CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

Zienswijze 22 (aanvullende mail van 21 januari 2022)

gemeenteraad 31 januari 2022, gemeente VoorstBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello’3.285 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Van: Verzonden: vrijdag 21 januari 2022 11:15 Aan: RAAD <RAAD@voorst.nl> Onderwerp: Schriftelijke reactie digitaal ronde-tafelgesprek maandag 24 januari 18.00 uur zienswijze 22

Geachte Raadsleden, Naar aanleiding van de opgestelde zienswijzennotitie over Bestemmingsplan Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello hebben wij een schriftelijke reactie opgesteld die als bijlage is toegevoegd. Het betreft zienswijze 22. We verzoeken U deze reactie bij uw overwegingen te betrekken. Met vriendelijke groeten,

Zienswijze 22: d.d. 26 oktober 2021, kenmerk 2021-61148 1

2

Zienswijze De keuze om buiten bestaand stedelijk gebied te bouwen wordt gemotiveerd door te verwijzen naar Twello.250. Een systematische studie naar woningbouwlocaties binnen bestaand stedelijk gebied ontbreekt. Dat er binnen bestaand stedelijk gebied wel degelijk mogelijkheden zijn, blijkt uit het feit dat er sinds het verschijnen van Twello.250 diverse woningbouwprojecten binnen de bebouwde kom zijn ontwikkeld. De indieners verwijst in dit kader ook naar de studie Ruimte Zat in de Stad van bureau KAW en de aanvulling hierop uit 2021 en verzoeken met klem de inzichten uit dit rapport mee te nemen in onderzoeken naar woningbouwlocaties binnen de bebouwde kom. De indieners vragen om verbreding van de groenbuffer tussen Fliertlanden-Zuid en Holthuizerstraat 12, 18 en 22 van 6 tot minimaal 15 m. Daarnaast vragen zij om het borgen van: - beplanting met streekeigen planten als meidoorn, sleedoorn en hondsroos; - verandering van de bestemming van groen naar natuur; - en behoud van bestaande bomen.

Reactie Gemeente Zoals toegelicht in het plan, is er in Twello de komende jaren een aanzienlijke woningbehoefte (250 tot 2030, 100 voor de periode daarna). Om deze behoefte op te vangen zijn – naast kleinschalige binnenstedelijke locaties – ook grootschalige woningbouwlocaties noodzakelijk. Deze grootschalige locaties zijn binnenstedelijk niet voor handen. Hiermee is er noodzaak om buiten bestaand stedelijk gebied te bouwen. Dit is in het locatieonderzoek onderbouwd. Dit onderzoek wordt gesteund door de provincie Gelderland.

Reactie Indiener Het huidige plan is in feite verworden tot een samenstel van vele kleinschalige woningbouw locaties. Deze kunnen op zich ook binnenstedelijk gerealiseerd worden. Voorbeelden zijn De Vier Erven, patiowoningen Ijsbaanweg, hoek Stationsstraat/Veilingstraat en terrein Gemeente werf, Brandweerkazerne en oude Veluws College. We verzoeken u dan ook om de bouwmogelijkheden binnen de bebouwde kom verder systematisch te onderzoeken en ook de inzichten mee te nemen uit studie van bureau KAW uit 2020 Ruimte Zat in de Stad en aanvulling hierop uit 2021.

De 15 m afstandsmaat wordt bij dit plan gehanteerd voor de landschappelijke inpassing van een appartementengebouw. Dit vanwege een balkon/terras op de 1e en 2 e verdieping. Dit is niet noodzakelijk bij grondgebonden woningen. Een afstandsmaat van 6 m volstaat. De groenstrook wordt aangeplant met streekeigen beplanting. De bestemming Groen is opgenomen voor de ontwikkeling van groensingels, houtwallen en kleine bosschages. Deze hebben een landschappelijke waarde in de vorm van een afschermende functie en zijn ook vaak waardevol voor de flora en fauna omdat ze leefgebied en schuilgelegenheid bieden voor vogels en andere dieren. De bestemming Natuur is opgenomen voor de zone rondom de ecologische verbindingszone De Fliert. In de planvorming is behoud van bestaande, vitale bomen een uitgangspunt.

In de betreffende groenstrook bevinden zich een achttal jong volwassen essen bomen. Volwassen essen kunnen een kroondiameter van meer dan 15 meter bereiken. Verder zullen vanwege hoge grondwaterstanden de woningen direct achter de groenstrook verhoogd worden gebouwd. Een nieuw feit waarover niet eerder is gecommuniceerd (zie ook punt 6). Om de bomen voldoende ontwikkelingskansen te bieden en de privacy impact van verhoogde bouw te beperken wordt nogmaals met klem verzocht de groenbuffer te verbreden tot 15 m. Ook in het concept beeldkwaliteitsplan was al in een veel royalere groenstrook voorzien.

3

De indieners vrezen voor negatieve invloed op hun privacy en vragen daarom binnen de bestemming Wonen – 1 voor de kavels 149(E) t/m 152(E) de maximale nokhoogte te beperken op 8 m en de goothoogte op 3,5 m. Voor de overige vrijstaande en twee-ondereen-kapwoningen vragen zij de nokhoogte tot 10 m en de goothoogte tot 4 m te beperken.

De bouwhoogte wordt gewijzigd naar 10 m. Een afwijkingsmogelijkheid van 10% zorgt voor enige flexibiliteit, zodat maximaal 11 m hoog kan worden gebouwd. Vanwege de beeldkwaliteitseisen (forse kap) is een bouwhoogte van 10 m noodzakelijk om ook aan de eisen van het Bouwbesluit te kunnen voldoen.

4

De geluidsbelasting is voor 25% van de percelen matig en voor 9% tamelijk slecht. Bovendien is de geluidsbelasting door vliegverkeer niet meegenomen. De indieners vragen daarom om de geluidsbelasting door vliegverkeer vast te stellen en deze mee te nemen in de gecumuleerde geluidsbelasting. Daarnaast vragen zij om te onderzoeken of brongerichte geluidsreductie bij de N344 en N792 mogelijk is.

Voor de ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat rondom luchthavens gebieden zijn vastgesteld waar beperkingen gelden om nieuwe woningen toe te laten. Dit is de zogenaamde 48 Lden-contour. Voor Luchthaven Teuge is nog geen 48 Ldencontour vastgesteld, hier is in 2010 tijdelijk een 47-Bkl contour vastgesteld (Omzettingsregeling. Momenteel loopt een procedure voor een Luchthavenbesluit met een 48 Lden-contour. De woningbouwlocatie Fliertlanden ligt buiten de 47-Bkl contour en buiten de 48 Lden contour. Daarom is geen afweging nodig en worden geen beperkingen gesteld voor het toelaten van nieuwe woningen. Verder ligt de locatie niet in de aanvliegroute van Luchthaven Teuge. De kern Twello, en woningbouwlocatie Fliertlanden, zijn aangeduid als een zone ‘te be avoided’. Het verlagen van de snelheid op de N344/N792 willen wij samen met het bevoegd gezag over deze wegen (de provincie Gelderland) verder verkennen als onderdeel van het verkeersonderzoek. Dit idee is met de provincie besproken. Er zijn echter meer aspecten van invloed op de beslissing om de snelheid op deze weg te verlagen. Verder verwijzen wij naar paragraaf 2.3. Het aanleggen van geluidsschermen of - wallen langs wegen past in beginsel niet binnen onze visie op ruimtelijke kwaliteit. Vrijwel nergens in de gemeente Voorst zijn geluidsschermen of -wallen omdat wij een landelijk en dorps karakter nastreven.

Recente nieuwbouw aan de Holthuizerstraat en Dernhorstlaan laten zien dat met een nokhoogte van 8 m en goothoogte van 3,5m zeer goed mogelijk is huizen te bouwen die zowel voldoen aan het Bouwbesluit als aan de in het beeldkwaliteitsplan geschetste kenmerken. We verzoeken u dan ook met klem om maximale nokhoogte op 8 m en goothoogte op 3,5 m te stellen voor de vrijstaande en dubbele woningen in Fliertdal Zuid. Voor zakenvliegtuigen is het ´common practice´ om in rechte lijn aan te vliegen naar vliegveld Teuge. Hun aanvliegroute gaat hiermee zeer laag en recht over de woningbouwlocatie Fliertlanden. Vluchtradar beeld van een representatief voorbeeld laat dit zien en is bijgevoegd in oorspronkelijke zienswijze. De raad wordt gevraagd om te voorkomen dat er voor deze nieuwe plannen onduidelijkheid is voor wat betreft het luchtvaart lawaai. Gevraagd wordt om in overleg met vliegveld Teuge vast te stellen hoe aanvliegroutes die zakenvliegtuigen nu volgen aangepast kunnen worden zodat laagvliegen over Fliertlanden wordt voorkomen. Geef daarbij ook aandacht aan handhaving van deze routes. Randweg bij dorp Voorst is mooi voorbeeld van goed ingepaste geluidswal. Pas deze principes ook bij Twello toe.

Door Twello steeds verder te laten groeien met grootschalige nieuwbouw ontstaat de noodzaak de wegen infrastructuur hierop aan te passen en zal het landelijk en dorps karakter verloren gaan. Dit kan voorkomen worden door groei in het dorp Twello te beperken.

5

6

Het verkeerskundig onderzoek is volgens de indieners onvolledig: bij de kruising Holthuizerstraat-N2344 is de zichtlijn op het fietspad in zuidelijke richting slecht. Dit probleem wordt verergerd door het feit dat hier ook speed pedelecs en bromfietsers van het fietspad gebruik maken en dat het fietspad in twee richtingen gebruikt wordt. Daarnaast wordt er te hard gereden in de straat, ontbreekt het voetpad in het noordelijke en zuidelijke deel van de straat en is er veel sluipverkeer richting de Schaker en Deventer. Door de nieuwe woningen in deelgebied 4 en 5 en de voorgenomen sluiting van de spoorwegovergang aan de Dernhorstlaan neemt dit sluipverkeer nog verder toe. Dit is in het verkeersonderzoek niet meegenomen. De indieners vragen daarom om een nieuw verkeersonderzoek waarin bovenstaande punten worden meegenomen. Daarnaast zouden zij graag zien dat de Holthuizerstraat wordt heringericht tot 30 km-zone en de ontsluiting van woongebied 4 via deParallelweg ook open te stellen voor autoverkeer. Ten slotte vragen de indieners het effect van het autoverkeer op geluidsbelasting en luchtkwaliteit voor de bestaande woningen aan de Holthuizerstraat te onderzoeken. Het waterschap adviseert om boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen en een beeld te hebben van de heersende grondwaterstanden en GHG. Dit inzicht ontbreekt volgens de indieners.

De indieners wijzen ook op de hoge grondwaterstanden in dit gebied in de winter (tot minder dan 10 cm onder het maaiveld). De indieners verzoeken de adviezen van het

Het verkeersonderzoek van Goudappel beoordeelt de aansluiting van de Holthuizerstraat op de Rijksstraatweg als voldoende veilig en toont aan dat de Holthuizerstraat voldoende capaciteit heeft om de verkeerstoename vlot en veilig af te wikkelen. Het rapport concludeert ook dat de Holthuizerstraat bij een toekomstige herinrichting smaller kan worden vormgegeven, passend bij een 30 km zone. Wij zijn voornemens om de Holthuizerstraat te herinrichten volgens de ontwerpprincipes die passen bij een 30 km zone. Uitvoering hiervan vindt volgens de huidige planning deels vóór en deels na realisatie van de woningen plaats. Een weg herinrichten wanneer er voor woningbouw nog veel zwaar verkeer overheen moet, betekent normaliter kapitaalvernietiging. Bij de herinrichting van wegen betrekken wij altijd de omgeving, waarbij deze wensen en suggesties kan aangeven zoals het ontbreken van voetpaden en de klachten over snelheid. De verkeerstoename als gevolg van een mogelijke sluiting van de Dernhorstlaan wordt nihil geacht, vanwege de alternatieve route via de Rijksstraatweg en de Domineestraat. Om deze reden is woongebied 4 enkel ontsloten via de rotonde N344, waarmee de verkeerstoename in de Holthuizerstraat beperkt blijft.

Het openstellen van de Parallelweg voor autoverkeer als ontsluiting van woongebied 4, betekent een ongewenste verkeerstoename in het verharde deel van de Parallelweg en de Holthuizerstraat.

Een goede herinrichting van de Holthuizerstraat tot een echte 30 km zone wordt zeer gewaardeerd.

In het voortraject van de planprocedure is een geohydrologisch onderzoek uitgevoerd door een gerenommeerd bureau. Dit bureau heeft bij haar onderzoek grondboringen gedaan, grondwatermetingen en infiltratieonderzoeken uitgevoerd en peilbuizen geplaatst die nu onderdeel zijn van het gemeentelijk grondwatermeetnet. Daarnaast heeft dit bureau de langjarige reeksen van bestaande grondwaterpeilbuizen gebruikt. Hiermee is goed inzicht gekregen in de heersende grondwaterstanden, de

Tijdens inloop sessie op 30 september j.l. is door Beleidsmedewerker ruimtelijke ontwikkeling gemeld dat GHG waarden nog niet bekend waren mede omdat diverse gronden nog geen of onvoldoende lang eigendom zijn van Gemeente. Bepaling GHG duurt meerdere jaren. In tegenspraak met gedane melding schijnt dat inzicht er opeens toch wel te zijn.

Ook voorstel van de Gemeente om samen te onderzoeken of er voor de huidige situatie - en met het oog op de toekomstige nieuwbouw maatregelen met een breed draagvlak haalbaar zijn om te komen tot een betere verkeersafwikkeling, goede bereikbaarheid en verkeersveilige weginrichting in Twello Noord en een prettiger woon- en leefomgeving wordt ondersteund. Wel wordt hierbij gevraagd om dit uit te voeren alvorens het bestemmingsplan definitief wordt vastgesteld. Verwacht veel goede en creatieve verbetervoorstellen maar dan moeten er wel ook nog aanpassingen in nieuwbouwplannen mogelijk zijn.

waterschap als bindende voorwaarden op te nemen in de planregels.

7

In het dal van de Fliert bevindt zich volgens de indieners een keileemlaag die zeer bepalend is voor de hydrologie van het gebied en essentieel voor het bestaan van de Fliert. Het draagvermogen van deze gronden is beperkt waardoor er voor bouwactiviteiten maatregelen nodig zullen zijn. Door de geplande bouwactiviteiten kan een ´gatenkaas´ in de aanwezige keileemlaag ontstaan met potentieel zeer ernstige consequenties voor de grondwaterstand, zoals droogval van de Fliert, funderingsschade van de bestaande bebouwing en verdrogingsschade van de aanwezige flora.

GHG en geohydrologische toestand van de beide plangebieden. De grondwaterstanden geven weliswaar reden tot ophoging van de gronden, maar staan een haalbaarheid niet in de weg. De uitgangspunten om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te bouwen en om een goed inzicht te hebben in de heersende grondwaterstanden zijn ook de uitgangspunten van de gemeente. Ook het grondwaterneutraal bouwen hoort hierbij. Slechts bij het bouwrijp maken en de bouw van de woningen kan sprake zijn van kortdurende drainage.

In het gebied zijn geen keileemlagen aangetroffen. Wel zijn er nagenoeg overal leemlagen aanwezig, wat overeenkomt met de verwachting van een beekdal. Deze lagen variërend in dikte van 20 tot 80 cm. Deze leemlagen bevinden zich voornamelijk op een diepte van 0,5 tot 2,0 m beneden het huidige maaiveld. Ook bij de ontwikkelingen Achter ’t Holthuis, De Schaker en dergelijke zijn deze leemlagen aangetroffen. Het streven is niet om deze lagen te doorbreken, maar regenwater te infiltreren waar dit kan en verder collectief te verzamelen in de zone rond de Fliert. Door het ophogen in verband met de gemiddelde hoogste grondwaterstand wordt het merendeel van de leemlagen niet tot nauwelijks aangetast. De Fliert is een laaglandbeek die voornamelijk wordt gevoed door regenwater en lokale kwel (IJssel). Dergelijke beeksystemen vallen zomers soms droog. Het Waterschap heeft afgelopen jaar de bodem verondiept

Gevraagd wordt inzicht in de heersende grondwaterstanden, de GHG en geohydrologische toestand openbaar te maken. In bijzin wordt nu opeens ook gemeld dat gronden opgehoogd gaan worden. Hierover is niet gecommuniceerd met belanghebbenden en het maakt geen onderdeel uit van de gepresenteerde plannen. Dit kan ernstige implicaties hebben voor landschappelijke kwaliteit, bewoners van aangrenzende percelen (die niet opgehoogd worden) en voor volksgezondheid ( zie recente berichten bij Zembla, Pointer en RIVM rapport 2021-0168 ) . De Raad wordt met klem gevraagd er op toe te zien dat de plannen voor ophoging van gronden openbaar worden gemaakt, hierop inspraak mogelijk te maken en dan integraal op te nemen in het bestemmingsplan alvorens dit definitief vast te stellen. Voor de hydrologie van het Fliertdal is het van groot belang dat de aanwezige waterkerende leemlaag niet beschadigd raakt vooral ook omdat bouwactiviteiten op veel kortere afstand van de Fliert plaats vinden dan bij wijken Achter ’t Holthuis en De Schaker. Denk hierbij naast woningbouw ook aan bijv. de rioolwaterberging en brug over de Fliert. Op grond van de Waterwet heeft de Gemeente een zorgplicht. Zo is het mogelijk om via bestemmingplanvoorschriften paal en perk te stellen aan ondergrondse constructies, zoals bijvoorbeeld kelders en kruipruimtes en te gebruiken funderingstechnieken.

Dergelijke voorschriften ontbreken nu nog volledig.

8

In het plandeel Fliertlanden bevinden zich de woningbouw locaties in het dal van de Fliert, een water van het ‘Hoogste Ecologische Niveau’ en met een ‘Specifiek Ecologische Doelstelling’.

9

De indieners wijzen op fijnstof PM2,5 . In het milieutechnisch onderzoek wordt de verwachting uitgesproken dat in toekomst aan WHO-norm wordt voldaan. Houtstook geeft een belangrijke bijdrage aan zeer fijn stof. De laatste jaren neemt houtstook sterk toe. Om een goede luchtkwaliteit te borgen, vragen de indieners daarom om passende

zodat water minder snel wegloopt én dat omliggende landerijen minder snel verdrogen door het drainerende effect van de Fliert. Zoals hierboven gesteld, hebben de bouwactiviteiten hier niet of nauwelijks effect op. Het onderzoeken van de draagkracht van de bodem voor woningbouw, en de geschikte wijze van funderen, is de verantwoordelijkheid van de projectontwikkelaars en bouwbedrijven die de woningen gaan bouwen. Hier heeft de gemeente wettelijk geen rol in, behoudens de controle op de sterkteberekening. De keuze voor de fundering is aan de bouwer/architect. Het al dan niet laten uitvoeren van een bouwkundige nulmeting van omliggende woningen, is in beginsel de verantwoordelijkheid van de projectontwikkelaars en bouwbedrijven die de woningen gaan bouwen. Hier hebben wij wettelijk geen rol in, wel zullen wij als grondeigenaar hier zorgvuldig mee omgaan. Het is niet correct dat de Fliert een water van het “Hoogst Ecologische Niveau” is. Wel is correct dat dit water is met een “Specifiek Ecologische Doelstelling”. Door de ruimtelijke invulling van een natuurzone met ruimte voor regenwaterberging rond de Fliert wordt de huidige situatie (begrenzing met steile oevers en overwegend intensieve graslanden) verbeterd. In het recente verleden viel de Fliert over grote delen droog, met de laatste herinrichting is dit verbeterd.

Het is een blijvende inspanning van zowel ons als het waterschap om de watervoerendheid van deze beek te stimuleren. Dit plan is afgestemd met het waterschap. Dit plan overschrijdt de NIBM-drempel van 1.500 woningen niet, dus de Wet Luchtkwaliteit vormt formeel geen belemmering voor het plan, en een nadere afweging is formeel niet nodig. Het stellen van voorschriften over filters op houtkachels is een activiteit die niet in een bestemmingsplan worden geregeld (zie bijvoorbeeld Raad van State, 19-03-2008, 200702083/1, LJN: BD0564, “2.4.8.1). Het kan een effect zijn dat de energietransitie leidt tot meer houtkachels, en dat dit kan leiden tot het ongewenste

De Raad wordt gevraagd om op dit punt nader onderzoek te doen en voorzorgsmaatregelen te nemen zodat door het bouw- en woonrijp maken van de gronden en de uit te voeren bouwactiviteiten geen verlaging van grondwaterstand in het Fliertdal optreedt en droogval van Fliert en schade aan omliggende natuur en bebouwing wordt voorkomen.

Zoveel mogelijk voorkomen van droogval is prima. Voorkom dat door beschadiging van water kerende leemlaag door bouw en funderingswerkzaamheden dit weer verslechtert. ( zie ook punt 7)

Burgerinitiatief Stookvrij Voorst laat zien dat dit breder speelt. Naast het volgen van ontwikkelingen is een proactieve houding op dit gebied gewenst.

filtervoorschriften zodat fijnstof-emissie tot het minimum wordt gereduceerd.

10

Uit de ecologische studies blijkt dat het leefgebied van de bunzing, steenmarter, hermelijn, wezel, eekhoorn, vleermuis, Alpenwatersalamander en das wordt aangetast. Alleen voor die laatste soort is een inrichtingsplan gemaakt, waarop stichting Das&Boom gereageerd heeft. De stichting heeft kritische kanttekening bij de foerageermogelijkheden, de noodzakelijke rust en de uitwisselingsmogelijkheden. De indieners vragen daarom om een aangepast inrichtingsplan voor de das conform de opmerkingen van de stichting en een inrichtingsplan voor de overige dieren die in de ecologische onderzoeken genoemd worden. Daarnaast missen de indieners de ooievaar, konijn en haas in de onderzoeken, terwijl deze soorten ook in het plangebied voorkomen.

neveneffect dat de luchtkwaliteit verslechtert. Na invoering van de Omgevingswet (vermoedelijk 1 juli 2022) hebben wij meer mogelijkheden om dit te reguleren. Nauwgezet worden de landelijke ontwikkelingen hierin gevolgd. Voor dit plan is een quickscan ecologie uitgevoerd. Deze stelt dat binnen de omgeving (tot 5 km) van het plangebied voorkomende soorten zoals haas, konijn en ree een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkeling geldt. Daarnaast zijn bij de quick scan, voorinspectie en nader onderzoek vogels met een jaarrond beschermde nestplaats in de omgeving (straal van 5 km) in beeld gebracht, zoals de ooievaar. Binnen het plangebied, op het perceel aan de Holthuizerstraat (sectie B nr. 2195) staat een ooievaarsnest. Het ooievaarsnest is echter niet in gebruik. Voor de das, bunzing, steenmarter en eekhoorn loopt een ontheffing bij de provincie Gelderland in het kader van de Wet Natuurbescherming. Hierbij is vooral gericht op een goede inrichting voor de das, omdat hierbij meerdere soorten baat bij hebben. De provincie heeft aangegeven dat dit de uitvoerbaarheid van het plan op voorhand niet in de weg staat. De toekomstige inrichtingstekening bij de aanvraag is toegevoegd aan de toelichting op het plan.

Er bevindt zich een bewoond ooievaarsnest op gebouw van Linthorst catering, direct naast het plangebied. Om de functionaliteit van de ooievaarsnesten te beschermen dienen er in de omgeving voldoende foerageer mogelijkheden te zijn. De weilanden in het Fliertdal waar nu woningen zijn gepland worden hiervoor veelvuldig gebruikt. De Raad wordt gevraagd er op toe te zien dat er een plan wordt gemaakt waarin voor het verlies van van fourageermogelijkheden voor de ooievaar wordt gecompenseerd. De (nog) niet bewoonde ooievaarspaal op het perceel aan de Holthuizerstraat (sectie B nr. 2195) fungeert als rustplaats en is daarmee ook beschermd en mag niet verstoord worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11059124/1