CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Raad van State - Uitspraak bestemmingsplan Buitengebied, herziening De Dijk 4 - Esschebaan

Raadsvergadering 17 april 2025, gemeente VughtBij agendapunt: Categorie I-A Externen3.480 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zaaknummer: Z21 - 233813 Document: IN/25 - 671297 Uitspraak gegrond

'Raad

Van

Afdeling bestuursrechtspraak

State

Paginalvanl

GEMEENTE VUGHT Zaak: Dmv;

Vught

Raad van de gemeente

UBFEB.2025

Post in

Postbus 10100 5260 GA VUGHT

Uw kenmerk

Datum

Ons nummer

5 februari 2025

202100468/1/R2

Inlichtingen

Onderwerp

Hadji 0704264875

Haaren) Vught BP. Buitengebied, herziening De Dijk 4 Esschebaan

Procedure

Beroep

Geachte heer/mevrouw, ln bovengenoemde procedure heeft de Afdeling uitspraak gedaan. De procedure daarmee beëindigd. Een kopie van deze uitspraak treft u hierbij aan. Aangezien dit bericht geautomatiseerd

is aangemaakt,

is dit niet ondertekend.

Hoogachtend, de griffier

Postbus lelll')

4275-0<MCN

en

Zšllll FA Den Haag tit-

en 1m

420 44 Zo

T \in

F

.uw bit-nt-l-mtitit-.i

13 Nl!

is

Zaaknummer: Z21 - 233813 Document: IN/25 - 671297 Uitspraak gegrond

Raad

vanState 202100468/1/R2. Datum uitspraak: 5 februari 2025

AFDELING BES UURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen: Vereniging Het Groene Hart Brabant, gevestigd Sint-Michielsgestel,

appellante, en

de raad van de gemeente verweerder.

Vught,

in Den Dungen, gemeente

Zaaknummer: Z21 - 233813 Document: IN/25 - 671297 Uitspraak gegrond

2

202100468/1/R2

5 februari 2025

Procesverloop Bij het besluit van 3 december 2020 heeft de raad het bestemmingsplan Esschebaan" (hierna: het plan) "Buitengebied, herziening De Dijk 4 vastgesteld. Tegen dit besluit heeft de Vereniging

beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend. De Vereniging en de raad hebben nadere stukken ingediend. De Afdeling heeft de zaak op zitting behandeld op 14 oktober 2024, Waar de de Ruijter, zijn van Son en raad, vertegenwoordigd door verschenen. Verder is op zitting Maatschap Combee, vertegenwoordigd door Erkamp, als partij gehoord. Combee, bijgestaan door

Overwegingen Overgangsrecht

inwerkingtreding

Omgevingswet

en de Invoeringswet Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet derde lid, van Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel blijft op een beroep tegen een besluit tot Omgevingswet de Invoeringswet het tijdstip waarvan het ontwerp vaststelling van een bestemmingsplan van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht dat tijdstip van toepassing tot het zoals dat gold onmiddellijk

onherroepelijk is. bestemmingsplan is op 3 oktober 2020 ter inzage gelegd. Dat ontwerpplan Het betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet 1 januari 2024 van zoals dat gold ruimtelijke ordening (hierna: toepassing

blijft.

Inleiding

Maatschap Combee exploiteert een melkveebedrijf aan De Dijk 4 in Helvoirt, in de gemeente Vught. Voorheen gold daar het bestemmingsplan "Buitengebied, herziening 2020” (hierna: het vorige plan).

Het plan maakt een melkveebedrijf mogelijk volgens het Dat omvat volgens de plantoelichting een zogenoemde 'kwatrijnconcept'. (een zogenoemde 'kwatrijnstal'), melkveestal energieneutrale innovatieve en dierenwelzijn, natuurinclusieve landbouw en een goede inpassing in het landschap. Het plangebied grenst aan het beekdal van de Broekley. De in het plan voorziene kwatrijnstal, inclusief ruwvoer- en mestopslag, is gesitueerd aan de Esschebaan. De bestaande stal aan De Dijk wordt omgebouwd naar een kaasmakerij, boerderijwinkel en educatieruimte. De locaties Esschebaan en De Dijk worden met elkaar verbonden door een wandelpad. De Vereniging is het oneens met het plan. Volgens de Vereniging tast de kwatrijnstal onder meer de ruimtelijke kwaliteit van het landschap aan.

Zaaknummer: Z21 - 233813 Document: IN/25 - 671297 Uitspraak gegrond

202100468/1/R2

5 februari 2025

3

Toetsingskader moet de raad Bij de vaststelling van een bestemmingsplan bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt is met een goede ruimtelijke niet zelf of het plan in overeenstemming ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het is met in overeenstemming besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.

Belang bij een uitspraak op het beroep

Maatschap Combee heeft op de zitting gesteld dat de Vereniging geen belang heeft bij een uitspraak op het beroep, omdat voor de is verleend die rechtens kwatrijnstal inmiddels een omgevingsvergunning onaantastbaar is. De Afdeling ziet hierin echter geen aanleiding voor het moet worden verklaard. Volgens oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk van de Afdeling leent een bestemmingsplan zich namelijk voor herhaalde toepassing. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 2 maart 2011, vaste jurisprudentie

ECLl:NL:RVS:2011:BP6365. De beroepsgronden

Discrepantie

tussen het vaststellingsbes/uit

en de gepubliceerde

verbeeld/bg

De Vereniging betoogt dat de raad op het moment van de vaststelling van het plan niet bevoegd was om het plandeel ten noorden van de Esschebaan vast te stellen, omdat dit plandeel toen op gronden van de Vught lag. gemeente De Afdeling stelt vast dat in de versie van het plan zoals de gepubliceerd op de landelijke voorziening ruimtelijkeplannen.nl percelen 3495, 3496 en een deel van het perceel 3946 ten noorden van de Esschebaan zijn opgenomen. Het plan wijkt in zoverre af van het plan, zoals de raad dat blijkens het besluit van 3 december 2020 heeft vastgesteld. De raad heeft dit in het verweerschrift erkend. Het besluit van 3 december 2020 en het gepubliceerde plan, in onderlinge samenhang bezien, zijn daarom in

zoverre in strijd met de rechtszekerheid. Het betoog slaagt. Twee planrege/ingen

De Vereniging betoogt tevergeefs dat de raad het plan in strijd met heeft vastgesteld omdat er al een het rechtszekerheidsbeginsel bestemmingsplan geldt voor het plangebied. Artikel 3.1 van de Wro geeft aan de raad namelijk de bevoegdheid een nieuw bestemmingsplan vast te stellen. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor verzet zich daartegen niet. gronden vaststellen. Het rechtszekerheidsbeginsel

Zaaknummer: Z21 - 233813 Document: IN/25 - 671297 Uitspraak gegrond

4

202100468/1/R2

5 februari 2025

Het betoog slaagt niet. Ruimtelijke kwaliteit

en /andschaps- en natuurwaarden

De Vereniging betoogt dat het plan in strijd met een goede ruimtelijke ordening de ruimtelijke kwaliteit en de groene samenhang met de aangrenzende omgeving aantast. Volgens de Vereniging leidt de bouw van een nieuwe stal in het voorheen open landschap tot een ongewenste verstening, verrommeling en ruimtelijke versnippering. Bovendien sluit de grootschaligheid van de stal op geen enkele wijze'aan bij de vroegere landschapskarakteristiek. Daarnaast betoogt de Vereniging dat de raad ten onrechte de in het vorige plan aan de gronden toegekende waarden niet heeft gehandhaafd.

ln het vorige plan waren de gronden van de kwatrijnstal mede bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van landschappelijk in het bijzonder voor kwetsbare soorten en open gebied en natuurwaarden, Op die plek golden aanlegvergunningenstelsels natuurontwikkelingsgebied. 'kwetsbare soorten' en met de bijbehorende aanduidingen 'openheid', Voor bijvoorbeeld het vergraven, omzetten en 'natuurontwikkelingsgebied'. nodig (zie artikel verharden van grond was een omgevingsvergunning van de planregels van het vorige plan). e en aanhef en onder De Afdeling ziet in het betoog geen aanleiding voor het oordeel dat met een goede ruimtelijke de raad de kwatrijnstal niet in overeenstemming ordening heeft mogen achten. De raad heeft namelijk deugdelijk toegelicht dat voor de kwatrijnstal en de daarmee samenhangende voorzieningen op de gronden direct naast het bestaande bouwvlak geen ruimte is, omdat deze en het plan daar ook een gronden nodig zijn als waterbergingsgebied vernatting mogelijk maakt. Voor een geschikte locatie heeft de raad gekeken naar het vroegere kampenlandschap, waarbij hij heeft onderbouwd dat een ligging van de stal aan de Esschebaan hierbij aansluit. Ook heeft de raad op het open karakter van de kwatrijnstal mogen wijzen, die in tegenstelling tot gesloten melkveestallen minder massief oogt.

Zo kan door de stal heen kan worden gekeken waardoor zicht op het lager gelegen beekdal van de Broekley blijft bestaan (vergelijk artikel 1.5 van de planregels). Verder heeft de raad toegelicht dat hij het gelede dak van de stal, dat uit vier kappen bestaat, passend vindt bij de schaal van het rondom Helvoirts Broek. kleinschalig cultuurlandschap

De Vereniging betoogt tevergeefs dat de raad ten onrechte de in het vorige plan aan de gronden toegekende waarden niet heeft gehandhaafd. Weliswaar maakt het plan op bestaande agrarische gronden een kwatrijnstal mogelijk en is dat anders dan in het vorige plan, maar de raad heeft beleidsruimte om deze keuze te maken. Hierbij is mede van belang dat de raad heeft gemotiveerd dat het plan het bestaande bouwvlak aan De Dijk verkleint, dat verhardingen daar worden verwijderd en dat de onderliggende gronden in samenspraak met Brabants Landschap als grondeigenaar worden Daarnaast heeft de raad erop gewezen dat de gronden rondom de vernat. kwatrijnstal worden gebruikt als grasland en natuurinclusief worden beheerd van de planregels). Bovendien heeft de raad daar de (vergelijk artikel

Zaaknummer: Z21 - 233813 Document: IN/25 - 671297 Uitspraak gegrond

5 februari 2025

5

202100468/1/R2

aanlegvergunningenstelsels met de bijbehorende aanduidingen in het plan van de planregels). c en aanhef en onder gehandhaafd (zie artikel Het betoog slaagt niet. interim Omgevingsverordening Artikel

6 van de /OV

Noord-Brabant (hierna:

zorgvuldig

l/OV'i

ruimtegebruik

De Vereniging betoogt dat de raad het plan in strijd met artikel 3.6 van de lOV heeft vastgesteld. Het plan maakt een kwatrijnstal mogelijk en midden in het open, onbebouwde gebied. Het plan dat is een nieuwvestiging stelt. voldoet echter niet aan de voorwaarden die de lOV aan nieuwvestiging

10.

De raad stelt zich op het standpunt dat het plan niet in strijd is met artikel 3.6 van de lOV. Volgens de raad is geen sprake van een van een agrarisch bedrijf, maar van een uitbreiding van het nieuwvestiging bouwvlak binnen het bestaand bouwperceel. van de lOV houdt eerste lid, aanhef en onder Volgens artikel in beginsel de van functies toedeling dat in zorgvuldig ruimtegebruik plaatsvindt binnen het bestaande ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in of uitbreiding op grond van de bepalingen in de gevallen dat nieuwvestiging Onder bestaand ruimtebeslag voor hoofdstuk 3 van de lOV is toegestaan. bebouwing wordt het werkingsgebied Stedelijk Gebied of een bestaand tweede lid, van de bouwperceel verstaan (zie artikel

Een bestaand bouwperceel is een bouwperceel waarbinnen het geldend bestemmingsplan het bouwen van gebouwen en bijbehorende bouwwerken met een gezamenlijke oppervlakte van meer dan 100 m2 Een bouwperceel is een aaneengesloten vlak waarop functioneel bij toestaat. elkaar behorende bebouwing en voorzieningen worden geconcentreerd. Dit bestaat in ieder geval uit het bouwvlak, maar ook aangrenzende gronden waar bouwwerken geen gebouwen zijnde en vergunningvrije bouwwerken kunnen tot het bouwperceel worden gerekend (zie zijn toegestaan, artikel 1.1 van de ln het plan is aan de gronden van het kadastrale perceel met nummer 2171 een functie toegedeeld, namelijk een bouwvlak voor de De raad stelt zich ten onrechte op het standpunt dat deze kwatrijnstal. functie binnen het bestaand bouwperceel en dus binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing plaatsvindt.

Vast staat en ook niet in geschil is dat de functie niet in het Stedelijk Gebied mogelijk wordt gemaakt. De Afdeling stelt werkingsgebied vast dat deze functie ook niet binnen het bestaand bouwperceel mogelijk wordt gemaakt. Het vorige plan kende aan de gronden van het plangebied Landschaps- en namelijk de bestemming "Agrarisch met waarden bouwvlak op gronden in het alleen een in voorzag en toe, Natuurwaarden westen van het plangebied met de kadastrale nummers 1089, 1967, 2086 en 2089. De hieraan grenzende gronden, waaronder die van het perceel 2171 in het noorden van het plangebied, horen niet bij het bouwperceel, omdat daar op grond van het vorige plan geen bouwwerken en

Zaaknummer: Z21 - 233813 Document: IN/25 - 671297 Uitspraak gegrond

6

202100468/1/R2

5 februari 2025

vergunningvrije bouwwerkenWaren toegestaan. Omdat het plan aan die gronden wel een bouwvlak toekent, is geen sprake van een functie die binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt gevestigd. Op dit punt heeft de raad het plan dus in strijd met artikel eerste lid, aanhef en onder van de lOV vastgesteld.

Op de zitting heeft de raad erkend dat hij niet heeft beoordeeld of nieuwvestiging of uitbreiding mogelijk is op grond van de bepalingen in hoofdstuk 3 van de lOV. Omdat het plan een functie mogelijk maakt die niet is voorzien binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing is deze beoordeling echter wel vereist. De Afdeling komt daarom tot het oordeel dat de raad niet inzichtelijk heeft gemaakt dat het plan voor wat betreft het bouwvlak dat aan de gronden van het perceel 2171 is toegekend, in van de eerste lid, aanhef en onder overeenstemming is met artikel lOV. Het betoog slaagt.

Artikel

3.26 van de /OV

Attentiezone

waterhuishouding

11. De Vereniging betoogt dat de raad in strijd met artikel 3.26 van de lOV aan de gronden van de kwatrijnstal niet de aanduiding attentiezone waterhuishouding heeft toegekend, zoals dat in het vorige plan wel het geval om was. Volgens de Vereniging is het daar volgens de lOV niet toegestaan drainage aan te leggen, de grondwaterstand te verlagen grond te verzetten, en oppervlakteverhardingen aan te brengen. De Afdeling stelt vast dat de gronden ter plaatse van het plangebied op de kaartbijlage bij de lOV zijn aangeduid als 'Attentiezone Waterhuishouding'. Een bestemmingsplan dat geldt op de plek van die en aanduiding moet strekken tot de bescherming van de waterhuishouding moet functies en activiteiten uitsluiten die een negatief effect hebben op de van het hierbinnen gelegen Natuur hydrologische instandhoudingsdoelen Zo'n eerste lid, van de Netwerk Brabant (zie artikel tweede bestemmingsplan moet de regels zoals omschreven in artikel lid, van de lOV stellen. Het plan kent aan het zuidelijke deel van de gronden in het plangebied de gebiedsaanduiding "overige zone Natuur Netwerk Brabant/ toe.

Die gronden zijn bestemd voor attentiezone waterhuishouding" en het voorkomenvan functies en bescherming van de waterhuishouding activiteiten die een negatief effect hebben op de hydrologische van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant instandhoudingsdoelen (zie artikel 11.2.1 van de planregels). Binnen de gebiedsaanduiding stelt het tweede lid, van de lOV (zie plan de regels als omschreven in artikel artikel 11.2.2 van de planregels). Voor de gronden op het perceel 2171 stelt het plan geen regels als tweede lid, van de lOV, terwijl die gronden in de omschreven in artikel en artikel lOV ook zijn aangeduid als 'Attentiezone Waterhuishouding' ln zoverre is het tweede lid, van de lOV vereist dat het plan die regels stelt. plan daarom in strijd met dat artikel. Het betoog slaagt.

Zaaknummer: Z21 - 233813 Document: IN/25 - 671297 Uitspraak gegrond

5 februari 2025

202100468/_1/R2

Artikel

3.35 van de IOV

Regionale

waterberging

De Vereniging betoogt dat de raad het plan in strijd met artikel 3.35 12. van de lOV heeft vastgesteld. De kwatrijnstal wordt mogelijk gemaakt op terwijl bebouwing, verharding gronden gelegen in het waterbergingsgebied, en ophoging van gronden daar niet zijn toegestaan.

De Afdeling stelt vast dat het zuidelijke deel van het plangebied, waaronder het zuidelijke'deel van het bouwvlak voor de kwatrijnstal, op de kaartbijlage bij de lOV is aangewezen als 'Regionale waterberging'. van de |0V bepaalt een tweede lid, onder Volgens artikel die in de lOV als gronden toepassing van is op bestemmingsplan dat 'Regionale waterberging' zijn aangeduid, dat uitsluitend het oprichten van met een een gebouw ten dienste van de waterberging is toegestaan maximale bouwhoogte van 2 meter. Volgens het derde lid kan een bestemmingsplan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toestaan als het plan een onderbouwing bevat dat hierdoor het waterbergend vermogen van het gebied niet wordt belemmerd. Het plan kent aan de gronden van het zuidelijke deel van het Landschaps- en bouwvlak de bestemming "Agrarisch met waarden "specifieke vorm van agrarisch en de functieaanduiding natuurwaarden en kwatrijnstal" toe. Het plan maakt daar bedrijfsgebouwen met waarden (zie planregels). van de en artikelen bouwwerken mogelijk Omdat op grond van de lOV gebouwen die niet uitsluitend ten dienste van de is het plan op dit punt in strijd met waterberging staan, niet zijn toegestaan, van de lOV vastgesteld.

En omdat het plan tweede lid, onder artikel geen onderbouwing bevat dat hierdoor plan maar het bouwwerken toestaat, het waterbergend vermogen van het gebied niet wordt belemmerd, is het derde lid, van de lOV vastgesteld. plan ook in strijd met artikel Verder kent het plan aan de gronden van het zuidwestelijke deel "specifieke vorm van agrarisch met van het bouwvlak de functieaanduiding ruwvoeropslag" toe. Ook op die plek staat het plan bouwwerken waarden toe, namelijk voorzieningen voor de opslag van ruwvoer voor de veehouderij van de planregels). Het plan bevat echter geen (zie artikelen en datdeze voorzieningen het waterbergend vermogen van het onderbouwing gebied niet belemmeren. Ook om deze reden is het plan in strijd met artikel derde lid, van de lOV vastgesteld. Het betoog slaagt.

Stikstof De Vereniging betoogt dat de raad het plan onzorgvuldig heeft van de planregels vermelde onder voorbereid, omdat de in artikel natuurvergunning onjuist is en niet onherroepelijk.

13.

De Afdeling ziet in het betoog geen aanleiding voor het oordeel dat van de planregels niet heeft mogen onder de raad artikel namelijk gebleken dat de natuurvergunning is zitting Op de vaststellen. onherroepelijk is.

Zaaknummer: Z21 - 233813 Document: IN/25 - 671297 Uitspraak gegrond

202100468/1/R2

8

5 februari 2025

Het betoog slaagt niet. Soortenbescherm/'ng

De Vereniging betoogt dat de raad in strijd met de vereiste 14. zorgvuldigheid geen soortenonderzoek heeft uitgevoerd. Gelet op de waarden en aanduidingen van het plangebied kan volgens de Vereniging niet met een quickscan worden volstaan.

De raad mag het plan niet vaststellen als en voor zover hij op voorhand redelijkerwijs had moeten inzien dat het wettelijke aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg soortenbeschermingsregime staat.

ln het plan is de ecologische quickscan van 11 oktober 2019 als bijlage opgenomen. ln de ecologische quickscan staat dat er algemeen beschermde broedvogels in het plangebied voorkomen. Voor de overige waaronder de vleermuis, kerkuil, huismus en zwaluw, zijn soortgroepen, De te verwachten. geen overtredingen van de Wet natuurbescherming intact. De soorten blijft volledig bebouwing waarin deze dieren voorkomen worden niet verstoord en de biotopen blijven behouden. Het erf blijft geschikt als leefgebied. De conclusie in de quickscan is dat een ontheffing niet noodzakelijk is. op grond van de Wet natuurbescherming Gelet hierop heeft de raad zich op het standpunt mogen stellen dat redelijkerwijs op voorhand niet het Wettelijke soortenbeschermingsregime aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat. De raad heeft geen aanleiding hoeven zien terzake een nader soortenonderzoek uit te voeren. Het betoog slaagt niet.

Overige beroepsgronden

De Vereniging heeft haar overige beroepsgronden summier 15. onderbouwd. De Afdeling ziet daarin geen aanleiding om tot een ander oordeel over het plan te komen. Die beroepsgronden slagen dus niet. Conclusie

Het beroep is gegrond. Het besluit van 3 december 2020 wordt 16. voor zover dit gaat over vernietigd vanwege strijd met de rechtszekerheid, of Kampen het plandeel met de bestemming "Agrarisch met waarden op de kadastrale percelen 3495, 3496 en 3946, en hoevenlandschap" 3.26 en 3.35 van de lOV, voor zover dit vanwege strijd met de artikelen gaat over het plandeel met de bestemming "Agrarisch met waarden op het kadastrale perceel 2171. Dit Landschaps- en Natuurwaarden betekent dat het plan blijft gelden voor de andere percelen in het plangebied. De Afdeling ziet aanleiding de raad op te dragen het hierna in de 17. beslissing aangeduide onderdeel van deze uitspraak binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening.

Zaaknummer: Z21 - 233813 Document: IN/25 - 671297 Uitspraak gegrond

202100468/1/R2

5 februari 2025

9

in haar uitspraak van Zoals de Afdeling heeft overwogen 18. zijn op een eventueel nieuw te 27 maart 2024, ECLl:NL:RVS:2024:1174, nemen besluit de Omgevingswet en de daarbij behorende regels van toepassing. Dat houdt onder meer in dat niet omgevingsrechtelijke 1 januari 2024 ter inzage meer kan worden teruggevallen op het omdat in het ontwerpbestemmingsplan gelegde ontwerpbestemmingsplan, toedeling van geen regels zijn gesteld met het oog op een evenwichtige functies aan locaties. Proceskosten

19.

De raad hoeft geen proceskosten

te vergoeden.

Zaaknummer: Z21 - 233813 Document: IN/25 - 671297 Uitspraak gegrond

202100468/1/R2

5 februari 2025

10

Beslissing De Afdeling

bestuursrechtspraak

van de Raad van State:

verklaart het beroep gegrond; vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Vught van 3 december 2020 tot vaststelling van het bestemmingsplan Esschebaan", voor zover dit "Buitengebied, herziening De Dijk 4 gaat over: het plandeel met de bestemming “Agrarisch met waarden of hoevenlandschap” op de kadastrale percelen 3495, Kampen 3496 en 3946; het plandeel met de bestemming “Agrarisch met waarden op het kadastrale perceel 2171; Landschaps- en Natuurwaarden draagt de raad van de gemeente Vught g om binnen vier Weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat het hiervoor vermelde onderdeel ll wordt verwerkt in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening; gelast dat de raad van de gemeente Vught aan Vereniging Het Groene Hart Brabant het door haar voor de behandeling van het 360,00 vergoedt. beroep betaalde griffierecht van

Hoekstra, voorzitter, Aldus vastgesteld door van Kaajan, leden, in tegenwoordigheid

en

Niederer en Ahmady~Pikart,

griffier.

Ahmady-Pikart

Hoekstra voorzitter

Uitgesproken 638-1075 Verzonden:

griffier

in het openbaar op 5 februari 2025

5 februari 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=97da1cd7-97c2-4185-91d5-7384a0619d53