had met dakloosheid. Ook personen met herhaalde dakloosheid hebben vaak te maken gehad met een vorm van dakloosheid als kind.
Typering doelgroep •B ij ETHOS zijn 223 kinderen geteld, waarvan 8 dakloos zonder ouders. De overige 215 horen bij 125 (16%) van de getelde volwassenen. Kinderen verblijven met hun ouder(s) vooral bij familie of vrienden (41%), in de opvang (31%) of in een nietconventionele ruimte. •D e belangrijkste aanleidingen voor dakloosheid bij de ouder zijn: relatiebreuk (47%), huiselijk geweld (26%), of conflict met huisgenoten (13%). •N aast de groep kinderen die zelf thuisloos is, is er een aanzienlijke groep kinderen die zelf niet dakloos zijn, maar wel een ouder heeft die dak- of thuisloos is (>200). Ons panel van mensen met ervaringskennis vraagt aandacht voor de situatie van dak-/thuisloze ouders met kinderen die niet bij hen wonen. •E r zijn schrijnende situaties waarbij bijvoorbeeld sprake is van huiselijk geweld waardoor men vertrekt uit een woning. Maar er melden zich ook ouders met een of meer kinderen waarbij geen sprake is van een schrijnende situatie en de woonzekerheid voor de kinderen uit het oog wordt verloren: het huis is al verkocht of opgezegd. Iemand is al vertrokken uit een huis zonder alternatief.
Wij spreken ouders aan dat zij de woonzekerheid voor de kinderen voorop moeten stellen. Ouders zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor opvoeding en een veilige woonomgeving van hun kinderen. We zoeken naar een balans: we ondersteunen als de huisvesting en ontwikkeling van kinderen op het spel staat en ouders daar zelf niet de verantwoordelijkheid voor kunnen nemen. Maar we laten ons ook niet onder druk zetten als men geen verantwoordelijkheid neemt en misbruik lijkt te willen maken van de situatie door opvang of huisvesting te eisen vanwege de aanwezigheid van kinderen.
18
Beleid en uitvoering voor thuisloze gezinnen met kinderen is relatief nieuw. Als men zich meldt bij de toegang tot opvang, wordt maatwerk geleverd. Kinderen komen nooit in de dag- en nachtopvang, maar worden als het niet anders kan bijvoorbeeld ondergebracht in de gezinsopvang of de 24/7 opvang. Samen met de partners in het jeugddomein gaan we dit de komende jaren vormgeven.
Waar zijn we al mee bezig? Actie
Effect
Elke gemeente zorgt voor huisvesting spoedzoekers. Aandacht voor de groep mannen/ vaders. Zij worden het vaakst afgewezen bij toegang MO, maar vertrekken uit huis zodat moeder en kinderen kunnen blijven wonen
Het aantal kinderen dat bij een ouder kan blijven wonen of tenminste op bezoek gaan groeit
Binnen de aanpak Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties (VIA) wordt tijdig gewerkt aan de huisvestingsvraag
Dak- en thuisloosheid als gevolg van geweld en conflicten in de thuissituatie neemt af
Lokaal
Regionaal
Nieuw Actie
Effect
Vergroten signalering en verkleinen handelings verlegenheid bij thuisloze of dreigend dakloze kinderen, oa scholen, maatschappelijk werk, consultatiebureaus maar ook bij professionals in de volwassenzorg
De positie en ondersteuningsvraag bij situaties van (dreigende) dakloosheid van kinderen wordt expliciet in beeld gebracht
We zoeken de aansluiting op de regionale en lokale aanpakken gericht op voorkoming van complexe echtscheidingen. Gebrek aan passende nieuwe huisvesting is een groot knelpunt met gevolgen voor kinderen
Dak- en thuisloosheid als gevolg van echtscheidingsproblematiek is afgenomen
Uitbreiding Wonen Eerst/ preventieve inzet urgentie plus naar de regio
Voorkomen dat kinderen dak- of thuisloos worden en in de opvang moeten verblijven
Regionaal
In het urgentiebeleid worden belangen van kinderen goed meegewogen. Relatiebreuk is geen reden voor urgentie. Veiligheid en stagneren ontwikkeling van betrokken kinderen als factor inbouwen bij de afweging toekenning urgentie
Voorkomen dat kinderen dak- of thuisloos worden en/of in de ontwikkeling wordt bedreigd
Regionaal
Lokaal
Lokaal en regionaal
7. Afspraken EU-arbeidsmigranten
Net als in andere regio’s zijn ook in onze gemeenten veel arbeidsmigranten actief. We merken dat huisvesting en zorgverzekering vaak aan werk gebonden zijn. Verliezen deze inwoners hun werk, dan verliezen zij ook de voorzieningen. Er zijn geen goede afspraken over de verantwoordelijkheid bij uitval en een deel klopt aan bij opvang en/of verblijft op straat.
Typering doelgroep •D e omvang van de groep dakloze arbeidsmigranten is niet bekend. Bij ETHOS zijn zij beperkt in beeld gekomen omdat zij vaak niet bij professionals bekend zijn. •D e groep kwetsbare EU-arbeidsmigranten bestaat niet alleen uit mensen met perspectief op werk of een arbeidsverleden in Nederland. Er meldt zich ook een groep zonder recent arbeidsverleden met multi-problematiek en waarbij er naar verwachting ook geen werkperspectief is. •L andelijk zijn door de Taskforce Roemer voorstellen gedaan om deze afhankelijkheidsrelatie tussen werknemer en werkgever te doorbreken, maar dit is nog niet in landelijke wet- en regelgeving omgezet. •L andelijk wordt gewerkt aan een “rechtentool” om beoordeling recht op opvang eenvoudiger te maken.
Wij zijn van mening dat in eerste instantie het Rijk, werkgevers en uitzendbureaus verantwoordelijk zijn voor huisvesting en zorg, ook als iemand stopt met werken. Regionaal en lokaal worden kaders ontwikkeld om het verblijf van de groep arbeidsmigranten in goede banen te leiden. De sociale component, namelijk afspraken over verantwoordelijkheid en begeleiding bij uitval ontbreekt daar nog vaak in. Professionals die met deze kwetsbare groep te maken hebben, zien schrijnende situaties en voelen zich onthand omdat zij nauwelijks perspectief kunnen bieden.
Nieuw Actie
Effect
Lobby naar het Rijk om landelijk uitvoering te geven aan de afspraken Taskforce Roemer
Het Rijk is aangesproken op de verantwoordelijkheid
In regionaal beleid over (EU-) arbeidsmigranten worden afspraken gemaakt over de verantwoordelijkheid voor huisvesting en bij uitval
Het aantal kwetsbare (EU-)arbeidsmigranten op straat zonder perspectief is afgenomen
Versterken informatievoorziening voor (dakloze) arbeidsmigranten via Informatiepunt Noordoost Brabant
Herkenbaar informatiepunt, medisch noodzakelijke zorg en winteropvang
Onderzoek wenselijkheid begeleiding van EUarbeidsmigranten, aanvullend op de informatie en ondersteuning van het Brabants Informatiepunt. Bijvoorbeeld inzet van Barka
Regionaal (EU-)arbeidsmigranten met een werkverleden in Nederland worden begeleid naar werk, woning of terug naar land van herkomst. EU-migranten zonder arbeidsverleden of rechten worden ontmoedigd en terug begeleid naar land van herkomst
Regionaal
Regionaal
Regionaal
21
Lokale plannen
Inkoop, financiën, monitoring
Om onze ambitie “geen dakloosheid in 2030” te realiseren, moet er meer nadruk en aandacht naar preventie en nazorg. Preventie en nazorg dakloosheid zijn in principe een lokale verantwoordelijkheid. Deze ondersteuning gebeurt vanuit beleidsterreinen aanpalend aan de Wmo: op het gebied van Inkomen, armoede en schulden, op wonen en basisvoorzieningen.
Financiële middelen en inkoop
Iedere gemeente werkt de komende periode aan de punten die in voorgaande zijn omschreven als lokale voornemens en diverse andere voornemens die aansluiten bij de voornemens in het Nationaal Actieplan.
Financiële bestaanszekerheid: Bijvoorbeeld maatwerk bij dreigende dakloosheid Preventie: Bijvoorbeeld •V ergroten bewustzijn en signalering bij bewoners en professionals op de risico’s woononzekerheid in het algemeen en bij kinderen in het bijzonder; • Beschikbaarheid informatie en ondersteuning bij dreigende dakloosheid; • Aandacht voor antistigma
Bovenop de reguliere rijksmiddelen voor maatschappelijke opvang, ontvangen we jaarlijks € 718.000 voor het realiseren van de transformatie. De besteding van de middelen is vanaf 2023 verwerkt in het inkoopkader Maatschappelijke Opvang (MO). Deze middelen passen bij onze eigen regionale transformatie MO, die vanaf 2021 is ingezet, met de nadruk op preventie en ambulantisering van MO. De aanpak dakloosheid “wonen eerst” zal leiden tot een bijstelling van de inkoop maatschappelijke opvang. De inkoop MO wordt via centrumgemeente ’s-Hertogenbosch bekostigd uit de decentralisatieuitkering MO en maakt onderdeel uit van de regionale begroting samen met beschermd wonen. Voor lokale investeringen in beschermd wonen en maatschappelijke opvang zijn sinds 2022 lokale uitvoeringsmiddelen BW MO beschikbaar (10% van de regionale integratie-uitkering beschermd wonen) en sinds 2023 tussentijdse uitkeringen uit de regionale reserve BW MO. Deze middelen zijn lokaal beschikbaar voor onder andere lokale uitvoeringskosten (bv. toegangsteam) en uitgaven voor preventie, basisvoorzieningen, participatie en aanpalende domeinen zoals woonoplossingen en zorg & veiligheid.
Monitoring Wonen: Zie paragraaf Wonen. • Passend aanbod maatschappelijke opvang en beschermd wonen per gemeente Integraal samenwerken • I ntegrale toegang over de domeinen heen: briefadres, wonen, inkomen en Wmo bij dreigende dakloosheid én na uitstroom in eigen huisvesting Specifieke doelgroepen: Bijvoorbeeld • Arbeidsmigranten • Jongvolwassenen
Als er beleidsaanpassingen nodig zijn op het terrein van wonen, participatiewet, schuldhulpverlening of zorg en ondersteuning, leggen zij dat lokaal vast.
22
Het doel van deze aanpak dakloosheid is het opheffen van dak- en thuisloosheid in 2030. Hoe houden we daar zicht op? Regionaal is afgesproken om vierjaarlijks een ETHOS-telling te houden. In 2027 is de 2e ETHOS-telling voorzien. Tweejaarlijks wordt het regionale monitorrapport beschermd wonen en maatschappelijke opvang uitgebracht dat monitort of strategische doelen van het regionaal beleid worden behaald. Indien deze regionale aanpak dakloosheid wordt vastgesteld door de regio, dan zal het monitorrapport dat voor 2025 is voorzien worden geactualiseerd met de aanpak dakloosheid (instroom MO, uitstroom urgentieplus e.d.). Landelijk monitort het CBS dakloosheid (beperkte monitor) en is er een landelijk dashboard dakloosheid (VWS/VNG). Zo kan per regio worden gevolgd hoever het staat met de regionale uitvoering van het Nationaal actieplan. Tegelijkertijd is dat ook het moment dat wij mee kunnen geven wat wij nodig hebben van bijvoorbeeld het Rijk om onze opgave waar te maken.
Hoe verder? In dit plan van aanpak hebben we opgenomen waar we de komende jaren aan gaan werken. Dit zijn zowel zaken die lokaal opgepakt worden, en regionaal. Het hoeft niet allemaal af in 2024. Wanneer de actualiteit om aanvullende stappen vraagt, zullen we dat uiteraard ook oppakken. We hebben niet overal invloed op. Het najaar 2024 zullen we gebruiken om uit te werken op welke termijn we met acties die nieuw zijn willen gaan starten. Zo organiseren we op 10 oktober, Werelddaklozendag, opnieuw de werkgroep Aanpak dakloosheid om dit te bespreken. Het streven is om in 2027 opnieuw een ETHOS-telling te doen en dan ook in beeld te brengen waar we staan met dit plan van aanpak.
Bijlage 1: Deelnemende partijen ETHOS-telling en werkgroep Aanpak Dakloosheid Ethos: Inzicht met dank aan 60 deelnemende organisaties!
24
Werkgroep Aanpak Dakloosheid: Buro Nazorg Gemeente ‘s-Hertogenbosch Centrale Toegang Maatschappelijke Opvang Centrum van Trajecten en Bemoeizorg Farent, oa CIT Gemeente Maasdriel Gemeente Meierijstad Gemeente ‘s-Hertogenbosch Gemeente Vught Gemeente Zaltbommel GGD Hart voor Brabant
MijnGemeenteDichtbij Maatschappelijke Opvang regio Den Bosch Novadic Kentron Ons Welzijn Oosterpoort Reinier van Arkel Springplank Verdihuis Zayaz
25
De regio Meierij en Bommelerwaard bestaat uit de volgende gemeenten: 121.5mm