13. Bewoners de Hooge Bank - Zienswijze programma grootschalige opwek Vught
Tekst van het document
Zienswijze bewoners De Hooge Bank te Vlijmen Reactie op concept PlanMER grootschalige opwek en op het programma grootschalige opwek Vught Ter attentie van Ruimtelijk beleid Datum: 24 april 2024 Als bewoners van De Hooge Bank te Vlijmen zijn wij geen inwoners van de gemeente Vught. Wij werden bij toeval geïnformeerd over de grootschalig energie opwekkingsplannen van de gemeente Vught en reageren daarom met deze zienswijze op de PlanMER en op het programma Grootschalige Opwek. Wij hebben reeds diverse zienswijzen van andere belanghebbenden gelezen met een aantal steekhoudende argumenten. Deze behandelden met name het ontbreken van de noodzaak en draagvlak van windturbines in de gemeente. Wij willen in dit schrijven volstaan met de constatering dat wij het hiermee volledig eens zijn en ons aanvullend in deze met name toespitsen op de effecten in zoekgebied 1. Wij sturen deze zienswijze naar het genoemde email adres van de gemeente maar ook naar de individuele raadsleden van de gemeente zodat zij uit de eerste hand onze zorgen horen. In deze zienswijze hebben we eerst enkele algemene opmerkingen over het proces. Vervolgens gaan we in op de natuureffecten en tot slot een aantal inhoudelijke opmerkingen over de rapporten. •
•
Idee-fixe dat de 2035 duurzame opwekdoelstellingen alleen met het onderdeel wind behaald kan worden leidt tot een doelredenering. Deze doelredenering zorgt voor grootschalige decentrale energieopwekking die op de verkeerde plek wordt opgewekt (netcongestie en geen vraag), industrieel van aard is en niet past in de natuur en het landschap. Bovendien gaat het volledig in tegen de wens en zorgen van de lokale inwoners. Daarom vragen wij de gemeenteraad om actief nieuwe initiatieven voor duurzame opwekking te (laten) onderzoeken die stap voor stap geïmplementeerd kunnen worden en haalbaar zijn. Dit zal uiteindelijk een effectievere route zijn dan deze grootschalige plannen die tot jarenlange procedures zullen leiden. Dat leidt weer tot het niet tijdig halen van de transitie naar duurzame energie. De planMER beschrijft de mogelijkheden van duurzame opwekking. Wij zijn van mening dat hierbij wordt gewerkt met de kennis van circa 5 jaar geleden toen de REKS tot stand kwam. Na de gascrisis en het overschakelen op stroom is duidelijk geworden dat netcongestie een groter probleem is dan alleen de opwekking. Een gevolg hiervan is dat de energie opgewekt dient te worden in gebieden met een bestaande infrastructuur dan wel er grote energieverbruikers in de nabijheid van de opwekking zijn.
Bij de meeste gemeenten wordt energie opgewekt in de nabijheid van de hoofdinfrastructuur zoals de snelwegen of industriegebieden. Omdat dit vanwege de harde normen niet mogelijk is in de gemeente Vught wordt uitgeweken naar een gebied waar relatief weinig bewoning is. Het ontbreken van infrastructuur zoals elektraleidingen leidt tot grote investeringen in aansluitingen op de hoofdinfrastructuur die nog jaren zal duren. En op een later moment zou het creëren van energie aanbod in deze omgeving ook leiden tot het plaatsen van grote energie-vragers of opslagfaciliteiten in deze omgeving is onze overtuiging. Wij zien
•
•
de grootschalige energieopwekking als een industriële activiteit die niet past in het voorgestelde zoekgebied 1 en 2. Op dit moment ligt er een ontwerpbesluit windturbines ter behandeling op nationaal niveau. Het lijkt ons reëel dat er gewacht zal worden met het openstellen van zoeklocaties voor exploitanten totdat deze nationale besluitvorming definitief wordt. Dit ontwerpbesluit heeft een sterk effect op de conclusies van de Mer. Dit geldt voor zowel de geluid-, afstand- en slagschaduw conclusies. Ons verzoek is om een update van deze Mer te laten uitvoeren op basis van deze criteria en deze niet pas te toetsen bij een concreet project van een commerciële partij. Dit is onverstandig omdat de belemmeringsanalyse ertoe zou leiden dat er in bepaalde zoekgebieden geen of minder plaatsing mogelijkheden zullen zijn (net zoals dit gold voor zoekgebied 3). Dat de gemeente bij nieuwe plannen uitgaat van bestaande wetgeving werd ons als argument gegeven waarom dit niet gedaan wordt. Gegeven de status van het ontwerpbesluit is ons advies hier pro-actiever mee om te gaan. Betrokkenheid bewoners bij concept Mer traject: ondanks het feit dat zoekgebied 1 geïdentificeerd is op enkele honderden meters van De Hooge Bank te Vlijmen, zijn de bewoners niet actief geïnformeerd.
Het is overduidelijk dat veel bewoners de energietransitie steunen maar tegen de grootschaligheid en (in)directe overlast van windturbines zijn. Het voelt niet als een democratisch en gedragen oplossing.
Effect op natuur Landgoed de Hooge Bank ligt in zoekgebied 1. Het landgoed omvat 22 ha en bestaat uit 4 onderliggende landgoederen. Sinds 2012 is hier intensief geïnvesteerd in natuurontwikkeling en is een stiltegebied, waardoor hier ook een grote diversiteit aan vogels, vleermuizen en roofdieren is ontstaan. Dit is ook bevestigd door een Erfscan van het Brabants Landschap Erven plus. Er zijn in dit plan ook maatregelen genomen om voorzieningen te treffen om beschermde vogels en vleermuizen te beschermen en het leefgebied te bevorderen zoals het plaatsen van specifieke nestkasten. Dit heeft ook geresulteerd in een toename van vleermuizen, weidevogels en roofvogels op het landgoed de Hooge Bank en het aanpalende natuurgebied de Zangert, dat wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van zeldzame planten, insecten en vogels. Het landgoed grenst aan het Drongelens kanaal, waar het een verbinding vormt tussen 2 natura2000 gebieden, het Vlijmens Ven en de Drunense Duinen. Volgens het aanwijzingsbesluit van 23 mei 2013 maken de oevers en bermen langs het Drongelens Kanaal deel uit van Natura 2000 gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek. Blijkens par. 3.3 en 4.4 van dit besluit is het kanaalgebied aangewezen ter bescherming van de habitatrichtlijnsoorten Pimpernelblauwtje (H1059) en Donker pimpernelblauwtje (H1061).
Bouwen in of bij deze locatie vereist toetsing aan de regels van Hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming. Het instandhoudingsdoel van beide vlindersoorten is “uitbreiding omvang en verbetering kwaliteit leefgebied voor uitbreiding populatie tot een duurzame populatie”, waarbij is toegelicht: “Het pimpernelblauwtje heeft een zeer ongunstige staat van instandhouding. Het gebied bevat de enige populatie in Nederland. Het donker pimpernelblauwtje heeft landelijk een zeer ongunstige staat van instandhouding.
Het gebied bevat één van de twee populaties in Nederland, al is deze populatie de laatste jaren sterk achteruitgegaan. Door natuurontwikkeling in het gebied zal het leefgebied sterk worden uitgebreid en ruimte bieden aan een groot deel van het landelijke doel. Deze doelen mogen volgens de wet op geen enkele wijze geschaad (kunnen) worden door bouwplannen. Het referentiejaar daarbij is 2004, het startjaar voor Natura 2000. Er zijn aanwijzingen dat sinds 2004 de vlinders hier zijn teruggedrongen. Dit kan echter geen reden zijn om het instandhoudingsdoel te negeren; zelfs als er geen vlinders meer zouden zitten is het juist reden voor zwaardere bescherming van het gebied, gezien de uitbreidingsdoelstelling. De locatie moet ook worden getoetst aan hoofdstuk 3 van de Wnb, dat gaat over soortenbescherming. Volgens de nationale windmolen risicokaart van de Vogelbescherming voor vogels geeft het plangebied een ‘relatief hoog risico’ voor schade aan beschermde vogelpopulaties en kleurt het gebied rood voor broedvogels, wintervogels, ganzen en zwanen. Het gaat daarbij om hier of in de nabijheid in grote getallen levende vogels, zoals watersnip, grutto, wulp en wilde zwaan. Maar ook kievit, kolgans, kleine zwaan en toendra/taigarietgans. Verder zijn in of bij het gebied waarnemingen van wespendief, havik, buizerd en bosuil. Voor beschermde zoogdieren moet o.m.
een natuurtoets conform het vleermuisprotocol worden uitgevoerd. De initiatiefnemer moet van tevoren vleermuizen inventariseren en dit na plaatsing van de windmolens nog minimaal 3 jaar blijven doen. Relevante soorten zijn hier: gewone dwergvleermuis, laatvlieger, watervleermuis, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis. Ter bescherming van vlinders, vogels en vleermuizen moeten windmolens hier voorzieningen krijgen waardoor ze stilstaan als er kans is op botsingen. Een veel mindere opbrengst moet dan voor lief worden genomen. Tenslotte zal het stikstofeffect op dit Natura2000-gebied van met name de bouw van windmolens berekend moeten worden. Bij alle toetsen moet gekeken worden naar de cumulatieve effecten van andere plannen en projecten, zoals andere windmolens en woningen in de buurt, op Heusdens grondgebied. De planMER is slechts uitgevoerd op de gemeentegrens van Vught, terwijl de gevolgen hiervan gemeentegrens-overstijgend zijn. De gronden langs het kanaal hebben de bestemming Bos en (deels) ecologische verbindingszone. Aanlegwerken zijn hier verboden. Het agrarisch gebied in het noordelijk deel van ‘Wind 1’ heeft de bestemming Agrarisch met landschapswaarden/ cultuurhistorisch waardevol gebied.
Hier is behoud, herstellen/of duurzame ontwikkeling van het open landschappelijke karakter, van ecologische en landschappelijke waarden en bescherming en instandhouding van het cultuurhistorisch waardevolle gebied verplicht. Dit is ook vastgelegd in het beeldkwaliteitsplan dat opgesteld is voor de ontwikkeling van Landgoed de Hooge Bank. Hoger dan 15m mag hier niet gebouwd worden. Dezelfde beperkingen gelden in het Bestemmingsplan Heusden Buitengebied voor de aangrenzende velden in de gemeente Heusden. In paragraaf 8.3 van de technische bijlage behorende bij de planMER staat beschreven dat besloten bosgebieden uitgesloten zijn voor plaatsing van windturbines en zonnepanelen. Ons inziens zouden er ook afstandsnormen moeten gelden voor het plaatsen van turbines ten opzichte gebieden zoals natura2000, NNB, stiltegebied en besloten bosgebied. Al deze gebieden liggen aan de zuidelijke kant van het kanaal aan de westelijke kant van zoekgebied 1.
In de tabel milieu thema’s in de MER is een tabel opgenomen. Hierover hebben wij twee opmerkingen: •
•
Het gemeentelijk natuur beleid krijgt in de tabel 1 min score voor W1B terwijl andere varianten negatiever scoren. Dit lijkt ons niet te kloppen omdat dit alleen op het weidevogel gebied gebaseerd is terwijl de windturbines ook hier een sterk negatief effect hebben op natuur. Dit is het geval omdat de locatie in de dichte nabijheid is van de gebieden met natuur kwalificatie. De tabel heeft een aantal subjectieve kenmerken: de suggestie dat onder variant W1B er ‘’geen effect”” zou zijn op de ruimtelijke visuele kenmerken is objectief onjuist.
Overige inhoudelijke opmerkingen over planMER •
Geluid o In artikel 5.74 van het ontwerpbesluit wordt beschreven dat de nieuwe standaardwaarden van 45 Lden en 39Lnight van toepassing zullen zijn. Deze standaardwaarde wordt mogelijk lager als er sprake kan zijn van cumulatie als gevolg van een ander windpark. Gelet op de plannen van de gemeente Heusden kan het betekenen dat turbines in de nabijheid gepland worden bij die van gemeente Vught. Wij verzoeken tot afstemming tussen gemeente Vught en Heusden ondanks dat dit een andere REKS regio is en het feit dat de planMER van Heusden nog onder constructie is. o Op dit moment bevinden de meerderheid van de woningen aan de Hooge Bank zich in geluidsklasse 1. Verder wordt in de tabel onder W1B vermeld dat er 11 gevoelige objecten zijn binnen 500 meter. Ook dat is niet correct want het zijn 12 gevoelige objecten en mogelijk meer. o De geluidsnormen leiden tot hinder en negatieve gezondheid effecten die moeilijk in kaart te brengen zijn voor wat betreft effect op de gezondheid. Dit zal volgens de WHO wel mee moeten worden genomen zoals in andere zienswijzen vermeld is. Verder zijn de geluidsnormen gebaseerd op gemiddelde geluidsproductie. Gelet op de te verwachten slagschaduw en de stilstand die dit tot gevolg heeft, wordt het makkelijker om beneden een bepaalde gemiddelde geluidsnorm uit te komen.
Dit terwijl de turbine van type B een brongeluid van 106,9dBA produceert (https://www.vestas.com/en/products/enventus-platform/V172-7-2-MW). Dit is het geluidsniveau van een discotheek en leidt tot 5 minuten tot gehoorschade als je bij de bron zou staan. Uiteraard zullen personen niet direct naast de bron staan maar juist het hanteren van een norm van 45 Lden die uitgaat van het gemiddelde brongeluid in combinatie met het laagfrequente geluid van de wieken die langs de mast gaat, maakt ons sceptisch. o Wij willen daarbij de dubbele min in de beoordelingsmatrix benadrukken voor wat betreft het extra geluid met betrekking tot zoekgebied 1 (nu klasse 1). Er is nu immers alleen geluid vanuit de natuur en de relatieve toename in geluid zal erg sterk zijn. Uit de planMer is niet te herleiden wat het toekomstige geluidsniveau kan worden. Het onderzoeksbureau Bosch & Van Rijn heeft voor andere planMer rapportages (zoals voor de A-16 zone) wel een toename in GES scores uitgerekend maar heeft dat in deze rapportage nagelaten. o In een van de analyses in het rapport zijn de woningen aan de Hooge Bank niet ingetekend. Zie onderstaande plattegrond waar woningen als grijze blokjes
•
Slagschaduw o Op basis van de slagschaduw is met een grove berekening nu te bepalen dat slagschaduw de norm zal overschrijden en dit tot een stilstand zal leiden van de windmolens. Dit is duidelijk af te leiden uit de voorbeeldopstelling op pagina 17 van de technische bijlage. In de opbrengstberekening is er geen rekening gehouden met het feit dat de turbines bij het schijnen van de zon regelmatig stilgezet moeten worden. o Gelet op de sterke negatieve effecten van slagschaduw zouden wij hier een norm willen voorstellen van 0 minuten slagschaduw op de gevel van de woningen. Wij hebben begrepen dat dit ook het uitgangspunt is van de gemeente en dat is positief.
•
Alternatieven o Het onderzoeken van alternatieve scenario’s in de MER geeft een beeld van andere scenario’s waarbij toch de gewenste opwekking kan plaats vinden. Het heeft onze voorkeur zoals aangegeven in het begin van deze zienswijze om naar alternatieven te zoeken zonder wind waarin ook kleinschaliger energie opwekking wordt meegenomen die kunnen optellen tot grootschalige opwekking. o Hieronder geven wij commentaar op de onderdelen natuur, windturbines 103/130 en leefomgeving. Ook in deze alternatieven analyse blijkt dat de woningen aan de Hooge Bank niet meegenomen zijn in de analyse van gevoelige objecten (ontbreken op de kaart) en er niet is gedacht in samenhang met de plannen van de gemeente Heusden. o Verder een algemene opmerking over oorlogsresten: uiteraard kan dit relevant zijn in het projectrisico maar dit is een afweging van kosten en tijdsinspanning en geen structureel lange termijn issue voor de plaatsing van turbines. o Natuur: plaatsing 2 windturbines in of nabij natuurgebied. Hiervoor gelden dezelfde argumenten als hierboven genoemd. In de scoringstabel zijn wij van mening dat dit alternatief in de tabel net zo slecht zou moeten scoren als alternatief 130/130 gelet op de plaatsing van windturbines ten zuiden van het kanaal. Ook de ligging ten opzichte van waterkeringen zou dubbel min moeten scoren.
o Windmolens 130/130: voor de alternatieven leefomgeving, wind 130/130 en wind 170/170 lijkt het ons raadzaam om dit te beoordelen in samenhang met de plannen van de gemeente Heusden omdat 2 belangrijke zoekgebieden van hen naast de locaties liggen van deze alternatieven.
Wij eindigen deze zienswijze met de constatering dat de gemeente slaafs een landelijk opgelegde regel uit wil voeren die slechts op dogmatische argumentatie valt te verdedigen, maar in de praktijk dramatisch uitpakt voor de kwaliteit van leven en het milieu. Mocht er behoefte zijn aan nadere toelichting dan zijn wij daartoe bereid. Verder spreekt het voor zich dat wij nauwgezet op de hoogte worden gehouden van de ontwikkelingen.
Met vriendelijke groet, Bewoners van De Hooge Bank te Vlijmen