CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

11. Natuur- en Milieugroep Vught – Standpuntbepaling beroep bestemmingsplan Buitengebied Haaren

Raadsvergadering 29 april 2021, gemeente VughtBij agendapunt: Categorie I-A Externen6.096 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de leden van de Commissie Ruimte van de Gemeenteraad Vught, via Griffie@vught.nl C.c. aan het College van B&W van Vught, via Bestuur@vught.nl Betreft: Standpuntbepaling beroep tegen Bestemmingsplan Buitengebied Haaren

Vught, 28 maart 2021

Geachte Commissieleden, B&W van Vught hebben u op 3 maart jl. een memo voorgelegd over het beroep tegen de vaststelling van het Bestemmingsplan Buitengebied Haaren. Graag willen wij daarop reageren. Het bestemmingsplan maakt het onder meer mogelijk dat agrariërs hun boerderijen “aanmerkelijk eenvoudiger” wijzigen in niet-agrarische bedrijfshallen, ook groter dan 200m2. In het buitengebied worden reclameborden van 3m hoog toegelaten, paardenbakken en standplaatsen voor ambulante handel. Onze stichting heeft de Raad van State gevraagd het bestemmingsplan te vernietigen omdat dit alles nadelig is voor natuur, milieu en landschap. Gezien onze doelstellingen beperkten wij ons daartoe. Rechtsongelijkheid in het buitengebied was dus voor ons geen beroepsgrond, wel voor o.a. de Gemeente Vught. Bijgaand ons beroepschrift. Behalve Vught en onze stichting zijn er diverse andere appellanten. Aan het besluit kleven o.i. ernstige gebreken. Als het plan vernietigd wordt heeft Vught de handen vrij voor een nieuw samenhangend omgevingsbeleid, zonder het risico van planschadeclaims omdat rechten die de Raad van Haaren op de valreep verleende aan enkele Helvoirtenaren mogelijk anders geregeld worden. In het memo van B&W worden u keuzes voorgelegd over o.m. de volgende beroepsgronden. Onder 1. Inhoudsverruiming van woningen van 600 naar 750m3.

In het ‘Overzicht van ingekomen reacties en adviseringen’ m.b.t. tot dit plan d.d. 6 juni 2019 werd deze wens door slechts één inspreker genoemd. Dit ene verzoek om een groter huis is opgerekt tot een regel voor alle woningen in het buitengebied van Haaren. Het gevolg is verdere verstening van het landschap. Bovendien heeft de Raad Haaren er geen rekening mee gehouden dat de verruiming met 25% bouwvolume ook 25% meer gasstook tot gevolg mag hebben. Het stikstofeffect daarvan is niet bezien. Bij de doorrekening van stikstof moeten de maximale planmogelijkheden worden beschouwd. Meer stikstof in het gebied schaadt de natuur van de Drunense Duinen en hindert andere plannen. Er zal nog meer stikstof gesaneerd moeten worden, waardoor boeren straks wellicht moeten stoppen omdat burgers in het Helvoirtse buitengebied grotere huizen mogen bouwen. Om deze redenen vragen wij u om het beroep van Vught tegen deze verruiming overeind te laten.

Stichting Natuur- en Milieugroep Vught Vliertstraat 20, 5261EL Vught info@nmvught.nl - www.nmvught.nl

1

Onder 2. Huisvesting seizoenarbeiders van 6 naar 9 maanden per jaar. Ook hieraan kleeft een stikstofeffect als seizoenarbeiders 50% langer in tijdelijke huisvesting mogen wonen. Dit effect is in het betwiste bestemmingsplan niet bezien. Ook hier vragen wij u dus om het beroep overeind te laten. Onder 6. Gebruik vrijkomende agrarische bebouwing. Sinds 2017 geldt in het plangebied het Haarense Beleidskader VAB. Agrariërs in Helvoirt die willen stoppen kunnen er ook bij Vught rechten aan ontlenen. Inhoudelijk menen wij overigens dat enkele van die regels strijdig zijn met de Omgevingsverordening Brabant. Zie daarvoor punt 27-28 van ons beroepschrift. Het betwiste bestemmingsplan kent nu aan B&W voor VAB een wijzigingsbevoegdheid toe. Uw Raad besloot op 4 januari 2021 over het Harmonisatieplan Gemeente Vught dat de in Haaren bestaande ruimere delegatie van bevoegdheden aan B&W niet past bij het gemeentebestuur van Vught. Dat geldt o.i. ook voor deze VAB-wijzigingsbevoegdheid. Het Beleidskader VAB voor Helvoirt gaat o.m. over ingrijpende veranderingen naar mogelijk grote bedrijfshallen in het landschap. Wij hopen dat daarover de Gemeenteraad wil blijven beslissen. Overigens, ook voor dit punt blijkt uit voornoemd ‘Overzicht van ingekomen reacties en adviseringen’ niet dat er vraag was naar deze verandering, zelfs niet vanuit het ZTLO.

Om deze redenen vragen wij u het beroep van Vught tegen de Haarense regeling overeind te houden. Uiteraard zijn wij graag bereid tot een toelichting.

Hoogachtend, Johan Smeulders, Voorzitter Stichting Natuur- en Milieugroep Vught

Stichting Natuur- en Milieugroep Vught Vliertstraat 20, 5261EL Vught info@nmvught.nl - www.nmvught.nl

2

BIJLAGE

Aan de Raad van State, Afdeling Bestuursrechtspraak Postbus 20019 2500 EA Den Haag

Betreft: Beroep tegen bestemmingsplan buitengebied Haaren 2020

Vught, 10 november 2020

Hoogedelgestreng College, De gemeenteraad van Haaren (hierna: ‘Raad’) stelde op 24 september 2020 het Bestemmingsplan Buitengebied Haaren 2020 (hierna: ‘het Plan’) vast. Het op 6 november 2020 gepubliceerde besluit vindt u in bijlage 1. Tegen dat besluit tekenen wij bij u beroep aan. Onze stichting heeft als doel de belangen te behartigen van natuur, landschap en milieu in Vught en omstreken. Helvoirt valt na 2020 onder de gemeente Vught en onze stichting zet zich in voor het buitengebied van Helvoirt, waar het Plan o.m. over gaat. Onze statuten vindt u in bijlage 2. Het Plan schaadt het landschap en de natuur en daarmee onze doelen. Het Plan beperkt ook onze mogelijkheden tot inspraak in bestuurlijke processen. Om die redenen zijn wij belanghebbend. Op 6 juli 2020 stuurden wij de Raad onze zienswijze over het ontwerpplan (bijlage 3).

Situatie en omstandigheden Het buitengebied van Helvoirt heeft bijzondere landschappelijke betekenis. Niet alleen ligt er een groot Natura2000-gebied in, het maakt ook deel uit van het Natuurnetwerk Brabant, de EHS en de groenblauwe kern- en mantelzones van de provinciale structuurvisie. Het is nog een betrekkelijk onbeschadigd landschap met prachtige plekken. Het Plan levert daarvoor o.i. grote risico’s op. Een herindelingswet bepaalt dat de gemeente Haaren per 1 januari 2021 ophoudt te bestaan. Het gemeentebestuur dat het Plan vaststelde, is dan weg. Ook het ‘buitengebied Gemeente Haaren’ bestaat dan als zodanig niet meer. Het buitengebied van het dorp Helvoirt komt bij de gemeente Vught, dat van het dorp Haaren bij Oisterwijk, van Esch bij Boxtel en van Biezenmortel bij Tilburg. Zie de kaart in Bijlage 4. Dit is van belang voor onze beroepsgronden, die hierna volgen.

Stichting Natuur- en Milieugroep Vught Vliertstraat 20, 5261EL Vught info@nmvught.nl - www.nmvught.nl

1

1. Ontijdig en eenzijdig 1.

In onze zienswijze bestreden wij nut en noodzaak van het Plan. Het oude Bestemmingsplan Buitengebied Haaren was pas acht jaar geldig en nog in oktober 2014 werd het bestemmingsplan “Buitengebied correctieve herziening” vastgesteld. Er is geen noodzaak tot snelle actualisering. Integendeel.

2.

Per 1 juli 2018 geldt de ‘Wet afschaffing actualiseringsplicht bestemmingsplannen’ en is er het artikel 3.1a van de Wro waardoor bestemmingsplannen niet meer elke tien jaar geactualiseerd moeten worden. Dit is om gemeenten ruimte te geven te komen tot samenhangende omgevingsvisies, zoals voorzien in de nieuwe Omgevingswet. De Toelichting bij het Plan motiveert niet waarom niet gewacht kon worden op de Omgevingswet, zoals de Regering wil en de Wet afschaffing actualiseringsplicht beoogt. De Raad heeft daarover ook geen opheldering gevraagd.

3.

Ook het gemeentebestuur van Vught werkt in het kader van de nieuwe Omgevingswet aan uniformering van regels voor het hele grondgebied. Het nieuwe stelsel gaat uit van één samenhangend omgevingsplan en gelijke regels voor gelijke omstandigheden. Vught wil Helvoirt includeren in het ruimtelijk beleid, zoals blijkt uit de motie die de Gemeenteraad van Vught op 27-06-2019 aannam, waarin B&W van Vught o.m. werd gevraagd Helvoirt mee te nemen in een omgevingsvisie én -plan.

4.

Wij zijn het zeer eens met dit streven, dat ook in ons belang is. Het Plan druist in tegen ons belang omdat het moeilijker maakt dat er straks in de nieuwe gemeente goede en samenhangende zorg voor natuur en landschap komt; wat wij beogen. Dit oogmerk willen en moeten wij realiseren in samenspraak met het gemeentebestuur van Vught en veelal ook met de Gemeenteraad van Vught. De Raad van Haaren bestaat immers per 2021 niet meer. Dat het gemeentebestuur van Vught door het Plan wordt gehinderd in het vormgeven van samenhangend landschapsbeleid is daarom strijdig met onze belangen.

5.

Het buitengebied van het dorp Helvoirt – het grootste van de vier buitengebiedsdelen van de Gemeente Haaren - hoort per 1 januari 2021 bij de gemeente Vught. Vught zit dan vast aan het plan. Immers, art. 34 van de wet Arhi bepaalt dat bestemmingsplannen van een op te heffen gemeente worden geacht te zijn vastgesteld door de gemeenteraad van de nieuwe gemeente. De Raad van Haaren besliste dus – willens en wetens - voor de Raad van Vught. Die is hierin echter niet gekend, ondanks de toezegging van B&W van Haaren in de raadsvergadering van Haaren van 6 juni 2019 om te onderzoeken of de omliggende gemeenteraden betrokken kunnen worden bij dit proces. Het Plan geeft daar geen blijk van en verklaart niet waarom de andere gemeenteraden niet gekend zijn.

6.

Het gemeentebestuur van Vught is - gezien de herindeling – evident betrokken bij de toekomst van het buitengebied van Helvoirt. Om die reden besloot de Raad Haaren op 6 februari dan ook om de ontwikkeling van drie andere bestemmingsplannen in het buitengebied van de gemeente Haaren wél over te dragen aan de ontvangende gemeenten: ‘Eekhoornbos/Fazantbos’ en ‘Duinoord’ aan Vught en ‘De Noenes’ aan Oisterwijk. Op 14 augustus 2020 stond in het Brabants Dagblad dat Haaren ook zestig andere verzoeken om bestemmingsplannen doorschoof naar de ontvangende gemeenten. Wethouder Van Hal gaf als reden: “Die zaken moeten straks toch getoetst worden aan het beleid van de nieuwe gemeente. En dat kan verschillen met ons beleid.” Dat geldt zeker ook voor het Bestem-

Stichting Natuur- en Milieugroep Vught Vliertstraat 20, 5261EL Vught info@nmvught.nl - www.nmvught.nl

2

mingsplan buitengebied! Maar dat wilde Haaren wél zelf nog doen. Deze keuze mist onderbouwing en getuigt o.i. van willekeur en politiek opportunisme. 7.

Art. 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening zegt: “Het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan pleegt daarbij overleg met de besturen van betrokken gemeenten (…) die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.” Het Plan kent aan B&W nieuwe wijzigingsbevoegdheden toe die in het oude plan berustten bij de gemeenteraad. De belangen van de gemeenteraad zijn dus in het geding. Het bestuursorgaan dat daarover mag en moet oordelen is de gemeenteraad. Dit conform artikel 128 van de Grondwet waarin staat dat de toekenning van bevoegdheden aan andere organen alleen door de gemeenteraad kan geschieden. Die gemeenteraden van de overnemende gemeenten zijn echter allemaal niet gekend voor het Plan.

8.

In de door de Raad geaccepteerde Nota van Zienswijzen staat als reactie op onze zienswijze onder punt 4 dat Haaren bevoegd is en Vught niet. En dat Haaren dit nog voor zijn inwoners wilde doen. Dat miskent echter het belang en de betrokkenheid van Vught bij het zorg voor de toekomstige ruimtelijke ordening, zoals aangeduid in art. 3.1.1. Bro.

9.

In onze inspraakreactie van 6 december 2019 en onze zienswijze drongen wij aan op uitstel van het Plan en overdracht aan de overnemende gemeenten. Dit werd niet serieus bezien. Drie dagen na ontvangst van onze inspraakreactie antwoordde B&W (bijlage 5) ons reeds dat de reactie zou worden verwerkt in een ontwerpbestemmingsplan dat in het eerste kwartaal van 2020 zou verschijnen. Terwijl wij nu juist vroegen om te stoppen met het ontwerpbestemmingsplan en overdracht van het dossier aan de overnemende gemeenten. Dit werd dus direct zonder argumentatie afgewezen. Conclusies 1 A. Het Plan bevat geen of onvoldoende motivering voor de noodzaak om af te wijken van het landelijke beleid van uitstel van bestemmingsplannen tot na de invoering van de Omgevingswet. B. Het negeren van de belangen van de gemeenteraden van de overnemende gemeenten en met name de Raad Vught voor dit Plan is o.i. in strijd met Bro art. 3.1.1. C. Onze inspraakreactie op het voorontwerp van het plan is onzorgvuldig terzijde geschoven.

2. Geen noodzaak tot wijzigingsbevoegdheid VAB 10.

Door het Plan kunnen boerderijen via een wijzigingsbevoegdheid van B&W veranderen in niet-agrarische bedrijven. In het oude bestemmingsplan was alleen de gemeenteraad daartoe bevoegd. De Raad kon dan belangen politiek wegen en had beleidsvrijheid. Het Plan zet de politiek buitenspel bij dit soort ingrijpende ontwikkelingen en beperkt de inspraakmogelijkheden van burgers. Onder het oude plan kon eenieder een zienswijze indienen op een ontwerpbestemmingsplan, nu kunnen alleen direct belanghebbenden reageren op een ontwerpwijzigingsplan. Burgers kunnen niet meer inspreken of toehoren bij een openbaar raadsdebat omdat een wijzigingsplan niet in de Raad komt. De gemeente heeft na tervisielegging van een ontwerpwijzigingsplan vier weken minder tijd om belangen af te wegen dan bij een ontwerpbestemmingsplan.

Stichting Natuur- en Milieugroep Vught Vliertstraat 20, 5261EL Vught info@nmvught.nl - www.nmvught.nl

3

11.

Dit druist in tegen ons belang. Onze stichting is een actieve gesprekspartner in de politieke besluitvorming. Door het Plan hebben wij minder gelegenheid om onze standpunten over ingrijpende bestemmingswijzigingen in het buitengebied politiek tot gelding te brengen. We zullen vaker dan voorheen achter de feiten aanlopen en aangewezen zijn op formele rechtsbescherming. Wij vrezen ook dat het Plan leidt tot meer burenruzies over betwiste initiatieven.

12.

Ook het correctiemechanisme van de provinciale aanwijzingsbevoegdheid verdwijnt met het plan. De ABRvS heeft in ECLI:NL:RVS:2018:1842 uitgesproken dat GS bij een wijzigingsbesluit geen mogelijkheid hebben tot een reactieve aanwijzing ex. art. 3.8.6 Wro. Dus ook de Provincie wordt buitenspel gezet. Dat is slecht, juist omdat er in het buitengebied van Helvoirt grote provinciale belangen zijn, gezien het Natuurnetwerk Brabant en de blauwgroene mantelzones die de Provincie hier heeft vastgelegd. Het Plan ontneemt ons de mogelijkheid om bij een initiatief onze standpunten over natuur en landschap tot gelding te brengen via het provinciebestuur. Ook dat is tegen ons belang.

13.

In september 2018 gaf de Raad aan B&W de ‘bestuursopdracht actualiseren bestemmingsplan Buitengebied’, met daarin als eerste motivatie: “Dit om het Beleid Vrijkomende agrarische bebouwing een plek te geven in het bestemmingsplan Buitengebied.” Maar dat is nergens voor nodig. Genoemde beleidsregels (bijlage 6) kunnen prima náást het bestemmingsplan fungeren, zoals de praktijk in Haaren sinds december 2016 – toen de beleidsregels werden vastgesteld – aantoont. De overnemende gemeenten ‘erven’ ook deze regels en zullen zich er na 1 januari 2021 aan moeten houden. Er is geen goede reden deze regels te verheffen tot bestemmingsregels.

14.

Bovendien is onwaar dat het Plan de Beleidsregels VAB overneemt die de Raad eerder had vastgesteld, met name voor de wijziging van een agrarische bestemming naar ‘niet-agrarisch bedrijf’. De Beleidsregels VAB bepalen in par. 2.3 en 2.4 dat voor zo’n wijziging de gemeenteraad gevraagd moet worden om herziening van het bestemmingsplan: “Hiervoor dient de aanvrager een bestemmingsplan voor te bereiden waarmee is aangetoond dat voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden en waarin ook is aangegeven op welke wijze het plan aandacht besteedt aan het beleid van de provincie zoals vastgelegd in de vigerende Verordening Ruimte.” Het Plan wijkt daarvan af door B&W die wijzigingsbevoegdheid te geven. Art. 3:46 Awb zegt dat een besluit dient te berusten op een deugdelijke motivering. Het Plan doet dit o.i. niet.

15.

Diverse Regels van het Plan – o.m. art. 3.7.9.b - schrijven voor dat een bestemmingswijziging moet voldoen aan het Beleidskader VAB 2016 Haaren, waarbij wordt verwezen naar Bijlage 2 waarin dat Beleidskader is weergegeven. De in het Plan vervatte wijzigingsbevoegdheid van B&W voldoet daar dus níet aan omdat het Beleidskader niet de wijzigingsbevoegdheid bevat. Het Plan bevat dus interne strijdigheid. De Raad heeft dat bij de vaststelling niet onderkend.

16.

De Nota van Zienswijzen stelt: “De nu voorliggende herziening (actualisatie) is een vertaling van de wensen van die inwoners, die in een langlopend zorgvuldig openbaar proces vooruitlopend op deze actualisatie, bottom up, tot stand is gekomen.” Echter, uit niets blijkt dat inwoners van Haaren behoefte hebben aan de nieuwe wijzigingsbevoegdheid. Op 6 juni 2019 kwam in de Raad Haaren het ‘Overzicht van ingekomen reacties en adviseringen’ m.b.t. tot dit Plan (bijlage 7). Eén reflectant (ZLTO?) vroeg om een wijzigingsbevoegdheid (alleen) om veehouderijen eenvoudiger te veranderen in alternatieve agrarische bedrijven, “bijvoorbeeld insectenkwekerijen”. Niemand vroeg om een wijzigingsbevoegdheid om alle typen agrarische bedrijven eenvoudiger te kunnen omvormen tot alle Stichting Natuur- en Milieugroep Vught Vliertstraat 20, 5261EL Vught info@nmvught.nl - www.nmvught.nl

4

typen niet-agrarische bedrijf. Het Plan onderbouwt deze behoefte niet. Dit is o.i. strijdig met de motivatiebeginsel vanuit art. 3.1.6. eerste lid onder a van het Besluit ruimtelijke ordening dat zegt: “Een bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting, waarin is neergelegd een verantwoording van de in het plan gemaakte keuze van bestemmingen.” 17.

In het persbericht dat de Gemeente Haaren op 20 augustus 2020 aanbood aan de lokale media staat: “Aanleiding voor deze herziening was de wens om het beleid Vrijkomende agrarische bebouwing een plek te geven in het Bestemmingsplan Buitengebied. Zo vereenvoudigen we, op verzoek van de inwoners, de procedures voor deze initiatieven.” Dit is dus een onware suggestie. Het persbericht wekt ook de indruk dat onze Haarense zusterstichting LNMH zich achter dit plan heeft geschaard door betrokkenheid bij de voorbereiding en uitwerking. Ook dit is onwaar.

18.

De portefeuillehouder zei herhaaldelijk – ook in de Raad – dat het Plan alleen maar gaat over opname van de Beleidsregels VAB en geen nieuw beleid behelst. Dat is een onjuiste voorstelling van zaken. Op de website Haaren.nl staat als uitleg: “Hiermee moet het eenvoudiger worden om bijvoorbeeld een agrarisch bedrijf om te zetten naar een andere bestemming, bijvoorbeeld wonen of recreatie.” Echter, voor deze als voorbeeld genoemde omzettingen veranderen de Regels nauwelijks; het “eenvoudiger worden” betreft de omzetting van Agrarisch naar Bedrijf, maar dat meldt de tekst niet. De voorlichting van het B&W Haaren over het Plan was met dat al o.i. misleidend. Wij denken dat burgers en gemeenteraad daardoor op het verkeerde been zijn gezet. Ook dit aspect van de planvoorbereiding achten wij daarom onzorgvuldig. Conclusies 2 A. Het Plan is strijdig met andere relevante regels van de gemeente, met name het Beleidskader VAB. Daardoor voldoet het Plan niet aan het rechtszekerheidsbeginsel, dat zegt dat de overheid de geldende rechtsregels juist en consequent moet toepassen. B. Ook is niet aangetoond dat er vraag was, is, of gaat ontstaan aan de nieuwe wijzigingsbevoegdheid van B&W. Daardoor is het Plan strijdig met het motivatiebeginsel. C. De voorlichting van B&W aan de Gemeenteraad en de media was incorrect en o.i. misleidend. Daardoor is het Plan onzorgvuldig voorbereid.

3. Achterhaald en onvolledig 19.

De Toelichting noemt ook als doel dat bestaand provinciaal beleid moet worden verwerkt. Sinds 5 november 2019 geldt de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (IOB), opvolger van o.m. de Verordening Ruimte 2014. De IOB combineert verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving en is een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening op grond van de Omgevingswet.

20.

De Toelichting van het Plan zegt in par. 3.1. alleen dat het Plan “niet in strijd is met de provinciale (concept interim) Omgevingsverordening”. Daarbij is echter alleen gekeken naar wat er uit de Verordening Ruimte 2014 is overgenomen in de IOB. De IOB bevat echter o.m. óók een nieuwe kwalitatieve benadering voor hergebruik van leegstaand vastgoed in het landelijk gebied en uitgangspunten voor stedelijke ontwikkeling in relatie tot gezondheid, klimaat en energietransitie. Een en ander op

Stichting Natuur- en Milieugroep Vught Vliertstraat 20, 5261EL Vught info@nmvught.nl - www.nmvught.nl

5

basis van een in december 2018 door PS vastgestelde Brabantse Omgevingsvisie. Het Plan schenkt daar allemaal geen aandacht aan. De IOB is – blijkens de toelichting erop – “breder, dieper en ronder”. Het Plan miskent dat. 21.

Zo negeert het plan ook de actuele noodzaak om ruimte-voor-ruimte-beleid te ontwikkelen. De gemeente Vught ontwikkelt daar beleid voor, op basis van een in november 2019 in de Vughtse raadscommissie besproken ‘Visie bebouwingsconcentraties en landschapskwaliteitsplan’. Ook in Haaren liggen tientallen verzoeken voor r-v-r-kavels. Het Plan schenkt daar geen aandacht aan en laat deze belangrijke ontwikkeling dus aan toevallige initiatiefnemers over. Ook dat druist in tegen onze belangen.

22.

Ook negeert het Plan de wens om regels voor zonneweides. In voornoemd ‘Overzicht van ingekomen reacties en adviseringen’ (bijlage 7) wordt daarom gevraagd door Natuurmonumenten, een grote grondbezitter in het buitengebied. B&W antwoordden slechts dat er voor die vraag eerst een aparte visie over zonneweides moet komen, die er nu nog niet is. Dit is o.i. reden temeer tot uitstel.

23.

Evenmin schenkt het Plan aandacht aan de Brabantse Versnelling Transitie Veehouderij van 2017, de Brabantse Aanpak Stikstof, de Beleidsregel Wet Bibob Noord-Brabant 2018, de Beleidsregel Natuurbescherming Noord-Brabant, de Beleidslijn Bibob 2013 Haaren, de oprichting – mede door Haaren van het Van Gogh Nationaal Park, en op Rijksniveau de Spoedwet Stikstof. Deze actuele regelgeving gold op het moment van vaststelling van het Plan en heeft gevolgen voor de inrichting van het buitengebied. Er is veel aan de hand in het buitengebied! Een groot plan vaststellen voor jarenlang gebruik, dat alléén enkele onsamenhangende bestemmingsregels verruimt, werkt bij al die ontwikkelingen averechts. Dit is precies waarom een benadering volgens de nieuwe Omgevingswet nu hard nodig is. Ook gezien vanuit onze belangen.

24.

Awb art. 3:2 zegt: “Bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen.” En art. 3:4, 1e lid zegt: “Het bestuursorgaan weegt de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af.” Het Plan heeft tal van relevante feiten m.b.t. natuur, landschap, energietransitie, criminaliteit, veehouderij, stikstof en verstedelijking genegeerd en daardoor niet alle relevante belangen bezien en afgewogen. Conclusie 3 Het Plan is o.i. onzorgvuldig voorbereid en vastgesteld, omdat niet alle relevante feiten en vereisten zijn bezien en afgewogen. Dat is strijdig met Awb 3:2 en 3:4, 1e lid.

4. Verrommeling van het landschap 25.

Het Plan wil dat vrijkomende agrarische bestemmingen eenvoudiger gewijzigd kunnen worden in niet-agrarische bedrijfsbestemmingen in milieucategorie 1-2 van de VNG-bedrijvenlijst. Daar vallen bijvoorbeeld ook onder: autobedrijven, autowasserijen, groothandelsbedrijven, discotheken, parkeergarages, machineverhuurbedrijven, evenementenhallen, bowlingcentra, casino’s, amusementshallen, saunabedrijven en fitnesscentra. Het Plan maakt het mogelijk dat zulke bedrijven “eenvoudi-

Stichting Natuur- en Milieugroep Vught Vliertstraat 20, 5261EL Vught info@nmvught.nl - www.nmvught.nl

6

ger” in het Helvoirtse buitengebied kunnen komen in vrijkomende agrarische gebouwen die ook groter kunnen zijn dan 200m2. Dat vinden wij zeer ongewenst. 26.

Op de kaart van de provinciale structuurvisie is het overgrote deel van het Helvoirtse buitengebied aangemerkt als Natuurnetwerk Brabant of ‘groenblauw mantelgebied’. De provinciale IOB bepaalt in art. 3.15 dat het Natuurnetwerk Brabant niet aangetast mag worden. In de groenblauwe mantel mogen krachtens art. 3.32 1e lid onder c ontwikkelingen alleen als die leiden tot versterking van natuur en landschap. Bovengenoemde wijzigingsbevoegdheid van B&W faciliteert echter ontwikkelingen die níet leiden tot versterking van natuur en landschap, integendeel.

27.

De IOB bepaalt in artikel 3.73 van de regels voor vestiging van niet-agrarische functies in landelijk gebied, onder lid 2: “Het bestemmingsplan dat de vestiging mogelijk maakt, borgt dat de functie, ook op langere termijn, past binnen de ontwikkelingsrichting en stelt daartoe regels over een bij de omgeving passende omvang.” En voorts “dat de ontwikkeling verplaatst wordt naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de maximaal toegestane omvang.” En in lid 3: “Als een binnen de omgeving passende omvang geldt voor bedrijvigheid, dat deze kleinschalig is en past binnen een gemengde omgeving waardoor het niet doelmatig is om deze te vestigen op een bedrijventerrein.” Onder ‘kleinschalig’ verstaat de Provincie blijkens de Begripsbepaling van de IOB: “bebouwing, al dan niet ten behoeve van een voorziening, met een gezamenlijke omvang van ten hoogste 90m2”.

28.

Het plan staat echter niet-agrarische bedrijfsbebouwing toe tot meer dan 200m2. Dat is dus niet ‘kleinschalig’. Verder geeft het Plan B&W wijzigingsbevoegdheid en staat wijziging van agrarische bestemming naar bedrijfsbestemming toe in gemengd landelijk gebied, maar ook in de groenblauwe mantelzone. Tenslotte verplicht het Plan niet tot verplaatsing van het bedrijf als dit te groot wordt. Dit alles is o.i. strijdig met art. 3.73 IOB.

29.

In november 2019 publiceerde het Planbureau voor de Leefomgeving de Nota “Zorg voor landschap. Naar een landschapsinclusief omgevingsbeleid”. Volgens het PBL is daarvoor dwingende actualiteit zoals het Klimaatakkoord, de voortgaande verstedelijking en de heroriëntatie van de landbouw. Overheden moeten landschapskwaliteit volwaardig meewegen bij ruimtelijke plannen en ontwikkelingen. Het PBL stelt ook voor om rond nationale parken een extra 'schil' te maken, gebieden waar extra goed op het landschap wordt gelet. Nationale parken zijn namelijk kwetsbaar, aldus het PBL.

30.

De Toelichting bij het Plan wijdt in par. 2.5 slechts twee zinnen aan landschapskwaliteit. Die zinnen verwijzen naar een “Regeling kwaliteit van het landschap gemeente Haaren”. Bedoeld wordt waarschijnlijk de op 26-10-2017 gepubliceerde notitie met “Afspraken kwaliteitsverbetering landschap incl. bijlage specifieke voorwaarden gemeente Haaren”. Deze bevat voorlopige afspraken binnen de regio en voor Haaren alleen een sloopverplichting c.q. bijdrage aan een sloopfonds indien niet gesloopt wordt. Het gaat daar dus alleen om bebouwing boven een bepaald volume. Andere landschapskwaliteiten zijn niet bezien. In het ‘Overzicht van ingekomen reacties’ (bijlage 7) staat dat de gemeentelijke regeling kwaliteitsverbetering landschap niet voor de opsplitsing van de gemeente geactualiseerd zal zijn. Kennelijk ziet de gemeente wel een noodzaak daartoe maar trekt daar geen consequenties uit voor dit Plan. Dit is daarmee voor een echte actualisering van het bestemmingsplan buitengebied een ontoereikend kader, ook gezien de actualiteit die het PBL schetst.

Stichting Natuur- en Milieugroep Vught Vliertstraat 20, 5261EL Vught info@nmvught.nl - www.nmvught.nl

7

31.

Art. 3.32 2e lid van de IOB bepaalt: “De toelichting bij een bestemmingsplan [met groenblauwe mantelzone] bevat een beschrijving van de aanwezige ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken.” Deze beschrijving ontbreekt in het Plan. Gezien het gevaar van verrommeling door de regelwijzigingen, en gezien art. 3.32 IOB, had een beschrijving van en toetsing aan de ecologische waarden en landschappelijke kenmerken niet mogen ontbreken. Dit tekort druist in tegen ons belang, omdat onze zorg voor natuur, milieu en landschap gediend is met een goede en actuele beschrijving van de waarden die de overheid daarbij voor ogen houdt.

32.

De Toelichting van het Plan zegt in par. 3.2 dat een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met een aantal omgevingswaarden achterwege is gebleven, want: “De aanpassingen die plaatsvinden hebben voornamelijk betrekking op implementatie van gewijzigde provinciale en gemeentelijke regelgeving. Ze maken geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk […].” Wij bestrijden dat. Het opnemen van een collegebevoegdheid om agrarische bedrijven te wijzigen in niet-agrarische bedrijven - zonder dat daarvoor een nieuw bestemmingsplan nodig is - is o.i. een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. Omdat de wijzigingsbevoegdheid tevens de vestiging van een kantoor of detailhandelsbedrijf faciliteert, is o.i. sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Ook de hierna onder 5-8 genoemde punten zijn nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Dat het Plan deze miskent en de gevolgen daarvan – vanwege Bro 3.1.6. tweede lid – niet meeweegt is o.i. onzorgvuldig. Conclusie 4 Het Plan negeert het belang van landschapsbeheer en is strijdig met regels van de Interim Omgevingsverordening Brabant.

5. Grotere woningen 33.

Het Plan bepaalt in Regel 25.2.1. onder d. dat de inhoud van een woning tot 750m³ mag zijn. In het oude bestemmingsplan was dit 600m3. In de Toelichting van het Plan staat in par. 2.7 onder punt 6 alleen dat de nieuwe limiet overeenkomt met de limiet van bedrijfswoningen en dat 750m3 wordt genoemd in de regionale afspraken over verbetering van het landschap. Echter, deze afspraken (in ons vorige punt genoemd) bevatten slechts regels binnen de regio over bijdragen aan een sloopfonds indien te grote bebouwing niet gesloopt wordt. Een onderbouwing van waarom het 750m3 moet worden ontbreekt. De motivatie voor de verruiming van de maximale inhoud van woningen met 25% is daarmee ontoereikend.

34.

Ook is niet aangetoond dat er vraag was, is, of gaat ontstaan aan deze regelwijziging. De Toelichting stelt dat o.m. deze regelwijziging is voortgekomen uit de dialoog met bewoners en burgers in het buitengebied. Echter, in het ‘Overzicht van ingekomen reacties’ (bijlage 7) wordt deze wens door slechts één reflectant genoemd. Bij andere specifieke wensen van een afzonderlijke belanghebbende zegt de gemeente dat dat individueel bezien moet worden. Niet is duidelijk waarom deze ene wens om een groter huis is opgerekt tot een algemeen geldende regel voor alle woningen. Wij menen dat grotere woningen leiden tot verdere verstening van het landschap. Wij vinden deze verruiming ongewenst en ongemotiveerd. Dit is o.i. strijdig met de motivatiebeginsel vanuit art. 3.1.6. eerste lid onder a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

Stichting Natuur- en Milieugroep Vught Vliertstraat 20, 5261EL Vught info@nmvught.nl - www.nmvught.nl

8

Conclusies 5 Omdat nut, noodzaak en maatvoering van de regelwijziging voor grotere woningen niet zijn onderbouwd is dit aspect o.i. onzorgvuldig voorbereid en/of onvoldoende gemotiveerd.

6. Paardenbakken 35.

Het Plan staat in o.m. art. 3.5.1. in agrarische bestemmingen voortaan paardenbakken toe, ook buiten het bouwvlak. Nergens staat een maximale oppervlakte voor paardenbakken. Dit kan leiden tot verrommeling van het landschap. In de Toelichting ontbreekt een onderbouwing van deze verruiming, behalve dat dit “algemeen geaccepteerd maar op grond van het geldende bestemmingsplan formeel niet is toegestaan”. Dat dit ‘algemeen geaccepteerd is’ onderbouwt het Plan niet. De Toelichting stelt o.m. dat deze regelwijziging is voortgekomen uit de dialoog met bewoners en burgers in het buitengebied. Echter, in het ‘Overzicht van ingekomen reacties’ (bijlage 7) wordt deze wens nergens genoemd.

36.

De nieuwe regels bepalen als voorwaardelijke verplichting dat paardenbakken alleen vergund worden indien er sprake is van een goede landschappelijke inpassing op basis van een goedgekeurd landschapsplan en borging van uitvoering en beheer. Dit kan in deze formulering ook middels een privaatrechtelijke overeenkomst, waarvan naleving door belanghebbende omwonenden en door ons niet bij de gemeente afgedwongen kan worden. Wij vinden het toestaan van paardenbakken in de provinciale groenblauwe zones ongewenst. Niet is aangetoond dat er vraag was, is, of gaat ontstaan aan deze bestemmingsuitbreiding. Dit is o.i. strijdig met de motivatiebeginsel vanuit art. 3.1.6. eerste lid onder a van het Besluit ruimtelijke ordening. Conclusie 6 Omdat nut en noodzaak van de regelwijziging voor paardenbakken niet zijn onderbouwd en omdat de uitvoering ervan niet of ontoereikend met waarborgen is omkleed is dit aspect o.i. onzorgvuldig voorbereid en/of onvoldoende gemotiveerd.

7. Ambulante handel 37.

In de bestemmingen Agrarisch (met div. waarden), Groen, Verkeer, Zandwegen en Wonen worden standplaatsen voor ambulante handel mogelijk gemaakt middels een afwijkingsbevoegdheid voor B&W. In de Toelichting staat dat deze nieuwe regels “gewenst” zijn en dat de oude bestemmingsplan op dit punt een “onwerkbare en overbodige beperking” bevat. Echter, niet is aangetoond wat er onwerkbaar of overbodig aan was en evenmin dat er vraag was, is, of gaat ontstaan aan deze afwijkingsbevoegdheid. De Toelichting stelt dat o.m. deze regelwijziging is voortgekomen uit de dialoog met bewoners en burgers in het buitengebied. Maar in het ‘Overzicht van ingekomen reacties’ (bijlage 7) wordt deze wens nergens genoemd.

38.

De APV Haaren 2013 regelt in art. 5.18 dat standplaatsen alleen kunnen met vergunning van B&W en dat vergunning wordt geweigerd wegens strijd met een bestemmingsplan. Standplaatsen voor ambulante handel waren in het oude bestemmingsplan buitengebied dus nergens mogelijk. Wij achten die Stichting Natuur- en Milieugroep Vught Vliertstraat 20, 5261EL Vught info@nmvught.nl - www.nmvught.nl

9

beperking beslist niet overbodig en prima werkbaar. Het Plan maakt het nu mogelijk dat in het buitengebied allerlei verkoopstalletjes, ijscokarren, drank- en etenskraampjes verschijnen. Ook hier is gevaar voor verrommeling. Het buitengebied dreigt een marktplaats te worden. Conclusie 7 Omdat nut en noodzaak van de regelwijziging voor standplaatsen voor ambulante handel niet zijn onderbouwd is dit aspect o.i. onzorgvuldig voorbereid en/of onvoldoende gemotiveerd.

8. Reclameborden 39.

Het Plan laat in agrarische bestemmingen (met div. waarden), Bos, Natuur, Verkeer en Zandwegen toe dat er als ‘bouwwerken geen gebouw zijnde’ ook informatieborden mogen komen tot maximaal 3m hoogte. De nieuwe regels staan in de artikelen 3.2.4.a.3, 4.2.4.a.3, 5.2.4.a.3. 6.2.4.a.3, 7.2.4.a.3 en 10.2.2.b. Informatieborden zijn niet gedefinieerd in de Regels en kunnen dus ook reclameborden zijn. Wij vinden die regelverruiming ongewenst omdat het kan leiden tot landschapsontsiering.

40.

De toelating staat dan ook haaks op de welstandsregels van Haaren, zoals opgenomen in de Welstandsnota Gemeente Haaren 2013 waarin op pag. 231 staat: “Reclameborden, aankondigingen en verwijzingsborden horen niet thuis in het buitengebied. Ze passen slecht bij het karakter van de omgeving en vormen een visuele vervuiling. Zeker nu het recreatieve karakter van het buitengebied meer aandacht krijgt, is het van belang het karakterverschil tussen de bebouwingskernen en het buitengebied te bewaren c.q. te versterken.” De Welstandsnota bevat objectcriteria voor reclameborden in het buitengebied die erop neerkomen dat hooguit bordjes zoals “Eieren te koop” zijn toegestaan, met een hoogte van maximaal 1,25m. Dat is veel kleiner dan de 3m die het Plan toelaat. (Bijlage 8)

41.

De Welstandsnota Haaren 2013 bevat regels en is officieel bekendgemaakt op 3 april 2013. Het gaat dus om beleidsregels, waaraan de overheid zich conform Awb 4:84 dient te houden, behoudens bijzondere omstandigheden. Dit bleek o.m. uit de uitspraken van de Rechtbank Oost-Brabant van 15 juni 2018 (zaaknr. SHE18/10) en van 16 juni 2020 (zaaknr. SHE 19/2755), waarin de bestuursrechters de omgevingsvergunningen vernietigden voor reclameborden van resp. 2.35m en 2m hoogte in het buitengebied van Haaren, vanwege strijdigheid met de Welstandsnota.

42.

Gezien de welstandsregels is dit aspect van het Plan wellicht onuitvoerbaar. Toetsing van de uitvoerbaarheid ontbreekt in het plan. Dat is strijdig met artikel 3.1.6 Bro, eerste lid onder f. Daarin staat: “Een bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting, waarin is neergelegd de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan.” Ook is niet aangetoond dat er vraag was, is, of gaat ontstaan aan deze bestemmingsuitbreiding, wat o.i. strijdig is met Bro 3.1.6. eerste lid onder a. De Toelichting stelt alleen dat o.m. deze regelwijziging is voortgekomen uit de dialoog met bewoners en burgers in het buitengebied. Echter, in het ‘Overzicht van ingekomen reacties’ (bijlage 7) wordt deze wens nergens genoemd. Conclusie 8 Omdat nut, noodzaak en uitvoerbaarheid van de regelwijziging voor het toelaten van informatieborden niet zijn onderbouwd is dit aspect o.i. onzorgvuldig voorbereid en/of onvoldoende gemotiveerd.

Stichting Natuur- en Milieugroep Vught Vliertstraat 20, 5261EL Vught info@nmvught.nl - www.nmvught.nl

10

9. Stikstof 43.

In het plangebied ligt een Natura2000-gebied: Loonse en Drunense Duinen. Nabij het plangebied liggen de Natura2000-gebieden Vlijmens Ven en Kampina. De staat van instandhouding van de hier te beschermen stikstofgevoelige habitats is slecht, door een overbelasting van stikstof. Natura2000 stoelt op de Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG) waarin art. 6.1 bepaalt dat overheden slechts toestemming voor een plan of project mogen geven nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat deze de natuurlijke kenmerken van het betrokken gebied niet zullen of kunnen aantasten. Dit is overgenomen in art. 2.7 en 2.8 van de Wet natuurbescherming. In de Regels van het Plan zijn alleen waarborgen opgenomen tegen stikstoftoename voor (hobbymatige) veehouderij. Het Plan laat echter veel méér stikstoftoename toe.

44.

Immers, door het Plan zijn ook grotere woningen mogelijk (zie boven, punt 5). Als die mogelijkheid benut wordt zal of kan er meer aardgas voor verwarming gestookt worden. Voor het stikstofeffect moeten volgens vaste rechtspraak de maximaal toegestane mogelijkheden in de plansituatie worden beschouwd, conform o.m. ECLI:NL: RVS:2020:498, ro. 4.3. Daarom moet rekening worden gehouden met een toename van 25% aardgasstook in woningen (die mogen 25% meer inhoud krijgen). Voor recreatiewoningen 1 (Spechtbos e.o.) is de toegestane inhoudsverruiming 30% (260 i.p.v. 200 m3), als gevolg van het gewijzigde art. 18.2.1.c van de Regels. Het stikstofeffect van meer verwarming voor grotere woningen is niet bezien. Het Plan bevat geen regels om gasloos (bij) te bouwen.

45.

Verder bepaalt het herziene art. 42.5 van de Regels in lid b. en e. dat de huisvesting van seizoenarbeiders met 50% verlengd mag worden, van maximaal 6 naar 9 maanden per jaar. Ook dit kan leiden tot meer aardgasstook, evenals meer verkeer. Ook dit effect is niet bezien. Dit alles kan leiden tot meer stikstofproductie en grotere stikstofdepositie in Natura2000. Conclusie 9 Het Plan is o.i. onzorgvuldig voorbereid voor het aspect stikstoftoename.

Wij vragen u om bovengenoemde conclusies gegrond te verklaren en het Plan te vernietigen.

Hoogachtend,

Stichting Natuur- en Milieugroep Vught Johan Smeulders, voorzitter

Stichting Natuur- en Milieugroep Vught Vliertstraat 20, 5261EL Vught info@nmvught.nl - www.nmvught.nl

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=2d29b0cd-4dd8-4bb1-852f-fd2612b2ca25