Wijzigingsplan Tuinmanswoning Wezeveld vastgesteld
Tekst van het document
27
Wijzigingsplan Tuinmanswoning Wezeveld
Hoofdstuk 7 7.1
Overleg en inspraak
Uitkomsten vooroverleg artikel 3.3.1 Bro
Het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan pleegt daarbij overleg met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het geding zijn. In artikel 3.1.1. wordt bij lid 2 de mogelijkheid gegeven dat de Minister van Infrastructuur en Milieu kan aangeven onder welke omstandigheden of in welke gevallen geen overleg gevoerd hoeft te worden met de rijksdienst die betrokken is bij de zorg voor de ruimtelijke ordening. Na overleg met de betrokken departementen is besloten het overleg te beperken tot die zaken waarbij directe belangen aan de orde zijn. Overigens zijn per 1 januari 2012 de voormalige VROM-inspectie en de Inspectie van Verkeer & Waterstaat samengevoegd tot de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Aangezien er geen sprake is van directe rijksbelangen heeft er geen vooroverleg plaatsgevonden met het Rijk. Met de provincie is een vergelijkbare afspraak gemaakt. Enkel wanneer er sprake is van een provinciaal belang is vooroverleg noodzakelijk. Het voorliggende plan is niet in strijd met enig provinciaal belang, waardoor er voor gekozen is geen vooroverleg te plegen. Het vooroverleg met het waterschap heeft plaats gevonden via de website http://www.dewatertoets.nl.
Hieruit is naar voren gekomen dat verder overleg niet noodzakelijk is.
7.2
Ter inzage
Het ontwerpwijzigingsplan heeft met ingang van 23 februari 2023 gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegen. Tijdens de inzagetermijn zijn belanghebbenden in de gelegenheid gesteld een zienswijze over het plan naar voren te brengen. Er zijn in deze periode geen zienswijzen ingediend.
28
Wijzigingsplan Tuinmanswoning Wezeveld
Bijlagen
29
Wijzigingsplan Tuinmanswoning Wezeveld
Bijlage 1 Quickscan Flora & Fauna
30
Quickscan flora en fauna Oude wezeveldseweg 18 te Twello
Eqosens-nl ecologisch advies Lathum
Eqosens-nl Quickscan fauna Oude wezeveldseweg 18 Twello
Colofon: © 2022 Eqosens-nl ecologisch advies, Lathum Advies en veldwerk: W.C. Knol Foto’s: W.C. Knol Opdrachtgever: Schoutenhuis BV, Woudenberg Contactpersoon: Mevr. F. van der Linden Projectnummer: 2022-08
2
Advies natuur en landschap
Eqosens-nl
Advies natuur en landschap
Quickscan fauna Oude wezeveldseweg 18 Twello
Inhoudsopgave 1 Inleiding............................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding..................................................................................................................................... 4 1.2 Wettelijk kader natuurwetgeving ................................................................................................. 4 2 Planlocatie en voorgenomen ingrepen................................................................................................ 6 2.1. Locatie ......................................................................................................................................... 6 2.2 Voorgenomen ingrepen................................................................................................................ 9 3 Werkwijze en resultaten ................................................................................................................... 10 3.1 Werkwijze ................................................................................................................................... 10 3.2 Resultaten ..................................................................................................................................
10 Flora ............................................................................................................................................. 10 Vleermuizen ................................................................................................................................. 10 Overige zoogdieren ...................................................................................................................... 10 Vogels ........................................................................................................................................... 11 Reptielen en amfibieën ................................................................................................................ 11 Ongewervelden ............................................................................................................................ 11 4 Toetsing aan het beschermingsregime .............................................................................................. 12 4.1 Soortenbescherming .................................................................................................................. 12 4.1 Zorgplicht Wet natuurbescherming............................................................................................
12 4.2 Gebiedsbescherming .................................................................................................................. 12 5 Conclusies.......................................................................................................................................... 13
3
Eqosens-nl
Advies natuur en landschap
Quickscan fauna Oude wezeveldseweg 18 Twello
1 Inleiding 1.1 Aanleiding De locatie Oude wezeveldseweg 18 te Twello bestaat uit een braakliggend terrein van een voormalige boerderij met het restant van een varkensstal. De opstallen zijn in 2021 gesloopt. Er ligt het voornemen om dit terrein te bebouwen en het restant van de varkensstal te slopen. In deze rapportage wordt beschreven of er op het terrein wettelijk beschermde plant- en diersoorten voorkomen en zo ja of de voorgenomen maatregelen tot herinrichting en bouw leiden tot negatieve effecten op wettelijk beschermde soorten. De volgende vragen zijn geformuleerd: 1. Komen er wettelijk beschermde plant- en diersoorten voor op de plek van de ingreep? 2. Zijn er mogelijke (significant) negatieve effecten van de maatregel op deze soorten? 3. Zo ja, op welke wijze zijn eventuele negatieve effecten door de voorgenomen ingreep te voorkomen, te beperken of eventueel te mitigeren of compenseren? 4. Is er een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk en voor welke soorten en onder welke voorwaarden? 5. Heeft de maatregel effect op beschermde gebieden? 6. Is nader ecologisch onderzoek gewenst?
1.2 Wettelijk kader natuurwetgeving De Wet natuurbescherming (Wnb) beschermt een aantal kwetsbare plant- en diersoorten en gebieden en is de juridische basis voor de bescherming hiervan. De doelstelling van deze wet is de bescherming en het behoud van de gunstige staat van instandhouding van de in het wild levende planten- en diersoorten. Het uitgangspunt van de Wet natuurbescherming is ‘nee, tenzij’. Naast de soortenbescherming is er in de wet ook sprake van bescherming van gebieden via de Habitatrichtlijn. De Wnb maakt onderscheid tussen soorten die bescherming genieten op grond van de Vogelrichtlijn en soorten, die bescherming genieten op grond van de Habitatrichtlijn. Soorten uit beide categorieën vallen onder een strikt beschermingsregime. Daarnaast voorziet de wet in een algemener beschermingsregime voor andere (nationale) soorten (bijlage A van de Wet natuurbescherming). Ook kunnen provincies een eigen lijst aanleggen van beschermde soorten. Ieder beschermingsregime kent een eigen afwegingskader waarmee wordt bepaald of een activiteit vergunningplichtig is. De zorgplicht is opgenomen in artikel 1.11 Wnb, dat voorziet in een algemene verplichting voor een ieder om voldoende zorg te dragen voor Natura 2000 gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten in hun directe leefomgeving. 4
Eqosens-nl
Advies natuur en landschap
Quickscan fauna Oude wezeveldseweg 18 Twello
Het uitgangspunt van de zorgplicht is dat burgers, ondernemers en overheden alle handelingen die een nadelig effect zouden kunnen hebben op dieren en planten achterwege laten. Degene die een bepaalde handeling wil verrichten moet zich daarom vooraf op de hoogte stellen van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen daarvan voor zijn handelen. De zorgplicht dient (mede) als vangnet voor de bescherming van soorten waarvoor op grond van de Wn geen specifiek verbod geldt. De verbodsbepalingen zijn neergelegd in artikel 2.7 (Natura 2000), 3.1 (Vogelrichtlijn), 3.5 (Habitatrichtlijn) en 3.10 (nationale soorten) Wnb. In de wet is ook bepaald in welke gevallen GS ontheffing of vrijstelling kunnen verlenen. Voor soorten die bescherming genieten op grond van de Vogelrichtlijn of de Habitatrichtlijn zijn in de wet de wet de toetsingsgronden overgenomen uit die richtlijnen. Voor die soorten kan ontheffing of vrijstelling uitsluitend worden verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden:
er bestaat geen andere bevredigende oplossing; de ontheffing is nodig in het kader van een groot maatschappelijk belang, waarbij voor soorten uit de Habitatrichtlijn ook ontheffing mogelijk is vanwege redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. Voor soorten die bescherming genieten op grond van de Vogelrichtlijn is dat niet mogelijk; er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven van de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.
Voor de algemene soorten geldt een lichter beschermingsregime en kan ook ontheffing worden verleend in het kader van onder meer ruimtelijk inrichting of ontwikkeling van gebieden. Gelet op de zware bescherming in de Wnb van vleermuizen wordt hier expliciet bij stilgestaan. Vleermuizen vallen onder het zwaarste beschermingsregime van de Wnb (strikt beschermde soorten op grond van de Habitatrichtlijn). Ze mogen niet worden gedood, gevangen, opzettelijke verstoord of verwond. Ook zijn hun vaste voortplantings -of rustplaatsen wettelijk beschermd, en deze mogen niet worden aangetast of vernietigd. De reden van dit strenge regime ligt onder meer in de trage voortplanting van vleermuizen, de zeldzaamheid van sommige soorten en de kwetsbaarheid van specifieke functies die verblijfplaatsen kunnen hebben. Te denken valt aan massale winterverblijven of (grote) kraamkolonies. Onder het begrip ‘voortplantingsplaatsen en vaste rustplaats’ worden ten aanzien van vleermuizen de volgende functieplekken verstaan: • • • • • •
overwinteringsplaats voortplantingsplaats (kraamkolonie) vaste zomer- of tussenverblijfplaats paarplaats belangrijke, functionele vliegroute belangrijk, functioneel foerageergebied
De genoemde vaste rust- of verblijfplaatsen zijn jaarrond beschermd, dus ook in de periode(n) van het jaar dat vleermuizen er geen gebruik van maken. Wel geldt dat die plaatsen met enige regelmaat door de vleermuizen moeten worden gebruikt. Een plaats die incidenteel door een vleermuis is gebruikt, wordt niet gezien als vaste rust- of verblijfplaats. 5
Eqosens-nl
Advies natuur en landschap
Quickscan fauna Oude wezeveldseweg 18 Twello
2 Planlocatie en voorgenomen ingrepen 2.1. Locatie Het terrein Oude Wezeveldseweg 18 ligt te noorden van Twello in een halfopen landschap (figuur 1). De voormalige bedrijfsgebouwen zijn recent gesloopt, uitgezonderd een deel van de varkensstal waarin een bewoonde nestkast van een kerkuil aanwezig is. Het gehele terrein heeft momenteel het karakter van een braakliggend terrein met open grond en een stuk grasland. Het terrein is omgeven door een brede gracht met kwalitatief schoon water. De gracht maakt onderdeel uit van de planlocatie en kent een oeverbegroeiing.
Figuur 1. Planlocatie Oude wezeveldseweg 18 te Twello
6
Eqosens-nl Quickscan fauna Oude wezeveldseweg 18 Twello
Figuur 2. Gracht met oeverbegroeiing
Figuur 3. Grasland met oude varkensstal
7
Advies natuur en landschap
Eqosens-nl Quickscan fauna Oude wezeveldseweg 18 Twello
Figuur 4. Rommelhoek met ruigte en restant oude varkensstal
Figuur 5. Gracht met verwaarloosde struiken
8
Advies natuur en landschap
Eqosens-nl
Advies natuur en landschap
Quickscan fauna Oude wezeveldseweg 18 Twello
Figuur 6. Restant van de varkensstal
2.2 Voorgenomen ingrepen Voor de planlocatie is het voornemen het restant van de varkensstal geheel te slopen, een tuinmanswoning te ontwikkelen, een stukje bos aan te leggen en een ontsluiting ten behoeve van de voorgenomen tuinmanswoning (figuur 7).
Figuur 7. Planlocatie (blauw) met de voorgenomen nieuwe bestemmingen bos (groen), wonen (geel), ontsluiting (zwart).
9
Eqosens-nl
Advies natuur en landschap
Quickscan fauna Oude wezeveldseweg 18 Twello
3 Werkwijze en resultaten 3.1 Werkwijze De planlocatie is op 15 en 16 april 2022 bezocht om de aanwezigheid van wettelijk beschermde diersoorten vast te stellen en de mogelijke invloed van de voorgenomen maatregelen en herbestemming op deze soorten. Er is gelet op aanwezigheid, loopsporen, uitwerpselen, braakballen, nesten of restanten daarvan, alarmerende dieren, holen, braakballen, krab en slijtsporen, haren, voedselresten of aangevreten of verzameld voedsel. Voor vogels met jaarrond beschermde nesten is expliciet gezocht naar aanwezigheid van jaarrondnesten of gedrag van vogels dat hierop zou kunnen duiden. In het restant van de varkensstal op de open zolder gezocht naar mogelijke sporen van vleermuizen, hoewel dit gezien de staat en het klimaat van de constructie niet waarschijnlijk wordt geacht. Op 15 april is in de varkensstal een batlogger M geplaatst die op 16 april is uitgelezen. Tevens is een wildcamera geplaatst (Bushnell Core DS-4k) om de eventuele aanwezigheid van marterachtigen vast te kunnen stellen.
3.2 Resultaten Onderstaand zijn de bevindingen weergegeven. Flora Op het terrein komen overwegend soorten voor van voedselrijke ruigten. Dat is ook niet verwonderlijk gezien het voormalig gebruik als erf en intensief agrarisch bedrijf. Langs de brede gracht komt vooral ruigte voor van riet, braam, brandnetels, gele lis, een enkele sleedoorn, vlier, zwarte els en knotwilgen. Er zijn geen wettelijk beschermde plantensoorten aangetroffen. Vleermuizen In de varkensstal zijn geen vleermuizen aangetroffen of waargenomen met de batdetector. Het landschap in de omgeving is evenwel geschikt voor vleermuizen. De planlocatie maakt langs de randen van de gracht mogelijk deel uit van het foerageergebied van vleermuizen die elders in de omgeving huizen zoals in aangrenzende bossen en bomenlanen. Dit gebruik zal echter marginaal zijn gezien de lage en open beplanting. Conclusie: De varkensstal is ongeschikt als tijdelijke of permanente verblijfplaats voor vleermuizen. De planlocatie wordt langs de gracht mogelijk, maar dan marginaal, door vleermuizen bezocht als onderdeel van een veel groter foerageergebied van elders verblijvende vleermuizen. Overige zoogdieren Er zijn geen verblijfplaatsen, nesten, holen of andere sporen van andere beschermde zoogdiersoorten aangetroffen. Rond het gebouw zijn ook geen wissels of mestplekken gezien van marterachtigen.
Ook in de varkensstal zijn geen beschermde zoogdieren aangetroffen, ook niet via de wildcamera. Conclusie: De planlocatie heeft geen functie als verblijfplaats voor andere (strikt) beschermde zoogdiersoorten. 10
Eqosens-nl
Advies natuur en landschap
Quickscan fauna Oude wezeveldseweg 18 Twello
Vogels In het restant van de varkensstal hangt een uilenkast die door een kerkuil wordt bewoond. Deze is ook aangetroffen. De sloop van de aangrenzende stalruimten heeft zoals te verwachten viel geen invloed gehad op de verblijfplaats van deze kerkuil. In de kast werd een 15 cm dikke laag braakballen aangetroffen waaronder verse braakballen. Er werd op het moment van onderzoek niet gebroed. De meeste kerkuilen leggen eieren in april en mei dus een broedgeval kan niet worden uitgesloten.
Figuur 8. Braakballen in de kerkuilenkast
Andere vogels waarvan de nesten jaarrond zijn beschermd zijn niet aangetroffen. Conclusie: In de restanten van de varkensstal is in een kerkuilenkast een uil aangetroffen. Gezien de hoeveelheid braakballen vormt het een vaste en langjarige verblijfplaats voor de kerkuil. Het is onduidelijk of de kerkuil hier ook broedt. Dit kon niet worden vastgesteld en was het nog te vroeg in het jaar. Reptielen en amfibieën Er zijn op het terrein waar maatregelen zijn voorzien geen reptielen aangetroffen of te verwachten. Ook niet in de vorm van winterverblijven. Conclusie: Op de planlocatie zijn op plekken waar maatregelen zijn voorzien geen reptielen of amfibieën aangetroffen. Er zijn op die plekken ook geen geschikte overwinteringsplekken aangetroffen. Ongewervelden Er is geen enkele aanwijzing dat de planlocatie geschikt is voor beschermde ongewervelden. Ze zijn ook niet aangetroffen Conclusie: De opstallen zijn geen geschikte verblijfplaats beschermde ongewervelde diersoorten.
11
Eqosens-nl
Advies natuur en landschap
Quickscan fauna Oude wezeveldseweg 18 Twello
4 Toetsing aan het beschermingsregime 4.1 Soortenbescherming Door sloop van het resterend deel van de varkensstal wordt de jaarrond beschermde rust- en mogelijke broedplaats van de kerkuil aangetast. Sloop is daarom in strijd met de Wet natuurbescherming. Op het moment van de opname was er op het erf geen alternatieve nestlokatie aanwezig. Mitigatie is mogelijk onder de volgende voorwaarde: •
sloop van de varkensstal kan plaatsvinden wanneer er binnen 500 meter van de huidige nestplaats tijdig (herfst) minimaal 1 nestkast voor kerkuilen wordt geplaatst. Hoe dichter bij de huidige kast des te gunstiger. Plaatsing van een kast in de voorziene tuinmanswoning of in aangrenzende boerderijen is bijvoorbeeld een mogelijkheid.
Voor alle andere soorten is het onwaarschijnlijk dat sloop van de varkensstal en het herbestemmen strijdig is met de Wet natuurbescherming. Overtreding van de verbodsbepalingen ten aanzien van de overige plant- en diersoorten is daarmee uitgesloten. Aanvullend onderzoek naar wettelijk beschermde soorten is daarom niet noodzakelijk.
4.1 Zorgplicht Wet natuurbescherming Uit bovenstaande is duidelijk dat, uitgezonderd de kerkuil, de beoogde ingrepen niet zullen leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Wel dienen met het oog op de zorgplicht, voor en tijdens de uitvoering van de werkzaamheden, zonodig maatregelen te worden genomen ter voorkoming van nieuwvestiging van beschermde soorten. Aanbevolen wordt daarom het open raam in de varkensstal dicht te timmeren.
4.2 Gebiedsbescherming De planlocatie ligt buiten het Gelders natuurnetwerk en op grote afstand van de Natura2000 gebieden Veluwe en Rijntakken. Er is geen sprake van externe werking. Wel ligt de planlocatie binnen de Groene ontwikkelingszone.
12
Eqosens-nl
Advies natuur en landschap
Quickscan fauna Oude wezeveldseweg 18 Twello
5 Conclusies 1- Uit het veldonderzoek blijkt dat er geen wettelijk beschermde plant- en diersoorten op de planlocatie voorkomen waar maatregelen zijn voorzien, uitgezonderd die van de kerkuil, waarvan de nestplek jaarrond beschermd is; 2- De sloop en herbestemming leidt niet tot een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming, uitgezonderd voor de kerkuil die verblijft in een kast in het resterend deel van de varkensstal. Er is daarom voor de sloop een compenserende of mitigerende maatregel nodig. Dit kan door tijdige plaatsing van minimaal 1 nestkast in de omgeving (<500 meter) of in de nieuw te bouwen woning op minimaal 4 meter hoogte; 3- Er is geen effect van de voorgenomen maatregelen op beschermde gebieden; 4- Er is op grond van de Quickscan geen aanleiding om aanvullend ecologisch onderzoek uit te voeren naar het voorkomen van beschermde diersoorten; 5- De aanleg van het boselement heeft een positief effect op de biodiversiteit van de planlocatie. Aanbevolen wordt hiervoor autochtoon plantmateriaal te gebruiken; 6- Vanuit de zorgplicht wordt aanbevolen het open raam in de varkensstal te dichten om nieuwvestiging van beschermde soorten te voorkomen.
13
Wijzigingsplan Tuinmanswoning Wezeveld
Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek Oude Wezeveldseweg 18
44
VERKENNEND BODEM- EN ASBEST IN GRONDONDERZOEK Oude Wezeveldseweg 18 Twello kenmerk PJ Milieu BV: 1662005A
VERKENNEND BODEM- EN ASBEST IN GRONDONDERZOEK Oude Wezeveldseweg 18 Twello kenmerk PJ Milieu BV: 1662005A
opdrachtgever:
Landgoed Wezeveld bv te Twello
datum rapport:
30 mei 2022
kenmerk:
1662005A
status:
Definitief
uitgevoerd door:
PJ Milieu BV
projectleider en rapporteur:
ing. Mark Dorland | dorland@pjmilieu.nl
autorisatie:
ir. Henk-Jan van Dasselaar
PJ Milieu BV | Nijverheidsstraat 21 | 3861 RJ Nijkerk | 033-2458511 | info@pjmilieu.nl | www.pjmilieu.nl
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING ........................................................................................................... 4
2
VOORONDERZOEK ................................................................................................ 5 2.1 Werkwijze .................................................................................................... 5 2.2 Resultaten vooronderzoek .............................................................................. 5 2.2.1 Onderzoekslocatie ................................................................................... 5 2.2.2 Omgeving............................................................................................... 6 2.3 Hypothese en onderzoeksopzet ....................................................................... 7
3
VERKENNEND BODEMONDERZOEK ......................................................................... 9 3.1 Uitvoering veldonderzoek ............................................................................... 9 3.2 Resultaten veldonderzoek ............................................................................... 9 3.3 Laboratoriumonderzoek ................................................................................. 10 3.4 Analyseresultaten ......................................................................................... 11 3.5 Deelconclusie verkennend bodemonderzoek .................................................... 12
4
VERKENNEND ASBEST IN GRONDONDERZOEK ........................................................ 13 4.1 Aangepaste onderzoeksopzet overig terrein ..................................................... 13 4.2 Uitvoering veldonderzoek .............................................................................. 13 4.3 Resultaten veldonderzoek .............................................................................. 13 4.4 Laboratoriumonderzoek ................................................................................. 14 4.5 Analyseresultaten ......................................................................................... 14 4.6 Deelconclusie verkennend asbest in grondonderzoek ........................................ 14
5
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................ 15 5.1 Resultaten ................................................................................................... 15 5.2 Conclusies ................................................................................................... 15 5.3 Aanbevelingen ............................................................................................. 16
BIJLAGEN 1|
Foto’s
2|
Boorprofielen met legenda en verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk
3|
Analysecertificaten
4|
Toetsing analyseresultaten
5|
Achtergrondinformatie
6|
Tekening
1
INLEIDING
In opdracht van Landgoed Wezeveld bv te Twello is door PJ Milieu BV in april 2022 een verkennend bodem- en asbest in grondonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie bevindt zich aan de noordzijde van de Oude Wezeveldseweg 18 te Twello. Aanleiding Aanleiding tot het uitvoeren van het onderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning. Doelstelling Het algemene doel van het onderzoek is het vaststellen van de actuele milieuhygiënische kwaliteit. De doelstelling per deelonderzoek is in de volgende hoofdstukken weergegeven. Indeling rapport In de rapportage worden de resultaten van de deelonderzoeken in achtereenvolgende separate hoofdstukken uitgewerkt. Het rapport sluit af met een samenvatting met conclusies en aanbevelingen. Verantwoording Dit onderzoek is uitgevoerd met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen1. Desondanks dient opgemerkt te worden dat een bodemonderzoek slechts bestaat uit een steekproef, waarbij een relatief gering aantal boringen, gaten en analyses uitgevoerd wordt. Het kan niet geheel uitgesloten worden dat op de locatie een verontreiniging aanwezig is, die bij dit onderzoek niet aangetroffen is. Het onderzoek is, voor zover van toepassing, onder certificaat (KWALIBO) uitgevoerd, maar een bodemonderzoek is geen partijkeuring.
Door derden kan, ongeacht de resultaten van dit bodemonderzoek, een keuring van een af te voeren partij (grond of verhardingsmaterialen) verlangd worden. Tenslotte wordt opgemerkt dat PJ Milieu BV geen financieel of zakelijk belang heeft bij de kwaliteit van de onderzochte locatie.
1
De gebruikte normen en richtlijnen zijn in de navolgende hoofdstukken weergegeven
1662005A | Oude Wezeveldseweg 18 Twello
4
2
VOORONDERZOEK
Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 57252, aanleiding A3. 2.1
Werkwijze
Het vooronderzoek heeft betrekking op de onderzoekslocatie en de omgeving. De volgende bronnen zijn geraadpleegd: ▪ het Kadaster; ▪ de opdrachtgever; ▪ de gemeente Twello; ▪ het Bodemloket en Topotijdreis.nl; ▪ de Grondwaterkaart van Nederland, de Bodemkaart van Nederland en/of het DINOloket. Voorafgaand aan de uitvoering van het bodemonderzoek zijn de onderzoekslocatie en de omgeving geïnspecteerd. Foto’s van de locatie zijn opgenomen in bijlage 1. 2.2
Resultaten vooronderzoek
2.2.1
Onderzoekslocatie
Topografische en algemene gegevens Enkele (topografische) gegevens van de onderzoekslocatie zijn weergeven in tabel 1. Tabel 1
Topografische en algemene gegevens locatie
Algemeen Adres onderzoekslocatie
Oude Wezeveldseweg 18 Twello
Gemeente
Voorst
Kadastrale aanduiding
Gemeente Twello, sectie A, percelen 2241 en 2243 (beiden gedeeltelijk)
Artikel 55
Ten aanzien van deze percelen zijn geen aantekeningen in het kader van het artikel 55 Wet bodembescherming opgenomen. Dit houdt in dat bij het Kadaster geen bodeminformatie geregistreerd is
Oppervlakte onderzoekslocatie
Circa 1.840 m2
Huidig gebruik De onderzoekslocatie betreft een deel van het voormalige erf van Wezeveldseweg 18. Ten tijde van uitvoering van het onderzoek was op de locatie één schuur aanwezig. Ten aanzien van deze schuur is aan de westzijde een drupzone aanwezig. Aan de andere zijde van de schuur is een dakgoot bevestigd, maar was geen afvoer (regenpijp) meer aan aanwezig. Beide locaties zijn verdacht ten aanzien van asbest in de bodem. Opgemerkt wordt deze beide verdachte locaties ook buiten de onderzoekslocatie doorlopen. Verder is de locatie braakliggend met plaatselijk een licht begroeiing met gras. Tijdens de visuele inspectie van de locatie zijn buiten de asbestverdachte locaties, geen bodembedreigende activiteiten aangetroffen. In bijlage 6 is een situatietekening opgenomen. 2 3
NEN 5725, Bodem. Strategie voor het uitvoering van milieuhygiënisch vooronderzoek, Delft 2017 De (verplicht) te onderzoeken aspecten worden in de NEN 5725 afhankelijk gesteld van de aanleiding van het onderzoek. Aanleiding A is als volgt geformuleerd: opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek
1662005A | Oude Wezeveldseweg 18 Twello
5
Historisch gebruik De locatie heeft van oorsprong een agrarische functie (erf van een boerderij). Ter plaatse waren tot voor kort een schuur en een mestsilo aanwezig. Deze zijn recentelijk gesloopt, waarbij de mestkelder onder de schuur is aangevuld met grond. Van de locatie is een Hinderwetvergunning uit 1990 bekend. Op de bijbehorende tekening zijn binnen de onderzoekslocatie geen verdachte locaties waarneembaar. Buiten de onderzoekslocatie, zuidelijk in de nog aanwezige schuur, was een 1.100 liter bovengrondse dieseltank aanwezig (zie tekening in bijlage 6). In de vergunning wordt opgemerkt dat de locatie reeds 100 jaar in gebruik is als boerderij. Bodeminformatie Van de locatie zijn geen rapportages van voorgaande bodemonderzoeken of een evaluatie van een bodemsanering bekend. Wel is ter aanvulling van de mestkelder een melding in het kader van het Besluit Bodemkwaliteit (nummer 595577.0) bekend. De toegepaste grond is afkomstig van de Stobbenakker te Twello. Op de Oude Wezeveldseweg 18 is circa 800 m 3 toegepast. Door de gemeente Voorst is aangegeven dat de grond voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde (Altijd Toepasbaar). Ter actualisatie van een voorgaande asbestinventarisatie is op 8 januari 2021 door PJ Milieu BV opnieuw een asbestinventarisatie gerapporteerd.
Naast diverse binnentoepassingen zijn op de schuren op de onderzoekslocatie asbesthoudende dakbedekkingen (golfplaat) aanwezig. Op basis van het onderzoek is niet duidelijk of ter plaatse van de reeds gesloopte schuur drupzones aanwezig waren. Toekomstig gebruik Men is voornemens ter plaatse van de onderzoekslocatie nieuwbouw van een woning met bijbehorende tuin te realiseren. Asbest Om vast te stellen of de bodem van de locatie op voorhand verdacht is op aanwezigheid van asbest, zijn de volgende acties uitgevoerd: ▪ globale inspectie van de locatie (maaiveld en gebouwen); ▪ interpretatie van de bovengenoemde asbestinventarisatie; ▪ bestuderen luchtfoto's; ▪ verzamelen informatie over ophogingen, dempingen en/of stort afval of puin. Op basis van bovenstaande wordt een deel van de locatie als verdacht ten aanzien van asbest beschouwd door de aanwezigheid van (voormalige) drupzones. In hoeverre het overig terrein verdacht is ten aanzien van asbest zal blijken uit de zintuiglijke waarnemingen tijdens het veldwerk 2.2.2
Omgeving
Definiëring omgeving De omgeving wordt gedefinieerd als de onderzoekslocatie en de directe omgeving tot een afstand van maximaal 25 meter. Gebruik De onderzoekslocatie is gelegen in het buitengebied van de gemeente. Het gebied wordt in hoofdzaak benut voor agrarische doeleinden. Voor zover bekend blijft dit gebruik ongewijzigd.
1662005A | Oude Wezeveldseweg 18 Twello
6
Bodembedreigende activiteiten Buiten de eerdere genoemde bovengrondse dieseltank zijn geen gegevens bekend met betrekking tot (voormalige) bodembedreigende activiteiten welke aanleiding kunnen geven bodemverontreiniging ter plaatse van de onderzoekslocatie te verwachten. Expliciete bronnen van PFAS (inclusief GenX) zijn niet bekend. Bodeminformatie Ten zuiden van de onderzoekslocatie is door PJ Milieu BV onder kenmerk 1662001A (d.d. 20 oktober 2016) een verkennend bodemonderzoek gerapporteerd. Tijdens dit onderzoek zijn in de bovengrond bijmengingen aan baksteen en kooldeeltjes waargenomen. In de bovengrond zijn licht verhoogde gehalten lood, zink en PAK aangetoond. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond en in het grondwater is enkel een licht verhoogd gehalte nikkel aangetoond. Geconcludeerd is dat er geen directe aanleiding is om aanvullend of nader onderzoek te adviseren. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding relevante bodemverontreiniging ter plaatse van de onderzoekslocatie te verwachten. Bodemopbouw en geohydrologie De locatie is opgenomen in rapport GWK 09 en gelegen op kaartblad 33 oost. Regionaal bestaat de bodem tot 10 meter min maaiveld (m-mv) uit zand met lokaal een leem- of kleilaagje. De regionale grondwaterstroming is noordoostelijk gericht. De locatie bevindt zich in een grondwaterbeschermingsgebied (intrekzone).
Achtergrondgehalten De gemeente Twello beschikt over een (regionale) bodemkwaliteitskaart. De uitkomsten van het onderzoek kunnen met de in deze kaart genoemde achtergrondgehalten worden vergeleken. Over het algemeen vindt dit echter alleen plaats als in de grondmonsters matig of sterk verhoogde gehalten zijn aangetoond. 2.3
Hypothese en onderzoeksopzet
Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt verwacht dat op een deel van de locatie sprake zal zijn van aanwezigheid van een bodemverontreiniging met asbest (verdachte locaties). Het verkennend bodem- en asbest in grondonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 57404 en NEN 57075. Hierbij is de locatie ten aanzien van het verkennend bodemonderzoek onverdacht ten aanzien van een bodemverontreiniging, maar zijn de drupzones en het overig terrein (mogelijk) verdacht ten aanzien van asbest in de bodem. Het algemene doel van verkennend bodemonderzoek is: het vaststellen van de actuele milieuhygiënische kwaliteit. Volgens de NEN 5740 en NEN 5707 zijn de doelstellingen in deze situatie als volgt: ▪ het aantonen dat op de onderzoekslocatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater in gehalten boven respectievelijk de achtergrondwaarde en de streefwaarde; ▪ met een relatief geringe onderzoeksinspanning nagaan of de verdenking van verontreiniging van de vaste bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak doen over het asbestgehalte in de bodem; In de onderstaande tabellen zijn de gehanteerde onderzoeksstrategieën (NEN 5740 en NEN 5707) en de daarop gebaseerde veld- en laboratoriumwerkzaamheden per deellocatie schematisch weergegeven.
4 5
NEN 5740+A1, Bodem. Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek, Delft 2016 NEN 5707+C2, Bodem. Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, Delft 2017
1662005A | Oude Wezeveldseweg 18 Twello
7
Tabel 2
Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek
Verkennend bodemonderzoek (oppervlakte 1.840 m2) Onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL) Veldonderzoek Aantal boringen en peilbuizen
Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters
Boring tot
én boring tot
én boring met
0,5 m
grondwater
peilbuis
Bovengrond
Grond Ondergrond
8
2
1
2
1
1
Standaardpakket
Standaardpakket bodem
Standaardpakket
bodem6
Tabel 3
Grondwater
grondwater7
Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek
Asbest in grondonderzoek Drupzones: Verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern Overig terrein: Verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging Veldonderzoek Aantal gaten Locatie (en oppervlakte in m2)
*
Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters
Gaten in de verdachte laag tot
én gaten tot onderzijde verdachte laag
Grond
maximaal 0,5 m in de verdachte laag
met een maximum van 2 m
(verdachte laag)
Overig terrein (1.800)
10
2
2* Asbest in grond
Drupzone oostelijke schuur (10)
2
1
1 Asbest in grond en SEM
Drupzone westelijke schuur (30)
2
1
1 Asbest in grond en SEM
=
uitgaande van 1 verdachte laag van maximaal 50 cm en afhankelijk van hetgeen wordt aangetroffen
Ten aanzien van het onderzoek is door de opdrachtgever aangegeven dat de gemeente het volgende heeft gemeld: ‘Bodemonderzoek is noodzakelijk waarbij het niet gaat om de grond in de aangevulde kelder, maar om de omgeving daaromheen. Feit is ook dat hier jarenlang asbestdaken zonder dakgoot zaten. Dus ook asbestonderzoek nodig als de functie wijzigt naar wonen met tuin.’ Ten aanzien van de westelijke schuur zijn de eventuele drupzones nog zichtbaar. Echter voor de oostelijke schuur zijn de drupzones niet meer aanwezig, waardoor deze vrijwel niet meer traceerbaar zijn. Daarnaast hebben reeds diverse grondroerende werkzaamheden plaatsgevonden waardoor deze drupzones mogelijk verwijderd/verplaatst zijn. Getracht wordt de locaties opnieuw op te zoeken en te beoordelen. Aangezien de drupzones zeer beperkt zijn qua oppervlakte wordt per schuur 1 mengmonsters onderzocht. Wel wordt aan elke zijde één gat gegraven. In hoeverre het overig terrein verdacht is ten aanzien van asbest is afhankelijk van hetgeen in de bodem wordt aangetroffen en wordt tijdens het veldwerk beoordeeld. Daar waar kan worden de gaten voor het asbest in grondonderzoek gecombineerd met het verkennend bodemonderzoek.
6
7
Droge stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood en zink), minerale olie (GC), PAK (10), PCB (7) en het lutum- en organische stofgehalte Metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood en zink), aromaten (BTEXN), styreen, VOCL (11), vinylchloride, 1,1 dichlooretheen, chloorpropanen (3), bromoform en minerale olie (GC)
1662005A | Oude Wezeveldseweg 18 Twello
8
3
VERKENNEND BODEMONDERZOEK
In dit hoofdstuk is het uitgevoerde onderzoek omschreven volgens de opzet en de doelstelling in de vorige paragraaf. 3.1
Uitvoering veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd door minimaal 1 gecertificeerd persoon van PJ Milieu BV (bijlage 2, verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk) conform de Beoordelingsrichtlijn voor de SIKB-procescertificaten voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek (BRL SIKB 20008) en de protocollen 20019 en 200210. Op 21 april 2022 is het veldwerk uitgevoerd als omschreven in paragraaf 2.3. De verrichte boringen en de geplaatste peilbuis zijn gecodeerd met nummers 1 t/m 11, 101, 102, 201 en 202. Het grondwater is bemonsterd op 29 april 2022. Gelijktijdig zijn de stand, de zuurgraad (pH), het geleidingsvermogen (ec) en de troebelheid van het grondwater bepaald. De situering van de boorpunten is aangegeven op de tekening (bijlage 6). Een uitgebreide omschrijving van de onderzoeksmethodiek is opgenomen in bijlage 5. 3.2
Resultaten veldonderzoek
Bodemopbouw In bijlage 2 is van elke boring een boorprofiel opgenomen. De globale bodemopbouw van de locatie is in tabel 4 omschreven. Tabel 4
Globale bodemopbouw onderzoekslocatie
Traject (m-mv)
Lithologische beschrijving
0,0 - 1,3
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus
1,3 - 2,9
Zand, matig fijn, zwak siltig
m-mv
=
meter minus maaiveld
Zintuiglijke waarnemingen vaste bodem Bij de uitvoering van het veldwerk zijn geen olie-indicaties waargenomen. Wel zijn ter plaatse van boringen 3, 4 en 5 en 7 t/m 10 brokken beton waargenomen in bodemtraject 0,0 – 0,5 m-mv. De oppervlakte waarover de bijmengingen zijn aangetroffen wordt ingeschat op maximaal 1.000 m2. Deze bijmengingen worden beschouwd als zijnde verdacht ten aanzien van asbest (zie ook hoofdstuk 4). In boring 6 zijn sporen baksteen aangetroffen. Deze sporen zijn niet te relateren aan bouwof sloopafval en wordt in het algemeen niet beschouwd als zijnde asbestverdacht. Verder is boring 202 getuit op een tegel- of klinkerverharding.
8 9
10
Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen Het nemen van grondwatermonsters
1662005A | Oude Wezeveldseweg 18 Twello
9
Grondwaterstand, zuurgraad, geleidingsvermogen en troebelheid In tabel 5 zijn de resultaten van de veldmetingen aan het grondwater schematisch weergegeven. Tabel 5
Veldmetingen grondwater
Peilbuis
Datum monstername
Grondwaterstand (m-mv)
Zuurgraad (-)
Geleidbaarheid (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
29-04-2022
1,62
7,1
1.072
26,7
1
De in tabel 5 genoemde waarden aan zuurgraad en geleidbaarheid kunnen als normaal worden beschouwd. De troebelheid is hoger dan 10 NTU. Ondanks goed voorpompen en een laag afpompdebiet is geen helder watermonster verkregen. Dit kan van invloed zijn op het analyseresultaat (van met name organische parameters). Zintuiglijke waarnemingen grondwater In tabel 6 zijn de waarnemingen bij de watermonstername schematisch weergegeven. Tabel 6
Waarnemingen grondwater
Peilbuis
Zintuiglijke waarnemingen
Goed-/slechtlopend
Belucht
Geen
Goedlopend
Niet belucht
1
3.3
Laboratoriumonderzoek
De monsters zijn aangeboden aan het RvA-geaccrediteerde laboratorium Eurofins Analytico Milieu B.V. te Barneveld. De resultaten van het veldonderzoek geven geen aanleiding meerdere (meng)monsters te onderzoeken of andere analyses uit te voeren dan conform de gehanteerde strategie (zie paragraaf 2.3). In tabel 7 zijn de voor analyses geselecteerde monsters en de stoffen waarop de monsters zijn onderzocht, schematisch weergegeven. Tabel 7
Monsteromschrijvingen en geanalyseerde parameters
Monstercode
Boringen
Traject (m-mv)*
Geanalyseerde parameters
MM-1
3 t/m 10
0,0 - 0,5
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
MM-2
101, 102, 201 en 0,0 - 0,1 202
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
MM-3
1, 2 en 3
0,5 – 1,3
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
1
1,9 - 2,9
Standaardpakket grondwater
Grond
Grondwater 1-1-1 MM *
= =
mengmonster het betreft de minimale en maximale monsternamediepte. Op het analysecertificaat is het monsternametraject per boring weergegeven
1662005A | Oude Wezeveldseweg 18 Twello
10
3.4
Analyseresultaten
De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3. De analyseresultaten zijn getoetst met behulp van BoToVa aan de achtergrond-/streef11- en interventiewaarden. De analyseresultaten van de grond zijn ook indicatief 12 getoetst volgens het Besluit 13 en de Regeling14 bodemkwaliteit. Deze toetsing geeft een indicatie van toepassingsmogelijkheden zodra grond wordt afgevoerd. De toetsing doet geen uitspraak over de (gezondheids)risico’s bij het gebruik van de grond. De toetsingen zijn opgenomen in bijlage 4. Informatie over het toetsingskader is opgenomen in bijlage 5. In onderstaande tabellen is het resultaat van de toetsing 15 opgenomen voor respectievelijk de grond en het grondwater. Tabel 8
Monsteromschrijving grond(meng)monsters en resultaat toetsing
Monstercode
Boringen
Grondsoort*
Bijmengingen**
Resultaat toetsing***
Klasse indeling****
MM-1
3 t/m 10
Grond
Beton en baksteen
-
Altijd toepasbaar
MM-2
101, 102, 201 Grond en 202
-
Licht: zink (68) en PAK (1,6)
Altijd toepasbaar
1, 2 en 3
-
-
Altijd toepasbaar
Bovengrond
Ondergrond MM-3
MM *
** *** ****
-
11
12
13 14
15
= = = = = =
Grond
mengmonster indeling in hoofdnamen: zand, grond (humeus zand), klei, leem of veen voor de mate en voor meer details wordt verwezen naar de boorprofielen in de bijlage 2 mate van verhoging (licht, matig of sterk). Tussen haakjes het gemeten gehalte in mg/kg d.s. betreft indicatieve toetsing aan Besluit en Regeling bodemkwaliteit met het oog op afvoer geen bijmengingen of geen verhoogde gehalten boven de achtergrondwaarden
Het betreffen de door de gemeente vastgestelde locatiespecifieke achtergrondwaarden (zie bodemkwaliteitskaart) en/of de landelijk vastgestelde generieke waarden (AW2000) Mogelijke klassen zijn: ‘Altijd toepasbaar’, ‘Klasse Wonen’, ‘Klasse Industrie’, ‘Niet toepasbaar’ en ‘Nooit toepasbaar’ Besluit van 22 november 2007 Regeling van 13 december 2007, nr. DJZ2007124397. Tevens zijn navolgende wijzigingen van de Regeling van toepassing •
•
• •
niet verhoogd: het gehalte overschrijft de achtergrond-/streefwaarde niet; er is in principe sprake van een ‘schoon’ monster (NB: ook de als licht verhoogd gerapporteerde ‘parameters * factor 0,7’ kunnen als ‘niet verhoogd’ worden beschouwd, indien alle individuele parameters de detectiegrens AS3000 niet overschrijden) licht verhoogd: het gehalte overschrijdt de achtergrond-/streefwaarde, maar de tussenwaarde (het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde) wordt niet overschreden. De verontreiniging is naar verwachting dermate gering dat veelal geen nadere actie (onderzoek of sanering) noodzakelijk is matig verhoogd: het gehalte overschrijdt de tussenwaarde. Nader onderzoek kan worden aanbevolen om te bepalen of er inderdaad sprake is van relevante bodemverontreiniging sterk verhoogd: het gehalte overschrijdt de interventiewaarde. Nader onderzoek naar de aard, mate, omvang en oorzaken van de verontreiniging is in de meeste gevallen noodzakelijk
1662005A | Oude Wezeveldseweg 18 Twello
11
Tabel 9
Monsteromschrijving grondwater en resultaat toetsing
Monstercode
Peilbuis
Resultaat toetsing*
1-1-1
1
Licht: barium (130) en nikkel (16)
*
=
mate van verhoging (licht, matig of sterk). Tussen haakjes het gemeten gehalte in µg/l
Zoals eerder aangegeven duidt de troebelheid van het grondwater op een onvoldoende helder watermonster. Dit heeft de resultaten van het bodemonderzoek echter niet negatief beïnvloed. In het grondwater zijn namelijk geen matig of sterk verhoogde gehalten aangetoond. 3.5
Deelconclusie verkennend bodemonderzoek
Geconcludeerd wordt dat de hypothese 'onverdachte locatie' voor het verkennend bodemonderzoek geen stand houdt. In de bovengrond en in het grondwater zijn enkele parameters licht verhoogd aangetoond. Een aanvullend onderzoek met een gewijzigde hypothese wordt echter niet noodzakelijk geacht.
1662005A | Oude Wezeveldseweg 18 Twello
12
4
VERKENNEND ASBEST IN GRONDONDERZOEK
4.1
Aangepaste onderzoeksopzet overig terrein
Aangezien in boringen 1, 2, 6 en 11 geen asbestverdachte bijmengingen zijn aangetroffen wordt de uitvoering van een verkennend asbest in grondonderzoek hier niet noodzakelijk geacht. De oppervlakte waar in de brokken beton / asbestverdachte bijmengingen zijn aangetroffen wordt ingeschat op maximaal 1.000 m2. Op basis hiervan dienen conform de NEN 5707, strategie verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging, 6 gaten gegraven te worden en 1 mengmonster geanalyseerd te worden. Ten aanzien van de drupzones zijn geen wijzigingen. 4.2
Uitvoering veldonderzoek
Het veldonderzoek is gelijktijdig met het verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door minimaal 1 gecertificeerd persoon van PJ Milieu BV (bijlage 2, verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk) conform de Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek (BRL SIKB 2000) en het protocol 201816. De gaten (afmetingen op profielen) zijn handmatig gegraven. Voor het overig terrein zijn de gaten genummerd met 3, 4, 5 en 7 t/m 10. Voor de drupzones zijn de gaten genummerd met 101, 102, 201 en 202. De situering van de gaten is aangegeven op de tekening in bijlage 6. Ten behoeve van het asbest in grondonderzoek zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: ▪ het uitvoeren van een maaiveldinspectie; ▪ het uitgegraven materiaal is, ter monstervoorbehandeling, visueel geïnspecteerd; ▪ van het ontgraven materiaal zijn na voorbehandeling 3 mengmonsters samengesteld; ▪ van de ongeroerde ondergrond zijn geen monsters samengesteld; ▪ de zintuiglijke waarnemingen zijn vastgelegd. 4.3
Resultaten veldonderzoek
Maaiveldinspectie Tijdens de maaiveldinspectie is er geen sprake neerslag. De locatie is onverhard en vrijwel braakliggend. Hierdoor was de maaiveldinspectiecoëfficiënt 90-100% en niet uitvoerbaar conform de NEN 5707. Tijdens de maaiveldinspectie is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Zintuiglijke waarnemingen vaste bodem De zintuiglijke waarnemingen zijn weergegeven op de (boor)profielen in bijlage 2 en besproken in hoofdstuk 3. In geen van de gegraven gaten is asbestverdacht materiaal (>20mm) aangetroffen.
16
Locatie-inspectie en monstername van asbest in bodem
1662005A | Oude Wezeveldseweg 18 Twello
13
4.4
Laboratoriumonderzoek
De monsters zijn conform de NEN 5898 onderzocht op het gehalte asbest bij het RvAgeaccrediteerde laboratorium Eurofins Acmaa Testing B.V. te Deurningen. De resultaten van het veldonderzoek geven geen aanleiding meerdere (meng)monsters te onderzoeken of andere analyses uit te voeren dan conform de gehanteerde strategie (zie paragraaf 2.3 en 4.1). In tabel 10 zijn de monsteromschrijvingen en geanalyseerde parameters schematisch weergegeven. Tabel 10
Monsteromschrijvingen en geanalyseerde parameters
Monstercode
Gaten
MM-A
3, 4, 5, 7, 8, 9 en 10 0,0 – 0,5
Asbest in grond
MM-B
101 en 102
0,0 – 0,1
Asbest in grond en SEM
MM-C
201 en 202
0,0 – 0,1
Asbest in grond en SEM
MM
4.5
=
Traject
Geanalyseerde parameters
mengmonster
Analyseresultaten
De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3 In de mengmonsters MM-A en MM-B is asbest niet aantoonbaar. In mengmonster MM-B zijn in de fractie < 0,5 mm geen asbestvezels aangetoond. In mengmonster MM-C is asbest aangetoond in een gehalte van 26 mg/kg d.s.17. In de fractie < 0,5 mm zijn geen asbest vezels aangetoond. De aangetoonde gehalten overschrijden de grenswaarde voor nader asbest in grondonderzoek (50 mg/kg d.s.) niet. In mengmonsters MM-B en MM-C zijn in de fractie < 0,5 mm geen asbesthoudende vezels aangetoond. Een aanvullend of nader onderzoek wordt derhalve niet noodzakelijk geacht. 4.6
Deelconclusie verkennend asbest in grondonderzoek
Geconcludeerd wordt dat de hypothese ‘verdachte locatie’ voor het asbest in grondonderzoek ter plaatse van het overig terrein geen stand houdt. Er is geen asbest aangetroffen en/of aangetoond. Ten aanzien dan de drupzones nabij de westelijke schuur wordt geconcludeerd dat de hypothese ‘verdachte locatie’ stand houdt. In het mengmonster (MM-C) van de gaten 201 en 202 is asbest aangetoond (26 mg/kg d.s.). Het gehalte overschrijdt niet de grenswaarde voor nader asbest in grondonderzoek (50 mg/kg d.s.). In mengmonster B van gaten 101 en 102 is geen asbest aangetoond. In beide mengmonsters (MM-B en MM-C) zijn in de fractie < 0,5 mm geen asbesthoudende vezels waargenomen. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding om aanvullend of nader asbest in grondonderzoek te adviseren. 17
Er is geen correctie uitgevoerd voor de verdeling fijne fractie (<20 mm) en grove fractie (>20 mm). Het gewogen gehalte is al lager dan 50 mg/kg d.s. Na correctie zal het gehalte nog lager uitvallen. Er kan dus nooit sprake zijn van overschrijding van de grenswaarde voor nader asbest in grondonderzoek
1662005A | Oude Wezeveldseweg 18 Twello
14
5
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
In april 2022 is een verkennend bodem- en asbest in grondonderzoek uitgevoerd aan de noordzijde van de Oude Wezeveldseweg 18 te Twello. Aanleiding tot het uitvoeren van het onderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning. 5.1
Resultaten
In onderstaande tabel zijn de resultaten van het onderzoek weergegeven. Tabel 11
Resultaten
Vooronderzoek Werkwijze vooronderzoek
NEN 5725, aanleiding A
Oppervlakte onderzoekslocatie
Circa 1.840 m2
Gebruik locatie
Agrarische functie (voormalig: erf, huidig: braakliggend)
Bijzonderheden
Geen
Bodemonderzoek Strategie bodemonderzoek
NEN 5740, onverdachte locatie
Bodemopbouw tot 2,9 m-mv
Zand
Grondwaterstand
1,62 m-mv
Bijmengingen of bijzonderheden
Plaatselijk brokken beton, éénmaal sporen baksteen
Analyseresultaten
bovengrond
Licht: zink en PAK
ondergrond
Geen verhoogde gehalten aangetoond
grondwater
Licht: barium en nikkel
Asbest in grondonderzoek Strategie asbest in grond
NEN 5707, verdachte locaties (3 deelllocaties)
Bijmengingen of bijzonderheden
Buiten de genoemde bijmengingen geen asbestverdachte materialen
Analyseresultaten
MM-A
Geen asbest aangetoond
MM-B
Geen asbest aangetoond
MM-C
Maximaal gehalte van 26 mg/kg d.s. aangetoond
5.2
Conclusies
Verkennend bodemonderzoek Geconcludeerd wordt dat de hypothese 'onverdachte locatie' voor het verkennend bodemonderzoek geen stand houdt. In de bovengrond en in het grondwater zijn enkele parameters licht verhoogd aangetoond. Verkennend asbest in grondonderzoek Geconcludeerd wordt dat de hypothese ‘verdachte locatie’ voor het asbest in grondonderzoek ter plaatse van het overig terrein geen stand houdt. Er is geen asbest aangetroffen en/of aangetoond. Ten aanzien dan de drupzones nabij de westelijke schuur wordt geconcludeerd dat de hypothese ‘verdachte locatie’ stand houdt. In het mengmonster (MM-C) van de gaten 201 en 202 is asbest aangetoond (26 mg/kg d.s.). Het gehalte overschrijdt niet de grenswaarde voor nader asbest in grondonderzoek (50 mg/kg d.s.).
1662005A | Oude Wezeveldseweg 18 Twello
15
In mengmonster B van gaten 101 en 102 is geen asbest aangetoond. In beide mengmonsters (MM-B en MM-C) zijn in de fractie < 0,5 mm geen asbesthoudende vezels waargenomen. 5.3
Aanbevelingen
De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding om aanvullend of nader bodemonderzoek (inclusief asbest in grondonderzoek) te adviseren. Het onderzoek is, voor zover van toepassing, onder certificaat (KWALIBO) uitgevoerd, maar een bodemonderzoek is geen partijkeuring. Door derden kan, ongeacht de resultaten van dit bodemonderzoek, een keuring van een af te voeren partij (grond of verhardingsmaterialen) verlangd worden. Bij afvoer van grond of verhardingsmaterialen van de locatie kan er sprake zijn van verwerkingskosten.
1662005A | Oude Wezeveldseweg 18 Twello
16
Bijlage | 1 Foto’s
1662005A
1662005A
Bijlage | 2 Boorprofielen met legenda Verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk
Sleuf/gat: 1
Sleuf/gat: 2
Datum: Boormeester:
Datum: Boormeester: Sleuflengte: Sleufbreedte: 0
21-4-2022 Gerben van Dasselaar 0
0
braak
21-4-2022 Gerben van Dasselaar 0,30 0,30
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, bruin, Edelmanboor
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, beige, Schep
1
1
50
50
braak
50
50 Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2
2
100
100 3 3
120
Zand, matig fijn, zwak siltig, beige, Edelmanboor
130
Zand, matig fijn, zwak siltig, beige, Edelmanboor 150
150 4
200
250
290
Projectcode: Locatie: Schaal:
4
1662005A Oude Wezenveldseweg 1: 20
Getekend volgens NEN 5104
18,
Twello
150
Sleuf/gat: 3
Sleuf/gat: 4
Datum: Boormeester: Sleuflengte: Sleufbreedte: 0
Datum: Boormeester: Sleuflengte: Sleufbreedte: 0
21-4-2022 Gerben van Dasselaar 0,30 0,30
0
braak
21-4-2022 Gerben van Dasselaar 0,30 0,30
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, brokken beton, bruin, Schep, G: 0,3 F: 10,2 1
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, brokken beton, bruin, Schep, G: 0,3 F: 10,2
5
1
50
50
braak
2
50
50 Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2
100 3 120
Zand, matig fijn, zwak siltig, beige, Edelmanboor 4
150
150
Sleuf/gat: 5
Sleuf/gat: 6
Datum: Boormeester: Sleuflengte: Sleufbreedte: 0
Datum: Boormeester:
21-4-2022 Gerben van Dasselaar 0,30 0,30
0
braak
21-4-2022 Gerben van Dasselaar 0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, brokken beton, bruin, Schep, G: 0,3 F: 10,2 1
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, sporen baksteen, bruin, Edelmanboor
2
1
50
50
50
50
Sleuf/gat: 7
Sleuf/gat: 8
Datum: Boormeester: Sleuflengte: Sleufbreedte: 0
Datum: Boormeester: Sleuflengte: Sleufbreedte: 0
21-4-2022 Gerben van Dasselaar 0,30 0,30
0
braak
21-4-2022 Gerben van Dasselaar 0,30 0,30
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, brokken beton, bruin, Schep, G: 0,3 F: 10,2 1
Projectcode: Locatie: Schaal:
1
50
1662005A Oude Wezenveldseweg 1: 20
Getekend volgens NEN 5104
50
18,
Twello
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, brokken beton, bruin, Schep, G: 0,3 F: 10,2
2
50
braak
2
50
Sleuf/gat: 9
Sleuf/gat: 10
Datum: Boormeester: Sleuflengte: Sleufbreedte: 0
Datum: Boormeester: Sleuflengte: Sleufbreedte: 0
21-4-2022 Gerben van Dasselaar 0,30 0,30
0
braak
21-4-2022 Gerben van Dasselaar 0,30 0,30
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, brokken beton, bruin, Schep, G: 0,3 F: 10,2 1
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, brokken beton, bruin, Schep, G: 0,3 F: 10,2
2
1
50
50
50
Sleuf/gat: 11
Sleuf/gat: 101
Datum: Boormeester:
Datum: Boormeester: Sleuflengte: Sleufbreedte: 0
0
0
2
50
21-4-2022 Gerben van Dasselaar braak
braak
21-4-2022 Gerben van Dasselaar 0,60 0,20
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, bruin, Edelmanboor
1
2
0
braak
10
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, bruin, Schep
0
braak
1
50
50
Sleuf/gat: 102
Sleuf/gat: 201
Datum: Boormeester: Sleuflengte: Sleufbreedte: 0
Datum: Boormeester: Sleuflengte: Sleufbreedte: 0
21-4-2022 Gerben van Dasselaar 0,60 0,20
0
braak
10
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, bruin, Schep
21-4-2022 Gerben van Dasselaar 0,60 0,20
0
braak
1
5
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, bruin, Schep, Gestuit, verharding
1
2
Sleuf/gat: 202 Datum: Boormeester: Sleuflengte: Sleufbreedte: 0
Projectcode: Locatie: Schaal:
2
1662005A Oude Wezenveldseweg 1: 20
Getekend volgens NEN 5104
18,
Twello
21-4-2022 Gerben van Dasselaar 0,30 0,30 1
2
10
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, bruin, Schep, Onder gebroken regenpijp
Legenda (conform NEN 5104)
grind
klei Grind, siltig
geur Klei, zwak siltig
geen geur zwakke geur
Grind, zwak zandig
matige geur
Klei, matig siltig
sterke geur Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
matige olie-water reactie sterke olie-water reactie
Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10
Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000 Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
Zand, uiterst siltig
>10000
monsters
geroerd monster
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus volumering
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis
blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
VERKLARING ONAFHANKELIJKHEID UITVOERING VELDWERK
Projectcode: Locatie: Projectleider:
1662005A Oude Wezeveldseweg 18 Twello Mark Dorland
BRL SIKB:
1000 2000 2100 6000
Monsterneming voor partijkeuringen Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek Mechanisch boren Milieukundige begeleiding van (water)bodemsaneringen en nazorg
Protocollen:
1001 1002
2001
2002 2003 2018 2101 6001
6002
Monsterneming voor partijkeuringen grond en baggerspecie Monsterneming voor partijkeuringen niet-vormgegeven bouwstoffen Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen Het nemen van grondwatermonsters Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem Mechanisch boren Milieukundige begeleiding landbodemsanering met conventionele methoden Milieukundige begeleiding van landbodemsanering met in-situ methoden
Ik verklaar dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van de BRL SIKB 2000 en de daarbij behorende protocollen. Naam: Gerben van Dasselaar
Ruben van de Bunt
Handtekening:
Bijlage | 3 Analysecertificaten
3a | analysecertificaten verkennend bodemonderzoek
PJ Milieu BV T.a.v. Mark Dorland Nijverheidsstraat 21 3861 RJ NIJKERK
Analysecertificaat Datum: 03-May-2022
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw datum aanlevering monster(s)
2022066065/1 1662005A Oude Wezenveldseweg 18, Twello 22-Apr-2022
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.
Bewaren tot: Datum:
Naam:
Handtekening:
Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.
Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.
Ing. A. Veldhuizen Technical Manager
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 NL-3771NB Barneveld +31 (0)34 242 63 00 Info-env@eurofins.nl www.eurofins.nl
Venecoweg 5 B-9810 Nazareth +32 (0)9 222 77 59 belgie-env@eurofins.be www.eurofins.be
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).