17. Beslissing CvdM op bezwaar Avulo
Tekst van het document
AANTEKENEN Gemeente Vught Postbus 10100 5260 GA Vught
Per e-mail aan Datum
Onderwerp
21 juli 2022
Beslissing op bezwaar Avulo
Uw kenmerk
Ons kenmerk
Contactpersoon
Doorkiesnummer
903380 / 911543
Geachte heer Van den Nieuwenhuijzen, Bijgaand zenden wij u de beslissing op bezwaar van het Commissariaat voor de Media (hierna: het Commissariaat) naar aanleiding van het bezwaarschrift van 7 april 2022 van Stichting Algemene Vughtse Lokale Omroep Avulo (hierna: Avulo). Dit betreft het bezwaar tegen het besluit van het Commissariaat van 1 maart 2022 met kenmerk 849904 / 899906 inzake de aanwijzing van Vughtse Omroep Stichting (hierna: VOS) als lokale publieke media-instelling voor de gemeente Vught, en afwijzing van de aanwijzingsaanvraag van Avulo. Beslissing op bezwaar Het Commissariaat heeft het bezwaar van Avulo ongegrond verklaard. Voor de overwegingen die aan deze beslissing ten grondslag liggen, verwijzen wij u naar bijgaande beslissing op bezwaar. Openbaarmaking Het Commissariaat maakt alle besluiten openbaar door publicatie op zijn website. Het Commissariaat zal bijgaand besluit, met uitzondering van de daarin vermelde persoonsgegevens en vertrouwelijke bedrijfsgegevens, over 14 dagen op zijn website publiceren. Mocht u van mening zijn dat in het besluit persoonsgegevens of vertrouwelijke bedrijfsgegevens staan of dat openbaarmaking tot onevenredige benadeling leidt, dan verzoeken wij u dit binnen 10 dagen schriftelijk en gemotiveerd kenbaar te maken.
Beroep Belanghebbenden die zich met dit besluit niet kunnen verenigen, kunnen op grond van de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt beroep instellen bij de rechtbank van het arrondissement waarbinnen de indiener van het beroepschrift zijn woonplaats heeft.
Hoogachtend, COMMISSARIAAT VOOR DE MEDIA,
Practice Lead Handhaving en Bezwaar
{{ esl
Signer1:capture }} Bijlage (1): beslissing op bezwaar met kenmerk 903380 / 908058.
-2-
Beslissing op bezwaar Kenmerk: 903380 / 908058 Betreft: Beslissing op bezwaar tegen het besluit van 1 maart 2022 met kenmerk 849904/899906 inzake de aanwijzing van Vughtse Omroep Stichting (hierna: VOS) als lokale publieke media-instelling voor de gemeente Vught en de afwijzing van de aanwijzingsaanvraag van Stichting Algemene Vughtse Lokale Omroep Avulo (hierna: Avulo). Het Commissariaat voor de Media (hierna: het Commissariaat), gezien het besluit van 1 maart 2022 met kenmerk 849904/899906, gezien het daartegen bij brief van 7 april 2022 ingediende bezwaarschrift, gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), gelet op het bepaalde in de artikelen 2.61 tot en met 2.69 van de Mediawet 2008, overweegt als volgt: ___________________________________________________________________________
A. Verloop procedure 1. Bij besluit van 1 maart 2022 (kenmerk 849904/899906) heeft het Commissariaat VOS aangewezen als lokale publieke media-instelling voor de gemeente Vught voor de periode van 1 maart 2022 tot 1 maart 2027 en de aanvraag van Avulo om als lokale publieke media-instelling voor de gemeente Vught te worden aangewezen, afgewezen. 2. Tegen dit besluit heeft Avulo bij brief van 7 april 2022, door het Commissariaat per post ontvangen op 12 april 2022, bezwaar gemaakt. 3. Het Commissariaat heeft de bij het besluit van 1 maart 2022 betrokken partijen uitgenodigd voor een hoorzitting. 4. Het Commissariaat heeft het bezwaar op 13 juni 2022 op een hoorzitting behandeld. Tijdens deze hoorzitting zijn Avulo, VOS en de gemeente Vught verschenen. Zowel Avulo als VOS hebben tijdens de hoorzitting ook een schriftelijke zienswijze overgelegd. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt. Dit verslag is als bijlage 2 bij deze beslissing op bezwaar gevoegd. Opbouw beslissing op bezwaar 5. De beslissing op bezwaar heeft de volgende opbouw. Hierboven is al ingegaan op het verloop van de procedure (A). Hieronder wordt eerst verwezen naar het juridisch kader (B) en ingegaan op de ontvankelijkheid van het bezwaar (C). Vervolgens worden het bezwaar van bezwaarmaker (D) en de overwegingen van het Commissariaat (E) weergegeven en wordt ingegaan op de openbaarmaking (F).
Ten slotte volgt de beslissing op bezwaar (G).
-1-
B. Juridisch kader 6. Voor de relevante juridische bepalingen wordt verwezen naar bijlage 1 bij deze beslissing op bezwaar.
C. Ontvankelijkheid bezwaar 7. Het bezwaar is tijdig ingediend en voldoet aan de overige eisen die de Awb hieraan stelt. Het bezwaar is daarom ontvankelijk en op grondslag daarvan vindt een volledige heroverweging van het bestreden besluit plaats.
D. Bezwaren 8. Avulo betoogt dat het Commissariaat ten onrechte tot het besluit is gekomen om VOS aan te wijzen als lokale publieke media-instelling voor de gemeente Vught en om haar aanvraag af te wijzen. Hiertoe voert Avulo, samengevat weergegeven, het volgende aan. 9. Allereerst geeft Avulo aan dat het advies van de raad van de gemeente Vught onzorgvuldig tot stand is gekomen. Avulo benoemt in het bezwaarschrift meerdere punten ter onderbouwing van dit standpunt, welke hieronder in deze beslissing op bezwaar nader uiteen zullen worden gezet. 10. Daarnaast is Avulo van mening dat de gemeente ten onrechte betrokken is geweest bij de totstandkoming van een nieuwe lokale omroep. Vervolgens zou de gemeente het Commissariaat hebben geadviseerd om deze nieuwe lokale omroep aan te wijzen als de lokale publieke media-instelling voor de gemeente Vught. Daarmee kan de journalistieke onafhankelijkheid volgens Avulo niet gewaarborgd worden. Dit zou voor het Commissariaat een zwaarwichtige reden moeten zijn, om van het advies van de gemeenteraad af te wijken, aldus Avulo.
E. Overwegingen Commissariaat 11. Ingevolge artikel 2.61 van de Mediawet 2008 kan het Commissariaat voor de verzorging van de publieke mediadiensten op lokaal niveau lokale instellingen als publieke media-instellingen aanwijzen. Voor aanwijzing komen in aanmerking instellingen die voldoen aan de eisen zoals opgenomen in artikel 2.61, tweede lid, van de Mediawet 2008. Het Commissariaat is voor het nemen van een besluit op een aanvraag op grond van het derde lid van voornoemd artikel verplicht de gemeenteraad om advies te vragen over de vraag of de aanvrager voldoet aan voormelde eisen. 12. Artikel 2.63, tweede lid, van de Mediawet 2008 schrijft voor dat per gemeente slechts één lokale publieke media-instelling kan worden aangewezen. Als er meerdere instellingen zijn die voor een bepaalde gemeente als publieke media-instelling willen worden aangewezen en ook voldoen aan bovenvermelde wettelijke eisen, bevordert het college van burgemeester en wethouders voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is het samengaan van die instellingen. 13. Indien het college van burgemeester en wethouders er niet in slaagt genoemde instellingen te laten samengaan, vraagt het Commissariaat de gemeenteraad gemotiveerd te adviseren welke aanvrager de voorkeur heeft. De gemeenteraad heeft namelijk goed -2-
zicht op welke instelling naar verwachting de functie van publieke media-instelling in de gemeente het beste kan uitoefenen. 14. De bezwaren van Avulo zien met name op de totstandkoming en de inhoud van het voorkeursadvies. Nadat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vught had vastgesteld dat het niet mogelijk was om de aanvragers te laten samengaan, is de raad van de gemeente Vught ertoe overgegaan het Commissariaat te adviseren welke aanvrager de voorkeur heeft. De gemeenteraad heeft in zijn advies van 25 november 2021 een voorkeur uitgesproken voor VOS. 15. Het Commissariaat dient zich er ten aanzien van een dergelijk voorkeursadvies van te vergewissen dat deze op voldoende informatie berust en op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. Gelet op de wetsgeschiedenis (bij artikel 2.61, derde lid, van de Mediawet 2008), de jurisprudentie en de democratische legitimatie van de gemeenteraad, past het Commissariaat echter wel enige terughoudendheid bij de beantwoording van de vraag welke instelling de voorkeur dient te krijgen. 1 Het Commissariaat overweegt dat de gemeenteraad goed zicht heeft op welke instelling naar verwachting de functie van publieke media-instelling in de gemeente het beste kan uitoefenen. Het Commissariaat toetst dan ook terughoudend of de gemeenteraad tot zijn voorkeursadvies heeft kunnen komen.
2 Voor zover het Commissariaat geen zwaarwichtige redenen ziet om hiervan af te wijken, is het bestendig beleid om het voorkeursadvies te volgen. 16. Het Commissariaat gaat hieronder eerst kort in op de achtergrond van deze procedure (onder 1). Daarna zal worden ingegaan op de bezwaargronden van Avulo (onder 2). Tot slot volgt de conclusie (onder 3). 1) Achtergrond 17. Uit de op deze zaak betrekking hebbende stukken, leidt het Commissariaat af dat Avulo vanaf 1985 de lokale media-instelling is geweest voor de gemeente Vught. Aanvankelijk verzorgde zij het media-aanbod met name via de radio. Later is daar televisie bijgekomen. Die transitie heeft zijn weerslag gehad op het aantal vrijwilligers dat bij Avulo werkte. Door onenigheid heeft een groep vrijwilligers in de periode 2018-2019 besloten om afscheid te nemen van Avulo. Deze groep is vervolgens de vereniging ‘Online Platform NOVO3’ gestart, zo volgt uit de stukken en de toelichting van partijen. 18. De laatste aanwijzing van Avulo liep tot 17 mei 2021. 3 In verband daarmee is er een nieuwe aanwijzingsprocedure gestart. Oorspronkelijk zijn er, in november 2020, drie verschillende aanvragen ingediend: door Online Platform NOVO3 (hierna: NOVO3), Avulo en VOS. Het Commissariaat heeft de gemeenteraad gevraagd om advies uit te brengen over de vraag of deze aanvragers voldoen aan de eisen van de Mediawet 2008.
Daarnaast heeft het Commissariaat de gemeenteraad gevraagd om een gemotiveerde voorkeur kenbaar te maken voor aanwijzing van een van de aanvragers, indien een samengaan tussen de aanvragers niet gerealiseerd kan worden. Gedurende dit adviestraject, in april 2021, heeft de gemeente Vught een toetsingskader vastgesteld op basis waarvan zij de toekomstige zendlicentie zou toetsen. Op 30 juni 2021 hebben twee van de drie aanvragers, te weten VOS en NOVO3, kenbaar gemaakt de aanwijzingsprocedure gezamenlijk te zullen voortzetten onder de aanvraag van VOS. In verband daarmee heeft NOVO3 haar aanvraag ingetrokken.
1 RvS 26 maart 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1049; Rb. Noord Holland 13 maart 2020,
ECLI:NL:RBNHO:2020:1796. Vgl.: RvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:650.
2 Rb. Zeeland-West-Brabant 5 juni 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:3948.
3 Zie het besluit van het Commissariaat van 19 april 2016 met kenmerk 653840/667022.
-3-
19. Uiteindelijk heeft de gemeenteraad in zijn advies van 25 november 2021, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders, geadviseerd dat zowel Avulo als VOS aan de wettelijke vereisten voldoet. De gemeenteraad heeft daarbij een voorkeur uitgesproken voor aanwijzing van VOS als lokale publieke media-instelling voor de gemeente Vught. 2)
Bezwaargronden
2.1) Zorgvuldigheid onderzoek gemeente Vught 20. Uit de bezwaargronden van Avulo leidt het Commissariaat af dat het voorkeursadvies naar de mening van Avulo niet op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. Visie gemeenteraad 21. Avulo betoogt dat de visie van de gemeente ten onrechte gericht is op het faciliteren van vrijwilligers, en niet op het bedienen van kijkers en luisteraars. Door de vrijwilligers telkens centraal te stellen, wordt de betekenis van de omroep voor de lokale gemeenschap hieraan ondergeschikt, aldus Avulo. Verder voert Avulo aan dat de gemeenteraad ten onrechte twijfelt of Avulo een multimediaal pakket kan bieden, welke twijfel gebaseerd is op het afgenomen aantal vrijwilligers. Volgens Avulo biedt zij met een kleiner team een vaste dagelijkse redactie, brengt dagelijks radio/tv nieuws, biedt stageplaatsen, heeft professionele krachten die vrijwilligers ondersteunen en verzorgt interne opleidingen. Zij heeft in de afgelopen 37 jaar aangetoond wel degelijk in staat te zijn om haar plannen te realiseren, aldus Avulo. 22. De gemeenteraad heeft de plannen van Avulo en VOS getoetst aan de vooraf opgestelde beoordelingscriteria.
Naar het oordeel van het Commissariaat heeft de gemeenteraad in het kader van de ‘Gemeentelijke toets op de gemeentelijke visie lokale media-instelling’ (categorie 3) deugdelijk gemotiveerd welke feiten en omstandigheden hierbij een rol spelen en hoe het deze heeft gewogen. Anders dan Avulo lijkt te betogen, ziet het Commissariaat geen grond voor het oordeel dat de gemeenteraad in dit kader geen gewicht heeft mogen toekennen aan het aantal vrijwilligers dat nodig is om plannen ook daadwerkelijk te kunnen realiseren. In dit kader is van belang dat de gemeenteraad in zijn advies deugdelijk gemotiveerd heeft waarom een gebrek aan voldoende mankracht of vrijwilligers, dan wel twijfel hierover, naar zijn oordeel relevant is. Het Commissariaat volgt Avulo dan ook niet in haar bezwaar dat de visie van de gemeente ten onrechte gericht is op het faciliteren van vrijwilligers. 23. Het voorgaande geldt ook voor het standpunt van de gemeenteraad over het aanbieden van een zo multimediaal mogelijk pakket van radio, televisie en internet/sociale media. De gemeenteraad heeft zich in zijn advies op het standpunt gesteld dat Avulo in dit kader wel haar ambitieniveau aangeeft, maar dat er gerede twijfel is of dit ook in de praktijk kan worden gebracht. Daarbij heeft de gemeenteraad toegelicht dat Avulo de noodzakelijke mankracht miste, ondanks pogingen deze op sterkte te krijgen.
Op de hoorzitting is vanuit Avulo desgevraagd bevestigd dat het lastig was voor haar om, in een onstuimige tijd, te zoeken naar nieuwe mensen, waarbij ook de coronacrisis een rol speelde. Gelet hierop heeft Avulo onvoldoende onderbouwd waarom het standpunt van de gemeenteraad op dit punt onjuist is. Pbo Avulo 24. Avulo betoogt verder dat de gemeenteraad zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat haar programmabeleidbepalend orgaan (hierna: pbo) niet getoetst kan worden. De gemeenteraad heeft haar pbo immers al voor haar aanvraag getoetst in het kader van een andere procedure, aldus Avulo.
-4-
25. Uit het advies van de gemeenteraad volgt dat de raad zich in het kader van de ‘Gemeentelijke toets op de representativiteit van het PBO’ (categorie 2) op het standpunt heeft gesteld dat niet te beoordelen is of het pbo van Avulo leden heeft uit alle drie de dorpen, omdat de in het toetsingskader gevraagde gegevens niet zijn overgelegd. Ook ten aanzien van de vraag of de leden van het pbo geen conflicterende belangen hebben, heeft de gemeenteraad zich op het standpunt gesteld dat dit bij Avulo wegens het ontbreken van een omschrijving, zoals gevraagd in het toetsingskader, niet uit de stukken is op te maken. 26. Avulo heeft na toezending van het toetsingskader van de gemeente de gelegenheid gekregen om haar aanvraag aan te passen aan het toetsingskader. Uit het toetsingskader volgen de specifieke eisen waaraan de gemeenteraad de aanvraag van Avulo zou toetsen. Dat Avulo vervolgens in het kader van deze aanvraag niet alle actuele benodigde gegevens aan de gemeenteraad heeft overgelegd, komt voor haar rekening en risico. Hetgeen Avulo hierover aanvoert leidt het Commissariaat dan ook niet tot de conclusie dat het advies van de gemeenteraad onzorgvuldig tot stand is gekomen. Pbo VOS 27. Ten aanzien van het pbo van VOS, betoogt Avulo dat de gemeente VOS heeft geholpen bij het vinden van pbo-leden.
Het Commissariaat begrijpt uit dit betoog dat er volgens Avulo bij de gemeenteraad sprake was van (de schijn van) vooringenomenheid. 28. In reactie op dit betoog van Avulo heeft VOS toegelicht dat zij gedurende de aanvraag contact heeft gehad met de Vughtse politiek (raadsleden). Uit de toelichting van VOS op de hoorzitting leidt het Commissariaat af dat er twee raadsleden zijn geweest die aan VOS een aantal mogelijke pbo-leden hebben aangedragen als kandidaat. Die raadsleden hebben hier volgens VOS verder niet bij bemiddeld. VOS geeft aan zelf contact te hebben opgenomen met de aangedragen pbo-leden. 29. Het Commissariaat ziet in dit geval in de rol van de twee raadsleden onvoldoende grond voor de conclusie dat de gemeenteraad vooringenomen was en het advies van de gemeenteraad daardoor onzorgvuldig tot stand is gekomen. Hiervoor is van belang dat uit de toelichting van VOS volgt dat slechts twee individuele raadsleden de potentiële pbo-leden hebben aangedragen. Het Commissariaat acht niet aannemelijk dat deze twee raadsleden hiermee een zodanige invloed hebben uitgeoefend dat de voltallige gemeenteraad haar adviesfunctie niet meer zonder vooringenomenheid heeft kunnen uitoefenen. Ook is van belang dat uit de toelichting van VOS volgt dat weliswaar namen van mogelijke pbo-leden zijn aangedragen, maar dat de raadsleden geen actieve rol hebben gehad bij de bemiddeling.
Gelet hierop kan het betoog van Avulo niet leiden tot het ermee beoogde resultaat. 30. Avulo voert verder aan dat het pbo van VOS wat betreft haar huidige leden verschilt van haar leden ten tijde van de aanvraag. 31. VOS heeft in reactie hierop toegelicht dat één pbo-lid abusievelijk niet is vermeld in haar beleidsplan, maar dat dit lid wel vermeld stond op het officiële pbo-formulier dat zij bij haar aanvraag heeft ingediend. Daarnaast is er nog één lid aan het pbo toegevoegd nadat de deadline waarop de stukken bij de gemeente moesten worden ingediend, verstreken was, aldus VOS. Avulo heeft niet heeft onderbouwd waarom de toevoeging van dit ene lid afdoet aan de juistheid dan wel zorgvuldigheid van de beoordeling van het pbo door de gemeenteraad. Gelet hierop volgt het Commissariaat Avulo niet in haar bezwaar op dit punt.
-5-
32. Tot slot betoogt Avulo dat het pbo van VOS bestaat uit partners van bestuursleden, presentatoren en/of medewerkers en leden die eigenaar zijn van of medewerker bij een commerciële media-instelling. 33. Zoals ook vermeld is op de website van het Commissariaat, geldt voor de samenstelling van het pbo een aantal beperkingen: 4 “Beperkingen lidmaatschap pbo Voor de samenstelling van het pbo geldt een aantal beperkingen. Zo bepaalt de Mediawet 2008 dat het media-aanbod van publieke omroepen onafhankelijk moet zijn van commerciële invloeden en invloeden van de overheid. Een lid van het pbo kan niet tegelijkertijd zijn: raadslid van de gemeente waarvoor om aanwijzing wordt verzocht; burgemeester of wethouder van deze gemeente; lid van een van de commissies van deze gemeente; behandelend ambtenaar van het adviesverzoek; voorzitter, bestuurslid of medewerker bij een commerciële media-instelling; medewerker van een bedrijf waaraan de lokale omroep de verzorging van (een deel van) haar media-aanbod heeft uitbesteed. De onverenigbaarheid van deze functies met het pbo-lidmaatschap kan een doorslaggevende rol spelen bij de besluitvorming over de aanvraag. Het Commissariaat raadt aan deze criteria ook te laten gelden voor de bestuursleden van de lokale omroep zelf.”
34. In het kader van de ‘Gemeentelijke toets op de representativiteit van het PBO’ (categorie 2) heeft de gemeenteraad beoordeeld of de leden van het pbo van VOS geen conflicterende belangen hebben. De gemeenteraad heeft zich in zijn advies op het standpunt gesteld dat de raad uit de beschrijvingen kan opmaken dat er voor zover bekend bij de leden van het pbo van VOS geen conflicterende belangen zijn. Voor zover Avulo betoogt dat dit standpunt van de gemeenteraad onjuist is, volgt het Commissariaat haar daar niet zonder meer in. In dit kader is van belang dat VOS de stelling van Avulo dat een lid van het pbo medewerker is van een commerciële media-instelling, gemotiveerd heeft bestreden. Volgens VOS is geen van haar pbo-leden actief bij een commerciële media-instelling. Voor het overige heeft Avulo met haar enkele stelling dat pbo-leden van VOS partners van bestuursleden dan wel presentatoren en/of medewerkers zijn, mede gezien de toelichting van VOS, onvoldoende onderbouwd dat en waarom ten aanzien van de desbetreffende pbo-leden conflicterende belangen spelen. Met die enkele stelling heeft Avulo dan ook onvoldoende onderbouwd dat het advies van de gemeenteraad op dit punt onzorgvuldig tot stand gekomen is. Late actie gemeente 35.
Avulo herhaalt in bezwaar haar betoog uit de zienswijze dat de gemeente gelet op de einddatum van haar licentie, te weten 17 mei 2021, te laat heeft geacteerd door pas in 2021 een toetsingskader vast te stellen. Daarnaast geeft Avulo aan dat de gemeente Vught herhaaldelijk om uitstel voor het te geven advies heeft gevraagd. Daardoor zou VOS extra tijd hebben gekregen om te kunnen voldoen aan de Mediawet 2008 en het toetsingskader van de gemeente, aldus Avulo. 36. Zoals het Commissariaat heeft overwogen in zijn besluit van 1 maart 2022, adviseert het Commissariaat gemeenten om voorafgaand aan het beoordelingsproces criteria op te stellen op basis waarvan de beoordeling zal plaatsvinden. Het Commissariaat heeft in dit 4 Zie: https://www.cvdm.nl/toestemmingen/lokale-omroep-beginnen.
-6-
kader erkend dat de gemeente Vught dit proces heeft gestart pas nadat zij bekend was met de ingediende aanvragen. Desondanks heeft de gemeente Vught, zoals ook in het besluit is overwogen, een gelijk speelveld gecreëerd door alle betrokken aanvragers gelijktijdig op de hoogte te stellen van het toetsingskader en hen dezelfde hoeveelheid tijd te bieden om hun (beleids)plannen hier eventueel op aan te passen. Avulo heeft niet gesteld dat dit onjuist is. Voorts heeft de gemeente Vught het Commissariaat weliswaar twee keer, op 12 april 2021 en 6 oktober 2021, verzocht om uitstel, maar bij beide verzoeken heeft de gemeente Vught deugdelijk onderbouwd dat uitstel noodzakelijk was in verband met de zorgvuldigheid van de procedure. 37. Gelet op het voorgaande blijft het Commissariaat bij zijn standpunt dat het gegeven dat de gemeente Vught eerder had kunnen beginnen met het opstellen van het toetsingskader, niet kan leiden tot de conclusie dat het advies onzorgvuldig tot stand is gekomen. Overig 38. Voor zover Avulo nog aanvoert dat VOS in 2020 heeft besloten om zich niet bij haar aan te sluiten omdat zij doorzag dat de sympathie van de politiek uitging naar NOVO3, kan dit, wat hier ook van zij, niet leiden tot het ermee beoogde resultaat. Het is immers aan VOS zelf om al dan niet een samenwerking aan te gaan.
Weliswaar volgt uit artikel 2.63, eerste lid, van de Mediawet 2008, dat als meer dan één lokale instelling aan de wettelijke eisen voldoet, het college van burgemeester en wethouders het samengaan van die instellingen dient te bevorderen. Dit neemt echter niet weg dat het uiteindelijk aan VOS is om, naar eigen inzicht, te besluiten al dan niet een samenwerking aan te gaan. 39. Verder kan hetgeen Avulo aanvoert over de gemeentelijke controle op de begroting evenmin leiden tot het ermee beoogde resultaat. De gemeenteraad heeft in zijn advies geconstateerd dat beide aanvragers niet alle plannen kunnen uitvoeren op basis van het rijksnormbedrag, waarbij het tekort bij Avulo het grootst is. Uit het advies kan niet worden afgeleid dat deze feitelijke constatering van het grotere tekort bij Avulo van doorslaggevende invloed is geweest bij de gemeentelijke toetsing. Uit het advies volgt immers dat de gemeenteraad na toekenning van de aanwijzing in overleg gaat met de nieuwe zendgemachtigde over wat wel en niet kan. 2.2) Zwaarwichtige reden voor afwijking 40. Uit het betoog van Avulo leidt het Commissariaat voorts af dat er volgens haar zwaarwichtige redenen zijn om van het voorkeursadvies van de gemeenteraad af te wijken, hetgeen het Commissariaat ten onrechte niet heeft onderkend. Subsidie NOVO3 41.
Avulo betoogt dat de gemeente Vught al in 2019 de oprichting van een tweede Vughtse publieke omroep heeft gefaciliteerd, naast de op dat moment reeds bestaande aangewezen lokale publieke omroep (Avulo). In dit kader wijst Avulo op de subsidie die de gemeente in 2019 heeft toegekend aan de internet omroep NOVO3. Volgens Avulo komt de onafhankelijke journalistiek in het geding door deze gemeentelijke inmenging. 42. Uit de door Avulo overgelegde besluitenlijst van 27 augustus 2019 volgt dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vught heeft besloten om: “Vereniging NOVO-3 i.o. een incidentiele subsidie toe te kennen van € 7.500 voor een tegemoetkoming in de opstartkosten van de vereniging.” De kosten hiervan werden ten laste gebracht van het restant innovatiebudget cultuureducatie. Dit besluit staat op de besluitenlijst onder het onderwerp ‘Incidentele subsidie opstart internet omroep NOVO3’. 43. Tijdens de hoorzitting is vanuit de gemeente Vught toegelicht dat NOVO3 een aanvraag had gedaan voor een incidentele subsidie. Het ging om een burgerinitiatief dat de -7-
gemeente in brede zin steunde, gericht op verbreding van het aanbod. Daarbij was geen sprake van vervanging van het aanbod van Avulo, aldus de gemeente. Ook had de subsidieverstrekking geen structureel karakter. 44. Het college van burgemeester en wethouders heeft de ruimte om, voor zover het daartoe de bevoegdheid heeft, een subsidie te verstrekken aan een initiatief zoals NOVO3. Tegelijkertijd dienen publieke media-instellingen de redactionele onafhankelijkheid te waarborgen. Zij dienen te alle tijde vorm en inhoud van het door hen verzorgde media-aanbod te bepalen en zijn daar ook verantwoordelijk voor. In de enkele omstandigheid dat vanuit de gemeente Vught in 2019 een subsidie is verstrekt aan NOVO3, die zich vanaf 2021 verbonden heeft aan VOS, ziet het Commissariaat echter geen reden om aan te nemen dat VOS die redactionele onafhankelijkheid niet zou kunnen waarborgen. Het Commissariaat ziet hierin dan ook geen zwaarwichtige reden om af te wijken van het voorkeursadvies van de gemeenteraad. Voorzitter VOS 45. Avulo betoogt voorts dat de voorzitter van VOS medewerker is bij een commerciële media-instelling. 46. Op de hoorzitting heeft VOS dit bevestigd en toegelicht dat de voorzitter werkzaam is bij een landelijke commerciële media-instelling in een operationele functie. 47.
Zoals volgt uit hetgeen onder 33, laatste zin, is overwogen, raadt het Commissariaat het aan om waakzaam te zijn op de (on)verenigbaarheid van de functie van bestuursvoorzitter bij een lokale publieke media-instelling met die van medewerker bij een commerciële media-instelling. Dit gelet op de waarborging van de redactionele onafhankelijkheid. Het Commissariaat ziet in dit geval echter onvoldoende concrete aanknopingspunten voor het oordeel dat de redactionele onafhankelijkheid van VOS als gevolg van voormelde dubbele functies onvoldoende gewaarborgd zou zijn. In dit kader is van belang dat de voorzitter van VOS bij een landelijke commerciële media-instelling werkzaam is, zodat de afstand tot de lokale media-instelling van de gemeente Vught relatief groot is. Daar komt bij dat de voorzitter, zoals volgt uit de toelichting op de hoorzitting, werkzaam is in een operationele functie en niet verantwoordelijk is voor het beleid van de commerciële media-instelling. Reeds gelet hierop ziet het Commissariaat in het voorgaande geen grond voor het oordeel dat sprake is van een zwaarwichtige reden op basis waarvan van het advies van de gemeenteraad had moeten worden afgeweken. 3) Conclusie 48. Gezien het voorgaande acht het Commissariaat het bezwaar van Avulo ongegrond en ziet het hierin geen aanleiding om het bestreden besluit te herzien.
F. Openbaarmaking 49. Het Commissariaat zal op grond van artikel 3.1 van de Wet open overheid (hierna: de Woo) de volledige tekst van dit besluit, met uitzondering van de daarin vermelde persoonsgegevens en vertrouwelijke bedrijfsgegevens, openbaar maken door publicatie op zijn website. De publicatie vindt plaats veertien dagen nadat het besluit op de in artikel 3:41 van de Awb voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Het Commissariaat ziet daartoe verder geen belemmering op grond van de artikelen 5.1 en 5.2 van de Woo.
-8-
G. Beslissing op bezwaar 50. Het Commissariaat: I.
II.
verklaart het bezwaar van Stichting Algemene Vughtse Lokale Omroep Avulo (Avulo) tegen het besluit van 1 maart 2022 (kenmerk 849904/899906) ongegrond; besluit de volledige tekst van dit besluit, veertien dagen na de voorgeschreven bekendmaking daarvan, met uitzondering van de daarin vermelde persoonsgegevens en vertrouwelijke bedrijfsgegevens, openbaar te maken door publicatie op zijn website.
Hilversum, 19 juli 2022 COMMISSARIAAT VOOR DE MEDIA,
voorzitter
commissaris
Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan de natuurlijke persoon of rechtspersoon wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, daartegen binnen zes weken na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt, beroep instellen bij de Rechtbank van het arrondissement waarbinnen zijn woonplaats zich bevindt.
-9-
Bijlage 1: juridisch kader Artikel 2.61 van de Mediawet 2008 1 Voor de verzorging van de publieke mediadiensten op regionaal en lokaal niveau kan het Commissariaat regionale respectievelijk lokale instellingen als publieke media-instellingen aanwijzen volgens de bepalingen van deze paragraaf. 2 Voor aanwijzing komen slechts in aanmerking instellingen die: a. rechtspersoon naar Nederlands recht met volledige rechtsbevoegdheid zijn; b. zich volgens de statuten uitsluitend of hoofdzakelijk ten doel stellen het op regionaal respectievelijk lokaal niveau uitvoeren van de publieke mediaopdracht door het verzorgen van media-aanbod dat gericht is op de bevrediging van maatschappelijke behoeften die in een provincie, een gemeente of een deel van de provincie waarop de instelling zich richt leven, en het verrichten van alle activiteiten die nodig zijn om daarmee een publieke taak te vervullen; en c. volgens de statuten een orgaan hebben dat het beleid voor het media-aanbod bepaalt en dat representatief is voor de belangrijkste in de desbetreffende provincie of gemeente voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen. 3 Aanwijzing geschiedt nadat provinciale staten hebben dan wel de gemeenteraad heeft geadviseerd over de vraag of de instelling aan de eisen, bedoeld in het tweede lid, voldoet.
Artikel 2.63 van de Mediawet 2008 1 Als meer dan één lokale instelling in een gemeente aan de eisen, bedoeld in artikel 2.61, tweede lid, voldoet, bevordert het college van burgemeester en wethouders voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is het samengaan van die instellingen. 2 Er kan per gemeente slechts één lokale publieke media-instelling worden aangewezen, waarbij het Commissariaat acht slaat op alle factoren die voor het functioneren van de instelling van belang kunnen zijn. Artikel 2.65 van de Mediawet 2008 (…) 2 Een aanwijzing als lokale publieke media-instelling geschiedt op aanvraag, geldt voor vijf jaar en vervalt daarna van rechtswege. 3 Zonodig wijst het Commissariaat de dagen waarop en de uren waarin programma-aanbod van regionale en lokale mediadiensten wordt uitgezonden op de voor de regionale dan wel lokale publieke mediadiensten beschikbare ruimte op een omroepzender.
-10-