CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

11. Veiligheidsregio Brabant-Noord - Dekkingsplan brandweer en terugblik regionale raadsavond (incl. dekkingsplan en bijlagen)

Raadsvergadering 1 februari 2024, gemeente VughtBij agendapunt: Categorie I-A Externen15.279 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Dekkingsplan brandweer en terugblik regionale raadsavond SecretarisVeiligheidsRegio <secretarisveiligheidsregio@vrbn.nl> Wo 20-12-2023 19:31 Aan: 1 bijlagen (350 kB) 2023-U14994 Dekkingsplan brandweer VRBN 2024-2027.pdf;

Let op: Deze mail komt van buiten onze organisatie. Help mee om onze organisatie veilig te houden en denk na voordat je op een link klikt of een bijgevoegd bestand opent.

 ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏ ‌‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌ ͏‌

Samenwerken aan veiligheid. Beste college, VRBN heeft een nieuw beleidsplan voor de periode 2024-2027, daarover bent u eerder al geïnformeerd. Een onderdeel van ons beleidsplan is een dekkingsplan voor de brandweerzorg. Hierin staan de operationele prestaties van de brandweer over bijvoorbeeld opkomsttijden in relatie tot de aanwezige risico’s in onze regio. De brief in de bijlage geeft meer informatie over ons dekkingsplan. Graag verzoek ik uw raad hierover te informeren. Terugblik regionale raadsavond 6 december Op woensdagavond 6 december vond een regionale raadsleden bijeenkomst plaats, georganiseerd door de griffiers. Wij waren aanwezig om raadsleden te informeren over ons nieuwe brandweer dekkingsplan en ontwikkelingen binnen de brandweer. Daarnaast werd het thema migratie behandeld. Hieronder volgt een korte terugkoppeling. Op de avond waren zo’n 80 raadsleden aanwezig uit alle deelnemende gemeenten. Uw griffier zorgt voor terugkoppeling aan de raad over deze raadsavond. Ontwikkelingen brandweer Bij de presentatie van de brandweer ging veel interesse uit naar tal van onderwerpen. Vragen gingen onder andere over het toenemende risico op natuurbranden, de gevolgen van de energietransitie zoals het blussen van elektrische auto’s en branden met zonnepanelen. Ook is ingegaan op wat we aan het voorkomen van brand doen.

Daarnaast kwam het belang van goede mentale ondersteuning van het veeleisende brandweervak aan de orde, bijvoorbeeld door goede collegiale ondersteuning en de rol van partners.

Thema migratie Raadsleden werden meegenomen in de terugblik van opvang Oekraïners, asielopvang en huisvesting van vergunninghouders. Gemeenten hebben grote inspanningen geleverd, ondanks dat zijn helaas niet alle opgaven behaald. Ook werd ingegaan op de nieuwe rol die gemeenten krijgen vanaf 1 januari en het stoppen van de activiteiten die VRBN uitvoert op dit thema. Vervolgens is input opgehaald voor een actualisatie van het regioplan. Raadsleden konden aangeven welke kansen ze zien voor de regio: wat kan samen beter? Daarna kwam de vraag aan de orde waar zorgen zitten. De verschillende reacties zijn opgehaald via een mentimeter. De reacties dienen onder andere als input voor actualisatie van het regioplan. Dit plan wordt begin volgend jaar aan uw college ter besluitvorming aangeboden. Fijne feestdagen en een goed 2024! Vriendelijke groet, Marie-Louise van Schaijk Directeur Veiligheidsregio Brabant-Noord

Terugblik op 2023 Met deze video, waar het woord trots centraal staat, blikken we terug op momenten die we met collega's en samenwerkingspartners beleefd hebben. Uiteraard is dit slechts een greep van trotse momenten en hebben we met elkaar nog meer opdrachten, projecten en uitdagingen tot een succes gebracht. Namens alle collega's, bedankt voor de samenwerking.

Beleidsplan 2024-2027 Ons nieuwe beleidsplan voor 2024-2027: ‘Samenwerken aan veerkracht en veiligheid’ is vastgesteld. Het beleidsplan bouwt verder op de koers die we al eerder ingezet hebben en speelt in op de maatschappelijke en wereldwijde ontwikkelingen. In het beleidsplan hebben we vier thema’s geformuleerd die extra aandacht krijgen. Daarnaast werken we aan de hand van vier ambities aan deze thema’s. Ook vanaf 2024 werken wij graag weer, samen met onze netwerkpartners, aan een veilige en veerkrachtige samenleving. Lees meer over het beleidsplan en de bijbehorende praatplaat op onze website.

Website: www.vrbn.nl

Telefoon: 088 - 0208 208

Aan de colleges van B&W en gemeenteraden van de aangesloten gemeenten

Datum Onze referentie

20 december 2023 2023-U14994

Uw referentie Zaaknummer Onderwerp

Behandeld door Telefoon E-mail

Bijlage VRBN Secretaris 088 0208208 secretarisveiligheidsregio@vrbn.nl

BBN23-25087 Dekkingsplan VRBN 2024-2027 Geacht college, geachte raad, Op 30 november heeft ons Algemeen Bestuur het beleidsplan samenwerken aan veerkracht en veiligheid vastgesteld. In mijn brief van 4 december 2023 (kenmerk 2023-U14981) heb ik uw college en raad geïnformeerd over de vaststelling en de reactie op de ingediende zienswijzen door de raden. In aanvulling hierop informeer ik u graag over het brandweerdekkingsplan dat op deze vergadering is vastgesteld. Een deel van uw raad heeft al kennisgenomen van het dekkingsplan op een regionale raadsavond op 6 december. Dekkingsplan brandweerzorg Zoals vermeld in het beleidsplan stelt het bestuur elke vier jaar een dekkingsplan voor de (basis)brandweerzorg vast. Dit plan is gebaseerd op de landelijk verplichte systematiek door de minister van Justitie en Veiligheid: Gebiedsgerichte Opkomsttijden. Het dekkingsplan geeft een gedetailleerd overzicht van de beschikbare middelen en capaciteiten in ons verzorgingsgebied. Het legt de nadruk op het inzichtelijk maken van de prestaties in de brandweerzorg. In dit plan hebben we gekeken naar het niveau van de brandweerzorg in onze regio op basis van een nieuwe landelijke aanpak. Brandweerzorg passend georganiseerd Met de huidige spreiding van brandweerkazernes, het aantal eenheden en de organisatie kunnen we passende brandweerzorg bieden in Brabant-Noord.

We concluderen dat de beschikbaarheid van de eerste tankautospuiten (bluswagens) op niveau is. Er zijn geen ingrijpende maatregelen nodig. De brandweer is niet te groot, maar ook niet te klein georganiseerd. We hebben een plan dat aan onze verwachtingen voldoet en ons in staat stelt om onze verantwoordelijkheden op het gebied van incidentbestrijding goed uit te voeren. We moeten wel continu aandacht besteden aan de beschikbaarheid van vrijwilligers. Dekkingsplan toegelicht op regionale raadsavond Het dekkingsplan is besproken tijdens de raadsinformatiebijeenkomst op 6 december 2023, waarbij de nodige uitleg en achtergrondinformatie zijn gegeven aan de aanwezige raadsleden.

Als u meer uitleg wilt of vragen heeft, zijn wij natuurlijk beschikbaar om hierover een verdere uitleg te geven. Het dekkingsplan vindt u op onze website: https://www.vrbn.nl/publish/pages/24264/6a2_dekkingsplan_2024-2027.pdf

Met vriendelijke groet namens het dagelijks bestuur van Veiligheidsregio Brabant-Noord,

Marie-Louise van Schaijk Secretaris

Dekkingsplan 2024-2027

COLOFON

Uitgave en redactie Veiligheidsregio Brabant-Noord en Brandweer Brabant-Noord, 30 november 2023 Gedelegeerd opdrachtgever Caspar Pors Projectleider en eindredactie Joost Janssen Medeauteurs Paul de Kort, Pleuni van Rooij, Dirk van Son en Ron van der Vlies Datum vaststelling Het dekkingsplan 2024-2027 is op 30 november 2023 vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van Veiligheidsregio Brabant-Noord. Status: Definitief

2

Samenwerken aan veiligheid.

Inhoudsopgave Inleiding ................................................................................................................................................ 4 Veiligheidsregio Brabant-Noord ....................................................................................................... 4 Landelijke uniforme systematiek voor dekkingsplannen .................................................................. 4 Relatie met het (brand)risicoprofiel .................................................................................................. 5 Leeswijzer ........................................................................................................................................ 6 Dekking bijstellen | Processtap 1 ......................................................................................................... 7 Interne ontwikkelingen...................................................................................................................... 8 Externe ontwikkelingen .................................................................................................................. 10 Dekking beschrijven | Processtap 2 ................................................................................................... 13 Beschrijving onderdelen snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk .........................................

13 Dekking beoordelen | Processtap 3 ................................................................................................... 21 Indeling gebieden in categorieën (Gebiedsgerichte Opkomsttijden) ................................................. 21 Beoordeling van de basisbrandweerzorg ....................................................................................... 22 Regionale conclusies en aanbevelingen ........................................................................................ 25 Dekkingsplan vaststellen | Processtap 4 ........................................................................................... 26 Uitvoering bijstellen | Processtap 5 .................................................................................................... 29 Dekking uitvoeren en beoordelen | Processtap 6 & 7........................................................................ 31

3

Samenwerken aan veiligheid.

Inleiding Ingevolge de Wet veiligheidsregio’s1 stelt het bestuur van Veiligheidsregio Brabant-Noord elke vier jaar een dekkingsplan voor de (basis)brandweerzorg vast. Hierin onderzoekt de regio hoe de operationele prestaties van de brandweer zich verhouden tot de daaraan gestelde eisen.

Veiligheidsregio Brabant-Noord In Veiligheidsregio Brabant-Noord wonen, werken en recreëren ruim 650.000 inwoners in 11 gemeenten. De gemeenten die vallen onder onder Veiligheidsregio Brabant-Noord zijn Bernheze, Boekel, Boxtel, Heusden, 's-Hertogenbosch, Land van Cuijk, Maashorst, Meierijstad, Oss, SintMichielsgestel en Vught. De bevolkingsdichtheid is over het algemeen relatief laag, met een verhoogde concentratie rondom het verstedelijkt gebied. De regio kent veel platteland, maar raakt rond 's-Hertogenbosch verstedelijkt. Er is een diversiteit aan bedrijvigheid, waaronder de agrarische sector, BRZO-bedrijven2 en een militaire vliegbasis (Volkel). Binnen de regiogrenzen loopt een deel van het stromingsgebied van de Maas en ook zijn diverse natuurgebieden, waaronder de Loonse en Drunense duinen, aanwezig. De regio wordt doorkruist door de snelwegen, spoor en waterwegen. Met de omliggende veiligheidsregio’s (Midden- en West-Brabant, Brabant-Zuidoost, Gelderland-Zuid en Limburg-Noord) zijn samenwerkingsafspraken gemaakt.

Landelijke uniforme systematiek voor dekkingsplannen In de afgelopen jaren is door het Veiligheidsberaad en de Raad van Directeuren Veiligheidsregio (RCDV), in afstemming met het ministerie Justitie en Veiligheid, de vakbonden en de Vereniging van brandweervrijwilligers (VBV), gewerkt aan een nieuwe (landelijke) systematiek voor het opstellen van dekkingsplannen. Deze systematiek is vastgelegd in een handreiking 3. Waar voorheen de veiligheidsregio’s ieder op eigen wijze een dekkingsplan opstelden, levert de handreiking een systematiek op die bijdraagt aan een uniforme landelijke werkwijze en realistische opkomsttijden. De handreiking bestaat uit het beschrijven van het dekkingsplanproces (inclusief rekenvoorschriften) en beoordelingskaders voor gebiedsgerichte opkomsttijden, slagkracht en grootschalig brandweeroptreden. Het proces bestaat uit zeven stappen waarmee de brandweer cyclisch de inrichtingsen uitvoeringsfase van het dekkingsplan doorloopt.

Artikel 14 van de Wet veiligheidsregio’s en artikel 3.2.1 van het Besluit Veiligheidsregio’s Besluit risico’s zware ongevallen: bedrijven waar grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen aanwezig zijn bóven een bepaalde drempelwaarde 3 Landelijke uniforme systematiek voor dekkingsplannen. Herziene handreiking versie 3.0. Veiligheidsberaad(2022) 1 2

4

Samenwerken aan veiligheid.

Met het door de Minister omarmen4 van deze handreiking is er een eind gekomen aan het systeem van objectgerichte opkomsttijden en wordt overgegaan op de systematiek van gebiedsgerichte opkomsttijden. Op deze wijze blijft het huidige niveau van brandweerzorg voor de burgers van Nederland minimaal beschikbaar en wordt tegelijkertijd toegewerkt naar een uniform landelijk systeem waarin meer transparantie en informatie naar besturen, burgers en bedrijven mogelijk is. Het nieuwe kader gebiedsgerichte opkomsttijden zorgt voor een eenduidige werkwijze en landelijke regels omtrent het minimumniveau van brandweerzorg, waarbij aangegeven moet worden dat het leveren van adequate brandweerzorg niet louter wordt bepaald door de opkomsttijd. Het voorliggende dekkingsplan is vormgegeven op basis van processtappen uit de landelijke systematiek.

Relatie met het (brand)risicoprofiel In de landelijke systematiek is onderkend dat er een relatie bestaat tussen een brandrisicoprofiel en het dekkingsplan. Daarbij is ook gekeken naar de risico’s die al zijn geïdentificeerd in het Regionaal Risicoprofiel5. Er bestaat op dit moment echter geen eenduidige (landelijke) systematiek voor het opstellen van een brandrisicoprofiel. Vanwege het ontbreken hiervan is op basis van expert judgement (panel bestaande uit interne adviseurs) een oordeel geveld over de brandrisico’s binnen de regiogrens. De in ons regionaal risicoprofiel genoemde risico’s op het gebied van brand zoals brand in een gebouw met en bijeenkomstfunctie, maakt deel uit van de gebiedsgerichte benadering waarin deze risico’s zijn meegenomen in de bepaling van het brandrisico van een gebied. We zien daarnaast op een paar plekken in de regio wat accenten in het kader van natuurbrandbeheersing. Binnen het verzorgingsgebied van onze regio ligt een aantal voor natuurbranden kwetsbare natuurgebieden welke onder waarneming van een gebiedscommissie vallen. Deze natuurgebieden worden doorsneden en mede gebruikt voor een grote variatie aan functies. Functies liggen in of grenzen aan het natuurgebied, zoals: -

Mobiliteitsinfra; Recreatieondernemingen; Zorginstellingen; Gebieden wonen/werken.

De interactie tussen al deze functies brengt een groot risico op het effect van natuurbranden met zich mee. Deze kunnen leiden tot zeer ernstige impact op de gezondheid van mensen, natuurwaarden, continuïteit van ondernemingen, maar ook op het openbaar bestuur. Het gaat om de gebieden die hier geografisch zijn weergegeven. Let wel, dit zijn niet alle natuurgebieden binnen de regiogrens, het is een weergave van de natuurgebieden waarvoor een gebiedscommissie is ingesteld.

4

Figuur 1 - Natuurgebieden binnen Brabant-Noord met een gebiedscommissie

Yeşilgöz-Zegerius, D. (2022, 19 december). Brief aan Veiligheidsberaad inzake Handreiking gebiedsgerichte opkomsttijden, kenmerk 4367735 5 Vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur op 30 juni 2023

5

Samenwerken aan veiligheid.

Leeswijzer In dit dekkingsplan zijn de processtappen uit de Handreiking Landelijke Uniforme Systematiek voor Dekkingsplannen doorlopen. Hoofdstuk 1 beschrijft wijzigingen in de geografische en maatschappelijke context van het dekkingsplan ten opzichte van 2012. Hoofdstuk 2 beschrijft de operationele prestaties van de brandweer aan de hand van de factoren snelheid, capaciteit, slagkracht en werkdruk. Hoofdstuk 3 beschrijft de indeling van de regio in gebieden, de daarvoor geldende opkomsttijden, de mate waarin Brandweer Brabant-Noord aan deze tijdsnormen kan voldoen en of er maatregelen noodzakelijk zijn. Hoofdstuk 4 tot en met 6 hebben betrekking op bestuurlijke vaststelling, implementatie en monitoring. De bijlagen zijn opgenomen in een separaat document.

6

Samenwerken aan veiligheid.

7

Samenwerken aan veiligheid.

Dekking bijstellen | Processtap 1 Dit hoofdstuk beschrijft de bestaande regionale context, die dient als vertrekpunt in het opstellingsproces, en de verschillende interne en externe ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op de dekking. Het referentiekader is hierbij het vorige bestuurlijk vastgestelde dekkingsplan 6.

Interne ontwikkelingen Ontwikkelingen in organisatie en werkveld maken dat de brandweer zich blijvend slim moet organiseren. Flexibilisering en modernisering van de repressie zijn noodzakelijk. Repressieve inrichting De repressieve organisatie van Brandweer Brabant-Noord bestaat uit 38 brandweerposten in 11 gemeenten. Sinds 2012 is een aantal posten verplaatst. Het betreft de volgende posten: Cromvoirt (2015), Haps (2013), Helvoirt (2012), Oeffelt (2021), Ravenstein (2018), Uden (2021) en Zeeland (2023). In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de voertuigen die gestationeerd staan per post, het aantal postleden en de organisatievorm (24 uursbezetting, vrije opkomst en/of consignatie). Organisatievorm De brandweerzorg in Brabant-Noord wordt vanuit 38 posten verzorgd, de meesten op basis van vrije instroom van vrijwilligers, één post op basis van dagdienstbezetting en één post op basis van 24uursbezetting. Binnen en buiten de organisatie wordt continu gezocht naar verbetering, waarbij het bieden van maatschappelijke meerwaarde centraal straat (in dat verband is de brandweer bijvoorbeeld sinds 2022 ook vraaggestuurd gaan uitrukken voor reanimatiemeldingen). Hierna volgen enkele ontwikkelingen in de afgelopen periode.

Uitruk op maat Met de bestuurlijke vaststelling van het Beleid flexibel uitrukken Brabant-Noord7 kan, afhankelijk van het incidenttype, variatie in voertuigbezetting aan de orde zijn. Op basis van een klussenlijst is vooraf bepaald welk type eenheid kan uitrukken per type klus. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen ‘grote’ en ‘kleine’ klussen. Op basis van dit onderscheid is de minimaal benodigde bezetting bepaald om de klus te kunnen klaren. Voor een grote klus is dit altijd een TS-6 of een veelvoud daarvan. In dat geval kan wel een eerste eenheid een TS4 zijn, maar alarmering van een tweede eenheid volgt dan. Het moment van aankomst van de tweede eenheid is bepalend voor de opkomsttijd van de brandweer. Dagbezetting, huisvesting en slimme technieken De paraatheid van de vrijwillige kazerne is Rosmalen wordt door een dagdienstbezetting geleverd. Op andere kazernes wordt een aantal werkplekken gefaciliteerd waar vrijwilligers, waaronder ook het eigen personeel met dagdagelijks andere primaire taken, kunnen werken. We zien dat in verschillende vormen terug. Soms worden deze plekken gebruikt door sleutelfunctionarissen (bevelvoerder en/of chauffeur).

6

Het vigerende dekkingsplan dateert uit 2012 (deel 1 vastgesteld door AB 27 juni 2012; deel 2 vastgesteld door AB 26 juni 2013) 7 Vergadering van het Algemeen Bestuur op 24 juni 2015

8

Samenwerken aan veiligheid.

De toename van de inzet van slimme pagers stelt de brandweer steeds meer in staat de beschikbaarheid van vrijwilligers na een alarmering inzichtelijk te maken. Dit maakt onder andere mogelijk dat, bij onvoldoende bezetting, een andere eenheid al direct gealarmeerd wordt en hiermee kostbare minuten worden gewonnen.

Interregionale operationele grenzen Brandweer Brabant-Noord is met alle aangrenzende regio’s in gesprek (geweest) om convenanten af te sluiten waarin is afgesproken dat ook buiten de eigen regiogrens wordt opgetreden bij het bieden van (spoedeisende) hulp aan de burger. De interregionale samenwerking laat vanzelfsprekend het gezag, zoals vastgelegd in de Wet veiligheidsregio’s, onveranderd. Ook de afspraken over (landelijke) bijstand bij grootschalige incidenten blijven intact. Praktisch gezien wordt voor de basisbrandweerzorg sinds april 2021 interregionaal uitgerukt door en naar de veiligheidsregio’s Midden- en West-Brabant en Brabant-Zuidoost, daarvoor is een convenant ondertekend. Vanaf september 2022 is dat ook het geval voor veiligheidsregio’s Gelderland-Zuid en Limburg-Noord. Met deze regio’s worden afrondende gesprekken gevoerd over het convenant. Er is al wel sprake van operationele samenwerking indachtig de lijn van de al afgesloten convenanten. Daarnaast worden verkennende gesprekken gevoerd om de interregionale samenwerking uit te breiden naar de specialistische eenheden. Nauwkeurig alarmeren Voortschrijdende techniek maakt het mogelijk om nauwkeuriger de juiste brandweereenheden te kunnen bepalen.

Waar voorheen een vastgesteld geografisch gebied (vakkensystematiek) als uitgangspositie werd beschouwd, zijn we binnenkort in staat om op basis van een nauwkeurige kaartpositie van het incident de snelste brandweereenheid te alarmeren. Springbemanning Op de beroepspost ’s-Hertogenbosch wordt gewerkt met een springbemanning. Dit betekent dat één bezetting uit kan rukken met verschillende soorten brandweervoertuigen. De combinatie op deze post van 24-uursbezetting met vrijwilligers, maakt dat een verantwoorde afbouw van stapeling heeft plaats kunnen vinden. Analyse van het aantal gelijktijdige incidenten laat zien dat de ontstane kwetsbaarheid door het centraliseren van een aantal taken (leveren van basisbrandweerzorg -inclusief de bezetting van ondersteunende voertuigen- en specialismen zoals het duikteam en de specialistische IBGS-eenheid) beperkt is en bovendien geflankeerd wordt door het achter de hand hebben van vrijwilligers op die post. In voorkomende gevallen kan aflossing wordt georganiseerd, waardoor de springbemanning weer op andere taken kan worden ingezet. Hulpmiddelen op voertuigen In 2016 zijn eenheden voorzien van een tablet waarop een overzichtskaart van de incidentlocatie/situatie kan worden geraadpleegd.

Dit biedt aanrijdend het voordeel dat snel een beeld kan worden gevormd van de incidentlocatie (aard bebouwing en bijvoorbeeld aanwezigheid van gevaarlijke stoffen). Daarnaast zijn sinds 2017 alle eerstelijns eenheden uitgerust met een voertuignavigatiesysteem, houdende dat de adresgegevens van de incidentlocatie automatisch worden ingevoerd. Met de invoering van deze functionaliteit wordt de eenheid op een slimme en altijd op de snelste wijze naar de incidentlocatie genavigeerd.

9

Samenwerken aan veiligheid.

Externe ontwikkelingen Brandweer Brabant-Noord streeft naar een nauwe verbondenheid met de maatschappij die zij dient. De maatschappij verandert en daarmee ook de eventuele hulpvraag van inwoners en bezoekers van de regio. Daarbij kijken we terug naar de situatie tot 2012, maar blikken we ook vooruit. In het Regionaal Risicoprofiel van Veiligheidsregio Brabant-Noord wordt elke vier jaar een overzicht gegeven van de regionale geografie, demografie, risico’s in de regio en de aanwezige kwetsbare objecten. Geografie In het eerste hoofdstuk werd al een korte beschrijving gegeven van het verzorgingsgebied van de Veiligheidsregio. Verlaging algemene snelheidslimiet van 30 km/uur binnen de bebouwde kom Op landelijk niveau wordt op dit moment gewerkt aan een haalbaarheidsstudie om de maximale snelheid binnen de bebouwde kom te standaardiseren op 30 km/h. Mocht het komen tot een besluit hiertoe, dan heeft dat nadelige gevolgen voor de opkomsttijd van de brandweer. Immers in de meeste gevallen zal een vrijwilliger naar de kazerne moeten opkomen, daarbij heeft hij zich te houden aan de maximaal toegestane snelheid. Daarnaast zal een eenheid zich, ondanks het voeren van optische en akoestische signalen, ook moeten verhouden tot de maximaal toegestane snelheid indachtig de geldende brancherichtlijn die is opgesteld voor het voeren van optische en akoestische signalen.

De weginrichting moet zich echter wel lenen voor een verantwoorde verhoging van de rijsnelheid. Infrastructuur Aan provinciale en gemeentelijke wegen is in de afgelopen jaren groot onderhoud uitgevoerd en zijn aanpassingen gedaan om de veiligheid en de doorstroming te verbeteren. Dit zal ook in de komende jaren plaatsvinden. In het kader van de Gebiedsontwikkeling Langstraat zijn aan de A59 aanpassingen gedaan. In Vught wordt nagedacht over de reconstructie van de N65. De bouw van het 4e spoor en de verdiepte ligging in Vught zal begin 2024 beginnen. Het gehele project zal naar verwachting 7 jaar duren. Industrieterreinen. Afgelopen jaren is een aantal bestaande industrieterreinen zoals bijvoorbeeld De Kempens in Veghel, Goorkens/Hoogveld in Uden en de Laarakker in Haps uitgebreid en hebben bedrijven zich hier gevestigd. De voorbereiding voor het ontwikkelen van het nieuw bedrijventerrein Heesch-west is in voorbereiding. Wonen Om in de grote behoefte aan woningen te voorzien vinden binnen de gemeenten veel bouwactiviteiten plaats. Gemeenten zetten hierbij vooral in op inbreidingslocaties. Grootschalige bouwprojecten waarbij nieuwe woongebieden ontwikkeld zijn of gaan worden o.a. Geerpark en de Grassen in Heusden, Selissen in Boxtel, Oss-west en de Maasbroekse Blokken in Boxmeer.

De Veiligheidsregio wordt bij de plannen betrokken en in de gelegenheid gesteld hierover te adviseren. Ook tijdens de uitvoering is er contact tussen de Veiligheidsregio en de uitvoerders van werkzaamheden.

10 Samenwerken aan veiligheid.

Demografie In het werkgebied van Veiligheidsregio Brabant-Noord wonen, werken en recreëren ruim 664.000 inwoners (peil 2023). Dit aantal is niet significant gewijzigd ten opzichte van 2012 en de verwachting is ook niet dat dit alsnog het geval zal zijn in de planperiode tot 2027.

De risico’s in de veiligheidsregio Het Regionaal Risicoprofiel van Veiligheidsregio Brabant-Noord beschrijft de mogelijke grootschalige rampen en crises waarmee we als regio te maken kunnen krijgen. Daarnaast zijn er trends in de samenleving die mogelijk nieuwe risico’s met zich meebrengen. Meer verminderd-zelfredzamen We zien een toename van het aantal verminderd-zelfredzamen als gevolg van het overheidsbeleid van extramuralisering. Dit beleid heeft geleid tot een grotere nadruk op thuiszorg en het verminderen van het aantal mensen in zorginstellingen. Het brengt uitdagingen met zich mee op het gebied van brandveiligheid en brandbestrijding. Veel van deze verminderd-zelfredzamen zijn afhankelijk van externe hulpverlening. Andere incidenten door andere technologieën Trends in de samenleving veranderen het aantal en type incidenten. In de energietransitie stapt de samenleving over op hernieuwbare energiebronnen en voor de circulaire economie is het gebruik van duurzame (bouw)materialen vereist. Dit heeft impact in de hele veiligheidsketen en kan een brandweerinzet complexer en langduriger te maken. De brandweer onderzoekt mogelijke preventieve veiligheidseisen en innoveert de repressie om de impact op de paraatheid en restdekking op te vangen. Ook zien we nieuwe risico’s geïntroduceerd worden, denk hierbij aan zonnepanelen en de komst van buurtbatterijen.

Groeiend risico terrorisme en extreem geweld De kans op een terroristische aanslag is in de regio voorstelbaar8. Een dergelijk incident vereist een grote slagkracht van de nood- en hulpdiensten. Verder kan er sprake zijn van een calamiteit bij een grootschalig evenement zoals carnaval en Koningsdag. Extremer wordende weersomstandigheden De wereldwijde klimaatverandering zorgt voor steeds extremer wordende weersomstandigheden, ook in Nederland. Onder extreem weer verstaan we: koudegolf (sneeuw, ijzel), extreem veel neerslag, storm en windhozen, mist, hittegolf, droogte. Extreme weersomstandigheden zijn niet specifiek locatie gebonden, al kunnen gevolgen regionaal wel verschillen. De brandweer prepareert zich op de gevolgbestrijding. Arbeidsvoorwaarden vrijwilligers (voorheen Taakdifferentiatie) De brandweer moet op basis van Europese regelgeving op termijn een scherper arbeidsrechtelijk onderscheid aanbrengen tussen de taken die worden uitgevoerd door beroeps- en vrijwillige krachten. De combinatie van vrije instroom, dagdienst- en 24-uursbezetting maakt dat de impact van deze ontwikkeling voor Brandweer Brabant-Noord als beheersbaar ingeschat.

8

Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 58, 30 mei 2023. NCTV

11 Samenwerken aan veiligheid.

12 Samenwerken aan veiligheid.

Dekking beschrijven | Processtap 2 In dit hoofdstuk wordt de verwachte dekking in het verzorgingsgebied beschreven. Hiermee maakt de brandweer inzichtelijk waar zij, onder de gegeven omstandigheden, repressief toe in staat is 9. In dit hoofdstuk is de uitwerking voor de basisbrandweereenheid weergegeven. De uitwerking van andere eenheden zoals het hulpverleningsvoertuig, redvoertuig en een waterongevallenwagen is opgenomen in de bijlage.

Beschrijving onderdelen snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk De kwaliteit van de brandweerzorg wordt inzichtelijk gemaakt aan de hand van de factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. In onderstaand overzicht is aangegeven welke aspecten hiervan onderzocht zijn. Factor Snelheid

Variabele(n) • •

Maatgevend scenario gebouwbrand Eerste tankautospuit ter plaatse

Capaciteit

• •

Slagkracht Grootschalige en langdurige inzetten

Paraatheid

• •

Beschikbaarheid Gelijktijdigheid en restdekking

Werkdruk

•

Alarmeringsfrequentie

De brandweereenheden worden ingezet met het principe van ‘operationele grenzen’. Dit betekent dat gemeente- en regiogrenzen geen belemmeringen vormen. Het Dekkingsplan geeft inzage in de prestaties op regionaal niveau. Interregionale eenheden zijn, conform de afspraken met de omliggende regio’s en de wens van de Minister van Justitie en Veiligheid om tot een landelijk dekkingsplan te komen, meegenomen in de berekeningen.

Snelheid Een snelle reactie kan levens redden en schade voorkomen. De factor snelheid is onderzocht aan de hand van het maatgevende scenario gebouwbrand en de berekening van de snelheid van de eerste tankautospuit ter plaatse. In bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de technische uitgangspunten van de berekeningen.

Maatgevend scenario gebouwbrand De brandweer beschikt over diverse soorten eenheden met verschillende opkomsttijden. Voor het beschrijven van de factor snelheid is het maatgevend scenario gebouwbrand. Het gaat hier bijvoorbeeld om woningbranden of industriebranden. Eerste tankautospuit ter plaatse Bij melding van gebouwbrand stuurt de brandweer altijd als eerste een tankautospuit (basisbrandweereenheid). Daarom is Snelheid gedefinieerd als de tijd waarmee de eerste

9

Er zijn berekeningen gemaakt voor de dagsituatie (werkdagen tussen 08.00 uur en 16.30 uur) en de avond-, nacht- en weekendsituatie (ANW). De getoonde afbeelding toont de ANW omdat dit het ongunstigste beeld oplevert. De DAG-situatie is opgenomen in bijlage 2.

13 Samenwerken aan veiligheid.

tankautospuit ter plaatse kan zijn. In een geografische weergave is hieronder de opkomstprognose van de basisbrandweereenheid in regio Brabant-Noord inzichtelijk gemaakt.

Figuur 2 – Opkomsttijd eerste tankautospuit in minuten in de avond-, nacht- en weekendsituatie. De lichtste kleur geeft de kortste opkomsttijd weer en de donkerste kleur de langste. Vanuit de handreiking is het kleurgebruik voorgeschreven. Wellicht dat het kleurgebruik suggereert dat er sprake is van een mate van overschrijding, dit is genuanceerder. Zie in dit verband ook onderstaande dekkingsgrafiek.

Het percentage van objecten in de regio dat binnen een bepaalde tijd kan worden bereikt, is hieronder weergegeven in een grafiek (s-curve). In het staafdiagram is gespecificeerd in welke tijdvakken de objecten bereikt kunnen worden.

Figuur 3 - Percentage van de objectlocaties in de regio dat binnen een bepaalde tijd door de eerste tankautospuit bereikt wordt, uitgezet in tijdvakken waarin ze bereikt worden. Hier is de situatie in de avond, nacht en weekend weergegeven.

14 Samenwerken aan veiligheid.

Analyse Snelheid Over het algemeen is de opkomsttijd bij gebouwbrand binnen de ring van ‘s-Hertogenbosch het snelst. Dit komt door de nabijheid van een kazerne met beroepsbezetting. De opkomsttijd in de buitengebieden van de regio is langer door een lagere kazernedichtheid en een hogere uitruktijd van de vrijwillige eenheden. Een 63% van de objecten in de regio wordt binnen 8-9 minuten bereikt. In figuur 1 zijn de opkomsttijden van de eerste tankautospuit weergegeven. We zien dat met name (afgelegen) bospercelen en natuurgebieden een langere opkomsttijd kennen. Dat heeft te maken met de (on)begaanbaarheid van die gebieden. Hier is niet altijd voorzien in -voor de brandweerbegaanbare wegen/paden en ook de locatiebepaling van het incident kan uitdagend zijn; niet iedere melding wordt gedaan door plaatselijk bekenden. De brandweer kan alle objecten in de regio binnen 18 minuten bereiken en voldoet daarmee aan de eisen uit het Besluit Veiligheidsregio’s 10.

Capaciteit Als de brandweer ter plaatse is, begint de bestrijding van een incident. Hiervoor zijn mensen en materieel nodig, soms voor langere tijd. De factor capaciteit is onderzocht aan de hand van de aspecten slagkracht en grootschalige en langdurige inzetten. De prestaties op het gebied van slagkracht zijn berekend onder het principe van basisbrandweerzorg. De prestaties op het gebied van grootschalige en langdurige inzetten zijn geanalyseerd onder het principe van Grootschalig Brandweeroptreden (GBO). In Bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de technische uitgangspunten van de berekeningen.

Slagkracht Voor het beschrijven van het aspect slagkracht zijn twee uitgangspunten gebruikt. De maximale opkomsttijd van drie tankautospuiten en het totale aantal tankautospuiten dat binnen 15 minuten ter plaatse kan zijn. Deze 15 minuten is de referentiewaarde die in handreiking als beoordelingskader is meegegeven.

10

Besluit Veiligheidsregio’s, Artikel 3.2.1

15 Samenwerken aan veiligheid.

Figuur 4 – Opkomsttijden van eerste drie tankautospuiten in minuten in de avond-, nacht- en weekendsituatie. De lichtste kleur geeft de kortste tijd aan en de donkerste kleur de langste

Figuur 5 – Aantal tankautospuiten dat binnen 15 minuten ter plaatse kan zijn in minuten in de avond-, nacht- en weekendsituatie. De lichtste kleur geeft het hoogste aantal tankautospuiten weer en de donkerste het laagste aantal

Het percentage van de objecten/gebieden in de regio dat binnen een bepaalde tijd door één, twee of drie tankautospuiten kan worden bereikt is in onderstaande grafiek weergegeven.

16 Samenwerken aan veiligheid.

Figuur 6 - Het percentage van de objectlocaties in de regio dat binnen een bepaalde tijd door één, twee of drie tankautospuiten kan worden bereikt.

Analyse slagkracht Regionaal kunnen bijna overal binnen 15 minuten drie tankautospuiten ter plaatse zijn. Aan de randen van de regiogrens zien we dat er binnen het tijdsbestek van 15 minuten over minder dat 3 tankautospuiten kan worden beschikt. Dit zijn over het algemeen dunbevolkte gebieden, maar binnen 21 minuten kunnen binnen Brabant-Noord overal drie tankautospuiten ter plaatse zijn. Capaciteit voor grootschalige en langdurige inzetten Voor grootschalige en langdurige inzetten is gekeken naar regionale organisatie van eenheden ten behoeve van grootschalig brandweeroptreden. Voor (interregionale) grootschalige en langdurige inzetten kan Brandweer Brabant-Noord in ieder geval drie basispelotons leveren. Een basispeloton levert extra capaciteit bij brandbestrijding, redding, basis-IBGS en waterongevallen. In de eigen regio zijn deze drie pelotons respectievelijk binnen 30, 45 en 60 minuten aanwezig op de Uitgangsstelling. Basispelotons worden dynamisch gevormd afgestemd op de incidentlocatie en in basis door posten die twee tankautospuiten ter beschikking hebben. Dit vanwege restdekking, de andere TS blijft paraat. Een dienstdoende Officier van Dienst wordt dynamisch toegewezen aan dit peloton óf, wanneer alle gepiketteerde Officieren van Dienst en ingezet zijn, door middel van vrije instroom.

Analyse grootschalige en langdurige inzetten Brandweer Brabant-Noord kan voor grootschalige en langdurige inzet in eigen regio drie basispelotons, een peloton Grootschalige Watervoorziening (GWV) en een peloton Redding & Technische Hulpverlening (THV) leveren. Vanzelfsprekend zijn de pelotons ook beschikbaar voor interregionale bijstand. Er zijn inzetvoorstellen gemaakt die rekening houden met het bieden van voldoende restdekking voor de bestrijding van overige incidenten. Paraatheid Paraatheid gaat over de mate waarin de brandweer volgens plan gereed is om uit te rukken. De factor paraatheid is onderzocht aan de hand van de beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerd personeel en materieel, de kans op gelijktijdige incidenten en regionale restdekking. In Bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de technische uitgangspunten van de berekeningen.

17 Samenwerken aan veiligheid.

Beschikbaarheid Beschikbaarheid is de mate waarin de brandweer voldoende (gemotiveerd en gekwalificeerd) personeel en werkend materieel beschikbaar heeft om daadwerkelijk naar een incident uit te rukken en deze te bestrijden. Om als brandweer te kunnen voldoen aan de opkomst en capaciteitscriteria moet worden beschikt over voldoende gekwalificeerd personeel en beschikbaar materieel. Binnen Brandweer Brabant-Noord is op dit moment geen registratie aangelegd over de beschikbaarheid van eenheden. Verder werken we voor het systeem van alarmeren met vaste uitruktijden voor onze posten, vanuit de gedachte dat we de posten vrij willen laten in wijze van opkomen en indelen van ploegen. In een verkenning hoe andere regio’s dat registreren, zien we diversiteit. Van de 38 posten in Brabant-Noord is één post permanent bezet met beroepspersoneel en daardoor 24/7 beschikbaar voor een inzet. Post Rosmalen is in de dagsituatie (08.00 uur – 16.30 uur) een gekazerneerde hybride samengestelde ploeg (kantoorpersoneel eventueel aangevuld met geconsigneerde vrijwilligers) in dat tijdvak haast direct beschikbaar voor een inzet. Buiten de dagsituatie wordt net als op de 36 andere locaties gewerkt met uitsluitend vrijwilligers op basis van vrije instroom. Er is daarom geen 100% garantie dat voldoende mensen opkomen.

In die gevallen dat sprake is van onvoldoende gebleken beschikbaarheid wordt een volgende eenheid gealarmeerd. Er komt dus altijd een eenheid ter plaatse. Er kunnen situaties bestaan waardoor een post tijdelijk 'buiten dienst' raakt. Dit kan een personele oorzaak hebben, maar bijvoorbeeld ook zijn gelegen in storingen aan materieel. Gelijktijdigheid Er bestaat enige onzekerheid over de kans op gelijktijdigheid en de omvang ervan. Gelijktijdigheid kan impact hebben op de paraatheid van eenheden. Bij gelijktijdige incidenten is de aangewezen eenheid reeds ingezet bij een ander incident en niet beschikbaar. Het Dekkingsplan 2012 gaat niet uit van gelijktijdigheid van (grootschalige) incidenten. Op basis van realisatie over de afgelopen periode en kwalitatieve inschatting wordt de kans op gelijktijdigheid nog altijd als klein ingeschat. Tegelijkertijd zien we landelijk een toenemend besef dat gelijktijdigheid tijdens met name droge perioden een issue is en dat regio’s zich hierop prepareren. Dat wil niet zeggen dat het zich niet kan voordoen, het is niet expliciet geprepareerd. Bestrijding in geval van gelijktijdigheid van een maatgevend incident (gebouwbrand) zal naar verwachting niet leiden tot knelpunten als het gaat om capaciteit.

Analyse restdekking Bij grootschalige incidenten is het bewaken van de restdekking onderdeel van de taken van de brandweermeldkamercentralist, al dan niet aangestuurd door een Algemeen Commandant (ondersteunt door de sectie Brandweerzorg). Alarmering geschiedt primair op basis van de Kazerne Volgordetabel en gaat daarbij uit van nauwkeurig alarmeren. Dit houdt in dat eenheid die feitelijk het dichtstbij is wordt gealarmeerd.

Werkdruk Incidenten zijn niet gelijk over de regio verdeeld. Past de organisatievorm van de brandweer bij de spreiding van incidenten? De factor werkdruk is onderzocht aan de hand van de alarmeringsfrequentie van de posten. Werkdruk is gedefinieerd als het gemiddeld aantal alarmeringen (voor alle

18 Samenwerken aan veiligheid.

incidenttypen) van een brandweerpost per jaar11. Hiervoor is het gemiddelde genomen van de afgelopen vier jaar. In Bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de technische uitgangspunten van de berekeningen. Gemiddeld aantal alarmeringen per post (2019-2022) Berghem 93 Heeswijk48 Schaijk Dinther Berlicum 81 Helvoirt 51 Schijndel

68 134

Boekel

75

Heusden

55

's-Hertogenbosch

1.241

Boxmeer

120

Liempde

42

Sint Anthonis

80

Boxtel

176

Lith

40

Sint-Michielsgestel

68

Cromvoirt

45

Megen

27

Sint-Oedenrode

98

Cuijk

197

Mill

65

Uden

344

Drunen

113

Nistelrode

85

Veghel

261

Erp

57

Oeffelt

35

Vierlingsbeek

51

Geffen

79

Oss

387

Vlijmen

121

Grave

70

Ravenstein

50

Vught

129

Haps

38

Rosmalen

228

Zeeland

63

Heesch

120

Tabel: Het gemiddelde aantal alarmeringen van een post per jaar over de periode 2019-2022 (bron: Safetyportal)

Analyse werkdruk De gemiddelde werkdruk voor een kazerne met beroepsbezetting (post ’s-Hertogenbosch) is 1.241 alarmeringen per jaar. Bij de vrijwillige kazerne met dagbezetting (post Rosmalen) is dat gemiddeld 228 alarmeringen per jaar en bij een volledig vrijwillige kazerne gemiddeld 100 alarmeringen per jaar. Deze laatste categorie kent uitschieters tot wel 387 keer per jaar. De alarmeringsfrequentie sluit aan bij de organisatievorm van de bezettingen.

11

Dit geeft voorlopig een beperkt inzicht in de werkdruk per post. Zo telt een alarmering voor een loze melding even zwaar als een reanimatie of langdurige inzet bij een grote industriebrand. Ook worden preventieve en preparatieve activiteiten, zoals het geven van voorlichting, oefenen en oriënteren, niet meegewogen.

19 Samenwerken aan veiligheid.

20 Samenwerken aan veiligheid.

Dekking beoordelen | Processtap 3 In de eerste twee stappen van het inrichtingsproces beschrijft de brandweer op welke manier zij haar repressieve organisatie inricht en welke repressieve dekking zij op basis daarvan verwacht te leveren. In stap 3 toetst de brandweer op basis van de uitkomsten van stap 2, de verwachte repressieve dekking en beoordeelt deze. Dit is nodig om te bepalen of de repressieve mogelijkheden het verzorgingsgebied voldoende afdekken of dat aanpassingen en/of kaderaanvullende maatregelen nodig zijn. Het resultaat van processtap 3 is een beoordeling van de verwachte repressieve dekking. Omdat er voor de factoren snelheid en capaciteit voor brand een (beoogd) beoordelingskader bestaat dient dit inzichtelijk te worden gemaakt. Op basis van de totale beoordeling van deze factoren kan de brandweer constateren in hoeverre deze verwachte repressieve dekking past binnen het wettelijk kader en bij de bestuurlijke wensen van de Veiligheidsregio.

Indeling gebieden in categorieën (Gebiedsgerichte Opkomsttijden) De methode Gebiedsgerichte Opkomsttijden is gericht op het verwachte effect van brand en de bestrijding die daarvoor noodzakelijk is. Hiervoor is de regio in gebieden verdeeld 12. Na toepassing van de methode valt elk gebied in een bepaalde categorie met bijbehorende opkomsttijd. Per gebied is de adressendichtheid en het soort en aantal objecten (gebouwen) bekeken. Ook geeft de methode de bandbreedte waarbinnen afwijking van de geadviseerde opkomsttijd toelaatbaar is.

12

De methode gebruikt de wijk- en buurtindeling van het Centraal Bureau voor Statistiek.

21 Samenwerken aan veiligheid.

Figuur 7 - Gebiedscategorisering met de gebiedsgerichte opkomsttijden van 7 minuten (donker), 10 minuten (middel) en 15 minuten (licht)

De meeste bebouwde gebieden in de regio vallen in gebiedscategorie II (referentiewaarde opkomsttijd van 10 minuten). De (oude) stadskern van met name ’s-Hertogenbosch, maar ook de buurten in Uden (Flatwijk) en Veghel (Veghel-Zuid en Vijverwijk) vallen in gebiedscategorie I (referentiewaarde opkomsttijd van 7 minuten). Dit vanwege geconcentreerde verzorgingshuizen en hoogbouw. De andere -relatief dun bebouwde- gebieden vallen in categorie III (referentie opkomsttijd van 15 minuten).

Beoordeling van de basisbrandweerzorg Dit dekkingsplan toetst of de snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk van de operationele eenheden van de brandweer aansluiten bij de basisbrandweerzorg die nodig is in de gebieden van Veiligheidsregio Brabant-Noord. Uit deze brede analyse blijkt dat de huidige kazerneconfiguratie, aantal eenheden en organisatievorm nodig zijn en blijven voor het leveren van passende brandweerzorg in de regio. Hieronder volgt hierop een nadere toelichting.

Beoordeling van de operationele prestatie op snelheid Voor elke buurt is geanalyseerd hoe de opkomsttijd beoordeeld wordt. De eerste tankautospuit kan na melding van een gebouwbrand over het algemeen op tijd ter plaatse zijn. Let wel, dit betreft een beoordeling op basis van de geprognosticeerde opkomsttijd; er kunnen omstandigheden zijn die leiden tot langere opkomsttijden. Denk daarbij aan bijvoorbeeld weersomstandigheden (ijzel, sneeuw en extreme regenval) en drukte op het wegennet. Wanneer de geprognosticeerde opkomsttijden naast de gewenste (gebiedsgerichte) opkomsttijden gelegd worden, dan sluiten deze goed op elkaar aan. Dat betekent dat er vanuit dit perspectief geen aanleiding is om spreiding van kazernes en eenheden te heroverwegen. Nergens in de regio wordt de wettelijk uiterste opkomsttijd voor gebouwen van 18 minuten overschreden, zelfs niet wanneer is uitgerukt conform de afspraken Uitruk op Maat (opkomsttijd van de tweede eenheid is bepalend). Niet uit te sluiten is dat toekomstige ontwikkelingen op het gebied van bereikbaarheid, ruimtelijke verdichting en -uitbreiding impact hebben op de opkomsttijden.

22 Samenwerken aan veiligheid.

Figuur 8 - Beoordeling van gebieden op de factor snelheid. De rode punten zijn objecten die bijzondere aandacht vereisen (bijlage 5). Er zijn geen gebieden waar de opkomsttijd als onvoldoende wordt beoordeeld.

Score Goed

Omschrijving De opkomsttijd in dit gebied is gemiddeld sneller dan voorgeschreven.

Voldoende

De opkomsttijd in dit gebied is gemiddeld langzamer dan voorgeschreven, maar valt wel binnen de acceptabele brandbreedte.

Onvoldoende

De opkomsttijd in dit gebied is gemiddeld langzamer dan voorgeschreven en valt niet binnen de acceptabele bandbreedte.

Beoordeling van de operationele prestatie op capaciteit De capaciteit (slagkracht) is voor de hele regio op orde. De brandweer heeft genoeg mensen en materieel om tijdig voldoende eenheden ter plaatse te krijgen. Zeker in de oud binnenstad van Grave, ’s-Hertogenbosch, Heusden en Megen waar de kans op snelle branduitbreiding groot is, kunnen in korte tijd veel tankautospuiten ter plaatse komen. De regionale capaciteit voor grootschalige en langdurige inzetten voldoet aan de landelijke afspraken over Grootschalig Brandweeroptreden (GBO) en het landelijke slagkrachtprofiel. In de samenstelling van de GBO-eenheden (pelotons) is ook rekening gehouden met een logische spreiding van mensen en materieel, zodat er voldoende restdekking gewaarborgd blijft. Door de verminderde beschikbaarheid van vrijwilligers is het voortzettingsvermogen en de continuïteit van de vrijwillig bemenste specialistische taken bij dit soort inzetten wel kwetsbaar.

Beoordeling van de operationele prestatie op paraatheid De beschikbaarheid van de eerstelijnseenheden is op niveau. De nadelige effecten bij gelijktijdige incidenten worden geminimaliseerd door het fijnmazige netwerk van kazernes van waaruit eenheden kunnen worden ingezet die in elkaars verzorgingsgebieden kunnen optreden. Dit model kent echter ook grenzen, bijvoorbeeld in het geval van twee gelijktijdige natuurbranden van enige omvang. Dit netwerk van kazernes is ook van belang om voldoende restdekking, de dekking in de regio ten tijde van een (grootschalig)incident, te behouden.

23 Samenwerken aan veiligheid.

Wel behoeft de beschikbaarheid van vrijwilligers continue aandacht. Binnen Brandweer Brabant-Noord werken voor het grootste gedeelte met vrijwilligers op basis een vrij instroomprofiel 13. Beschikbare slimme technieken worden toegepast en er zijn afspraken gemaakt over het dooralarmeren bij eventuele onderbezetting: Maximaal 1,5 minuut na alarmering moet duidelijk zijn of de gealarmeerde eenheid kan uitrukken. Als dat niet binnen die tijd gebeurt, wordt de eerstvolgende dichtstbijzijnde eenheid gealarmeerd. Het tweede vangnet dat is georganiseerd is dat wanneer een eenheid niet binnen 6 minuten is uitgerukt er (aanvullend) de eerstvolgende eenheid wordt gealarmeerd. Ook de mogelijke effecten van op basis van Europese regelgeving, houdende de verplichte taakdifferentiatie tussen beroeps- en vrijwillige brandweermensen, worden op de voet gevolgd: Kunnen vrijwilligers in de toekomst nog geconsigneerd worden? Daarnaast investeert Brandweer Brabant-Noord in het werven van nieuwe vrijwilligers, maar ook beroepsbrandweermensen.

Beoordeling van de operationele prestatie op werkdruk De werkdruk sluit aan bij de huidige regionale organisatievorm van vrijwillige en beroepskazernes. Dat wil zeggen dat er in gebieden met een hoge incidentfrequentie een beroepskazerne staat en dat in de gebieden met relatief lage incidentfrequentie kazernes met alleen een vrijwillige bezetting staan. We zien dat de werkdruk van een aantal posten (Oss en Uden) aanmerkelijk hoger is dan het gemiddelde per post. Vooralsnog wordt er geen aanleiding gezien om daar op te interveniëren, wel wordt de komende periode een vinger aan de pols gehouden om de ontwikkelingen te volgen.

Aandachtspuntenlijst De Handreiking Landelijke Uniforme Systematiek voor Dekkingsplannen schrijft een aandachtspuntenlijst voor gebieden waar de operationele prestatie van de brandweer niet optimaal is. In die situatie valt de opkomsttijd buiten de brandbreedte, is de capaciteit onvoldoende, de paraatheid te laag en/of de werkdruk in onbalans. Binnen Brandweer Brabant-Noord is er buiten de gemaakte opmerking over werkdruk van een aantal posten geen aanleiding om te werken met een aandachtspuntenlijst.

Aandachtsobjecten Aandachtsobjecten verdienen een afzonderlijke beoordeling. Dit zijn Categorie I-objecten met een opkomsttijd buiten de bandbreedte, dus een opkomsttijd hoger dan tien minuten. Dit ongeacht welke categorie het gebied heeft waar het object in ligt.

Voorbeeld Een ziekenhuis (object in categorie I) ligt in een gebied met een overwegend karakter van categorie III en heeft een verwachte opkomsttijd van veertien minuten. Dit is buiten de maximale bandbreedte van categorie I (maximaal tien minuten). Plaats het ziekenhuis op de aandachtspuntenlijst.

13 Dit model houdt in dat vrijwilligers via een pager worden gealarmeerd om vervolgens vanuit hun verblijfplaats op te komen naar de

kazerne, waarna wordt uitgerukt naar het incident. De daadwerkelijke opkomst van vrijwilligers is in dit profiel een onzekere factor (het is immers niet zeker dat iemand kan komen).

24 Samenwerken aan veiligheid.

De aandachtsobjecten op de Aandachtspuntenlijst zijn opgenomen in een risicogerichte benadering van Brandweer Brabant-Noord. In bijlage 5 is een uitwerking van de lijst en de benaderingsstrategie (mitigeren/flankeren) opgenomen.

Regionale conclusies en aanbevelingen De eerste tankautospuit (basisbrandweereenheid) kan na een melding van gebouwbrand over het algemeen op tijd ter plaatse zijn. De slagkracht is op orde en de regionale capaciteit voor grootschalige en langdurige inzetten voldoet aan het landelijke slagkrachtprofiel. Wel is het voortzettingsvermogen bij dit soort inzetten kwetsbaar. De beschikbaarheid van de eerstelijns tankautospuiten is op niveau, maar de beschikbaarheid van vrijwilligers behoeft continu aandacht. Brandweer Brabant-Noord kan met de huidige kazernespreiding, aantal eenheden en organisatievorm passende brandweerzorg leveren. Er zijn geen ingrijpende maatregelen nodig. Er kan gestaag verder gewerkt worden aan optimalisatie van de huidige brandweerorganisatie.

25 Samenwerken aan veiligheid.

26 Samenwerken aan veiligheid.

Dekkingsplan vaststellen | Processtap 4 Op dit moment wijken de opkomsttijden uit de Handreiking Landelijke Uniforme Systematiek voor dekkingsplannen (nog) af van de voorgeschreven opkomsttijden uit het Besluit veiligheidsregio’s. In overleg tussen Minister en het Veiligheidsberaad is overeengekomen dat regio’s nieuwe dekkingsplannen opstellen in lijn met14 de Landelijke Handreiking Uniforme Systematiek voor dekkingsplannen.

14 Yeşilgöz-Zegerius, D. (2022, 19 december). Brief aan Veiligheidsberaad inzake Handreiking gebiedsgerichte opkomsttijden,

kenmerk 4367735

27 Samenwerken aan veiligheid.

28 Samenwerken aan veiligheid.

Uitvoering bijstellen | Processtap 5 Brandweer Brabant-Noord kan met de huidige kazernespreiding, aantal eenheden en organisatievorm passende brandweerzorg leveren. Er is op dit moment geen aanleiding om de uitvoering bij te stellen.

29 Samenwerken aan veiligheid.

30 Samenwerken aan veiligheid.

Dekking uitvoeren en beoordelen | Processtap 6 & 7 Brandweer Brabant-Noord ontwikkelt zich de komende beleidsperiode op het gebied van informatiegestuurd werken en werkt daarmee ook aan een actieve(re) registratie van incidentgegevens. Volgens de handreiking zijn voor de monitoring van het dekkingsplan ten minste de volgende gegevens relevant: -

Statustijden; Type incident; Prioriteit en wijzigingen van prioriteit tijdens een incident; Adres of locatie van het incident; Beschikbaarheid (paraatheid en gelijktijdigheid); Bezetting; Duiding van bijzondere omstandigheden.

Ook zal het bestuur periodiek worden geïnformeerd over de beoordelingsfactoren (snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk) door rapportage op te nemen in de (bestuurlijke) planning en control-cyclus.

31 Samenwerken aan veiligheid.

32 Samenwerken aan veiligheid.

BIJLAGEN

Dekkingsplan 2024-2027

Inhoudsopgave Bijlage 1 – Overzicht materieel en personeel per post ........................................................................................ 3 Bijlage 2a - Technische uitgangspunten berekeningen ....................................................................................... 8 Bijlage 2b – Relevante bestuurlijke besluiten .................................................................................................... 11 Bijlage 3 - Opkomstprestaties dagsituatie ........................................................................................................ 13 Bijlage 4 - Repressieve dekking van de overige kerntaakgebieden ................................................................... 18 Beoordeling operationele prestatie bij hulpverlening .................................................................................. 18 Beoordeling operationele prestatie van het redvoertuig ............................................................................. 20 Beoordeling operationele prestaties bij waterongevallen ............................................................................ 21 Beoordeling operationele prestaties bij incidentbestrijding gevaarlijke stoffen ..........................................

23 Bijlage 5 - Aandachtsobjecten ........................................................................................................................... 26 Bijlage 6 – Uitwerkingen per gemeente ............................................................................................................ 30 Gemeente Bernheze ..................................................................................................................................... 30 Gemeente Boekel .......................................................................................................................................... 38 Gemeente Boxtel .......................................................................................................................................... 44 Gemeente ’s-Hertogenbosch ........................................................................................................................ 51 Gemeente Heusden ...................................................................................................................................... 56 Gemeente Land van Cuijk ............................................................................................................................. 63 Gemeente Maashorst ...................................................................................................................................

71 Gemeente Meijerijstad ................................................................................................................................. 79 Gemeente Oss ............................................................................................................................................... 87 Gemeente Sint-Michielsgestel ...................................................................................................................... 92 Gemeente Vught ........................................................................................................................................... 99

2

Samenwerken aan veiligheid.

Bijlage 1 – Overzicht materieel en personeel per post Gebruikte afkortingen: DAG = DAG-situatie (08.00 uur tot 16.30uur) ANW = Avond, nacht en weekendsituatie. Feestdagen worden beschouwd als weekenddagen M = Manschappen BV = Bevelvoerders CH = Chauffeurs TS = Tankautospuit TTT = Technisch takel team HV = Hulpverleningsvoertuig TST = Tankautospuit terreinvaardig RV = Redvoertuig WO = Waterongevallenbestrijding WT = Watertankwagen HA = Haakarmchassis SBH = Schuimblushaakarmbak VEB = Verkenningseenheid brandweer DAT = Dienstauto terreinvaardig

Post

Voertuigen

Soort voertuig

Organisatievorm

Postleden1 M

BV

CH

Totaal

Berghem

210331

TS

13

5

7

19

Vrije instroom

Berlicum

210431 210473

TS TTT

15

3

5

18

Vrije instroom

Boekel

210531 210573

TS TTT

19

6

12

25

Vrije instroom

Boxmeer

210631 210632 210671

TS TS HV

23

7

8

30

Vrije instroom

Boxtel

210731 210741

TS TST

17

7

9

24

Vrije instroom

Cromvoirt

214641

TST

10

6

9

17

Vrije instroom

Cuijk

210831 210832 210851 210811

TS TS RV WO

17

9

10

26

Vrije instroom

Drunen

214541 214542 214501

TST TST DAT

22

9

9

31

Vrije instroom

1 AFAS registratie d.d. 13-04-2023 inclusief stage manschappen, exclusief opstappers, Chauffeurs enkel ‘Zwaar’.

3

Samenwerken aan veiligheid.

Post

4

Voertuigen

Soort voertuig

Organisatievorm

Postleden1 M

BV

CH

Totaal

Erp

214131

TS

16

5

7

21

Vrije instroom

Geffen

211231 211271

TS HV

16

6

8

22

Vrije instroom

Grave

211331 211332 211311

TS TS WO

15

9

14

24

Vrije instroom

Haps

211531

TS

14

5

6

19

Vrije instroom

Heesch

211731 211761

TS WT

15

6

12

22

Vrije instroom

HeeswijkDinther

211831

TS

13

5

5

18

Vrije instroom

Helvoirt

211941 211961

TST WT

16

6

10

22

Vrije instroom

Heusden

214431 214411

TS WO

12

6

8

18

Vrije instroom

Liempde

212231

TS

15

7

10

22

Vrije instroom

Lith

212331 212311

TS WO

12

5

7

17

Vrije instroom

Megen

212531

TS

10

5

6

15

Vrije instroom

Mill

212641 212671 212611

TST HV WO

20

7

10

27

Vrije instroom

Nistelrode

212741

TST

13

3

6

16

Vrije instroom

Oeffelt

212931

TS

14

6

11

20

Vrije instroom

Oss

213131 213132 213151 213181 210083 210089 210067 210022

TS TS RV HA HA HA SBH VEB

24

10

11

34

Vrije instroom

Ravenstein

213231

TS

16

5

8

21

Vrije instroom

Rosmalen Vrijwilligers

212431 212432

TS TS

22

7

12

29

DAG: Hybride ANW: Vrije instroom

Samenwerken aan veiligheid.

Post

5

Voertuigen

Soort voertuig

Organisatievorm

Postleden1 M

BV

CH

Totaal

210085 210063 210023

HA HA HA

Schaijk

213441 213471 210065

TST HV SBH

16

6

11

22

Vrije instroom

Schijndel

213531 213532 213561

TS TS WT

18

8

13

26

Vrije instroom

'sHertogenbosch

212031 212051 212061 212011 202012 212013 212014 212081

TS RV WT WO WO WO WO HA

'sHertogenbosch Vrijwilligers Sint Anthonis

212032 212033

TS TS

15

6

6

21

Vrije instroom

213041 213061

TST WT

17

3

8

20

Vrije instroom

SintMichielsgestel

213631

TS

15

7

7

22

Vrije instroom

Sint-Oedenrode

213731 213771

TS HV

20

8

12

28

Vrije instroom

Uden

213831 213832 213851 213861 213881

TS TS RV WT DV

34

9

21

43

Vrije instroom

Veghel

213931 213932 213951 210088 210081

TS TS RV HA DV

20

5

10

25

Vrije instroom

Vierlingsbeek

214041 214011

TST WO

12

5

5

17

Vrije instroom

Vlijmen

214341 214371

TST HV

20

8

11

28

Vrije instroom

Vught

214231 214232

TS TS HA

16

8

11

24

Vrije instroom

Samenwerken aan veiligheid.

24 uursbezetting

Post

Wanroij

Zeeland

6

Voertuigen

Soort voertuig

Organisatievorm

Postleden1 M

BV

CH

Totaal

214281 210084 210072 212841 212881 210064 210066 210086

HA HA TST HA HA SBH HA

14

5

9

20

Vrije instroom

213331 210061 210062 210082

TS WT HA HA

14

11

13

25

Vrije instroom

Samenwerken aan veiligheid.

7

Samenwerken aan veiligheid.

Bijlage 2a - Technische uitgangspunten berekeningen Het dekkingsplan komt tot stand door per buurt in de regio de opkomsttijd te berekenen door een rekensysteem. In deze bijlage van het Dekkingsplan wordt een uitleg gegeven over de werking van het rekensysteem en de uitgangspunten bij de berekeningen. Rekensysteem Brandweer Brabant-Noord gebruikt het rekenprogramma CARE (CArtografische Rekenmodule van de firma SafetyCT) voor de berekeningen die de basis vormen van het dekkingsplan. Op basis van het gebouwbestand, de infrastructuur en de theoretische rijsnelheden worden Kazerne Volgorde Tabellen gemaakt. Per object wordt berekend welk voertuig het snelst ter plaatse kan zijn. Hierdoor worden prognoses op regionaal, gemeentelijk of verzorgingsgebied schaal gemaakt over de opkomsttijden. Om het systeem te kunnen laten rekenen, kiest de regio uitgangspunten, die vaak gebaseerd zijn op praktijkmetingen. De uitkomsten blijven echter theoretische berekeningen en prognoses. De uitgangspunten bij de berekeningen Voor de berekeningen voor het Dekkingsplan zijn een aantal uitgangspunten bepaald, op basis waarvan het rekensysteem gevuld is. De volgende uitgangspunten zijn gekozen. Waarde

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=92acea7c-24fc-4fc5-a578-543e42dccc6c