CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Raadsinformatiebrief Regionale Woondeal Regio Noordoost-Brabant (embargo tot 10-3-2023)

Raadsvergadering 6 april 2023, gemeente VughtBij agendapunt: Categorie I-B Schriftelijke mededelingen van college of griffie17.162 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

6.3 Overlegstructuur in Noordoost-Brabant We weten nog niet precies op welke wijze de governance rondom deze woondeal eruit gaat zien, maar onze eerste gedachten volgen hieronder. We maken zoveel mogelijk gebruik van de bestaande overlegstructuren om de voortgang van de afspraken te bespreken. Dat zijn op dit moment het Portefeuillehoudersoverleg Ruimte/Wonen/ Economie RNOB, de kopgroep Wonen RNOB, het ambtelijk overleg Wonen RNOB, en het bestuurlijk overleg wethouders Wonen en bestuurders corporaties (voorheen de kennistafels). Maar omdat we nauwer dan voorheen met partijen samen willen gaan werken en dat ook op een meer integrale wijze wensen te doen, richten we een aanvullende overlegtafel in de zogenaamde: Versnellingstafel.

Regionale Versnellingstafel Op de nog in te richten Versnellingstafel worden afspraken gemaakt om de prioritaire woningbouwlocaties uit hoofdstuk 2 te versnellen en thematische knelpunten op te lossen. Aan deze tafels zitten vertegenwoordigers van gemeenten, provincie, Rijk, corporaties en marktpartijen. Afhankelijk van het vraagstuk kunnen ook andere partijen aanschuiven, denk aan waterschappen, kennisinstellingen en bewonersorganisaties. Het gaat o.a. over planning, knelpunten, kansen, haalbaarheid, prioriteren etc. Aan deze tafel wordt vooral expertise en denkkracht verzameld die ingezet kan worden om bijvoorbeeld processen te versnellen of vastgelopen onderhandelingen los te trekken. De focus moet liggen op concrete versnelling, het is niet de bedoeling dat dit een ‘praatclubje’ wordt waar enkel de voortgang met elkaar wordt gedeeld. De personen aan deze tafels hebben allen regionale denkkracht en het team is multidisciplinair (o.a. juridisch, grondzaken, strategie, wonen). Deelnemers prioriteren met elkaar de te bespreken gebiedsontwikkelingen en thema’s. Als er sprake is van landelijke thema’s kunnen deze worden doorgezet naar de provinciale en of landelijke Versnellingstafel. Het is van belang bij vertraging samen naar oplossingen te zoeken.

Om de voortgang en uitvoering van deze bestuurlijke afspraken tussen partijen te borgen, is het belangrijk dat er een onafhankelijk procesmanager aangesteld wordt met veel kennis van gebiedsontwikkeling en wonen. Vanuit het Rijk worden daarvoor middelen ter beschikking gesteld.

24

Met deze woondeal wordt ook een belangrijke stap gezet in de uitvoering van het “Ontwikkelperspectief voor Stedelijk Brabant” voor de periode tot en met 2030. Het is daarom van belang om het spoor van het ontwikkelperspectief/uitwerking voor Noordoost-Brabant en de woondeal goed op elkaar af te stemmen en periodiek te bespreken.

We spreken ten aanzien van de governance af dat: 35.  Het Rijk zich in afstemming met provincie en gemeenten inzet voor een landelijk monitoringssysteem (2023). 36.  Gemeenten en provincie in Q2 2023 onderzoeken of het mogelijk is om een gezamenlijk monitoringssysteem aan te schaffen. 37.  Partijen jaarlijks de afspraken uit de woondeal herijken, de eerste maal nadat de provinciale prognoses gereed zijn en de ruimtelijke puzzel is gelegd (naar verwachting eind 2023). 38.  Jaarlijks de samenwerking wordt geëvalueerd, als eerste in Q1 2024. 39. Dat er een onafhankelijk procesmanager wordt aangesteld. 40. Dat er regelmatig afstemming is tussen de Versnellingstafel en de Verstedelijkingstafel. 41.  De wijze waarop de governance, waaronder de regionale Versnellingstafel georganiseerd wordt uiterlijk Q2 2023 nader is uitgewerkt en dan aan partijen wordt voorgelegd. Hierbij wordt rekening gehouden met de status aparte van het Land van Cuijk. 42.  Partijen uiterlijk Q2 2023 een uitvoeringsprogramma hebben opgesteld, waarin is aangegeven welke afspraken nader moeten worden uitgewerkt en hoe we dat gaan doen.

25

7

Kritische succesfactoren en ondersteuning vanuit Rijk en provincie Het realiseren van de opgave is complex waarbij indirect en direct diverse factoren een rol spelen (prijsontwikkelingen, rente, beschikbaarheid locaties, personeel, materiaal et cetera). Kritische succesfactoren dienen aangepakt te worden om de realisatie van de woningbouwopgave mogelijk te maken. Hiervoor is zowel inzet vanuit het Rijk nodig als vanuit provincie en gemeenten. Onderstaand wordt aangegeven op welke wijze Rijk en provincie ondersteunen in de realisatie van de regionale woningbouwopgave. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen locatie specifieke- en generieke ondersteuning. Generiek: Rijk en medeoverheden zorgen ervoor dat knelpunten om te kunnen voldoen aan randvoorwaarden voor woningbouw zoveel mogelijk worden weggenomen. Dit met oog voor een gezond, veilig en schoon leefmilieu voor nu en in de toekomst. Het gaat om knelpunten op het vlak van klimaatbestendig bouwen, natuurinclusief bouwen, verduurzaming, stikstof, een gezond en veilig leefmilieu, luchtkwaliteit, energievoorziening en erfgoed. We scheppen duidelijkheid door het maken van afspraken en het stellen van kaders. Het streven is om onduidelijkheden in beleid, die belemmerend kunnen werken op het besluitvormingsproces en de bouw van woningen, weg te nemen.

Daar waar kan, worden de kritische succesfactoren zoveel mogelijk lokaal of regionaal opgelost en daar waar nodig, worden ze landelijk besproken. De meeste belemmeringen kunnen locatie specifiek worden opgelost. Hierbij kan er gebruik worden gemaakt van de landelijke regelingen die er zijn voor bijdragen aan de realisatie van woningbouw. Daar waar nodig kan de regionale Versnellingstafel en/of het Expertteam Woningbouw worden ingezet. De landelijke Versnellingstafel is opgericht voor alle boven regionale problematiek waar een oplossing voor moet worden gevonden. Dit team zorgt ervoor dat de juiste experts en ministeries worden aangesloten om gezamenlijk de problematiek te analyseren en te zoeken naar een oplossing. Voor een aantal van de kritische succesfactoren is al een governancestructuur ingericht en wordt naar besluitvorming toegewerkt. Daar wordt bij aangesloten.

Kritische succesfactoren: Elektriciteitsnetwerken en aansluitingen Er is nog geen indicatie dat de woningbouw vertraging oploopt door het niet kunnen aansluiten van woningen op het elektriciteitsnetwerk. Voor voorzieningen in wijken, zoals scholen en/of winkels kan er mogelijk wel vertraging optreden. Bij het tijdig aanvragen van projecten leidt dit vooralsnog niet tot vertraging. Met het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) kijkt het Rijk of en waar er in het netwerk moet worden geïnvesteerd, zodat de woningbouw en de voorzieningen in wijken geen vertragingen oplopen. De P-MIEK-tafels worden benut om knelpunten ten aanzien van het netwerk en het aansluiten aan de orde te stellen. Mocht er een te grote netwerkvraag zijn om op te lossen in de P-MIEK overleggen, dan wordt het geagendeerd bij het landelijke MIEK-overleg.

26

Stikstof De uitspraak over de bouwvrijstelling was een tegenslag voor de woningbouwopgave. Het betekent zeker niet dat het land ‘op slot’ gaat. Grote projecten moesten vaak al deposities berekenen, beoordelen en compenseren. De stikstofdepositie in de gebruiksfase (bovenal door verkeersstromen) is daar immers ook groot. Kleinere projecten kunnen veelal doorgang vinden. Hun stikstofdeposities zijn klein en kortstondig en daarmee veelal niet vergunningplichtig. Wel moeten initiatiefnemers als gevolg van de uitspraak berekeningen uitvoeren en ecologisch beoordelen om vast te stellen of de activiteit vergunningplichtig is. Dit leidt tot vertraging en toename van kosten, wat wordt versterkt door capaciteitstekorten bij onderzoeksbureaus en overheden. Met de stikstofbrief van 25 november 2022 is veel duidelijk geworden. Er is een aanpak voor piekbelasters. Hierdoor kan de natuur herstellen en ontstaat op termijn ruimte voor vergunningverlening aan o.a. de woningbouw. Het Stikstofregistratiesysteem (SSRS) is en blijft een belangrijk instrument om stikstofruimte, die vrijkomt, centraal te registreren en gericht toe te wijzen aan woningbouwprojecten. Ook stimuleert het Rijk schoon en emissieloos bouwmateriaal met 400 miljoen euro (bovenop de 500 miljoen euro die al beschikbaar was).

Op de korte termijn (beoogde oplevering Q1 2023) werkt het Rijk aan de standaardisatie van berekeningen d.m.v. kengetallen/ vuistregels. Dit met als doel om de administratieve lasten voor initiatiefnemers, die als gevolg van de extra onderzoeksplicht ontstaan, zoveel mogelijk te beperken. Een volgende stap is om deze standaardisatie te formaliseren in regelgeving. Het Rijk onderzoekt hoe het door het breder beschikbaar maken van kennis en kunde capaciteitsproblemen bij gemeenten, provincies en onderzoeksbureaus het hoofd kan bieden. Op de langere termijn kan vereenvoudiging van het stelsel van vergunningverlening verhelpen dat kleine woningbouwprojecten vergunningplichtig zijn. Stikstof knelpunten en vraagstukken bij de ontwikkeling van locaties kunnen worden geadresseerd aan de regionale en/of landelijke Versnellingstafel. Geluid Op locaties waar geluidsproblematiek een belemmering vormt voor woningbouw kan dit op de tafel waar de woondeal wordt besproken, aangekaart worden, zodat gezamenlijk naar oplossingen gezocht kan worden. Capaciteit en expertise overheden en Raad van State Door alle fasen en in alle onderzoeken wordt herkend dat de beschikbare personele capaciteit een belangrijke reden voor vertraging is in de woningbouwproductie.

Het gaat daarbij niet alleen om een kwantitatief probleem (aantal mensen), maar ook is er een gebrek aan procesmatige - en inhoudelijke kennis. Het Rijk brengt samen met medeoverheden, woningcorporaties en marktpartijen mogelijkheden in beeld om de beschikbare capaciteit zo efficiënt mogelijk in te zetten, ondersteund door een gezamenlijk uit te voeren onderzoek. Het Expertteam Woningbouw van RVO heeft een loketfunctie waar gemeenten, provincies en woningcorporaties terecht kunnen met vragen over ondersteuning (woningbouw@rvo.nl). Dit expertteam beschikt over (o.a. juridische) experts die medeoverheden en woningcorporaties kunnen bijstaan met onafhankelijk advies en praktische ondersteuning. Deze experts kunnen in een periode van zes tot maximaal twaalf maanden meerdere malen kortstondig worden ingezet om een concreet woningbouwproject te versnellen. We onderzoeken hoe we de loketfunctie kunnen versterken, zodat gemeenten, provincies en woningcorporaties het Expertteam Woningbouw beter weten te vinden met hun vragen.

27

Door middel van de flexpoolregelingen kunnen provincies aan de slag met het opstellen van een regionale of provinciale pool van professionals die voor langere tijd kunnen worden ingezet. Provincies en gemeenten kunnen de bijdrage besteden aan capaciteit in de voorfase van woningbouw- en herstructureringsprojecten en het opstellen van integrale woon-zorgvisies. Zo kunnen zij bijvoorbeeld projectleiders, stedenbouwkundigen of planeconomen inhuren en deze ter beschikking stellen aan gemeenten waar een tekort aan ambtelijke capaciteit een knelpunt vormt. Zowel in 2022 als in 2024 stelt het ministerie van BZK hiervoor 40 miljoen euro beschikbaar, de tranche beschikkingen van 2022 worden op dit moment uitgevoerd. De komende periode gaat het Rijk aan de slag om deze flexpoolfunctie samen met de provincies te versterken. Er is voor vier jaar extra budget van 3 miljoen euro voor uitbreiding van de capaciteit van de Afdeling bestuursrechtspraak (voor de Omgevingskamer) beschikbaar gesteld. Knelpunten als gevolg van gebrek aan capaciteit en expertise bij mede- overheden en Raad van State worden geagendeerd op de lokale woontafels. Desgewenst kan via de regionale Versnellingstafel de landelijke Versnellingstafel worden ingezet. Het Rijk ondersteunt in het opstellen en uitvoeren van de regionale woondeal met procesgeld.

Dit bedrag kan onder meer gebruikt worden voor de inhuur van capaciteit om gemeenten en provincies te ondersteunen bij het opstellen en uitvoeren van de woondeals. Dit procesgeld wordt uitgekeerd via de provincies. De provincie is verantwoordelijk voor de verdeling van dit geld over de verschillende woondealregio’s. Financiële middelen vanuit het Rijk WBI gelden; de volgende tranche van de woningbouwimpuls: kleine kernen kunnen op basis van de 5e tranche WBI ook gezamenlijk een aanvraag indienen voor projecten van minimaal 200 woningen (voorheen 500 woningen). Dit is echter voor veel gemeenten in deze regio niet de oplossing. RVO ondersteunt de aanvragers via de Impulskamer Regeling Huisvesting Aandachtsgroepen (RHA) Het Volkshuisvestingsfonds voor herstructurering Transformatie faciliteit De regelingen voor Tijdelijke huisvesting Financiële middelen vanuit de provincie Flexpool versnelling woningbouw 1e tranche, deel A en B Flexpool versnelling woningbouw 2e tranche (nog uit te werken) Subsidieregeling collectieve woonvormen Ondersteuning bij gebiedstransformaties Flexwoningvloot (in voorbereiding) Overig BZK versterkt via het Wetsvoorstel Versterken regie Volkshuisvesting de mogelijkheid om beter te sturen op betaalbaar bouwen en maakt versnelling van procedures in de beroepsfase mogelijk.

Ook het sturen op een evenwichtige verdeling van de huisvesting van aandachtsgroepen wordt in de wet vastgelegd. BZK werkt aan regulering van de middenhuur (Kamerbrief d.d. 9 december 2022). Het gezamenlijke streven van Rijk en regio is om voldoende betaalbaar aanbod te realiseren en langdurig betaalbaar te houden (Kamerbrief-over-regulering-middenhuur). BZK komt in 2023 met een brief over het wetstraject grondinstrumentarium, gericht op versnelling van (betaalbare) woningbouw. Het Rijk draagt met grondposities en/of vastgoedbezit bij aan het realiseren van de woningbouwopgave.

28

Voor alle opgenomen (afspraken over) kritische succesfactoren geldt dat deze periodiek besproken worden in de woondealoverleggen om de voortgang te monitoren. Het Rijk informeert de regio als er nieuwe regelingen of subsidiemogelijkheden opengesteld worden. Ook dient het Rijk als vraagbaak bij eventuele onduidelijkheden met betrekking tot de aanvraag van financiële middelen.

We spreken af dat: 43.  Gemeenten en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in Q2 2023 samen onderzoeken op welke wijze gemeenten gebruik kunnen maken van de WBI gelden. Daarnaast wordt gekeken hoe aanvragen voor financiële bijdragen vereenvoudigd kunnen worden en of er meer samenhang kan ontstaan met andere subsidiemogelijkheden.

29

8

Ondertekening Regionale Woondeal Noordoost-Brabant Onderstaande vertegenwoordigers van de samenwerkende partijen hebben de Regionale Woondeal Noordoost-Brabant ondertekend. Datum

Plaats GEMEENTE BOEKEL

Gemeente Bernheze

Gemeente Boekel

E. Daandels

B.M.H. Brands

Gemeente Boxtel

Gemeente Heusden

W. van der Zanden

M.A.W. Meesters

Gemeente Land van Cuijck

Gemeente Maashorst

B.A.M. de Bruin

F.J.M. van Lankvelt

Gemeente Meierijstad

Gemeente Oss

H.J. Compagne

S.M.J.N. van den Bergh

30

Gemeente ’s-Hertogenbosch

Gemeente Sint-Michielsgestel

P. Slikker

S. Goossens

Gemeente Vught

Area

Y.T. Vos

J.M.H.M. van Vucht

Brabant Wonen

Charlotte van Beuningen

H.M.H. Windmüller

C.J.M. Beukeboom-van Woerkum

Mooiland

PeelrandWonen

C.M.L. Jansen

J.A.C. Tukker-Blok

31

JOOST

Wonen Vierlingsbeek

M.A.J. Vossen

J.H. Abbring

Woonmeij

Woonveste

M.A.W. Wonders

E.W.T. van den Einden

Woonzorg Nederland

Zayaz

T. Huijben

S. van Raak

Provincie Noord-Brabant

Ministerie van Binnenlandse Zaken

H.A.G. Ronnes

en Koninkrijksrelaties H.M. de Jonge

32

Bijlage 1: Rollen en verantwoordelijkheden Het College van B&W is als eerste bestuursorgaan verantwoordelijk voor de zorg voor de fysieke leefomgeving. In aansluiting daarop zetten de gemeenten zich in voor voldoende bouwlocaties in ruimtelijke plannen voor de realisatie van de woningbouwafspraken uit de regionale woondeals. Met inzet van de wettelijke instrumenten zorgen gemeenten voor de benodigde (harde) plancapaciteit in de verschillende prijssegmenten (sociale huur, middenhuur en betaalbare koop) en voor verlening van omgevingsvergunningen. Het Dagelijks Bestuur van het Waterschap is verantwoordelijk voor een doelmatig waterbeheer. In het Omgevingsplan houdt de gemeenteraad rekening met het waterbelang met het oog op behoud van waterkwaliteit en het voorkomen van wateroverlast, droogte en overstromingen om zo te komen tot een evenwichtige toedeling van functies aan locatie, onder meer woningbouwlocaties. Daarbij geldt onder meer het uitgangspunt van ‘’water en bodem sturend’’. De concrete uitwerking daarvan vindt plaats in het programma Water en Bodem sturend. Daar waar twijfel bestaat over de invulling van dit principe ten aanzien van concrete locaties wordt het Waterschap betrokken.

De Provinciale Omgevingsvisie, (interim) omgevingsverordening en het programma3 vormen het bovenliggende beleidskader en bevat de regels en voorwaarden voor de regionale woonvisies en regionale woningbouwprogramma’s. Vanuit deze wettelijke bevoegdheid is het college van Gedeputeerde Staten van de provincie verantwoordelijk voor de gebiedsgerichte coördinatie van de (ruimtelijke) doorvertaling van de provinciale woningbouwopgave in regionaal verband met de gemeenten. Het college van Gedeputeerde Staten van de provincie stuurt actief op de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwprogrammering, waarbij het kwalitatieve in deze afspraken voor nu vooral de betaalbaarheid betreft. Doel is het toewerken naar meer balans in de woningvoorraad, met een streven naar 30% sociale huurwoningen in de bestaande voorraad op provinciaal -, regionaal - en lokaal niveau. Daarbij kunnen provincies rekening houden met specifieke situaties in regio’s waarbij het toegroeien naar 30% evident niet logisch of haalbaar is. Provincies bevorderen door actieve sturing deze evenwichtige verdeling tussen en in de woondealregio’s. Eventueel extra noodzakelijk juridisch instrumentarium maakt onderdeel uit van het Wetsvoorstel Versterken regie Volkshuisvesting. De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening is verantwoordelijk voor de realisatie van de nationale opgave.

Ook is de minister stelselverantwoordelijk voor de versterking van het wettelijk instrumentarium voor medeoverheden om de woningbouwopgave te realiseren en voor ondersteuning van de uitvoering via inzet van (financiële) middelen, het bieden van hulp bij de afstemming met overige ministeries en waar nodig inbreng van menskracht, kennis, rijksgronden en rijksgebouwen. De minister stuurt actief op de realisatie van de nationale opgave door intensief en periodiek overleg met medeoverheden en monitoring van de woningbouw. Daarnaast coördineert de minister de opgaven die samenhangen met de woningbouw met de medeoverheden en andere departementen. Zo nodig hakt de minister voor VRO samen met collega-bewindspersonen knopen door.

3

(Ontwerp) Beleidskader Leefomgeving en (Ontwerp) Beleidskader Wonen en werken

33

De Woningcorporaties in Noordoost-Brabant delen het beeld en de overtuiging dat we op de woningmarkt alleen kunnen versnellen als we samenwerken en afspraken maken. Derhalve ondertekenen zij dan ook mede deze woondeal, wetende dat een belangrijk deel van de opgave in hun handen ligt en een uitvloeisel is van de Nationale Prestatieafspraken. Samenwerkingspartners. Om de opgave ook daadwerkelijk te realiseren is samenwerking met een netwerk van partners nodig, zoals zorg- en marktpartijen. Zij zijn onmisbare netwerkpartners en worden in de komende periode gevraagd om aan te haken op het woondealproces. Samen met de Woonbond wordt bekeken op welke momenten en aan welke tafels een vertegenwoordiging van een huurdersbelangenvereniging een plek moet krijgen.

34

Bijlage 2: Definities/ omschrijvingen Betaalbare woning: een betaalbare woning is een sociale huur of midden huurwoning door corporaties en een midden huurwoning of betaalbare koopwoning door marktpartijen. Betaalbare huurwoningen zijn woningen met een huur van 1.000 euro per maand of minder; betaalbare koopwoningen zijn woningen tot 355.000 euro. Flexwoning: flexibele (verplaatsbare) woonoplossingen met een tijdelijk karakter van de flexwoningen zelf of het gebruik van de locatie waarop de flexwoningen worden geplaatst. De flexwoningen zijn betaalbare woningen, als bedoeld in het Besluit Woningbouwimpuls 2020 en voldoen aan de minimumeisen zoals vastgesteld in het programma van eisen van Aedes. Geclusterde woonvormen: geclusterde woonvormen, vaak met ontmoetingsruimtes, beslaan onder andere hofjeswoningen (zoals de Knarrenhof), servicefats en seniorenfats. Geclusterde woonvormen zijn primair ingericht op de woonwensen van ouderen, maar daarnaast ook op (jong-) volwassenen met een WLZ-indicatie. Deze woonvormen beslaan woningen die tenminste nultreden zijn en voorzien daarmee in hoger wooncomfort. Daarnaast zijn deze woonvormen ingericht op het bevorderen van sociaal contact en gemeenschapsgevoel, waardoor eenzaamheid wordt tegengegaan. Ook hierbij geldt nabijheid van voorzieningen als belangrijk.

Grootschalige renovatie: het verbeteren van de woonkwaliteit van het gebouw door het toekomstbestendig maken van bestaande particuliere woningvoorraad. Het gaat uitdrukkelijk om ingrijpende fysieke ingrepen die de doeltreffendheid en courantheid van de woning verbeteren. Denk aan: het splitsen, samenvoegen, optoppen of uitbouwen van woningen, aanpakken gespikkeld bezit en/ of achterstallig onderhoud. Verduurzaming van de woning kan hier deel van uitmaken, maar slechts als nevendoel. Herstructurering: het vernieuwen van verouderde of verloederde woongebieden, bijvoorbeeld door sloop en nieuwbouw, waardoor met andere typen woningen voorzien wordt in de actuele vraag naar woningen. Levensloopbestendige woningen: levensloopbestendige woningen zijn in potentie bruikbaar voor een volledige levensloop, al dan niet met enkele kleine aanpassingen-op-maat, zoals een beugel aan de muur van het toilet. Deze woningen zijn toegankelijk en bruikbaar voor een bewoner met een rollator. Levensloopbestendige woningen kunnen bewoond worden door verschillende doelgroepen. Nultredenwoningen: nultredenwoningen hoeft geen trap te worden gelopen, zowel binnen het huis als om naar binnen te komen. Vaak betreffen het gelijkvloerse woningen en appartementen in de buurt van voorzieningen. Nultredenwoningen zijn geschikt voor bewoning door ouderen.

Niet alle nultredenwoningen worden bewoond door ouderen; ook jongeren en starters wonen vaker in dit type woningen. De extra nultredenwoningen zijn nodig om in totaliteit genoeg nultredenwoningen te bieden voor doorstromende ouderen en andere groepen die in dit soort woningen willen wonen.

35

Plancapaciteit Bruto plancapaciteit. Alle woningbouwplannen. De bruto toe te voegen woningen. Netto plancapaciteit. Woningbouwplannen minus sloop en/of transformatie. De netto toe te voegen woningen. Harde plancapaciteit. Woningbouwplannen waarvan het bestemmingsplan vastgesteld of onherroepelijk is. Zachte plancapaciteit. Woningbouwplannen waaraan de gemeenteraad een principeakkoord heeft gegeven of die in planvorming zijn genomen, dan wel waarvoor een ontwerp bestemmingsplan is opgesteld. Prioritaire locaties: woningbouwplannen die een belangrijke bijdrage leveren aan de versnelling van de regionale woningbouwopgave. Locaties die belangrijk zijn voor zowel de regionale als gemeentelijke opgave. Sloop: betreft sloop zonder nieuwbouw, om de woningvoorraad te verkleinen. Doel hiervan is om te komen tot betere marktspanning en voorkomen van leegstand. Hiervan is in principe zelden sprake, maar kan aan de orde zijn in regio’s waar bevolkingskrimp plaatsvindt. Transformatie: de verandering van de functie van de bebouwing van het stedelijk gebied, bijvoorbeeld een winkelpand wordt woning of na sloop van een bedrijf ontstaat er ruimte voor woningbouw. Verpleegzorgplekken: een deel van de geclusterde woonvormen betreffen verpleegzorgplekken.

Deze eenheden dienen zorggeschikt te zijn voor extra voorzieningen, zodat deze beter zijn voor mensen met een beperking of voor het verlenen van zorg. Het kabinet heeft in het coalitieakkoord besloten om nieuwe verpleegzorgplekken in te richten op basis van scheiden wonen en zorg. Bewoners betalen de lage eigen bijdrage voor de langdurige zorg die zij ontvangen (volledig pakket thuis (vpt)) en betalen zelf de woonkosten. Vervangende nieuwbouw: het uit de voorraad halen van incourante woningen en vervangen door toekomstbestendige nieuwe woningen in hetzelfde plangebied. Woonzorgvisie: met de Woonzorgvisie is de basis gelegd voor verdere prestatieafspraken en/of een toekomstbestendig uitvoeringsprogramma waarin concreet is vastgelegd welke plannen wanneer worden uitgevoerd om te voorzien in wonen, zorg en welzijn voor ouderen en andere kwetsbare doelgroepen.

Webinar vernieuwende aanpak versnelling woningbouw Taskforce Versnelling Tijdelijke Huisvesting (realisatiehuisvesting.nl) Kamerbrief-over-aanbieding-plan-van-aanpak-versnellen-processen-en-procedures-woningbouw

36

Bijlage 3: Toelichting vanuit BZK over de sociale huurwoningen d.d. 15 november 2022 (Wetsvoorstel Versterken regie Volkshuisvesting)

Wat mag worden meegeteld als sociale huur? Het wetsvoorstel Versterken regie Volkshuisvesting wordt op dit moment door BZK opgesteld. Onderdeel van deze wet wordt de definitie van sociale huur. Deze definitie nemen we op in de wet zodat duidelijk is aan welke voorwaarden voldaan moet worden om als zodanig te kwalificeren. We verwachten dat het wetsvoorstel in Q1 2023 in internetconsultatie kan. Hieronder staan de uitgangspunten van wat er in de wet komt te staan. Desgewenst kan dit worden bevestigd in de directeuren en bestuurlijke overleggen die de komende tijd gepland staan: Nieuwbouw Een sociale huurwoning een instandhoudingstermijn heeft van ten minste 25 jaar, waarmee wordt bedoeld dat een nieuwbouwwoning ten minste 25 jaar als sociale huurwoning wordt verhuurd. Het een woning betreft die ook bij mutaties wordt verhuurd met een huurprijs tot de liberalisatiegrens bij aanvang van de huurovereenkomst. De woning door toewijzing beschikbaar is voor huishoudens binnen de DAEB-inkomensgrens. Om te monitoren of aan die eisen wordt voldaan tellen we mee: Woningen die gebouwd zijn op locaties met een bestemming ‘sociale huur’. DAEB-woningen van woningcorporaties (ook flexwoningen). Woningen waarbij een gemeente anderszins kan aantonen dat deze voldoen aan de voorwaarden van de definitie voor sociale huur.

Bestaande voorraad Bij de bestaande particuliere voorraad kan niet worden vastgesteld of worden afgedwongen of de instandhoudingstermijn van 25 jaar is overeengekomen. Daarom worden voor de bestaande voorraad in beginsel enkel sociale huurwoningen van toegelaten instellingen meegeteld. Gemeenten kunnen om aan te tonen dat zij voldoen aan het streven naar 30%, onderbouwd motiveren waarom zij vinden dat ook de particuliere huur tot deze voorraad meetelt. Voor de bestaande voorraad geldt ook dat de aanvangshuur van de woning onder de liberalisatiegrens valt en deze met voorrang wordt toegewezen aan de DAEB-doelgroep.

Hoe gaan we de fair share (30%) meten? Het Rijk verwacht dat gemeenten met minder dan 30% sociale huur in hun woonvoorraad in hun nieuwbouwplannen een hoger percentage sociale huur gaan opnemen dan zij nu in de bestaande voorraad hebben. Dus als een gemeente bijvoorbeeld 20% voorraad heeft, dan draagt een planning met een hoger percentage dan 20% sociale huur in de nieuwbouw bij aan het toewerken naar de 30%. Een gemeente met meer dan 30% sociale huur kan zich juist meer toeleggen op het bouwen van woningen voor mensen met een middeninkomen. Uiteindelijk moet in de regio wel voldoende sociale huur gebouwd worden om aan de vraag te voldoen.

37

Bijlage 4: Diverse informatie ter onderbouwing van de gemaakte afspraken Tabel a: regionaal aandeel in de provinciale afspraken jaar van oplevering

bruto nieuwbouw (te realiseren woningen)

sloop en verkoop beschikbare per jaar (ca. 305 netto per jaar) plancapaciteit (aantal woningen)

aantal woningen in harde plancapaciteit

% woningen in harde plancapaciteit (bruto)

2022

2.720

305

2.415

2.485

91%

2023

4.430

305

4.125

3.500

79%

2024

7.465

305

7.160

4.465

60%

2025

6.240

305

5.935

1.220

20%

2026

5.605

305

5.300

1.625

29%

2027-2030

14.785

1.220

13.565

1.255

8%

TOTAAL

41.245

2.745

38.500

14.550

35%

De aantallen sloop en verkoop per jaar betreft een indicatie vanuit de corporaties, het is een ambitie van hen om 305 sociale huurwoningen per jaar te slopen dan wel te verkopen. Tabel b: per gemeente de harde plancapaciteit voor de eerste vijf jaren gemeente

te realiseren woningen bruto 2022/2026

waarvan harde plan capaciteit 2022/2026

harde plan capaciteit in % (bruto) 2022/2026

Bernheze

1.834

558

30%

Boekel

672

291

43%

Boxtel

1.128

688

61%

‘s-Hertogenbosch

6.164

4.735

77%

Heusden

1.538

655

43%

Land van Cuijk

3.170

1.673

53%

Maashorst

2.269

850

37%

Meierijstad

4.431

1.803

41%

Oss

2.949

1.056

36%

Sint Michielsgestel

652

318

49%

Vught

1.647

659

40%

totaal

26.454

13.286

50%

Een plan is hard wanneer het een vastgesteld of onherroepelijk bestemmingsplan heeft.

38

Tabel c: Status van de plannen met een betaalbare opgave, harde plancapaciteit jaar van oplevering

sociale huur

midden huur

betaalbare koop

totaal betaalbare woningen

2022

88%

93%

94%

90%

2023

68%

81%

79%

73%

2024

45%

56%

48%

48%

2025

22%

4%

6%

13%

2026

30%

15%

8%

19%

2027-2030

5%

10%

4%

5%

TOTAAL

32%

25%

24%

28%

Tabel d: per gemeente het aantal sociale huurwoningen in de plannen tot en met 2030 gemeente

te realiseren woningen bruto

sociale huur in de plannen

sociale huur in % (bruto )

Bernheze

2.485

595

24%

Boekel

830

140

17%

Boxtel

1.810

450

25%

Heusden

2.435

820

34%

Land van Cuijk

4.180

800

19%

Maashorst

3.240

790

24%

Meierijstad

6.695

2.030

30%

Oss

5.215

1.670

32%

‘s-Hertogenbosch

11.120

4.415

40%

Sint Michielsgestel

1.135

235

21%

Vught

2.100

425

20%

totaal

41.245

12.370

30%

Tabel e: flexwoningen per gemeente in de huidige plannen bij gemeenten Gemeente

flexwoningen in de plannen bij de gemeenten

Bernheze

114

Boekel

18

Boxtel

12

Heusden

19

Land van Cuijk

250

Maashorst

200

Meierijstad

253

Oss

240

‘s-Hertogenbosch

672

Sint Michielsgestel

19

Vught

50/100

totaal

1847/1897

39

Bijlage 5: gemeentelijke woningbouwprogramma’s4 FACTSHEET

Bernheze betaalbaarheid jaar van oplevering

bruto nieuwbouw (te realiseren woningen)

2022

beschikbare netto plancapaciteit (aantal woningen)

aantal woningen door woningcowrporaties

aantal woningen in harde plancapaciteit

sociale huurwoningen

hurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand

koopwoningen onder de € 355.000

totaal betaalbare woningen

sociale huurwoningen

209

204

47

0

67

114

37

2023

270

250

48

15

76

139

35

2024

442

104

207

14

87

308

180

2025

504

0

92

62

180

334

51

2026

409

0

51

18

181

250

51

2027-2030

650

0

148

21

303

472

148

TOTAAL

2484

558

593

130

894

1617

502

22%

24%

5%

36%

65%

85%

0

sociale huur

middenhuurwoningen

0

huur tot 1000/mnd

koop tot 355.000

totaal betaalbare woningen

jaar van oplevering

sociale huurwoningen

waarvan in harde plancapaciteit

huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand

koopwoningen onder de € 355.000

waarvan in harde plancapaciteit

totaal betaalbare woningen

waarvan in harde plancapaciteit

% betaalbaarheid in harde plancapaciteit

2022

47

45

0

67

65

114

110

96%

2023

48

44

15

15

76

71

139

130

94%

2024

207

14

6

87

18

308

24

8%

2025

92

62

180

334

0%

2026

51

18

181

250

0%

2027-2030

148

21

303

472

0%

TOTAAL

593

89 15%

4

130

waarvan in harde plancapaciteit

21 16%

894

154

1617

264

16%

17%

Data uit deze tabellen is afkomstig uit de gemeentelijke woningbouwplanningen (peildatum 12 december 2022). Planningen zijn adaptief en voortdurend aan veranderingen onderhevig. De gegevens worden periodiek gemonitord en geactualiseerd.

40

FACTSHEET

Boekel betaalbaarheid jaar van oplevering

bruto nieuwbouw (te realiseren woningen)

2022

beschikbare netto plancapaciteit (aantal woningen)

aantal woningen door woningcowrporaties

aantal woningen in harde plancapaciteit

sociale huurwoningen

hurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand

koopwoningen onder de € 355.000

totaal betaalbare woningen

sociale huurwoningen

34

34

0

8

12

20

0

2023

75

57

40

0

7

47

38

2024

87

83

11

0

4

15

11

2025

291

48

31

44

32

107

31

2026

185

69

36

10

46

92

36

2027-2030

156

34

24

0

46

70

24

TOTAAL

828

325

142

62

147

351

140

39%

17%

7%

18%

42%

99%

0

sociale huur

middenhuurwoningen

0

huur tot 1000/mnd

koop tot 355.000

totaal betaalbare woningen

jaar van oplevering

sociale huurwoningen

waarvan in harde plancapaciteit

huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand

waarvan in harde plancapaciteit

koopwoningen onder de € 355.000

waarvan in harde plancapaciteit

totaal betaalbare woningen

waarvan in harde plancapaciteit

% betaalbaarheid in harde plancapaciteit

2022

0

0

8

8

12

12

20

20

100%

2023

40

22

0

7

7

47

29

62%

2024

11

11

0

4

4

15

15

100%

2025

31

0

44

32

4

107

4

4%

2026

36

9

10

46

16

92

25

27%

2027-2030

24

0

0

46

7

70

7

10%

TOTAAL

142

42

62

147

50

351

100

28%

30%

8 13%

34%

GEMEENTE BOEKEL

41

FACTSHEET

Boxtel betaalbaarheid jaar van oplevering

bruto nieuwbouw (te realiseren woningen)

2022

beschikbare netto plancapaciteit (aantal woningen)

aantal woningen in harde plancapaciteit

sociale huurwoningen

270

270

2023

152

2024

235

2025

koopwoningen onder de € 355.000

totaal betaalbare woningen

sociale huurwoningen

30

92

122

30

138

32

37

69

12

170

87

53

140

76

389

108

57

124

181

32

2026

82

2

6

0

9

0

2027-2030

682

2

240

222

462

0

TOTAAL

1810

690

452

3

528

983

150

38%

25%

0%

29%

54%

33%

0

sociale huur

hurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand

aantal woningen door woningcowrporaties

3

middenhuurwoningen

48

48

huur tot 1000/mnd

koop tot 355.000

totaal betaalbare woningen

jaar van oplevering

sociale huurwoningen

waarvan in harde plancapaciteit

huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand

waarvan in harde plancapaciteit

koopwoningen onder de € 355.000

waarvan in harde plancapaciteit

totaal betaalbare woningen

waarvan in harde plancapaciteit

% betaalbaarheid in harde plancapaciteit

2022

30

30

0

0

92

92

122

122

100%

2023

32

20

0

0

37

35

69

55

80%

2024

87

33

0

0

53

42

140

75

54%

2025

57

16

0

0

124

34

181

50

28%

2026

6

0

3

0

0

0

9

0

0%

2027-2030

240

0

0

0

222

0

462

0

0%

TOTAAL

452

99

3

0

528

203

983

302

31%

22%

0%

38%

42

FACTSHEET

Heusden betaalbaarheid jaar van oplevering

bruto nieuwbouw (te realiseren woningen)

2022

beschikbare netto plancapaciteit (aantal woningen)

aantal woningen door woningcowrporaties

aantal woningen in harde plancapaciteit

sociale huurwoningen

hurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand

koopwoningen onder de € 355.000

totaal betaalbare woningen

sociale huurwoningen

186

186

75

5

29

109

49

2023

327

223

104

73

177

59

2024

309

147

80

53

133

46

2025

381

52

153

65

218

139

2026

335

47

136

73

209

92

2027-2030

897

42

274

281

555

130

TOTAAL

2435

697

822

5

574

1401

515

29%

34%

0%

24%

58%

63%

0

sociale huur

middenhuurwoningen

0

huur tot 1000/mnd

koop tot 355.000

totaal betaalbare woningen

jaar van oplevering

sociale huurwoningen

waarvan in harde plancapaciteit

huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand

waarvan in harde plancapaciteit

koopwoningen onder de € 355.000

waarvan in harde plancapaciteit

totaal betaalbare woningen

waarvan in harde plancapaciteit

% betaalbaarheid in harde plancapaciteit

2022

75

75

5

5

29

29

109

109

100%

2023

104

47

0

73

59

177

106

60%

2024

80

6

0

53

10

133

16

12%

2025

153

0

65

218

0

0%

2026

136

0

73

209

0

0%

2027-2030

274

0

281

555

0

0%

TOTAAL

822

1401

231

16%

128 16%

5

5 100%

574

98 17%

43

FACTSHEET

Land van Cuijk betaalbaarheid jaar van oplevering

bruto nieuwbouw (te realiseren woningen)

2022

beschikbare netto plancapaciteit (aantal woningen)

aantal woningen door woningcowrporaties

aantal woningen in harde plancapaciteit

sociale huurwoningen

hurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand

koopwoningen onder de € 355.000

totaal betaalbare woningen

sociale huurwoningen

485

255

110

52

184

346

110

2023

786

401

254

47

283

584

254

2024

1029

732

46

159

608

813

46

2025

485

64

102

29

260

391

102

2026

385

221

56

7

216

279

56

2027-2030

1011

202

232

122

432

786

232

TOTAAL

4181

1875

800

416

1983

3199

800

45%

19%

10%

47%

77%

100%

0

sociale huur

middenhuurwoningen

0

huur tot 1000/mnd

koop tot 355.000

totaal betaalbare woningen

jaar van oplevering

sociale huurwoningen

waarvan in harde plancapaciteit

huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand

waarvan in harde plancapaciteit

koopwoningen onder de € 355.000

waarvan in harde plancapaciteit

totaal betaalbare woningen

waarvan in harde plancapaciteit

% betaalbaarheid in harde plancapaciteit

2022

110

6

52

40

184

149

346

195

56%

2023

254

81

47

18

283

197

584

296

51%

2024

46

28

159

104

608

153

813

285

35%

2025

102

4

29

2

260

32

391

38

10%

2026

56

0

7

0

216

41

279

41

15%

2027-2030

232

6

122

45

432

124

786

175

22%

TOTAAL

800

125

416

209

1983

696

3199

1030

32%

16%

50%

35%

44

FACTSHEET

Maashorst betaalbaarheid jaar van oplevering

bruto nieuwbouw (te realiseren woningen)

2022

beschikbare netto plancapaciteit (aantal woningen)

aantal woningen door woningcowrporaties

aantal woningen in harde plancapaciteit

sociale huurwoningen

hurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand

koopwoningen onder de € 355.000

totaal betaalbare woningen

sociale huurwoningen

119

119

0

10

14

24

0

2023

173

173

84

14

14

112

72

2024

855

465

210

48

215

473

187

2025

556

47

156

8

138

302

158

2026

566

46

100

13

188

301

79

2027-2030

970

0

238

11

349

598

223

TOTAAL

3239

850

788

104

918

1810

719

26%

24%

3%

28%

56%

91%

0

sociale huur

middenhuurwoningen

0

huur tot 1000/mnd

koop tot 355.000

totaal betaalbare woningen

jaar van oplevering

sociale huurwoningen

waarvan in harde plancapaciteit

huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand

waarvan in harde plancapaciteit

koopwoningen onder de € 355.000

waarvan in harde plancapaciteit

totaal betaalbare woningen

waarvan in harde plancapaciteit

% betaalbaarheid in harde plancapaciteit

2022

0

0

10

10

14

14

24

24

100%

2023

84

84

14

14

14

14

112

112

100%

2024

210

78

48

20

215

158

473

256

54%

2025

156

0

8

0

138

10

302

10

3%

2026

100

0

13

0

188

10

301

10

3%

2027-2030

238

0

11

0

349

0

598

0

0%

TOTAAL

788

162

104

44

918

206

1810

412

23%

21%

42%

22%

45

FACTSHEET

Meierijstad betaalbaarheid jaar van oplevering

bruto nieuwbouw (te realiseren woningen)

2022

beschikbare netto plancapaciteit (aantal woningen)

aantal woningen in harde plancapaciteit

sociale huurwoningen

63

63

25

2023

418

259

178

2024

2234

1303

693

2025

868

0

2026

848

2027-2030

2264

TOTAAL

6695

0

sociale huur

hurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand

aantal woningen door woningcowrporaties koopwoningen onder de € 355.000

totaal betaalbare woningen

sociale huurwoningen

24

49

25

71

62

311

192

158

674

1525

271

199

110

357

666

139

178

271

117

269

657

172

0

662

293

837

1792

490

1803

2028

749

2223

5000

1289

27%

30%

11%

33%

75%

64%

middenhuurwoningen

0

huur tot 1000/mnd

koop tot 355.000

totaal betaalbare woningen

jaar van oplevering

sociale huurwoningen

waarvan in harde plancapaciteit

huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand

waarvan in harde plancapaciteit

koopwoningen onder de € 355.000

waarvan in harde plancapaciteit

totaal betaalbare woningen

waarvan in harde plancapaciteit

% betaalbaarheid in harde plancapaciteit

2022

25

25

0

0

24

24

49

49

100%

2023

178

110

71

31

62

25

311

166

53%

2024

693

360

158

75

674

353

1525

788

52%

2025

199

0

110

0

357

0

666

0

0%

2026

271

100

117

24

269

0

657

124

19%

2027-2030

662

0

293

0

837

0

1792

0

0%

TOTAAL

2028

595

749

130

2223

402

5000

1127

23%

29%

17%

18%

46

FACTSHEET

Oss betaalbaarheid jaar van oplevering

bruto nieuwbouw (te realiseren woningen)

2022

beschikbare netto plancapaciteit (aantal woningen)

aantal woningen door woningcowrporaties

aantal woningen in harde plancapaciteit

sociale huurwoningen

hurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand

koopwoningen onder de € 355.000

totaal betaalbare woningen

sociale huurwoningen

68

68

0

45

23

68

0

2023

459

385

215

25

180

420

215

2024

461

220

207

122

45

374

207

2025

1043

88

355

159

352

866

385

2026

918

295

308

181

252

741

194

2027-2030

2268

0

585

260

981

1826

576

TOTAAL

5217

1056

1670

792

1833

4295

1577

20%

32%

15%

35%

82%

94%

0

sociale huur

middenhuurwoningen

0

huur tot 1000/mnd

koop tot 355.000

totaal betaalbare woningen

jaar van oplevering

sociale huurwoningen

waarvan in harde plancapaciteit

huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand

waarvan in harde plancapaciteit

koopwoningen onder de € 355.000

waarvan in harde plancapaciteit

totaal betaalbare woningen

waarvan in harde plancapaciteit

% betaalbaarheid in harde plancapaciteit

2022

0

0

45

45

23

23

68

68

100%

2023

215

141

25

25

180

180

420

346

82%

2024

207

27

122

74

45

32

374

133

36%

2025

355

45

159

24

352

12

866

81

9%

2026

308

101

181

78

252

47

741

226

30%

2027-2030

585

0

260

0

981

0

1826

0

0%

TOTAAL

1670

314

792

246

1833

294

4295

854

20%

19%

31%

16%

47

FACTSHEET

s-Hertogenbosch betaalbaarheid jaar van oplevering

bruto nieuwbouw (te realiseren woningen)

2022

beschikbare netto plancapaciteit (aantal woningen)

aantal woningen door woningcowrporaties

aantal woningen in harde plancapaciteit

sociale huurwoningen

hurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand

koopwoningen onder de € 355.000

totaal betaalbare woningen

sociale huurwoningen

1151

1151

552

64

92

708

552

2023

1322

1276

485

159

80

724

455

2024

1.132

779

509

207

33

749

484

50

2025

1.280

765

690

366

73

1.128

562

150

2026

1.280

765

690

366

73

1.128

562

150

2027-2030

4.958

973

1.487

1.240

744

3.471

1.240

500

TOTAAL

11122

5708

4.413

2.401

1.094

7.908

3.855

850

51%

40%

22%

10%

71%

87%

0

sociale huur

middenhuurwoningen

huur tot 1000/mnd

koop tot 355.000

totaal betaalbare woningen

jaar van oplevering

sociale huurwoningen

waarvan in harde plancapaciteit

huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand

waarvan in harde plancapaciteit

koopwoningen onder de € 355.000

waarvan in harde plancapaciteit

totaal betaalbare woningen

waarvan in harde plancapaciteit

% betaalbaarheid in harde plancapaciteit

2022

552

552

64

64

92

92

708

708

100%

2023

485

461

159

159

80

80

724

700

97%

2024

509

396

207

116

33

46

749

558

74%

2025

690

322

366

10

73

10

1.128

342

30%

2026

690

322

366

10

73

10

1.128

342

30%

2027-2030

1.487

193

1.240

145

744

40

3.471

378

11%

TOTAAL

4.413

2.246

2.401

504

1.094

278

7.908

3.028

38%

51%

21%

25%

48

FACTSHEET

Sint Michielsgestel betaalbaarheid jaar van oplevering

bruto nieuwbouw (te realiseren woningen)

2022

beschikbare netto plancapaciteit (aantal woningen)

aantal woningen door woningcowrporaties

aantal woningen in harde plancapaciteit

sociale huurwoningen

hurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand

koopwoningen onder de € 355.000

totaal betaalbare woningen

sociale huurwoningen

125

125

23

0

47

70

0

2023

158

126

57

0

53

110

57

2024

270

46

83

3

106

192

30

2025

49

21

15

0

22

37

15

2026

50

0

0

0

50

50

0

2027-2030

482

2

55

0

92

147

0

TOTAAL

1134

320

233

3

370

606

102

28%

21%

0%

33%

53%

44%

0

sociale huur

middenhuurwoningen

0

huur tot 1000/mnd

koop tot 355.000

totaal betaalbare woningen

jaar van oplevering

sociale huurwoningen

waarvan in harde plancapaciteit

huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand

koopwoningen onder de € 355.000

waarvan in harde plancapaciteit

totaal betaalbare woningen

waarvan in harde plancapaciteit

% betaalbaarheid in harde plancapaciteit

2022

23

23

0

47

47

70

70

100%

2023

57

38

0

53

42

110

80

73%

2024

83

0

3

106

30

192

30

16%

2025

15

15

0

22

0

37

15

41%

2026

0

0

0

50

0

50

0

0%

2027-2030

55

0

0

92

2

147

2

1%

TOTAAL

233

76

3

370

121

606

197

33%

33%

waarvan in harde plancapaciteit

0 0%

33%

49

FACTSHEET

Vught betaalbaarheid jaar van oplevering

bruto nieuwbouw (te realiseren woningen)

2022

beschikbare netto plancapaciteit (aantal woningen)

aantal woningen door woningcowrporaties

aantal woningen in harde plancapaciteit

sociale huurwoningen

hurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand

koopwoningen onder de € 355.000

totaal betaalbare woningen

8

8

0

0

0

0

2023

290

211

79

35

29

143

50

2024

535

414

46

10

245

301

46

2025

224

26

60

38

47

145

30

2026

400

0

128

15

119

262

45

2027-2030

375

0

113

0

131

244

TOTAAL

1832

659

426

98

571

1095

171

36%

23%

5%

31%

60%

40%

0

sociale huur waarvan in harde plancapaciteit

0

koop tot 355.000

totaal betaalbare woningen

huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand

koopwoningen onder de € 355.000

totaal betaalbare woningen

waarvan in harde plancapaciteit

% betaalbaarheid in harde plancapaciteit

0

0

0%

143

64

45%

301

228

76%

47

145

26

18%

15

119

262

0

0%

0

131

244

0

0%

1095

318

29%

sociale huurwoningen

2022

0

waarvan in harde plancapaciteit

2023

79

29

35

35

29

2024

46

38

10

10

245

2025

60

26

38

2026

128

2027-2030

113

TOTAAL

426

0

22%

middenhuurwoningen

huur tot 1000/mnd

jaar van oplevering

93

sociale huurwoningen

98

waarvan in harde plancapaciteit

0

45 46%

571

180

180 32%

50

Bijlage 6: Prioritaire woningbouwlocaties Globale aanduiding van de prioritaire locaties in de regio en de kritische succesfactoren Prioritaire locaties Noordoost Brabant Schaal 1 : 175.000 Provincie Noord-Brabant



Oss 



    

  







Heusden 

Oss 





 





Vught

    

 

 

’s-Hertogenbosch

   





 



 

Boxtel 





Bernheze

Sint-Michielsgestel





 

 







Maashorst



  

 



 

Meierijstad



  



Boekel

                                ­  €‚  ƒ     „ ‚             †‚     ‡      Land vanˆ Cuijk  ‰Š ‹Š  Œ      ‡  ƒ     ƒ   ‡      Ž  ‘     Ž  ‘    Œ Œ   ‰ Œ Ž  ‘   ’   †­†­  “  ‰  “  € Œ” •€  ­ – “  ŽŒ­    “  ˆ‚  “  —Œ  ˆ Š  Œ  “   —Œ  ˆ “   ‚†   “   ƒ  •„  – “   ƒŒ   “    ‡ ­˜    “   ‹     ˆ      „    ‰              Œ   ™       ””   ’‚    —†Œ —Œ  Ž  —Œ  š†  —Œ  ‰ Š  —Œ  ƒ  ’           Œ  †     ƒ   ‡——”  Ž  ‘   “†       ‘   “†          ‘   Œ 

    ‘   €    “  ˜  “     “  ›  ˆ  “  €    “ Œ  ˆ  Š  „‚† Œ “   —‡   “ 

               Legenda                 ­    NOVEX woningbouwlocaties  €‚  ƒ      „ ‚    Locaties die gelden ontvangen vanuit het Mobiliteitsfonds      Locaties die aan minimaal 3 van de 4 criteria voldoen: voldoende omvang (>50), binnen 3 jaar (ic tm 2025) 1e woning opleveren, bijdragen aan   †‚    betaalbare programma en of regionale betekenis hebben (samenhang Ontwikkelperspectief mobiliteit)      ‡ en  ˆ   ‰Š ‹Š  Œ voldoen aan  de criteria onder 3  Locaties die gezamenlijke denkkracht of een duwtje in de rug nodig hebben om tot versnelling te komen, maar niet     ‡  ƒ     ƒ  Locaties die gelden ontvangen vanuit de woningbouwimpuls   ‡      Ž   ‘   Ondergrond: Copyright © 2023 Dienst voor het kadaster en de openbare registers, Apeldoorn    Ž  ‘  Eenheid IMI1, Team GIS, januari 2023, Meldingsnummer M348336_1     Œ Œ   ‰ Œ Ž  ‘   ’   †­†­  “  ‰  “     € Œ” •€  ­ – “     ŽŒ­    “   ˆ‚  “  

  —Œ  ˆ Š  Œ  “         —Œ  ˆ “         ‚†   “                ­    ƒ  •„  – “    €‚  ƒ     ƒŒ   “   „ ‚      ‡ ­˜    “        ‹    †‚       ˆ    ‡  ˆ       „    ‰    ‰Š ‹Š  Œ           ‡  ƒ         Œ     ƒ   ‘   ™       ””   ‡      Ž   ’‚      Ž  ‘   —†Œ —Œ   Œ Œ   ‰ Œ Ž  ‘   Ž  —Œ  ’   †­†­  “  1e ‰  “  š†  —Œ 3 jaar (ic tm 2025) woning opleveren, bijdragen aan  ‰ Š  —Œ f en mobiliteit)  € Œ” •€  ­ – “  ŽŒ­    “  ƒ  ’    ˆ‚  “       ng te komen, maar niet voldoen aan de criteria onder 3  —Œ  ˆ Š  Œ  “    Œ  †   —Œ

 ˆ “     ƒ   ‚†   “   ‡——”  Ž  ‘   “†       ‘   ƒ  •„  – “   “†          ‘   ƒŒ   “   Œ      ‘    ‡ ­˜    “  kangemeld worden dat nog niet duidelijk is in  €   “  ‹Ten  aanzien van de kritische succesfactoren  ˜  “    ˆ   hoeverre van recente stikstofuitspraken.   de  “    „   plannen hinder gaan ondervinden  ‰    ›  ˆ  “      €    “ Œ        Œ   ˆ  Š  ™       ””   „‚† Œ “ 

Bernheze

Maashorst

Land van Cuijk

0

Boekel

Prioritaire locaties

Meierijstad

Land van Cuijk

10

km

                         €‚  ƒ    „ ‚          †‚    ‡  ˆ  ‰Š ‹Š  Œ   ‡  ƒ    ƒ  ‡        Ž    Œ Œ    ’     ‰  “  € Œ”  ŽŒ­  ˆ‚  “  —Œ  ˆ  —Œ  ˆ  ‚†   “  ƒ  •„  ƒŒ     ‡ ­˜  ‹     ˆ    „  ‰              ™       ’‚    —†Œ —Œ  Ž  —Œ  š†  —Œ  ‰ Š  —Œ  ƒ  ’         Œ  †    ƒ  ‡——”  Ž  “†   “†    Œ     €   ˜  “      ›  ˆ  “  €    “   ˆ    „‚† Œ “  —‡   “

51

kritische succesfactoren inbreiding uitleg

status

1e oplevering woning woning aantallen

mobiliteit

Kennis en capaciteit

stikstof

programmering/ businesscase

Andere knelpunten

Weijenwest fase 1 en fase 2/5

uitleg

zacht

2025

244

v

v

?

v

v

Heeswijkse akkers

uitleg

zacht

2023

73

?

Kamersche Hoef

uitleg

zacht

2024

139

?

Zwarte molen

uitleg

hard

in uitvoering

99

De Erven

uitleg

hard

in uitvoering

298

Bunderstraat

uitleg

zacht

2025

320

Schutboom fase 1

uitleg

hard

2025

De Burgt fase 1b

uitleg

hard

2025

uitleg

zacht

2029

1500

Spoorzone incl WXL

inbreiding

hard/zacht

2022

4800

Station Oost

inbreiding

zacht

2025

1190

Groote Wielen Noordoosthoek

uitleg

zacht

2024

700

zacht

2024

400

Gemeente en plannaam Bernheze

v v

? v

?

v

v

v

?

v

v

53

v

?

193

v

?

v

Boekel

v

Boxtel Noordwesthoek

?

v

v

?

v

v

?

v

v

?

v

v

v

v

Den Bosch

extra flexwoningen

v

v

?

v

?

v

?

v

?

v

v

v

?

v

v

Heusden De Grassen

uitleg

zacht

2024

650

De Oosters

uitleg

zacht

2025

135

v

Wolfshoek

uitleg

zacht

2027

400

Generaal De Bonskazerne

inbreiding

optie

2023

117

GVV-terrein

inbreiding

optie

2030

50

Maasbroekse Blokken - fase 2

uitleg

zacht

2028

289

v

v

?

v

v

Maasbroekse Blokken - fase 2 deel 2

uitleg

zacht

2031

280

v

v

?

v

v

Rigida Schothorst

uitleg

zacht

2031

220

v

v

?

v

v

Sprankel

inbreiding

zacht

2025

58

v

?

Wijziging 1 (max 14 woningen) - Brakels Eng

inbreiding

zacht

2025

57

?

Akkerwinde fase 3a/3b/3c

uitleg

zacht

2024

100

?

Eikenheuvel

uitleg

zacht

2025

475

?

v

v

Gebiedsontwikkeling Kastanjeweg-Oost

inbreiding

zacht

2025

350

?

v

v

kloosterstraat dierenparkje

inbreiding

zacht

2024

22

?

v

v

Leeuweriksweg/land v Ravensteinstr

inbreiding

zacht

2025

120

?

Niemeskant

uitleg

zacht

2024

186

?

v

Piusplein

inbreiding

zacht

2024

75

?

v

v

Repelakker fase 3

uitleg

zacht

2024

480

?

v

v

Uden Noord (PM kamer 4)

uitleg

hard

2024

105 of 35

?

v

v

Veghels Buiten NO flexwon

uitleg

zacht

2023

50

?

Veghels Buiten NO

uitleg

zacht

2024

300

Rembrandtlaan

inbreiding

zacht

2024

224

Havenkwartier (Zuidkade)

inbreiding

zacht

2025

Hooghekke fase 1

uitleg

zacht

De Grote Braak/Plein fase 1

inbreiding

Zwembadweg / Koningsvaaren Wvg locatie Sint-Oedenrode

v

v

Land van Cuijk

?

v

v v

Maashorst

v

v

v

v

Meierijstad

? v

v

?

v

150

?

v

2025

75

?

v

zacht

2025

122

?

Uitbreiding

zacht

2025

101

?

Uitbreiding

zacht

2026

550

Fraterspark

inbreiding

zacht

2026

50

Raadhuislaan Noord

inbreiding

zacht

2025

200

Raadhuislaan Zuid

inbreiding

zacht

2026

Euterpelaan

inbreiding

zacht

Sinopel

inbreiding

Schadewijk herstructurering

v v

v

?

v

v

?

v

v

v

v

?

v

v

440

v

v

?

v

v

2025

700

v

v

?

v

v

zacht

2025

130

v

v

?

v

v

inbreiding

zacht

2026

100

v

v

?

v

v

Tijdelijk wonen locaties 2-3-4

inbreiding

zacht

2024

143

v

v

?

v

v

Stationskwartier Ravenstein

inbreiding/ uitleg

zacht

2025

260

v

v

?

v

v

Amsteleind

uitleg

zacht

2025

1100

v

v

?

v

v

inbreiding

zacht

2028

455

?

v

Voorburg

inbreiding

zacht

2026

500

v

?

v

Leijhoeve

inbreiding

zacht

2025

290

v

?

v

Isabellaveld

inbreiding

hard

2024

66

?

v

Enexisterrein

inbreiding

zacht

2026

115

?

v

Oss

Sint Michielsgestel Kentalisterrein Vught v

v v

v

52

Bijlage 7: Contouren financiële herplaatsingsgarantie voor flexwoningen Op 6 december 2022 hebben de Branchevereniging Aedes, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en minister De Jonge voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening overeenstemming bereikt over de contouren van een financiële herplaatsingsgarantie voor het realiseren van flexwoningen. Op de Rijksbegroting is 220 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de herplaatsingsgarantie.

Regeling Gemeenten, corporaties en Rijk spannen zich maximaal in om flexwoningen een tweede en eventueel derde locatie te geven. Flexwoningen staan in de regel gemiddeld 10 tot 15 jaar op een locatie en worden daarna hergebruikt op een andere locatie, maar de investering is dan nog niet terugverdiend. De herplaatsingsgarantiestappen: 1.

Eerst verkennen of de woning herplaatst kan worden in de regio van de woningcorporatie.

2.

Daarna verkennen in een andere regio of in de provincie,

3.  Daarna zorgt het Rijk voor een marktmeester die landelijk de locaties, wensen van gemeenten en beschikbare flexwoningen bij elkaar brengt. 4.  Mocht de woning na deze stappen alsnog niet geplaatst kunnen worden dan volgt er een financiële compensatie.

Financiële compensatie Binnen de financiële herplaatsingsgarantie zijn afspraken gemaakt over de verdeling van dit risico tussen betrokkenen. De verdeling is vastgesteld op 60% Rijk, 25% gemeente en 15% eigen risico voor de corporatie. De komende tijd wordt deze garantiestelling nader financieel-juridisch uitgewerkt.

53

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=2418c916-1bfd-411f-afda-9f8172d10c1f