19. IVN Natuur- en milieugroep Vught - Zienswijze Conceptprogramma Grootschalige Opwek
Tekst van het document
Aan het College van B&W van Vught, per e-mail: zon-wind@vught.nl
BETREFT: ZIENSWIJZE OP CONCEPTPROGRAMMA GROOTSCHALIGE OPWEK Vught, 5 april 2024 Geacht College, Op het Conceptprogramma voor grootschalige opwek voor Vught (hierna: ‘Programma’) hebben wij de volgende zienswijze. Op 14 november 2021 stuurden wij u hierover al een preadvies. Op 19 maart 2024 kreeg u onze reactie op het concept-PlanMER. Deze zienswijze haakt daarop aan. 1.
2.
IVN/NMV komt op voor natuur, landschap en milieu. Wij zijn voor schone energie maar tegen schade aan natuur en landschap. Vanuit ons belang bij natuur en landschap dringen aan op grote voorzichtigheid met grootschalige opwek. Het Programma doet dat o.i. niet. We vinden de keuzes voor zoekgebieden te beperkt en menen dat er ook andere opties zijn voor groene energie in Vught. Dat er niets anders zou kunnen dan het Programma nu beziet is o.i. onvoldoende aangetoond. Ook zien we onvoldoende welke afwegingen zijn gemaakt waardoor de onderbouwing van de voorgestelde zoekgebieden niet duidelijk wordt. Faunaschade Wij onderschrijven de uitgangspunten van par. 5.2.2. van het Programma. Onder meer: voorkoming van aantas�ng van inheemse flora en fauna; verminderen van verstorende factoren; versterken van ecologische verbindingen; rekening houden met migra�eroutes van diersoorten. Ook de daar genoemde principes voor zonneparken moeten o.i. nauwletend worden nageleefd. Alle zoekgebieden zijn kwetsbaar voor schade door grootschalige opwek. Wij wezen u in voornoemde reactie op gebreken in de PlanMER en vroegen om zeer zorgvuldig aanvullend onderzoek.
3.
Op pag. 43 en 45 staat: “Gedurende een concreet project is specifiek onderzoek nodig om de effecten op weidevogels te bepalen.” Echter, niet alleen gedurende het project maar ook voorafgaand daaraan. En niet alleen naar weidevogels maar ook naar andere vogels, vleermuizen, vlinders, bevers en ander wild. Voordat de Raad een keuze voor een projectgebied maakt zal zorgvuldig onderzoek – volgens de vereiste protocollen - moeten aantonen of het ecologisch kan. De instandhoudingsdoelen van soorten mogen wetelijk niet in gevaar komen. Bij twijfel geldt het voorzorgprincipe. Ook moet terdege worden onderzocht of een project door mag gaan met mi�ga�emaatregelen. De Ecologische Risicoanalyse bij de PlanMER leidt tot grote zorgen over effecten op vogels in zoekgebieden 1 en 2.
4.
In onze eerdere reactie wezen wij erop dat zoekgebieden 1 en 2 zeer belangrijke en rijke vogel- en vleermuishabitats zijn. In de bijlage een lijst van hier waargenomen soorten. De Ecologische Risicoanalyse concludeert o.i. terecht: “Vanuit ecologisch oogpunt wordt het aanbevolen om het gebied ten noorden van het afwateringskanaal ’s-Hertogenbosch-Drongelen geheel te ontzien van plaatsing van zonneparken en/of windparken.” Het Programma legt niet uit waarom dat advies niet wordt gevolgd.
IVN / Natuur- en Milieugroep Vught – Duinoordseweg 20, 5268LM Helvoirt - info@nmvught.nl - www.nmvught.nl
5.
Landschapsschade: zoekgebied 1 Op pag. 43 van het Programma staat: “Zoekgebied 1 ligt in het landschap van de veenkolonie. Dit landschap wordt gekenmerkt door de grote schaal en het open landschap. Door de grote schaal leent dit type landschap zich voor de inpassing van windturbines. Windturbines zijn door hun maat en opgaande verschijningsvorm zeer zichtbaar in het landschap en kunnen dan ook het best worden ingepast in een grootschalig en robuust landschap.” Maar dit slaat de plank volledig mis! ‘Grootschalig’, ‘robuust’ en ‘open landschap’ hebben we hier niet. Integendeel. Dit is typisch historisch kleinschalig cultuurlandschap waarin zulke grote windturbines niet passen. Dit wordt hierna onderbouwd.
6.
Het Programma baseert zich op de Bijlage B-Landschappelijke Analyse. Die haalt de landschapstypering van het historisch landschappelijk informa�esysteem Histland. Histland bevat geografische gegevens over de ontginningsgeschiedenis van het Nederlandse landschap. Histland gee� geen kwalifica�es over de landschappelijke kwaliteiten. Waar de landschapsbeschrijving van het Programma zich op baseert is ons een raadsel.
7.
Het klopt dat zoekgebied 1 veranderde na de aanleg van het Drongelens Kanaal in 1911, waardoor het gebied beter werd ontwaterd. De kenmerken van de eer�jdse ‘Helvoirtsche Heide’ bleven echter goeddeels gelijk. Deze heide was eeuwenlang ‘gemeint’, gemeenschappelijk weidegebied. Na de ontwatering kwam er ook mais-, aardappel en aspergeteelt gekomen. Volgens het Programma is het gebied geologisch gezien een ‘Vlakte ontstaan door afgraving en/of egalisatie’. Hier is echter nooit veen afgegraven of turf gestoken, want dat was hier niet. Er is evenmin geëgaliseerd. Het landschap ontstond ongepland en min of meer organisch 1. Er is hier ook geen ruilverkaveling geweest waardoor de percelen rela�ef klein bleven. Zie de kadastrale indeling hieronder.
Kleinschalige verkaveling in zoekgebied 1
1
Achtergronddocument Landschap bij RES 1.0 Noordoost Brabant, pag. 63
2
8.
In het Achtergronddocument Landschap (bijlage 4a bij RES 1.0 Noordoost Brabant) staat o.m.: “In bijzondere landschappen als de Loonse en Drunense Duinen (…) zijn windturbines en zonneweiden onwenselijk. (…) Wees ook voorzichtig met bijzondere cultuurlandschappen zoals het Groene Woud, hier zijn lokaal alleen kleinschalige zonneweiden inpasbaar. Bovengenoemde gebieden vormen samen de ongerepte panorama’s, gebieden waarbinnen het natuur- en cultuurhistorische landschap dominant is en energieopwekking slechts op de achtergrond een rol speelt.” Alle zoekgebieden hier behoren tot het Groene Woud. In het achtergronddocument staat ook: “Tot op 2 à 3 kilometer afstand is een windturbine dominant in de beleving van het landschap”. Het Programma negeert deze uitgangspunten die de Raad vaststelde bij de RES voor Vught.
9.
Het RES-Achtergronddocument zegt over het landschap in zoekgebieden 1 en 2: “De maat en schaal van de oude (zand)ontginningen leent zich niet voor de toepassing van windenergie. Het relatief kleinschalige landschap staat niet in verhouding tot de maat van een windturbine en een landschapsversterkende opstelling is moeilijk te implementeren.” Dit geldt i.i.g. voor zoekgebied 1. De Gement is deels een iets jongere heideontginning. Daarover zegt het Achtergronddocument: “Sommige jonge heide-ontginningen zijn relatief klein(schalig) en/of van cultuurhistorische waarde. Hier zal gekeken moeten worden of windenergie passend is. In algemene zin zal voor alle jonge heide-ontginningen onderzocht moeten worden of de moderne, grote turbines (tiphoogte >200m) nog in maat aansluiten het landschap.” Het Programma hee� dat echter niet gedaan, noch aangetoond.
10.
Bureau BügelHajema schreef voor de gemeente Vught de Visie ‘Wonen in het buitengebied’ (door de Raad vastgesteld op 29 september 2022) met daarin deze Landschapskwaliteiten- en waardenkaart:
Landschapskwaliteiten en waardenkaart Vught – Visie Wonen in het Buitengebied – BügelHajema 2022
3
11.
Zoekgebied 1 is daarin ‘Kampen- en hoevenlandschap’ en ‘Jonge zandontginning’. Kenmerken: “Het kampen- en hoevenlandschap vormt de basis voor de kernkwaliteiten van het nationaal landschap Het Groene Woud. Het is een afwisselend open en besloten kamerlandschap bestaand uit dorpen, oude (bolle) akkers, bosjes en houtwallen. Karakteristiek voor dit landschap is dat het wordt doorspekt met landschapselementen zoals houtwallen en –singels, hakhoutbosjes en grienden, lanen, solitaire bomen, hoogstamboomgaarden en bloem- of kruidenrijke bermen en zomen. De jonge zandontginningen zijn de laatste delen die ontgonnen zijn in de gemeente. Deze gebieden hadden vaak een wat natter karakter, waardoor ze pas later interessant werden om te ontginnen. Hierdoor zijn de kavels wat smaller en langgerekt en worden ze van elkaar gescheiden door sloten. Zo kan het water sneller weg en worden de percelen bruikbaar voor met name grasland. Landschappelijke kernkwaliteiten: kleinschaligheid door afwisseling van akkers, weiden met bosjes en losstaande bomen; halfopen gebied; groene landschapselementen zoals kleine bosschages, bomenlanen en houtwallen; weide- en hooilanden; smalle kavels van elkaar gescheiden door sloten; zicht op waardevolle beplantingselementen.”
12.
Ook ligt hier een natuurcompensa�egebied nr. 2011_01, C2038710, Loon op Zand en Waalwijk, Ombouw N261. Het in 2011 overeengekomen natuurherstel kan geschaad worden door de plaatsing van windturbines in de direct nabijheid.
13.
Zoekgebied 1 ligt tussen twee Natura 2000 gebieden en fungeert als een verbindingszone voor vogels, zoogdieren en rep�elen. Dit gee� deze loca�e een groot risico op faunaschade. Al met al is zoekgebied 1 dus een kostbaar kleinschalig Meierijs cultuurlandschap met grote betekenis voor wettelijk beschermde flora en fauna. Dat hier gigan�sche windturbines zouden passen is onverantwoord.
14.
15.
Landschapsschade: zoekgebied 2 Zoekgebied 2 typeert het Programma eveneens als ‘veenkolonie’. Ook dit is historisch, geografisch en ecologisch onjuist. Een veenkolonie is een landschap dat ontstond doordat hoogveen werd afgegraven voor de produc�e van turf (Wiki). In de Gement is nimmer veen gestoken. De Visie ‘Wonen in het buitengebied’ typeert dit gebied daarentegen als Open Beemdengebied. Kenmerken: “Door de lage, natte ligging is dit gebied pas laat ontgonnen. Dat heeft geleid tot de rechte grootschalige verkaveling. De Vughtse Gement is van oudsher een belangrijk broedgebied voor weidevogels. Openheid is hierbij van belang. In dit landschap speelt opgaande beplanting een zeer ondergeschikte rol. Door de openheid en lage natte vegetatie is het een zeer aantrekkelijk gebied voor vogels. Zeer opvallend zijn twee historische eendenkooien met daaromheen de zogenaamde kooibossen. Door de openheid van het omringende landschap vallen deze clusters van groene massa extra op. Dit contrast is karakteristiek en waardevol om te beschermen. Een neveneffect van de landschappelijke
4
openheid is de zichtrelatie met de stadsrand van ‘s-Hertogenbosch. Dit zorgt voor een bijzondere relatie tussen de natuur en de stad.” Reusachtige windturbines zouden deze – door de gemeenteraad vastgestelde - landschapswaarden verstoren. 16.
In het Bestemmingsplan Buitengebied Vught 2022 heeft zoekgebied 2 de bestemming Agrarisch met waarden - Landschaps- en Natuurwaarden 2. Vanwege de landschapswaarden mogen bedrijfsgebouwen hier maximaal 10m hoog worden, silo’s 12m en er mogen geen onevenredige effecten op de aanwezige landschapswaarden zijn. Glastuinbouw is ook verboden.
17.
In de Structuurvisie van de provincie is zoekgebied 1 en 2 ‘groenblauwe mantelzone’, met als typering: “De mantel bestaat overwegend uit gemengd landelijk gebied met belangrijke nevenfuncties voor natuur en water. Het zijn gebieden grenzend aan het kerngebied natuur en water die bijdragen aan de bescherming van de waarden in het kerngebied. Het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, water (-beheer) en landschap is in de groenblauwe mantel een belangrijke opgave. (…) Ook een aantal groene gebieden door én nabij het stedelijk kralensnoer zijn onderdeel van de groenblauwe mantel.” En: “De gebieden van de groenblauwe mantel in de nabijheid van stedelijke omgeving richten zich vooral op het recreatieve gebruik en de beleving van het groenblauwe gebied dicht bij de stad. Stad en land komen hier nadrukkelijk samen, de gebieden zijn de groenblauwe dragers van het “stadteland”. Het gaat hier bijvoorbeeld over de Groene Delta 's-Hertogenbosch.” Ook deze structuurkernmerken zouden door windmolens ernstig geschaad worden.
Drongelens Kanaal 18. Het Programma zegt op pag. 43: “Het afwateringskanaal ’s-Hertogenbosch – Drongelen past qua maat en schaal bij windturbines. (…) Een lijn langs dit kanaal is landschappelijk het meest wenselijk. Dit accentueert het kanaal.” Dat is een niet onderbouwde mening, strijdig met alle eerdere besluiten die op dit gebied rusten. Het Drongelens Kanaal is o.i. voor windmolens géén passende omgeving. Om te beginnen is het Drongelens Kanaal hier overal Natura2000-gebied, omgeven door Natuurnetwerk Brabant. Zie de kaart hieronder.
5
19.
Volgens het Natura2000-aanwijzingsbesluit van 23 mei 2013 (par. 3.3 en 4.4) is het kanaalgebied aangewezen ter bescherming van de habitatrichtlijnsoorten Pimpernelblauwtje en Donker pimpernelblauwtje. Bouwen in of bij deze loca�e vereist toetsing aan de Habitatrichtlijn. De gronden langs het kanaal hebben in het Bestemmingsplan Buitengebied de bestemming Bos en (deels) ecologische verbindingszone. Aanlegwerken en opgaande bouwwerken zijn hier verboden.
20.
De agrarische stroken nabij het kanaal hebben in het bestemmingsplan de bestemming Agrarisch met landschapswaarden / cultuurhistorisch waardevol gebied. Hier is behoud, herstel en/of duurzame ontwikkeling van het open landschappelijke karakter, van ecologische en landschappelijke waarden en bescherming en instandhouding van het cultuurhistorisch waardevolle gebied verplicht. Hoger dan 12m (silo’s) mag hier niet gebouwd worden. Dezelfde beperkingen gelden in het Bestemmingsplan Heusden Buitengebied voor de aangrenzende velden in de gemeente Heusden.
21.
Op de Cultuurhistorische Waardenkaart 2016 van de Provincie is het kanaal aangeduid als cultuurhistorische landschap van provinciaal cultuurhistorisch belang ‘Beerse en Baardwijkse Overlaat’. Het cultuurhistorisch belang luidt: “Het gebied van de Beerse Overlaat weerspiegelt 700 jaar waterstaatgeschiedenis. Het systeem van de Beerse Maas was het meest uitgebreide overlaatstelsel van ons land. De inrichting en het gebruik van het gebied waren geheel op deze functie afgestemd. De vele landschapselementen vertellen het verhaal van deze bijzondere vorm van waterbeheer.” De ontwikkelingsstrategie hier luidt: “Behoud open landschap. Behoud en beleefbaar maken van eendenkooien, dijken, waterlopen, wielen, en terpen. Natuurontwikkeling, waterberging en stedelijke uitbreiding afstemmen op de cultuurhistorische identiteit van de Beerse Overlaat. Vergroten cultuurhistorische waardering door vergroting van beleving.” Plaatsing van windmolens zou deze strategie geheel tenietdoen.
22.
Alle vigerende bestuurlijke typeringen van de zoekgebieden 1 en 2 zijn dus volstrekt anders dan die in het Programma. Geen groot kanaal, geen ‘grootschalig en robuust landschap’, waarin windturbines niet zouden misstaan. Dat windturbines hier landschappelijk passend zouden zijn onderbouwt het Programma niet en is een miskenning van de werkelijkheid.
23.
Zoekgebied 4 is volgens het Programma minder geschikt, in elk geval voor wind. Wij onderschrijven de conclusie dat vanwege de cultuurhistorische waarden turbines hier lastig voorstelbaar zijn.
24.
Voor geen van de zoekgebieden geeft het Programma een deugdelijke onderbouwing dat windturbines er passend of mogelijk zijn. Zonnevelden zijn hier alleen mogelijk onder goede landschappelijke en ecologische voorwaarden. Wij vragen u om het Programma ter herzien. Met vriendelijke groet, (was getekend) Peggy Bannier, voorzitter Sander Wieringa, secretaris
6
Bijlage: SOORTEN IN DE GEMENT Onderstaand een lijst van beschermde soorten die in en bij de Vughtse Gement zijn waargenomen. Dit is een kwalitatief hoogwaardig vogelgebied. Rood = slechte staat van instandhouding, sterftetoename kritisch. Onderstreept = hoge kwetsbaarheid voor windmolens. Vet = tevens vallend onder Weidevogelconvenant. VOGELS Aalscholver Bergeend Bergeend Blauwborst Blauwe kiekendief Blauwe reiger Boerenzwaluw Bokje Bontbekplevier Bonte strandloper Bosruiter Brandgans Bruine kiekendief Buizerd Canadese gans Casarca Dodaars Gaai Gele kwikstaart Gierzwaluw Goudplevier Graspieper Grauwe gans Grauwe kiekendief Groenpootruiter Groene specht Grote Pieper Grote zilverreiger Havik Holenduif Houtduif Houtsnip Huiszwaluw IJslandse grutto Ijsvogel Kauw Kemphaan Kievit
Kleine Karekiet Kleine Plevier Kleine rietgans Kleine zwaan Kluut Kneu Knobbelzwaan Kolgans Kraanvogel Krakeend Kramsvogel Kuifeend Kwartel Lepelaar Matkop Meerkoet Nachtegaal Nijlgans Noordse kwikstaart Ooievaar Oeverloper Oeverzwaluw Paapje Pijlstaart Purperreiger Regenwulp Rietzanger Ringmus Roerdomp Roodborsttapuit Roodhalsgans Scholekster Slechtvalk Slobeend Smient Spotvogel Spreeuw Steenuil Steltkluut
Stormmeeuw Tafeleend Tapuit Temmincks strandloper Toendra rietgans Torenvalk Tureluur Veldleeuwerik Velduil Waterhoen Waterpieper Watersnip Wespendief Wilde eend Wilde zwaan Wintertaling Witgat Witte kwikstaart Wulp Zanglijster Zeearend Zilverplevier Zilverreiger Zomertaling Zwarte ibis Zwarte ooievaar Zwarte ruiter Zwarte stern Zwarte zwaan VLEERMUIZEN Bosvleermuis Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Tweekleurige vleermuis
7