CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Raadsinformatiebrief Meicirculaire Gemeentefonds 2025

Raadsvergadering 11 september 2025, gemeente VughtBij agendapunt: Categorie I-B Schriftelijke mededelingen van college of griffie30.034 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Vught Raadsinformatiebrief Datum

24 juni 2025

Onderwerp

Meicirculaire gemeentefonds 2025

Zaaknummer

Z24 - 285910

Documentnr.

UIT/25 - 697434

Inleiding Op 28 mei 2025, is de meicirculaire gemeentefonds 2025 gepresenteerd. Op 13 juni is een geactualiseerde versie gepubliceerd met een aantal aanpassingen. De meicirculaire informeert ons over ontwikkelingen van de gemeentefondsuitkering naar aanleiding van de Voorjaarsnota van het Rijk.

Voorgeschiedenis De mutaties van het gemeentefonds naar aanleiding van de meicirculaire zijn al verwerkt in Burap-1 2025 en Kadernota 2026-2029 naar aanleiding van de Voorjaarsnota 2025.

Inhoudelijk In dit hoofdstuk gaan we in op de mutaties van het gemeentefonds naar aanleiding van de meicirculaire gemeentefonds 2025. Mutaties meicircutaire

x(€ 1.000)

2025

2026

2027

2028

Mutaties gemeentefonds voorgaande jaren

-87

0

0

0

0

1.548

3.180

2.841

1.172

1.446

Mutaties Gemeentefonds

3.180

1111EIMEIIIIL

Mutaties gemeentefonds voorgaande jaren Voor uitkeringsjaar 2024 is de raming van de gemeentefondsuitkering aangepast met € 87.311 nadelig. De bijstelling wordt veroorzaakt door de actualisatie van de volumina van meerdere maatstaven, waaronder de gegevens over bijstandsontvangers en huishoudens met laag inkomen met drempel.

Mutaties gemeentefonds In onderstaande tabel is een specificatie weergegeven van de mutaties in het gemeentefonds 2025 en volgende jaren naar aanleiding van de meicirculaire 2025: Mutaties meicircutaire 2025 x(€ 1.000)

2025

2026

2027

2028

2029

Accresontwikkeling

542

728

796

824

956

Ontwikkeling uitkeringsbasis

179

591

637

672

725

Afrekening ruimte onder BCF-plafond 2024

-520

-350

-350

-350

-350

0

527

573

575

597

Demping terugval gemeentefonds

1/6

Vught k' 551

552

571

586

605

Groeipad maatregelen Hervormingsagenda

0

656

609

0

0

Eigen bijdrage jeugdzorg

0

0

0

-338

-349

Sturen op trajectduur jeugdzorg

0

0

0

-88

-91

Indexeren opbrengst Hervormingsagenda

0

0

0

-659

-681

57

57

67

202

345

0

0

0

Tekorten voor rekening Rijk

Hervormingsagenda Jeugd

0

Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo Wmo hulpmiddelen

0

15

0

0

0

IBO problematische schulden

20

0

0

0

0

Suppletie uitkering bommenregeling

33

0

0

0

0

Invoerings/uitvoeringskosten omgevingswet

159

0

0

0

0

Natuurbrandpreventie en -mitigatie

20

0

0

0

0

Antidiscriminatie voorzieningen

5

5

0

0

0

Alleenverdienersproblematiek

45

0

0

0

0

Woz

0

-379

-381

-390

-395

Participatiewet (IU)

482

403

391

373

356

Overige ontwikkelingen

32

30

-62

-100

-129 ,ir„--, ï

Mutaties gemeentefondsuitkering, incl. taakmutaties Accresontwikkeling In de voorjaarsnota is het accres geactualiseerd voor de macro-economische cijfers van het Centraal Economisch Plan (CEP) 2025. Er is met name een hogere prijsontwikkeling ten opzichte van december 2024 te zien. Ontwikkeling uitkeringsbasis Omdat het totale bed rag van het gemeentefonds landelijk gelijk blijft, wordt bij een landelijke stijging/daling van de aantallen per maatstaf het bedrag per maatstaf gewijzigd. Dit heeft nu voornamelijk te maken met de actualisatie van de maatstaven huishoudens met laag inkomen met drempel, laag opleidingsniveau met drempel, OZB-maatstaven en bijstandsontvangers. Afrekening ruimte onder BCF plafond 2024 Jaarlijks wordt bij de septembercirculaire een inschatting gemaakt van de ruimte onder het BCF plafond. Bij de definitieve afrekening bleek deze ruimte lager (voor Vught € 170.000). Voor 2024 is de definitieve ruimte onder het BCF plafond 2024 € 476.157 . De richtlijn bij het beoordelen van de meerjarenbegroting van de provinciaal toezichthouders is dat het laatst definitief afgerekende saldo opgenomen mag worden als stelpost in de begroting. Het is aan de gemeente hoe hoog deze stelpost wordt geraamd. Wel adviseren ze om voorzichtig te zijn in verband met de onzekerheid van deze post.

In verband met het strak ramen, was de stelpost geraamd op € 800.000.We verlagen deze naar € 450.000.

2/6

. Vught•-= Demping terugval gemeentefonds Door het Rijk is € 424 miljoen beschikbaar gesteld voor de terugval in gemeentefonds. Deze worden toegerekend aan het cluster jeugdzorg, waardoor het jeugdzorg tekort lager lijkt. Tekorten voor rekening Rijk De deskundigencommissie van Ark adviseert om het tekort in het budget voor jeugdzorg in gelijke delen te verdelen over Rijk en gemeente. De kosten voor de Jeugdzorg zijn in de kadernota verhoogd. Groeipad maatregelen Hervormingsagenda Het groeipad van de maatregelen van de Hervormingsagenda wordt verzacht. De volledige besparing wordt in 2028 gerealiseerd. De kosten voor de Jeugdzorg zijn in de kadernota al bij geraamd. Eigen l;)ijcl dzor Er wordt een eigen bijdrage ingevoerd voor jeugdzorg per 1 januari 2028. Sturen op trajectduur jeugdzorg Rijk en gemeenten gaan met de sector afspraken maken over hoe we beter kunnen sturen op trajectduur. Indexeren opbrengst Hervormingsagenda De besparingsopgave van de Hervormingsagenda Jeugd is in prijs- en volumepeil 2019 ingeboekt. Er is een hogere besparing te veronderstellen aangezien prijs en volume in 2019 zijn gestegen. Hervormingsagenda Jeugd Het grootste deel van de nog gereserveerde middelen bij het Rijk voor de Hervormingsagenda Jeugd, worden toegevoegd aan het gemeentefonds. Over de verdeling van de middelen vindt nog gesprek plaats.

Vandaar dat nog een klein deel gereserveerd blijft bij het Rijk. De kosten voor de Jeugdzorg zijn in de kadernota al bij geraamd. Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo De inwerkingtreding van de wet Vervanging abonnementstarief Wmo 2015 is voorzien per 1-12027 in plaats van 1-1-2026. Wmo hulpmiddelen Het scheiden van wonen en zorg in de Wet langdurige zorg (Wlz) leidt bij gemeenten tot meerkosten. Bepaalde hulpmiddelen die bij zorg met verblijf vanuit Wlz worden gefinancierd, worden bij andere leveringsvormen vanuit Wmo gefinancierd. Hiervoor worden middelen vanuit de Wlz overgeboekt naar het gemeentefonds. Voor 2025 zijn bij de meicirculaire 2024 reeds middelen overgeboekt. Voor 2026 en verder zijn de kosten al verhoogd bij de kadernota. IBO problematische schulden Het kabinet voert een pakket aan maatregelen in om problematische schulden fundamenteel aan te pakken. Dit pakket is gebaseerd op het basispakket uit het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Problematische schulden. Voor 2025 worden voor het onderdeel "vroeg signalering" middelen overgemaakt naar het gemeentefonds.

3/6

Vught Bommenregeling Om iedere gemeente een gelijkwaardig financiële uitgangspositie te geven, zodat gemeenten een gelijkwaardig voorzieningenniveau kunnen realiseren tegen gelijk belastingdruk, kunnen gemeenten in aanmerking komen voor een bijdrage van 68% in de gemaakte kosten voor het opsporen en ruimen van ontplofte oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog. Invoerings-/Uitvoeringskosten Omgevingswet Met deze middelen (€ 80,7 miljoen landelijk) kunnen de ontvangende partijen in hun transitie ervoor zorgdragen dat ze aangestoten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de Omgevingswet gestelde eisen. Er volgt nog een stelselevaluatie, waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten in kaart worden gebracht. Natuurpreventie en mitigatie Nederland ziet steeds meer brandgevoelige dagen met mogelijke omstandigheden waarbij sprake kan zijn van onbeheersbare natuurbranden. Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) stelt middelen beschikbaar aan gemeenten waar een verhoogd risico op natuurbranden aan de orde is. De betreffende gemeenten worden hierdoor in staat gesteld om bij te dragen aan het doel om natuurbrandbeheersing te versterken. Antidiscriminatie voorzieningen Gemeenten en hun antidiscriminatie voorzieningen (ADV's) werken samen als het gaat om de preventie van discriminatie op lokaal niveau.

Voor de kerntaken van de ADV's krijgen gemeenten sinds 2009 structureel geld. Alleenverdienersproblematiek Gemeenten kunnen huishoudens die getroffen zijn door de alleenverdienersproblematiek individuele bijstand bieden. WOZ waarde mutaties De rekentarieven voor de verdeelmaatstaf Ozb is aangepast. Het rekentarief wordt bijgesteld om de stijging van de ozb-maatstaf als gevolg van de stijging van de WOZ-waarde van woningen (geschat op 10,5%) en niet-woningen (geschat op 2%) ongedaan te maken. De inflatie (4,2%) zal teniet gedaan moeten worden door een eventuele stijging van de OZB tarieven. Participatie Gemeenten krijgen een tegemoetkoming voor de financiële uitdagingen die zij ervaren rondom de infrastructuur van sociale ontwikkelbedrijven. Daarnaast compenseert het Rijk gemeenten voor het afschaffen van het lage-inkomensvoordeel (LIV) in de sociale werkvoorzieningen. Voor 2025 ontvangen we een eenmalige compensatie omdat de wet die dit regelt , de Wet vereenvoudiging banenafspraak, later in gaat dan bij de vaststelling van de compensatie werd verwacht. Overige Dit betreft een optelling van de overige mutaties volgens de circulaire, en de mutaties <€ 10.000 die niet budgettair neutraal verwerkt worden.

4/6

Vught Mutaties in exploitatie naar aanleiding van de meicirculaire Enkele maatregelen uit de meicirculaire leiden ook tot een aanpassing van budgetten in de begroting: Mutaties in exploitatie n.a.v. Meicirculaire 2025 x(€ 1.000)

2025

2026

2027

2028

2029

Eigen bijdrage jeugdzorg

0

0

0

-338

-349

Sturen op trajectduurjeugdzorg

0

0

0

-88

-91

Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo

0

345

0

0

0

IBO problematische schulden

20

0

0

0

0

Suppletie uitkering bommenregeling

33

0

0

0

0

Invoerings/uitvoeringskosten omgevingswet

159

0

0

0

0

Natuurbrandpreventie en -mitigatie

20

0

0

0

0

Antidiscriminatie voorzieningen

5

5

0

0

0

Alleenverdienersproblematiek

45

0

0

0

0

Participatiewet (IU)

482

403

391

373

356

Eigen bijdrage Jeugdzorg De eigen bijdragen worden rechtstreeks door de gemeenten geïnd. Sturen op trajectduur jeugdzorg Als de trajectduur korter wordt, hebben we ook minder kosten. Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo Door het later in inwerking treden van de wet Vervanging abonnementstarief Wmo 2015 vindt in 2026 nog geen verlaging van de kosten plaats. IBO problematische schulden Om problematische schulden fundamenteel aan te pakken conform het IBO zijn deze middelen nodig voor vroeg signalering. Suppletie uitkering Bommenregeling Dit is een vergoeding voor een gedeelte van de gemaakte kosten voor het opsporen en ruimen van conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog voor verschillende projecten in Vught. Uitvoeringskosten Omgevingswet Deze middelen zijn nodig om te voldoen aan de Omgevingswet gestelde eisen. Participatiewet Het grootste deel heeft betrekking op de Wsw. Conform de bestuurlijke afspraken betalen we deze door aan de WSD.

5/6

Vught '^Aandachtspunten, ontwikkelingen en onzekerheden -

-

-

Per 1 januari 2027 zat een volgende stap gezet worden met betrekking tot het ingroeipad voor het nadeel van de herverdeling van het gemeentefonds. Het ingroeipad zal per gemeente worden geactualiseerd. In de meicirculaire 2026 zal meer duidelijkheid komen over hoe de suppletie-uitkering, dan nog € 1.605.347, verder afgebouwd wordt. Dit kan nog leiden tot nadelige mutaties. De Onderuitputting Bcf is structureel geraamd op € 450.000, ongeveer gelijk aan de onder uitputting 2024. Hoe hoog de onder uitputting de komende jaren zal zijn is nog onbekend. De verwachting is dat het kabinet in augustus een besluit neemt over de verdeling van het tekort op jeugdzorg 2023 en 2024 tussen Rijk en gemeenten. Eventuele compensatie zal worden verwerkt in de septembercirculaire 2025. In de voorjaarsnota 2025 is voor 2030 een vijfde tranche van € 75 miljoen toegevoegd voor aanvullende indexatie voor demografie/vergrijzing. Hiervoor is vanaf 2030 structureel een totaal van € 375 miljoen gereserveerd. In de meicirculaire is hiervoor geen informatie opgenomen en het bedrag van € 75 miljoen voor 2030 is niet verwerkt. Nadere informatie volgt in de septembercirculaire.

Standpunt I Besluit college van B en W De mutaties met betrekking tot de meicirculaire 2025 zijn al verwerkt in Burap-1 2025 en Kadernota 2026-2029.

Financieel Samengevat zijn dit de uitkomsten van de meicirculaire voor onze gemeente: 2025

2026

2027

2028

2029

Mutatie Gemeentefonds n.a.v. Meicirculaire

1.548

3.180

2.841

1.172

1.446

Mutaties in exploitatie n.a.v. Meicirculaire

764

753

391

-53

-84

.41111WEVIr~lE Dit saldo is al verwerkt in Burap-1 2025 en Kadernota 2026-2029

Burgemeester en wethouders van Vught, de secretaris, de burgemeester,

C.N.A.

Bijlage( n ):

=r e

de Haan

1. Meicirculaire Gemeentefonds 2025

6/6

Gemeentefonds

Meicirculaire 2025

de gemeentebesturen, ter attentie van de raden en de colleges van B&W

DGOBDR/ Bestuur, Financiën en Regio’s Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon eventuele vragen per e-mail postbus.gf@minbzk.nl Datum 28 mei 2025 Kenmerk 2025-0000332806

Onderwerp Doelstelling Juridische grondslag Relaties met andere circulaires

Ingangsdatum Geldig tot

meicirculaire gemeentefonds 2025 bekendmaking van beleid en het geven van informatie meicirculaire 2024 (2024-0000287430); septembercirculaire 2024 (2024-0000752157); decembercirculaire 2024 (2024-0000953334)

28 mei 2025 1 juli 2026

Meicirculaire gemeentefonds 2025

Voorwoord

Voor u ligt de meicirculaire Gemeentefonds 2025. Gemeenten ontvangen op drie tijdstippen in het jaar informatie over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota. De meicirculaire informeert u over de gemeentefondsuitkeringen voor 2025 en verder, gebaseerd op de voorjaarsbesluitvorming van het Rijk. In het algemeen geldt voor de informatie uit de circulaires het voorbehoud van parlementaire besluitvorming. Dat geldt dit jaar uiteraard ook. De politiek-bestuurlijke zaken worden in hoofdstuk 1 belicht. De circulaire is in belangrijke mate een financieel-technisch document. De latere hoofdstukken richten zich vooral op de doelgroep van financieel specialisten. Ik wens u veel succes toe bij de uitvoering van uw taken. Mede namens de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane, De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J.J.M. Uitermark

Meicirculaire gemeentefonds 2025

1

Meicirculaire gemeentefonds 2025

2

Inhoudsopgave 1

2

3

Hoofdpunten ............................................................................................................. 7 1.1

Inleiding............................................................................................................ 7

1.2

Algemene uitkering............................................................................................. 7

1.3

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen .............................................................. 8

Algemene uitkering .................................................................................................... 9 2.1

Inleiding............................................................................................................ 9

2.2

Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering ............................................. 9

1.

Accres tranches en incidentele compensatie in grondslag ....................................... 10

2.

Afrekening ruimte onder plafond BCF 2024 ........................................................... 14

3.

Diversen .......................................................................................................... 15

4.

Extra middelen gemeenten en jeugd .................................................................... 15

5.

Hervormingsagenda Jeugd ................................................................................. 16

6.

Kinderopvang pleegouders ................................................................................. 16

7.

Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo .......................................................... 16

8.

Wmo hulpmiddelen ............................................................................................ 16

9.

Aanpassen regeling dienstverlening aan huis ........................................................ 17

10.

Overgangsrecht levenslang ............................................................................. 17

11.

IBO Problematische schulden .......................................................................... 17

12.

Correctie extrapolatie participatie .................................................................... 17

13.

Kiescollege niet ingezetenen ........................................................................... 18

14.

Basisregistratie Personen (BRP): centralisering inschrijving vergunninghouders ..... 18

2.3

Verdeling mutaties algemene uitkering................................................................ 18

2.4

Overige mededelingen algemene uitkering .......................................................... 19

2.4.1

Bommenregeling .............................................................................................. 19

2.5

Veranderingen in het verdeelstelsel .................................................................... 21

2.5.1

Maatstaf OZB: WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven ................................ 21

2.5.2

Maatstaven, gewichten, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen ................ 21

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen.................................................................... 26 3.1

Inleiding.......................................................................................................... 26

3.2

Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen.............................. 26

1.

Uitvoeringskosten Omgevingswet ........................................................................ 29

2.

Impulsbudget arbeidsmarktregio's ....................................................................... 29

3.

Impulsbudget sociale infrastructuur ..................................................................... 29

4.

Alleenverdienersproblematiek ............................................................................. 30

5.

Begeleiding jongeren naar werk .......................................................................... 31

6.

Faciliteitenbesluit opvangcentra ........................................................................... 31

7.

Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties ............................................... 31

8.

Versterking arbeidsmarktregio’s .......................................................................... 32

9.

Natuur bij Energieprojecten ................................................................................ 33

10.

Aanpak laaggeletterdheid ............................................................................... 33

Meicirculaire gemeentefonds 2025

3

4

11.

Work in Nederland ......................................................................................... 33

12.

Basisregistratie Personen (BRP): centralisering inschrijving vergunninghouders ..... 34

13.

Landelijke aanpak adreskwaliteit (LAA) ............................................................ 34

14.

Gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen ................................................... 35

15.

Natuurbrandpreventie en -mitigatie ................................................................. 35

16.

Behoud sociale voorzieningen Groningen .......................................................... 35

17.

Einde lening inburgeringsplichtig (ELIP)............................................................ 35

18.

Preventie aanpak van jeugdcriminaliteit ........................................................... 36

19.

Toekomstbestendig maken energiebeleid .......................................................... 36

20.

Slavernijverleden........................................................................................... 36

21.

Maatschappelijke begeleiding .......................................................................... 37

22.

Aanpak flakka problematiek ............................................................................ 37

23.

Veilige Steden ............................................................................................... 37

24.

Realisatie energietransitie ............................................................................... 37

25.

Weerbare gemeenschappen tegen ondermijnende criminaliteit ............................ 38

26.

LHBTI beleid Regenboogsteden ....................................................................... 38

27.

Knelpunten verdeelproblematiek ..................................................................... 38

28.

Loon- en prijsbijstelling 2025 Participatie.......................................................... 38

29.

Loon- en prijsbijstelling 2025 Beschermd wonen ............................................... 39

30.

Rijksbijdrage sociale infrastructuur .................................................................. 39

31.

IU Participatie: Afschaffen lage-inkomensvoordeel ............................................. 39

32.

Wsw extrapolatie ........................................................................................... 40

3.3

Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen ...................................................................................................................... 40

3.3.1

Armoedebestrijding kinderen ............................................................................. 40

3.3.2

Kinderen in een AZC ......................................................................................... 41

3.3.3

Voorschoolse voorzieningen peuters ................................................................... 41

3.3.4

Vrouwenopvang ............................................................................................... 41

3.3.5

Maatschappelijke opvang................................................................................... 41

3.3.6

Nationaal Actieplan Dakloosheid ......................................................................... 42

Overige mededelingen .............................................................................................. 43 4.1

Inleiding.......................................................................................................... 43

4.2

Gemeentefondstotalen, bevoorschotting en nominale ontwikkelingen...................... 43

4.3

Landelijk gemiddelde kengetal belastingcapaciteit ................................................ 44

4.4

Advies raming ruimte onder het plafond BCF ....................................................... 44

4.5

Redelijk peil 2026 ............................................................................................. 45

4.6

Integraal overzicht financiën gemeenten ............................................................. 45

4.7

Analyse gemeentebegrotingen ........................................................................... 45

4.8

Website gemeentefinanciën: www.findo.nl ........................................................... 45

4.9

Aanleveren Iv3-gegevens in JSON-formaat .......................................................... 45

4.10

Iv3-informatievoorschrift 2025 1.2 ..................................................................... 46

Meicirculaire gemeentefonds 2025

4

4.11

Stopzetten EMU-enquête en verzamelen beleidsindicatoren bestuur en organisatie via Iv3 ................................................................................................................. 46

Bijlagen........................................................................................................................ 47 Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2025 ............................................ 48 Bijlage 2.1.2 Bedragen per eenheid 2025 per cluster ....................................................... 50 Bijlage 2.1.3 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2026 ............................................ 52 Bijlage 2.1.4 Bedragen per eenheid 2026 per cluster ....................................................... 54 Bijlage 2.2.1 Opbouw algemene uitkeringen 2025-2030 ................................................... 56 Bijlage 2.2.2 Overzicht mutaties 2024 BTW-compensatiefonds .......................................... 57 Bijlage 2.4.1 Suppletie-uitkering bommenregeling ........................................................... 58 Bijlage 2.5.2 Volumina maatstaven 2025-2030 ............................................................... 59 Bijlage 3.2-1 Decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten Omgevingswet ............................ 62 Bijlage 3.2-2 Decentralisatie-uitkering Impulsbudget arbeidsmarktregio’s........................... 66 Bijlage 3.2-3 Decentralisatie-uitkering Impulsbudget sociale infrastructuur .........................

67 Bijlage 3.2-4 Decentralisatie-uitkering Alleenverdienersproblematiek ................................. 70 Bijlage 3.2-5 Decentralisatie-uitkering Begeleiding jongeren naar werk .............................. 74 Bijlage 3.2-6 Decentralisatie-uitkering Faciliteitenbesluit opvangcentra .............................. 75 Bijlage 3.2-7 Decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus .......................... 76 Bijlage 3.2-8 Decentralisatie-uitkering Versterken arbeidsmarkregio’s ................................ 80 Bijlage 3.2-9 Decentralisatie-uitkering Natuur bij energieprojecten .................................... 81 Bijlage 3.2-10 Decentralisatie-uitkering Aanpak laaggeletterdheid ..................................... 82 Bijlage 3.2-11 Decentralisatie-uitkering Work in Nederland ............................................... 83 Bijlage 3.2-12 Decentralisatie-uitkering BRP centralisering inschrijving vergunninghouders .. 84 Bijlage 3.2-13 Decentralisatie-uitkering Landelijke aanpak adreskwaliteit ........................... 85 Bijlage 3.2-14 Decentralisatie-uitkering Gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen ......... 89 Bijlage 3.2-15 Decentralisatie-uitkering Natuurbrandpreventie en -mitigatie ....................... 93 Bijlage 3.2-17 Decentralisatie-uitkering Einde lening inburgeringsplichtig ...........................

94 Bijlage 3.2-20 Decentralisatie-uitkering Slavernijverleden ................................................ 98 Bijlage 3.2-21 Decentralisatie-uitkering Maatschappelijke begeleiding ................................ 99 Bijlage 3.2-27 Decentralisatie-uitkering Knelpunten verdeelproblematiek ..........................100 Bijlage 3.3.1 Decentralisatie-uitkering Armoedebestrijding kinderen .................................101 Bijlage 3.3.2 Decentralisatie-uitkering Kinderen in een AZC .............................................105 Bijlage 3.3.3 Decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorziening peuters ...........................108 Bijlage 3.3.5 Decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang ......................................112 Bijlage 3.3.6 Decentralisatie-uitkering Nationaal Actieplan Dakloosheid .............................113 Bijlage 4.5 Redelijk peil 2026 .......................................................................................114

Meicirculaire gemeentefonds 2025

5

Meicirculaire gemeentefonds 2025

6

1

Hoofdpunten

1.1

Inleiding

Deze circulaire informeert gemeenten over de gemeentefondsuitkeringen. Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. Daarnaast bepalen factoren als specifieke uitkeringen, belastingopbrengsten, gemeentelijke heffingen, gemeentelijke rentebaten, dividendopbrengsten en grondexploitatie mede de inkomsten van gemeenten. Zij vallen echter buiten het bestek van deze circulaire. In deze circulaire vindt de verwerking plaats van de mutaties uit de Voorjaarsnota 2025 en de bijbehorende Eerste Suppletoire Begroting 2025. Dit hoofdstuk bevat een beknopte weergave van de belangrijkste mutaties uit de circulaire. De indeling van de circulaire is afgestemd op de soorten uitkeringen die het gemeentefonds kent: de algemene uitkering, de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. 1.2

Algemene uitkering

Accres Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. De jaarlijkse toe- en afname van het gemeentefonds wordt het accres genoemd. In deze circulaire is een nieuwe accresraming opgenomen voor de jaren 2026 en verder. Daarnaast is de definitieve afrekening van de accrestranche 2025 verwerkt. Het accres wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product (bbp). Plafond BTW-compensatiefonds Deze circulaire biedt informatie over de definitieve afrekening van de ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF) over 2024. Bij Miljoenennota 2025 werd de ruimte onder het plafond voor 2024 voor de gemeenten geraamd op € 447 miljoen. Bij de definitieve afrekening blijkt deze ruimte te zijn afgenomen met € 115 miljoen. De totale ruimte onder het plafond van 2024 is € 332 miljoen. Dit wordt verrekend met het gemeentefonds. Extra middelen gemeenten en jeugd Voor 2025 tot en met 2027 komt circa € 3 miljard cumulatief voor gemeenten beschikbaar voor jeugdzorg en voor de terugval in 2026 in het gemeentefonds. Zie ook paragraaf 3.6 van de Voorjaarsnota 2025. Voor 2028 en verder worden de beheersmaatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd versterkt en worden aanvullende maatregelen uitgewerkt.

Hervormingsagenda Jeugd Deze post betreft het overboeken van op de Aanvullende Post gereserveerde middelen voor de Hervormingsagenda Jeugd. Het gaat om een bedrag van € 356 miljoen in 2026 variërend tot € 342 miljoen in 2030.

Meicirculaire gemeentefonds 2025

7

1.3

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen

De circulaire bevat voor uitkeringsjaar 2025 en verder ook een aantal wijzigingen in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Het gaat zowel om de aanpassing van bestaande als om nieuwe uitkeringen. In hoofdstuk 3 is een compleet overzicht opgenomen. De belangrijkste wijzigingen die in deze circulaire verwerkt zijn betreffen: -

De decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten Omgevingswet. Bij deze circulaire wordt € 80,7 miljoen beschikbaar gesteld zodat de ontvangende partijen in hun transitie ervoor kunnen zorgdragen dat ze aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. De decentralisatie-uitkering Impulsbudget arbeidsmarktregio’s. De arbeidsregio’s ontvangen in de periode 2025-2028 een tijdelijk impulsbudget van in totaal € 148,5 miljoen. Deze middelen maken het mogelijk om samen slagkracht te bevorderen en gezamenlijke dienstverlening (bijvoorbeeld op het gebied van werk, scholingsinstrumenten of -trajecten) te ontwikkelen met de partners in de arbeidsmarktregio.

-

De integratie-uitkeringen Participatie en Beschermd wonen zijn geïndexeerd. De uitgekeerde loon- en prijsbijstelling 2025 bedraagt € 102,4 miljoen voor Participatie en € 87,2 miljoen voor Beschermd wonen.

Meicirculaire gemeentefonds 2025

8

2 2.1

Algemene uitkering Inleiding

Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag aan algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via maatstaven, zoals het inwonertal en de oppervlakte van een gemeente, een aan de maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor (de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor). Die drie componenten zijn aan wijzigingen onderhevig. Dit hoofdstuk geeft informatie over de aanleiding voor die wijzigingen en over de uitwerking ervan. In paragraaf 2.2 worden de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering behandeld en in paragraaf 2.3 worden de consequenties daarvan voor de verdeling aangegeven. Paragraaf 2.4 bevat overige mededelingen over de algemene uitkering. Paragraaf 2.5 informeert de gemeenten over een aantal gegevens voor de berekening van de algemene uitkering, te weten: maatstaven, gewichten en uitkeringsfactoren. Het totaal van alle wijzigingen vindt zijn neerslag in de bijlagen 2.1.1 tot en met 2.1.4, die overzichten bevatten van maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren. De algemene uitkering is vrij besteedbaar voor gemeenten. Eventuele opmerkingen die over de algemene uitkering in deze circulaire worden gemaakt, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer.

Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken. 2.2

Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering

Tabel 2.2.1 bevat de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering over de periode 2025 tot en met 2030 ten opzichte van de decembercirculaire 2024. Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering kunnen het gevolg zijn van: 1. Algemene mutaties Deze mutaties hebben betekenis voor de financiële ruimte van de gemeenten, zonder veranderingen in het takenpakket. 2. Taakmutaties Deze mutaties hebben betrekking op taakmutaties bij gemeenten en hebben corresponderende gevolgen voor inkomsten of uitgaven. De mutaties zijn geordend volgens de clusterindeling van het gemeentefonds om gemeenten een overzicht te bieden per beleidsterrein. De clusterindeling, naar gelijksoortige gemeentelijke beleidsvelden, is een hulpmiddel bij het onderhoud van de verdeling. De clusterindeling heeft geen gevolgen voor de bestedingsvrijheid van de algemene uitkering. Met de clusterindeling wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te

omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken.

Meicirculaire gemeentefonds 2025

9

Tabel 2.2.1 geeft een totaalbeeld van de mutaties in de omvang van de algemene uitkering van circulaire op circulaire. De mutaties hebben betrekking op 2025 en verder en worden onder de tabel toegelicht. In bijlage 2.2.1 zijn de mutaties uit tabel 2.2.1 samengenomen met de mutaties uit eerdere circulaires. Deze bijlage geeft een totaalbeeld van de mutaties van jaar op jaar. Tabel 2.2.1 Ontwikkeling algemene uitkering, mutaties ten opzichte van de decembercirculaire 2024 (in duizenden euro's)

stand decembercirculaire 2024 1) 1a) 1b) 2) 3)

algemene mutaties Accres tranches en incidentele compensatie in grondslag Bijstelling accres-tranches Incidentele compensatie in grondslag Afrekening ruimte onder plafond BCF 2024 Diversen

2025

2026

2027

2028

2029

2030

40.199.757

39.480.802

41.263.253

42.919.214

44.729.480

44.729.480

370.384

494.140

541.726

560.562

652.797

2.881.439 -63.150

-114.671

-144

taakmutaties cluster Individuele voorzieningen Jeugd 4) 4a) 4b) 4c) 4d) 4e) 4f) 5)

Extra middelen gemeenten en jeugd Demping terugval gemeentefonds 2026 Tekorten voor rekening Rijk Groeipad maatregelen Hervormingsagenda Eigen bijdrage jeugdzorg Sturen op trajectduur jeugdzorg Indexeren opbrengst Hervormingsagenda Hervormingsagenda Jeugd

6)

Kinderopvang pleegouders

7)

cluster Individuele voorzieningen Wmo Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo

225.000

8)

Wmo hulpmiddelen

10.000

9)

Aanpassen regeling dienstverlening aan huis

1.800

10)

Overgangsrecht levenslang

414.000

13.200

400.000 414.000 498.000

422.000 414.000 447.000

412.000 414.000

414.000 414.000

424.000 414.000

274.416

-260.000 -68.000 -507.000 313.079

-260.000 -68.000 -507.000 342.338

-260.000 -68.000 -507.000 342.338

356.126 13.200

13.200

3.100

3.100

3.100

1.800

1.800

1.800

1.800 1.157

cluster Participatie 11)

IBO Problematische schulden

12)

Correctie extrapolatie participatie

18.670 8.315

cluster Bestuur en ondersteuning 13)

Kiescollege niet ingezetenen

14)

BRP centralisering inschrijving vergunninghouders

stand deze circulaire

237 -3.125

-3.125

-3.125

-3.125

-3.125

-3.125

40.898.452

41.889.943

43.374.270

43.785.630

45.719.390

47.904.210

Toelichting 1.

Accres tranches en incidentele compensatie in grondslag

1a. Accres tranches Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. De jaarlijkse toe- en afname van het gemeentefonds en het provinciefonds wordt het accres genoemd. In deze circulaire is een nieuwe accresraming opgenomen voor de jaren 2026 en verder. Daarnaast is de definitieve afrekening van de accrestranche 2025 verwerkt. Vanaf 2024 is het accres gekoppeld aan de bbp-normeringssystematiek. Uitgangspunt is dat de fondsen meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product volgen. De normering wordt gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. De volumeontwikkeling van de fondsen wordt gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp, waardoor het fonds minder schommelt. Het prijsdeel volgt de prijsontwikkeling van het bbp van het lopende jaar, waardoor de fondsen reëel ‘op niveau’ blijven. Conform Rijksbrede systematiek wordt de index in het voorjaar van het lopende jaar definitief.

Meicirculaire gemeentefonds 2025

10

Het betreft een generieke normering die naar eigen inzicht van een individuele gemeente kan worden ingezet. Het accres is voor het jaar 2025 bij Voorjaarsnota 2025 definitief vastgesteld en de raming voor de jaren 2026 en verder is geactualiseerd op basis van de ontwikkeling van het bbp van het Centraal Economisch Plan (CEP) door het Centraal Planbureau (CPB). In tabel 2.2.2 tabel zijn de actuele cijfers opgenomen. Tabel 2.2.2 Indices

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Volume bbp (8-jaars gemiddelde)

2,16%

1,93%

1,82%

1,72%

1,61%

2,28%

Prijs bbp

3,63%

2,74%

2,52%

2,61%

2,50%

2,50%

Gecombineerde bbp index

5,87%

4,72%

4,39%

4,37%

4,15%

4,84%

Volume bbp (8-jaars gemiddelde)

2,16%

1,93%

1,77%

1,67%

1,56%

Prijs bbp

2,71%

2,65%

2,64%

2,42%

2,42%

Gecombineerde bbp index

4,93%

4,63%

4,46%

4,13%

4,02%

Volume bbp (8-jaars gemiddelde)

0,00%

0,00%

0,05%

0,05%

0,05%

Prijs bbp

0,92%

0,09%

-0,12%

0,19%

0,08%

Gecombineerde bbp index

0,94%

0,09%

-0,07% 0,24%

0,13%

Indices CPB bbp CEP 25

Indices CPB decembercirculaire 2024 (Miljoenennota 2025 inclusief revisie)

Verschil (nieuw-oud)

Tabel 2.2.3 bevat de grondslag en de huidige accres raming zoals opgenomen in de Voorjaarsnota 2025 op basis van de bbp cijfers uit het CEP 2025.

Meicirculaire gemeentefonds 2025

11

Tabel 2.2.3 Grondslag en accres Voorjaarsnota 2025 (inclusief CBS-revisie) Bedragen in miljoenen euro

2025

Gemeentefonds (voor zover onderdeel van de accresgrondslag; grondslag tranche 2025)

2027

2028

2029

2030

39.307 36.831 36.675 36.530 36.515 36.460

tranche 2025 volume tranche 2025 Prijs

2026

849

796

792

789

789

788

1.458

1.366

1.360

1.355

1.354

1.352

718

2.002

1.659

400

372

383

Mutaties in grondslag VJN in prijspeil 2025 Gemeentefonds (voor zover onderdeel van de accresgrondslag; grondslag voor tranche 2026-2030)

40.995 40.487 39.073 39.030 38.983

tranche 2026 volume tranche 2026 prijs

791

781

754

753

752

1.145

1.131

1.091

1.090

1.089

772

745

744

743

1.088

1.050

1.049

1.047

735

734

733

1.134

1.133

1.131

717

716

1.131

1.130

tranche 2027 volume tranche 2027 prijs tranche 2028 volume tranche 2028 prijs tranche 2029 volume tranche 2029 prijs tranche 2030 volume

1.056

tranche 2030 prijs

1.185

Cumulatief accres 2025-2030

2.307

4.098

5.924

7.652

9.494 11.722

Tabel 2.2.4 bevat het accres voor 2025 en verder zoals opgenomen in de decembercirculaire 2024. Tabel 2.2.5 bevat de mutaties in het accres tussen de stand decembercirculaire 2024 (inclusief Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)-revisie) en de stand Voorjaarsnota 2025. NB: De CBS-revisie is niet verwerkt in de stand Miljoenennota 2025, maar in de stand Voorjaarsnota 2025 1.

1

Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 36 600, nr. 41

Meicirculaire gemeentefonds 2025

12

Tabel 2.2.4 Accres stand decembercirculaire 2024 (MJN 2025 inclusief revisie) Bedragen in miljoenen euro

2025

2026

2027

2028

2029

tranche 2025 volume

849

795

792

789

789

1.088

1.019

1.015

1.011

1.011

746

742

740

739

1.043

1.039

1.035

1.035

712

710

709

1.081

1.077

1.077

699

699

1.031

1.030

tranche 2025 prijs tranche 2026 volume tranche 2026 prijs tranche 2027 volume tranche 2027 prijs tranche 2028 volume tranche 2028 prijs

680

tranche 2029 volume

1.072

tranche 2029 prijs 1.936

3.603

5.382

7.092

8.841

2025

2026

2027

2028

2029

0

0

0

0

0

370

347

345

344

343

tranche 2026 volume

46

39

14

14

tranche 2026 prijs

102

92

56

55

tranche 2027 volume

59

35

34

tranche 2027 prijs

6

-27

-28

tranche 2028 volume

35

35

tranche 2028 prijs

103

103

Totaal accres

Tabel 2.2.5 Mutatie sinds decembercirculaire 2024 Bedragen in miljoenen euro tranche 2025 volume tranche 2025 prijs

tranche 2029 volume

37

tranche 2029 prijs

60 370

Totaal accres

494

542

561

653

1b. Incidentele compensatie in grondslag De overgang van ‘trap-op trap-af’ systematiek naar de bbp-systematiek is grotendeels gecompenseerd voor de jaren 2024-2029. Het besluit tot het vervroegd invoeren van de nieuwe financieringssystematiek heeft invloed op de lopende begroting van gemeenten en provincies. Om die reden is besloten de impact hiervan volledig (2024) en deels (2025) te dempen. Ook voor 2026 tot en met 2029 vindt compensatie plaats (zie paragraaf 2.2.1c van de meicirculaire 2024 en Voorjaarsnota 2024 2).

2

Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 550, nr. 1, pg. 262

Meicirculaire gemeentefonds 2025

13

De compensatie voor het jaar 2029 (€ 63,2 miljoen) zit als gevolg van de extrapolatie van het budget van 2029 naar 2030 in de grondslag voor 2030. Middels deze mutatie wordt de grondslag gecorrigeerd. 2.

Afrekening ruimte onder plafond BCF 2024

De bijdrage van het Rijk aan het BCF is geplafonneerd. Het plafond van het BCF is sinds 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals die volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds en provinciefonds. Het plafond van het BCF wordt daarnaast aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met toevoegingen of onttrekkingen aan het BCF. Hierdoor hebben decentralisaties geen effect op de ruimte onder het plafond van het BCF. Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het gemeente- en het provinciefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond komt het verschil ten gunste van het gemeente- en provinciefonds. Bij Miljoenennota 2025 werd de ruimte onder het plafond voor 2024 voor de gemeenten geraamd op € 447 miljoen. Bij de definitieve afrekening blijkt deze ruimte te zijn afgenomen met € 115 miljoen. De totale ruimte onder het plafond van 2024 is € 332 miljoen. Dit wordt verrekend met het gemeentefonds.

Bijlage 2.2.2 bevat zoals gebruikelijk een overzicht van alle mutaties van het plafond BCF. Het gaat om alle overboekingen die betrekking hebben op 2024. Er is een ondergrens gehanteerd van € 100.000.

Meicirculaire gemeentefonds 2025

14

3.

Diversen

Jaarlijks wordt de decentralisatie-uitkering Knelpunten verdeelproblematiek ten laste van de algemene uitkering geactualiseerd voor het extra jaar dat in de desbetreffende circulaire zichtbaar wordt. In dit geval gaat het om € 104.000 in 2030. Zie ook paragraaf 3.2.27 van deze circulaire. Daarnaast is er een negatieve bijstelling van € 40.000 vanwege de Wet visueel gehandicapten. Gelet op de geringe omvang van deze mutaties zijn deze verwerkt als algemene mutatie. 4.

Extra middelen gemeenten en jeugd

Voor 2025 tot en met 2027 komt circa € 3 miljard cumulatief voor gemeenten beschikbaar voor jeugdzorg en voor de terugval in 2026 in het gemeentefonds. Zie ook paragraaf 3.6 van de Voorjaarsnota 2025. Voor 2028 en verder worden de beheersmaatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd versterkt en worden aanvullende maatregelen uitgewerkt. De bijbehorende middelen worden verdeeld via het cluster Individuele voorzieningen jeugd. Hieronder een toelichting op de bijbehorende reeksen. 4a. Demping terugval gemeentefonds 2026 Er wordt structureel € 424 miljoen beschikbaar gesteld voor de terugval in het gemeentefonds. In 2026 is het een bedrag van € 400 miljoen en voor 2030 en verder een bedrag van € 424 miljoen. 4b. Tekorten voor rekening Rijk De deskundigencommissie Van Ark adviseert om het tekort in het budget voor jeugdzorg in gelijke delen te verdelen over Rijk en gemeente. De structurele kosten voor het Rijk zijn € 414 miljoen. 4c. Groeipad maatregelen Hervormingsagenda Het ingroeipad van de maatregelen van de Hervormingsagenda wordt verzacht. Hiervoor is in 2026 € 498 miljoen en in 2027 een bedrag van € 447 miljoen beschikbaar. De volledige besparing van de Hervormingsagenda wordt in 2028 gerealiseerd. 4d. Eigen bijdrage jeugdzorg Er wordt een eigen bijdrage ingevoerd voor jeugdzorg per 1 januari 2028. De maatregel moet jaarlijks € 260 miljoen opleveren. 4e.

Sturen op trajectduur jeugdzorg Rijk en gemeenten gaan met de sector afspraken maken over hoe we beter kunnen sturen op trajectduur. Deze maatregel moet jaarlijks € 68 miljoen opleveren vanaf 2028. 4f.

Indexeren opbrengst Hervormingsagenda

De besparingsopgave van de Hervormingsagenda Jeugd is in prijs- en volumepeil 2019 ingeboekt. Er is een hogere besparing te veronderstellen aangezien prijs en volume sinds 2019 zijn gestegen. De omvang van deze besparing is jaarlijks € 507 miljoen vanaf 2028.

Meicirculaire gemeentefonds 2025

15

5.

Hervormingsagenda Jeugd

Deze post betreft het overboeken van op de Aanvullende Post gereserveerde middelen voor de Hervormingsagenda Jeugd. Het gaat om een bedrag van € 356 miljoen in 2026 variërend tot € 342 miljoen in 2030. Over de verdeling van een deel van deze middelen vindt nog gesprek plaats. In deze circulaire vindt de verdeling plaats van € 333 miljoen in 2026 tot € 320 miljoen in 2030. De te verdelen middelen worden toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen jeugd. 6.

Kinderopvang pleegouders

Er wordt in 2025, 2026 en 2027 € 10,7 miljoen per jaar beschikbaar gesteld als bijdrage voor de kosten die pleegouders maken voor kinderenopvang en buitenschoolse opvang van hun pleegkinderen. Hierbij is rekening gehouden met pleegouders in het gedwongen en het vrijwillig kader. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) werkt met de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen, Jeugdzorg Nederland en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) uit hoe deze middelen aan pleegouders worden uitgekeerd. In het najaar van 2025 zal dit nader worden gecommuniceerd. Zodra meer bekend is over deze uitwerking zullen de middelen worden verdeeld. Vanaf 2028 is € 600.000 structureel beschikbaar gesteld als bijdrage voor de kosten die pleegouders maken voor kinderopvang en buitenschoolse opvang van hun pleegkinderen. De verdere uitwerking hiervan volgt in het licht van de stelstelherziening kinderopvang. Zodra meer bekend is over deze uitwerking zullen de middelen worden verdeeld. Daarnaast is per 2025 structureel € 2,5 miljoen beschikbaar voor de vergoeding van bijzondere kosten aan pleegouders in het vrijwillig kader. Dit zal ook gepaard gaan met een wijziging van de Regeling Jeugdwet. De € 2,5 miljoen wordt toegevoegd aan het gemeentefonds en verdeeld via het cluster Individuele voorzieningen jeugd. 7.

Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo

In de Voorjaarsnota 2023 is besloten dat het abonnementstarief in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 wordt afgeschaft en dat in de plaats daarvan vanaf 2026 de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo opnieuw wordt ingevoerd, zie ook paragraaf 2.2.13 van de meicirculaire 2023. Hiervoor wordt het wetsvoorstel Vervanging abonnementstarief Wmo 2015 voorbereid. De inwerkingtreding van deze wet is nu voorzien per 1 januari 2027 in plaats van per 1 januari 2026. Dat betekent dat de besparing van € 225 miljoen voor het jaar 2026, die in de Voorjaarsnota 2023 in het gemeentefonds is verwerkt vervalt. De € 225 miljoen wordt toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen Wmo. 8.

Wmo hulpmiddelen

Het scheiden van wonen en zorg in de Wet langdurige zorg (Wlz) leidt bij gemeenten tot meerkosten. Bepaalde hulpmiddelen die bij zorg met verblijf vanuit de Wlz worden gefinancierd, worden bij andere leveringsvormen vanuit de Wmo gefinancierd. De

Meicirculaire gemeentefonds 2025

16

meerkosten van gemeenten worden gedekt vanuit de Wlz. Voor 2025 zijn er in de Voorjaarsnota 2024 reeds middelen overgeboekt naar het gemeentefonds (zie meicirculaire 2024 paragraaf 2.2.12). In 2026 gaat het om een totaalbedrag van € 10 miljoen. De bijbehorende middelen worden toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen Wmo. 9.

Aanpassen regeling dienstverlening aan huis

Vanaf 1 januari 2026 valt het persoonsgebonden budget (pgb) niet meer onder de Regeling Dienstverlening Aan Huis (RDAH). Dit betekent dat pgb-budgethouders, afhankelijk van het type arbeidscontract, zowel de premieafdrachten als de doorbetalingen bij ziekte binnen hun pgb-budget moeten bekostigen. In sommige gevallen kan dit ertoe leiden dat het pgbbudget van de budgethouder niet toereikend is, en dat de budgethouder ook niet de ruimte ervaart om de zorgvraag aan te passen. Hiervoor is vanaf 2026 structureel € 1,8 miljoen beschikbaar. De bijbehorende middelen worden toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen Wmo. 10. Overgangsrecht levenslang De meerjarenraming strekt zich met ingang van deze circulaire uit tot en met het jaar 2030. Daardoor wordt in de tabel het onderwerp ‘overgangsrecht levenslang’ in 2030 zichtbaar. Deze mutatie betreft een correctie op de extrapolatie van extramurale zorgkosten binnen de Wmo en/of Jeugdwet. Cliënten met een verblijfsindicatie voor een hoog zorgzwaartepakket op 31 december 2014 hebben een overgangsrecht gekregen voor onbepaalde tijd. Door dit overgangsrecht voor onbepaalde tijd zullen deze cliënten structureel hun extramurale zorg (bijvoorbeeld in de vorm van persoonsgebonden budget) afnemen ten laste van de Wlz in plaats van ten laste van de Wmo of de Jeugdwet.

Om dit voor gemeenten te corrigeren, wordt voor 2030 een bedrag van € 1,2 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd. Zie ook paragraaf 2.2.13 van de meicirculaire 2024. De bijbehorende middelen worden toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen Wmo. 11. IBO Problematische schulden Het kabinet voert een pakket aan maatregelen in om problematische schulden fundamenteel aan te pakken. Dit pakket is gebaseerd op het basispakket uit het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Problematische schulden 3. Voor 2025 worden voor het onderdeel: ‘vroegsignalering’ middelen overgemaakt naar het gemeentefonds. Het gaat om een totaalbedrag van € 18,7 miljoen. De bijbehorende middelen worden toegevoegd aan het cluster Participatie. 12. Correctie extrapolatie participatie In 2018 zijn door de betrokken departementen: het ministerie van Financiën, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), afspraken gemaakt over de overheveling van de onderdelen

3 Kabinetsreactie IBO Problematische schulden

Meicirculaire gemeentefonds 2025

17

Wet werk en arbeidsondersteuning Jonggehandicapten (Wajong) en Wet sociale werkvoorziening (Wsw)-Regulier werk van de integratie-uitkering Participatie naar de algemene uitkering. Deze overheveling is in de meicirculaire met ingang van 2023 uitgevoerd (zie ook paragraaf 2.2.13 en 3.2.3 van de meicirculaire 2022). Bij de overheveling zijn de departementen overeengekomen om de meerjarige oploop van deze twee onderdelen jaarlijks via een correctie op de extrapolatie te blijven compenseren, zoals ook te doen gebruikelijk was bij de integratie-uitkering Participatie. Deze oploop komt voort uit de invoering van de Participatiewet en de bijbehorende instroom van de nieuwe doelgroepen (voorheen Wajong en Wsw). In het extrapolatiejaar 2030 leidt dit tot een correctie van € 8,3 miljoen. Deze middelen worden toegevoegd aan het cluster Participatie. 13. Kiescollege niet ingezetenen De organisatie van de verkiezing van de leden van het kiescollege niet-ingezeten voor de Eerste Kamer en de ondersteuning ervan worden gedaan door de gemeente Den Haag. De gemeente wordt hiervoor gecompenseerd via een verhoging van de uitkering uit het gemeentefonds. De verkiezing is elke vier jaar, dus de gemeente Den Haag krijgt elk jaar een vierde deel van de totale kosten van een verkiezing als vergoeding. Deze bedraagt € 236.880. Zie ook paragraaf 2.2.15 van de meicirculaire 2024.

De bijbehorende middelen worden toegevoegd aan het cluster Bestuur en ondersteuning (via maatstaf Verkiezingen Den Haag). 14. Basisregistratie Personen (BRP): centralisering inschrijving vergunninghouders Enkele gemeenten ontvangen een bijdrage in verband met het inrichten en in stand houden van een zogeheten BRP-straat (zie ook paragraaf 4.2.8 van de meicirculaire 2016). Vanwege de toename van het aantal inschrijvingen ten opzichte van de startsituatie en de gestegen kosten wordt er € 3,1 miljoen ten laste van de algemene uitkering toegevoegd aan de decentralisatie-uitkering. De middelen worden onttrokken aan het cluster Bestuur en ondersteuning. Zie ook paragraaf 3.2.12 van deze circulaire. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2.12.

2.3

Verdeling mutaties algemene uitkering

De verdeelwijze van de mutaties uit paragraaf 2.2 is in tabel 2.3.1 weergegeven. De verdeelwijze bestaat uit een wijziging in de uitkeringsfactor of het gewicht (bedrag per eenheid) van één of meer maatstaven van het cluster waaronder de mutatie valt. De cijfermatige uitwerking is opgenomen in paragraaf 2.5.

Meicirculaire gemeentefonds 2025

18

Tabel 2.3.1 Verdeelwijze mutaties algemene uitkering Mutatie

Verdeelwijze

taakmutaties cluster Individuele voorzieningen Jeugd Extra middelen gemeenten en jeugd

via maatstaven cluster

Hervormingsagenda Jeugd

via maatstaven cluster

Kinderopvang pleegouders

via maatstaf jongeren

cluster Individuele voorzieningen Wmo Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo

via maatstaven cluster

Wmo hulpmiddelen

via maatstaven cluster

Aanpassen regeling dienstverlening aan huis

via maatstaven cluster

Overgangsrecht levenslang

via maatstaven cluster

cluster Participatie IBO Problematische schulden

via maatstaven cluster

Correctie extrapolatie participatie

via maatstaven cluster

cluster Bestuur en ondersteuning Kiescollege niet ingezeten

via maatstaf verkiezingen Den Haag

BRP centralisering inschrijving vergunninghouders

via maatstaven cluster

2.4

Overige mededelingen algemene uitkering

2.4.1

Bommenregeling

Gemeenten kunnen in aanmerking komen voor een bijdrage in de gemaakte kosten voor het opsporen en ruimen van ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog (WOII). De bommenregeling is geen Rijkssubsidie, maar een regeling die wordt gefinancierd uit het gemeentefonds. Het doel van het gemeentefonds is om iedere gemeente een gelijkwaardige financiële uitgangspositie te geven, zodat gemeenten een gelijkwaardig voorzieningenniveau kunnen realiseren tegen gelijke belastingdruk: mensen moeten in principe toegang hebben tot hetzelfde voorzieningenniveau en dat mag niet afhankelijk zijn van de plek waar iemand woont. In dit kader moet ook de bommenregeling worden gezien. Het is een regeling ván gemeenten, vóór gemeenten: De idee achter de regeling is, conform de doelstelling van het gemeentefonds, dat gemeenten die veel kosten hebben op het gebied van het ruimen van ontplofbare oorlogsresten, hier beperkt financieel nadeel van ondervinden ten opzichte van andere gemeenten die hier niet mee te maken hebben. Alle uitkeringen in het kader van de bommenregeling worden door alle gemeenten gezamenlijk gedragen.

Meicirculaire gemeentefonds 2025

19

Bovenstaande maakt dat de bommenregeling alleen geldt voor de kosten van gemeenten en/of particuliere vondsten. Voor de kosten die door waterschappen of provincies worden gemaakt geldt dat deze niet worden vergoed. Deze organisaties hebben hun eigen inkomsten en vallen daarom niet onder deze regeling. Dit geldt ook voor (semi)-overheid en non-profit organisaties zoals het Rijksvastgoedbedrijf, Rijkswaterstaat, ProRail, Staatsbosbeheer, drinkwaterbedrijven en netwerkbeheerders. Verder is het richtsnoer dat de bommenregeling in het gemeentefonds niet is bedoeld voor het compenseren van private partijen voor kosten die anders door de markt zouden worden gedragen. In het raadsbesluit moet expliciet worden verklaard dat de kosten alleen de kosten, exclusief btw, van gemeenten en/of particuliere vondsten betreffen. Er hoeft geen verdere onderbouwing te worden overlegd. Voor meer informatie over de bommenregeling zie, Bommenregeling gemeentefonds | Brochure | Rijksoverheid.nl. Bijlage 2.4.1 vermeldt de gemeenten die in 2025 op basis van de ingediende aanvraag een uitkering ontvangen, inclusief de bijbehorende bedragen. Het totaalbedrag van de bommenregeling 2025 bedraagt circa € 12,4 miljoen. Dit bedrag is exclusief het bedrag voor berging van vliegtuigwrakken van € 3,9 miljoen (zie hieronder).

Binnen het Nationaal Programma Berging vliegtuigwrakken met nog vermiste vliegers uit de Tweede Wereldoorlog zijn locaties vastgesteld waar zich mogelijk te bergen vliegtuigwrakken met stoffelijke resten bevinden. De afgelopen jaren hebben in verschillende gemeenten bergingen plaatsgevonden. In 2024 heeft in dit kader de berging plaatsgevonden van een Britse Vickers Wellington bommenwerper in Holwerd en een Duits Messerschmitt Bf 109 jachtvliegtuig in de Noarderleech. Beide locaties bevinden zich in de gemeente Noardeast-Fryslân. In beide vliegtuigwrakken zijn stoffelijke resten gevonden. Voor bergingen die onderdeel uitmaken van het Nationaal Programma ontvangen de betreffende gemeenten via de bommenregeling een bijdrage van 100 procent voor de door hen gemaakte kosten. Op basis van het ingediende raadsbesluit met daarin de gemaakte kosten ontvangt de gemeente Noardeast-Fryslân in 2025 een bedrag van € 3,9 miljoen. In het najaar van 2025 staan de berging van een Messerschmitt Bf 109 in Heerde en een Lancaster bommenwerper in Dronten gepland.

Meicirculaire gemeentefonds 2025

20

2.5

Veranderingen in het verdeelstelsel

2.5.1

Maatstaf OZB: WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven

De jaarlijkse aanpassing van de gewichten (rekentarieven) van de verdeelmaatstaf onroerendezaakbelasting (OZB) is doorgevoerd. De uitkomst van de verdeelmaatstaf OZB wordt bepaald door de omvang van de Waardering onroerende zaken (WOZ)-waarde en een daaraan gekoppeld gewicht, het zogenaamde rekentarief. Er worden drie WOZ-waarden onderscheiden: voor eigenaren woningen, eigenaren niet woningen en gebruikers nietwoningen. Er zijn daarom drie rekentarieven. Door marktontwikkelingen kan de WOZwaarde sterk fluctueren. Het is staand beleid om voor het effect van deze marktontwikkelingen te corrigeren, door middel van een aanpassing van de rekentarieven van de verdeelmaatstaf OZB. De correctie is op nationaal niveau. De aanpassing van de rekentarieven van de verdeelmaatstaf OZB is afgestemd op de WOZtijdvakken. Op 1 januari 2025 begint een nieuw WOZ-tijdvak met waardepeildatum 1 januari 2024. Bij de aanpassing van de rekentarieven is de vaste werkwijze toegepast: het rekentarief wordt naar beneden (of naar boven) bijgesteld om de stijging (of daling) van de OZB-maatstaf als gevolg van de stijging (of daling) van de WOZ-waarde van woningen en niet-woningen ongedaan te maken. De maatstaf groeit alleen met de inflatie mee (prijs Nationale Bestedingen, pNB).

De marktontwikkeling tussen 1 januari 2024 en 1 januari 2025 bij woningen wordt, op basis van informatie van de Waarderingskamer, geschat op 10,5%. Voor niet-woningen wordt de waardeontwikkeling over dezelfde periode geschat op 2%. De inflatie (pNB) in die periode bedraagt volgens de ramingen van het CPB 4,2%. Het rekentarief voor eigenaren woningen komt na aanpassing op 0,0862%, voor eigenaren niet-woningen op 0,3145% en voor gebruikers niet-woningen op 0,2393%. De aangepaste rekentarieven zijn ook opgenomen in bijlage 2.1.3. 2.5.2

Maatstaven, gewichten, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen

De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor (zie uitleg verderop). De verkregen uitkomst moet daarnaast worden opgehoogd met enkele uitkeringsonderdelen binnen de algemene uitkering die buiten het format van aantal eenheden en bedragen per eenheid vallen. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de maatstaven, de bedragen per eenheid, de uitkeringsfactor en de overige uitkeringsonderdelen.

Meicirculaire gemeentefonds 2025

21

Maatstaven Voor uitkeringsjaar 2025 is de definitie van de maatstaf Huishoudens met een laag inkomen met drempel gewijzigd zoals aangekondigd in de septembercirculaire 2024 (paragraaf 2.5). Voor 2025 zal worden uitgegaan van een tweejarig gemiddelde van de maatstaf huishoudens met een laag inkomen met drempel. Het tweejarig gemiddelde zal worden berekend op basis van de gegevens van t-2 en t-3. Meer informatie over de berekeningswijze van de verdeelmaatstaven van de algemene uitkering voor dat uitkeringsjaar kunt u vinden in de toelichting op de berekening van de uitkering uit het gemeentefonds 2025 4. De maatstaven leerlingen voorgezet onderwijs, leerlingen (voortgezet) speciaal onderwijs en extra groei leerlingen voortgezet onderwijs zullen deze circulaire niet geactualiseerd worden. De actualisatie van deze maatstaven zal in de septembercirculaire plaatsvinden. Bedragen per eenheid •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=0c6eaabe-0335-4078-b6c3-8bb4f2197b87