VERVALLEN Jaarstukken 2025 (2)
Tekst van het document
Deze criteria houden in dat het college opereert binnen de vastgestelde budgetten door de raad (begrotingscriterium), dat gelden worden besteed en ontvangen conform de geldende wet- en regelgeving (voorwaardencriterium) en dat het college voldoende maatregelen treft om te voorkomen dat inwoners of bedrijven geen misbruik maken van de voorzieningen die de gemeente verstrekt (misbruik & oneigenlijk gebruik criterium). Op het moment dat een fout hierin tevens leidt tot een fout in de gepresenteerde cijfers in de jaarrekening zal de accountant hierover blijven rapporteren en wordt deze bevinding niet opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. Ook over rechtmatigheidsfouten die niet in euro’s uit te drukken zijn, als ook fouten die regelmatig voorkomen zalgerapporteerd worden.
| 91
Fouten boven de goedkeurings- en rapporteringstolerantie Op 7 juli 2025 heeft de gemeenteraad zowel de goedkeurings- als de rapporteringstolerantie voor rechtmatigheid vastgesteld op 2% van de totale lasten exclusief de toevoeging aan reserves. Deze grens bedraagt € 1.784.200. Over het boekjaar 2025 zijn fouten geconstateerd die groter zijn dan deze grens. a. Voorwaardencriterium Bij een aantal inkopen is geconstateerd dat deze ten onrechte niet Europees zijn aanbesteed. Dit geeft een onrechtmatigheid van € 1.642.000. Een bedrag van € 1.553.500 heeft betrekking op inkopen die in de jaarrekening 2024 al verantwoord zijn als onrechtmatigheid. Deze aanbestedingsfouten lopen door in de komende jaarrekeningen en kunnen worden hersteld na afloop van de contracten. In de meeste gevallen is dit in 2027. In 2025 is een nieuwe onrechtmatige aanbesteding ontstaan van € 88.500. Dit betreft de aanbesteding van een verzekering. Gelet op de uiteindelijke looptijd van de onderliggende overeenkomst is geconstateerd dat deze Europees aanbesteed had moeten worden. Herstel kan plaatsvinden na 2027. De in de vorige verslagperiode ingezette maatregelen hebben in de praktijk bijgedragen aan een betere signalering van aanbestedingsrisico’s en een zorgvuldiger bepaling van de aard van inkooptrajecten.
Hierdoor worden overschrijdingen van aanbestedingsdrempels eerder onderkend en kan tijdig worden bijgestuurd. Tegelijkertijd blijkt dat voortdurende aandacht en monitoring noodzakelijk blijven om de aanbestedingsrechtmatigheid blijvend te borgen. b. Begrotingscriterium Uitgangspunt is dat iedere overschrijding van de begrote lasten onrechtmatig is. Afwijkingen zijn acceptabel in de volgende situaties: 1. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren; 2. Er is sprake van een lastenoverschrijding op een open-einde regeling; 3. De lastenoverschrijding is geautoriseerd door het vaststellen van de begrotingswijziging behorende bij een tussentijdse rapportage; 4. Begrotingsafwijkingen, niet zijnde lastenoverschrijdingen, als deze zijn gemeld in een tussentijdse rapportage of jaarrekening. Lasten exploitatie (x € 1) Programma Mooi Voorst Dienstverlenend Voorst Algemene dekkingsmiddelen Overhead Totaal
Begroot 15.151.671 5.068.137 764.553 10.958.953 31.943.314
Realisatie 15.317.976 6.702.966 1.174.108 11.717.504 34.912.554
Saldo -166.305 -1.634.829 -409.555 -758.551 -2.969.240
Programma Mooi Voorst De overschrijding binnen dit programma wordt veroorzaakt door hogere lasten binnen diverse taakvelden. In de meeste gevallen gaat het om specifieke projecten waar directe inkomsten (subsidies of uitkeringen) tegenover staan. Deze overschrijding is hierdoor acceptabel. Programma Dienstverlenend Voorst De overschrijding wordt voornamelijk veroorzaakt door een hogere dotatie aan de voorziening Wethouderspensioenen. Vanaf 1 januari 2028 gaan de pensioenen van politieke ambtsdragers naar het nieuwe pensioenstelsel en vindt overdracht plaats naar het ABP. De voorziening moet hierop worden afgestemd. Omdat dit een gevolg is van hogere regelgeving is de begrotingsoverschrijding die hierdoor ontstaat acceptabel volgens de uitspraak van de commissie BBV.
92 |
Algemene dekkingsmiddelen Binnen dit onderdeel zijn hogere rentelasten verantwoord en een dotatie aan de voorziening dubieuze debiteuren. Door direct gerelateerde inkomsten (rentebaten) resteert binnen dit onderdeel een bedrag aan onrechtmatigheid van € 226.027. Overhead Binnen dit onderdeel zijn hogere personeelskosten en inhuurkosten verantwoord. Door direct gerelateerde inkomsten (personeelsbaten) resteert een een bedrag aan onrechtmatigheid van € 356.454. Investeringskredieten Binnen de diverse investeringskredieten resteert een begrotingsonrechtmatigheid van € 382.500. Het betreft in een aantal gevallen voorbereidingskosten die ingebracht worden in nieuwe investeringen of grondexploitaties of hogere lasten als gevolg van een hogere prijsindex dan begroot. Omvang ambtelijke formatie De ambtelijke organisatie (exclusief griffie) omvatte in 2025 afgerond 213 formatieplaatsen. Het aantal formatieplaatsen binnen de Wsw (Wet Sociale Werkvoorziening) bedroeg eind 2025 48,55. Vanaf 1 januari 2015 kunnen er geen mensen meer instromen in de Wsw. We hebben een relatief jong bestand van mensen in de Wsw en deze mensen blijven hun rechten houden op basis van de oude Wsw. Het bestand met mensen in de Wsw gaat op termijn daarom teruglopen. De Participatiewet is in de plaats gekomen van de Wsw, maar ook in de plaats van de Wet Werk en Bijstand en een groot deel van de Wajong.
De ontwikkeling van de werkelijke ambtelijke bezetting in de afgelopen jaren is als volgt (de werkelijke bezetting is een momentopname, door bijvoorbeeld openstaande vacatures): Aantal FTE 2021
Aantal FTE 2022 187
Aantal FTE 2023 191
Aantal FTE 2024 201
Aantal FTE 2025 207
204
Loonsom In onderstaand overzicht zijn de werkelijk gerealiseerde loonsomuitgaven opgenomen en afgezet tegen de geraamde loonsom volgens de begroting 2025. Raming Totaal Totaal FTE's jaarwedde toelagen
Afdracht sociale lasten
Realisatie Geraamde netto netto Saldo lasten lasten
Bestuur Raad College Voormalig bestuurders Subtotaal
19,00 4,00 16,00 39,00
Ambtelijke organisatie Griffie Ambtelijke organisatie WSW-ers Subtotaal
2,56 142.294 213 14.411.800 48,55 1.479.030 264,11 16.033.123
6.711 37.436 186.440 277.475 91.035 590.239 3.993.867 18.995.905 21.617.169 2.621.264 10.983 391.317 1.881.330 1.698.617 -182.713 607.933 4.422.620 21.063.675 23.593.261 2.529.586
Totaal salarissen
303,11 16.678.602
979.061 4.439.200 22.096.864 24.677.316 2.580.452
0 422.447 223.033 645.479
314.465 72.044 -15.379 371.129
0 314.465 285.458 18.518 513.009 566.008 -1.938 205.715 232.589 16.580 1.033.188 1.084.055
-29.007 52.999 26.874 50.867
Bestuurlijke loonsom In de begroting voor 2025 was aan bestuurlijke loonsomlasteneen bedrag van afgerond € 1.084.055 opgenomen. De werkelijke uitgaven bedroegen € 1.033.188. De bestuurlijke salarisuitgaven zijn daarmee binnen de gestelde budgettaire kaders gebleven (met € 50.867). Wat hierbij
| 93
opvalt zijn de twee negatieve bedragen bij Voormalig bestuurders (totaal toelagen en afdracht sociale lasten). De wachtgelders binnen dit onderdeel krijgen een uitkering en bouwen daarover pensioen op. Dit is in ten onrechte niet gebeurd en in 2025 gecorrigeerd. Ambtelijke loonsom In de begroting voor 2025 was aan ambtelijke loonsomlasten (exclusief griffie) een bedrag van afgerond € 21.168.316 opgenomen. In de Najaarsrapportage 2025 zijn de effecten van de CAO verwerkt en formatieuitbreidingen waar besluiten van u onderliggen, aangevraagd (€ 448.853). Voor ambtelijke loonsomlasten (exclusief griffie) was hierdoor een budget van € 21.617.169 beschikbaar. De werkelijke uitgaven bedroegen € 18.995.905. De ambtelijke salarisuitgaven zijn daarmee binnen de gestelde budgettaire kaders gebleven (met € 2.621.264). Daar staat tegenover dat er personele inhuur heeft plaats gevonden. Voor de medewerkers Wsw (Wet Sociale Werkvoorziening) was in 2025 een budget van € 1.698.617 voor loonkosten geraamd. De werkelijke uitgaven bedroegen € 1.881.330. Hiermee is de raming voor 2025 overschreden (met € 182.713). Tijdelijke inhuur voor continuïteit van de bedrijfsvoering Volgens vast beleid is de ruimte in de loonsom die ontstaat als gevolg van vacatures en dergelijke voor het college beschikbaar om met tijdelijk personeel te voorzien in continuïteit van de bedrijfsvoering.
We hebben € 533.598 aan inkomsten ontvangen, zoals ontvangsten van ziektewetuitkeringen, (loonkosten)subsidies en detacheringsvergoedingen. Rekening houdend met specifieke dekking door middel van subsidiegelden of detacheringsvergoedingen heeft per saldo voor een bedrag van € 1.915.708 aan personele inhuur plaatsgevonden. Ter vergelijking: in 2024 was dit € 2.820.451 (2023: € 1.919.232; 2022: € 934.600; 2021: € 948.500; 2020: € 569.364). Voor vergunningverlening, toezicht en handhaving is in verband met bouwactiviteiten in de gemeente extra capaciteit ingehuurd. Hier is bewust gekozen voor tijdelijke personele maatregelen in plaats van indienstneming van vast personeel, in verband met de invoering van de Wet kwaliteitsborging bouwen. Tot slot: Net als de afgelopen jaren blijkt het noodzakelijk én onvermijdelijk te zijn om te kunnen beschikken over een flexibele schil in de ambtelijke capaciteit om adequaat te kunnen reageren op de complexiteit van en dynamiek in maatschappelijke vraagstukken. De voortdurende krappe arbeidsmarkt leidt tot moeilijk invulbare vacatures en een stijging van het startsalaris voor nieuwe medewerkers. Het stijgende startsalaris heeft gevolgen voor de loonsom en daarmee voor de benodigde ruimte voor tijdelijke personele inhuur.
Personeel en organisatie Het jaar 2025 was een uitdagend jaar waarin wij te maken hebben met grote vraagstukken en met aanhoudende arbeidsmarktkrapte. De gemeente Voorst positioneert zich daarom als aantrekkelijke werkgever door te investeren in een positieve werksfeer, flexibele arbeidsvoorwaarden en opleidingsmogelijkheden. De druk op de arbeidsmarkt blijft aanwezig, waardoor we met name specialistische vacatures niet altijd snel kunnen invullen. Het wervingsproces wordt daarmee moeilijk, arbeidsintensief en duur. De werkdruk op onze medewerkers is als gevolg van moeilijk invulbare vacatures én steeds groter wordende vraagstukken, blijvend hoog. Wij zetten inhuur in voor het vervangen van zieke medewerkers, invulling van openstaande vacatures en tijdelijke ondersteuning bij extra taken. Dit biedt continuïteit maar is geen structurele oplossing. In de Prioriteitennota 2026-2029 is een taakstelling op de overhead opgenomen. Deze taakstelling realiseren we primair door het verlagen van inhuurkosten. In 2025 zijn we gestart met het kritisch kijken naar de inzet van inhuur. Hierdoor zijn we er in 2025 al in 94 |
geslaagd om de kosten van inhuur terug te brengen ten opzichte van 2024. Ook voor de komende jaren blijft dit een aandachtspunt. Wij richten ons als werkgever op een divers en inclusief personeelsbestand. In 2025 zijn 40 medewerkers in dienst getreden. In 2025 hebben in totaal 39 medewerkers de organisatie verlaten: 14 gingen met pensioen,drie waren langdurig ziek, 15 namen zelf ontslag en bij zeven eindigde het dienstverband van rechtswege. In 2020 traden er in totaal 72 Wsw-medewerkers in dienst. Op dit moment zijn daarvan nog 48 medewerkers werkzaam. In 2025 verlieten acht Wsw-medewerkers de organisatie vanwege natuurlijk verloop. Daarnaast is, als gevolg van een wijziging in de Participatiewet, een nieuwe doelgroep geïntroduceerd: beschut werk. Binnen deze categorie zijn twee personen ingestroomd, die vervolgens op eigen verzoek weer zijn uitgestroomd. In 2025 was het ziekteverzuim 3,25%, wat ruim lager is dan het referentiecijfer voor gemeenten van 6,5%. In vergelijking met voorgaande jaren is er sprake van een daling: in 2024 was het verzuim 4,75%, in 2023 6,79% en in 2022 5,11%. Deze positieve ontwikkeling is te danken aan de gerichte inspanningen op beïnvloedbare casussen van de afgelopen twee jaar. We hebben helaas ook te maken met situaties, waar onze invloed beperkt is.
De langdurige uitval onder medewerkers is afgenomen, mede dankzij preventieve maatregelen ter bevordering van vitaliteit. Helaas zijn er ook collega’s die na twee jaar ziekte de organisatie hebben verlaten. Het ziekteverzuim onder de Wsw-medewerkers was in 2025 18,5%. In 2024 was dit 22,4%, in 2023 18,5% en in 2022 17,9%. Samen met de bedrijfsarts zetten we ons in om voor iedere medewerker een geschikte werkplek te vinden. De Wsw-medewerkers vormen een kwetsbare groep als het gaat om gezondheid. In 2025 is er wederom constructief samengewerkt met de inspraakorganen, zoals de Ondernemingsraad (OR) en het lokaal overleg. De belangrijkste onderwerpen waren het vitaliteitsbeleid, het vaststellen van het nieuwe functieboek, financiën/begroting, Risico-Inventarisatie & Evaluatie en het opzetten van nieuwe samenwerkingen op het gebied van Arbo wetgeving. Informatiebeleid en automatisering Informatie- en communicatietechnologie (ICT) is een belangrijke succesfactor voor de kwaliteit van de dienstverlening aan de samenleving. Dit vereist doorlopende investeringen in ICT-infrastructuur en informatiesystemen.
Landelijke en Europese wetgeving bepaalt steeds vaker de richting, zoals de Wet digitale overheid, de Wet modernisering elektronisch berichtenverkeer (WMEBV), de Wet open overheid (Woo), het Besluit digitale toegankelijkheid overheid en de Wet hergebruik van overheidsinformatie (Who). In 2025 hebben wij diverse projecten gestart die zich richten op een digitale, efficiënte en transparante samenwerking waarbij zowel de samenleving als onze medewerkers optimaal worden ondersteund door een moderne en persoonlijke benadering. Dit vormt de basis voor een vervolg in 2026, waarin we een platform realiseren voor het openbaar maken van besluiten (Woo) en creëren een omgeving waar we met onze inwoners kunnen communiceren conform de Wmebv. In 2025 heeft de Rijksoverheid de Nederlandse digitaliseringsstrategie gepubliceerd. In deze strategie wordt steeds sterker ingezet op de Common Ground-gedachte: een moderne, overheidsbrede informatievoorziening waarbij gegevens eenmalig worden opgeslagen en meervoudig kunnen worden ontsloten. Naast deze Common Groundbenadering worden ook de zes prioriteiten nagestreefd: cloud, data delen, artificiële intelligentie, burgers en ondernemers centraal, het versterken van de weerbaarheid en | 95
autonomie van de overheid, en digitaal vakmanschap in combinatie met een moderne werkomgeving. De reguliere ICT-uitgaven waren in 2025 als volgt: Raming 2025 12.068 1.315.700 123.688 224.426 276.053 1.951.935 1.951.935
Aanschaf duurzame goederen Onderhoud Telefonie,verzekeringen Overige kosten Kapitaallasten Totaal lasten Overige inkomsten Totaal baten Saldo
Rekening 2025 7.181 1.350.130 117.589 207.125 280.968 1.962.993 43.312 43.312 1.919.681
Saldo 2025 4.887 -34.430 6.099 17.301 -4.915 -11.058 43.312 43.312 32.254
De ontwikkeling van ICT-uitgaven door de jaren heen geven het volgende beeld:
Aanschaf duurzame goederen Onderhoud Telefonie,verzekeringen Overige kosten Kapitaallasten Totaal lasten Overige inkomsten Totaal baten Saldo
Rekening 2022 13.414 847.803 147.826 135.656 287.708 1.432.407 1.432.407
Rekening 2023 5.803 1.048.894 102.892 194.310 328.178 1.680.077 29.819 29.819 1.650.258
Rekening 2024 11.361 1.162.500 91.198 138.441 307.341 1.710.841 38.457 38.457 1.672.384
Rekening 2025 7.181 1.350.130 117.589 207.125 280.968 1.962.993 43.312 43.312 1.919.681
Verantwoording informatieveiligheid over het jaar 2025 Wij bevinden ons in een voortdurend complex digitaal dreigingslandschap. Regelmatig worden wij geconfronteerd met softwarekwetsbaarheden, aanvallen op de ICT-infrastructuur, phishing en malware. Ter versterking van onze digitale weerbaarheid hebben wij het afgelopen jaar een systeem voor permanente monitoring geïmplementeerd. Dit systeem analyseert actief activiteiten en gedrag binnen onze digitale infrastructuur, waardoor afwijkingen tijdig kunnen worden gedetecteerd en opgevolgd. In 2025 lag er veel nadruk op digitale bedreigingen rondom de NAVO-top. Een belangrijk voorval was de storing van het raadsinformatiesysteem Notubiz. Daarnaast kregen kwetsbaarheden in Citrix landelijke aandacht, zoals te zien was bij een hack op het Openbaar Ministerie. De gemeente Voorst gebruikt deze software ook. Door dezelfde dag nog de noodzakelijke updates te installeren en onze systemen grondig te controleren, konden we problemen voorkomen. De verantwoording over informatiebeveiliging vindt plaats via een collegeverklaring en rapportage over de basisregistraties. U ontvangt deze tegelijk met de jaarstukken 2025 via een raadsmededeling.
96 |
4.6 Paragraaf Openbaarheid Wet Open Overheid Inleiding In artikel 3.5 (Openbaarheidsparagraaf) van de Wet Open overheid (Woo) wordt voorgeschreven dat bestuursorganen in de jaarlijkse begroting aandacht besteden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van deze wet en in de jaarlijkse verantwoording verslag doen van de uitvoering ervan, mede in relatie tot de beleidsvoornemens. De begroting en jaarlijkse verantwoording vloeien voort uit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Doel en uitgangspunten De Woo is er zodat mensen een verzoek kunnen doen om bepaalde informatie die bij bestuursorganen ligt openbaar te maken. Daarnaast is de Woo erop gericht dat bestuursorganen informatie actief openbaar gaan maken in het kader van transparantie. De Woo is de vervanger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Wij streven ernaar om een transparante, betrouwbare en toegankelijke overheidsorganisatie te zijn. Hierbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: ▪ Actieve openbaarmaking: Informatie wordt uit eigen beweging openbaar gemaakt, tenzij er sprake is van uitzonderingsgronden conform de Woo. ▪ Toegankelijkheid: Informatie is vindbaar, begrijpelijk en digitaal beschikbaar. ▪ Openbaarheid als norm: Allen bij zwaarwegende belangen(zoals privacy of veiligheid) wordt informatie niet openbaar gemaakt.
Actieve openbaarmaking De Woo noemt elf categorieën die wij actief openbaar moeten maken. Deze verplichting treedt gefaseerd in werking (per informatiecategorie), omdat er tijd nodig is om de openbaarmaking van de verschillende categorieën voor te bereiden en in te richten. Op dit moment maken wij informatie uit de volgende categorieën (zoals beschreven in artikel 3.3 van de Woo) actief openbaar: ▪ Wet- en regelgeving ▪ Overige besluiten van algemene strekking ▪ Organisatie en werkwijze ▪ Bereikbaarheidsgegevens ▪ Adviezen ▪ Agenda's en besluitenlijsten bestuurscolleges ▪ Klachtoordelen ▪ Woo-verzoeken en -besluiten Deze informatie is beschikbaar via de gemeentelijke website en/of via de Woo-index. De Woo-index is een verwijspagina waarop de gemeente hyperlinks plaatst waarmee verwezen wordt naar een andere vindplaats waarop het betreffende document openbaar wordt gemaakt. In 2025 waren er 18 ingediende Woo-verzoeken. Dit is een daling van 52 Wooverzoeken in vergelijking met 2024. Wel is dit aantal in lijn met de andere voorgaande jaren. De Woo-verzoeken worden vooral ingediend over thema's die spelen binnen de samenleving en waar inwoners of pers meer over willen weten. Overzicht Woo-verzoeken en daaruit voortkomende procedures (*):
Jaar 2025 2024
Aantal Aantal ingediend afgehandeld 18 9 70 4
Aantal afgewezen Aantal of afgedaan toegewezen en als verzoek om documenten informatie verstrekt 6 9 65 4
Aantal bezwaar / beroep 1/0 58 / 0 | 97
Jaar 2023 2022 2021 2020 2019
Aantal ingediend 16 10 14 13 12
Aantal afgehandeld 6 8 13 13 7
Aantal afgewezen Aantal of afgedaan toegewezen en als verzoek om documenten informatie verstrekt 10 7 2 6 5 7 2 11 2 9
Aantal bezwaar / beroep 0/0 1/0 2/0 0/0 2/1
(*) Bezwaar- beroepschriften voorkomende uit Woo-verzoeken worden toegerekend aan de categorie bezwaar- of beroepschriften waar het Woo-verzoek geheel of hoofdzakelijk op ziet.
98 |
4.7 Paragraaf Verbonden partijen Algemeen Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarmee de gemeente zowel een financiële als bestuurlijke relatie heeft. Beide relaties komen voort uit de verplichtingen op grond van een gemeenschappelijke regeling (GR), in samenhang met het bepaalde in artikel 193 van de Gemeentewet. De financiële verplichting houdt in dat de gemeente bijdraagt in de kosten van de publiekrechtelijke rechtspersoon. Bij een privaatrechtelijke rechtspersoon zijn de opties dat de gemeente kapitaal verstrekt in de vorm van risicodragend kapitaal, een lening of garantstelling, c.q. een subsidie of een combinatie van deze mogelijkheden. Bij de bestuurlijke relatie staat zeggenschap bij de rechtspersoon centraal, o.a. via de mogelijkheid om bestuursleden of commissarissen te benoemen of via het stemrecht als aandeelhouder. Huidige beleidskaders Aanwezigheid publiek belang Bij zowel een financiële als een bestuurlijke relatie dient sprake te zijn van een publiek belang. De behartiging van een publiek belang staat centraal bij de rechtspersoon aan wie de gemeente zich verbonden heeft. Het publiek belang zal gedefinieerd zijn in het gemeentelijk besluit tot deelneming. De invulling van het publieke belang leidt tot bepaalde taken en werkprocessen. Als er geen sprake (meer) is van een publiek belang, dan is deelneming niet (meer) aan de orde.
Volledige betrokkenheid bij behartiging publiek belang Bezien moet worden of volledige, dan wel gedeeltelijk gemeentelijke betrokkenheid bij de behartiging van het publieke belang/de publieke taak noodzakelijk is. De vraag is op welke elementen van de werkprocessen de gemeente invloed wil hebben. Gaat het alleen om de output en de resultaten, of ook om de beheersing van het proces zelf? Als volledige betrokkenheid noodzakelijk is, maar de gemeente het publieke belang niet zelfstandig kan behartigen, dan is deelname aan een publiekrechtelijke rechtspersoon, c.q. samenwerkingsverband, geïndiceerd. Gedeeltelijke betrokkenheid bij behartiging publiek belang Als sprake is van een publiek belang maar volledige gemeentelijke betrokkenheid niet noodzakelijk is, komt deelname aan een privaatrechtelijk rechtspersoon in beeld. De weg daar naar toe begint bij de vraag of de gemeente het publieke belang via bestuurlijke zeggenschap in combinatie met een financiële deelname voldoende kan behartigen. Deze vraag is van belang voor de rol waarin de gemeente als opdracht-, subsidie- of regelgever in beeld is. Biedt bestuurlijke deelname onvoldoende mogelijkheden om de verantwoordelijkheden voor het desbetreffende publieke belang waar te maken, dan is deelneming niet langer zinvol of is een nieuwe participatie niet aan de orde.
Risicoanalyse bij betrokkenheid behartiging publiek belang Indien gemeentelijke participatie geïndiceerd is, is het zaak risico's in kaart te brengen en is de monitoring van de risico’s noodzakelijk. Deze situatie kan spelen als een verplichte afdekking van tekorten, geldleningen en garanties speelt. Ook kan deze situatie ontstaan als de noodzaak tot monitoring van de omvang van het gemeentelijke aandelenkapitaal noodzakelijk is. Monitoringsinstrumenten zijn het beoordelen of goedkeuren van de begroting en de jaarrekening, dan wel specifiek omschreven besluiten en de beoordeling van het nakomen van de gewenste prestaties met inbegrip van het gewenste voorzieningenniveau. Vastlegging hiervan en verslaglegging hierover is noodzakelijk.
| 99
Lijst van verbonden partijen De verbonden partijen kunnen als volgt worden ingedeeld: Gemeenschappelijke regelingen Regio Stedendriehoek GGD Noord- en Oost-Gelderland Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland Omgevingsdienst Veluwe (ODVeluwe) Tribuut Belastingsamenwerking Basismobiliteit (PlusOV) Stichtingen/verenigingen Stichting Archipel Onderwijs Stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse Gemeenten (SVn) Stichting Koepel sport, welzijn en cultuur Coöperaties/vennootschappen Leisurelands (voorheen Recreatiegemeenschap Veluwe / RGV Holding BV) N.V. Luchthaven Teuge N.V. Bank Nederlandse Gemeenten Waterbedrijf Vitens N.V. Circulus B.V.
100 |