32. Gemeente Vught - Beroep bestemmingsplan Buitengebied Haaren, herziening 2020
Tekst van het document
vice Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State Zaaknummer202005977/1/R2
Verweerschrift
Inzake het beroep van: 1. Stichting Natuur- en Milieugroep Vught 2. Brabantse Milieufederatie 3. Vereniging Het Groene Hart Brabant 4. Huiseigenaren Vereniging Bosbewoners Distelberg 5. 6. 7. 8. Melkveehouderij Van den Hurk, Margriet 5, 5284 LV Helvoirt 9. De besloten vennootschap Vugts - Bekkers BV, Kreitweg 1 te Haaren 10. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oisterwijk 11. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vught
tegen: de Raad van de gemeente Vught gemachtigde: met betrekking tot het besluit van 24 september 2020 van de raad van de gemeente Haaren tot vaststelling van het bestemmingsplan 'buitengebied Haaren, herziening 2020'
1
vice Ee Inleiding De Raad van de gemeente Haaren heeft op 24 september 2020 het bestemmingsplan 'buitengebied Haaren, herziening 2020 vastgesteld. Het besluit van de Raad is op 6 november 2020 bekendgemaakt in de Staatscourant. Tegen het besluit van de Raad zijn 12 beroepschriften ingediend. Het beroepschrift van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Boxtel is inmiddels ingetrokken. Er zijn geen verzoeken om schorsing van het bestemmingsplan gedaan. Het bestemmingsplan is daarom in werking getreden. Als gevolg van een gemeentelijke herindeling is de gemeente Haaren per 1 januari 2021 opgegaan in de gemeenten Vught, Oisterwijk, Boxtel en Tilburg. Het plangebied van het bestemmingsplan 'buitengebied Haaren' ligt sinds 1 januari 2021 in de vier genoemde gemeenten. Het besluit van de gemeenteraad van Haaren van 24 september 2020 wordt nu geacht te zijn genomen door verweerder, voor zover het betrekking heeft op het grondgebied dat naar de gemeente Vught is overgegaan. De appellanten 1 tot en met 3 zijn rechtspersonen die opkomen voor natuur- en milieubelangen. Hun beroepen richten zich tegen het bestemmingsplan als geheel en zien dus ook op het grondgebied dat tot de gemeente Vught behoort. Tegen deze beroepen zal verweer worden gevoerd. De beroepen van appellanten 4 tot en met 8 hebben betrekking op een perceel dat nu in de gemeente Vught ligt.
Tegen de beroepen van appellanten 4 tot en met 7 zal verweer worden gevoerd. Verweerder is zelf reeds tot de conclusie gekomen dat het beroep van appellant 8 gegrond is vanwege een motiveringsgebrek. Verweerder zal uw Afdeling op een later moment gemotiveerd berichten of dit beroepschrift aanleiding geeft tot wijziging van het raadsbesluit. Verweerder heeft de gemachtigde van deze appellant hierover reeds geinformeerd. Het beroep van appellant 9 heeft betrekking op een perceel dat niet in de gemeente Vught ligt. Hiertegen wordt om die reden geen verweer gevoerd. Verweerder zal geen verweer voeren tegen de beroepen van appellanten 10 en 11. Verweerder gaat ervan uit dat deze beroepen worden ingetrokken, voordat de zitting bij Uw Afdeling plaatsvindt. Verweerder heeft in zijn vergadering van 22 juli 2021 een besluit genomen over aanpassingen in het besluit van de gemeenteraad van Haaren van 24 september 2020. Er zijn met toepassing van artikel 6:19 Awb drie wijzigingen doorgevoerd. Dit zijn: 1. De toevoeging van de eis dat de huisvesting van seizoenarbeiders in overeenstemming client te zijn met de eisen van de Stichting Normering Flexwonen (artikel 42.5); 2.
Het schrappen van de mogelijkheid bijbehorende bouwwerken met een oppervlakte van 30 m2 te bouwen bij recreatiewoningen, waarop de bestemming 'Recreatiewoning I' van toepassing is, met daarvoor in de plaats de mogelijkheid bergingen te cre~ren met een maximale oppervlakte van 12 m°. 3. Het opnemen van een dynamische verwijzing naar het Beleidskader Vrijkomende Agrarische Bebouwing in plaats van een statische verwijzing.
2
vc ?
Dit besluit zal in de maand september 2021 op ruimtelijkeplannen.nl warden geplaatst en warden bekendgemaakt in het Gemeenteblad. Appellanten onder 1 tot en met 8 ontvangen op dat moment een afschrift van het besluit. Het college van de gemeente Vught zal zijn beroep hierna intrekken. Verweerder zal hierna ingaan op de verschillende beroepen. Het door verweerder gewijzigd besluit komt volgens verweerder niet tegemoet aan de ingediende beroepschriften. In zoverre heeft het besluit van verweerder van 22 juli 2021 geen gevolgen voor het te voeren verweer.
3
vc 1.
Stichting Natuur- en Milieugroep Vught
Beroepsgrond 1: Ontijdig en eenzijdig Stichting Natuur- en Milieugroep Vught (hierna: NMV) betwist het nut en de noodzaak van het bestemmingsplan Buitengebied gemeente Haaren. Er geldt geen verplichting tot een snelle actualisering. NMV had liever gezien dat de gemeente Vught uniforme regels zou opstellen voor het gehele buitengebied van de nieuwe gemeente Vught. Volgens NMV is de gemeente Vught onvoldoende betrokken bij het bestemmingsplan. Dat had wel gemoeten op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Reactie verweerder: De gemeenteraad van Haaren heeft besloten tot vaststelling van het bestemmingsplan. Het staat niet ter discussie dat de gemeenteraad van Haaren hiertoe bevoegd was. Het raadsbesluit kan niet worden vernietigd, omdat het vlak voor de herindeling is genomen. Het gemeentebestuur van Vught is wel betrokken geweest bij het bestemmingsplan, hoewel niet alle zienswijzen zijn gehonoreerd. Verweerder heeft de door hem gewenste wijzigingen alsnog doorgevoerd met zijn besluit van 22 juli 2021. Voor het overige gaat verweerder uit van het raadsbesluit van 24 september 2021, zoals dat door de gemeenteraad van Haaren is genomen. Verweerder zal als rechtsopvolger van de gemeente Haaren het besluit van de gemeenteraad van Haaren verdedigen.
Beroepsgrond 2: geen noodzaak tot wijziging VAB NMV reageert op het opnemen van een binnenplanse wijzigingsbevoegdheid in het plan voor het wijzigen van de bestemming van vrijkomende agrarische bebouwing. Volgens NMV wordt hiermee de politiek buitenspel gezet en worden inspraakmogelijkheden van burgers beperkt, omdat alleen belanghebbenden een zienswijze kunnen indienen op een ontwerpwijzigingsplan. Ook de mogelijkheid van inspreken bij een openbaar raadsdebat is niet meer mogelijk. NMV merkt verder op dat Gedeputeerde Staten bij een wijzigingsplan niet de mogelijkheid hebben een reactieve aanwijzing te geven. NMV acht dit ongewenst, gelet op de grote provinciale belangen die spelen in het buitengebied van Haaren. NMV betwist de noodzaak van het opnemen van de wijzigingsbevoegdheid. Ook wijst NMV erop dat het Beleidskader Vrijkomende Agrarische Bebouwing (hierna: het Beleidskader) niet voorziet in een wijzigingsbevoegdheid, maar uitgaan van een bestemmingsplanwijziging door de gemeenteraad. Reactie verweerder: De gemeenteraad van Haaren heeft in 2016 het Beleidskader Vrijkomende Agrarische Bebouwing vastgesteld. Op basis van dit Beleidskader heeft de gemeenteraad sindsdien aanvragen om herziening van het bestemmingsplan beoordeeld. V oldeed een aanvraag aan dit Beleidskader, clan verleende de gemeenteraad medewerking.
Aanvragen die niet aan het Beleidskader voldeden, werden afgewezen. Dit volgt uit artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht.
4
vc Eg De binnenplanse wijzigingsbevoegdheid leidt niet tot een inhoudelijke wijziging. Het Beleidskader blijft het beoordelingskader voor aanvragen. Alleen de procedure wordt sneller, omdat het college bevoegd is tot wijziging van de bestemming. Voor het overige client een aanvrager aan dezelfde voorwaarden te voldoen als bij een bestemmingswijziging via de gemeenteraad. Overigens blijft het college verplicht om bij de vaststelling van een wijzigingsplan na te gaan of uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, gelet op de betrokken belangen, de voorziene wijziging is gerechtvaardigd. Omdat er een uitgebreid Beleidskader geldt, is het juist goed mogelijk om de bevoegdheid tot wijziging van het bestemmingsplan te delegeren aan het college. Dit past bij de verhouding tussen een gemeenteraad en een college, waarbij de Raad de kaders stelt waarbinnen het college opereert. Het klopt dat het Beleidskader uitgaat van een bestemmingsplanherziening door de gemeenteraad. Het Beleidskader kan verder echter zonder probleem analoog worden toegepast door het college. Het is juist dat bij een binnenplanse wijzigingsbevoegdheid in beginsel alleen belanghebbenden een zienswijze kunnen indienen en dat het college van gedeputeerde staten geen reactieve aanwijzing kan geven.
Verweerder ziet echter niet in waarom dit in de weg zou moeten staan aan het opnemen van de binnenplanse wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan. Het college van gedeputeerde staten heeft hiertegen zelf geen bezwaar ingebracht. De beperking dat alleen belanghebbenden zienswijzen kunnen indienen, heeft voor NMV geen gevolgen. In Vught is NMV belanghebbende, indien belangen waarvoor NMV opkomt in het geding zijn. Verweerder vindt dat de gemeenteraad van Haaren in redelijkheid heeft kunnen besluiten tot het opnemen van de besproken binnenplanse wijzigingsbevoegdheid.
Beroepsgrond 3: Achterhaald en onvolledig Volgens NMV bevat het bestemmingsplan 'buitengebied Haaren, herziening 2020 meerdere onvolledigheden. Het bestemmingsplan is niet in overeenstemming met de Interim Omgevingsverordening van de provincie, het bevat geen beleid voor ruimte-voor-ruimtekavels en het bevat geen beleid voor zonneweides. Verder schenkt het bestemmingsplan geen aandacht aan actuele regelgeving die gevolgen heeft voor de inrichting van het buitengebied. Reactie verweerder: De gemeenteraad van Haaren heeft gekozen voor een conserverend bestemmingsplan. Het was niet de bedoeling nieuw beleid te ontwikkelen. Dat heeft geleid tot de herziening, die door de gemeenteraad is vastgesteld. NMV stelt niet op welke onderdelen het bestemmingsplan 'buitengebied Haaren, herziening 2020 in strijd is met de door haar genoemde regelgeving. Verweerder ziet deze strijdigheid zelf niet. Deze beroepsgrond kan daarom niet leiden tot een gegrondverklaring van het beroep.
5
wc Beroepsgrond 4: Verrommeling van het landschap Volgens NMV leidt het VAB-beleid tot verrommeling van het landschap, omdat het bedrijfsbestemmingen toelaat in milieucategorie 1 en 2 van de VNG-bedrijvenlijst. Dit is zelfs mogelijk in gebieden die behoren tot het Natuur Netwerk Brabant of de Groenblauwe Mantel. Het VAB-beleid is in strijd met artikel 3. 73 van de Interim Omgevingsverordening. NMV stelt dat in het bestemmingsplan ten onrechte geen beschrijving is opgenomen van de wijze waarop rekening is gehouden met omgevingswaarden. Reactie verweerder: V erweerder merkt op dat het bestemmingsplan 'buitengebied Haaren, herziening 2020' de vestiging van bedrijven in het buitengebied niet rechtstreeks mogelijk maakt. Het bestemmingsplan voorziet slechts in een wijzigingsbevoegdheid. Tegen een besluit van het college tot wijziging van de bestemming staat beroep open bij uw Afdeling. Het Beleidskader biedt voldoende waarborgen tegen ongewenste ontwikkelingen in het buitengebied. Zo client een bedrijf met een oppervlakte van meer clan 200 m? meerwaarde te hebben voor de omgeving en aan te sluiten bij de uitgangspunten van de structuurvisie. Ook is een goede landschappelijk inpassing vereist. Het is niet aannemelijk dat de genoemde voorbeelden van sauna's of autoherstelbedrijven kunnen voldoen aan het Beleidskader.
Discussie daarover is mogelijk in de beroepsprocedure tegen het wijzigingsplan. In die procedure kan ook aan de orde komen of wordt voldaan aan artikel 3.73 van de Interim Omgevingsverordening. Het Beleidskader is hiermee volgens verweerder niet in strijd. De stelling van NMV dat alleen kleinschalige ontwikkelingen met een omvang van ten hoogste 90 m? zijn toegestaan is niet juist. De term 'kleinschalig' is in het bestemmingsplan niet gedefinieerd. De term 'kleinschalig bebouwing' is gedefinieerd, maar dit is een op zichzelf staand begrip. Uit de toelichting op artikel 3.73 van de Interim Omgevingsverordening blijkt volgens verweerder duidelijk dat een grotere oppervlakte clan 90 m2 is toegestaan. Volgens verweerder is met het Beleidskader een correcte invulling gegeven aan het bepaalde in artikel 3. 73 van de Interim Omgevingsverordening. Dit is overigens ook het oordeel van het college van gedeputeerde staten. Het door de gemeenteraad vastgestelde bestemmingsplan betreft een herziening van een geldend bestemmingsplan. Het maakt geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk. Volgens verweerder heeft de gemeenteraad van Haaren op goede gronden kunnen beslissen geen beschrijving op te nemen van de wijze waarop rekening is gehouden met omgevingswaarden.
Beroepsgrond 5: Grotere woningen NMV vindt dat de verhoging van de maximale inhoudsmaat van woningen naar 750 m3 onvoldoende is gemotiveerd. Volgens NMV leidt dit tot verdere verstening van het buitengebied.
6
vcn EU Reactie verweerder: Verweerder vindt een inhoudsmaat voor woningen in het buitengebied van maximaal 750 m3 passend. Volgens verweerder is dit een inhoudsmaat die bij steeds meer gemeenten de norm is. De ruimtelijke uitstraling van een woning met een inhoud van 750 m3 verschilt niet heel veel van de ruimtelijke uitstraling van een woning met een inhoud van 600 m3• Verweerder ziet geen grond voor het oordeel dat het toelaten van een woning met een inhoud van 750 m? in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.
Beroepsgrond 6: Paardenbakken NMV is het niet eens met de in het bestemmingsplan geboden mogelijkheid om paardenbakken te realiseren binnen verschillende agrarische bestemmingen. NMV betwist de noodzaak van de regeling. NMV vreest dat de verplichte goede landschappelijke inpassing niet door derden kan worden afgedwongen, als deze verplichting in een privaatrechtelijke overeenkomst wordt gegoten. Reactie verweerder: Volgens verweerder is de regeling voor paardenbakken bedoeld om bij toekomstige aanvragen een kader te hebben zonder dat een bestemmingsplanherziening noodzakelijk is. Verweerder vindt het niet onaannemelijk dat aanvragen op grond van de regeling worden ingediend. De regeling betreft een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid. Het college is bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor het hebben van een paardenbak voor hobbymatig gebruik. Belanghebbenden kunnen bezwaar maken tegen een besluit tot verlening van de omgevingsvergunning. Belanghebbenden, waaronder NMV, kunnen daarbij mede bezwaar maken tegen de borging van de verplichte landschappelijke inpassing. Verweerder gaat ervan uit dat het college van burgemeester en wethouders de landschappelijke inpassing zal afdwingen middels aan de omgevingsvergunning verbonden voorwaarden. Dit is voor het college veel eenvoudiger te handhaven clan een privaatrechtelijke overeenkomst.
Verweerder vindt niet dat sprake is van strijd met een goede ruimtelijke ordening.
Beroepsgrond 7: Ambulante handel NMV bestrijdt de noodzaak van de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid voor het innemen van standplaatsen voor ambulante handel. NMV vreest voor verrommeling van het buitengebied. Reactie verweerder: Verweerder is van mening dat ambulante handel in het buitengebied niet hoeft te worden uitgesloten. Verweerder vindt dat dit onder voorwaarden moet kunnen en deelt de vrees voor verrommeling niet. De vereiste omgevingsvergunning biedt het college van burgemeester en wethouders de mogelijkheid te toetsen of het initiatief voldoet aan een goede ruimtelijke ordening.
7
vc Beroepsgrond 8: Reclameborden NMV stelt dat het bestemmingsplan binnen diverse bestemmingen de plaatsing van reclameborden toelaat. Zij wijst erop dat cl.it in strijd is met de Welstandsnota Gemeente Haaren 2013. Reactie verweerder: Deze beroepsgrond berust volgens verweerder op een onjuiste lezing van het bestemmingsplan. Toegestaan zijn: eenvoudige voorzieningen in de vorm van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor extensieve openluchtrecreatie, zoals informatieborden, picknickplekken, banken en afvalbakken, mits de hoogte niet meer bedraagt clan 3 m. Een reclamebord is geen bouwwerk ten behoeve van extensieve openluchtrecreatie. Met informatieborden warden bijvoorbeeld een bord met wandelroutes of een bord met uitleg over ter plaatse aanwezige flora of fauna bedoeld. Beroepsgrond 9: Stikstof Volgens NMV is het bestemmingsplan onzorgvuldig voorbereid op het gebied van stikstof. Het plan laat grotere woningen en recreatiewoningen toe. Om een grotere woning warm te stoken is meer aardgas nodig en dat leidt tot meer stikstofuitstoot. Ook de verruimde regeling voor het huisvesten van seizoenarbeiders leidt tot meer stikstofuitstoot. Reactie verweerder: Verweerder stelt dat niet aannemelijk is dat de genoemde voorbeelden significante gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden.
De uitstoot van stikstof door aardgasverbruik door huishoudens is beperkt en het aantal huishoudens in het gebied is beperkt. Het aantal huishoudens neemt door de wijziging van het bestemmingsplan niet toe. De woningen kunnen alleen iets groter worden. Volgens verweerder leidt de verruimde regeling voor het huisvesten van seizoenarbeiders juist tot minder verkeer. Het moet gaan om werknemers die nodig zijn voor de bedrijfsvoering van het bedrijf, waar ze warden gehuisvest. Als ze niet op het eigen terrein van de werkgever warden gehuisvest, moeten ze dus elders warden ondergebracht. Dit leidt tot dagelijks woonwerkverkeer, waarbij mogelijk zelfs meerdere Natura 2000-gebieden warden doorkruist. Dat leidt alleen maar tot meer stikstofuitstoot. Conclusie naar aanleiding van het beroep Verweerder verzoekt uw Afdeling het beroep van de stichting Natuur- en Milieugroep Vught ongegrond te verklaren.
8
vcn Ez 2. Brabantse Milieu Federatie
Beroepsgrond 1: VAB-beleid De Brabantse Milieufederatie verzet zich tegen de opgenomen wijzigingsbevoegdheid, waarbij de bestemming van een perceel wordt gewijzigd naar de bestemming 'bedrijf na de be~indiging van een agrarisch bedrijf. Het plan maakt het mogelijk om op deze vrijkomende locaties nietagrarische bedrijfsbestemmingen in de categorie 1 en 2 van de VNG Handreiking Bedrijven en Milieuzonering te realiseren. In deze categorie vallen onder andere autobedrijven, autowasserijen , groothandelsbedrijven, discotheken, parkeergarages, machineverhuurbedrijven, evenementenhallen, bowlingcentra, casino's amusementshallen, saunabedrijven en fitnesscentra. Deze bedrijven passen niet in een buitengebied met landschappelijke en natuurwaarden. Deze bedrijvigheid hoort thuis op een bedrijventerrein. Naast dater nu gemakkelijker een heel scala aan niet in het buitengebied passende bedrijven kan worden opgericht, maakt het plan het ook mogelijk dat ten behoeve van deze bedrijvigheid bedrijfsgebouwen en burgerwoningen van 200 m2 en groter kunnen worden opgericht. Door dit VAB-beleid expliciet in het bestemmingsplan vast te leggen als wijzigingsbevoegdheid ontbreekt de beoordelingsmogelijkheid om in te spelen op de individuele omstandigheden van het geval en kan niet meer worden bekeken of en hoe de beoogde ontwikkeling past.
lmmers bij een binnenplanse wijziging vindt in beginsel geen belangenafweging meer plaats. Dat heeft al plaatsgevonden bij het opstellen van het bestemmingsplan. Dit leidt tot verstening en verrommeling van het buitengebied en bovendien tot onaanvaardbare aantasting van natuurwaarden. Verder stelt BMF dat het buitengebied van Haaren deels onderdeel uitmaakt van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en deels is gelegen in de Groenblauwe Mantel. Volgens BMF zijn de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt in strijd met de bepalingen in de Interim Omgevingsverordening ten aanzien van het NNB en de Groenblauwe Mantel. BMF wijst erop dat het Beleidskader Vrijkomende Agrarische Bebouwing de bevoegdheid tot planwijziging bij de gemeenteraad legt. De wijzigingsbevoegdheid is zodoende niet in overeenstemming met het gemeentelijk beleid. Reactie verweerder: Verweerder merkt op dat het bestemmingsplan 'buitengebied Haaren, herziening 2020' de vestiging van bedrijven in het buitengebied niet rechtstreeks mogelijk maakt. Het bestemmingsplan voorziet slechts in een wijzigingsbevoegdheid. Tegen een besluit van het college tot wijziging van de bestemming staat beroep open bij uw Afdeling. Volgens verweerder biedt het Beleidskader Vrijkomende Agrarische Bebouwing (hiema: Beleidskader) voldoende waarborgen tegen ongewenste ontwikkelingen in het buitengebied.
Zo client een bedrijf met een oppervlakte van meer clan 200 m? meerwaarde te hebben voor de omgeving en aan te sluiten bij de uitgangspunten van de structuurvisie. Ook is een goede landschappelijk inpassing vereist. Het is niet aannemelijk dat de genoemde voorbeelden van sauna's of autoherstelbedrijven kunnen voldoen aan het Beleidskader. Verder blijft het college verplicht om bij de vaststelling van een wijzigingsplan na te gaan of uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, gelet op de betrokken belangen, de voorziene wijziging is gerechtvaardigd.
9
wc El Anders clan BMF stelt, vindt dus nog steeds een beoordeling plaats op basis van de omstandigheden van het geval. Er vindt nog steeds een belangenafweging plaats. Op grand van het Beleidskader client zelfs te warden aangetoond dat belanghebbenden kans hebben gehad hun belang kenbaar te maken, indien de bedrijfsruimte meer clan 200 m gaat bedragen. Het VAB-beleid leidt volgens verweerder niet tot verstening. Alleen bestaande bebouwing wordt gebruikt. Verweerder ziet de strijdigheid met de Interim Omgevingsverordening niet. Volgens verweerder bieden het bestemmingsplan en het Beleidskader voldoende waarborgen om te voldoen aan de regels omtrent het NNB en de groenblauwe mantel. Dit is ook het standpunt van het college van gedeputeerde staten. Verweerder herhaalt dat de herziening van het bestemmingsplan Buitengebied geen inhoudelijke wijziging van het VAB-beleid inhoudt. De gemeenteraad van Haaren hanteerde sinds 2017 hetzelfde Beleidskader als het college van burgemeester en wethouders nu client te hanteren. Beroepsgrond 2: Depositiestandstill en emissiestandstill BMF stelt vast dat in het bestemmingsplan 'Buitengebied, herziening 2020 een regeling is opgenomen om te voorkomen dat emissies en deposities kunnen toenemen. Deze regeling is volgens BMF echter niet afdoende.
BMF wijst erop dat veehouderijen die een melding hebben gedaan in het kader van het PAS niet beschikken over een toestemming ingevolge de Wet natuurbescherming. Volgens BMF ziet de regeling onvoldoende toe op de paardenhouderij, omdat daaraan niet de voorwaarde is verbonden dat geen toename van ammoniakdepositie is verbonden. BMF stelt dat in de Regels dieraantallen, bouwpercentages en/ of bouwvlakken dienen te warden vastgelegd. Verder zijn in het plan wijzigingsbevoegdheden opgenomen ten behoeve van de vestiging van een intensieve veehouderij en voor vormveranderingen van het bouwvlak. Ook wijst BMF nog op de mogelijkheid van de wijzigingsbevoegdheid, waarbij een perceel een bedrijfsbestemming krijgt. Reactie verweerder: De gemeenteraad van Haaren heeft met zijn besluit van 24 september 2020 het bestemmingsplan Buitengebied Haaren herzien. Er zijn bij de herziening afgezien van de regeling voor VABlocaties geen nieuwe mogelijkheden gecre~erd. Wel zijn bestaande mogelijkheden ingeperkt met bijvoorbeeld de bepalingen over de stikstofdepositie. Gegrondverklaring van het beroep op dit punt heeft slechts tot gevolg dat de oude regelingen van het moederplan uit 2011 herleven. Deze kennen minder strikte voorwaarden. Volgens verweerder is dit niet in het belang van BMF.
Voor de VAB-regeling in het bestemmingsplan 'Buitengebied, herziening 2020 geldt dat een agrarisch bedrijf wordt be~indigd. Verweerder gaat ervan uit dat dit per saldo zal leiden tot een afname in stikstof- en ammoniakdepositie. Beroepsgrond 3 Inhoud recreatiewoningen BMF verzet zich tegen de ruimere bouwmogelijkheden voor recreatiewoningen, waarop de bestemming 'Recreatiewoning I' van toepassing is. De maximaal toegestane inhoud is verruimd van 200 m3 naar 260 m3•
10
vice Z Reactie verweerder: Verweerder stelt zich op het standpunt dat deze bepaling niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Uitgaande van een hoogte van ten minste 3,00 meter, zal de oppervlakte van de recreatiewoning maximaal 80 tot 90 m? bedragen. Dit is een niet ongebruikelijke oppervlakte voor recreatiewoningen.
Beroepsgrond 4:Teeltondersteunde voorzieningen BMF verzet zich tegen de in het bestemmingsplan opgenomen afwijkingsbevoegdheid voor tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen en overige teeltondersteunende voorzieningen. Volgens BMF zijn in het plan onvoldoende maatregelen opgenomen om de openheid van het landschap en de gebiedswaarden te beschermen. Reactie verweerder: De door BMF in haar beroepschrift genoemde artikelen zijn niet inhoudelijk gewijzigd in het bestemmingsplan 'Buitengebied, herziening 2020. De artikelen maken geen onderdeel uit van het raadsbesluit van 24 september 2020. Gegrondverklaring van het beroep zal clan ook geen gevolgen hebben voor de genoemde artikelen. Verweerder stelt daarom dat BMF geen procesbelang heeft bij deze beroepsgrond.
Beroepsgrond 5: Wijzigingen BMF wijst op een volgens haar onjuiste verwijzing in de Nota van Wijzigingen onder punt 16. BMF herhaalt dat zij de regeling voor depositiestanstill onvoldoende vindt en BMF vindt de regels over de uitbreiding van de geitenhouderij onvoldoende ruimtelijk onderbouwd. Reactie verweerder: De verwijzing onder punt 16 van de Nota van Wijzigingen is correct. Het gaat om een aanpassing die in meerdere artikelen is doorgevoerd, waaronder inderdaad ook artikel 3.5.7 onder f. De standstillbepaling is toegevoegd aan bestaande regelingen in het bestemmingsplan Buitengebied dat in 2011 is vastgesteld. Er worden geen nieuwe afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden gecre~erd. Uitbreiding van de oppervlakte van een geitenhouderij was al mogelijk in het bestemmingsplan. Aan deze mogelijkheid is nu de voorwaarde toegevoegd dat geen sprake mag zijn van een toename van de stikstofdepositie.
Beroepsgrond 6: Plan Mer BMF betoogt dat een plan-MER moet worden opgesteld waarbij de maximale mogelijkheden van het voorgenomen plan in beeld worden gebracht. Er is niet inzichtelijk gemaakt of het plan effect heeft op omliggende Natura 2000 gebieden. Ook een passende beoordeling is verplicht volgens BMF.
11
wc El Reactie verweerder: Verweerder bestrijdt dat het plan meer mogelijk maakt. Er warden geen nieuwe ontwikkelingen in het bestemmingsplan 'Buitengebied, herziening 2020 mogelijk gemaakt die al niet mogelijk waren in het in 2011 vastgestelde bestemmingsplan. Een passende beoordeling kon daarom achterwege warden gelaten. Een plan-MER is evenmin vereist. Conclusie naar aanleiding van het beroep Verweerder verzoekt uw Afdeling het beroep van de Brabantse Milieu Federatie ongegrond te verklaren.
12
vice 3. Vereniging Het Groene Hart Brabant Beroepsgrond 1: Algemene opmerkingen Verenging Het Groene Hart Brabant (hiema: GHB) merkt op dat de gemeenteraad van Haaren het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan 'Buitengebied, herziening 2020' vlak voor de opheffing van de gemeente Haaren heeft genomen. Hierdoor zijn de gemeenteraden van de vier ontvangende gemeenten verweerder in de beroepsprocedure. Deze gemeenteraden hebben de zienswijze van GHB niet kunnen beoordelen en hebben daarover geen besluit genomen. Reactie verweerder: Verweerder stelt dat de gemeenteraad van Haaren bevoegd was tot vaststelling van het bestemmingsplan 'Buitengebied, herziening 2020. Dit besluit geldt nu als een besluit van verweerder, voor zover het van toepassing is op door Vught overgenomen gebied. Verweerder heeft op 22 juli 2021 besloten tot een aantal wijzigingen in het besluit van de gemeenteraad van Haaren. Voor het overige neemt verweerder het besluit van de gemeenteraad van Haaren over en voert daarom verweer tegen de ingediende beroepschriften. Beroepsgrond 2 Inhoudelijke reactie op de Nota van zienswijzen Onder 'ad 2' gaat het over de reactie op de zienswijze van GHB, waarbij zij de zienswijze van de gemeente Boxtel tot de hare heeft gemaakt. In de Nota van zienswijzen is als reactie verwezen naar de reactie op de zienswijze van de gemeente Boxtel.
In reactie hierop last GHB de door de gemeente Boxtel ingediende bedenkingen in als onderdeel van haar beroepschrift. Onder ad 3 tot en met ad 7 benoemt GHB een aantal door haar ingediende zienswijzen. In de Nota van zienswijzen is hierop gereageerd met de opmerking dat het om bepalingen gaat die al onderdeel waren van het bestemmingsplan Buitengebied. GHB stelt dat zij gerechtigd is een zienswijze en beroep in te dienen tegen deze onderdelen. Reactie verweerder: Verweerder stelt vast dat GHB haar beroepsgrond, waarbij is verwezen naar de zienswijze van de gemeente Boxtel, niet nader heeft gemotiveerd. Het beroepschrift bevat geen argumenten die de juistheid van de Nota van zienswijzen bestrijden. Volgens vaste jurisprudentie van uw Afdeling kan in een beroepschrift niet warden volstaan met een verwijzing naar een ingediende zienswijze. Deze beroepsgrond kan om die reden niet leiden tot een gegrondverklaring van het beroep. De onder ad 3 tot en met ad 7 genoemde bepalingen maken geen onderdeel uit van het raadsbesluit van 24 september 2020. Deze bepalingen maakten al onderdeel uit van het moederplan. Om die reden zal een gegrondverklaring van het beroep van GHB niet leiden tot wijziging van de door GHB betwiste bepalingen. GHB heeft zodoende geen procesbelang bij deze beroepsgronden.
Conclusie naar aanleiding van het beroep Verweerder verzoekt uw Afdeling het beroep van Verenging Het Groene Hart Brabant ongegrond te verklaren. 13
vice Ee 4. Huiseigenaren Vereniging Bosbewoners Distelberg Beroepsgrond 1: Inhoud van recreatiewoning binnen de bestemming Recreatiewoning I Huiseigenaren Vereniging Bosbewoners Distelberg (hiema: de Vereniging) is het niet eens met de maximale inhoud van recreatiewoningen, waarop de bestemming 'Recreatiewoning I' van toepassing is. Zij vinden de maximale inhoud van 260 m onvoldoende en pleiten voor een maximale inhoud van 375 m3• Zij wijzen op de bestuursopdracht om de bouwmogelijkheden voor alle recreatiewoningen in het bestemmingsplan te harmoniseren en te vereenvoudigen. Reactie verweerder: Het bestemmingsplan kent de bestemming 'Recreatiewoning I' en de bestemming 'Recreatiewoning II'. De bestemming 'Recreatiewoning I' geldt voor de recreatiewoningen aan het Eekhoombos, het Fazantbos en het Spechtbos in Helvoirt. De bestemming 'Recreatiewoning II' geldt in Helvoirt voor drie afgezonderd van elkaar gelegen recreatiewoningen. Deze liggen niet aan het Eekhoombos, het Fazantbos of het Spechtbos. De vereniging is belanghebbende voor zover het de bestemming 'Recreatiewoning I' betreft. Het bestemmingsplan 'Buitengebied, herziening 2020 wijzigt de maximale toegestane inhoud van recreatiewoningen binnen de bestemming 'Recreatiewoning I' van 200 m naar 260 m3• Dit is een verruiming van de mogelijkheden.
Verweerder is van mening dat een dergelijke inhoudsmaat voor recreatiewoningen toereikend is. Verweerder acht deze bepaling clan ook niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening. In afwijking van de bestuursopdracht heeft de gemeenteraad van Haaren verschillende bouwmogelijkheden opgenomen voor de bestemmingen 'Recreatiewoning I' en 'Recreatiewoning II'. Verweerder ziet niet in waarom de gemeenteraad van Haaren hiertoe niet bevoegd was. Het werkt bovendien niet in het nadeel uit van de bewoners van het Eekhoombos, het Fazantbos en het Spechtbos. Beroepsgrond 2: Het handhaven van het verbod op permanente bewoning De vereniging stelt dat zij heeft verzocht om de recreatiebestemming te wijzigen in een woonbestemming. De vereniging wijst hierbij op een aangenomen motie van de VVD op 20 september 2018, waarin de gemeenteraad zou hebben ingestemd met deze wijziging van de bestemming. De bestemmingswijziging zou ook betekenen dat de planologische situatie wordt aangepast aan de feitelijke situatie. Er wordt al jaren permanent gewoond en de gemeente Haaren heeft dit altijd gedoogd. Reactie verweerder: Het is niet waar dat de gemeenteraad van Haaren akkoord is gegaan met het wijzigen van de bestemming van de recreatiewoningen aan het Eekhoombos, het Fazantbos en het Spechtbos.
De gemeenteraad heeft slechts aan het college van Haaren gevraagd te onderzoeken of een vorm van permanente bewoning mogelijk is.
14
vice E; Het geven van een woonbestemming aan 3 7 recreatiewoningen is een verstrekkend besluit, dat ook gevolgen heeft voor derden. De gemeenteraad van Haaren wilde deze beslissing clan ook niet nemen, voordat de bewoners een gebiedsvisie zouden hebben opgesteld. De tijd hiervoor ontbrak tijdens de bestemmingsplanprocedure. Om die reden heeft de gemeenteraad dit verzoek niet meegenomen. Beroepsgrond 3: het onderscheid tussen de bestemmingen 'Recreatiewoning I' en 'Recreatiewoning I' De vereniging heeft verzocht het onderscheid tussen de bestemmingsomschrijving voor de bestemming 'Recreatiewoning I' en 'Recreatiewoning II' weg te nemen. Dit verzoek is afgewezen. Reactie verweerder: Verweerder begrijpt deze beroepsgrond niet. De bestemmingsomschrijving bij 'Recreatiewoning I' is ruimer clan die van 'Recreatiewoning II'. Dat verschil laat zich verklaren uit het feit dat de bestemming 'Recreatiewoning I' is gelegd op een gebied en dat de bestemming 'Recreatiewoning II' op losse percelen, waarop zich een recreatiewoning bevindt. Het is verweerder niet duidelijk waarom deze omschrijvingen gelijkluidend dienen te zijn. Evenmin is het verweerder duidelijk waarom de bestemmingsomschrijving van artikel 18.1 zou moeten worden geactualiseerd.
Voor zover deze beroepsgrond ziet op het verschil tussen de bouwregels, stelt verweerder dat geen rechtsregel zich ertegen verzet dat de gemeenteraad van Haaren is afgeweken van zijn eigen bestuursopdracht. De 37 geclusterd gelegen recreatiewoningen aan het Eekhoornbos, het Fazantbos en het Spechtbos hebben een totaal andere ruimtelijke uitstraling clan de afgezonderd van elkaar gelegen recreatiewoningen waarvoor de bestemming Recreatiewoning II' geldt. Het streven naar uniformiteit tussen beide bestemmingen client geen enkel ruimtelijk relevant doel. Conclusie naar aanleiding van het beroep Verweerder verzoekt uw Afdeling het beroep van Huiseigenaren Vereniging Bosbewoners Distelberg ongegrond te verklaren.
15
vice Ee 5. Beroep lnhoud beroepschrift: komen op tegen de aanduiding 'vrijwaringszone autoweg' die op hun percelen is gelegd. Zij vinden dat zij vooraf geinformeerd hadden moeten warden over deze wijziging van het bestemmingsplan. Door de aanduiding kunnen zij geen bouwwerken meer oprichten op hun perceel. Voor de reconstructie van de N65 zullen zij gronden moeten afstaan aan Rijkswaterstaat. Voorzieningen die verplaatst of herbouwd moeten warden, kunnen niet in de vrijwaringszone warden gebouwd. Verder zien zij de noodzaak niet van de vrijwaringszone. verzetten zich tegen de verdekte wijze waarop gevolgen van de reconstructie van de N65 zijn verwerkt in een ander bestemmingsplan. Hierdoor hebben zij geen zienswijze kunnen indienen. Reactie verweerder: Verweerder stelt vast dat het beroep ontvankelijk is. Dit volgt uit de uitspraak van uw Afdeling van 14 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:786. Verweerder zal daarom inhoudelijk verweer voeren tegen het beroep. De aanduiding 'vrijwaringszone - autoweg' is op verzoek van Rijkswaterstaat tot stand gekomen. Rijkswaterstaat hanteert als beleid dat bij ruimtelijke ontwikkelingen een beheerderszone wordt opgenomen naast bij Rijkswaterstaat in beheer zijnde wegen.
Deze is ingesteld met het oog op onder andere ruimte voor toekomstige uitbreidingen, voor verkeersveiligheid, voor exteme veiligheid en ter beperking van milieu-hygi~nische hinder en geluidhinder. Bouwplannen worden getoetst op onder andere geluidsoverlast, exteme veiligheid en afleidende verlichting en reclame voor de weggebruiker. Op gronden met de aanduiding 'vrijwaringszone - autoweg' mag op grand van artikel 41.15.1 van het bestemmingsplan geen bebouwing warden gebouwd, tenzij binnen een bouwperceel wordt gebouwd. Het college van burgemeester en wethouders mag van het verbod afwijken, als door de bouw van bouwwerken de verkeersbelangen niet onevenredig warden geschaad. Daarbij wordt Rijkswaterstaat gehoord. De belangen van warden volgens verweerder nauwelijks geschaad. Het verbod geldt slechts voor het gedeelte van hun perceel met de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden 2'. Deze bestemming laat de bouw van bouwwerken maar in beperkte mate toe. Indien ooit iets wil bouwen binnen de vrijwaringszone, kunnen zij hiervoor een omgevingsvergunning aanvragen. Volgens verweerder is nu trouwens geen sprake van bouwwerken in de zone waarvoor het bouwverbod gaat gelden. Het opnemen van de vrijwaringszone is volgens verweerder clan oak niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening.
Conclusie naar aanleiding van het beroep Verweerder verzoekt uw Afdeling het beroep van ongegrond te verklaren.
16
vice Ee 6. Beroep Inhoud beroepschrift: kan zich niet vinden in het bestemmingsplan voor zover dat ziet op het perceel Volgens haar is het bestemmingsplan in strijd met de rechtszekerheid. Het is haar niet duidelijk welke regels gelden voor haar perceel, de planregels van 'Buitengebied Haaren, herziening 2020 of de regels van het wijzigingsplan ' Reactie verweerder: Het bestemmingsplan zoals dat nu op ruimtelijkeplannen.nl staat, betreft een geconsolideerde verste van: 1. bestemmingsplan Buitengebied Haaren (onherroepelijk op 7 september 2011); 2. bestemmingsplan Buitengebied Haaren, correctieve herziening (vastgesteld op 11 september 2014 en op 9 september 2015 onherroepelijk geworden); 3. bestemmingsplan Buitengebied herziening 2014 (vastgesteld op 11 september 2014 en op 9 september 2015 onherroepelijk geworden); 4. de verschillende wijzigingsplannen (zie paragraaf 4.3 van de Toelichting en de leeswijzer bij de Regels), en; 5. bestemmingsplan Buitengebied, Herziening 2020. Dit is dus het geldende kader voor het perceel van De genoemde wijzigingsplannen in artikel 45 gelden niet meer. Verweerder leidt dit ook af uit het feit dat diverse voorwaardelijke verplichtingen uit de wijzigingsplannen zijn opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied, Herziening 2020.
Volgens verweerder staat vast welke regels gelden voor het perceel van geen sprake van strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.
Er is
Conclusie naar aanleiding van het beroep Verweerder verzoekt uw Afdeling het beroep van
17
ongegrond te verklaren.
vc
7. Beroep
Inhoud beroepschrift: Het beroep van is gericht tegen bijlage 21 bij de Regels van het bestemmingsplan. In deze bijlage is een overzicht opgenomen van verleende vergunningen op grand van de Wet natuurbescherming, waaronder de aan hem verleende vergunning. Volgens klopt het vermelde kenmerk niet. Reactie verweerder: Volgens verweerder is sprake van een kennelijke verschrijving. Dit heeft echter geen rechtsgevolg. De verwijzing naar bijlage 21 staat in een aantal bepalingen van artikel 3 van de Regels, zoals in artikel 3.3.7. Het betreft bepalingen die erop zien <lat de stikstofdepositie niet toeneemt. Voor de vaststelling van de bestaande stikstofdepositie geldt de ten tijde van de vasts telling van het plan feitelijke en planologische legale situatie zoals die blijkt of kan warden afgeleid uit een vergunning als bedoeld in artikel 2.7 lid 2 van de Wet natuurbescherming. Dat is de vergunning, zoals die door de heer Pulskens als bijlage bij zijn beroepschrift is gevoegd. Daar doet de verkeerde verwijzing in bijlage 21 niet aan af. Conclusie naar aanleiding van het beroep Verweerder verzoekt uw Afdeling het beroep van vanwege het ontbreken van een procesbelang.
18
niet-ontvankelijk te verklaren