16. Veiligheidsregio Brabant-Noord - Risicogerichte Toezichtstrategie Brandveiligheid 2026-2029
Tekst van het document
De mogelijkheid tot het uploaden van onderbouwingen (foto’s, gegevens, documentatie) Verbeteren en verdiepen van de vraagstelling.
Daarnaast wordt de beoogde effectiviteit van de zelfscan bij instanties en organisaties met meerdere objecten niet gehaald. Bij deze categorie is vaak één persoon belast voor brandveiligheid die dan ook voor alle objecten de zelfscan invult. Hierdoor wordt het doel om het brandveiligheidsbewustzijn bij de specifieke locatie en de gebruikers ervan te beïnvloeden niet behaald. Daarom wordt de zelfscan tijdens de cyclus 2026-2029 niet meer generiek voor alle gebruiksfuncties ingezet. De zelfscan wordt alleen nog ingezet bij organisaties, eigenaars of gebruikers met maxiaal twee objecten vallend binnen risicocategorie B, C of D.
20 Samenwerken aan veiligheid.
3.2 Overzicht prioritering en instrumenten per risicocategorie Door de interventies te combineren ontstaat een gevarieerde vierjarige cyclus waarin zowel toezichthoudende instrumenten als gedrag beïnvloedende instrumenten worden ingezet. In Figuur 4 is per risicocategorie (A t/m D) weergegeven hoe de vierjarige cyclus eruit gaat zien. De uitkomsten van een fysieke controle, systeemcontrole en zelfscan zullen worden gebruikt als input voor de voorlichtingen. De interventie voor de woongebouwen is niet in dit overzicht meegenomen omdat deze interventie zich op één specifieke objectcategorie richt. Naast de prioritering op basis van risico’s geldt dat de gemeente ook op basis van onvoorziene omstandigheden een verzoek om toezicht moet kunnen doen, mits het veiligheidswinst oplevert.
Figuur 4: Vierjarige cyclus van toe te passen instrumenten per risicocategorie
21 Samenwerken aan veiligheid.
Op basis van de categorie-indeling en het aantal objecten wordt de volgende prioritering en frequentie van interventies aangehouden:
Figuur 5: controle intensiteit per interventie
Risicocategorie A In de vierjarige cyclus worden alle objecten twee keer fysiek gecontroleerd. Daarnaast wordt er bij alle objecten één keer systeemtoezicht uitgevoerd en wordt er één keer een voorlichting op maat gegeven. Risicocategorie B In de vierjarige cyclus worden alle objecten één keer fysiek gecontroleerd. Daarnaast wordt bij organisaties met meer dan 2 objecten één keer systeemtoezicht uitgevoerd en wordt er één keer voorlichting op maat gegeven. Organisaties met 2 of minder objecten krijgen één keer een zelfscan. Risicocategorie C In de vierjarige cyclus wordt 75% van de objecten één keer fysiek gecontroleerd. Daarnaast wordt bij organisaties met meer dan 2 objecten één keer systeemtoezicht uitgevoerd en wordt er één keer voorlichting op maat gegeven. Organisaties met 2 of minder objecten krijgen één keer een zelfscan. Risicocategorie D In de vierjarige cyclus wordt 50% van de objecten één keer fysiek gecontroleerd. Daarnaast wordt bij organisaties met meer dan 2 objecten één keer systeemtoezicht uitgevoerd en wordt er één keer voorlichting op maat gegeven. Organisaties met 2 of minder objecten krijgen één keer een zelfscan.
Risicocategorie E (ADHOC) Voor de objecten die vallen binnen risicocategorie E (ADHOC) vallen geldt dat deze alleen op verzoek van het bevoegd gezag worden gecontroleerd, mits een controle veiligheidswinst oplevert en er voldoende capaciteit beschikbaar is.
22 Samenwerken aan veiligheid.
4. Uitvoering en monitoring 4.1 Uitvoeringsprogramma Per jaar zal een uitvoeringsprogramma met de bevoegde gezagen worden vastgesteld. In deze programma’s wordt per jaar geconcretiseerd waar en wanneer welke interventie bij een object wordt toegepast. Zoals eerder gesteld is er ruimte gereserveerd voor onvoorziene zaken. Wanneer zich een onvoorziene zaak voordoet, vindt er overleg plaats tussen de brandweer (regisseur) en gemeente om te beoordelen of een interventie via toezicht het meest passend is. Uitgangspunt daarbij is het risico op slachtoffers. Bestuurlijke risico’s worden in dit kader ook meegenomen als afwegingscriteria.
4.2 Uniforme werkafspraken Uitgaande van positieve besluitvorming door alle colleges binnen de veiligheidsregio Brabant-Noord over deze toezichtstrategie, ontstaat er binnen Brabant-Noord voor de periode 2026-2029 opnieuw één uitvoeringsbeleid voor toezicht op brandveiligheid. Sluitstuk hiervan is om met de gemeenten werkafspraken te maken over inhoud en kwaliteit van rapporteren, aanleveren van dossiers, etc. Hiervoor worden de huidige werkafspraken geactualiseerd naar de nieuwe strategie.
4.3 Monitoring Brandweer Brabant-Noord zal eenmaal per jaar in samenspraak met de gemeenten het jaarlijkse uitvoeringsprogramma vaststellen. De voortgang en resultaten van het uitvoeringsprogramma worden driemaandelijks aan de gemeenten besproken en jaarlijks geëvalueerd. Ook zal driemaandelijks de stand van zaken met betrekking tot de opvolging van verzoeken tot handhaving met het bevoegd gezag worden besproken.
23 Samenwerken aan veiligheid.
Bijlagen
24 Samenwerken aan veiligheid.
Bijlage 1 - Indicatoren Indicatoren voor omvang en gevolgen van brand
Figuur 6: Indicatoren voor omvang en gevolgen van brand
25 Samenwerken aan veiligheid.
Bijlage 2 – Naleefgedrag Analyse naleefgedrag 2022-202412 Het naleefgedrag van objecten zegt iets over de mate waarin objecten zich aan de brandveiligheidseisen en –regels houden. Door controles uit te voeren kan worden nagegaan of objecten zich ook daadwerkelijk aan deze eisen en regels houden. Bij deze controles kunnen een aantal acties ondernomen worden: • •
• •
•
Akkoord: Er zijn tijdens de controle geen overtredingen geconstateerd. Het object voldoet aan de gecontroleerde brandveiligheidsvoorschriften. Aanwijzing: Er zijn lichte overtredingen geconstateerd. De brandweer maakt mondeling een afspraak met de overtreder en gaat ervan uit dat de overtreding(en) worden opgelost. Er wordt geen hercontrole uitgevoerd. Waarschuwing: Er zijn ‘zwaardere’ overtredingen geconstateerd. De brandweer stuurt een brief met waarschuwing naar de overtreder en er wordt een hercontrole ingepland. Handhaven: Bij ernstige overtredingen of wanneer blijkt dat er na een hercontrole de gebreken nog niet zijn opgelost wordt het bevoegd gezag verzocht om handhavend op te treden. Afgebroken / Niet controleren: De acties ‘Afgebroken’ en ‘Niet controleren’ betekenen dat tijdens de controle is geconstateerd dat het object op dat moment niet gecontroleerd kan/hoeft te worden. Dat kan voorkomen wanneer er sprake is van bijvoorbeeld een verbouwing, verhuizing, object definitief gesloten etc. Er is daarom geen inhoudelijk resultaat toegekend aan de controle.
Het naleefgedrag is onderverdeeld in goed, gemiddeld en slecht naleefgedrag. Om deze verdeling te maken zijn de volgende aannames gedaan: • •
•
Er is sprake van goed naleefgedrag wanneer er bij controles binnen de objectcategorie in 2/3 (66,67%) of meer gevallen een akkoord of aanwijzing is gegeven. Er is sprake van slecht naleefgedrag wanneer er bij controles binnen de objectcategorie in 2/3 (66,67%) of meer gevallen een waarschuwing is gegeven of er overgegaan is tot handhaving. Er is sprake van gemiddeld naleefgedrag wanneer er geen 2/3 meerderheid is voor akkoord of aanwijzing en waarschuwing of handhaven.
Naleefgedrag reguliere controles risicogericht toezicht Het naleefgedrag is gebaseerd op de reguliere risicogericht toezicht controles. De ADHOC-controles zijn niet meegenomen omdat deze vaak worden uitgevoerd nadat er een signaal is geweest dat er sprake is van een onveilige situatie op het gebied van brandveiligheid of omdat het gaat om een nieuw object of een object waarvan het gebruik gewijzigd is. De hercontroles zijn niet meegenomen in het naleefgedrag, omdat er dan al in een eerdere controle een waarschuwing of verzoek tot handhaving is afgegeven. In Tabel 1 is het naleefgedrag van alle uitgevoerde reguliere controles risicogericht toezicht 20222024 weergegeven. Het algemene beeld over de controles is, is dat er sprake is van een goed naleefgedrag. In 2022-2024 werd 7 van de 10 objecten tijdens een controle direct goedgekeurd. Bij 3 van de 10 objecten is bij een controle ofwel een waarschuwing gegeven (gevolgd door een hercontrole) of wordt het bevoegd gezag geadviseerd een handhavingstraject te starten. Dit is vergelijkbaar met het naleefgedrag in de cyclus 2017-2021.
12
De data van 2025 is nog niet beschikbaar op het moment dat dit beleidsplan wordt opgesteld
26 Samenwerken aan veiligheid.
Tabel 1: Naleefgedrag reguliere controles risicogericht toezicht 2022-2024
Actie
Aantallen 20222024
Percentage
Akkoord Aanwijzing Waarschuwing Handhaven Totaal Afgebroken / niet controleren / schriftelijke aanvulling / ADHOC
405 390 313 17 1125 93
36% 34,67% 27,82% 1,51% 100%
Percentage goedgekeurd / niet goedgekeurd: Goedgekeurd: 70,67% Niet goedgekeurd: 29,33% 100%
Naleefgedrag per risicocategorie en objectcategorie Bij de risicocategorie B, C en D wordt meer dan 70% van de objecten tijdens een controle direct goedgekeurd. Bij risicocategorie A is dat ook een meerderheid en gaat het om 57% van de objecten die direct worden goedgekeurd. Tabel 2: Naleefgedrag controles risicogericht toezicht per risicocategorie 2022-2024
Risicocategorie A B C D E Totaal
Aantal controles 20222024 264 537 198 125 1 1125
Akkoord + Aanwijzing
Waarschuwing + Handhaven
Goed/gemiddeld/slecht naleefgedrag
57,20% (151) 75,05% (403) 76,77% (152) 71,2% (89) 0% 795
42,8% (113) 25,74% (134) 23,23% (46) 28,8% (36) 100% (1) 330
Gemiddeld Goed Goed Goed Slecht
Kijkend naar de objectcategorieën is er geen zorgwekkend naleefgedrag geconstateerd. Bij de objectcategorieën waar een tweederde meerderheid niet is goedgekeurd en waar dus sprake is van slecht naleefgedrag, gaat het om een beperkt aantal controles dat is uitgevoerd (0-5), waardoor er geen duidelijke constatering te maken is. Tabel 3: Naleefgedrag controles risicogericht toezicht per objectcategorie 2022-2024
Objectcategorie
Risicocategorie
Bed & Breakfast Niet basisonderwijs Opvangcentrum (korte termijn) Zorghotel
27 Samenwerken aan veiligheid.
D E A A
Aantal controles 1 1 4 4
Bijlage 3 - Prioritering
Nr.
Gebruiksfunctie
Risicocategorie Strategie 2022-2025
Risicocategorie Strategie 2026-2029
Prioritering 2026-2029 (incl. weging naleefgedrag)
1
Woonfunctie
1a
Woonfunctie
Grondgebonden woning
Grondgebonden woning
E
E
1b
Woonfunctie
Woongebouw
Woongebouw
E
CNIEUW
1c
Woonfunctie
Woongebouw met zorgvraag
Woongebouw met zorgvraag
C
C
1d
Woonfunctie
Kamerverhuur (algemeen)
Kamerverhuur arbeidsmigranten
C
D
1e
Woonfunctie
Kamerverhuur (algemeen)
Kamerverhuur studenten
C
D
1f
Woonfunctie
Woonfunctie voor zorg (intramuraal)
Intramurale woonfunctie voor zorg
A
A
1g
Woonfunctie
Opvangcentra (lange termijn)
Opvangcentra (lange termijn)
A
A
1h
Woonfunctie
Woonfunctie voor zorg (extramuraal)
Begeleid wonen verstandelijk gehandicapten
C
C
1i
Woonfunctie
Woonfunctie voor zorg (extramuraal)
Begeleid wonen overig
C
C
2
Bijeenkomstfunctie
2a
Bijeenkomstfunctie
Kinderdagverblijf / peuterspeelzaal
Kinderdagverblijf / peuterspeelzaal
B
B
2b
Bijeenkomstfunctie
Bijeenkomstfunctie (groot)
Stadion / sport kijken
C
C
28 Samenwerken aan veiligheid.
Subgebruiksfunctie
Objectcategorie
2c
Bijeenkomstfunctie
Bijeenkomstfunctie (groot)
Gebedshuis
D
D
2d
Bijeenkomstfunctie
Bijeenkomstfunctie (groot)
Horeca bij sportaccommodatie
D
D
2e
Bijeenkomstfunctie
Bijeenkomstfunctie (klein)
Buurthuis / wijkcentrum
D
C
2f
Bijeenkomstfunctie
Uitgaansgelegenheid
Café / Bar
B
C
2g
Bijeenkomstfunctie
Uitgaansgelegenheid
Discotheek / Dancing
B
B
2h
Bijeenkomstfunctie
Uitgaansgelegenheid
Zalen / partycentrum
B
B
2i
Bijeenkomstfunctie
Bijeenkomstfunctie (groot)
Bibliotheek
D
C
2j
Bijeenkomstfunctie
Bijeenkomstfunctie (groot)
Museum (expositieruimte / kunstgalerie)
D
D
2k
Bijeenkomstfunctie
Bijeenkomstfunctie (groot)
Bioscoop
D
C
2l
Bijeenkomstfunctie
Bijeenkomstfunctie (groot)
Schouwburg / theater
D
D
2m
Bijeenkomstfunctie
Uitgaansgelegenheid
Restaurants
D
D
2n
Bijeenkomstfunctie
Bijeenkomstfunctie (klein)
Crematorium
D
D
3
Celfunctie Penitentiaire inrichting / cellencomplex
Penitentiaire inrichting / cellencomplex
A
A
3a
Celfunctie
4
Gezondheidszorgfuncti e
4a
Gezondheidszorgfunctie
Niet bedgebonden gezondheidszorg
Dagverblijf voor verstandelijk gehandicapten
D
C
4b
Gezondheidszorgfunctie
Bedgebonden gezondheidszorg
Ziekenhuis
A
A
4c
Gezondheidszorgfunctie
Bedgebonden gezondheidszorg
Psychiatrisch ziekenhuis
A
A
4d
Gezondheidszorgfunctie
Bedgebonden gezondheidszorg
Beschermd wonen
A
A
4e
Gezondheidszorgfunctie
Bedgebonden gezondheidszorg
Psychiatrische noodopvang
A
A
4f
Gezondheidszorgfunctie
Bedgebonden gezondheidszorg
Zorghotel
A
A
29 Samenwerken aan veiligheid.
Bedgebonden gezondheidszorg
Hospice
A
A
Industriefunctie
Seveso bedrijven
Seveso bedrijven
C
C
5b
Industriefunctie
Aanwezigheid gevaarlijke stoffen
Risicorelevante bedrijven
D
D
5c
Industriefunctie
Industrie algemeen
Industrie algemeen
E
E
5d
Industriefunctie
Industrie agrarisch
Lichte industrie veestallen
E
E
6
Kantoorfunctie Kantoorfunctie
Kantoorgebouw
E
E
4g
Gezondheidszorgfunctie
5
Industriefunctie
5a
Kantoorfunctie 7
Logiesfunctie
7a
Logiesfunctie
Logiesgebouw
Hotel / Motel / Pension
C
C
7b
Logiesfunctie
Losse logiesfunctie
Bed & Breakfast
D
C
7c
Logiesfunctie
Losse logiesfunctie
Groepsaccommodati e
D
D
7d
Logiesfunctie
Opvangcentra (korte termijn)
Opvangcentra (korte termijn)
A
A
8
Onderwijsfunctie
8a
Onderwijsfunctie
Basisonderwijs (incl. BSO)
Basisschool (incl. BSO)
C
D
8b
Onderwijsfunctie
Niet basisonderwijs
Voortgezet onderwijs
E
DNIEUW
9
Sportfunctie
9a
Sportfunctie
Sportfunctie
Gebouw met sportfunctie
E
E
10
Winkelfunctie
10a
Winkelfunctie
Losse winkel
Winkel
E
E
10b
Winkelfunctie
Winkelcentrum (gesloten passage)
Winkelcentra (besloten passage)
D
D
10c
Winkelfunctie
Zeer grote winkel
Groot en complex winkelpand
D
D
11
Overige gebruiksfunctie
30 Samenwerken aan veiligheid.
11a
Overige gebruiksfunctie
Parkeergarage
Parkeergarages (besloten, combi met andere GF)
E
E
11b
Overige gebruiksfunctie
Stations (openbaar vervoer)
Stations
C
C
12
Bijzondere objecten Bijzondere objecten
Nader te bepalen
Bijzondere objecten
31 Samenwerken aan veiligheid.
Bijlage 4 – Geconstateerde gebreken Meest voorkomende geconstateerde gebreken In onderstaand overzicht zijn de meest voorkomende geconstateerde gebreken per hoofdonderwerp en inspectieonderwerp aangegeven. Naast deze onderwerpen vormt ook de actualiteit van het dossier een veel voorkomend gebrek (9%).
1. Compartimentering
24%
• Brandcompartimentering • De WBDBO van de scheidingsconstructie tussen de brandcompartimenten voldoet niet aan 20/30/60 minuten. • Debeweegbare constructieonderdelen in een brandcompartimentscheiding zijn niet zelfsluitend uitgevoerd. • Subbrandcompartiment en vluchten daaruit • De WBDBO van de scheidingsconstructie van een beschermd subbrandcompartiment naar een andere ruimte voldoet niet aan 30 minuten. • De beweegbare constructieonderdelen in een beschermde subbrandcompartimentscheiding zijn niet zelfsluitend uitgevoerd.
2. Melden en Alarmeren
21%
• Melden • De brandmeldinstallatie is niet voorzien van een (geldig) inspectiecertificaat. • De brandmeldinstallatie wordt niet onderhouden, beheerd en gecontroleerdconform NEN 2654-1. • Alarmeren • De ontruimingsalarminstallatie is niet voorzien van een (geldig) inspectiecertificaat. • De ontruimingsalarminstallatie wordt niet onderhouden, beheerd en gecontroleerdconform NEN 2654-2.
3. Vangnet en Zorgplicht
15%
• Vangnet artikelen • Restrisico brandgevaar en ontwikkeling van brand. • Restrisico veilig vluchten bij brand. • Zorgplicht • De geëiste installaties worden niet adequaat beheerd, onderhouden en/of gecontroleerd. • De geëiste installatie functioneert niet volgens de van toepassing zijnde voorschriften.
4.Veilig vluchten
12%
• Verlichting • De vereiste noodverlichting is niet aanwezig. • De noodverlichting voldoet niet aan de voorschriften. • Vluchtvoorzieningen -capaciteit• De deur in de vluchtroute is niet, zonder gebruik te maken van een sleutel, onmiddellijk over de ten minste vereiste breedte te openen. • De vereiste vluchtrouteaanduiding is niet aanwezig of voldoet niet aan de voorschriften.
5.Brandveilig gebruik
10%
• Bestrijding van brand door aanwezigen. • De blusmiddelen zijn niet op een adequate wijze onderhouden en gecontroleered. • De blusmiddelen zijn niet duidelijkzichtbaar, gemarkeerd en/of gebruiksklaar. • Voorkomen brandgevaar en ontwikkeling -kwaliteit fysieke objecten• De aankleding (versiering) is brandgevaarlijk.
TOTAAL
32 Samenwerken aan veiligheid.
82%