10. Rekenkamer gemeente Heusden - Oproep tot regionaal onderzoek politiecapaciteit
Tekst van het document
Van: Verzonden: Aan: Onderwerp: Bijlagen:
Rekenkamer <Rekenkamer@heusden.nl> dinsdag 5 april 2022 16:08 Rekenkamer Verzoek rekenkamer Heusden tot regionaal onderzoek inzake politiecapaciteit rekenkamerbrief politiecapaciteit.pdf
Categorieën:
Let op: Deze mail komt van buiten de gemeente Vught. Help mee om de gemeente Vught veilig te houden en denk na voordat je op een link klikt of een bijgevoegd bestand opent.
Geachte leden van de Rekenkamer, In 2021 heeft de Rekenkamer van Heusden een (voor)onderzoek, op verzoek van de voltallige gemeenteraad, gedaan naar de politiecapaciteit in de gemeente Heusden. De belangrijkste constatering uit dat onderzoek was het volgende: ‘’Het begint met een eenvoudige vraag naar de inzet, beschikbaarheid van politie in Heusden. Daarachter gaat meer schuil. Het gaat over de relatie politie-lokaal bestuur in bredere zin, de ‘ boots on the ground’ in de wijken en het bredere perspectief van zorg en veiligheid op lokaal niveau. Daarbij speelt op de achtergrond de context van een politie-organisatie onder druk en in voortdurende verandering en vragen naar de prioritering binnen de politie-inzet.’’ Na gesprekken met de burgemeester, mensen binnen het veiligheidsdomein en de algemene rekenkamer heeft de rekenkamer van Heusden geconcludeerd dat dit onderwerp meer aandacht verdient. Er zijn aanwijzingen dat de veiligheidssituatie ernstig onder druk staat. Risico’s op escalaties binnen het veiligheidsdomein nemen hierdoor toe. Een breder onderzoek naar dit onderwerp is gewenst. Echter, dan wel op de schaal die past bij dit onderwerp. Een onderzoek naar dit onderwerp kan alleen maar slagen wanneer dit (gemeente)grensoverschrijdend wordt opgezet. Vandaar dat wij u benaderen.
Wij zouden graag met u in gesprek willen of dat u de gesignaleerde problemen in Heusden herkent in uw eigen gemeente. Daarnaast zijn wij benieuwd of u meerwaarde ziet in een dergelijk regionaal onderzoek. Bijgevoegd treft u het betreffende (voor)onderzoek en zie onderstaande link voor een recent relevant artikel uit het Brabants Dagblad. Wij horen graag of u op onze uitnodiging in wil gaan. Artikel Brabants Dagblad Met vriendelijke groet, Rekenkamer Heusden Kees van Santvliet Linda Mustert-Brabers Kees Nauta Namens deze, Skip Anker Ambtelijk secretaris Rekenkamer 06 - 48348033
1
POSTADRES Postbus 41, 5250 AA Vlijmen TELEFOON (073) 513 17 89 E-MAIL griffie@heusden.nl WEBSITE www.heusden.nl Denk aan het milieu voordat u deze e-mail print
2
09-11-2021
REKENKAMERBRIEF ONDERZOEK NAAR “VEILIGHEID EN POLITIECAPACITEIT IN HEUSDEN” Aan de gemeenteraad van Heusden i.a.a. het college van B&W
Rekenkamer Heusden C.W. van Santvliet C.T.G.J. Nauta A.J.M. Mustert-Brabers S. Anker
Rekenkamer@heusden.nl
1
INLEIDING In deze rekenkamerbrief gaat de rekenkamer nader in op de vraag van de gemeenteraad om nader onderzoek te doen door de rekenkamer naar de politiecapaciteit in Heusden. De inhoud is een weergave van de resultaten van een verkennende analyse van het onderwerp én de relevante context om de vraag naar de politiecapaciteit te kunnen plaatsen. Overigens heeft de inhoud mogelijk voor de raad zelfstandige waarde als informatiebron bij de actuele discussies over het veiligheids- en handhavingsbeleid van de gemeente Heusden in de komende jaren. In deze rekenkamerbrief zijn de belangrijkste bevindingen in het kader van de vraag van de gemeenteraad vetgedrukt weergegeven.
DE AANLEIDING In de raadsvergadering van 12-11-2020 worden vragen gesteld over de beschikbare politiecapaciteit in Heusden1 . Tevens wordt daarbij de suggestie gedaan de rekenkamer te verzoeken nader onderzoek te doen. De burgemeester, als voorzitter van de raad, ondersteunt die vraagstelling; onder verwijzing naar de onafhankelijkheid van de rekenkamer bij de keuze van onderzoeksobjecten. Daarbij wijst ze ook op de mogelijkheid van een onderzoek door/in meerdere gemeenten. Bij de inventarisatie van mogelijke onderzoeksonderwerpen voor de rekenkamer in de periode 2021-2022 is ‘politiecapaciteit, regio en verdeling’ door vijf fracties genoemd.
SAMENVATTING & CONCLUSIES Constatering: het begint met een eenvoudige vraag naar de inzet, beschikbaarheid van politie in Heusden. Daarachter gaat meer schuil. Het gaat over de relatie politie-lokaal bestuur in bredere zin, de ‘ boots on the ground’ in de wijken en het bredere perspectief van zorg en veiligheid op lokaal niveau. Daarbij speelt op de achtergrond de context van een politie-organisatie onder druk en in voortdurende verandering en vragen naar de prioritering binnen de politie-inzet. De vraag of er in Heusden en/of de Meijerij, de politie-basisteamregio waartoe Heusden behoort, sprake is van een specifiek probleem rond de politie-inzet/capaciteit laat zich moeilijk beantwoorden. Onderzoeken uitgevoerd elders en op landelijk niveau tonen aan dat er sprake is van een breder probleem dat in meerdere regio’s speelt.
1 Zie pag 6,19 en 20 van het verslag van de betreffende raadsvergadering
2
De inschatting is dat zelfstandig vervolgonderzoek door de rekenkamer van Heusden weinig nieuws zal opleveren. Met die constatering concludeert de rekenkamer dat ze het verzoek van de raad naar vermogen heeft beantwoord. Daarnaast is de vraag of nader onderzoek naar de verdeelsleutel zoals die is gehanteerd in 2012 nog zinvol is wanneer op afzienbare termijn op landelijk niveau evaluatie en mogelijke herijking gaat plaatsvinden.
Vervolgstappen? De raad van Heusden formuleert de komende tijd de kaders voor haar toekomstig integraal veiligheidsbeleid. De beschikbare politiecapaciteit in de nabije toekomst is daarbij een belangrijke randvoorwaarde. In dat kader is en blijft het van belang kritische vragen te stellen over de verdeelsystematiek van de politiecapaciteit; ondanks het feit dat de mogelijkheden tot beïnvloeding daarvan beperkt zijn. De rekenkamer zal de bevindingen uit deze verkenning actief delen van met andere rekenkamers binnen de Meijerij en de Algemene Rekenkamer.
3
DE ANALYSE Eerste bevindingen Op 14-12-20 vindt een overleg plaats tussen burgemeester en rekenkamer waarin o.a. het onderwerp van de politiecapaciteit aan de orde komt. Van dit overleg is geen formeel verslag gemaakt. Op 14-3-2021 vindt op aanraden van de burgemeester een gesprek plaats met twee ambtelijke vertegenwoordigers die (mede)verantwoordelijk zijn voor het lokaal veiligheidsbeleid: Richard Korten (integraal veiligheidsadviseur burgemeester) en Renate Schröder (manager veiligheid en handhaving). In voornoemde overleggen komen de volgende constateringen op tafel: •
•
•
•
•
4
De bepaling van de politiecapaciteit in Heusden vindt plaats binnen het volgende organisatiekader: de totale politiecapaciteit wordt in Nederland verdeeld over 10 regionale eenheden. De eenheden zijn weer onderverdeeld in basisteams. Heusden valt in dit kader onder de eenheid Oost Brabant, basisteam De Meijerij. Bredere afstemming van het integrale veiligheidsbeleid vindt plaats binnen de structuur van de veiligheidsregio Brabant-Noord, onder voorzitterschap van de burgemeester van Den Bosch. Bij de invoering van de Nationale Politie in 2012 is een verdeelsleutel gehanteerd voor de toedeling van politiecapaciteit naar de diverse regionale eenheden. De stellige indruk bestaat dat bij de toedeling aan het gebied waar de gemeente Heusden onder ressorteert, rekenfouten zijn gemaakt. In de praktijk constateert men verschillen in beschikbaarheid van politie tussen gemeenten in bijvoorbeeld West-Brabant en die in het Noord-oostelijk deel van Brabant. Herhaaldelijk zijn vragen naar de toedeling en daaruit resulterende inzet/beschikbaarheid van politie gesteld. Die worden tot dusver niet bevredigend beantwoord. Kanttekening: naast een eventueel misreken-vraagstuk speelt ook de vraag of de toedeling gemaakt in 2012 nog wel adequaat is anno 2021, denk aan bijv. gewijzigde inwoneraantallen.
De invoering van de Nationale Politie leidde tot een opschaling van bevoegdheden richting “Den Haag”. Dat geldt voor de politie-organisatie zelf. Op regionaal en lokaal, niveau is de invloed van de burgemeester(s) ook afgenomen, feitelijk komt die, waar het gaat om politie-aangelegenheden veel meer te liggen bij de ‘driehoek’ (burgemeester-officier van justitie-politiechef). Klachten over de beschikbare politiecapaciteit gelden voor veel meer regio’s. In dat verband wordt vaak gewezen op een algemeen tekort aan politiepersoneel. Door veel meer nieuwe mensen op te leiden probeert men een inhaalslag te maken. Die zal pas op termijn vruchten afwerpen. De invloed van de lokale overheid (i.c. de raad en de burgemeester) op de inzet van politiecapaciteit is beperkt. Maar diezelfde overheid wordt wel geconfronteerd met de gevolgen van (eventuele) beperkingen in de beschikbare capaciteit. Die raakt bijvoorbeeld aan de inzet van de BOA’s (afschuiven/overhevelen van politietaken, garantie van back up bij incidenten).
•
•
•
Beperkingen in de capaciteit manifesteert zich niet primair in de reactie op meldingen (aanrijtijden e.d.), maar veel meer ‘in de aanwezigheid’ van politie in bijvoorbeeld de wijken. De inzet van wijkagenten in Heuden is te beperkt? De vraag is ook of de organisatie van de politie binnen de eenheid Oost-Brabant, c.q. de basiseenheid Meijerij, wel optimaal is, vergeleken met bijvoorbeeld een regionale eenheid als West-Brabant. De combinatie van hiervoor genoemde ontwikkelingen leidt onder andere tot een aantal (veiligheids)risico’s in Heusden:
Ogen en oren in de wijk nemen af, daardoor is er minder zicht op wat daar speelt (bijvoorbeeld opkomst van nieuwe criminaliteit)
Het draagvlak en de geloofwaardigheid van BOA’s komt onder druk
•
De BOA’s moeten worden ingezet voor oneigenlijke taken, om ‘gaten te dichten’. Voor de zomer/najaar staat een traject gepland voor de Heusdense raad als voorbereiding op de kadernota integrale veiligheid voor De Meijerij waar volgend jaar een nieuwe versie van verschijnt (thema-avond veiligheid en handhaving voor zomerreces, idem rond prioritering in beleid in de herfst).
Is een nader onderzoek door de rekenkamer mogelijk of wenselijk? De vraag daarbij is wat je als zelfstandige lokale rekenkamer boven tafel kunt krijgen en waar je op moet focussen. Bovendien is de vraag in hoeverre de inzet van politiecapaciteit een kwestie is die de invloedsfeer van de gemeenteraad en daarmee de taakstelling van de rekenkamer raakt. Als dat het geval is dan is in dit geval samenwerking in regionaal verband, met andere rekenkamers, sowieso wenselijk. Mogelijk zijn andere partijen te benaderen voor betrokkenheid bij verder onderzoek. Denk bijvoorbeeld aan de Algemene Rekenkamer, onderzoeksjournalisten. Dat is mede afhankelijk van de invalshoek die je verder als rekenkamer eventueel gaat kiezen. Een eerste verkenning van context en ontwikkelingen mbt politie en politiecapaciteit is nodig om volgende stappen te kunnen zetten (zie vervolg van deze notitie).
5
De gemeenteraad en politie- en veiligheidsbeleid De invloed van de raad op de bepaling van politie-inzet en integraal veiligheidsbeleid is beperkt. Gemeenteraden vinden zelf dat zij op dit moment te weinig invloed hebben op het gebied van politie. Dit bleek uit onderzoek van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)2 . Het CCV signaleert daarbij het belang en de mogelijkheden van de raad om het veiligheidsbeleid in de gemeente richting te geven. Tevens kan de raad vragen stellen over de inzet van de politiecapaciteit in de gemeente en belangrijk geachte veiligheidsonderwerpen. De burgemeester fungeert daarbij als tussenpersoon tussen politie en raad. In de publicatie Focus op veiligheid geeft het CCV een aantal tips om de rol van raadsleden concreet inhoud te geven. Tevens schetst ze daarbij de verhoudingen rond veiligheidsplan en veiligheidsregio (zie kadertekst).
De gemeenteraad stelt de kaders van het lokale veiligheidsbeleid vast. Raadsleden dienen er vooral op toe te zien dat beleidskaders lokale betekenis hebben: dat ze aansluiten op de lokale veiligheidssituatie. In de praktijk worden beleidsdoelstellingen vaak geformuleerd door bestuurders, gezagsdragers of veiligheidsprofessionals. Dat is op zich geen probleem. Het is echter wel van groot belang dat raadsleden bedenken hoe het beleid kan worden aangepast op de lokale situatie. Met andere woorden, de raad moet vaststellen welke doelstellingen de gemeente nastreeft. Het is van groot belang dat de raad deze doelen helder en scherp stelt. De gemeente heeft de regie op het lokale integrale veiligheidsbeleid. Om de sturing op de politie zo groot mogelijk te krijgen, dient de gemeenteraad direct betrokken te zijn bij de totstandkoming van het lokale integrale veiligheidsplan (IVP). In het IVP staan de prioriteiten van de gemeente. Deze prioriteiten moeten met de politie worden afgestemd voor commitment. De praktijk leert dat gemeentelijke veiligheidsplannen (met een looptijd van vier jaar) in beperkte mate aangeven wat een gemeente verlangt van politie. Om de lokale wensen ten aanzien van politie kenbaar te maken, is in veel gemeenten dus meer nodig dan de integrale veiligheidsplannen. De concrete vertaling van het IVP kan plaatsvinden in een jaaruitvoeringsplan (JUP).
In dit jaaruitvoeringsplan kunnen de afspraken tussen de gemeente, de politie en de andere veiligheidspartners nader worden uitgewerkt. De raad kan de afspraken die in de JUP staan jaarlijks monitoren. Daartoe kan de raad de politie minimaal een keer per jaar ter verantwoording roepen. De politiechef kan in de gemeenteraad dan uitleg geven over de politie-inzet van het afgelopen jaar. Bron: www.raadsledenenveiligheid.nl
2
Focus op veiligheid, CVV 2018, zie www.raadsledenenveiligheid.nl
6
Ontwikkelingen op landelijk niveau De inhoud van deze paragraaf is gebaseerd op een scan van publicaties en onderzoeksverslagen van recente datum. In 2012 wordt de Nationale Politie ingevoerd. De politie wordt daarbij gereorganiseerd en ingericht conform de Politiewet 2012. In 2016 gaat de commissie Evaluatie Politiewet aan het werk. In 2017 rapporteert ze aan de minister. De (veelzeggende) titel van haar eindrapport luidt Doorontwikkelen en verbeteren3. Enkele in dit kader relevante bevindingen: - In de doelen van de reorganisatie spelen inhoudelijke verbeteringen in de werkwijze en bezuinigingen door elkaar heen (vergelijkbaar met bijvoorbeeld de WMO en jeugdzorg) - De implementatie van de reorganisatie is nog in volle gang. Dat is een taai proces. - In 2015 heeft al een herijking plaatsgevonden. Daarbij is besloten tot een “meer decentrale oriëntatie” - Er is sprake van ‘veel bestuurlijke drukte’ - Burgemeesters en raden van kleine gemeenten staan op afstand van de invulling van vitale beheersbesluitvorming en zijn mede afhankelijk van de bestuurlijke souplesse van andere partijen’. - De commissie heeft moeite om grip te krijgen op het onderzoeksobject. Er is sprake van een veelheid van indicatoren, monitoren, impressies en opinies. Dit is ook een probleem voor de toezichthouders en de politieleiding zelf. De commissie formuleert tal van aanbevelingen.
Een selectie: - Geef de korpschef meer ruimte voor beleids- en beheersmatige sturing én biedt meer ruimte voor flexibiliteit en maatwerk. - Voorkom dat er sluipenderwijs een nieuwe lokale politielaag ontstaat. Het bestaan van lokale toezichthouders en handhavers/BOA’s en particuliere terreinbeheerders is een feit en draagt bij aan veiligheid. Maar de politie moet de regie blijven houden op het toezicht in de openbare ruimte en moet de verbindingen tussen de verschillende vormen van veiligheidszorg organiseren. Actieve en georganiseerde betrokkenheid op elkaars werk is een noodzakelijke voorwaarde om te voorkomen dat er al te diverse en dus voor de burger onduidelijke praktijken ontstaan. - Licht de territoriale structuren van het politiecorps door. Er zijn nog veel vragen en mogelijke verbeterpunten in de organisatie en werkwijzen. - Voer over vijf jaar opnieuw een systeemevaluatie uit.
3
Evaluatie Politiewet 2012. Doorontwikkelen en verbeteren, Commissie Evaluatie Politiewet 2012, november 2017 7
De reactie van de minister is aanvankelijk enigszins terughoudend. Hij wil een open dialoog aangaan met de regioburgemeesters en anderen. Later zal een ‘ gewogen kabinetsstandpunt’ volgen. Daarin is de hoofdlijn: overnemen van de aanbevelingen. In 2020 publiceert de Algemene Rekenkamer een rapport met als titel Politie ter plaatse4. De belangrijkste conclusie van het onderliggend onderzoek: De Algemene Rekenkamer heeft onderzocht of de landelijke politietop over voldoende informatie beschikt om haar medewerkers op een goede manier te kunnen verdelen over organisatieonderdelen en de juiste prioriteiten te kunnen stellen in het takenpakket van de politie. Ons onderzoek leidt tot de conclusie dat de landelijke politietop geen adequaat en eenduidig zicht heeft op de mate waarin er voldoende toegerust personeel binnen de organisatie aanwezig is om dergelijke besluiten optimaal te kunnen nemen. De praktijk is dat inzetbaarheid en inplanbaarheid ongelijk verdeeld zijn tussen eenheden en basisteams. Hierdoor komt de politie in bepaalde gebieden in de knel bij het uitvoeren van de vele politietaken. Het onderzoek richt zich deels op het landelijk beeld, maar: Daarnaast hebben we gesprekken gevoerd en documenten opgevraagd bij twee eenheden die als casus fungeren voor dit onderzoek: de eenheid Limburg (18 respondenten) en eenheid Midden-Nederland (25 respondenten).
In een reactie laat minister Grappenhaus weten dat hij professionalisering van het capaciteitsmanagement nodig acht. De korpschef wijst de conclusies van het rapport af en is van mening dat de korpsleiding wel goed overzicht heeft van inzetbaarheid etc. In 2020 verschijnt het rapport Lokale handhaving door de politie5. Dat formuleert als hoofdconclusie: Om tijdig in te kunnen grijpen in onveilige situaties is het van belang dat de politie sterk lokaal verankerd is. Niet alleen om tijdig op te kunnen treden in noodgevallen, maar juist ook om problemen te signaleren en zo nodig op te treden om onveilige situaties te voorkomen. De wijkagent is het gezicht naar burgers toe en een belangrijke bron van informatie voor gemeenten en (lokale) zorgpartners. De Inspectie concludeert dat wijkagenten die rol in de middelgrote gemeenten en op het platteland niet voldoende waar kunnen maken, doordat wijkagenten in deze gebieden vaak voor noodhulp worden ingezet. Daarbij zorgen de vele signalen over personen met verward gedrag voor een grote belasting van de politie.
4
Politie ter plaatse, Algemene Rekenkamer, februari 2020, www.algemene rekenkamer.nl 5 Lokale handhaving door de politie, Inspectie Justitie en veiligheid van het Ministerie van Justitie en veiligheid, juni 2020 8
Het ontbreekt aan tijd en capaciteit voor wijkagenten om een stevig verankerde plek in de wijk te hebben. Dit heeft tot gevolg dat kennis van- en inzicht in problemen in de wijk bij de politie afneemt, waardoor wijkagenten geen goede invulling kunnen geven aan hun signalerende en preventieve rol. De politie is daarvoor in toenemende mate afhankelijk van de gemeente. Met name de thema’s ondermijning en jeugd worden in de grote en middelgrote steden zo opgepakt dat de politie steeds meer een repressieve uitvoeringsorganisatie is geworden. Verder nog enkele mogelijk relevante bronnen bij verder onderzoek: - Pieter Tops voerde in opdracht van een VNG-commissie in 2017 een onderzoek uit naar relatie politie-lokaal bestuur. In 2017 actualiseert hij zijn bevindingen6 met een focus op de relatie politie-middelgrote en kleinere gemeenten. Vooral gebaseerd op een reeks interviews met 22 burgemeesters. Sterk beschouwend rapport dat o.a. ingaat op het vraagstuk van de inzet van wijkagenten! - Op de politieacademie is een lectoraat “gebiedsgebonden politie”. Dat houdt zich bezig met zaken als schaalvergroting en decentrale sturing. Mogelijk interessant voor vervolgtraject. - Het dataportaal van de politie data.politie.nl bevat veel statistische gegevens over criminaliteit, overlast en politieprestaties (o.a. gemiddelde reactietijden op meldingen) op gemeentelijk, soms wijkniveau.
- Op de site van de NVVR levert een zoektocht naar het trefwoord ’politie’ nauwelijks resultaat. Anders is het gesteld met de term ‘veiligheid’. Relatief veel onderzoek van lokale rekenkamers gaat daarbij over het integrale veiligheidsbeleid.
6 Sleuren en sturen in 2017, de ontwikkeling van de relatie tussen de politie en het
lokaal bestuur, Tops, Van Os en Van de Torre, www.VNG.nl 9
Wat weten we over de ontwikkelingen in de regio en de gemeente Heusden? N.b. ook hier geldt dat de inhoud van deze paragraaf is gebaseerd op een scan van openbaar beschikbare documenten, aangevuld met gegevens uit de interviews met burgemeester en ambtenaren. -
De inzet van wijkagenten (norm: per 5000 inwoners een wijkagent) blijft in Heusden achter bij de normering. De reactietijd van politie op meldingen wijkt in Heusden niet substantieel af van landelijke en regionale gemiddelden, maar lijkt in Heusden na 2016 te dalen in vergelijking met voorgaande jaren (zie onderstaande tabel)
Tabel: Reactietijd prio-1 meldingen, % reactie tussen 0-15 minuten, 20152020 Gebied/jaar 2015 2016 2017 2018 2019 2020Heusden 89,6 87,2 82,3 81,3 82,6 81 Eenheid Oost 84,4 83,1 81,9 81 81,4 82,3 Brabant -
-
Het vigerend integraal veiligheidsplan voor de gemeente Heusden loopt van 2019 tot en met 2022. Het bevat voor een groot deel meer algemene analyses en priorteringen voor de hele regio Boxtel, Haaren, Heusden, Meierijstad, Sint-Michielsgestel en Vught. Als lokale prioriteiten worden genoemd: druggebruik en-overlast; voertuigencriminaliteit. Voor 2020 is een bedrag van €161.000 voor de uitvoering gebudgetteerd. www.heusden.buurtmonitor.nl bevat diverse gegevens over veiligheid en veiligheidsbeleving bij burgers. Een samenvatting van de meest relevante bevindingen: Het cijfer voor criminaliteit 7 bleef tussen 2013 en 2016 vrijwel ongewijzigd, maar is sindsdien aanzienlijk gunstiger geworden: van 6,7 naar 7,2. Op wijkniveau is dit cijfer echt verbeterd in vier van de vijf wijken van Drunen en daarnaast in Vlijmen Vijfhoeven, Nieuwkuijk, Oudheusden en de kleine kernen. Het aandeel mensen dat zich wel eens onveilig voelt bleef ongeveer gelijk (17%). Het aandeel bewoners dat soms plekken vermijdt vanwege onveiligheid was voorgaande jaren gestaag gedaald: van 21% in 2008 naar 12% in 2016. In 2020 was het cijfer vergelijkbaar: 13%. Het aantal aangiftes bij de politie 8 van fietsendiefstal, diefstal af/uit auto, woninginbraak, inbraak in bedrijven en sportcomplexen en geweldsdelicten is de afgelopen jaren duidelijk gedaald.
Het totale aantal aangiftes van diefstal en geweld is in alle wijken gedaald.
7 N.b. het gaat hierbij om de beleving door inwoners, niet om de feitelijke
gegevens! 8 Bij de interpretatie van aangiftecijfers is voorzichtigheid geboden. De bereidheid om aangifte te doen kan beïnvloed worden door eerdere ervaringen of beelden over de effectiviteit in de opvolging van meldingen. 10
Verkeersongevallen en parkeeroverlast worden ook minder vaak bij de politie geregistreerd, maar hierbij is de daling veel beperkter.
11