CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

21. Ervaren in bewegen - Verordening Jeugdhulp Vught 2026 (geanonimiseerd)

Raadsvergadering 5 maart 2026, gemeente VughtBij agendapunt: Categorie I-A Externen4.387 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

od

Outlook

Verzoek tot verspreiding

van

open

brief over

Verordening Jeugdhulp Vught 2026

(geanonimiseerd) ervareninbewegen.nl>

Van

Datum

Di 24-2-2026

17:16

Aan

Griffie Gemeente

Vught <griffie@vught.nl>

(geanonimiseerd) Ù 4 bijlagen (629 kB) Brief

college uitspraken.pdf; aan

en

Let op: Deze

denk

Geachte

gemeenteraad.pdf; bijlage1 oplegnotitie vught.pdf; bijlage2

mail komt

voordatje op

na

van een

buiten

onze

link klikt of

wetsartikelen jeugdwet.pdf; bijlage3 crvb

organisatie. Help mee om onze organisatie veilig te houden bijgevoegd bestand opent.

en

een

heer/mevrouw,

Hierbij verzoeken wij u vriendelijk om onze open brief betreffende de Verordening Jeugdhulp Vught 2026 te verspreiden onder alle leden en fracties van de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders, en de Adviesraad Sociaal Domein. Deze brief,

gedateerd 24 februari 2026, is opgesteld door zeven gecontracteerde vaktherapiepraktijken in Vught en omstreken. Wij maken ons ernstige zorgen over de gevolgen van artikel 11 van de nieuwe verordening voor de toegang tot vaktherapie voor kwetsbare kinderen. De brief bevat een juridische analyse, verwijzingen naar relevante jurisprudentie, en concrete vragen aan het college en de raad. Wij verzoeken

u

1. De

agendapunt op te nemen

brief als

om: voor

de

commissievergadering Sociaal Domein

van

5

maart 2026. 2. De

brief

digitaal

te

verspreiden onder de alle raadsleden, het college van B&W,

Sociaal Domein. 3. Ons te

bevestigen dat de brief is ontvangen

en

verspreid.

Bijgevoegd treft u aan: -

-

-

-

De open

brief (PDF)

Bijlage 1: Oplegnotitie Verordening Jeugdhulp Vught 2026 Bijlage 2: Uittreksels Jeugdwet (art. 2.3 en 2.6) Bijlage 3: Samenvattingen CRvB-uitspraken 29 mei 2024

Wij hopen op Met

uw

medewerking

vriendelijke groet,

(geanonimiseerd)

en

staan graag

bereid

voor

verdere

toelichting.

en

de Adviesraad

Namens

zeven

Ervaren in

gecontracteerde Praktijken voor Vaktherapie

Bewegen

(geanonimiseerd)

OPEN BRIEF

Verordening Jeugdhulp Vught 2026 — de gevolgen van artikel 11 voor vaktherapie en de kinderen die dit nodig hebben Gericht aan: alle fracties gemeenteraad Vught | college van B&W | Adviesraad Sociaal Domein

Datum: 24 februari 2026 Kenmerk: VAKT/NOB/2026-01 Betreft: Verordening Jeugdhulp Vught 2026 – gevolgen voor vaktherapie en de rechten van Vughtse kinderen

Geadresseerden Oppositiefracties — Gemeenteraad Vught D66

Fractie D66 Vught — Leeuwensteinplein 5, 5261 LX Vught

PvdA-GroenLinks

Fractie PvdA-GroenLinks Vught — Leeuwensteinplein 5, 5261 LX Vught

SP

Fractie SP Vught — Leeuwensteinplein 5, 5261 LX Vught

SamenLokaal

Fractie SamenLokaal Vught — Leeuwensteinplein 5, 5261 LX Vught

Coalitiefracties — Gemeenteraad Vught Gemeentebelangen

Fractie Gemeentebelangen Vught — Leeuwensteinplein 5, 5261 LX Vught

VVD

Fractie VVD Vught — Leeuwensteinplein 5, 5261 LX Vught

CDA

Fractie CDA Vught — Leeuwensteinplein 5, 5261 LX Vught

College van Burgemeester en Wethouders Burgemeester

Mw. C.N.A. (Chantal) Nijkerken-de Haan

Wethouder Jeugd

Dhr. M.F.H. (Mark) du Maine — portefeuille Sociaal Domein / Jeugd

Wethouder Jeugd & Jongerenwerk

Dhr. J.H.L. (Jos) den Otter — portefeuille Jeugd- en jongerenwerk

Adviesraad Sociaal Domein Vught Adviesraad

Stichting Adviesraad Sociaal Domein gemeente Vught — adviesraadsociaaldomein@vught.nl

Geacht college, geachte raadsleden van alle fracties, geachte leden van de Adviesraad Sociaal Domein,

1. Aanleiding en reden van deze brief Op 1 januari 2026 is de Verordening Jeugdhulp gemeente Vught 2026 in werking getreden. Wij zijn zeven vaktherapiepraktijken die via de Regionale Inkooporganisatie Zorg (RIOZ) van

Noordoost-Brabant gecontracteerd zijn om vaktherapie aan Vughtse kinderen te leveren. Pas op 20 januari 2026 werden wij op de hoogte gesteld van de inhoud van deze verordening en de gevolgen ervan voor onze praktijken en voor de jeugdigen die wij behandelen. Wij zijn op geen enkel moment betrokken geweest bij de voorbereiding of besluitvorming. Wij richten deze open brief aan alle fracties van de gemeenteraad — oppositie én coalitie — aan het college van burgemeester en wethouders, en aan de Adviesraad Sociaal Domein. Wij doen dit omdat de nieuwe verordening naar onze overtuiging juridisch kwetsbare bepalingen bevat die de toegang van kwetsbare kinderen tot noodzakelijke zorg ernstig belemmeren. Dit vraagt om brede politieke aandacht, transparantie richting de Vughtse kiezers en een constructieve dialoog — vóór de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart 2026. Wij schrijven niet enkel als individuele aanbieders, maar als zeven gecontracteerde praktijken die samen een wezenlijk deel uitmaken van het Vughtse jeugdhulpaanbod op het gebied van vaktherapie. Wij doen dit niet uit eigenbelang, maar uit zorg voor de kinderen voor wie vaktherapie de enige werkzame behandelroute is.

2. Wat is vaktherapie en waarom is het relevant? Vaktherapie is een erkende, ervaringsgerichte behandelvorm voor kinderen en jongeren met psychische problematiek, licht verstandelijke beperkingen en psychosociale problematiek. Zij werkt via beeldende therapie, muziektherapie, dramatherapie, psychomotorische therapie en danstherapie — niet via gesprek. Vaktherapie bereikt kinderen die door hun leeftijd, beperking, trauma of psychische toestand niet of nauwelijks bereikbaar zijn voor verbale gesprekstherapie. Het is daarmee voor een specifieke groep kwetsbare jeugdigen de enige werkzame behandelroute. Vaktherapeuten zijn door de gemeente — via RIOZ — gecontracteerd om deze zorg te leveren. Die contractuele relatie is een wederzijdse verbintenis: de aanbieder levert zorg, de gemeente zorgt voor doorverwijzing en betaling. Artikel 11 van de nieuwe verordening trekt eenzijdig aan die verbintenis — zonder dat wij als contractpartij zijn gekend.

3. Onze inhoudelijke bezwaren Wij hebben drie samenhangende bezwaren tegen de nieuwe verordening. Ten eerste vormt artikel 11 van de verordening een drempel voor vaktherapie die niet wordt gerechtvaardigd door de Jeugdwet. De gemeente erkent in haar eigen oplegnotitie (21 oktober 2025) dat zij “een stevigere juridische grondslag” nodig had “om de toegang tot vaktherapie meer te begrenzen.” Dat de grondslag moest worden verzwaard, impliceert dat de vorige grondslag onvoldoende was — en dus dat de inperking eerder ook niet rechtmatig was. De Jeugdwet verplicht gemeenten een passend aanbod te hebben voor jeugdigen met aantoonbare hulpbehoeften; een verordening kan die plicht niet wegschrijven. Ten tweede staat de versmalling van de huisartsverwijsroute op gespannen voet met artikel 2.6 van de Jeugdwet. Dit artikel garandeert dat jeugdigen na een verwijzing door een huisarts of jeugdarts toegang hebben tot jeugdhulp. Dit artikel is bij amendement opgenomen met 149 van de 150 stemmen in de Tweede Kamer. Rechters hebben herhaaldelijk geoordeeld dat gemeenten een verwijzing van een arts niet zomaar naast zich neer mogen leggen zonder een eigen, onafhankelijk medisch tegenadvies. De nieuwe verordening beperkt de verwijsroute tot uitsluitend gecontracteerd aanbod én voegt aanvullende toetsmomenten toe die niet in de wet staan.

Ten derde zijn wij als gecontracteerde aanbieders niet betrokken geweest bij de totstandkoming van de verordening, terwijl onze dienstverlening er direct door wordt geraakt. Dit is in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het zorgvuldigheidsbeginsel (artikel 3:2 Awb) en het beginsel van fair play.

4. Relevante jurisprudentie Op 29 mei 2024 deed de Centrale Raad van Beroep drie richtinggevende uitspraken (ECLI:NL:CRVB:2024:1095/1096/1097) over gemeentelijke verordeningen jeugdhulp. De CRvB oordeelde dat verordeningen die de begrippen ‘eigen kracht’ en ‘probleemoplossend vermogen’ onvoldoende uitwerken, onvoldoende rechtszekerheid bieden aan burgers en als grondslag voor een beschikking buiten toepassing kunnen worden gelaten. Vught erkent in haar eigen oplegnotitie dat deze uitspraken aanleiding gaven voor herziening van de verordening. Wat de gemeente echter niet erkent, is dat diezelfde uitspraken ook de grenzen aangeven van wat gemeenten mág doen: een verordening mag de jeugdhulpplicht van artikel 2.3 Jeugdwet niet uithollen. Indien artikel 11 van de nieuwe Vughtse verordening leidt tot weigering van zorg die medisch noodzakelijk is vastgesteld, zal de bestuursrechter de bepaling bij de eerstvolgende concrete zaak buiten toepassing laten. Dit betekent dat de gemeente Vught zich blootstelt aan juridische procedures, schadeclaims en reputatieschade — terwijl de beoogde bezuiniging niet wordt gerealiseerd. Wij wijzen hierop niet als dreigement, maar als feitelijke analyse op basis van vaste rechtspraak.

4a. Grenzen aan de gemeentelijke bevoegdheid: normering van behandelinhoud Naast de hierboven genoemde uitspraken van de Centrale Raad van Beroep is recentelijk door het Gerechtshof Den Haag geoordeeld dat een financier van zorg geen kwantitatieve of hiërarchische voorwaarden mag stellen aan de rol van een regiebehandelaar of aan het aandeel vaktherapie binnen een behandeling (ECLI:NL:GHDHA:2025:1322, 1 juli 2025). Het hof overwoog dat de inrichting van een multidisciplinaire behandeling primair behoort tot de professionele verantwoordelijkheid van de zorgverleners en niet door de financier inhoudelijk mag worden genormeerd. Hoewel deze uitspraak betrekking had op de Zorgverzekeringswet, is de onderliggende rechtsvraag vergelijkbaar: in hoeverre mag een publieke financier inhoudelijke voorwaarden stellen aan de behandelstructuur? De Jeugdwet geeft gemeenten een voorzieningstaak en inkoopbevoegdheid, maar kent geen grondslag om de professionele behandelhiërarchie tussen zorgverleners wettelijk vast te leggen. Indien artikel 11 van de Verordening Jeugdhulp Vught 2026 ertoe strekt dat vaktherapie uitsluitend onder verantwoordelijkheid van een regiebehandelaar mag worden uitgevoerd, dan betreft dit niet slechts een toegangsvoorwaarde, maar een inhoudelijke normering van de behandelstructuur.

Daarmee begeeft de gemeente zich buiten de grenzen van haar wettelijke bevoegdheid (ultra vires), nu de Jeugdwet geen basis biedt om een erkende behandelvorm structureel afhankelijk te maken van een andere beroepsgroep. Dit raakt niet alleen de toegang tot zorg, maar ook de professionele autonomie van zorgverleners en de systematiek van het landelijke zorgrecht. Indien deze bepaling in een concreet geval leidt tot weigering van passende jeugdhulp, ligt exceptieve toetsing door de bestuursrechter voor de hand.

4b. Verhouding tot de contractuele inkoop van vaktherapie De gemeente Vught heeft vaktherapie ingekocht via de Regionale Inkooporganisatie Zorg (RIOZ) en de ondertekenaars zijn op basis daarvan gecontracteerd om jeugdhulp te leveren aan Vughtse jeugdigen. Met deze contractering heeft de gemeente uitdrukkelijk vastgesteld dat vaktherapie onderdeel vormt van het lokaal beschikbare jeugdhulpaanbod.

Indien een gemeentelijke verordening vervolgens zodanige aanvullende voorwaarden stelt dat verwijzing naar of uitvoering door gecontracteerde aanbieders feitelijk niet of slechts bij hoge uitzondering mogelijk wordt, ontstaat spanning tussen de publiekrechtelijke normstelling en de privaatrechtelijke contractverhouding. De verordening beïnvloedt dan niet alleen de toegang tot zorg voor jeugdigen, maar ook de uitvoerbaarheid van een door de gemeente zelf ingekochte voorziening. Van een overheid mag worden verwacht dat zij bij het vaststellen van regelgeving rekening houdt met de gerechtvaardigde verwachtingen die zij bij contractpartijen heeft gewekt en met de continuïteit van zorg voor jeugdigen die op basis van die contractering worden behandeld. Indien een regeling de uitvoering van een overeengekomen prestatie structureel belemmert, rijst de vraag of nog wordt voldaan aan de vereisten van zorgvuldige besluitvorming en evenwichtige belangenafweging als bedoeld in artikel 3:2 en 3:4 Awb. Wij verzoeken het college daarom te verduidelijken hoe artikel 11 zich verhoudt tot de via RIOZ gesloten overeenkomsten en op welke wijze is gewaarborgd dat deze gecontracteerde zorg ook daadwerkelijk beschikbaar blijft voor Vughtse jeugdigen.

5. Onze vragen aan het college en de raad Wij verzoeken de raad onderstaande vragen schriftelijk voor te leggen aan het college, bij voorkeur als schriftelijke raadsvragen of als agendapunt in de commissievergadering Sociaal Domein van 5 maart 2026: 1. Op welke datum en wijze zijn gecontracteerde jeugdhulpaanbieders — waaronder vaktherapieaanbieders — geïnformeerd over de inhoud van de nieuwe verordening en de gevolgen ervan voor hun praktijk? Is er inspraakmogelijkheid geboden en zo niet, waarom niet? 2. Artikel 11 van de verordening stelt de toegang tot vaktherapie aan aanvullende voorwaarden. Op welke juridische grondslag is dit gebaseerd en hoe verhoudt dit zich tot de zorgplicht van artikel 2.3 Jeugdwet en het recht op toegang na huisartsverwijzing op grond van artikel 2.6 Jeugdwet? 3. Heeft het college een juridische toetsing laten uitvoeren van artikel 11 in het licht van de drie CRvB-uitspraken van 29 mei 2024? Zo ja, wat was de uitkomst? Zo nee, is het college bereid dit alsnog te laten uitvoeren? 4. Hoeveel kinderen in Vught ontvangen op dit moment vaktherapie of staan op een wachtlijst daarvoor? Wat is de verwachte impact van de nieuwe verordening op deze groep? 5. De gemeente heeft vaktherapie gecontracteerd via RIOZ.

Heeft het college RIOZ en de gecontracteerde vaktherapieaanbieders geïnformeerd over de gevolgen van artikel 11 voor hun contractuele positie? Zo nee, acht het college dit in lijn met de contractuele zorgvuldigheidsplicht? 6. Op welke wijze borgt het college dat jeugdigen voor wie een huisarts vaktherapie heeft geïndiceerd, niet zonder adequate vervangende hulp komen te zitten als de verordening hun toegang tot de gekozen aanbieder blokkeert? 7. Is het college bereid een uitvoeringstoets te laten uitvoeren op de effecten van artikel 11 voor de meest kwetsbare doelgroepen?

8. Overweegt het college aanpassingen aan artikel 11 als blijkt dat de bepaling in de praktijk leidt tot ontoelaatbare belemmeringen in de toegang tot medisch noodzakelijke zorg voor kinderen?

6. Ons verzoek Aan de gemeenteraad verzoeken wij de bovenstaande vragen als schriftelijke raadsvragen in te dienen bij het college en dit onderwerp te agenderen voor de commissievergadering Sociaal Domein van 5 maart 2026 — de laatste vergadering vóór de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart 2026. Gelet op die verkiezingen is er een bijzondere politieke verantwoordelijkheid om op dit dossier transparantie te bieden aan de Vughtse kiezers. Aan het college verzoeken wij de gestelde vragen binnen de wettelijke termijn schriftelijk te beantwoorden en ons uit te nodigen voor een gesprek over de gevolgen van artikel 11 voor de kinderen die wij behandelen en voor onze contractuele positie. Aan de Adviesraad Sociaal Domein verzoeken wij een gevraagd of ongevraagd advies uit te brengen over artikel 11 van de verordening, vanuit het perspectief van de Vughtse burger en de kinderen die vaktherapie nodig hebben. Wij melden ons aan als insprekers voor de commissievergadering van 5 maart 2026 via de griffie (griffie@vught.nl) en zijn bereid tot verdere toelichting op elk van de bovenstaande punten.

Ondertekening Deze open brief wordt ondertekend door de vertegenwoordigers van de onderstaande zeven gecontracteerde vaktherapiepraktijken in de regio Noordoost-Brabant, allen aangesloten via RIOZ: Naam / Praktijk

Discipline

Jeroen van der Meer

Psychomotorische therapie

Ervaren in Bewegen

Ruud Haex Psychomotor

Berry Juriens PMT Den Bosch

Psychomotorische therapie

Psychomotorische therapie

Handtekening

Maud van Oorschot

Dramatherapie

Regionaal Centrum Vaktherapie

Yvonne de Hoog Praktijk voor PMT en Systeem Boxtel

Esther Huijbers

Psychomotorische therapie

Dramatherapie

Dramatherapie Boxtel

Romy Wijers Doeners Praktijk

Psychomotorische Therapie

Steunbetuiging Vaktherapie Nederland (FVB) Vaktherapie Nederland (Federatie Vaktherapeutische Beroepen) ondersteunt de strekking van deze open brief en erkent de rechtmatige bezwaren van de ondertekenaars tegen artikel 11 van de Verordening Jeugdhulp Vught 2026. Vaktherapie Nederland staat de ondertekenaars bij in hun streven naar een juridisch houdbare en inhoudelijk verantwoorde toegang tot vaktherapie voor alle kinderen die dit nodig hebben. Bestuur FVB | info@vaktherapie.nl | (030) 28 00 432

Bijlagen bij deze brief

–

Bijlage 1 — Oplegnotitie Verordening Jeugdhulp Vught 2026 (21 oktober 2025, openbaar)

–

Bijlage 2 — Uittreksels artikel 2.3 en 2.6 Jeugdwet, geldend per 1 januari 2026

–

Bijlage 3 — Samenvattingen CRvB 29 mei 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1095/1096/1097 Bijlage 4 — RIOZ-raamovereenkomst vaktherapie (vertrouwelijk, ter inzage beschikbaar bij griffie)

–

Contactadres voor correspondentie: Jeroen van der Meer — Ervaren in Bewegen Esscheweg 105 | 5262 TV Vught Jeroen@ervareninbewegen.nl | 06-28503803 Namens: Ervaren in Bewegen (Jeroen van der Meer) | Psychomotor (Ruud Haex) | PMT Den Bosch (Berry Juriens) | Regionaal Centrum Vaktherapie (Maud van Oorschot) | Praktijk voor PMT en Systeem Boxtel (Yvonne de Hoog) | Dramatherapie Boxtel (Esther Huijbers) | Doeners Praktijk (Romy Wijers)

Bijlage 1 — Oplegnotitie Verordening Jeugdhulp Vught 2026 Behorend bij de brief aan de oppositiefracties van de gemeenteraad Vught, d.d. 20 februari 2026

Over dit document De oplegnotitie "Verordening Jeugdhulp Vught 2026" is een officieel bestuurlijk document van de gemeente Vught, opgesteld op 21 oktober 2025 ten behoeve van de besluitvorming door de gemeenteraad. Het document is openbaar en beschikbaar via het raadsinformatiesysteem van de gemeente Vught. In deze oplegnotitie erkent de gemeente Vught zelf:

"een stevigere juridische grondslag is nodig om de toegang tot vaktherapie meer te begrenzen (zie artikel 11)" "andere verwijzers dan de gemeenten kunnen alleen verwijzen naar gecontracteerd zorgaanbod, dit is onvoldoende beschreven in de huidige verordening" "er zijn drie uitspraken geweest van de Centrale Raad van Beroep die vragen om herziening van onze verordening"

Deze citaten zijn afkomstig uit de oplegnotitie zelf en tonen aan dat de gemeente bewust heeft gekozen voor inperking van vaktherapie als bezuinigingsmaatregel, en niet op basis van inhoudelijke of medisch-therapeutische overwegingen.

Hoe te verkrijgen De volledige oplegnotitie is openbaar beschikbaar via het raadsinformatiesysteem van de gemeente Vught:

Documentnaam

Oplegnotitie Verordening Jeugdhulp Vught 2026

Datum

21 oktober 2025

Vindplaats

vught.bestuurlijkeinformatie.nl

Documenttype

Raadsvoorstel / oplegnotitie (openbaar)

Dossiernummer

Raadsvoorstel Verordening Jeugdhulp Vught 2026

Indien het document niet meer raadpleegbaar is via het raadsinformatiesysteem, kan het worden opgevraagd via een Woo-verzoek (Wet open overheid) bij de gemeente Vught of via de griffie van de gemeenteraad.

Bijlage 2 — Uittreksels Jeugdwet: Artikel 2.3 en Artikel 2.6 Behorend bij de brief aan de oppositiefracties van de gemeenteraad Vught, d.d. 20 februari 2026

Toelichting De onderstaande wetsartikelen vormen de juridische kern van de bezwaren die de aanbieder heeft geuit ten aanzien van de Verordening Jeugdhulp Vught 2026. Artikel 2.3 Jeugdwet regelt de jeugdhulpplicht van het college; artikel 2.6 Jeugdwet garandeert de toegang tot jeugdhulp na verwijzing door de huisarts, jeugdarts of medisch specialist. Beide artikelen zijn geldend per 1 januari 2026 (Stb. 2025, 274).

Artikel 2.3 Jeugdwet — Jeugdhulpplicht van het college Lid 1

Indien naar het oordeel van het college een jeugdige of een ouder jeugdhulp nodig heeft in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen en voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn, treft het college ten behoeve van de jeugdige die zijn woonplaats heeft binnen zijn gemeente, voorzieningen op het gebied van jeugdhulp. In de gevallen bedoeld in de eerste volzin voorziet het college ook in maatregelen, indien dat nodig is in verband met een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering.

Lid 2

De jeugdige of zijn ouders kunnen bij het college een verzoek indienen om te voorzien in een voorziening op het gebied van jeugdhulp.

Lid 3

Indien een jeugdige of een ouder in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, behoefte heeft aan jeugdhulp die niet in de gemeente beschikbaar is of die uitsluitend buiten de gemeente beschikbaar is, zorgt het college ervoor dat de jeugdige of zijn ouder op adequate wijze worden verwezen naar de desbetreffende zorg.

Toelichting bij artikel 2.3

Artikel 2.3 is de kern van de gemeentelijke zorgplicht voor jeugdigen. Het artikel schept een resultaatsverplichting: als een jeugdige jeugdhulp nodig heeft én de eigen kracht ontoereikend is, moet het college voorzien in een passende voorziening. Het college heeft beoordelingsruimte bij de toepassing, maar die ruimte is begrensd: de verordening moet de begrippen "eigen mogelijkheden" en "probleemoplossend vermogen" uitwerken (CRvB 29 mei 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1095-1097).

Artikel 2.6 Jeugdwet — Toegang via verwijzers Lid 1, aanhef

Het college is er in ieder geval verantwoordelijk voor dat:

sub a

er een kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod is om aan de taken als bedoeld in de artikelen 2.2, 2.3 en 2.4, tweede lid, onderdeel b, te kunnen voldoen;

sub b

jeugdhulp op een laagdrempelige en herkenbare manier wordt aangeboden en te allen tijde bereikbaar en beschikbaar is in situaties waar onmiddellijke uitvoering van taken is geboden;

sub c

degenen die beroepsmatig met jeugdigen werken deskundig advies kunnen krijgen over vragen en problemen met betrekking tot opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen;

sub e ★

jeugdhulp ook toegankelijk is na verwijzing door de huisarts, de jeugdarts en de medisch specialist naar een jeugdhulpaanbieder, onverminderd de daarbij te hanteren professionele standaard.

Toelichting bij artikel 2.6, sub e

Sub e is de zogeheten "huisartsroute". Dit onderdeel is bij amendement aan de Jeugdwet toegevoegd en aangenomen met 149 van de 150 stemmen in de Tweede Kamer. Het artikel is dwingend geformuleerd: het college is "in ieder geval" verantwoordelijk voor toegankelijkheid na huisartsverwijzing. Dit laat het college geen beleidsvrijheid om een categorie hulpverlening (zoals vaktherapie) categorisch van deze route uit te sluiten. Enkel bij gegronde, door een onafhankelijk medisch deskundige onderbouwde twijfel aan de verwijzing is eigen onderzoek van de gemeente gerechtvaardigd.

Bronnen

Jeugdwet, geldend per 1 januari 2026 (Stb. 2025, 274 / Stb. 2025, 283). Vindplaats: wetten.overheid.nl, BWBR0034925. Kamerstukken II 2012/13, 33 684, nr. 3 (Memorie van Toelichting Jeugdwet). Kamerstukken II 2013/14, 33 684, nr. 91 (Amendement huisartsverwijzing).

Bijlage 3 — Samenvattingen uitspraken CRvB 29 mei 2024 Behorend bij de brief aan de oppositiefracties van de gemeenteraad Vught, d.d. 20 februari 2026

Inleiding: waarom zijn deze uitspraken relevant? Op 29 mei 2024 deed de Centrale Raad van Beroep (CRvB) — de hoogste bestuursrechter in zaken over sociale zekerheid en jeugdhulp — drie gelijktijdige uitspraken over gemeentelijke verordeningen jeugdhulp. De uitspraken stellen strenge eisen aan de inhoud van gemeentelijke verordeningen en scheppen een kader waarbinnen ook de Verordening Jeugdhulp Vught 2026 moet worden beoordeeld. De gemeente Vught erkent in haar eigen oplegnotitie (21 oktober 2025) dat deze uitspraken aanleiding waren voor herziening van de verordening. De vraag is of de nieuwe verordening de lat van de CRvB haalt — en in het bijzonder of artikel 11 over vaktherapie de toets doorstaat.

Gezamenlijke rechtsregel uit alle drie de uitspraken In alle drie de uitspraken formuleert de CRvB een overkoepelende rechtsregel (rechtsoverweging 4.5 in elk arrest):

"Uit de artikelen 2.3 en 2.9 van de Jw volgt, mede gelet op de wetsgeschiedenis, dat de algemene begrippen van artikel 2.3 nader dienen te worden uitgewerkt en geduid in een verordening op grond van artikel 2.9. Ten behoeve van de rechtszekerheid en ter voorkoming van willekeur dienen in de verordening regels te worden gesteld over het aanbod, de toekenningsvoorwaarden van een individuele voorziening en de wijze van beoordeling en afwegingsfactoren daarbij." CRvB 29 mei 2024, rechtsoverweging 4.5 (in alle drie de uitspraken gelijkluidend)

Dit betekent concreet dat een verordening die de begrippen "eigen kracht", "gebruikelijke hulp" en "probleemoplossend vermogen" niet voldoende uitwerkt, niet als rechtsgrondslag kan dienen voor een afwijzingsbesluit. De bestuursrechter laat zo'n verordening in die zaak buiten toepassing (exceptieve toetsing).

Uitspraak 1: ECLI:NL:CRVB:2024:1095 — Gemeente Vlissingen

Afwijzing pgb jeugdhulp wegens "eigen kracht" — verordening onvoldoende uitgewerkt ECLI:NL:CRVB:2024:1095 | CRvB 29 mei 2024 | nr. 22/631 JW Kern

Het college wees een pgb voor jeugdhulp af omdat de ouders "voldoende eigen kracht" zouden hebben. De verordening definieerde "gebruikelijke hulp" maar werkte de criteria voor eigen kracht niet uit. De CRvB oordeelde

dat dit onvoldoende is: de verordening bevat geen objectieve maatstaven voor de beoordeling. Uitkomst

Het hoger beroep slaagt. De verordening kon niet ten grondslag worden gelegd aan het afwijzingsbesluit. Het college moest een nieuw besluit nemen.

Belang voor Vught

Als de Vughtse verordening vaktherapie afwijst met een beroep op "eigen kracht" of "gebruikelijke zorg" zonder dat die begrippen concreet zijn uitgewerkt, is het besluit op dezelfde grond aantastbaar.

Uitspraak 2: ECLI:NL:CRVB:2024:1096 — Gemeente Hollands Kroon

Afwijzing persoonlijke verzorging/begeleiding — ongeoorloofde vermenging van bevoegdheden ECLI:NL:CRVB:2024:1096 | CRvB 29 mei 2024 | nr. 22/3327 JW Kern

Het college had de uitvoering, advisering én besluitvorming in jeugdhulp uitbesteed aan één externe organisatie (Wegwijs-type constructie). De CRvB oordeelde dat advisering, besluitvorming en uitvoering onafhankelijk van elkaar moeten worden uitgevoerd. Tevens schoot de verordening tekort in de uitwerking van eigen kracht.

Extra punt

De noodzakelijke deskundigheid van adviseurs moet in de verordening zijn geregeld — niet alleen in beleidsregels of nadere regels van het college. De uitbesteding aan Wegwijs+ in Vught vereist een zorgvuldige functiescheiding.

Uitkomst

Verordening bood onvoldoende rechtszekerheid. Besluit vernietigd, nieuw besluit vereist.

Belang voor Vught

In Vught voert Wegwijs+ de toegangsbeoordeling uit. Als advisering en besluitvorming niet voldoende zijn gescheiden, of als de deskundigheid van Wegwijs+-medewerkers niet in de verordening is geregeld, is de constructie kwetsbaar.

Uitspraak 3: ECLI:NL:CRVB:2024:1097 — Gemeente Groningen

Gedeeltelijke weigering individuele begeleiding — deskundigheid adviseur niet geborgd ECLI:NL:CRVB:2024:1097 | CRvB 29 mei 2024 | nr. 22/2689 JW Kern

Het college kende slechts 12 uur per week individuele begeleiding toe waar 23 uur was gevraagd. De verordening bevatte geen heldere afwegingscriteria voor de omvang van de voorziening, en de deskundigheid van de adviseur die het onderzoek had gedaan was niet in de verordening geregeld.

Extra punt

De CRvB oordeelde uitdrukkelijk dat ook de eisen aan de deskundigheid van de professional die de toegangsbeoordeling doet, in de verordening moeten staan — niet slechts in beleidsregels. Een verwijzing naar een

SKJ-registratie of andere kwalificatie volstaat niet als dit niet in de verordening zelf is vastgelegd. Uitkomst

Verordening schoot tekort. Besluit vernietigd. College veroordeeld tot proceskosten (€ 1.750,-).

Belang voor Vught

Als Vught in artikel 11 vaktherapie beperkt zonder een deugdelijk in de verordening vastgelegd beoordelingskader — inclusief de deskundigheidseis aan de toetsende professional — is artikel 11 langs dezelfde weg aantastbaar.

Aanvullende uitspraak: Rb. Noord-Nederland 7 februari 2025

Uitbreiding CRvB-lijn: ook afstemming met Zvw moet in verordening ECLI:NL:RBNNE:2025:930 | Rechtbank Noord-Nederland 7 februari 2025 Kern

In het verlengde van de CRvB-uitspraken oordeelde Rechtbank NoordNederland dat een gemeentelijke verordening ook moet regelen hoe de toegang tot jeugdhulp wordt afgestemd met zorg op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw). Dit volgt uit artikel 2.9 Jeugdwet.

Belang

Voor vaktherapie is dit relevant: als een deel van de vaktherapie mogelijk via de Zvw vergoed kan worden, moet de gemeente dit afstemmen en mag zij de aanvraag niet simpelweg doorverwijzen naar de zorgverzekeraar zonder eigen onderzoek.

Conclusie: toetsing Verordening Vught 2026 De CRvB-uitspraken leggen een drempeleis op die gemeentelijke verordeningen moeten halen. Voor de Verordening Jeugdhulp Vught 2026, en in het bijzonder artikel 11 over de beperking van vaktherapie, rijzen de volgende kritische vragen:

1

Bevat artikel 11 heldere, in de verordening zelf uitgewerkte toekenningsvoorwaarden en afwegingscriteria voor vaktherapie — of verwijst het slechts naar nadere regels van het college?

2

Is de deskundigheid van de professional die vaktherapie-aanvragen beoordeelt concreet in de verordening geregeld?

3

Is de relatie tussen de huisartsverwijsroute (art. 2.6 Jw) en de beperking in artikel 11 voldoende uitgewerkt, of staat artikel 11 op gespannen voet met de wet?

4

Is de afstemming met de Zvw geregeld voor situaties waar vaktherapie mogelijk deels via de zorgverzekering vergoed wordt?

Als één of meer van deze vragen ontkennend worden beantwoord, is artikel 11 op dezelfde gronden aantastbaar als de verordeningen die in de CRvB-uitspraken buiten toepassing werden gelaten. De bestuursrechter zal artikel 11 in een concrete zaak buiten toepassing verklaren, waardoor de gemeente de gevraagde vaktherapie alsnog moet verlenen en het risico loopt op proceskostenveroordeling.

Bronnen

CRvB 29 mei 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1095 — Gemeente Vlissingen (nr. 22/631 JW) CRvB 29 mei 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1096 — Gemeente Hollands Kroon (nr. 22/3327 JW) CRvB 29 mei 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1097 — Gemeente Groningen (nr. 22/2689 JW) Rb. Noord-Nederland 7 februari 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:930 Vindplaats: uitspraken.rechtspraak.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=549a8443-a499-4a62-9011-c4dfd22335c8