Zienswijze 9
Tekst van het document
Van: Verzonden: maandag 6 december 2021 16:36 Aan: CC: Onderwerp: Zienswijze betreffende ontwerpbestemmingsplan Woningbouw Binnenweg Rijksstraatweg, Wilp, plan nummer 170353 Geachte raad, Hierbij dienen wij als bewoners aan de Binnenweg 86 te Wilp een zienswijze in m.b.t. het ontwerpbestemmingsplan woningbouw Binnenweg/Rijksstraatweg Wilp (plan nummer 170353). Het Word document in de bijlage bevat ook de tekst van deze mail. Met vriendelijke groet,
Zienswijze betreffende ontwerpbestemmingsplan Woningbouw Binnenweg Rijksstraatweg, Wilp, plan nummer 170353
Om te beginnen is het goed te zien dat er nu meer uitgewerkte plannen ter inzage zijn gekomen betreffende de Woningbouw Binnenweg Rijksstraatweg Wilp. Ook wij juichen het toe dat er woningen in Wilp bijkomen en hopelijk kan de wens van de jeugd uit Wilp om hier te kunnen wonen in vervulling gaan. Het ontwerpbestemmingsplan geeft nu op hoofdlijnen een beter beeld over de inrichting, infrastructuur en maatvoering van het dorpserf. Er zijn wat ons betreft wel enkele aandachtspunten die nader onderzocht moeten worden en mogelijk tot aanpassingen of aanscherpingen kunnen leiden voordat de raad instemt met het voorliggende dan wel aangepaste ontwerpbestemmingsplan.
De zienswijze betreft de volgende punten, argumenten en verzoeken: 1. Verkeersdrukte/veiligheid Er komt een toename van verkeersdrukte/bewegingen door de nieuwe bewoners zelf, maar ook door familie- en vriendenbezoek, koeriers, etc. Uit de bijlagen b_NL.IMRO.0285.8117-OW00_tb18 (over verkeersintensiteit en parkeren) en b_NL.IMRO.0285.8117-OW00_tb6 (over geluidsoverlast) komt naar voren dat de verkeersintensiteit op de Binnenweg met zo’n 45 % toeneemt en dat er zo’n 52 auto’s bij komen (gegeven het nu ingetekende aantal woningen in plandeel A en D en de parkeerplaatsberekening per woningtype). Wij maken ons daarom zorgen over de verkeersdrukte, verkeersveiligheid en bewegingsruimte van spelende kinderen, wandelaars, (brom)fietsers die zich ook op de Binnenweg begeven. Dit betreft niet alleen dorpelingen, maar ook passanten van elders. In het plandeel A zijn 2 in-/uitritten ingetekend. De noordelijke inrit ligt tegenover de nrs. 84 en 86 aan de Binnenweg. De zuidelijke tegenover nr. 66. Dit leidt bij de in-/uitritten tot meervoudige verkeersbewegingen die het op die plekken onoverzichtelijk maken en daarmee juist bij de in-/uitritten nog verkeersonveiliger maken.
Punt 1a. Ons dringende verzoek is om op het erf van plandeel A een eenrichtingverkeer in te stellen. Waarbij de noordelijke in-/uitrit tegenover de nrs. 84 en 86 als inrit geldt en de zuidelijke in-/uitrit een uitrit wordt. Daarmee worden ons inziens de verkeersbewegingen op de Binnenweg overzichtelijker en veiliger. Ook zal de overlast van inschijnende koplampen van auto’s op woningen aan de Binnenweg veel minder worden, zowel aan de noordelijke als aan de zuidelijke kant. (zie ook punt 1b hierna) We hebben hierover contact en informatie-uitwisseling met de betrokken buren gehad. In een verkennend gesprek met een vertegenwoordiger van de projectontwikkelaar werd het idee van eenrichtingsverkeer op het Dorpserf ook meegenomen.
Punt 1b. Mocht het eenrichtingsverkeer niet ingesteld worden, hebben wij een specifiek op onze woning op nr. 86 toegespitst verzoek. De noordelijke in-/uitrit loopt vanuit het erf schuin aan op de Binnenweg over een lengte van zo’n 35 meter. Daardoor zullen bij duisternis de koplampen van auto’s bij ons rechtstreeks in de woonkamer schijnen tot op de eettafel aan de achterkant. Als de lichten van de auto’s daarbij ook nog een verticale op-en-neergaande beweging maken doordat ze over de regenafvoergoten rijden bij de opgang naar de BInneweg, zullen ‘lichtflitsen’ precies op onze woning tot overlast leiden. Dat vinden wij bezwaarlijk. Het verzoek is om de overgang van het erf naar de Binnenweg bij de in-uitrit zo vlak te maken dat de verticale beweging van koplamplicht niet ontstaat. In het verkennende gesprek met de vertegenwoordiger van de projectontwikkelaar werd aangegeven dat hiervoor wel adequate oplossingen mogelijk zijn.
2. Nokhoogte 11 meter? Bij nadere bestudering van het plan en de bijlage b_NL.IMRO.0285.8117-OW00_rb2 (beeldkwaliteit maatvoeringen) dat er voor alle woningen een maximale nokhoogte van 11 meter wordt ingetekend, met verschillen in goothoogtes van 4 of 6 meter.
Tegelijkertijd worden er in de bijlage enkele dwarsprofielen getoond waaruit valt af te leiden dat er verschillende nokhoogtes gedacht zijn. In onderstaande plaatje is op de profielen A Binnenweg en B Dorpserf de ingetekende horizontale maatvoering gebruikt om de verticale maatvoering van de nokken te berekenen.
Daar komt voor profiel A uit dat een van de geplande 2-onder-1 kap woningen aan de Binnenweg zo’n 10,3 meter hoog is ingetekend ten opzichte van de bestaande woning aan de andere kant van Binnenweg die een nokhoogte van 9 meter heeft. Binnen het Dorpserf (profiel B) is een andere geplande 2-onder-1 kap woning aan de Binnenweg ingetekend met een nokhoogte van 9,2 meter en het rijtje woningen aan de westkant van het Dorpserf zou een nokhoogte hebben van 7,5 meter.
Bovenstaande roept de vraag op of en in welke mate de nokhoogtes van de diverse woningen en woningtypes gelijk dan wel verschillend zullen zijn bij realisatie. Punt 2a. Ons inziens is het bezwaarlijk wanneer over de hele linie een maximale nokhoogte van 11 meter gebouwd gaat worden. Dit laat het Dorpserf onacceptabel detoneren binnen Wilp als dorp en ook ten opzichte van de nabije bestaande woningen. Kijkend naar de nokhoogtes van de bestaande woningen aan de Binnenweg en bij andere recente bouwprojecten, is ons verzoek om dit in lijn met elkaar te brengen en ieder geval niet tot het ingetekende maximum te laten uitlopen. (Bijvoorbeeld Binnenweg nrs 122 en 124 hebben ons inziens een nokhoogte die niet past bij de directe omgeving en ook niet bij het dorpskarakter van Wilp in zijn algemeenheid). Dit is ons inziens haalbaar binnen het Bouwbesluit. Punt 2b. Als we kijken naar de beukmaat van 4,5 meter van de 10 tussenwoningen op het Dorpserf en de 5 tussenwoningen op plandeel C, Molenplein, en dat combineren met een nokhoogte van 11 meter, zou dat ons inziens leiden tot een aanblik van zeer geknepen smalle huisjes met een nokhoogte ver uit balans.
Los van de uiteindelijke nokhoogtes van de tussenwoningen is ons inziens de beukmaat van 4,5 meter voor 10 van 25 woningen in plandeel A te smal om met voldoende woon- en leefruimte (wel)tevreden en plezierig te kunnen wonen op het Dorpserf. Dit soort beukmaten lijken ons meer te passen in dichtbebouwde urbane en suburbane wijken en buurten. Ons verzoek aan de gemeente raad is om hier kritisch naar te willen kijken of de gemeente een dergelijke krappe bewoning wil aanbieden aan onze toekomstige overburen. Hierbij lijkt ons een expliciete matching met de bedoeling, kaders en normering in de Dorpsvisie Wilp 2010 voor de hand te liggen. Past dit in de Dorpsvisie WilP? Punt 2c. Aansluitend op punt 2b. verzoeken wij de gemeenteraad ook te willen kijken naar de woningdichtheid als zodanig. Ook hier lijkt een matching met de bedoeling, kaders en normering in de Dorpsvisie Wilp 2010 voor de hand te liggen. Denkbaar is om van alle rijtjeswoningen de tussenwoningen meer ruimte te geven (dwz niet in de hoogte, maar in de breedte). Door bijvoorbeeld van elk rijtje een tussenwoning weg te laten. Voor plandeel A zou dit betekenen 3 tussenwoningen weg te laten en de andere tussenwoningen meer woon- en leefruimte te geven. Door een beperkt aantal tussenwoningen weg te laten zal dit overigens ook een vermindering van verkeersdruk/bewegingen en verkeersonveiligheid leiden.
Gebruikmakend van de berekeningen in de bijlage b_NL.IMRO.0285.8117-OW00_tb18 , zou dit neerkomen op 5 à 6 auto’s minder en 10% minder toename van de verkeersintensiteit op de Binnenweg. Punt 2d. Tot slot verzoeken wij de gemeenteraad te onderzoeken of een verbinding voor auto’s tussen plandeel A en plandeel C mogelijk is. Hiermee zou de verdeling van verkeersdrukte heel anders komen te liggen. Bij het voorliggende
ontwerpplan wordt berekend dat 63% van het toegenomen verkeer via de Binnenweg het dorp moet uitrijden. Daarbij is de keuze uit drie uitvals- en toegangswegen: Binnenweg – Rijksstraat aan de zuidkant , de Dorpsstraat en de Kerkstraat. We zien nu al dat de meest voor de hand liggende uitvalsweg via de Dorpsstraat loopt. Door de bewoning van het rijtje ‘oude’ woningen aan het begin van de Dorpsstraat is daar door geparkeerde auto’s feitelijk de situatie ontstaan dat er een halve rijbaan beschikbaar is voor uitgaand en inkomend verkeer. Dat leidt tot overlast en opstoppingen voor auto’s en fietsers. Daarnaast is de Binnenweg in het zuidelijk deel een smalle weg met een onoverzichtelijke bocht en een onoverzichtelijke opgang naar de Rijksstraatweg. Deze opgang ligt kort na het binnenrijden in de bebouwde kom van Wilp met extra verkeersbewegingen in en uit de Lathmer. Een extra opgang naar de Rijksstraatweg staat nu ingetekend voor alleen plan C Molenplein. Voor het veilig kunnen in- en uitrijden naar deelplan C Molenplein zijn toch al aanvullende maatregelen nodig.
Wilp, 6 december 2021
Zienswijze betreffende ontwerpbestemmingsplan Woningbouw Binnenweg Rijksstraatweg, Wilp, plan nummer 170353
Om te beginnen is het goed te zien dat er nu meer uitgewerkte plannen ter inzage zijn gekomen betreffende de Woningbouw Binnenweg Rijksstraatweg Wilp. Ook wij juichen het toe dat er woningen in Wilp bijkomen en hopelijk kan de wens van de jeugd uit Wilp om hier te kunnen wonen in vervulling gaan. Het ontwerpbestemmingsplan geeft nu op hoofdlijnen een beter beeld over de inrichting, infrastructuur en maatvoering van het dorpserf. Er zijn wat ons betreft wel enkele aandachtspunten die nader onderzocht moeten worden en mogelijk tot aanpassingen of aanscherpingen kunnen leiden voordat de raad instemt met het voorliggende dan wel aangepaste ontwerpbestemmingsplan. Hierbij dienen wij als bewoners aan de Binnenweg 86 te Wilp een zienswijze in m.b.t. het ontwerpbestemmingsplan woningbouw Binnenweg/Rijksstraatweg Wilp (plan nummer 170353). De zienswijze betreft de volgende punten, argumenten en verzoeken: 1. Verkeersdrukte/veiligheid Er komt een toename van verkeersdrukte/bewegingen door de nieuwe bewoners zelf, maar ook door familie- en vriendenbezoek, koeriers, etc.
Uit de bijlagen b_NL.IMRO.0285.8117-OW00_tb18 (over verkeersintensiteit en parkeren) en b_NL.IMRO.0285.8117-OW00_tb6 (over geluidsoverlast) komt naar voren dat de verkeersintensiteit op de Binnenweg met zo’n 45 % toeneemt en dat er zo’n 52 auto’s bij komen (gegeven het nu ingetekende aantal woningen in plandeel A en D en de parkeerplaatsberekening per woningtype). Wij maken ons daarom zorgen over de verkeersdrukte, verkeersveiligheid en bewegingsruimte van spelende kinderen, wandelaars, (brom)fietsers die zich ook op de Binnenweg begeven. Dit betreft niet alleen dorpelingen, maar ook passanten van elders. In het plandeel A zijn 2 in-/uitritten ingetekend. De noordelijke inrit ligt tegenover de nrs. 84 en 86 aan de Binnenweg. De zuidelijke tegenover nr. 66. Dit leidt bij de in-/uitritten tot meervoudige verkeersbewegingen die het op die plekken onoverzichtelijk maken en daarmee juist bij de in-/uitritten nog verkeersonveiliger maken. Punt 1a. Ons dringende verzoek is om op het erf van plandeel A een eenrichtingverkeer in te stellen. Waarbij de noordelijke in-/uitrit tegenover de nrs. 84 en 86 als inrit geldt en de zuidelijke in-/uitrit een uitrit wordt. Daarmee worden ons inziens de verkeersbewegingen op de Binnenweg overzichtelijker en veiliger.
Ook zal de overlast van inschijnende koplampen van auto’s op woningen aan de Binnenweg veel minder worden, zowel aan de noordelijke als aan de zuidelijke kant. (zie ook punt 1b hierna) We hebben hierover contact en informatie-uitwisseling met de betrokken buren gehad. In een verkennend gesprek met een vertegenwoordiger van de projectontwikkelaar werd het idee van eenrichtingsverkeer op het Dorpserf ook meegenomen.
1
Punt 1b. Mocht het eenrichtingsverkeer niet ingesteld worden, hebben wij een specifiek op onze woning op nr. 86 toegespitst verzoek. De noordelijke in-/uitrit loopt vanuit het erf schuin aan op de Binnenweg over een lengte van zo’n 35 meter. Daardoor zullen bij duisternis de koplampen van auto’s bij ons rechtstreeks in de woonkamer schijnen tot op de eettafel aan de achterkant. Als de lichten van de auto’s daarbij ook nog een verticale op-en-neergaande beweging maken doordat ze over de regenafvoergoten rijden bij de opgang naar de BInneweg, zullen ‘lichtflitsen’ precies op onze woning tot overlast leiden. Dat vinden wij bezwaarlijk. Het verzoek is om de overgang van het erf naar de Binnenweg bij de in-uitrit zo vlak te maken dat de verticale beweging van koplamplicht niet ontstaat. In het verkennende gesprek met de vertegenwoordiger van de projectontwikkelaar werd aangegeven dat hiervoor wel adequate oplossingen mogelijk zijn.
2. Nokhoogte 11 meter? Bij nadere bestudering van het plan en de bijlage b_NL.IMRO.0285.8117-OW00_rb2 (beeldkwaliteit maatvoeringen) dat er voor alle woningen een maximale nokhoogte van 11 meter wordt ingetekend, met verschillen in goothoogtes van 4 of 6 meter.
Tegelijkertijd worden er in de bijlage enkele dwarsprofielen getoond waaruit valt af te leiden dat er verschillende nokhoogtes gedacht zijn. In onderstaande plaatje is op de profielen A Binnenweg en B Dorpserf de ingetekende horizontale maatvoering gebruikt om de verticale maatvoering van de nokken te berekenen.
2 Zienswijze Plan Binnenweg 6dec
Bijlage b agina 12
.
.02 5. 11
00 rb2
Daar komt voor profiel A uit dat een van de geplande 2-onder-1 kap woningen aan de Binnenweg zo’n 10,3 meter hoog is ingetekend ten opzichte van de bestaande woning aan de andere kant van Binnenweg die een nokhoogte van 9 meter heeft. Binnen het Dorpserf (profiel B) is een andere geplande 2-onder-1 kap woning aan de Binnenweg ingetekend met een nokhoogte van 9,2 meter en het rijtje woningen aan de westkant van het Dorpserf zou een nokhoogte hebben van 7,5 meter. Bovenstaande roept de vraag op of en in welke mate de nokhoogtes van de diverse woningen en woningtypes gelijk dan wel verschillend zullen zijn bij realisatie. Punt 2a. Ons inziens is het bezwaarlijk wanneer over de hele linie een maximale nokhoogte van 11 meter gebouwd gaat worden. Dit laat het Dorpserf onacceptabel detoneren binnen Wilp als dorp en ook ten opzichte van de nabije bestaande woningen. Kijkend naar de nokhoogtes van de bestaande woningen aan de Binnenweg en bij andere recente bouwprojecten, is ons verzoek om dit in lijn met elkaar te brengen en ieder geval niet tot het ingetekende maximum te laten uitlopen. (Bijvoorbeeld Binnenweg nrs 122 en 124 hebben ons inziens een nokhoogte die niet past bij de directe omgeving en ook niet bij het dorpskarakter van Wilp in zijn algemeenheid). Dit is ons inziens haalbaar binnen het Bouwbesluit. Punt 2b.
Als we kijken naar de beukmaat van 4,5 meter van de 10 tussenwoningen op het Dorpserf en de 5 tussenwoningen op plandeel C, Molenplein, en dat combineren met een nokhoogte van 11 meter, zou dat ons inziens leiden tot een aanblik van zeer geknepen smalle huisjes met een nokhoogte ver uit balans. Los van de uiteindelijke nokhoogtes van de tussenwoningen is ons inziens de beukmaat van 4,5 meter voor 10 van 25 woningen in plandeel A te smal om met voldoende woon- en leefruimte (wel)tevreden en plezierig te kunnen wonen op het Dorpserf. Dit soort beukmaten lijken ons meer te passen in dichtbebouwde urbane en suburbane wijken en buurten. Ons verzoek aan de gemeente raad is om hier kritisch naar te willen kijken of de gemeente een dergelijke krappe bewoning wil aanbieden aan onze toekomstige overburen. 3 Zienswijze Plan Binnenweg 6dec
Hierbij lijkt ons een expliciete matching met de bedoeling, kaders en normering in de Dorpsvisie Wilp 2010 voor de hand te liggen. Past dit in de Dorpsvisie WilP? Punt 2c. Aansluitend op punt 2b. verzoeken wij de gemeenteraad ook te willen kijken naar de woningdichtheid als zodanig. Ook hier lijkt een matching met de bedoeling, kaders en normering in de Dorpsvisie Wilp 2010 voor de hand te liggen. Denkbaar is om van alle rijtjeswoningen de tussenwoningen meer ruimte te geven (dwz niet in de hoogte, maar in de breedte). Door bijvoorbeeld van elk rijtje een tussenwoning weg te laten. Voor plandeel A zou dit betekenen 3 tussenwoningen weg te laten en de andere tussenwoningen meer woon- en leefruimte te geven. Door een beperkt aantal tussenwoningen weg te laten zal dit overigens ook een vermindering van verkeersdruk/bewegingen en verkeersonveiligheid leiden. Gebruikmakend van de berekeningen in de bijlage b_NL.IMRO.0285.8117-OW00_tb18 , zou dit neerkomen op 5 à 6 auto’s minder en 10% minder toename van de verkeersintensiteit op de Binnenweg. Punt 2d. Tot slot verzoeken wij de gemeenteraad te onderzoeken of een verbinding voor auto’s tussen plandeel A en plandeel C mogelijk is. Hiermee zou de verdeling van verkeersdrukte heel anders komen te liggen. Bij het voorliggende ontwerpplan wordt berekend dat 63% van het toegenomen verkeer via de Binnenweg het dorp moet uitrijden.
Daarbij is de keuze uit drie uitvals- en toegangswegen: Binnenweg – Rijksstraat aan de zuidkant , de Dorpsstraat en de Kerkstraat. We zien nu al dat de meest voor de hand liggende uitvalsweg via de Dorpsstraat loopt. Door de bewoning van het rijtje ‘oude’ woningen aan het begin van de Dorpsstraat is daar door geparkeerde auto’s feitelijk de situatie ontstaan dat er een halve rijbaan beschikbaar is voor uitgaand en inkomend verkeer. Dat leidt tot overlast en opstoppingen voor auto’s en fietsers. Daarnaast is de Binnenweg in het zuidelijk deel een smalle weg met een onoverzichtelijke bocht en een onoverzichtelijke opgang naar de Rijksstraatweg. Deze opgang ligt kort na het binnenrijden in de bebouwde kom van Wilp met extra verkeersbewegingen in en uit de Lathmer. Een extra opgang naar de Rijksstraatweg staat nu ingetekend voor alleen plan C Molenplein. Voor het veilig kunnen in- en uitrijden naar deelplan C Molenplein zijn toch al aanvullende maatregelen nodig.
Wilp, 6 december 2021
4 Zienswijze Plan Binnenweg 6dec