14. Raadsinformatiebrief Stand van zaken m.b.t. Gecertificeerde Instellingen
Tekst van het document
ven Z Raadsinformatiebrief Datum Onderwerp
Zaaknummer Documentnr.
11 januari 2022 Stand van zaken m.b.t. Gecertificeerde Instellingen; Plan van aanpak Brabantse Jeugdbeschermingsregio's en beëindiging opnamestop GI's per 15 december 2021 Z20 - 232098 UIT /22- 466907
Inleiding In de raadsinformatiebrieven van 22 juni en 23 november 2021 informeerden wij u over; de problemen die speelden in de organisatie van de Gecertificeerde Instellingen (GI's); de opnamestop bij Jeugdbescherming Brabant (JBB) en de William Schrikker Groep Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (WSG). In deze raadsinformatiebrief informeren wij u over de huidige stand van zaken.
Voorgeschiedenis De GI's zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van maatregelen die de rechter of officier van justitie uitspreekt indien de opvoedsituatie van kinderen ernstig te wensen overlaat en van wie daardoor een gezonde ontwikkeling wordt bedreigd. In Brabant voeren vier gecertificeerde instellingen (GI's) deze maatregelen uit middels een contract dat zij hebben met de gemeenten. De continuïteit van deze zorg kwam al lange tijd in het gedrang. Drie ontwikkelingen lagen daaraan ten grondslag: onvoldoende direct beschikbare passende hulp die de GI's moeten inzetten tijdens hun betrokkenheid bij een gezin een enorm verloop en tekort aan gekwalificeerd personeel ingrijpende problemen in de bedrijfsvoering en de financiële gezondheid van veruit de grootste GI;JeugdBescherming Brabant (JBB). Daarnaast gold vanaf medio 2021 een opnamestop bij JBB en WSG. Een heel onwenselijke situatie maar de organisaties zagen zich hiertoe gedwongen. Doel van de opnamestop was de dienstverlening aan de bestaande clientèle én het personeel te beschermen. Beschermen tegen overbelasting, tegen verdergaande verschraling van de zorg en tegen calamiteiten
Huidige situatie De problemen in de jeugdbescherming in Brabant bleken representatief voor de landelijke staat waarin deze sector verkeert. De sector kan sindsdien rekenen op niet aflatende aandacht van lokaal bestuur, ministeries, inspectie, tweede kamer én de pers. Het werd, alle aandacht ten spijt, aanvankelijk niet per se eenvoudiger voor partijen om perspectief te bieden, om direct iets te kunnen betekenen voor elkaar en voor de kinderen en hun ouders. Wij kunnen u nu informeren over de vooruitgang die intussen wel geboekt is. Opnamestop JBB en WSG per 15 december opgeheven In juli 2021 is er met man en macht gewerkt aan de inrichting van een crisisorganisatie als gevolg van de opnamestop bij JBB en de WSG. In de eerste periode is er vooral veel inzet gepleegd om
1/3
we voldoende personeel te krijgen. Daarna is gewerkt om administratieve zaken goed op orde te krijgen, simpelweg omdat deze keten niet is ingericht op dit soort plotse en ingrijpende onderbreking van de bestaande in- en doorstroom van casuïstiek. Sinds september zien we de wachttijden voor de inzet van een jeugdbeschermer in nieuwe zaken teruglopen en zien we tevens een duidelijke verbetering in de kwaliteit van dienstverlening. Vernieuwende werkwijzen dragen bij aan een efficiëntere inzet van personeel. Het lukt nog niet in alle gevallen om tijdig een vaste jeugdbeschermer toe te wijzen. Dit is een landelijk erkend probleem. In alle gevallen wordt de veiligheid van de kinderen wel in kaart gebracht. In geval van acute bedreiging wordt er direct een jeugdbeschermer ingezet. Het Brabants Plan van Aanpak Jeugdbeschermingsregio's Gemeenten en GI's hebben de krachten gebundeld en een planmatige aanpak vastgelegd. Het plan pakt de grote onderliggende kwetsbaarheden van de jeugdbescherming in Brabant aan, op korte en langere termijn. Het Plan verwijst tevens naar andere, gerelateerde plannen en wil de samenhang realiseren.
Andere plannen zijn het herstelplan dat JBB opstelde om te komen tot een gezonde bedrijfsvoering en werkgeverschap, en de 'verbeteragenda' die gemeenten en de ketenpartners sowieso al ambieerden om op de meer lange termijn tot effectiever en aantrekkelijker vormen van jeugdbescherming te komen. Het Brabantse plan van aanpak is niet op de laatste plaats een resultaat van de inmenging en het toezicht door ministeries en de inspectie en staat zodoende ook voor een met hen gedeeld vertrouwen in een adequate uitweg uit de crisis. Het plan treft u als bijlage bij deze brief aan. Een aantal zaken uit het Plan van Aanpak uitgelicht a. Er is overeengekomen dat de opnamestop 15 december 2021 eindigt. Momenteel wordt uitgewerkt hoe de nieuwe aanwas van clientèle van kwalitatief goede zorg wordt voorzien, vanaf het moment van reguliere opname door JBB en de WSG. Dat is een grote uitdaging omdat de GI's nog steeds niet ruim in de personele jas zitten en bij JBB de uitstroom van medewerkers groter is dan de instroom. De inspectie ziet, naast de gemeenten, toe op een ordentelijk herstel van de instroom opname. Overdracht van de casuïstiek uit het huidige tijdelijke crisisteam naar de GI's start in februari 2022. b.
Gemeenten hebben een projectleider aangesteld, die per 15 november 2021 is begonnen aan de opdracht om de problemen op de arbeidsmarkt in de Brabantse jeugdbescherming in de volle breedte te verbeteren. Geen eenvoudige opgave, maar wij rekenen zonder meer op een opbrengst gezien de heel diverse invalshoeken die we daarbij voor ogen hebben. Denk aan de mogelijkheden die verdergaande functiedifferentiatie biedt, aan een samenwerking met Hogescholen, aan een vorm van traineeship binnen de bestaande jeugdbeschermingsketen en aan innovatie van bestaande wervingsprocedures. c. Er wordt doorgegaan met de 'doorbraakaanpak' . Hierbij volgt maximale inzet en inspanning voor elk kind dat is toevertrouwd aan een GI en voor wie niet snel de passende hulp beschikbaar lijkt. Een inspanning van GI, gemeente, toegangsteams, zorgaanbieders en het Overleg Passende Hulp (OPH) of andere casustafels. Het tot en met december verlengde toezicht door de inspectie richt zich onder andere hierop. Wij zijn positief gestemd over de daling van het aantal kinderen dat te lang wacht op passende hulp. Desondanks zijn we er nog niet, en is het aan de inspectie om binnen nu en een paar weken te beoordelen of de resultaten aanleiding zijn voor een beëindiging van het
2/3
ven g toezicht. De inspectie zal zich daarbij ook baseren op de indrukken die ze kreeg tijdens de gespreksrondes in de vijf regio's afgelopen weken. We blijven u periodiek informeren over de ontwikkelingen binnen de GI's.
Burgemeester en wethouders van Vught, de secretaris, de burgemeester,
s. H.C. de Visch Eybergen
R.J. van de Mortel
Bijlage(n): 1. Plan van aanpak Brabantse Jeugdbeschermingsregio's
3/3
Plan van aanpak
Brabantse Jeugdbeschermingsregio’s “Voor elk kind een vaste jeugdzorgwerker, een tijdig gedragen koers en tijdig passende hulp”
Oktober
2021
Brabantse Jeugdbeschermingsregio’s
Plan van aanpak
Inhoudsopgave Voorwoord
4
Inleiding/leeswijzer
7
Thema’s en maatregelen
9
1.
Maatregelen
9
Tijdig een gedragen koers
9
Maatregelen
10
Tijdig passende hulp
10
Maatregelen
10
Einde instroomstop – Crisisorganisatie - Perspectief
11
Maatregelen
11
(Keten)monitoring
11
Maatregelen
11
Aanpak en Proces
13
Perspectief (0-3 maanden)
16
1.
Proces instroom
16
2.
Vereenvoudigen overlegstructuur
18
3.
Doorbraakaanpak
19
4.
Makelaars / schakelteam
21
5.
Uniformeren jeugdhulpbepaling
21
6.
Herstelplan JBB
23
7.
Van Crisisorganisatie naar Instroomteam
24
8.
Ketenmonitoring
26
2. 3. 4.
Brabantse Jeugdbeschermingsregio’s “Voor elk kind een vaste jeugdzorgwerker, een tijdig gedragen koers en tijdig passende hulp”
Tijdige een vaste jeugdzorgwerker
5.
Maatregelen voor in de toekomst
28
Governance
29
Inspectie – toezicht
30
Ministeries – bestuurlijke afspraken
31
Bijlage 1
Werkwijze Doorbraakaanpak
33
Bijlage 2
Plan (keten)monitoring
34
Bijlage 3 Inspanningen ter verbetering en versterking
22 2021
oktober
2
36
personeelsbeleid JBB Bijlage 4
Regionale inzet jeugdhulpregio’s Brabant
38
3
Brabantse Jeugdbeschermingsregio’s
Plan van aanpak
oktober
2021
Voorwoord Voor u ligt het integrale plan aanpak Jeugdbeschermingsregio Brabant. Op 5 juli 2021 ontvingen we het ‘Regiorapport vervolgtoezicht kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd’. Het rapport heeft betrekking op de Brabantse jeugdzorgregio’s. De inspectie (IGJ) concludeert dat, ondanks alle inspanningen en genomen maatregelen, onze jeugdhulpregio’s nog niet in staat zijn om (duurzaam) te voldoen aan de normen ‘tijdig vaste jeugdzorgwerker’ en ‘tijdig passende hulp’. Dat heeft de inspectie ertoe bewogen ons onder verscherpt toezicht te stellen voor de periode van een half jaar. Op 21 juni hebben Jeugdbescherming Brabant (JBB) en William Schrikker Stichting (WSS) een instroomstop ingesteld. Dit is aanleiding geweest voor de ministeries van JenV en VWS om de Brabantse Jeugdhulpregio’s onder interbestuurlijk toezicht te plaatsen. Wij betreuren dat er niet voor alle jeugdigen tijdig een vaste jeugdzorgwerker en tijdige passende hulp beschikbaar is. Het realiseren van deze hulp en ondersteuning is een collectieve verantwoordelijkheid van de jeugdbeschermingsketen als geheel, met daarin alle ketenpartners en regievoerders vertegenwoordigd. Naar aanleiding van de rapportage hebben we inmiddels stappen gezet richting verbetering.
Het verscherpt toezicht en het interbestuurlijke toezicht grijpen we aan om bovenregionaal nog meer samen te werken en te komen tot structurele verbeteringen zodat de meest kwetsbare kinderen beter geholpen kunnen worden. Voorliggend plan van aanpak betreft het resultaat van deze gezamenlijke inspanning. We realiseren ons dat dit slechts een eerste stap is om tot een stelselwijziging te komen. Die stelselwijziging is nodig te zien aan bijvoorbeeld het arbeidsmarktprobleem wat keten breed bestaat en lastig te beïnvloeden is. We realiseren ons ook dat er spanning zit in het proces, door vraagstukken als zorgcontinuïteit en taken en verantwoordelijkheden van betrokken partijen binnen de jeugdbeschermingsketen. Ondanks deze spanningsvelden hebben we vertrouwen om door intensievere samenwerking dichter bij een betere en duurzame jeugdbeschermingsketen te komen.
het vraagt om een gezamenlijke inspanning van alle betrokken partijen 40 4
Het zorgdragen voor kwalitatief goede en ook tijdige ondersteuning kan immers alleen de resultante zijn van een gezamenlijke inspanning van alle betrokken partijen. In voorliggend plan doen we daarom ook een beroep op het Rijk. We vragen u ruimte te geven voor experimenten, partijen aan te spreken op hun verantwoordelijkheid en aan de slag te gaan met conflicterende wetgeving. Hoogachtend, ˘ ˘ ˘ ˘ ˘ ˘ ˘ ˘ ˘
Rinda den Besten, bestuurder Stichting Jeugdbescherming Brabant Pim van Uchelen, bestuurder William Schrikker Stichting Hans Martin Don, bestuurder Leger des Heils Jeugdbescherming en Jeugdreclassering John Hersbach, strategisch adviseur/accountmanager Jeugd Veilig Verder Marcelle Hendrickx, wethouder namens Hart van Brabant Menno Roozendaal, wethouder namens Noord Oost Brabant Renate Richters, wethouder namens Zuid Oost Brabant Marianne de Bie, wethouder namens West Brabant Oost René van Ginderen, wethouder namens West Brabant West
5
Brabantse Jeugdbeschermingsregio’s
Plan van aanpak
Inleiding / leeswijzer Dit plan van aanpak is opgesteld door gemeenten en gecertificeerde instellingen van de regio’s Noord Oost Brabant, Zuid Oost Brabant, Hart van Brabant, West Brabant Oost en West Brabant West. Aanleiding voor dit plan is drieledig: het rapport van 5 juli 2021 jl. van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (hierna IGJ) in het kader van het vervolgtoezicht “Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd”, het opvolgende interbestuurlijk toezicht van het Rijk en de (gedeeltelijke) instroomstop van Jeugdbescherming Brabant (hierna “JBB”) en William Schrikker stichting (hierna “WSS”). In de voortgangsrapportage van oktober 2020 hebben de inspecties gevraagd om een doorbraakaanpak voor alle kinderen met een jeugdbeschermings- en/of reclasseringsmaatregel. Deze aanpak moet ertoe leiden dat elk kind met een dergelijke maatregel tijdig een vaste jeugdzorgwerker, tijdig een gedragen koers en tijdig passende hulp krijgt. De Brabantse Jeugdzorgregio’s zijn daarop gestart met de doorbraakaanpak. Bij hertoetsing in april 2021 heeft de inspectie geconstateerd dat in de Brabantse Jeugdzorgregio’s nog te veel kinderen te lang wachten op passende jeugdhulp en/of een vaste jeugdzorgwerker. Daarmee wordt niet voldaan aan de normen tijdig een vaste jeugdzorgwerker, tijdig een gedragen koers en tijdig passende hulp.
Dit heeft ertoe geleid dat de inspectie de Brabantse regio’s onder verscherpt toezicht heeft geplaatst voor een periode van 6 maanden. Na deze 6 maanden, of zoveel eerder als de Jeugdhulpregio’s aangeven resultaat te hebben geboekt, zal de inspectie opnieuw een praktijktoets doen. Op 15 juni 2021 hebben Jeugdbescherming Brabant (JBB) en de William Schrikker Stichting (WSS) een instroomstop aangekondigd per 21 juni jl. Het verscherpte toezicht van de inspectie en de instroomstop zijn aanleiding geweest voor de ministeries van VWS en JenV om de Brabantse jeugdzorgregio’s onder interbestuurlijk toezicht te stellen.
de continuiteit & kwaliteit van zorg staat blijvend onder druk 6
De arbeidsmarkt voor medewerkers in de zorg is in de Brabantse Jeugdzorgregio’s erg krap. Er is een ernstig tekort aan personeel in de lokale wijkteams, bij de Raad voor de Kinderbescherming en bij de GI’s. Het is onmogelijk om op korte termijn voldoende personeel te werven en dat zorgt voor een enorme rem op de mogelijkheden van GI’s en jeugdzorgregio’s. In dit plan van aanpak wordt allereerst ingegaan op de thema’s en maatregelen die per thema zijn geformuleerd. Vervolgens is kort omschreven op welke wijze de maatregelen worden uitgezet in de tijd. We onderscheiden drie fasen: perspectief, verbetering en groei. Vervolgens zijn de maatregelen uit fase 1 (perspectief) verder uitgewerkt. Gemeenten en GI’s stellen alles in het werk om zo snel mogelijk goede hulp te verlenen aan alle kinderen in Noord Brabant, maar in het bijzonder aan de kinderen met een jeugdbeschermings- of een jeugdbeschermingsmaatregel.
7
Brabantse Jeugdbeschermingsregio’s
Plan van aanpak
Thema’s & maatregelen In dit plan laten wij als samenwerkende regio’s en GI’s in de Brabantse Jeugdbeschermingsregio’s zien hoe wij lokaal, regionaal en bovenregionaal de door de IGJ gesignaleerde problematiek aanpakken. Hierbij volgen wij de richtlijn van de IGJ: voor elk kind een vaste jeugdzorgwerker, een tijdig gedragen koers en tijdig passende hulp. Aan de hand van deze richtlijnen en de huidige ontwikkelingen, zijn er vijf thema’s met maatregelen geformuleerd:
1
Tijdige een vaste jeugdzorgwerker
De inspectie hanteert in haar onderzoek de volgende omschrijving van de norm: tijdig een vaste jeugdzorgwerker.
Norm
Tijdig een vaste jeugdzorgwerker voor elke jeugdige met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel.
Vast: De jeugdzorgwerker blijft gedurende de uitvoering van de OTS verbonden aan het gezin, of de wisseling van jeugdzorgwerker vindt voorspelbaar / op vaste momenten plaats (bijv. na de afronding van het plan van aanpak). Er is hooguit één wisseling wegens verloop of ziekte. Bij wisseling komt het gezin niet bij bureaudienst / wachtlijstbeheer terecht. Tijdig: Binnen vijf werkdagen nadat de GI in kennis is gesteld is een jeugdzorgwerker aan het kind / gezin gekoppeld.
Maatregelen 1. Proces instroom 2. Vereenvoudigen overlegstructuur Onderzoek naar normen ‘vaste jeugdzorgwerker’ en ‘tijdig’
2
We hebben 5 thema’s met maatregelen geformuleerd 8
Tijdig een gedragen koers
De inspectie hanteert in haar onderzoek de volgende omschrijving van de norm: een gedragen koers.
Norm
Voor elk kind met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel tijdig een gedragen koers.
Tijdig: De koers is tijdig wanneer deze binnen zes weken is bepaald, of zoveel eerder als de jeugdzorgwerker en betrokkenen noodzakelijk achten gezien de onveiligheid / ontwikkelingsbedreiging / recidive risico van het kind. De inspecties hanteren wat betreft de termijn hierbij het principe ‘comply or explain’. Gedragen: De koers is gedragen als deze is uitgezet in samenspraak met het gezin, netwerk en met betrokken professionals. Wensen, behoeften, mogelijkheden van jeugdigen, ouders en netwerk zijn bekend bij hulpverleners. De jeugdige en ouders bepalen, binnen hun mogelijkheden, in samenspraak met de hulpverlener de hulpvraag en de doelen van de geboden hulp.
9
Brabantse Jeugdbeschermingsregio’s
Plan van aanpak
Koers: Er is sprake van een koers bij een jeugdbeschermingsmaatregel als de doelen en de noodzakelijke hulp zijn bepaald, die leiden tot het afwenden van de ontwikkelingsbedreiging / het recidiverisico. De inspecties spreken van een koers en niet van een ‘plan’. In de praktijk wordt de koers vastgelegd in een plan, maar het plan is het middel, niet het doel. Het moet voor hulpverleners, jeugdigen en hun ouders duidelijk zijn wat de doelen van de hulp zijn en hoe hieraan gewerkt wordt. De doelen en afspraken zijn haalbaar, concreet en ontwikkelingsgericht.
Maatregelen 1 Proces instroom, zie maatregel 1
3
Tijdig passende hulp
De inspectie hanteert in haar onderzoek de volgende omschrijving van de norm: tijdig passende hulp.
Norm
Tijdige inzet van passende hulp die leidt tot het opheffen van de ontwikkelingsbedreiging, respectievelijk het verminderen van het recidive risico.
Passende hulp: Hulpverleners bieden hulp die aansluit bij de problematiek, ontwikkelingsbehoefte en mogelijkheden van jeugdigen en hun ouders. Daarnaast is de hulp bij een jeugdbeschermingsmaat-regel passend wanneer professional(s) kunnen toelichten en ouders/jeugdige ervaren dat de hulp bijdraagt aan het opheffen van de onveiligheid/ontwikkelingsbedreiging, respectievelijk verminderen van het recidiverisico. De hulp is passend als deze overeenkomt met het plan, dat een gedragen koers bevat. De hulp is ook passend als blijkt dat professional en gezin het ingezette alternatief passend vinden. Tijdig: De hulp is tijdig wanneer binnen drie maanden na het uitspreken van de maatregel passende hulp is ingezet, of zoveel eerder als de jeugdzorgwerker en betrokkenen noodzakelijk achten gezien de onveiligheid / ontwikkelingsbedreiging / recidive risico van het kind. De inspecties hanteren wat betreft de termijn hierbij het principe ‘comply or explain’. De hulp is niet gestart als na de intake het kind / gezin op een wachtlijst terecht komt. Indien het kind / gezin heeft moeten wachten op passende hulp, maar deze is in de doorbraakaanpak tot stand gekomen, dan beoordelen de inspecties dit positief.
Complexe scheidingsproblematiek zien we de afgelopen jaren sterk toenemen. Wachtlijsten zijn groeiende bij zorgaanbieders, waardoor tijdige hulp en ondersteuning niet altijd geboden kan worden. In aanpak van wachtlijsten met name op gebied van complexe scheidingen zijn er binnen de jeugdhulpregio’s inmiddels diverse initiatieven opgestart. De aanpak van wachtlijsten is daarom niet opgenomen als onderdeel van dit plan van aanpak. Maatregelen 3 Doorbraakaanpak 4 Makelaars /Schakelteam 5 Optimaliseren van de keten a. Uniformeren aanmeldformulieren aanbieders b. Uniformeren bepaling jeugdhulp
4 Einde instroomstop – Crisisorganisatie - Perspectief
Op 21 juni 2021 hebben WSS en JBB een instroomstop aangekondigd voor resp. delen van en voor heel Noord Brabant. Een rigoureus besluit wat volgens de wettelijke taak van een GI feitelijk niet kan, maar de situatie dermate nijpend is. Regio’s hebben de helpende hand geboden en een Crisisorganisatie opgericht. Deze Crisisorganisatie onder de leiding van WSS pakt de zaken op die de GI’s niet langer oppakken. De Crisisorganisatie leidt tot perverse prikkels op de arbeidsmarkt en biedt tijdelijk een goede, maar niet de wenselijke oplossing. De publiciteit van de afgelopen periode draagt niet bij aan een positief imago van de jeugdbescherming. Regio’s willen daarom niet dat de instroomstop langer duurt dan strikt noodzakelijk met 21 december 2021 als einddatum. Gemeenten en GI’s hebben maatregelen uitgewerkt hoe de Crisisorganisatie beëindigd kan worden. Maatregelen 6 Herstelplan JBB 7 Van crisisorganisatie naar Instroomteam Verbeteragenda (tarieven)
5
(Keten)monitoring
Er is een plan van aanpak waarin wordt toegewerkt naar een meer uitgebreide monitoring. Vooralsnog wensen we de volgende informatie: ˘ Kinderen zonder vaste jeugdzorgwerker binnen 5 dagen ˘ Kinderen zonder gedragen plan van aanpak binnen 6 weken ˘ Kinderen zonder passende jeugdhulp binnen 3 maanden ˘ Hoe de veiligheid gewaarborgd is van kinderen zonder vaste jeugdzorgwerker in en buiten de crisisorganisatie ˘ Aantal zaken bij de GI’s en wat er aan komt in de keten Maatregelen 8 Definiëren van signaleringsinformatie 9 Opstellen dashboard met keten brede informatie
10
11
Brabantse Jeugdbeschermingsregio’s
Plan van aanpak
Aanpak & Proces De maatregelen worden als volgt uitgewerkt: Bij iedere oplossingsrichting geven we aan: ˘ Om welk probleem het gaat; ˘ Welke belemmeringen we zien; ˘ Welke oplossingen er zijn; ˘ Wat we gaan we doen; ˘ Wat de planning is. We zoeken daarbij naar een balans tussen wat lokaal, regionaal en bovenregionaal wordt opgepakt. Daarmee doen we recht aan de verscheidenheid van de regio’s, maar kunnen we bijvoorbeeld ook waar nodig complexe problematiek bovenregionaal agenderen.
Focus: 0-3 maanden Perspectief
3-6 maanden Verbetering
6-18 maanden Groei
A. We beginnen met oplossingen voor de korte termijn (Perspectief) De focus ligt op het beëindigen van de instroomstop, het beperken van instroom en bieden perspectief op continuïteit van Jeugdbescherming Brabant. Het verminderen van de administratieve last, is hier onderdeel van. B. We werken samen aan verbetering (Verbetering) Hierbij gaan we aan de slag met het bestendigen van het perspectief door onderzoek naar passende tarieven. Daarnaast delen we creatieve oplossingen bovenregionaal. We verwachten dat de Jeugdautoriteit het proces begeleidt om te komen tot verbeteragenda en passende tarieven. We grijpen de huidige situatie aan om de situatie van de jeugdbescherming regionaal en bovenregionaal structureel te verbeteren (Groei) Dit doen we door focus te leggen op realisatie van passende jeugdhulp, aanpak van wachtlijsten, grip en zicht hebben op de instroom en het voortzetten van diverse pilots. C.
We zoeken naar een balans tussen wat lokaal, regionaal en bovenregionaal wordt opgepakt 12
Planning Voor dit plan wordt gewerkt in drie fasen met een totale tijdslijn van 18 maanden. Deze fasen zullen niet volledig zijn afgerond in de totale tijdslijn. Immers is het onmogelijk een stelselwijziging in een dergelijk tijdsbestek te realiseren. We verwachten na iedere fase resultaten op te leveren. Dit plan gaat in meer detail in op de fase Perspectief: de uitkomsten en ontwikkelingen in deze fase zijn bepalend voor de volgende fase. Zo zullen de effectiviteit van de doorbraakaanpak, de lokale optimalisering/verbeterinitiatieven, de uitvoering van het continuïteitsplan en het opheffen van de instroomstop de stabiliteit van de jeugdbeschermingsketen voor de middellange termijn bepalen. Verdere initiateven zullen hieruit volgen. Daarom is besloten eerst deze elementen uit te werken om na drie maanden de vervolgstappen te bepalen. Tot slot is er in bijlage 4 een overzicht toegevoegd met regionale initiatieven op gebied van aanpak wachtlijsten, doorbraakaanpak, verbetering samenwerking etc. die naast dit plan zijn opgepakt en lopen.
13
Brabantse Jeugdbeschermingsregio’s
Plan van aanpak
Matrix: Wat we doen op welk moment? Vaste jeugdzorgwerker
Gedragen koers
Passende hulp
Einde instroomstop
(Keten) monitoring
1. Proces instroom
3. Doorbraakaanpak
6. Herstelplan JBB
8. Definiëren signaleringsinformatie
2. Vereenvoudigen overlegstructuur
4. Makelaars / schakelteam
7. Van crisisorganisatie naar Instroomteam
9. Opstellen dashboard
5. Uniformeren jeugdbepaling
Verbeteragenda/ tarieven
Perspectief (0-3 maanden)
Verbetering (3-6 maanden) Verbeteragenda/ tarieven
9. Opstellen dashboard
Groei (6-18 maanden) Onderzoeken naar normen ‘vaste jeugdzorgwerker’ en ‘tijdig’ nog passend zijn
14
Uniformeren aanmeld-formulier zorgaanbieders
de werkdruk verlagen en het werkplezier vergroten wordt planmatig opgepakt 15
Plan van aanpak
Perspectief (0-3 maanden) 1
Proces instroom
Wat is er al gebeurd? Tijdens de crisis die is ontstaan door het gebrek aan gekwalificeerd personeel, is een uniforme werkwijze beperkt hulpaanbod (BHA) ingericht, waarmee voor cliënten zonder vaste jeugdbeschermer de noodzakelijke activiteiten worden uitgevoerd, gericht op het wegnemen van acute onveiligheid. Deze procedure is gericht op het triageren van de risico’s in een gezin, het multidisciplinair bespreken van de getriageerde zaken en in zaken met een hoog risico dit risico opheffen. Op basis van deze triage wordt bepaald welke zaken het eerst opgepakt dienen te worden. Het team BHA kan (in zeer beperkte mate) gebruik maken van de ondersteuning die is aangeboden door de zorgaanbieders: Sterk Huis en Combinatie jeugdzorg. Lange termijnacties om instroom van het aantal maatregelen te verminderen, de werkdruk te verlagen en het werkplezier te vergroten worden planmatig opgepakt. Dat is voor de middellange termijn. Waarbij recent gestart het is met het werken met Ondersteunende Jeugdbeschermers, om de werkdruk van Jeugdbeschermers te verminderen. Wat is het probleem? Gezien het grote personeelstekort staat de continuïteit en kwaliteit van zorg blijvend onder druk.
Het toewijzen van een vaste jeugdbeschermer, eerste contact binnen vijf dagen met ouders en jeugdigen en het komen tot een gedragen plan van aanpak binnen zes weken en het inzetten van passende hulp binnen 3 maanden is niet haalbaar. Het crisisteam dat voor JBB en een deel van de WSS de maatregelen heeft opgepakt is ook niet de oplossing voor het probleem gebleken en voor alle betrokken partijen is duidelijk dat aan deze constructie veel nadelen zitten. Ook zij kampen o.a. met personeelstekort en/of nog beperkt opgeleid personeel. Het is mede daardoor niet realistisch dat de maatregelen die door het team worden gedraaid op een reguliere manier worden uitgevoerd of dat dit op korte termijn gaat gebeuren. Hierin zit de link met het hierboven geschetste probleem. We spreken daarom niet over een herstel, maar over het opheffen van de instroomstop en terugname van de maatregelen in een vorm van dienstverlening die haalbaar is en zal blijven bestaan zolang er niet voldoende jeugdbeschermers beschikbaar zijn om maatregelen direct toe te wijzen en op een reguliere manier uit te voeren/tot de hervorming van het stelsel. Welke belemmeringen zien we? Het aantal SKJ geregistreerden binnen het gehele jeugdsector is te laag om alle vacatures (niet alleen bij Jeugdbescherming Brabant, maar ook bij de RvdK en de zorgaanbieders) te vervullen, de SKJ-vijver is leeg.
Hier bovenop kampen de GI’s nog met de onderstaande uitdagingen. De GI’s kampen met een vicieuze cirkel van ervaren werkdruk, verloop, verzuim, en de hoeveelheid taken, die in de loop der tijd bij de GI zijn belegd, waardoor menskracht te weinig is om de maatregelen uit te voeren in de vorm die kwaliteit en continuïteit biedt. Wet- en regelgeving die weinig ruimte biedt om het werk van jeugdbeschermer/-reclasseerder anders uit te voeren.
Brabantse Jeugdbeschermingsregio’s
Akkoord op het instroomproces door zowel J&V, IGJ, de regio’s als clientvertegenwoordigers. Voor het opheffen van de instroomstop zijn bovenstaande oplossingen noodzakelijk en is verder nodig: Coördinatie op instroom nieuwe cliënten ˘ Zicht op volumes maatregelen en capaciteit jeugdbeschermers in Brabant als geheel. ˘ Inzicht in te verwachten instroom van de komende maanden vanuit de RvdK. ˘ Bovenregionale afstemming tussen de betrokken GI’s over de instroom van cliënten. Zorgvuldige overdracht crisisteam naar JBB ˘ Inzicht in welke medewerkers uit het crisisteam van de WSS mee over (kunnen) gaan, kwantitatief en kwalitatief. ˘ Kwaliteitstoets van de dossiers die (mogelijk) over komen (nulmeting: waar staan we) ˘ Financiële compensatie om instroomteam (veel externe inhuur) te kunnen handhaven tot deze inpast in de reguliere instroom. O.b.v. de financiële compensatie kan de haalbaarheid ingeschat worden. ˘ Eenduidige werkafspraken met de RvdK en Rechtbanken West en Oost voor afhandeling van de verzoekschriften wijziging GI. Personeel ˘ Draagvlak/vertrouwen creëren bij professionals dat het opheffen van de instroomstop reëel is met het ingerichte instroomproces. ˘ Waarborging dat professionals met het instroomproces geen extra risico’s lopen op gebied van klacht- en tuchtrecht.
˘ Boeien en binden personeel, zie bijlage 3 voor de ondernomen acties tot nu toe ˘ Werven nieuw personeel. ˘ Functie differentiatie waardoor jeugdzorgwerkers meer ondersteuning krijgen. Verbeteren samenwerking ˘ Gemakkelijker en sneller maken van het proces om te komen tot inzet van jeugdhulp. ˘ Tijdige (binnen drie maanden) inzet passende hulp, mede door goede en snelle opschaalmogelijkheden. ˘ Eenduidige processen en procedures in het algemeen. ˘ Effectieve aanpak in de keten bij complexe scheidingen: reeds is hier een werkgroep gevormd bestaande uit Gi’s, gemeenten, aanbieders en RvdK. ˘ Vloeiend klantproces met lokale toegangen en zorgaanbieders, voorlopend op de transitie naar een nieuwe jeugdbeschermingsketen: wat kan nu anders?
Welke oplossingen zien we? Het inrichten van een instroomproces dat voldoet aan de minimale (wettelijke) eisen om de veiligheid van de jeugdigen te borgen (hiermee komen we nauwelijks tot het opheffen van de ontwikkelingsbedreiging). We realiseren ons dat dit ver af staat van de bedoeling van het werk van de GI, maar dit is noodzakelijk om de stappen te kunnen zetten, die gepland staan voor de middellange en lange termijn. Het vasthouden van de huidige medewerkers en het werven van nieuwe medewerkers.
16
17
Brabantse Jeugdbeschermingsregio’s
Plan van aanpak
2
Vereenvoudigen overlegstructuur
Wat is er al gebeurd? Het probleem is in gezamenlijk overleg tussen gemeenten en GI’s geduid. Wat is het probleem? Er zijn in alle Brabantse jeugdhulpregio’s inmiddels een kleine 40 (!) overleggen tussen de samenwerkingspartners. Deze overleggen hebben allen betrekking op casuïstiek, ze zijn gericht op inzetten, doorzetten, organiseren van hulp voor kinderen, jeugdigen ( en de gezinssystemen). Deze overleggen variëren van lokale overleggen tot bovenregionale overleggen. Van casuïstiek tot en met expertiseteams. Naast de casus overleggen zijn er een tiental werkgroepen, stuurgroepen, managers/ ambtenaren-overleggen; bestuurlijke overleggen. Ook hier de diversiteit over de provincie heen in bovenregionale overleggen, jeugdhulp regionale overleggen en sub regionale overleggen. Er is een veelheid aan overleggen die veel inzet vraagt vanuit alle lagen van de organisaties. Er worden successen geboekt, echter de vraag is of we de meest efficiënte weg bewandelen. We lossen het probleem van capaciteitsgebrek voor 1st best hulpverlening niet op met meer of meer specifieke triages; uitgebreidere verwijzingen, langere verwijsroutes. Welke belemmeringen zien we? Het risico van de vele overlegvormen die allen hun waarde hebben, is dat er soms lange wegen bewandeld worden om problemen op te lossen. Jeugdigen krijgen hiermee niet tijdig de hulp die nodig is.
De moeite zit ook- en vooral- in het gedefinieerde kader (o.a. jeugdwet/normenkader) waarvan we inmiddels weten dat de werkbaarheid van dit kader uitgeput is. Met andere woorden de belemmering zit gedeeltelijk in de beperkingen die ingegeven zijn door het wettelijk kader. Complicerend is daar de dynamiek naar de jeugdhulpregio’s en GI’s vanuit IGJ, KMI, Ministerie en JA. Dit zorgt voor veel en soortgelijke opdrachten, uitwerkingen en vergaderingen op meerdere organisatie-levels, die op hun beurt binnen organisaties óók weer afgestemd dienen te worden. Welke oplossingen zien we? 1 Oplossingen buiten de gegeven kaders toetsen aan doelmatigheid i.p.v. vast houden aan een uitgeput kader. 2 Meer slagkracht en daadkracht organiseren waar nodig en daarmee overbodig wordende overleggen opheffen, combineren /samenvoegen waar mogelijk. 3 Hierboven het focus vanuit de casuïstiek, in wezen geldt voor alle management en bestuurlijke overleggen dezelfde analyse. Wat gaan we doen? 1 Op korte termijn een evaluatie van de ingezette maatregelen (de bestaande overlegvormen aangevuld met de nieuwere overlegvormen) op nut en noodzaak. Waar mogelijk combineren en op de juiste plaats (zo laag mogelijk in de hiërarchie van overlegvormen) deskundigheid en doorzettingsmacht creëren.
2 Bureaucratie (hoeveel -per jeugdhulpregio verschillende-formulieren voor een verwijzing nodig ?) en processtappen elimineren en dus korte lijnen van besluitvorming creëren.
18
3
Doorbraakaanpak
Wat is er al gebeurd? ˘ De gehanteerde doorbraakaanpak is in de meeste jeugdzorgregio’s tamelijk succesvol geweest. We gaan dan ook voort op de ingeslagen werkwijze. De resultaten waren echter onvoldoende. Daarom gaan we meer doen. Een beschrijving van de werkwijze is terug te vinden in bijlage 1. ˘ Elke regio heeft onderzoek gedaan naar de hiaten in het zorglandschap. Deze zijn samengevoegd door het bovenregionale Expertisenetwerk (BEN) in een rode draden analyse. Deze rode draden analyse vormt het uitgangspunt voor de te subsidieerde initiatieven en verdere doorontwikkelingen. ˘ Mede ingegeven door de doorbraakaanpak is er vanuit het BEN een impuls gegeven aan de doorontwikkeling van de regionale Expertteams. Alle jeugdzorgregio’s dienen een goed functionerend Expertteam te hebben. Hiervoor zijn middelen toegekend aan de regio’s met een bijbehorend plan van aanpak. ˘ Er is onderzoek gedaan naar welke wijze er betere monitoring toegepast kan worden in samenhang met procesregio. Deels ligt de procesregio bij het Expertteam en de verwijzer. Om zicht te krijgen op jeugdige die moeten wachten op passende zorg wordt het BEN vanaf 1 november 2021 het centrale punt op het gebied van monitoring. ˘ Er is structureel overleg met tussen de GI’s en regio’s. Zowel bovenregionaal als regionaal.
˘ Elke regio heeft – naast de geüniformeerde bovenregionale afspraken – een opschaal/ escalatieroute (zie bijlage 1). De accountmanager van de betreffende regio is altijd aanspreekbaar. Wat is het probleem? Jeugdigen woonachtig/verblijvend in een van de vijf jeugdzorgregio’s wachten lang op passend zorg. Dit heeft te maken met de complexiteit van de problematiek en/of context. Jeugdigen binnen de GI hebben vaker een langdurige verblijfsplek nodig. Deze plekken zijn schaars en de doorlooptijd is lang. De regionale opschaalstructuren zijn niet altijd even goed bekend bij de jeugdzorgwerkers en het is niet duidelijk wanneer waar naar toe opgeschaald moet worden. Het werk van een GI vraagt om snelheid. Des te meer is het van belang dat de regionale opschaalroutes goed bekend zijn en dat hierin een goede communicatielijn wordt aangehouden, met passende doorlooptijden. Een overzicht en kennis van het regionale zorgaanbod is niet altijd bekend. Overzicht is nodig om te weten welke hulp en ondersteuning voor handen is voor jeugdigen en ouders. Een overkoepelende monitoring ontbreekt. Zowel in de regio’s als bovenregionaal is er geen overzicht waar jeugdigen wachtend zijn, hoe lang en wat hun perspectief is. Hierdoor moeten jeugdigen langdurig wachten op hulp, terwijl al is geconstateerd dat hun situatie ernstig is als het gaat om ontwikkelingsbedreiging/ recidive.
Voor de regio’s ontbreekt het aan sturingsmogelijkheden om het zorglandschap te optimaliseren en gericht het gesprek aan te gaan met het zorgaanbod als het gaat om deze kwetsbare groep jeugdigen. Welke belemmeringen zien we? ˘ Langdurige verblijfsplekken zijn schaars, zeker daar waar het gaat om comorbiditeit. Het tijdspad is kort, problematiek complex en duurzame oplossingen vragen om tijd en ontwikkeling.
19
Brabantse Jeugdbeschermingsregio’s
Plan van aanpak
20
Welke oplossingen zien we? 1 Een centrale geanonimiseerde lijst (op basis van een vast format, dat eenmalig wordt aangeleverd en minimaal administratieve last geeft) met aanmeldingen van de GI’s en de gekozen oplossingen. Deze lijst agenderen we voor het gezamenlijke overleg tussen regio’s en GI’s. Op basis van deze lijst leren we van elkaar qua oplossingen en kunnen we elkaar helpen met knelpunten. De input voor de lijst wordt geleverd door de GI’s aan de regionale expertisenetwerken, het bovenregionale expertisenetwerk zorgt voor het actueel houden van de lijst. 2 Het blijven stimuleren van de regionale samenwerking tussen de GI’s en de regionale Expertteams. Dit vraagt om goede afstemming, duidelijke opschaalroutes en regelmatig overleg over de processen, uitvoering en indien nodig het aanpassen daarvan. Goede afstemming over de uitvoering vindt bij voorkeur in de afzonderlijke jeugdzorgregio’s plaats. 3 Een goede afstemming tussen de plaatsingscoördinatoren (JBB), gemeenten en Expertteam is hierbij van belang. De plaatsingscoördinatoren (JBB) zijn intern van wezenlijk belang voor de uitvoering van de maatregelen. Intern zijn zij een belangrijke vraagbaak, voor de jeugdzorgregio’s zijn zij een belangrijke gesprekspartner voor het optimaliseren van processen, knelpunten in de samenwerking en doorontwikkeling.
Het stimuleren van leren van elkaar; uitwisselen van best practices en elementen die geüniformeerd kunnen worden. 4 Thema’s waar het gaat om monitoring en het vinden van passende zorg indien de problematiek dermate complex is en er binnen de jeugdzorgregio’s geen passende zorg voor handen is. Het BEN is aanjager voor nieuwe initiatieven en pakt de lacunes in het zorgaanbod aan. 5 Overleg tussen de regio’s over knelpunten in het zorgaanbod om na te denken over structurele oplossingen. De inkopers van de verschillende regio’s houden nauw contact om elkaar te kunnen helpen op casusniveau. Hier zullen we een tijdelijke taskforce voor inrichten. We gaan steeds op zoek naar de juiste plek voor ouders en kinderen, ook buiten de gebaande paden en in andere regio’s. We blijven wel aandacht houden voor de kwaliteit van zorgaanbieders. 6 Werkzame elementen uit de aanpak van andere regio’s in het land overnemen die passend zijn bij de werking van de vijf Brabantse regio’s. Concreet noemde de inspectie voorbeelden uit Friesland en Rotterdam.
4 Makelaars / schakelteam
Wat gaan we doen? 1 Monitoring vanuit bovenregionaal expertisenetwerk. 2 Investeren in de regionale Expertteams. Zij krijgen een prominente rol in opschaling 3 Overlegstructuur voor optimaliseren samenwerking in de regio in samenwerking met plaatsingscoördinatoren/deskundigen van de GI’s. 4 Structureel overleg met zorgaanbieders en afspraken over wachtlijstproblematiek in relatie tot ‘intensive care’ zorg voor GI jeugdigen. 5 Structureel bovenregionaal overleg met jeugdzorgregio’s en GI. Delen van informatie en ophalen van werkzame elementen.
5
Wat is er al gebeurd? ˘ In HvB was tot 1 januari 2020 een schakelteam actief. De ervaringen waren positief. De activiteiten van het schakelteam zijn niet geborgd binnen de GI’s. ˘ In Noordoost is een zorgbemiddelingsteam dat meedenkt. Liever mensen die zorgen voor een oplossing en niet een advies. Wat is het probleem? ˘ Medewerkers van de GI’s hebben te weinig inzicht in het beschikbare hulpaanbod. waardoor steeds naar dezelfde aanbieders wordt verwezen die een wachtlijst hebben. ˘ Bij niet gecontracteerde zorg is geen zicht op de geleverde kwaliteit. ˘ Tekorten en wachtlijsten in de zorg zijn onvoldoende in beeld. ˘ Er zijn meerdere schakels die zorgen dat de zoektocht moeilijk verloopt. ˘ Er zijn veel plekken beschikbaar die meedenken, er is een behoefte aan een plek die komt met een oplossing. Welke belemmeringen zien we? ˘ Taken/verantwoordelijkheden zijn onduidelijk omdat het gaat om een nieuwe functie. ˘ Past niet altijd in de gemeentelijke visie, bijvoorbeeld omdat gewerkt wordt in tandem met medewerker wijkteam. Welke oplossingen zien we? ˘ Het instellen van een makelaar als oliemannetje is op korte termijn een oplossing. De makelaar heeft inzicht in de lokale kaart en kent de processen. ˘ Beter in beeld hebben van vraag en aanbod zodat het aanbod goed kan worden afgestemd op de vraag en medewerkers GI daarvan op de hoogte zijn.
Wat gaan we doen? ˘ per 1 december 2021 hebben alle regio’s een makelaars/schakelfunctie die past bij de eigen regio. Voortdurend: makelaars/schakelteam geeft aan regio’s lacunes in zorgaanbod door.
Uniformeren jeugdhulpbepaling
Wat is er al gebeurd? ˘ Het probleem is geduid. ˘ Het proces bij de verschillende regio’s is bekend. ˘ Er is subsidie beschikbaar van het Rijk. Wat is het probleem? ˘ Iedere regio/gemeente gebruikt een eigen formulier voor de bepaling jeugdhulp. ˘ Iedere regio heeft een eigen proces voor het inzetten van jeugdhulp. ˘ Het proces om te komen tot het inzetten van jeugdhulp is bureaucratisch (12 of nog meer stappenplan). ˘ In het proces moet de jeugdwerker (bij problemen) meerdere keren hetzelfde verhaal doen. ˘ Gemeente is het niet eens met de productcode waardoor gesoebat ontstaat en de jeugdwerker het gevoel heeft zich te moeten verantwoorden ˘ Er zijn veel opschalingsmogelijkheden
21
Brabantse Jeugdbeschermingsregio’s
Plan van aanpak
Welke belemmeringen zien we? ˘ Capaciteit binnen gemeente en GI om dit goed uit te werken; ˘ Juridische belemmeringen om het proces anders in te richten omdat het vastgelegd is in contracten met jeugdhulpaanbieders ˘ Jeugdwerkers staan niet altijd open voor een alternatieve hulp;
˘ 1 november 2021: instellen taskforce inkoop om bovenregionaal gebruik te maken van elkaars zorgaanbod, om kennis en expertise te delen maar vooral om te zorgen dat alle kinderen tijdig passende hulp krijgen. ˘ 1 november 2021: uniforme werkwijze voor bijzondere pupilkosten voor alle regio’s en alle GI’s.
Welke oplossingen zien we? ˘ Iedere regio werkt voor zover mogelijk binnen de juridische kaders, met dezelfde jeugdhulpbepaling; ˘ Iedere regio heeft zoveel mogelijk hetzelfde proces; ˘ Minder bureaucratie, door minder stappen. GI’s en regio’s verkennen samen de mogelijkheden; ˘ Gemeenten overleggen met GI’s- over de jeugdhulpbepaling als de aangevraagde zorg niet mogelijk is en/of niet gecontracteerd is; ˘ Gemeenten lossen problemen op het gebied van welke gemeente betaalt, vervoerskosten, aanspreken van zorgaanbieders, problemen met onderaannemerschap; ˘ Het verminderen van de wachtlijsten. Voor een deel ligt deze oplossing buiten het bereik van de gemeente en de GI’s omdat hier de arbeidsmarktproblematiek een belangrijke rol speelt.
Noot: het hele proces van het inzetten van juiste jeugdhulp is een grote frustratie voor de jeugdwerkers. Alle verbeteringen in dit proces leiden tot meer arbeidsvreugde!
Wat gaan we doen? ˘ 21 december 2021: zelfde jeugdhulpbepaling voor zover past binnen juridische kaders ˘ 21 december 2021: processen regio’s met elkaar vergeleken en voorstel voor verbetering per 1 januari 2022 ˘ 1 november 2021: alle gemeenten handelen vanuit het perspectief van wat het beste is voor het kind ˘ 1 januari 2023: wachtlijsten, voor zover binnen invloedssfeer gemeenten. ˘ Tijdens inkooptrajecten: medewerkers van de GI’s zijn/worden betrokken
6 Herstelplan JBB Wat is er al gebeurd? In april 2021 was na een lange en intensieve periode van gesprekken, berekeningen, inventarisaties, benchmarken, het Herstelplan voor JBB gereed. De doelen uit dit Herstelplan staan nog steeds onbetwist overeind: werken aan rust en vertrouwen, binnen en buiten JBB, en aan een financieel gezonde, goede en uitvoerbare jeugdbescherming nu en in de toekomst, waar professionals met plezier hun belangrijke werk kunnen doen. Het plan omvat acht met elkaar samenhangende projecten. Gemeenten hebben daarop een officieel akkoord gegeven en een financiële bijdrage voor dit plan toegezegd. Door nijpende personeelstekorten zag JBB zich genoodzaakt in juni 2021 een Instroomstop voor nieuwe cliënten af te kondigen. Dit was een zorgvuldig afgewogen besluit, bedoeld om rust in de organisatie te brengen en om te voorkomen dat personeelsverloop en ziekteverzuim nog verder zou stijgen. Uiteraard zorgt de instroomstop in de 2e helft van 2021 voor een stevige teruggang in inkomsten voor JBB en veel onzekerheid voor de korte en middellange termijn. Vanwege de Instroomstop, maar ook door onderbezetting is de uitvoering van het Herstelplan in het gedrang gekomen. Een aantal deelprojecten zijn wel degelijk in uitvoer gebracht, maar andere deelprojecten, die ook grote samenhang vertonen met de Doorbraakaanpak, zijn in de vertraging geraakt.
Toch is JBB voortvarend doorgegaan met het op orde brengen van de bedrijfsvoering en de interne processen. Hiervan worden ook via een maandelijkse rapportage alle kengetallen gedeeld met de Jeugdautoriteit en de accounthoudende regio. Wat is het probleem? Personeel Als gevolg van de hoge caseload kent JBB een hoog ziekteverzuim en personeelsverloop waardoor geen tot onvoldoende opvolging kan worden gegeven aan de thema’s: vaste jeugdzorgwerker en gedragen aanpak. Personeel geeft aan te weinig tijd te hebben voor de cliënten. Werkplezier neemt af. Waar mogelijk wordt extra (duurder) personeel ingehuurd voor zover dit nog beschikbaar is op de arbeidsmarkt. De personele kosten zijn hierdoor hoog. Actieve werving en beleid om een aantrekkelijk werkgever te zijn, is in ontwikkeling, evenals een gedifferentieerder functiegebouw waardoor inmiddels diverse Ondersteunend Jeugdbeschermers zijn gecontracteerd. Toch is uitstroom onder personeel momenteel nog steeds hoger dan instroom. Liquiditeit ˘ De organisatie heeft nog te maken met forse overheadkosten als gevolg van te hoge huurcontracten uit het (verre) verleden. Door herhuisvesting in de afgelopen periode en komend jaar zal nog een flinke structurele besparing worden behaald. ˘ Het al 2 jaar op rij afsluiten met een fors negatief resultaat (2019 en 2020) waardoor het aanwezige weerstandsvermogen inmiddels is gereduceerd.
˘ Liquiditeitsproblemen die tijdelijk zijn opgelost door het verstrekken van voorschotten door de jeugdzorgregio’s. Ook de overeengekomen tariefsverhoging 2020 en 2021 heeft wat lucht gegeven maar de lagere opbrengsten als gevolg van de Instroomstop en vaste verplichtingen geven nu al aan dat de beschikbare liquiditeit begin 2022 weer een groot probleem is.
22
23
Plan van aanpak
˘ Lange discussies over tariefstellingen en vergoedingen (oa compensatie Huisvesting, Transitiekosten). Uiteindelijk zijn de tarieven van 2020 en 2021 omhoog getrokken. De nabetaling hiervan over 2020 en (deels) 2021 is naar verwachting medio oktober afgerond. Wat gaan we doen? Om bovenstaande redenen is met de Jeugdautoriteit afgesproken dat JBB voor 15 oktober a.s. een hernieuwd Herstelplan schrijft. JBB ligt op schema om deze deadline te halen. Onderdelen van dit hernieuwde Herstelplan zijn: 1 Schets van huidige stand van zaken van het herstelplan/overzicht opgestarte projecten. 2 Overzicht gevolgen instroomstop voor het herstelplan/ uitvoering van het herstelplan. 3 Geactualiseerd tijdspad: hoe ziet de uitvoering van het herstelplan er uit. 4 Uitwerking structuur: monitoring voortgang herstelplan laten landen in het bestaande monitoringsoverleg met JBB, JA en gemeenten. 5 Financiële doorrekening en consequenties.
7
Van Crisisorganisatie naar Instroomteam
Wat is er al gebeurd? Crisisorganisatie In de afgelopen drie maanden is er een crisisorganisatie opgetuigd waarin momenteel (15 oktober 2021) 29 medewerkers (10 fte) werkzaam zijn. Per twee jeugdzorgwerkers is er één ondersteuner toegewezen. De ondersteuners verrichten werkzaamheden waarvoor geen SKJ-registratie is vereist. Ook zijn er werkbegeleiders aangesteld voor kwaliteitsbewaking en het naleven van de wettelijke termijnen. Er zijn op dit moment 174 kinderen bij de crisisorganisatie aangemeld. In 65 gevallen wordt nog gewacht op een beschikking. In 18 gevallen is het nog niet gelukt om een jeugdzorgwerker toe te wijzen. Er wordt gewerkt met een caseload van 1 op 10 omdat het veelal startende jeugdzorgwerkers betreft. In elk geval wordt een risicotaxatie gemaakt zodat indien noodzakelijk kan worden geprioriteerd. Vernieuwende werkwijzen, beperken instroom Twee zorgaanbieders (Prisma en de Gezinsmanager) helpen mee om de kinderen goed in beeld te houden en voeren taken uit die niet specifiek door de jeugdbescherming hoeven te worden gedaan. De verantwoordelijkheid en de regie blijven onverminderd een taak van de jeugdbescherming. Een intensievere samenwerking met Sterk Huis wordt vormgegeven. Alternatieven om complexe scheidingen aan te pakken worden verkend.
Ook hier kijken we met een groep deskundigen wat er gedaan kan worden om de instroom binnen het gedwongen kader te beperken. Er is afstemming geweest tussen Peter Dijkshoorn en de hoofdbehandelaars van Sterk Huis en Koraal. Er is een afspraak gemaakt dat nu in West Brabant West wordt gestart met een gedeelde verklarende analyse conform het Gronings model. Door meer expertise in het voorveld in te zetten is de verwachting dat het aantal maatregelen afneemt. Uitgangspunt is dat de professionals minimaal het niveau van een GZ-psycholoog moeten hebben. Werving en selectie De regio’s zetten gerelateerd aan duurzaam herstel na de instroomstop gezamenlijk in op een projectmatige werving & selectie. Beoogde start: 1 november. Tot een projectmatige aanpak werving & selectie behoren in ieder geval een verdergaande en duurzame samenwerking met de hogescholen, het verkennen van en adviseren over de opzet van een integraal traineeship ‘werken in de kind- en gezinsbescherming’, bevorderen van functiedifferentiatie binnen de organisaties en innovatie van tot op heden gehanteerde werving & selectie-
24
Brabantse Jeugdbeschermingsregio’s
procedures (inclusief het thema ‘binden en boeien’) door de organisaties in de keten. Een mogelijke uitzondering daargelaten, heeft werving & selectie geen quick-wins in zich, maar betekent deze investering des te meer voor de langere termijn. Wat is het probleem? ˘ Er zijn onvoldoende (ervaren) SKJ-geregistreerde medewerkers beschikbaar. ˘ Veel parttimers: ˘ kwaliteitsverlies door minder focus en meer overdracht. ˘ discontinuïteit omdat voornamelijk met tijdelijke inhuur wordt gewerkt ˘ kostenverhogend door inhuur, meer licenties en apparatuur nodig, veel inwerktijd voor een kortdurende inzet waardoor inefficiency. ˘ concurrerend met GI’s omdat medewerkers soms vertrekken en voor zelfstandigheid kiezen. Welke belemmeringen zien we? ˘ De belemmering is met name de instroomstop die van een kortst mogelijke duur moet zijn. In de tijdelijkheid is de Crisisorganisatie onvermijdelijk maar de neveneffecten staan een duurzame oplossing in de weg. ˘ Daarnaast zijn de wettelijke termijnen waaraan de jeugdbescherming is gebonden een ‘blok aan het been’. ˘ De voorwaarde dat alle jeugdzorgwerkers SKJ-geregistreerd moeten zijn is op zijn minst in crisistijd niet helpend. ˘ Rechtbanken besluiten als gevolg van de crisis regelmatig tot kortdurende OTS-en. Welke oplossingen zien we? 1 Instroomstop zo vroeg mogelijk beëindigen.
2 Tijdelijk ruimte bieden om de wettelijke termijn voor niet urgente zaken (vast te stellen na risicotaxatie) te verruimen als er sprake is van passende hulp. Beschrijf daarbij duidelijk welke voorwaarden moet worden voldaan. 3 Sta gedurende een periode toe dat medewerkers met perspectief op SKJ-registratie onder supervisie van een SKJ-geregistreerde jeugdzorgwerker als jeugdzorgwerker aan de slag kunnen. Ken een SKJ-registratie ruimhartiger toe bij gebleken geschiktheid door bijvoorbeeld een praktijktoets. 4 Rechtbanken besluiten tot kortdurende OTS-en vanuit hun verantwoordelijkheid voor het kind. Het gekozen middel kan ter discussie worden gesteld omdat het de oplossing niet dichterbij brengt. Het betekent juist werkdrukverhoging voor de jeugdbescherming. Energie van de jeugdzorgwerker gaat naar het voorbereiden van de zitting in plaats van naar het kind. Kan de rechtbank de OTS uitspreken voor de noodzakelijke duur en daarin met een ‘proeftermijn’ werken waarin zij vaststellen dat aan de vereisten is voldaan? Wat gaan we doen? 1 De komende periode staat in het teken van de afstemming tussen de GI’s en de Crisisorganisatie om de overgang vloeiend te laten verlopen uiterlijk per 21 december 2021. Uitgangspunt daarbij is dat er zoveel mogelijk continuïteit aan de gezinnen wordt geboden. Daarnaast zullen er afspraken over de fasering moeten worden gemaakt.
Waarbij het voor de hand ligt om eerst de nieuwe instroom weer bij WSS en JBB te laten plaatsvinden. Daarna moet een besluit worden genomen over de lopende OTS-en die nu vanuit de Crisisorganisatie worden bediend. Er zal met de GI’s worden bekeken op welke wijze er meer regionaal uniformiteit kan worden bereikt. Thema’s die daarbij aan de orde komen zijn één jeugdhulpbepaling en de zorgmakelaar. 2 Op basis van de uitgangspunten van de inspectie eenduidig invulling geven aan wachtlijstbeheer/ instroomteam. Waarbij het vertrekpunt is dat het gezin wel in beeld is bij een jeugdzorgwerker en er binnen vijf dagen contact ontstaat. Er wordt toegewerkt naar een perspectief. 3 Samen met het ministerie en de VNG wordt gesproken over de SKJ-registratie. Wat zijn de (on)mogelijkheden. Behoud van kwaliteit voor het werkveld is daarbij het voornaam-
25
Brabantse Jeugdbeschermingsregio’s
Plan van aanpak
ste. Met opleidingstrajecten tevens het aantal SKJ-geregistreerden uitbreiden, zodat de ‘vijver’ waaruit kan worden gevist wordt vergroot. Functiedifferentiatie zal breder worden uitgerold waarbij ook de mogelijkheden met MBO-ers als ondersteuners van jeugdzorgwerkers worden onderzocht. In de komende periode is het noodzakelijk om de personele capaciteit bij de Crisisorganisatie verder uit te breiden. Hiervoor is de Crisisorganisatie veelal aangewezen op inzet via detacheringsbureaus. Daarnaast is er binnen de Crisisorganisatie een rekruteer aangesteld die meezoekt naar geschikte kandidaten en het inhuurproces soepel laat verlopen. 4 Er zal strakker worden gestuurd op aanwezigheid en aanlevering stukken van de GI’s bij de rechtszitting. Dat geeft de rechtbank meer vertrouwen dat de GI in beeld is en verantwoordelijkheid neemt. De komende tijd zal moeten uitwijzen of dit leidt tot minder kortdurende OTS-en in gevallen waarbij een langere OTS voor de hand ligt. Afstemming met de rechtbanken geschiedt op regelmatige basis. 5 Iedere regio zet kennis en expertise van alle partners in op het gebied van scheidingen om te voorkomen dat er een omgangs-OTS wordt uitgesproken.
8 Ketenmonitoring Wat is er al gebeurd? Er wordt op verschillende niveaus lokaal en bovenregionaal informatie gedeeld over cliënten in het voorveld. Ook wordt informatie gedeeld door GI’s over hun workload en interne ontwikkeling over de crisisontwikkelingen met de IGJ. Via diverse werkgroepen uit de crisis-organisatie wordt informatie opgevraagd en verstrekt aan lokale, regionale en bovenregionale ketenpartners. Gemeenten ontsluiten zelf gegevens uit de lokale systemen. Er is een werkgroep Ketenmonitoring gestart welke de eerste signaleringsinformatie heeft uitgevraagd en opgeleverd. Er is een plan van aanpak voor da lange termijn (zie bijlage2) waarin wordt toegewerkt naar een meer uitgebreide monitoring. Wat is het probleem? In Brabant, net als in andere regio’s zijn m.b.t. de snelheid, doorstroom en wachttijden er een aantal hardnekkige problemen in de jeugdbescherming, te weten: ˘ Kinderen wachten (te) lang op hulp ˘ Kinderen verblijven (te) lang in de keten ˘ Kinderen komen (te vaak) terug in de keten ˘ Ketenpartners wachten regelmatig op elkaar ˘ We werken te veel volgordelijk i.p.v. “inclusief” M.b.t. de impact van bovenstaande problemen is het niet duidelijk hoe groot die zijn. Zo is het bijvoorbeeld niet duidelijk hoe lang kinderen wachten op hulp en wat daar de gevolgen van zijn, etc.
Als gevolg van het ontbreken van duidelijke indicatoren en normen ontstaan de volgende problemen: ˘ In de keten ontbreekt het aan een goede onderbouwing voor achterblijvende prestaties/ kwaliteit. ˘ Er is zitten verschillen in cijfers en definities waardoor eenduidig beeld ontbreek en worden in de sturing en maatregelen appels en peren vergeleken Er wordt vanuit te veel plekken informatie gevraagd waardoor dubbelingen ontstaan en informatie niet tot sturing kan leiden. ˘ Door het verschil in inzicht kunnen we de omvang van de huidige crisis in de instroom onvoldoende duiden. ˘ Daardoor komt de keten niet tot een goede analyse over oorzaken en mogelijke oplossingen in de keten. ˘ Keuzes voor verbeterprojecten worden daardoor onvoldoende onderbouwd en geïnformeerd genomen.
26
(Structurele) effecten kunnen niet keten-breed in beeld gebracht worden omdat het niet meer mogelijk is om deze problemen per ketenpartner op te lossen is er behoefte aan een ketenaanpak. Welke belemmeringen zien we? ˘ Er wordt vanuit te veel plekken informatie gevraagd die niet wordt gecoördineerd ˘ Er wordt uiteindelijk toch appels met peren vergeleken. ˘ Partijen kunnen niet voldoen aan de informatie uitvraag door gebrek aan tijd, personeel of inzicht ˘ Partijen wensen niet te leveren ˘ Mogelijke AVG problematiek ˘ Informatie vanuit de Rechtbanken is lastig toegankelijk Welke oplossingen zien we? Voor de korte termijn gaan we twee belangrijke stappen zetten, te weten: 1 Definiëren van Signaleringsinformatie Signaleringsinformatie is er voor de korte termijn.
Deze komt tot stand door in een korte werkcyclus twee wegen te bewandelen: a Bepalen van de issues door een korte oorzaak-gevolganalyse (zie hst2) te vertalen naar de belangrijkste drivers van de oorzaken, te bepalen welke data dit betreft en hoe deze te vergaren en samen te brengen is b Betreffende ketenspelers te identificeren die verantwoordelijk zijn voor de statische data bij de signaalfunctie 2 Opstellen van een dashboard met (parate) ketenbrede informatie Voor het verzamelen van ketenbrede informatie zijn een aantal zaken noodzakelijk: a Definitie van gegevens (verkenningsfase) Om gegevens van meerdere ketenpartners met elkaar te kunnen vergelijken (van statische naar dynamische data) is het van belang dat de definities (wat is wachttijd, hoe meten we die) eerst worden vastgesteld. Tevens bepalen we hier welke gegevens we minimaalnodig hebben om te kunnen verbeteren. b Gestructureerde en veilige gegevensverzameling Het gaat hier om gegevensverzameling die onder de AVG valt. Er zal een PIA (Privacy Impact Analyse) en BIV classificatie worden gemaakt. c Ontwikkelen monitor De monitor wordt in eerste aanleg door een werkgroep beheerd. Evt vervolgstappen vinden in een latere fase plaats
27
Brabantse Jeugdbeschermingsregio’s
Plan van aanpak
In dit hele traject wordt gewerkt met een Werkgroep Ketenmonitoring waarin alle ketenpartners zijn vertegenwoordigd, waardoor uniformiteit in uitvraag en levering kan worden afgedwongen. Wat gaan we doen? Iedere maand leveren de ketenpartners volgens de gedefinieerde normen de betreffende cijfers aan voor het ketendashboard. Iedere maand leveren de GI’s aan de betreffende accounthoudende regio cijfers over een vaste jeugdzorgwerker en een gedragen plan van aanpak aan.
Governance De effectieve uitvoering, de regie op en besluitvoering tijdens dit plan vraagt een integrale besturingsstructuur. Er is gekozen om lering te trekken uit eerdere Brabantse ervaringen alsmede landelijke ontwikkelingen in crisissituaties. Onderstaand model gaat doen voor de besturing van dit plan.
Maatregelen voor in de toekomst:
˘ Verbeteragenda/tarieven 2022/2024: plan van aanpak verbeteragenda is klaar op 1 november 2021. Dit pakken regio’s op samen met GI’s en de jeugdautoriteit. Gemeenten en GI’s wensen uiterlijk 1 april 2022 een akkoord te bereiken over de gewenste kwaliteit en de bijbehorende tarieven. ˘ Wachtlijsten: binnen regio’s lopen experimenten op de aanpak van wachtlijsten. Het ondersteuningsteam voor de Jeugd ondersteunt hierbij. ˘ Onderzoek naar passendheid normen: vraag is of een vaste jeugdbeschermer werkbaar is. ˘ uniformeren aanmeldformulier zorgaanbieders: onderzoeken samen met zorgaanbieders of opnemen in contracten
Waarom deze structuur: ˘ Alle betrokken partijen meer in 1 lijn verbonden door “1plan-aanpak” ˘ Doelen en resultaten scherper te sturen dor heldere verantwoordelijkheden ˘ Meer regie op totale aanpak i.p.v. gefragmenteerde projecten ˘ Naast denk- kracht is ook doe-kracht georganiseerd