CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

11. VNG Ledenbrief - Nieuwe modelverordeningen nav Wet versterking decentrale rekenkamers (incl. modelverordeningen)

Raadsvergadering 1 december 2022, gemeente VughtBij agendapunt: Categorie I-A Externen24.333 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Artikel 11 Voorwaardencriterium\ Eerste lid In het eerste lid wordt de definitie weergegeven van het voorwaardencriterium, het zogenaamde “normenkader”. Tweede lid Artikel 11 geeft aan dat jaarlijks het normenkader ten aanzien van de rechtmatigheidsverantwoording door de gemeenteraad moet worden vastgesteld en voor een bepaalde datum aan de raad moet worden aangeboden.

Artikel 12 Begrotingscriterium Eerste lid Artikel 12 gaat expliciet in op de begrotingsrechtmatigheid. In het eerste lid wordt het begrip begrotingsrechtmatigheid gedefinieerd. Tweede lid De baten en lasten moeten zich bewegen binnen de door de raad goedgekeurde en vastgestelde budgetplafonds. Indien er een overschrijding plaatsvindt is er in principe sprake van een begrotingsonrechtmatigheid. Dat is geregeld in het tweede lid.

Artikel 13 Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium Eerste lid Dit artikel voorziet in het zogenaamde “misbruik en oneigenlijk gebruik criterium”. In het eerste lid wordt het criterium gedefinieerd. Van misbruik is sprake bij het opzettelijk niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekken van gegevens met als doel ten onrechte overheidssubsidies of -uitkeringen te verkrijgen of niet dan wel een te laag bedrag aan heffingen aan de overheid te betalen. Van oneigenlijk gebruik is sprake indien bij het aangaan van rechtshandelingen, al dan niet gecombineerd met feitelijke handelingen, het verkrijgen van overheidsbijdragen of het niet dan wel tot een te laag bedrag betalen van heffingen aan de overheid, in overeenstemming met de bewoordingen van de regelgeving is maar in strijd met het doel en de strekking daarvan is. Tweede lid Aan Burgemeester en wethouders wordt opgedragen om regels op stellen voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.

Bijlage bij VNG ledenbrief, kenmerk 22/061, november 2022.

Artikel 14. Waardering en afschrijving vaste activa In artikel 212, tweede lid, onder a, van de Gemeentewet is opgenomen, dat de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) in elk geval de regels voor waardering en afschrijving van activa bevat. Hieraan is in artikel 14 invulling gegeven. Eerste lid [Voor de bepalingen over afschrijvingsmethodieken en afschrijvingstermijnen van de immateriële en materiële vaste activa wordt in de verordening verwezen naar de bijlage afschrijvingsbeleid bij deze verordening. In deze bijlage zijn naast de methodiek de afschrijvingstermijnen voor de verschillende categorieën immateriële vaste activa, materiële vaste activa met economisch nut en materiële vaste activa met maatschappelijk nut opgenomen. Deze vorm sluit aan bij de voorheen gebruikelijke werkwijze in sommige gemeenten om de afschrijvingstermijnen in een apart document vast te leggen. OF Burgemeester en wethouders bieden de raad eens in de [aantal] jaar een nota investeringen aan, waarin de afschrijvingstermijnen als bijlage zijn opgenomen. De raad stelt deze nota vast. De nota behandelt de regels voor waardering en afschrijving van vaste activa, de zogenaamde waarderingsgrondslagen.] Tweede lid In het tweede lid is opgenomen dat jaarlijks een meerjareninvesteringsplan wordt opgesteld.

Dit biedt integraal inzicht en versterkt daarmee de sturingsmogelijkheden van de raad.

[Artikel 15. Voorziening voor oninbare vorderingen Voor de oninbaarheid van vorderingen moet een gemeente een voorziening vormen. Dit artikel bevat regels voor het vaststellen van de hoogte van deze voorziening. Bij het artikel is onderscheid gemaakt tussen gemeentelijke aanslagen en heffingen die het karakter hebben van bulkfacturen en overige vorderingen. Eerste lid Vorderingen van de gemeente worden individueel beoordeeld op oninbaarheid. Tweede lid Voor de in het tweede lid genoemde gemeentelijke aanslagen, heffingen en bijstandsverstrekkingen wordt een voorziening getroffen op basis van het historisch percentage van oninbaarheid. Een individuele beoordeling per aanslag of heffing is bij dit soort vorderingen namelijk zeer bewerkelijk. Wel zal een accountant eisen dat de grote bedragen onder deze vorderingen toch individueel worden beoordeeld. De accountant controleert bij zijn controle van het getrouwe beeld van de jaarrekening de hoogte van deze voorziening. Indien over de waarderingsgrondslagen geen afspraken bestaan, zal hij mogelijk aandringen op het hanteren van een methodiek voor het onderbouwen van de hoogte van deze voorziening.]

Artikel 16. Reserves en voorzieningen Eerste lid Regelgeving rondom de verantwoording van de rentekosten is uitgewerkt in de notitie Rente van de commissie BBV. In deze notitie is aangegeven dat de uitspraken van de commissie BBV alleen strekken tot de verslaggevingstechnische verwerking van de rente op de taakvelden. Dat wil zeggen dat de regels voor de renteomslag bepalend zijn voor de rente die feitelijk wordt toegerekend aan de taakvelden. De commissie BBV doet echter geen uitspraken over de wijze waarop gemeenten hun tarieven moeten berekenen. Fiscaal juridisch gezien is het toegestaan om een redelijk deel van de rentelasten mee te nemen in de kostenopstelling die ten grondslag ligt aan de tariefberekening. [De overheadkosten moeten apart worden verantwoord. Daarom is het noodzakelijk kostprijzen van rechten en heffingen en van gemeentelijke goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, extracomptabel te onderbouwen. Het is niet noodzakelijk de rentevergoeding over reserves en voorzieningen in de beleidsbegroting, de financiële begroting, het jaarverslag en de jaarrekening aan de taakvelden toe te rekenen. Het eerste lid bepaalt daarom, dat

Bijlage bij VNG ledenbrief, kenmerk 22/061, november 2022.

voor de toerekening van rentelasten en rentebaten in de beleidsbegroting, de financiële begroting, het jaarverslag en de jaarrekening aan de taakvelden geen rentevergoeding over reserves en voorzieningen wordt meegenomen.] In afwijking van het eerste lid worden bij vennootschapsbelastingplichtige activiteiten en grondexploitaties alleen de rentekosten voor de inzet van vreemd vermogen aan de kostprijs toegerekend. Bij projectfinanciering worden dan de werkelijke rentekosten toegerekend. In andere gevallen wordt uitgegaan van het gewogen gemiddelde rentepercentage van de portefeuille leningen. Tweede lid Het tweede lid bepaalt, dat burgemeester en wethouders eens in de [aantal] jaar een nota over de reserves en voorzieningen aan de raad aanbieden. Met het vaststellen van deze nota stelt de raad de kaders vast voor de vorming van reserves en voorzieningen. Tweede lid, onder c In de Kadernota rechtmatigheid 2023, augustus 2021, zet de commissie BBV uiteen op welke wijze budgetoverhevelingen tussen begrotingsjaren rechtmatig kunnen plaatsvinden. De commissie BBV beveelt aan dat wanneer er wordt gekozen om specifieke budgetten bij onderuitputting op jaareinde in bestemmingsreserves op te nemen, de raad hiervoor kaders opneemt in de Financiële verordening. Derde lid Voor een investeringsvoornemen kan de raad een bestemmingsreserve vormen.

Een deel van de algemene reserve wordt hiervoor afgezonderd. Hiermee wordt op de balans van de gemeente tot uitdrukking gebracht dat een toekomstige investering in de loop van de jaren middels de afschrijvingen een beslag op het eigen vermogen gaat leggen. In het derde lid zijn de voorwaarden voor een voorstel voor een dergelijke bestemmingsreserve opgenomen. Vierde lid Investeringsvoornemens leiden niet altijd tot investeringen. Er bestaat het gevaar, dat bestemmingsreserves op de balans blijven staan waar tegenover in het geheel geen investeringsvoornemen meer bestaan. Dit kan worden voorkomen door voor elke nieuwe bestemmingsreserve een maximale ‘houdbaarheidsdatum’ op te nemen. Hiervoor is bepaald dat bestemmingsreserves die de houdbaarheidsdatum hebben overschreden, vervallen en weer aan de algemene reserve worden toegevoegd. [Vijfde lid In het vijfde lid is de verplichting opgenomen om de reserves niet alleen periodiek, maar ook jaarlijks bij de begroting en de jaarrekening te beoordelen.]

Artikel 17. Kostprijsberekening Artikel 212, tweede lid, onder b, van de Gemeentewet bepaalt dat de verordening in ieder geval de grondslagen bevat voor de berekening van de door het gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en van tarieven voor rechten als bedoeld in artikel 229b en heffing bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. De grondslagen voor de prijzen die de gemeente bij overheidsbedrijven en derden in rekening brengt, en voor de tarieven van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden gevormd door de opbouw van de kostprijs. De overheadkosten moeten apart worden verantwoord. Ze worden bij de gemeente niet doorberekend aan de taakvelden. Daarmee is het niet mogelijk om de integrale kostprijzen in de administratie van de baten en lasten op taakvelden van de beleidsbegroting, de financiële begroting, het jaarverslag en de jaarrekening in beeld te brengen. De kostprijzen moeten extracomptabel worden berekend en vastgelegd. Eerste lid Het eerste lid bepaalt dat de kostprijsberekeningen extracomptabel worden vastgelegd en dat de kostprijzen bestaan uit de directe kosten en een opslag voor de overhead en voor de rente over de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van (vaste) activa die voor desbetreffende rechten en heffingen en voor desbetreffende goederen, werken en diensten worden ingezet.

Wat onder de directe kosten moet worden verstaan is via het BBV, de notitie

Bijlage bij VNG ledenbrief, kenmerk 22/061, november 2022.

overhead en de taakveldbeschrijving helder gedefinieerd. Op dat punt hoeft in deze verordening niets aanvullend te worden geregeld. [Tweede lid In het tweede lid wordt bepaald dat gemeenten de kosten voor compensabele BTW, gederfde inkomsten vanwege het kwijtscheldingsbeleid en de kosten voor straatreiniging in de kostenbasis kunnen meenemen. Zie VNG Handreiking kostenonderbouwing lokale heffingen, 2016.] Derde en vierde lid Het derde en vierde lid bieden de mogelijkheid dat de overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan de verschillende specifieke uitkeringen of activiteiten die onder de vennootschapsbelastingplicht vallen, apart onder het taakveld overhead in de administratie worden afgezonderd en in de belastingaangifte aan deze activiteiten worden toegerekend. Dit afzonderen kan door voor deze kosten aparte (hulp-)kostenplaatsen aan te maken en de kosten voortaan op deze (hulp-)kostenplaatsen te boeken. Vijfde lid De commissie BBV geeft aan dat de toerekening van overhead, zoals opgenomen in het overzicht overhead, aan lokale heffingen en rechten niet mag afwijken van de overige methodieken voor het toerekenen van overhead aan gemeentelijke taakvelden. [In het vijfde lid wordt bepaald dat deze plaatsvindt naar rato van het aandeel van de personeelslasten inclusief inhuur derden in de totale personeelslasten inclusief inhuur derden.

OF De toerekening van overhead vindt plaats naar rato van de totale directe kosten op de taakvelden.] De notitie Overhead van de commissie BBV schrijft voor dat er sprake moet zijn van een uniforme toerekening. [Zesde lid Als er sprake is van een rentetoerekening over het eigen vermogen, dan bepaalt het zesde lid dat dit percentage jaarlijks bij de begroting wordt vastgesteld. De notitie rente van de commissie BBV vormt hiervoor het kader.] Zevende lid Het zevende lid geeft voor de omslagrente voor de kostprijs van verstrekte leningen een afwijkend voorschrift. Die kostprijs wordt gebaseerd op de rente van de lening die is aangetrokken voor de verstrekte lening. Die rente moet worden verhoogd met een risico-opslag voor de kans dat de (een deel van) de lening niet wordt terugbetaald (debiteurenrisico). Daarnaast moeten voor het bepalen van die kostprijs natuurlijk als directe kosten ook de afsluitkosten e.d. worden meegenomen.

Artikel 18. Prijzen economische activiteiten Eerste tot en met derde lid In de Wet Markt en Overheid (waarmee de Mededingingswet is gewijzigd) is opgenomen dat als een gemeente goederen, diensten of werken levert aan overheidsbedrijven of derden zij deze activiteiten niet mag bevoordelen als het economische activiteiten betreft. Economische activiteiten zijn hier activiteiten waarmee de gemeenten in concurrentie met andere ondernemingen treedt. Het bevoordelingsverbod houdt feitelijk in dat ten minste een integrale kostprijs voor de levering van goederen, diensten en werken en het verstrekken van leningen garanties en kapitaal in rekening moet worden gebracht. Vierde lid Van dit verbod kan worden afgeweken als de activiteiten worden ontplooid in het kader van het publiek belang. Daarvoor is wel nodig dat in een raadbesluit het publiek belang van de activiteit wordt gemotiveerd. Het raadbesluit moet worden aangemerkt als een concretiserend besluit van algemene strekking. Het besluit moet worden bekendgemaakt in een officieel elektronisch publicatieblad en moet open staan voor bezwaar en beroep. Belanghebbenden kunnen dan binnen uiterlijk zes weken na bekendmaking van het besluit een bezwaarschrift indienen bij de gemeente (artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)).

De gemeente moet binnen zes weken een besluit nemen over het bezwaarschrift of – indien een commissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Awb is ingesteld

Bijlage bij VNG ledenbrief, kenmerk 22/061, november 2022.

– binnen twaalf weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. Bij afwijzing van de bezwaren kan de belanghebbende beroep instellen bij de bestuursrechter. Vijfde lid Voor het verplicht in rekening brengen van minimaal een integrale kostprijs voor de levering van goederen, werken en diensten of voor het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal geldt een aantal uitzonderingen (artikel 25h van de Mededingingswet).

Artikel 19. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen Eerste lid Het vaststellen van de tarieven voor belastingen, rechten, leges en heffingen is een bevoegdheid van de raad. Deze bevoegdheid kan niet worden gedelegeerd (artikel 156 van de Gemeentewet). Het eerste lid bepaalt dat de raad de tarieven voor de belastingen, rioolheffingen, afvalstoffenheffing [… (verdere opsomming van rechten en leges waarvan het wenselijk wordt geacht de tarieven jaarlijks vast te stellen)] jaarlijks vaststelt. Het vaststellen van prijzen voor de levering van gemeentelijke goederen, diensten en werken die niet vallen onder artikel 229 van de Gemeentewet, is een privaatrechtelijke besluit. Deze besluiten zijn een bevoegdheid van burgemeester en wethouders (artikel 160, eerste lid, onder e, van de Gemeentewet), maar hebben wel invloed op de hoogte van de inkomsten en raken daarom ook het budgetrecht van de raad. Tweede lid Burgemeester en wethouders bieden met een vaste frequentie aan de raad een nota met daarin de kaders voor de te hanteren prijzen, huren en tarieven voor erfpacht. De raad stelt deze nota vast.

Artikel 20. Financieringsfunctie Artikel 212, tweede lid, onder c, van de Gemeentewet bevat de bepaling, dat de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) in elk geval regels voor de algemene doelstelling en de te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie bevat. Artikel 20 bevat kaders voor het financieringsbeleid. De kaders voor de financiële organisatie van de financieringsfunctie staan in artikel 29. Eerste lid In aanvulling op de regels uit de Wet financiering decentrale overheden (hierna: Wet fido) en daarop gebaseerde besluiten en regelingen stelt het eerste lid een aantal aanvullende kaders. Zo mag geen gebruik worden gemaakt van financiële derivaten. Gemeenten mogen alleen leningen en garanties verstrekken en financiële participaties aangaan voor het behartigen van een publiek belang (artikel 2 van de Wet fido). Daarbij bepaalt artikel 160, tweede lid, van de Gemeentewet, dat een besluit tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen niet eerder wordt genomen dan nadat de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en hij zijn wensen en bedenkingen ter kennis van burgemeester en wethouders heeft kunnen brengen.

[Tweede lid Het tweede lid dragen burgemeester en wethouders op bij het verstrekken van leningen, garanties en risicodragend kapitaal zo mogelijk zekerheden te bedingen om zo het financiële risico waaraan de gemeente bloot komt te staan, te verminderen. Dit is zeker als het om grote bedragen gaat, iets om op te letten. [Derde lid Het derde lid bepaalt, dat voor het verlenen van garanties een voorziening wordt gevormd voor het risico dat de gemeente loopt. Daarmee komt de verlening van garanties expliciet onder het budgetrecht van de raad te vallen en is ook voor de verlening van garanties tegen marktconforme tarieven instemming van de raad vereist.]

Bijlage bij VNG ledenbrief, kenmerk 22/061, november 2022.

Artikel 21. Lokale heffingen De artikelen 21 tot en met 27 geven aan wat er in de paragrafen lokale heffingen, weerstandsvermogen en risicobeheersing, onderhoud kapitaalgoederen, financiering, bedrijfsvoering, verbonden partijen en grondbeleid van de begroting en de jaarstukken ten minste moet staan, conform het BBV. In de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) kan de raad bepalen, dat hij ook over aanvullende zaken in de paragrafen wil worden geïnformeerd. In artikel 10 van het BBV staat welke informatie de paragraaf lokale heffingen van de begroting en de jaarstukken in elk geval moet bevatten. In dit artikel wordt de aanvullende informatievraag van de raad gedefinieerd. Een deel van de aanvullende informatie dient voor het met de begroting vaststellen van de gehanteerde omslagrente voor de kostprijsberekening van rechten en leges waarmee kosten in rekening worden gebracht. Ook wordt gevraagd de toerekening van de rente en de toerekening van de overheadkosten aan de verschillende rechten, leges en heffingen in beeld te brengen. De commissie BBV beveelt aan om in de paragraaf lokale heffingen van de begroting en de jaarstukken ook een overzicht op te nemen van de te onderscheiden lokale heffingen, de maatstaf en de doelstelling die wordt beoogd met het opleggen van de heffing (artikel 21, aanhef, en onder d.)

Artikel 22. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Eerste lid Voor de begrippen netto schuld per inwoner en onbenutte belastingcapaciteit zijn de definities gevolgd die www.waarstaatjegemeente.nl toepast voor de financiële kengetallen over de gemeentefinanciën. Tweede lid In artikel 11 van het BBV staat welke informatie de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en de jaarstukken in elk geval moet bevatten. In dit artikel wordt de aanvullende informatievraag van de raad voor deze paragraaf gedefinieerd. Er is opgenomen, dat de raad voor het vormen van een oordeel over het weerstandsvermogen in deze paragraaf ook wordt geïnformeerd over de ontwikkeling van de netto schuld per inwoner, de ontwikkeling van het saldo van baten en lasten als aandeel van de inkomsten en over de onbenutte belastingcapaciteit als aandeel van de inkomsten. Met deze aanvulling op de wettelijk verplichte financiële kengetallen komt de set financiële kengetallen overeen met die van www.waarstaatjegemeente.nl.

Artikel 23. Onderhoud kapitaalgoederen In artikel 12 van het BBV staat welke informatie de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen van de begroting en de jaarstukken in elk geval moet bevatten. [Eerste lid In het eerste lid wordt de aanvullende informatievraag van de raad voor deze paragraaf geformuleerd.] Tweede tot en met vierde lid Het tweede tot en met vierde lid bevatten bepalingen waaruit volgt dat burgemeester en wethouders ten minste eens in de [aantal] jaar de raad onderhoudsplannen aanbieden over respectievelijk het onderhoud openbare ruimte, het onderhoud riolering en het onderhoud gebouwen. Hiermee kan de raad de kaders voor het toekomstig onderhoudsniveau vaststellen.

[Artikel 24. Financiering In artikel 13 van het BBV staat welke informatie de paragraaf financiering van de begroting en de jaarstukken in elk geval moet bevatten. In aanvulling daarop is in dit artikel de aanvullende informatievraag van de raad voor deze paragraaf gedefinieerd.]

Bijlage bij VNG ledenbrief, kenmerk 22/061, november 2022.

Artikel 25. Bedrijfsvoering In artikel 14 van het BBV staat welke informatie de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken in elk geval moet bevatten. In dit artikel is de aanvullende informatievraag van de raad voor deze paragraaf gedefinieerd. Onder f In verband met de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording heeft de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en jaarstukken ook een grotere rol gekregen. De commissie BBV doet hierover een aantal stellige uitspraken: - Burgemeester en wethouders geven in de paragraaf bedrijfsvoering een toelichting op alle afwijkingen die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen en eventueel welke maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen. - Indien de normen uit de gids proportionaliteit veelvuldig niet nageleefd worden of slecht gedocumenteerd en/of gemotiveerd zijn, dan moeten burgemeester en wethouders hierover rapporteren via de paragraaf bedrijfsvoering. - Niet-financiële onrechtmatigheden in verband met het niet naleven van bepalingen in de Wet fido en de bijbehorende ministeriële regelingen moeten worden opgenomen en toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. Overigens adviseert de commissie BBV ook om afspraken te maken tussen raad en burgemeester en wethouders over de wijze waarop met niet financiële onrechtmatigheden wordt omgegaan.

Daarnaast adviseert de commissie BBV om geconstateerde fraude door eigen medewerkers toe te lichten in de paragraaf bedrijfsvoering. De raad kan ervoor kiezen om een rapportagegrens vast te leggen voor het toelichten van onrechtmatigheden in de paragraaf bedrijfsvoering, die afwijkt van de verantwoordingsgrens die is vastgelegd in artikel 11. Burgemeester en wethouders moeten in de paragraaf bedrijfsvoering een nadere toelichting geven op alle afwijkingen die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen[, voor zover deze de rapportagegrens overschrijden. De rapportagegrens kan ook bestaan uit kwalitatieve criteria (bijvoorbeeld afwijkingen die geregeld voorkomen).]

[Artikel 26. Verbonden partijen In artikel 15 van het BBV staat welke informatie de paragraaf verbonden partijen van de begroting en de jaarstukken in elk geval moet bevatten. In dit artikel is deze aanvullende informatievraag van de raad voor deze paragraaf gedefinieerd.]

Artikel 27. Grondbeleid [Eerste lid In artikel 16 van het BBV staat welke informatie de paragraaf grondbeleid van de begroting en de jaarstukken in elk geval moet bevatten. In het eerste lid is de aanvullende informatievraag van de raad voor deze paragraaf gedefinieerd.] Tweede lid Burgemeester en wethouders bieden eens in de [aantal] jaar aan de raad een nota grondbeleid aan. Met de nota kan de raad de kaders voor het toekomstig grondbeleid vaststellen. Derde lid De commissie BBV adviseert gemeenten een grondprijzenbrief op te stellen met een vastgestelde uitgifteprijs voor zowel maatschappelijke grond als intern door te leveren grond, waar bij interne levering alleen fiscaal gezien winsten of verliezen worden gerealiseerd. Herwaardering van gronden is binnen het BBV niet toegestaan. Vierde lid De commissie BBV beveelt aan om de keuze om de voorziening voor verliesgevende grondexploitaties tegen [contante OF nominale] waarde te waarderen, vast te leggen in de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet).

Bijlage bij VNG ledenbrief, kenmerk 22/061, november 2022.

Artikel 28. Administratie Onder artikel 28 zijn algemene bepalingen opgenomen voor de inrichting van de gemeentelijke administratie.

Artikel 29. Financiële organisatie Burgemeester en wethouders zijn op grond van artikel 160 van de Gemeentewet bevoegd regels te stellen over de ambtelijke organisatie. Deze bevoegdheid betreft ook het stellen van regels voor de financiële organisatie, blijkt uit het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State en het nader rapport uit 2003 over de wijziging van artikel 212 van de Gemeentewet. Artikel 29 geeft een opsomming op welke terreinen van de financiële organisatie burgemeester en wethouders beleid en interne regels stellen. Om hier invulling aan te geven ligt het voor de hand dat burgemeester en wethouders een organisatiebesluit en een treasurystatuut vaststellen en dat burgemeester en wethouders de volmachten en mandaten alsook de kostenverdeelsleutels voor de (extracomptabele) kostentoerekening vastleggen. Onder f Bij het beleid en de interne regels voor de inkoop en aanbesteding kan gedacht worden aan een inkoopreglement en ook aan gemeentelijke inkoopvoorwaarden. Onder g Bij het beleid en de interne regels voor steunverlening en subsidieverstrekking gaat het om procedures die naleving van de Europese staatssteunregels en regels voor diensten van algemeen economisch belang, de Awb en de [citeertitel Algemene subsidieverordening 2013] waarborgen.

Onder h In geval van fraude en misbruik en oneigenlijk gebruik gaat het bijvoorbeeld om het treffen van voldoende verificatiemaatregelen vooraf van de antecedenten van een aanvrager van een gemeentelijke subsidie, zodat subsidies wel daadwerkelijk worden verstrekt aan rechthebbenden. De uitgangspunten voor de financiële organisatie zijn nodig om voor het financieel beheer en het financieel beleid aan de eisen voor rechtmatigheid, controle en verantwoording te voldoen. Onder i Onder i is de opdracht neergelegd voor burgemeester en wethouders voor de registratie van de prestaties en de maatschappelijke effecten, die de raad kan betrekken bij de beoordeling van de jaarrekening.

Artikel 30. Interne controle Eerste lid De accountant toetst jaarlijks of de gemeenterekening een getrouw beeld geeft van de gemeentelijke financiën. Het eerste lid draagt burgemeester en wethouders op maatregelen te treffen, zodat gedurende het jaar of vooraf aan de accountantscontrole de gemeente zelf nagaat of de cijfers in de administraties een getrouw beeld geven en of de financiële beheershandelingen die aan de baten, de lasten en de balansmutaties ten grondslag liggen, rechtmatig (zijn) verlopen. Tweede lid Het tweede lid bepaalt, dat burgemeester en wethouders maatregelen treffen, zodat wordt gecontroleerd of de administratie van materiële bezittingen zoals gebouwen, voertuigen, computers, voorraden en de administratie van het financieel vermogen zoals aandelen en overeenkomsten van leningen, geldmiddelen, debiteurenvorderingen e.d. overeenkomen met hetgeen de gemeente daadwerkelijk bezit. Voor veel van deze bezittingen wordt een jaarlijkse controle gevraagd. Eens in [aantal (bijvoorbeeld 4 of 5)] jaar moet worden gecontroleerd of de administratie van registergoederen en bedrijfsmiddelen overeenkomt met het daadwerkelijke bezit.

Bijlage bij VNG ledenbrief, kenmerk 22/061, november 2022.

Artikel 31. Intrekking oude regeling Volgens de Gemeentewet is een begrotingsjaar gelijk aan een kalenderjaar. In begrotingsjaar t worden de jaarstukken uit het begrotingsjaar t-1 vastgesteld, wordt uitvoering gegeven aan de begroting voor het jaar t en wordt tot slot de begroting voor het jaar t+1 vastgesteld. De nieuwe verordening is van toepassing op alle stukken die betrekking hebben op het begrotingsjaar t+1 en later. De oude verordening is ondanks het intrekken nog wel van toepassing op de jaarstukken van het begrotingsjaar t-1 en de begroting en jaarstukken van het jaar t. Hiervoor is in het artikel een overgangsbepaling opgenomen.

Bijlage bij VNG ledenbrief, kenmerk 22/061, november 2022.

Implementatiehandleiding bij de Model Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet)

Algemeen De Model Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) kent een aantal artikelen dat nader door de gemeente in te vullen onderdelen of keuzemogelijkheden bevat. In de tekst van de modelverordening en de daarbij behorende toelichting worden deze onderdelen weergegeven met behulp van de VNG Leeswijzer modelbepalingen. Uiteraard kan onafhankelijk van de keuzes die specifiek worden aangegeven in de modelverordening, ook op andere punten worden gekozen voor lokaal maatwerk en kunnen bepalingen worden aangepast of toegevoegd. Gemeenten die ervoor kiezen om bepalingen, anders dan de keuzemogelijkheden, niet over te nemen, deze in gewijzigde vorm over te nemen of deze aan te vullen, moeten er zelf scherp op zijn dat deze keuzes in lijn zijn met de relevante regelgeving én dat deze stroken met de systematiek van de bepalingen die wel overgenomen worden. Verder is één van de uitgangspunten van de modelverordening dat hogere wetgeving bij voorkeur niet wordt herhaald. Wanneer gemeenten de modelverordening aanvullen met eigen bepalingen, wordt aangeraden om hier rekening mee te houden. Verder is de toelichting bij de Model Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) grotendeels zo opgesteld dat gemeenten deze kunnen overnemen als ze ook de bepaling waar deze bij hoort (ongewijzigd) overnemen.

Afhankelijk van de gemaakte keuzes zullen dus ook bepaalde onderdelen van de toelichting wel of juist niet geschikt zijn voor overname. Voor een goed beeld dient de toelichting in samenhang met de VNG ledenbrief en de implementatiehandleiding gelezen te worden. Hieronder wordt in aanvulling daarop ingegaan op de keuzemogelijkheden die gemeenten hebben. Bij een aantal artikelen, zoals bijvoorbeeld ten aanzien van de reserves en voorzieningen (artikel 16, lid 2) of ten aanzien van het leningen- en garantiebeleid (artikel 20 lid 2) wordt bepaald dat het college een kaderstellende beleidsnota aanbiedt aan de raad. Een dergelijke nota omvat in de regel wat meer gedetailleerde beleidsregels. Het is aan de individuele gemeente om te bepalen in hoeverre dergelijke regels opgenomen worden in de verordening dan wel in een aparte beleidsnota.

Artikel 2. Vaststelling programma-indeling en paragrafen Nadere onderverdeling In artikel 2 lid 1 is expliciet opgenomen dat de raad bij aanvang van iedere raadsperiode de programma-indeling vaststelt. In het (facultatieve) derde lid is de mogelijkheid opgenomen om de programma’s nader onder te verdelen. De raad kan op deze wijze aangeven of en op welke wijze hij meer inzicht wenst in de beschrijving van de programma’s. Denk hierbij aan het specificeren van een aantal onderwerpen die in ieder geval terug moeten komen in het programma.

Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken Grensbedrag voor incidentele baten en lasten Gemeenten zijn verplicht om per programma de incidentele baten en lasten inzichtelijk te maken. De commissie BBV heeft in haar notitie Incidentele baten en lasten geadviseerd om in de financiële verordening een grensbedrag op te nemen waarboven de bedragen afzonderlijk moeten worden gespecificeerd. In artikel 3 lid 3 is de mogelijkheid opgenomen om een dergelijk grensbedrag te

bepalen. Het bedrag dat een gemeente hier kiest hangt in sterke mate samen met omvang van die gemeente. De keuze in hoogte van het bedrag is een manier om de administratieve last werkbaar te houden, maar het grensbedrag mag niet zo hoog zijn dat vrijwel geen incidentele baten en lasten afzonderlijk worden gespecificeerd.

Artikel 4. Kaders begroting en meerjarenraming Datum vaststelling nota beleid en financiële kaders begroting In veel gemeenten wordt deze nota de kader- voorjaars- of perspectiefnota genoemd. Omdat dit de kaders biedt voor de begroting, moet een datum worden gekozen die de ruimte biedt om de begroting op te stellen volgens het vastgestelde beleid en de financiële kaders. In de praktijk wordt deze kadernota vaak (ruim) voor het zomerreces vastgesteld. Normbedrag voor onvoorzien Gemeenten zijn verplicht om een bedrag voor onvoorziene uitgaven op te nemen. Wat hiervoor een reëel bedrag is, is aan de gemeente om te onderbouwen. In het tweede lid wordt hiervoor een norm geboden, hetzij een vast bedrag, hetzij een percentage van de totale lasten. Maar ook andere normen zijn hiervoor denkbaar, zoals een bedrag per inwoner.

Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten Autorisatieniveau Met de vaststelling van de begroting worden ook de baten en de lasten geautoriseerd. Het eerste lid van artikel 5 biedt de mogelijkheid om het autorisatieniveau, waarbinnen burgemeester en wethouders uitgaven kunnen doen, vast te stellen. In het (facultatieve) tweede lid wordt bovendien de mogelijkheid geboden om voor bepaalde onderdelen een apart autorisatieregime vast te stellen. Het gaat hierbij om een keuze die de raad maakt over de mate van kaderstelling door de raad en de grootte van de handelingsruimte van burgemeester en wethouders. Hoe lager het autorisatieniveau dat wordt gekozen, hoe kleiner de handelingsruimte van burgemeester en wethouders. Dat betekent dat burgemeester en wethouders vaker begrotingswijzigingen ter accordering aan de raad moeten voorleggen, voor zij over kunnen gaan tot handelen. Een hoger autorisatieniveau betekent meer handelingsruimte voor burgemeester en wethouders, binnen de doelstellingen van het programma(onderdeel) of taakveld. Informatie over investeringen In het zesde lid is opgenomen dat boven een bepaald bedrag burgemeester en wethouders de raad informeren over het effect van een voorgestelde investering op de schuldpositie van de gemeente. Dit helpt de raad een betere overweging te kunnen maken in het wel of niet accorderen van het investeringskrediet.

De hoogte van het gekozen bedrag hangt dan ook samen met de grootte van de begroting van de gemeente en het gewenste weerstandsvermogen. Het (facultatieve) zevende lid biedt de mogelijkheid om bij investeringen met een meerjarig karakter te kunnen schuiven tussen de jaargrenzen. Dit lid biedt de mogelijkheid voor de raad om aan te geven boven welk bedrag een dergelijke verschuiving moet worden gemeld aan de raad.

Artikel 6. Tussentijdse rapportages In dit artikel wordt uitgegaan van twee tussentijdse rapportages per jaar. Daarbij wordt de suggestie gegeven om te rapporteren over de eerste vier en negen maanden van het lopende boekjaar. Dat schept bij veel gemeenten de mogelijkheid om de tussenrapportages integraal in de raad te bespreken met de kader-/voorjaarsnota, respectievelijk de begroting. Uiteraard is het ook mogelijk om vaker tussentijds te rapporteren. In dat geval moet het eerste lid van dit artikel worden aangepast.

In het tweede lid is het aan te raden de uitsplitsing te kiezen die overeenkomt met het autorisatieniveau dat in artikel 5 is vastgesteld door de raad. Het derde lid geeft aan op welk detailniveau afwijkingen moeten worden toegelicht aan de raad. Hoe lager het gekozen bedrag, hoe meer details de raad ontvangt.

Artikel 7. Jaarstukken In lid 2 is de mogelijkheid geboden om vooruitlopend op de bestemming van het rekeningsaldo een voorstel aan de raad te doen voor de overheveling van budgetten. Dit is met name om te voorkomen dat uitvoering niet onnodig vertraging oploopt, wanneer gewacht moet worden tot vaststelling van de rekening. In de regel vindt dat plaats vlak voor de zomervakantie. We hebben in de modelverordening geen nadere criteria opgenomen. Het is uiteindelijk ook de raad zelf die bepaalt welke voorstellen voor overheveling in aanmerking komen. In de praktijk wordt wel vaak als eis gesteld dat het moet gaan om incidentele budgetten en dat de voortgang van activiteiten door het niet overhevelen anders in gevaar dreigt te komen. Het is aan de individuele gemeente om dit via de verordening al dan niet verder in te vullen.

Artikel 8. Wensen en bedenkingen over grote onderwerpen Zoals ook in de toelichting op de modelverordening is aangegeven, draait het in dit artikel niet om het budgetrecht, maar om de actieve informatieplicht van burgemeester en wethouders aan de raad. Dit artikel regelt dat in bepaalde gevallen burgemeester en wethouders de raad actief vooraf informeren, voordat zij bepaalde verplichtingen of rechtshandelingen aangaan, met een (groot) financieel gevolg. De hoogte van het bedrag waarboven de actieve informatieplicht geldt, wordt in dit artikel gekozen door de raad. De overweging zal vooral samenhangen met de omvang van de gemeente en het onderlinge vertrouwen tussen raad en burgemeester en wethouders.

Artikel 10. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording Zoals ook aangegeven in de toelichting op de modelverordening moet de verantwoordingsgrens tussen 0 en 3% liggen van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves. Hierbij kan de raad de volgende overwegingen meenemen:

Informatiepositie van de raad

Bij een laag percentage worden eerder fouten en onzekerheden zichtbaar voor de raad dan bij een hoog percentage.

Kosten van de verantwoording

Het gemeentelijk apparaat moet kosten maken om afwijkingen op te sporen en vast te leggen. Als de goedkeuringstolerantie op een laag niveau wordt vastgesteld, komen ook afwijkingen in beeld, waar relatief geringe bedragen mee zijn gemoeid. Ook zal het gemeentelijk apparaat meer afwijkingen moeten opsporen, vastleggen en rapporteren. De (interne) controle wordt duurder.

Eenduidigheid van normen en communicatie

Binnen de gemeente kunnen al normen (percentages) gehanteerd worden voor de goedkeuringstoleranties. Wil de raad verschillende normen hanteren, dan moet hij uitleggen

waarom iets bezien door de bril van rechtmatigheid wel akkoord is en door de bril van materialiteit niet.

De rapportagegrens, waarboven afzonderlijke fouten of onduidelijkheden moeten worden toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering, kan afwijken van de verantwoordingsgrens. Hierbij kunnen dezelfde overwegingen worden meegenomen als bij de tabel hierboven. Daarnaast verdient het aanbeveling om in de paragraaf bedrijfsvoering vooral die afwijkingen naar voren te laten komen die er echt toe doen, zonder dat de paragraaf buitensporig uitgebreid wordt.

Artikel 11. Voorwaardencriterium Het normenkader dient de interne controle. Het verdient daarom aanbeveling om een normenkader voor het lopende jaar, uiterlijk 31 december voorafgaand aan dat jaar vast te stellen. In het toetsingskader wordt het normenkader geoperationaliseerd voor de interne controle en wordt per wet/ regeling/ verordening vastgelegd welke artikelen relevant zijn voor de toetsing. Dit operationaliseren is een taak van burgemeester en wethouders. Met het opnemen van het (facultatieve) slot van lid 2, benadrukt de raad het belang van dit toetsingskader.

Artikel 14. Waardering en afschrijving vaste activa In dit artikel wordt een keuze gemaakt tussen het opnemen van richtlijnen omtrent waarderen en afschrijven in de financiële verordening, of om simpelweg te refereren aan een nota investeringen die met een zekere frequentie wordt opgesteld. In een nota investeringen worden over het algemeen meer kaders en richtlijnen vastgelegd, dan in het voornoemde artikel in de financiële verordening. Dit is dus in zekere zin een keuze in de reikwijdte van de kaderstelling van de raad. Bij het kiezen van de frequentie voor het opstellen van de nota investeringen wordt doorgaans gekozen voor een periode van vier jaar, of wanneer de actualiteit het dicteert. Op deze manier wordt de nota in ieder geval eens in iedere raadsperiode geactualiseerd. Het is mogelijk om voor bepaalde vaste activa een maximale afschrijvingstermijn op te nemen in plaats van een vaste afschrijvingstermijn. Van een maximale afschrijvingstermijn kan met de afschrijvingstermijn naar beneden worden afgeweken. Reden hiervoor is, dat de economische levensduur van bijvoorbeeld nieuwe riolering langer is dan die van oude riolering. Door het opnemen van de maximale afschrijvingstermijn kan voor oude riolering een kortere afschrijvingstermijn worden toegepast zonder hiervoor in de verordening een aparte bepaling op te nemen.

Artikel 15. Voorziening voor oninbare vorderingen Artikel 15 lid 2 biedt de mogelijkheid om een generieke norm vast te stellen voor de oninbaarheid van de vorderingen. Een uitzondering hierop vormen de individuele vorderingen die een bepaald grensbedrag te boven gaan. Die worden afzonderlijk op hun risico van oninbaarheid beoordeeld. De overwegingen bij het kiezen van dit grensbedrag zijn voor elke gemeente anders en hangen vooral samen met de omvang van de gemeente.

Artikel 16. Reserves en voorzieningen De commissie BBV adviseert om geen rente meer toe te rekenen over de reserves en voorzieningen. Het is echter nog wel toegestaan. De optie wordt daarom ook in de modelverordening nog wel geboden. Bij het kiezen van de frequentie voor het opstellen van de nota reserves en voorzieningen wordt doorgaans gekozen voor een periode van vier jaar, of wanneer de actualiteit het dicteert. Op deze manier wordt de nota in ieder geval eens in iedere raadsperiode geactualiseerd.

Artikel 16 lid 5 biedt de mogelijkheid om zowel bij de begroting als bij de jaarrekening burgemeester en wethouders te verplichten om de onderliggende bestedingsplannen van de reserves te actualiseren. Dat kan de raad betrekken bij afwegingen om al dan niet een alternatieve bestemming aan de reserves te geven.

Artikel 17. Kostprijsberekening Artikel 17 lid 2 regelt expliciet dat gebruik wordt gemaakt van hetgeen wettelijk is toegestaan, ten aanzien van de kostenbasis voor met name de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De commissie BBV geeft aan dat de overheadtoerekening extra comptabel dient te geschieden. De gemeente is vrij in de te kiezen systematiek van toerekening, mits deze systematiek uniform wordt toegepast. In het vijfde lid kan de gemeente kiezen uit twee systemen. In het (facultatieve) zesde lid wordt de mogelijkheid geschapen om in het renteomslagpercentage de rente over het eigen vermogen toe te rekenen.

Artikel 19. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen Bij het kiezen van de frequentie voor het opstellen van de in artikel 19 lid 2 bedoelde nota wordt doorgaans gekozen voor een periode van vier jaar, of wanneer de actualiteit het dicteert. Op deze manier wordt de nota in ieder geval eens in iedere raadsperiode geactualiseerd.

Artikel 20. Financieringsfunctie In dit artikel wordt een keuze gemaakt tussen het opnemen van een aantal richtlijnen omtrent de financieringsfunctie in de financiële verordening, of om simpelweg te refereren aan een nota leningenen garantiebeleid die met een zekere frequentie wordt opgesteld. In een dergelijke nota worden over het algemeen meer kaders en richtlijnen vastgelegd, dan in het voornoemde artikel in de financiële verordening. Dit is dus in zekere zin een keuze in de reikwijdte van de kaderstelling van de raad. Bij het kiezen van de frequentie voor het opstellen van de nota leningen- en garantiebeleid wordt doorgaans gekozen voor een periode van vier jaar, of wanneer de actualiteit het dicteert. Op deze manier wordt de nota in ieder geval eens in iedere raadsperiode geactualiseerd. Bij het (facultatieve) derde lid: Garantieverlening brengt risico’s met zich mee. Voor risico’s van verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten moet in de jaarrekening een voorziening worden getroffen. Het derde lid bepaalt dat bij het besluit tot het verlenen van de garantie een inschatting van het risico moet worden gemaakt, zodat de raad dit kan meewegen bij de besluitvorming.

Artikel 21. Lokale heffingen Het wel of niet kiezen van lid c van dit artikel moet aansluiten bij de keuze die is gemaakt in artikel 17 Kostprijsberekening.

Artikel 23. Onderhoud kapitaalgoederen Artikel 23 lid 1 wordt verder ingevuld als de raad extra informatievoorziening verlangd in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen, naast de wettelijke verplichting. In lid 2, 3 en 4 wordt in elk lid de frequentie (aantal jaar) vastgesteld waarmee een onderhouds- of rioleringsplan moet worden opgesteld. De commissie BBV zegt hierover in haar stellige uitspraken (notities Materiele Vaste Activa, 2019): “Voorzieningen die vooraf worden gevormd om lasten van groot onderhoud gelijkmatig te verdelen over meerdere begrotingsjaren, kunnen alleen met instemming van de raad ingesteld en gevoed worden op basis van een recent beheerplan. Onder recent beheerplan wordt een beheerplan

verstaan van maximaal vijf jaar oud ten opzichte van het verslagleggingsjaar. Deze vijf jaar dient te worden gehanteerd als richttermijn waar gemotiveerd van kan worden afgeweken. […] Tussentijdse bijstelling van het beheerplan binnen de vijf jaar is verplicht, indien een belangrijke afwijking is opgetreden in de staat van het onderhoud.”

Artikel 24. Financiering Artikel 24 wordt verder ingevuld als de raad extra informatievoorziening verlangd in de paragraaf financiering, naast de wettelijke verplichting.

Artikel 25. Bedrijfsvoering Bij het kiezen van kwalitatieve criteria kan met denken aan fouten en onduidelijkheden die geregeld voorkomen, die samenhangen met bepaalde taken, processen of afdelingen of samenhangen met fraude. In de bedrijfsvoeringsparagraaf worden de afwijkingen op de rechtmatigheid toegelicht. Het kan overigens ook voorkomen dat de rapportagegrens zo wordt gesteld dat een afwijking niet in de rechtmatigheidsverantwoording is opgenomen, maar wel de rapportagegrens voor de toelichting in de paragraaf bedrijfsvoering overschrijdt.

Artikel 26. Verbonden partijen Artikel 26 wordt verder ingevuld als de raad extra informatievoorziening verlangd in de paragraaf verbonden partijen, naast de wettelijke verplichting.

Artikel 27. Grondbeleid Artikel 27 lid 1 wordt verder ingevuld als de raad extra informatievoorziening verlangd in de paragraaf grondbeleid, naast de wettelijke verplichting. Bij het kiezen van de frequentie voor het opstellen van de nota grondbeleid wordt doorgaans gekozen voor een periode van vier jaar, of wanneer de actualiteit het dicteert. Op deze manier wordt de nota in ieder geval eens in iedere raadsperiode geactualiseerd. Lid 4: de keuze voor contante of nominale waarde wordt verder toegelicht door de commissie BBV in de notitie Grondbeleid 2019. Voor verliesgevende grondexploitaties moet direct een verliesvoorziening worden getroffen. Het is een keuze van de gemeente om deze voorziening te waarderen tegen nominale waarde of tegen contante waarde. Bij het kiezen voor de nominale waarde betekent dit dat er nu meer geld wordt gereserveerd. Kiest een gemeente voor de contante waarde, dan moet in de toelichting (paragraaf Grondbeleid en toelichting op de balans) voor de verliesgevende grondexploitaties ook de verliezen op eindwaarde moeten worden vermeld.

Artikel 30. Interne controle In lid 2 wordt voorgeschreven dat burgemeester en wethouders registergoederen en bedrijfsmiddelen ten minste eenmaal in de [aantal (bijvoorbeeld 4 of 5)] jaar controleren. Bij het kiezen voor een periode van vier jaar is het voordeel dat de controle elke raadsperiode plaatsvindt. Uiteraard speelt hier ook de overweging van capaciteit bij de interne controle: welke frequentie is haalbaar qua werklading.

Model Verordening controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie (artikel 213 Gemeentewet) (nieuw model, november 2022) Leeswijzer modelbepalingen - […] of [iets] = door gemeente in te vullen, zie bijvoorbeeld artikel 2, eerste lid. - [iets] = facultatief, zie bijvoorbeeld artikel 4, tweede lid. - Combinaties zijn ook mogelijk, zie bijvoorbeeld artikel 5, vijfde lid. Nadere uitleg is opgenomen in de VNG ledenbrief (zie ook de implementatiehandleiding, bijlage bij de VNG ledenbrief). Besluit van de raad van de gemeente [naam gemeente] tot vaststelling van de Verordening controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie (artikel 213 Gemeentewet) [naam gemeente en eventueel jaartal] (Verordening controle financiële beheer en organisatie (artikel 213 Gemeentewet) [naam gemeente en eventueel jaartal]) De raad van de gemeente [naam gemeente]; gelezen het voorstel van burgemeesters en wethouders van [datum en nummer]; gelet op artikel 213, eerste lid, van de Gemeentewet ; gelezen het advies van de [naam commissie]; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening controle financiële beheer en organisatie (artikel 213 Gemeentewet) [naam gemeente en eventueel jaartal] Artikel 1.

Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - accountant: een door de raad aangewezen accountant als bedoeld in artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet; - accountantscontrole: controle van de in artikel 197 van de Gemeentewet bedoelde jaarrekening door de accountant; [- boardletter: een samenvatting van de managementletter met de bestuurlijke relevante punten, met als oogmerk om hierover publiekelijk verantwoording af te leggen;] - deelverantwoording: een in opdracht van de raad ten behoeve van de verslaglegging opgestelde verantwoording van een deel van de gemeentelijke organisatie, welke verantwoording onderdeel uitmaakt van de jaarrekening; - jaarrekening: jaarrekening van de gemeente als bedoeld in artikel 197 van de Gemeentewet; [- managementletter: verslag van de accountant gericht aan het bestuur met belangrijke bevindingen en adviezen voor verbetering van de interne beheersing, de IT-omgeving en actuele ontwikkelingen;] - rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van burgemeester en wethouders waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving. Artikel 2. Opdrachtverlening accountantscontrole 1. De accountantscontrole vindt plaats door een accountant. De aanwijzing van de accountant geschiedt voor een periode van [aantal] jaar. 2.

Burgemeester en wethouders bereiden in overleg met de raad de aanbesteding van de accountantscontrole voor. 3. De raad stelt voor de aanbesteding van de accountantscontrole het programma van eisen vast. Het programma van eisen bevat voor de jaarlijkse accountantscontrole in ieder geval: a. de toe te passen goedkeuringstoleranties bij de accountantscontrole, de verantwoordingsgrens door burgemeester en wethouders en afwijkende rapportagegrenzen; b. de apart te controleren deelverantwoordingen en de daarbij toe te passen omvangsbases; en goedkeuringstoleranties en afwijkende rapporteringstoleranties; c. de inrichtingseisen voor het verslag van bevindingen; d. de aanvullende uit te voeren tussentijdse controles;

Bijlage bij VNG ledenbrief, kenmerk 22/061, november 2022.

e. de frequentie en inrichtingseisen van de aanvullende tussentijdse rapportering [, zoals de management- en boardletter]; f. de posten van de jaarrekening met bijbehorende afwijkende rapporteringstoleranties, waaraan de accountant bij zijn accountantscontrole specifiek aandacht dient te besteden; g. de gemeentelijke producten of organisatieonderdelen met bijbehorende afwijkende rapporteringstoleranties, waaraan de accountant bij zijn accountantscontrole specifiek aandacht dient te besteden; h. […]. 4. In afwijking van het derde lid, aanhef, kan de raad in het programma van eisen opnemen, dat de raad jaarlijks voorafgaand aan de accountantscontrole in overleg met de accountant de onder f en g genoemde onderdelen vaststelt. 5. De raad stelt de selectiecriteria en per selectiecriterium de bijbehorende wegingsfactoren vast. Artikel 3. Overige controles en opdrachten 1. Burgemeester en wethouders kunnen de accountant opdracht geven tot het uitvoeren van specifieke werkzaamheden met betrekking tot de doelmatigheid en doeltreffendheid als bedoeld in [citeertitel Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid bestuur (artikel 213a Gemeentewet)] voor zover de onafhankelijkheid van de accountant daarmee niet in het geding komt. Burgemeester en wethouders informeren de raad vooraf over deze aan de accountant te verstrekken opdrachten. 2.

Burgemeester en wethouders dragen de zorg voor de uitvoering van het beleid betreffende de specifieke uitkeringen volgens de eisen van rechtmatigheid van de ministeries. 3. Burgemeester en wethouders dragen de zorg voor de verantwoording aan derden en nemen hierbij de gestelde controle-eisen in acht. Als een deel van deze vereisten moet worden uitgevoerd door een accountant, zijn burgemeester en wethouders bevoegd hiervoor de opdracht te verlenen aan een andere dan de door de raad aangewezen accountant, indien dit in het belang van de gemeente is. Artikel 4. Inrichting accountantscontrole 1. De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening: a. de wijze waarop de accountantscontrole wordt ingericht, alsmede de aard en de omvang van de daarbij behorende werkzaamheden. De accountant vraagt voorafgaand aan de accountantscontrole de benodigde dossierstukken schriftelijk op bij een vertegenwoordiger van de ambtelijke organisatie; b. De accountant voert de controlewerkzaamheden met voorafgaande kennisgeving aan een vertegenwoordiger van de ambtelijke organisatie van de gemeente uit. 2. Ter bevordering van een efficiënte en doeltreffende accountantscontrole vindt periodiek overleg plaats tussen de accountant, [een vertegenwoordiging uit] de raad en vertegenwoordigers van de gemeente. Artikel 5. Informatieverstrekking door burgemeester en wethouders 1.

Burgemeester en wethouders zijn verantwoordelijk voor de samenstelling van de jaarrekening, met de rechtmatigheidsverantwoording, conform de geldende wet- en regelgeving en overlegt deze aan de accountant voor accountantscontrole. 2. Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat alle aan de jaarrekening ten grondslag liggende bescheiden voor de accountant ter inzage liggen en onbelemmerd toegankelijk zijn. [3. Bij de jaarrekening bevestigen burgemeester en wethouders schriftelijk aan de accountant, dat alle burgemeester en wethouders bekende informatie van belang voor de oordeelsvorming van de accountant is verstrekt.] 4. Burgemeester en wethouders overleggen de gecontroleerde jaarrekening samen met de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen voor uiterlijk [datum] aan de raad. [5. Burgemeester en wethouders overleggen de [management- en] boardletter met een reactie vanuit burgemeester en wethouders voor uiterlijk [datum] aan de raad.] 6. Alle informatie die na afgifte van de accountantsverklaring en voor behandeling van de jaarrekening in de raad beschikbaar komt en die van invloed is op het beeld dat de jaarrekening geeft, wordt terstond door burgemeester en wethouders aan de raad en de accountant gemeld. 7.

De accountant maakt voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording door burgemeester en wethouders zo veel mogelijk gebruik van het namens burgemeester en wethouders uitgevoerde onafhankelijke onderzoek. 8. De accountant maakt in de accountantscontrole zo veel mogelijk gebruik van de aanwezige interne beheersing van de werkzaamheden van de interne auditfunctie van de gemeente en stimuleert door

Bijlage bij VNG ledenbrief, kenmerk 22/061, november 2022.

een zo veel mogelijke organisatiegerichte accountantscontrole de verdere kwaliteitsverbetering en professionalisering. van de ambtelijke organisatie. Artikel 6. Toegang tot informatie door accountant 1. Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat de accountant voor de uitvoering van zijn controlewerkzaamheden een onbelemmerde toegang heeft tot alle relevante werkplaatsen van de gemeente. 2. De accountant is bevoegd om van alle in de gemeentelijke organisatie werkende personen mondelinge en schriftelijke inlichtingen en verklaringen te verlangen die hij voor de uitvoering van zijn opdracht denkt nodig te hebben. Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor, dat de in de gemeentelijke organisatie werkende personen hieraan hun medewerking verlenen. 3. Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor, dat alle in de gemeentelijke organisatie werkende personen zijn gehouden de accountant alle informatie te verstrekken, opdat de accountant zich een juist en volledig oordeel kan vormen over het gevoerde financiële beheer, de getrouwheid van zowel het financiële beeld als de verklaring omtrent de rechtmatige totstandkoming van de baten en lasten. Artikel 7. Rapportering door accountant 1.

Indien de accountant bij een accountantscontrole tot het oordeel komt dat de rechtmatigheidsverantwoording door burgemeester en wethouders niet getrouw is, dan wel afwijkingen constateert die op zichzelf leiden tot het niet afgeven van een goedkeurende controleverklaring, meldt hij deze terstond schriftelijk aan de raad en zendt een afschrift hiervan aan burgemeester en wethouders. 2. In aanvulling op het verslag van bevindingen brengt de accountant over de door hem uitgevoerde controles verslag uit over zijn bevindingen die niet van bestuurlijk belang zijn aan de daarvoor in aanmerking komende ambtenaren. 3. De controleverklaring en het verslag van bevindingen worden voor verzending aan de raad door de accountant aan burgemeester en wethouders voorgelegd met de mogelijkheid voor burgemeester en wethouders om op deze stukken te reageren. 4. De accountant bespreekt voorafgaand aan de raadsbehandeling van de jaarstukken het verslag van bevindingen met [een voor dit doel door de raad ingestelde vertegenwoordiging van] de raad. Artikel 8. Intrekking oude regeling De [citeertitel oude verordening] wordt ingetrokken. Artikel 9. Inwerkingtreding en citeertitel 1.

Deze verordening treedt in werking op [datum op of na datum inwerkingtreding Wet versterking decentrale rekenkamers], met dien verstande dat zij van toepassing is op de accountantscontrole van de jaarrekening en deelverantwoordingen van het verslagjaar [jaar] en later. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening controle financiële beheer en organisatie (artikel 213 Gemeentewet) [naam gemeente en eventueel jaartal]. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum]. De voorzitter, De griffier,

Bijlage bij VNG ledenbrief, kenmerk 22/061, november 2022.

Toelichting NB Deze toelichting is ook geschreven met het oog op de (mogelijke) keuzes die in de Model Verordening controle financiële beheer en organisatie (artikel 213 Gemeentewet) gemaakt zijn. Als een individuele gemeente op onderdelen andere keuzes maakt dan in deze modelverordening zijn gemaakt, dan sluit deze toelichting mogelijk niet aan. Wel kan ze uiteraard als basis dienen voor een door de gemeente zelf op te stellen toelichting. Voor een goed beeld dient deze modelverordening in samenhang met de hierbij behorende VNG ledenbrief en implementatiehandleiding gelezen te worden. Algemeen Artikel 213 van de Gemeentewet verplicht de raad bij verordening regels vast te stellen voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Door middel van de Verordening controle financiële beheer en organisatie (artikel 213 Gemeentewet) stelt de raad de kaders voor de accountantscontrole, gebruik makend van de mogelijkheden die artikel 213 van de Gemeentewet en het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (hierna: Bado) daartoe bieden. Het is de raad die de accountant voor de controle van de jaarrekening aanwijst. In het voortraject voor de aanwijzing – de aanbesteding – zijn burgemeester en wethouders nauw betrokken. Burgemeester en wethouders kunnen daarnaast extra opdrachten aan dezelfde of een andere accountant verstrekken.

Wanneer de opdracht is verleend, bepaalt de accountant binnen de kaders van de opdracht, op welke wijze hij de controle uitvoert. Uiteraard vindt hierover wel periodiek overleg plaats, zodat afgestemd kan worden met betrokkenen en andere onderzoeken en controles. Voor een goede uitvoering van en rapportage over de controle, hebben burgemeester en wethouders en de accountant verschillende rechten en plichten. Zo moeten burgemeester en wethouders ervoor zorgen dat de accountant alle informatie krijgt die hij nodig heeft om de controle uit te voeren. De accountant, aan de andere kant, zorgt dat betrokkenen tijdig worden geïnformeerd over bevindingen. Verder hebben burgemeester en wethouders een eigenstandige informatieplicht richting de raad. Relatie met de rechtmatigheidsverantwoording door burgemeester en wethouders Vanaf boekjaar 2023 nemen burgemeester en wethouders een rechtmatigheidsverantwoording op in de jaarrekening. De rechtmatigheidsverantwoording geeft inzicht in hoeverre de gemeente rechtmatig heeft gehandeld. Waar de accountant voorheen een oordeel vormde over de getrouwheid én rechtmatigheid van de jaarverslaggeving, beperkt de accountant zich nu tot een oordeel over het getrouwe beeld van de jaarrekening (inclusief de rechtmatigheidsverantwoording). De accountant geeft vanaf dit moment dus geen afzonderlijk oordeel meer over de rechtmatigheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=7548bf97-51be-4ad5-aeb5-fb1ae7c2475e