CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

30. Raad van State - Beroep gemeente Boxtel op bestemmingsplan Buitengebied Haaren, herziening 2020

Raadsvergadering 30 september 2021, gemeente VughtBij agendapunt: Categorie I-A Externen6.623 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zaaknummer: Z21 - 236670 Document: IN/21 - 449565 Overig stuk inkomend

Raad

van State

Afdeling bestuursrechtspraak

Pagina 1 van 1

GEMEENTE VUGHT Zaak: Raad van de gemeente Vught

ontv.:

1 6 SEP. 2021

Post in nr.:

Postbus 10100 5260 GA VUGHT

Datum

Ons nummer

1 5 september 2021

202005977/1 /R2

•

-

Uw kenmerk

Inlichtingen

Onderwerp

Mw. M.A.M. Brautigam-van Gaaien 070-4264690

Boxtel, Oisterwijk, Tilburg en Vught (vh Haaren) Bp. Buitengebied, herziening 2020

Procedure

Beroep

Geachte heer/mevrouw, Hierbij zend ik u - ter informatie - stukken die betrekking hebben op de bovenvermelde procedure. Aangezien dit bericht geautomatiseerd is aangemaakt, is dit niet ondertekend. Hoogachtend, de griffier

3769389(5A1)

Postbus 20019 - 2500 EA Den Haag -T 070 426 44 26 - F 070 365 13 80 - www.raadvanstate.nl Bij correspondentie de datum en het nummer van deze brief vermelden

Zaaknummer: Z21 - 236670 Document: IN/21 - 449565 Overig stuk inkomend

meewerkend

boxtel

RAAD VAN STATE INGEKOMEN

0 9 SEP. 2021 ZAAKNR.;^s.T? AAN: BEHANDELD. PD

7 "2 -------PAR;^

Raad van State Afdeling Bestuursrechtspraak Postbus 20019 2500 EA 's-Gravenhage

Zaaknummer Uw kenmerk:

1266847 202005977/1/R2

Behandeld door: Telefoonnummer: Datum

Onderwerp:

0411-655315 6-09-2021

verweerschrift

Geachte mevrouw Brautigam-van Gaaien, Hierbij doen wij u ons verweerschrift toekomen in de zaak met kenmerk 202005977/1/R2. betreffende de beroepen gericht tegen het door de gemeenteraad van Haaren op 24 September 2020 vastgestelde bestemmingsplan "Buitengebied, herziening 2020". Wij behouden ons het recht voor om het verweerschrift voor de zitting nog aan te vullen. De raad van de gemeente Haaren heeft op 24 September 2020 het bestemmingsplan "Buitengebied, herziening 2020" vastgesteld. Het besluit is op 6 november 2020 bekendgemaakt in de Staatscourant en het Gemeenteblad. Tegen het besluit van de raad zijn twaalf beroepschriften ingediend. Het beroepschrift van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Boxtel hebben wij inmiddels ingetrokken. De beroepschriften zijn ingediend door de volgende partijen: 1. Stichting Natuur- en Milieugroep Vught 2. Brabantse Milieufederatie 3. Vereniging Het Groene Hart Brabant 4. Huiseigenaren Vereniging Bosbewoners Distelberg 5. 6. 12 te Helvoirt 8. Melkveehouderij Van den Hurk, Margriet 5, 5284 LV Helvoirt 9. De besloten vennootschap Vugts - Bekkers BV, Kreitweg 1 te Haaren 10. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oisterwijk 11. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vught Er zijn geen verzoeken gedaan om schorsing van het bestemmingsplan.

Het bestemmingsplan is derhalve in werking getreden. Ontvankelijkheid beroepschriften Als gevolg van een gemeentelijke herindeling is de gemeente Haaren per 1 januari 2021 opgegaan in de gemeenten Vught, Oisterwijk, Boxtel en Tilburg. Het plangebied van het bestemmingsplan "Buitengebied, herziening 2020" is sinds 1 januari 2021 opgesplitst en verdeeld over de vier genoemde bezoekadres: Markt 1, Boxtel postadres: Postbus 10.000, 5280 DA Boxtel KvK: 17278580

tel: (0411) 65 59 11 fax: (0411) 65 52 25 BTW: NL001708958

Bij correspondentie graag datum en kenmerk vermelden Panina-1 van 12

IBAN: NL05BNGH0285001596 e-mail: gemeentetaboxtel.nl internet: www.boxtel.nl

Zaaknummer: Z21 - 236670 Document: IN/21 - 449565 Overig stuk inkomend

gemeenten. Het besluit van de gemeenteraad van Haaren van 24 September 2020 wordt nu geacht te zijn genomen door de gemeenteraad van Boxtel, voor zover het betrekking heeft op het grondgebied dat naar de gemeente Boxtel is overgegaan, zijnde Esch. Appellant 1 is een rechtspersoon die opkomt voor natuur- en milieubelangen in Vught. Hun beroep richt zich tegen het bestemmingsplan als geheel en ziet dus ook op het grondgebied dat tot de gemeente Boxtel behoort. Volgens de statuten van de stichting heeft de stichting als doel de belangen van natuur, landschap en milieu te behartigen in de gemeente Vught en omstreken en voorts het verrichten van al hetgeen daaraan bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin des woords. Aangezien Esch direct grenst aan de gemeente Vught en dus sprake is van ‘omstreken' van Vught, is appellant belanghebbende bij het gedeelte van het bestemmingsplan dat betrekking heeft op Esch en derhalve ontvankelijk in beroep. De appellanten 2 en 3 zijn rechtspersonen die opkomen voor natuur- en milieubelangen in NoordBrabant. Hun beroepen richten zich tegen het bestemmingsplan als geheel en zien dus ook op het grondgebied dat tot de gemeente Boxtel behoort. Appellanten zijn in beginsel belanghebbend en derhalve zullen deze beroepen inhoudelijk worden behandeld.

De beroepen van appellanten 4 tot en met 9 hebben betrekking op locaties die gelegen zijn buiten het deel van het plangebied dat nu behoort tot de gemeente Boxtel. Appellanten zijn niet belanghebbend voor zo ver het bestreden besluit betrekking heeft op grondgebied van de gemeente Boxtel. Verweerder zal geen verweer voeren tegen de beroepen van appellanten 4 tot en met 9. De beroepen van appellanten 10 en 11 zullen naar verwachting worden ingetrokken voordat de zitting bij uw Afdeling plaatsvindt. Mocht dit niet het geval zijn, dan stelt verweerder zich op het standpunt dat appellanten niet belanghebbend zijn voor zo ver het bestreden besluit betrekking heeft op grondgebied van de gemeente Boxtel. Verweerder zal geen verweer voeren tegen de beroepen van appellanten 10 en 11. Inhoud beroepschriften Hierna zullen wij puntsgewijs ingaan op de beroepsgronden van appellanten 1 tot en met 3. De beroepschriften zijn deels een herhaling van het gestelde in de zienswijzen van appellanten. Daarom dient in ieder geval het raadsvoorstel met raadsbesluit inclusief alle bijlagen (waaronder de nota van zienswijzen), alle reeds in uw bezit, voor zover die ingaan op de beroepsgronden hier als woordelijk herhaald ingelast te worden beschouwd. 1.

Stichting Natuur- en Milieugroep Vught a) Noodzaak actualisering Volgens NMV geldt er, gelet op de Wet afschaffing actualiseringsplicht bestemmingsplannen, geen verplichting tot een snelle actualisering en heeft de raad niet gemotiveerd waarom niet kon worden gewacht op de Omgevingswet. Reactie verweerder Niet in geschil is dat de gemeenteraad van Haaren bevoegd was om kort voor de gemeentelijke herindeling een bestemmingsplan vast te stellen. De Wet afschaffing beheersverordeningen, in werking getreden op 1 juli 2018, heeft tot gevolg dat de legessanctie voor bestemmingsplannen en beheersverordeningen ouder dan 10 jaar is komen te vervallen en geeft gemeenten de ruimte om te starten met de voorbereiding op de Omgevingswet. De actualiseringsplicht houdt niet in dat gemeenten bestemmingsplannen niet meer mogen actualiseren. De gemeenteraad van Haaren heeft in hoofdstuk 2 van de toelichting alle overwegingen opgenomen die geleid hebben tot de wens om het bestemmingsplan te actualiseren. De specifieke vraag waarom niet kon worden gewacht tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet is daarin niet beantwoord, maar doet ook niet ter zake. b) Uniforme regels binnen de gemeente Vught NMV heeft belang bij een samenhangend beleid en uniforme regels voor het gehele buitengebied van de nieuwe gemeente Vught. Het bestemmingsplan "Buitengebied, herziening 2020" staat hieraan in de weg.

Pagina 2 van 12

Zaaknummer: Z21 - 236670 Document: IN/21 - 449565 Overig stuk inkomend

Reactie verweerder Deze beroepsgrond is niet gericht tegen het bestemmingsplan "Buitengebied, herziening 2020” voor zo ver overgegaan naar de gemeente Boxtel. Daarom behandelt venteerder deze beroepsgrond niet inhoudelijk. c) Betrokkenheid overleginstanties Volgens NMV zijn de ontvangende gemeenten onvoldoende betrokken bij het bestemmingsplan en is dit in strijd met art. 3.1.1 Bro. Reactie verweerder Primair stelt verweerder zich op het standpunt dat het relativiteitsvereiste in de weg staat aan vernietiging van het bestemmingsplan op deze grond. Artikel 3.1.1 Bro strekt niet tot bescherming van de belangen van appellant. Subsidiair is verweerder van mening dat het gemeentebestuur van Boxtel wel voldoende betrokken is bij de bestemmingsplanprocedure. Het college is steeds op de hoogte gehouden van procedurestappen en heeft onder andere een zienswijze ingediend op het ontwerpplan. Er is derhalve geen sprake van strijd met art. 3.1.1 Bro. d) Inspraakreactie NMV is van mening dat hun inspraakreactie op het voorontwerp bestemmingsplan, waarin zij aandrongen op uitstel, onzorgvuldig terzijde is geschoven, omdat de reactie zou worden verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Reactie verweerder Er zijn geen wettelijke vereisten voor de beantwoording van een reactie op een voorontwerpbestemmingsplan.

Het stond het college van de gemeente Haaren vrij om dat te doen bij de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. e) Wijzigingsbevoegdheden VAB In het bestemmingsplan "Buitengebied, herziening 2020" zijn binnen de agrarische bestemmingen wijzigingsbevoegdheden opgenomen die het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid geven om het Haarense Beleidskader Vrijkomende Agrarische Bebouwing (hierna: beleidskader VAB) te effectueren. NMV is van mening dat de politiek hierdoor buitenspel gezet wordt en dat inspraakmogelijkheden van burgers hierdoor worden beperkt. NMV stelt verder dat Gedeputeerde Staten bij een wijzigingsplan niet de mogelijkheid hebben om een reactieve aanwijzing te geven. NMV acht dit ongewenst, gelet op de grote provinciale belangen die spelen in het buitengebied van Haaren. NMV betwist de noodzaak van het opnemen van de wijzigingsbevoegdheid. Ook wijst NMV erop dat het beleidskader VAB niet voorziet in een wijzigingsbevoegdheid, maar uitgaat van een bestemmingsplanwijziging door de gemeenteraad en het plan daardoor een interne strijdigheid bevat. Reactie verweerder De gemeenteraad van Haaren heeft in 2016 het Beleidskader Vrijkomende Agrarische Bebouwing vastgesteld. Op basis van dit Beleidskader heeft de gemeenteraad sindsdien aanvragen om herziening van het bestemmingsplan beoordeeld.

Voldeed een aanvraag aan dit Beleidskader, dan verleende de gemeenteraad medewerking. Aanvragen die niet aan het Beleidskader voldeden, werden afgewezen. Dit volgt uit artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht. De binnenplanse wijzigingsbevoegdheid leidt niet tot een inhoudelijke wijziging. Het Beleidskader blijft het beoordelingskader voor aanvragen. Alleen de procedure wordt sneller, omdat het college bevoegd is tot wijziging van de bestemming. Voor het overige dient een aanvrager aan dezelfde voorwaarden te voldoen als bij een bestemmingswijziging via de gemeenteraad. Overigens blijft het college verplicht om bij de vaststelling van een wijzigingsplan na te gaan of uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, gelet op de betrokken belangen, de voorziene wijziging is gerechtvaardigd. Omdat er een uitgebreid Beleidskader geldt, is het juist goed mogelijk om de bevoegdheid tot wijziging van het bestemmingsplan te delegeren aan het college. Dit past bij de verhouding tussen

Pagina 3 van 12

Zaaknummer: Z21 - 236670 Document: IN/21 - 449565 Overig stuk inkomend

een gemeenteraad en een college, waarbij de Raad de kaders stelt waarbinnen het college opereert. Opnemen van wijzigingsbevoegdheden in het bestemmingsplan "Buitengebied, herziening 2020" leidt er niet toe dat de politiek 'buitenspel' wordt gezet. Het college heeft de bevoegdheid gekregen om het bestemmingsplan te wijzigen indien voldaan wordt aan de door de raad vastgestelde wijzigingsregels, waarin onder meer is bepaald dat dient te worden voldaan aan de eveneens door de gemeenteraad vastgestelde beleidsregels in het beleidskader VAB. Voorts dient het college bij de vaststelling van een wijzigingsplan na te gaan of het plan voldoet aan het principe van een goede ruimtelijke ordening en kan het college, mede gelet op andere belangen en beleidsdoelen, een verzoek om vaststelling van een wijzigingsplan gemotiveerd weigeren. Het vaststellen van een wijzigingsplan blijft immers een bevoegdheid en geen plicht. Bij de beoordeling van een verzoek tot vaststelling van een wijzigingsplan vindt een volledige ruimtelijke beoordeling plaats. Het klopt dat in beginsel alleen belanghebbenden een zienswijze kunnen indienen op een wijzigingsplan en dat Gedeputeerde Staten geen reactieve aanwijzing kunnen geven. Verweerder ziet echter niet in waarom dit in de weg zou moeten staan aan het opnemen van een wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan.

Gedeputeerde Staten hebben hiertegen zelf geen bezwaar gemaakt. De beperking dat alleen belanghebbenden zienswijzen kunnen indienen, heeft voor NMV geen gevolgen. NMV is belanghebbende indien belangen in het geding zijn waarvoor NMV opkomt. In het beleidskader VAB wordt inderdaad uitgegaan van een bestemmingsplanherziening door de gemeenteraad. De gemeenteraad heeft echter middels vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied, herziening 2020" nadrukkelijk een wijziging van het bestemmingsplan door het college mogelijk gemaakt. Het beleidskader kan analoog worden toegepast door het college. Wij vinden een wijzigingsregeling ook efficiënt, omdat sprake is van een kortere procedure. Concluderend is verweerder van mening dat de gemeenteraad van Haaren in redelijkheid heeft kunnen besluiten tot het opnemen van de wijzigingsbevoegdheden die het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid geven om het Beleidskader Vrijkomende Agrarische Bebouwing te effectueren.

f) Onvolledig, niet in overeenstemming met (provinciaal en landelijk) beleid en regelgeving Volgens NMV is het bestemmingsplan "Buitengebied, herziening 2020" niet in overeenstemming met de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (hierna: IOV), het bevat geen beleid voor Ruimte-voorRuimtekavels en het bevat geen beleid voor zonneweides. Verder schenkt het bestemmingsplan geen aandacht aan actuele regelgeving die gevolgen heeft voor de inrichting van het buitengebied en de raad zou bij de vaststelling niet alle relevante belangen hebben bezien en afgewogen. Reactie verweerder De gemeenteraad van Haaren heeft gekozen voor een conserverend bestemmingsplan waarin op een aantal punten, zoals beschreven in hoofdstuk 2 van de toelichting, een actualisatie is doorgevoerd. Het betreft nadrukkelijk een partiële herziening en het was niet de bedoeling om nieuw beleid te ontwikkelen. Voor Ruimte-voor-Ruimte kavels maakte de gemeente Haaren per aanvraag een maatwerkafweging op basis van een aantal locatievoorwaarden zoals omschreven in de Structuurvisie Beleid voor zonneweides had de gemeente Haaren nog niet. Desgewenst kunnen de ontvangende gemeenten dit beleid opstellen of van toepassing verklaren op het voormalig grondgebied van Haaren.

Nu het bestreden besluit geen kader biedt voor Ruimte-voor-Ruimte kavels en zonneweides, zijn dergelijke initiatieven ook niet passend binnen het bestemmingsplan en zal hier altijd een belangenafweging aan vooraf moeten gaan. De provinciale regels zijn in zoverre verwerkt in het bestreden besluit dat alle werkingsgebieden en aanduidingen van toepassing op het plangebied zijn opgenomen op de verbeelding met bijbehorende voorschriften in de regels. Daarnaast zijn de bestaande wijzigingsbevoegdheden om agrarische bouwvlakken van vorm te veranderen en nieuwe intensieve veehouderijen toe te staan verder aangescherpt. Daarmee voldoet het bestemmingsplan aan de instructieregels in de IOV. Het college van Gedeputeerde Staten heeft de

Pagina 4 van 12

Zaaknummer: Z21 - 236670 Document: IN/21 - 449565 Overig stuk inkomend

bevoegdheid een reactieve aanwijzing te geven, indien noodzakelijk ter bescherming van provinciale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening. Van deze bevoegdheid is geen gebruik gemaakt. NMV stelt niet op welke onderdelen het bestemmingsplan "Buitengebied, herziening 2020" in strijd zou zijn met de door haar genoemde actuele regelgeving. Verweerder ziet deze strijdigheid zelf niet. Deze beroepsgrond kan daarom niet leiden tot een gegrondverklaring van het beroep. g) Verrommeling van het landschap Volgens NMV leidt het VAB-beleid tot verrommeling van het landschap, omdat het bedrijfsbestemmingen toelaat in milieucategorie 1 en 2 van de VNGbedrijvenlijst binnen de groenblauwe mantel, waar krachtens artikel 3.32 eerste lid onder c uitsluitend ontwikkelingen zijn toegelaten als die leiden tot een versterking van natuur en landschap. Appellant stelt dat het VAB-beleid in strijd is met artikel 3,73 van de Interim Omgevingsverordening. Tot slot stelt appellant dat in het bestemmingsplan ten onrechte geen beschrijving is opgenomen van de wijze waarop rekening is gehouden met omgevingswaarden en daarmee in strijd is met artikel 3.32 IOV. Reactie verweerder Verweerder merkt op dat het bestemmingsplan "Buitengebied, herziening 2020" de vestiging van bedrijven in het buitengebied niet rechtstreeks mogelijk maakt.

Het bestemmingsplan voorziet slechts in wijzigingsbevoegdheden binnen de agrarische bestemmingen. Voor de vaststelling van een wijzigingsplan dient te worden voldaan aan de wijzigingsregels, gemeentelijk, provinciaal en landelijk beleid (waaronder de IOV) en er dient sprake te zijn van een goede ruimtelijke ordening. Er moet altijd aan (actueel) provinciale regelgeving worden getoetst of deze nu wel of niet in de wijzigingsregels is opgenomen. Tegen een besluit van het college tot wijziging van de bestemming staat beroep open bij uw Afdeling. Het beleidskader VAB biedt voldoende waarborgen tegen ongewenste ontwikkelingen in het buitengebied. Zo dient een bedrijf met een oppervlakte van meer dan 200 m2 meerwaarde te hebben voor de omgeving en aan te sluiten bij de uitgangspunten van de structuurvisie. Ook is een goede landschappelijke inpassing vereist. Als een initiatief niet aan de voorwaarden voldoet, dan wordt de vaststelling van een wijzigingsplan geweigerd. In de wijzigingsprocedure moet onder meer getoetst worden aan de regels in de IOV. Het beleidskader VAB is hiermee volgens verweerder niet in strijd. Allereerst moet er sprake zijn van een bestaand bouwperceel (een agrarisch bouwvlak waar de agrarische activiteit wordt beëindigd of niet langer de hoofdactiviteit is).

Binnen de groenblauwe mantel (onderdeel van het werkingsgebied Landelijk gebied als bedoel in de IOV) zijn dergelijke ontwikkelingen onder voorwaarden toegestaan. Hieraan wordt getoetst in het kader van de wijzigingsprocedure. Appellant stelt dat op grond van art. 3.73 IOV uitsluitend kleinschalige ontwikkelingen zijn toegelaten met een omvang van ten hoogste 90 m2. Dit is een verkeerde interpretatie van het provinciale beleid. Dit de toelichting op artikel 3.73 van de Interim Omgevingsverordening blijkt dat een grotere oppervlakte dan 90 m2 is toegestaan. In de voormalige Verordening Ruimte 2014 gold een maximale omvang van 5.000 m2 voor het bouwperceel. In de IOV is bewust geen maximum opgenomen omdat de provincie NoordBrabant de beoordeling wat een passende omvang is wil overlaten aan gemeenten. Volgens verweerder is met het beleidskader VAB een correcte invulling gegeven aan het bepaalde in artikel 3.73 van de Interim Omgevingsverordening. Dit is overigens ook het oordeel van Gedeputeerde Staten. Het door de gemeenteraad vastgestelde bestemmingsplan betreft een partiële herziening van een geldend bestemmingsplan en maakt geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk. Volgens verweerder heeft de gemeenteraad van Haaren daarom terecht besloten om geen beschrijving op te nemen van de wijze waarop rekening is gehouden met omgevingswaarden.

h) Stedelijke ontwikkeling Appellant veronderstelt dat het bestemmingsplan "Buitengebied, herziening 2020" nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maakt en de raad van de gemeente Haaren ten onrechte niet getoetst heeft aan artikel 3.1.6 tweede lid Bro.

Pagina 5 van 12

Zaaknummer: Z21 - 236670 Document: IN/21 - 449565 Overig stuk inkomend

Reactie verweerder Op grond van artikel 3.1.6 tweede lid van het Bro dient een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt te zijn vergezeld van een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het bestreden besluit maakt geen nieuwe stedelijke ontwikkelingen rechtstreeks mogelijk. Enkele wijzigingsbevoegdheden binnen de agrarische bestemmingen maken het mogelijk om de bestemming na beëindiging van het ter plaatse aanwezige agrarische bedrijf te wijzigen in de bestemming 'Bedrijf. In het derde lid van artikel 3.1.6 Bro is bepaald dat de raad de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling kan 'doorschuiven' van het bestemmingsplan naar het uitwerkings- of wijzigingsplan. Naar verwachting zal er bij de bestemmingswijziging van ‘Agrarisch' naar een bestemming ‘Bedrijf’ vrijwel nooit sprake zijn van een stedelijke ontwikkeling. Voor zover toepassing van één van de wijzigingsbevoegdheden wel zou leiden tot een nieuwe stedelijke ontwikkeling, zal de behoefte hieraan in het kader van de wijzigingsprocedure worden gemotiveerd.

Concluderend stelt verweerder zich op het standpunt dat er geen sprake is van strijd met artikel 3.1.6 tweede lid van het Bro. i) Inhoudsmaat woningen NMV vindt dat de verhoging van de maximale inhoudsmaat van woningen naar 750 m3 onvoldoende is gemotiveerd. Volgens NMV leidt dit tot verdere verstening van het buitengebied. Reactie verweerder Verweerder vindt een inhoudsmaat voor woningen in het buitengebied van maximaal 750 m3 passend. Dit is een inhoudsmaat die bij steeds meer gemeenten de norm is. Ook de provincie heeft de voorheen voorgeschreven gebruikelijke maximale inhoudsmaat van 600 m3 voor een burgerwoning geschrapt. De ruimtelijke uitstraling van een woning met een inhoud van 750 m3 verschilt niet veel van de ruimtelijke uitstraling van een woning met een inhoud van 600 m3, in het buitengebied staan veelal vrijstaande woningen op grote, vaak voormalige agrarische bedrijfspercelen. Op veel woonpercelen is de opzet van het boerenerf nog zichtbaar, waar ruime bouwvolumes niet ongebruikelijk zijn. In stedenbouwkundig opzicht is de ruimere inhoudsmaat aanvaardbaar en passend binnen het karakter van het landelijk gebied.

Daarbij sluit de inhoudsmaat van 750 m3 aan bij de maximale inhoudsmaat van bedrijfswoningen en bij de regionale werkafspraken voor kwaliteitsverbetering van het landschap, waarin is afgesproken dat voor de vergroting van (bedrijfs)woningen tot 750 m3 geen landschappelijke tegenprestatie is vereist, omdat een dergelijke ontwikkeling geen of slechts een zeer beperkte invloed kan hebben op de omgeving. Verweerder ziet geen grond voor het oordeel dat het toelaten van een woning met een inhoud van 750 m3 in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. j) Paardenbakken NMV is het niet eens met de in het bestemmingsplan geboden mogelijkheid om paardenbakken te realiseren binnen verschillende agrarische bestemmingen. NMV betwist de noodzaak van de regeling. NMV vreest dat de verplichte goede landschappelijke inpassing niet door derden kan worden afgedwongen, als deze verplichting in een privaatrechtelijke overeenkomst wordt gegoten. Reactie verweerder In het bestreden besluit is binnen de agrarische bestemmingen een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen op basis waarvan het college onder voorwaarden medewerking kan verlenen aan het realiseren van een paardenbak binnen een agrarisch bouwvlak.

Gaat het om een hobbymatig gebruikte paardenbak dan kan deze op grond van de genoemde afwijkingsbevoegdheid ook worden gerealiseerd op onbebouwde agrarische gronden aansluitend op het agrarische bouwvlak of aansluitend op een bestemmingsvlak van een andere bestemming waar een woning is toegelaten. De regeling voor paardenbakken is bedoeld als toetsingskader. Zo kan onder voorwaarden aan de realisatie van een paardenbak worden meegewerkt door middel van een (reguliere) omgevingsvergunning en is hier geen uitgebreide procedure voor nodig. Vanwege de toenemende populariteit van de paardensport in de regio vindt verweerder het niet onaannemelijk dat in een buitengebied aanvragen op grond van de regeling worden ingediend.

Pagina 6 van 12

Zaaknummer: Z21 - 236670 Document: IN/21 - 449565 Overig stuk inkomend

Mede gelet op de voorwaarden van de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid is de impact van een paardenbak op de omgeving zeer beperkt. De paardenbak moet landschappelijk worden ingepast, er mag geen geluidsinstallatie worden aangebracht en er mogen geen lichtmasten worden geplaatst. Ook moet de paardenbak gelegen zijn op een afstand van tenminste 50 meter van woningen van derden. Daarom acht verweerder de paardenbakken ruimtelijk aanvaardbaar. Het college van burgemeester en wethouders kan de vereiste landschappelijke inpassing borgen door middel van voorschriften in de omgevingsvergunning die de aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing juridisch afdwingbaar maken. Een privaatrechtelijke overeenkomst is dan niet nodig. Publiekrechtelijk kan het college veel eenvoudiger handhaven dan op niet-naleving van een privaatrechtelijke overeenkomst. Concluderend is verweerder van mening dat de regeling voor paardenbakken in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. k) Ambulante handel NMV bestrijdt de noodzaak van de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid voor het innemen van standplaatsen voor ambulante handel. NMV vreest voor verrommeling van het buitengebied.

Reactie verweerder Het is niet ongebruikelijk, met name in recreatief aantrekkelijke gebieden, dat er stalletjes of kramen met bijvoorbeeld landbouwproducten worden geëxploiteerd op parkeerplaatsen in het buitengebied. Het doel van de regeling in het bestemmingsplan is om dit toe te staan op grond van de APV zonder dat er strijdigheid ontstaat met het bestemmingsplan. Verweerder deelt de vrees voor verrommeling niet. Een dergelijke kleinschalige en niet-permanente functie op een bestaand parkeerterrein is passend in het karakter van het landelijk gebied, schaadt geen landschappelijke waarden, draagt bij aan de recreatieve aantrekkelijkheid van de omgeving en aan de vitaliteit van de plaatselijke economie. De vereiste omgevingsvergunning biedt het college van burgemeester en wethouders de mogelijkheid te toetsen of het initiatief voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. I) Reclameborden NMV stelt dat het bestemmingsplan binnen diverse bestemmingen de plaatsing van reclameborden toelaat. Zij wijst erop dat dit in strijd is met de Welstandsnota Gemeente Haaren 2013. Reactie verweerder Deze beroepsgrond berust volgens verweerder op een onjuiste lezing van het bestemmingsplan.

Toegestaan zijn: eenvoudige voorzieningen in de vorm van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor extensieve openluchtrecreatie, zoals informatieborden, picknickplekken, banken en afvalbakken, mits de hoogte niet meer bedraagt dan 3 m. Een reclamebord is geen bouwwerk ten behoeve van extensieve openluchtrecreatie. Met informatieborden worden bijvoorbeeld een bord met wandelroutes of een bord met uitleg over ter plaatse aanwezige flora of fauna bedoeld. m) stikstof Volgens NMV is het bestemmingsplan onzorgvuldig voorbereid op het gebied van stikstof. Het plan laat grotere woningen en recreatiewoningen toe. Om een grotere woning warm te stoken is meer aardgas nodig en dat leidt tot meer stikstofuitstoot. Ook de verruimde regeling voor het huisvesten van seizoenarbeiders leidt tot meer stikstofuitstoot. Reactie verweerder Het is niet aannemelijk dat de door appellant genoemde voorbeelden significante gevolgen hebben voor Natura2000 gebieden. Dat wordt hierna gemotiveerd. Het aantal woningen in het plangebied is beperkt In het gedeelte van het plangebied dat onderdeel geworden is van de gemeente Boxtel liggen circa 70 burgerwoningen. Daarnaast bevindt er zich een aantal bedrijfswoningen in het plangebied. Daar is de

Pagina 7 van 12

Zaaknummer: Z21 - 236670 Document: IN/21 - 449565 Overig stuk inkomend

maximale inhoudsmaat van 750 m3 reeds toegestaan. Het aantal huishoudens neemt niet toe. De woningen kunnen alleen worden verruimd. De verruiming is beperkt Het gaat om een verruiming van 25%. Ter illustratie: 150 m2 bij een plafondhoogte van 2,60 meter komt neer op een ruimte van ca. 58 m3. De verruiming van de woningen wordt beperkt door andere bouwregels Daarbij komt dat deze verruiming beperkt wordt door het gestelde in artikel 25.2.1 onder c van de regels. Deze planregel bepaalt dat woningen uitsluitend op de bestaande fundering mogen worden gebouwd met de voorgevels op niet minder dan de bestaande afstand tot de weg. In beginsel kan het grotere maximale bouwvolume dus alleen in de hoogte worden benut. De goot- en bouwhoogte zijn eveneens beperkt door het gestelde in artikel 25.2.1 onder e van de planregels. Op grond van artikel 25.3.5 kan onder voorwaarden worden afgeweken van het gestelde in artikel 25.2.1 onder c. Er moet dan onder andere sprake zijn van een zorgvuldige milieukundige inpassing en overtollige bebouwing moet worden gesloopt. Een omgevingsvergunning voor binnenplans afwijken van het bestemmingsplan moet tevens in overeenstemming zijn met een goede ruimtelijke ordening en mag niet leiden tot aantasting van de natuur. Derhalve is voldoende verzekerd dat de verruiming van de woningen geen significant negatieve effecten zal hebben op Natura2000 gebieden.

Uitbreidingen zullen een hogere isolatiewaarde kennen Eventuele uitbreidingen zullen worden gebouwd met de laatste technieken en volgens de huidige normen en zullen een hogere isolatiewaarde hebben dan de bestaande woning. Het eventuele extra gasverbruik vanwege de uitbreiding zal daardoor verder worden beperkt. Van recreatiewoningen is geen sprake In het deel van het plangebied dat naar de gemeente Boxtel is gekomen ligt slechts 1 recreatiewoning, met een bestemming ‘recreatiewoning 2’, die niet mag worden vergroot. De verruiming van de regeling voor seizoenwerknemers is beperkt De verruimde regeling voor het huisvesten van seizoenwerknemers vloeit voort uit de met ingang van 1 juli 2016 verruimde ketenregeling seizoensarbeid. Voor die tijd moesten seizoenwerknemers in bijvoorbeeld de land- en tuinbouwsector tenminste zes maanden uit dienst en mochten zij daarna pas opnieuw een arbeidsovereenkomst aangaan voor bepaalde tijd. Sinds 1 juli 2016 is de onderbrekingstermijn verkort naar drie maanden. De raad van de gemeente Haaren heeft het ruimtelijk aanvaardbaar geacht om de termijn voor huisvesting van de seizoenwerknemers te verlengen tot 9 maanden per jaar. Op deze manier wordt permanente bewoning uitgesloten en is verzekerd dat het gaat om een tijdelijke logiesfunctie.

De regeling in het bestreden besluit heeft tot gevolg dat de seizoenwerknemers drie maanden per jaar langer mogen worden gehuisvest op de bedrijfslocatie waar zij aan het werk zijn. De huisvesting van seizoenwerknemers is uitsluitend toegestaan onder voorwaarden. De noodzaak moet bijvoorbeeld worden aangetoond en het gezamenlijke brutovloeroppervlak per bedrijf mag slechts 300 m2 bedragen. De totale toename van het verbruik van aardgas die de regeling tot gevolg kan hebben is zeer beperkt en het is niet aannemelijk dat dit leidt tot significante effecten op Natura2000 gebieden. Daarbij zou een alternatief scenario, waarbij de seizoenwerknemers elders worden gehuisvest, kunnen leiden tot een grotere uitstoot van stikstof door dagelijks woonwerkverkeer, waarbij mogelijk zelfs meerdere Natura2000 gebieden moeten worden doorkruist. Verkeer leidt tot een grotere uitstoot van stikstof dan verbruik van aardgas in woningen/logiesgebouwen. 2. Brabantse Milieu Federatie a) VAB beleid De Brabantse Milieufederatie verzet zich tegen de opgenomen wijzigingsbevoegdheid, waarbij de bestemming van een perceel wordt gewijzigd naar de bestemming 'Bedrijf na de beëindiging van een agrarisch bedrijf. Het plan maakt het mogelijk om op deze vrijkomende locaties niet-agrarische bedrijfsbestemmingen in de categorie 1 en 2 van de VNG Handreiking Bedrijven en Milieuzonering te realiseren.

In deze categorie vallen onder andere autowasserijen, groothandelsbedrijven,

Pagina 8 van 12

Zaaknummer: Z21 - 236670 Document: IN/21 - 449565 Overig stuk inkomend

machineverhuurbedrijven, discotheken, evenementenhallen autobedrijven, parkeergarages, bowlingcentra, casino's amusementshallen, saunabedrijven en fitnesscentra. Deze bedrijven passen niet in een buitengebied met landschappelijke en natuurwaarden. Deze bedrijvigheid hoort thuis op een bedrijventerrein. Naast dat er nu gemakkelijker een heel scala aan niet in het buitengebied passende bedrijven kan worden opgericht, maakt het plan het ook mogelijk dat ten behoeve van deze bedrijvigheid bedrijfsgebouwen en burgerwoningen van 200 m2 en groter kunnen worden opgericht. Door dit VAB-beleid expliciet in het bestemmingsplan vast te leggen als wijzigingsbevoegdheid ontbreekt de beoordelingsmogelijkheid om in te spelen op de individuele omstandigheden van het geval en kan niet meer worden bekeken of en hoe de beoogde ontwikkeling past. Immers bij een binnenplanse wijziging vindt in beginsel geen belangenafweging meer plaats. Dat heeft al plaatsgevonden bij het opstellen van het bestemmingsplan. Dit leidt tot verstening en verrommeling van het buitengebied en bovendien tot onaanvaardbare aantasting van natuurwaarden. Verder stelt BMP dat het buitengebied van Haaren deels onderdeel uitmaakt van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en deels is gelegen in de Groenblauwe Mantel.

Volgens BMP zijn de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt in strijd met de bepalingen in de Interim Omgevingsverordening ten aanzien van het NNB en de Groenblauwe Mantel. BMP wijst erop dat het Beleidskader Vrijkomende Agrarische Bebouwing de bevoegdheid tot planwijziging bij de gemeenteraad legt. De wijzigingsbevoegdheid is zodoende niet in overeenstemming met het gemeentelijk beleid. Reactie verweerder Verweerder merkt op dat het bestemmingsplan 'Buitengebied, herziening 2020' de vestiging van bedrijven in het buitengebied niet rechtstreeks mogelijk maakt. Het bestemmingsplan voorziet slechts in een wijzigingsbevoegdheid waarvan gebruik gemaakt kan worden mits voldaan wordt aan een groot aantal voorwaarden, zoals het beleidskader Vrijkomende Agrarische Bebouwing (hierna: beleidskader VAB). Volgens verweerder biedt het beleidskader VAB voldoende waarborgen tegen ongewenste ontwikkelingen in het buitengebied. Zo dient een bedrijf met een oppervlakte van meer dan 200 m2 meerwaarde te hebben voor de omgeving en aan te sluiten bij de uitgangspunten van de structuurvisie Ook is een goede landschappelijke inpassing vereist. Het is niet aannemelijk dat de genoemde voorbeelden van sauna's of autoherstelbedrijven kunnen voldoen aan het beleidskader VAB.

Verder blijft het college verplicht om bij de vaststelling van een wijzigingsplan na te gaan of uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, gelet op de betrokken belangen, de voorziene wijziging is gerechtvaardigd. Anders dan BMP stelt, vindt dus nog steeds een beoordeling plaats op basis van de omstandigheden van het geval. Er vindt nog steeds een belangenafweging plaats. Op grond van het beleidskader VAB dient zelfs te worden aangetoond dat belanghebbenden kans hebben gehad hun belang kenbaar te maken, indien de bedrijfsruimte meer dan 200 m2 gaat bedragen. Het VAB-beleid leidt volgens verweerder niet tot verstening. Alleen bestaande bebouwing wordt gebruikt. Verweerder ziet de strijdigheid met de Interim Omgevingsverordening niet. Volgens verweerder bieden het bestemmingsplan en het beleidskader VAB voldoende waarborgen om te voldoen aan de regels omtrent het NNB en de Groenblauwe mantel. Dit is ook het standpunt van het college van Gedeputeerde Staten. Verweerder herhaalt dat de herziening van het bestemmingsplan Buitengebied geen inhoudelijke wijziging van het VAB-beleid inhoudt. De gemeenteraad van Haaren hanteerde sinds 2017 hetzelfde beleidskader VAB als het college van burgemeester en wethouders nu dient te hanteren. Daarnaast staat tegen een besluit van het college tot wijziging van de bestemming beroep open bij uw Afdeling.

b) Depositie en emissie standstill BMP stelt vast dat in het bestemmingsplan 'Buitengebied, herziening 2020' een emissie standstill regeling is opgenomen om te voorkomen dat emissies en deposities kunnen toenemen. Deze regeling is volgens BMP echter niet afdoende. BMP wijst erop dat veehouderijen die een melding hebben gedaan in het kader van het PAS niet beschikken over een toestemming ingevolge de Wet natuurbescherming. Volgens BMP ziet de regeling onvoldoende toe op de paardenhouderij, omdat daaraan niet de voorwaarde is verbonden dat geen toename van ammoniakdepositie is verbonden. BMP stelt dat in de regels van het bestemmingsplan dieraantallen, bouwpercentages en/of bouwvlakken dienen te worden vastgelegd. Verder zijn in het plan wijzigingsbevoegdheden opgenomen ten behoeve van de vestiging

Pagina 9 van 12

Zaaknummer: Z21 - 236670 Document: IN/21 - 449565 Overig stuk inkomend

van een intensieve veehouderij en voor vormveranderingen van het bouwvlak. Ook wijst BMF nog op de wijzigingsbevoegdheid waarbij een perceel een bedrijfsbestemming krijgt. Reactie verweerder Dat veehouderijen die een melding hebben gedaan in het kader van de PAS niet beschikken over een toestemming ingevolge de Wet natuurbescherming kan niet zo worden gesteld. Het is mogelijk dat zij een andere toestemming hebben gekregen zoals een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming of een omgevingsvergunning met een verklaring van geen bedenkingen. Daarnaast kan het zijn dat er een traject van omzetting van de PAS-melding naar een vergunning Wet natuurbescherming loopt. In de gebruiksbepalingen van het bestemmingsplan is opgenomen dat het houden van dieren uitsluitend is toegestaan indien dit niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie. Paarden vallen hier ook onder. De gemeenteraad van Haaren heeft met het besluit van 24 September 2020 het bestemmingsplan Buitengebied Haaren gedeeltelijk herzien. Er zijn bij de herziening geen nieuwe mogelijkheden gecreëerd voor veehouderijen. Wel zijn bestaande mogelijkheden ingeperkt met bijvoorbeeld de bepalingen over de stikstofdepositie. Gegrondverklaring van het beroep op dit punt heeft slechts tot gevolg dat de oude regelingen van het moederplan uit 2011 herleven. Deze kennen minder strikte voorwaarden.

Volgens verweerder is dit niet in het belang van BMF. Dieraantallen, bouwpercentages en/of bouwvlakken hoeven niet te worden vastgelegd nu het bestemmingsplan op een andere wijze borgt dat een toename van de stikstofdepositie is uitgesloten. Dit geldt ook met betrekking tot de wijzigingsbevoegdheden of de vormveranderingen. Voor de VAB-regeling in het bestemmingsplan "Buitengebied, herziening 2020" geldt dat een agrarisch bedrijf wordt beëindigd. Verweerder gaat ervan uit dat dit per saldo zal leiden tot een afname in stikstofen ammoniakdepositie. c) Inhoud recreatiewoningen BMF verzet zich tegen de ruimere bouwmogelijkheden voor recreatiewoningen, waarop de bestemming 'Recreatiewoning I' van toepassing is. De maximaal toegestane inhoud is verruimd van 200 m3 naar 260 m3. Reactie verweerder De bestemming 'Recreatiewoning I' is niet van toepassing binnen het gedeelte van het plangebied dat thans deel uitmaakt van de gemeente Boxtel. Daarom behandelt verweerder deze beroepsgrond niet inhoudelijk. d) Teeltondersteunende voorzieningen BMF verzet zich tegen de in het bestemmingsplan opgenomen afwijkingsbevoegdheid voor tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen en overige teeltondersteunende voorzieningen. Volgens BMF zijn in het plan onvoldoende maatregelen opgenomen om de openheid van het landschap en de gebiedswaarden te beschermen.

Reactie verweerder De door BMF in haar beroepschrift genoemde artikelen zijn niet inhoudelijk gewijzigd in het bestemmingsplan "Buitengebied, herziening 2020" De artikelen maken geen onderdeel uit van het raadsbesluit van 24 September 2020. Gegrondverklaring van het beroep zal dan ook geen gevolgen hebben voor de genoemde artikelen Verweerder stelt daarom dat BMF geen procesbelang heeft bij deze beroepsgrond. e) wijzigingen BMF wijst op een volgens haar onjuiste verwijzing in de nota van wijzigingen onder punt 16. BMF herhaalt dat zij de regeling voor depositie standstill onvoldoende vindt en BMF vindt de regels over de uitbreiding van de geitenhouderij onvoldoende ruimtelijk onderbouwd. Reactie verweerder De verwijzing onder punt 16 van de nota van wijzigingen is correct. Het gaat om een aanpassing die in meerdere artikelen is doorgevoerd, waaronder inderdaad ook artikel 3.5.7 onder f. De standstill bepaling

Pagina 10 van 12

Zaaknummer: Z21 - 236670 Document: IN/21 - 449565 Overig stuk inkomend

is toegevoegd aan bestaande regelingen in het bestemmingsplan Buitengebied dat in 2011 is vastgesteld. Er worden geen nieuwe afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden gecreëerd. Uitbreiding van de oppervlakte van een geitenhouderij was al mogelijk in het bestemmingsplan. Aan deze mogelijkheid is nu de voorwaarde toegevoegd dat geen sprake mag zijn van een toename van de stikstofdepositie. f) PlanMER BMP betoogt dat een planMER moet worden opgesteld waarbij de maximale mogelijkheden van het voorgenomen plan in beeld worden gebracht. Er is niet inzichtelijk gemaakt of het plan effect heeft op omliggende Natura 2000 gebieden. Ook een passende beoordeling is verplicht volgens BMP. Reactie verweerder Verweerder bestrijdt dat het plan meer mogelijk maakt. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen in het bestemmingsplan "Buitengebied, herziening 2020" mogelijk gemaakt die al niet mogelijk waren in het in 2011 vastgestelde bestemmingsplan. Daarbij is juist een regeling opgenomen die een toename van de stikstofdepositie voorkomt. Een passende beoordeling kon daarom achterwege worden gelaten. Een planMER is evenmin vereist. 3.

Vereniging Het Groene Hart Brabant a) Verweer door ontvangende gemeenten Vereniging Het Groene Hart Brabant (hierna: GHB) merkt op dat de gemeenteraad van Haaren het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied, herziening 2020" vlak voor de opheffing van de gemeente Haaren heeft genomen. Hierdoor zijn de gemeenteraden van de vier ontvangende gemeenten verweerder in de beroepsprocedure. Deze gemeenteraden hebben de zienswijze van GHB niet kunnen beoordelen en hebben daarover geen besluit genomen. Reactie verweerder De gemeenteraad van Haaren was bevoegd om het bestemmingsplan "Buitengebied, herziening 2020" vast te stellen. Gelet op artikel 44 derde lid van de Wet algemene regels herindeling (Wet Arhi) worden rechtsgedingen voortgezet door of tegen de gemeente waaraan dat gebied wordt toegevoegd. Daarom voeren de ontvangende gemeenten inderdaad verweer. b) Herhaling zienswijze gemeente Boxtel Appellant heeft de nota van zienswijzen gebruikt als leidraad voor haar beroepschrift. Onder punt 2 schrijft appellant in reactie op de beantwoording van de zienswijze dat zij de door de gemeente Boxtel ingediende bedenkingen invoegt als onderdeel van het beroepschrift. Reactie verweerder Verweerder neemt aan dat appellant doelt op de zienswijzen van de gemeente Boxtel.

De zienswijzen van de gemeente Boxtel zijn reeds door de raad van de gemeente Haaren beantwoord in de nota van zienswijzen en wijzigingen (zienswijze 18), behorend bij het raadsbesluit. Appellant heeft enkel verwezen naar de ingediende zienswijzen van de gemeente Boxtel en heeft haar beroepsgrond niet nader gemotiveerd. Het beroepschrift bevat geen argumenten die de juistheid van de nota van zienswijzen en wijzigingen bestrijden. Volgens vaste jurisprudentie van uw Afdeling kan in een beroepschrift niet worden volstaan met een verwijzing naar een ingediende zienswijze. Deze beroepsgrond kan om die reden niet leiden tot een gegrondverklaring van het beroep. c) Herhaling zienswijzen op reeds vigerende onderdelen van het bestemmingsplan Onder de punten 3 tot en met 7 gaat appellant in op de beantwoording van vijf door haar ingediende zienswijzen. De gemeenteraad van Haaren heeft in de nota van zienswijzen bij elk van deze punten uitgelegd dat GHB reageerde op reeds vigerende onderdelen van het bestemmingsplan waarover in het kader van andere procedures een uitgebreide belangenafweging heeft plaatsgevonden. GHB blijft echter van mening dat het bestemmingsplan op de aangedragen punten onvoldoende gemotiveerd is.

Reactie verweerder Het bestemmingsplan "Buitengebied, herziening 2020" is een partiële herziening van de onderliggende bestemmingsplannen "Buitengebied Haaren" (onherroepelijk 7 September 2011), "Buitengebied Haaren,

Pagina 11 van 12

Zaaknummer: Z21 - 236670 Document: IN/21 - 449565 Overig stuk inkomend

correctieve herziening" (onherroepelijk 9 September 2015) en "Buitengebied herziening 2014" (onherroepelijk 9 September 2015) en incorporeert ook enkele wijzigingsplannen die in de loop van de tijd zijn vastgesteld. De onder punt 3 tot en met 7 aangedragen punten van bezwaar zijn geen onderwerp van het raadsbesluit van 24 September 2020, maar hebben betrekking op de bestaande planologische situatie op grond van vigerende bestemmings- en wijzigingsplannen. Om die reden zal een gegrondverklaring van het beroep van GHB niet leiden tot wijziging van de door GHB betwiste bepalingen. GHB heeft zodoende geen procesbelang bij deze beroepsgronden. Conclusie Concluderend achten wij de beroepen van de Stichting Natuur- en Milieugroep Vught, de Brabantse Milieu Federatie en de Vereniging Het Groene Hart Brabant ongegrond. Wij verzoeken u om het bestreden besluit in stand te laten.

Met vriendelijke groet, namens het algemeen bestuur van MijnGemeenteDichtbij, RMEO-Ruimtelijke Ontwikkeling

Beleidsmedewerker ruimtelijke ontwikkeling A

Pagina 12 van 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=b0ae0fa9-0dde-405b-9cbd-11e0db9e2f4d