CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag IBB PenC 19 mei 2021 (met 3 bijlagen)

gemeenteraad 14 juni 2021, gemeente VoorstBij agendapunt: Prioriteitennota 2022 – 2025 gemeente Voorst (2021-27347) [de debatpunten worden 8 juni 2021 toegevoegd]19.971 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Verslag van de Informatieve Beeldvormende Bijeenkomst van de raad van Voorst

woensdag 19 mei 2021

Dit verslag is vastgesteld in de raadsvergadering van 14 juni 2021.

drs. B.J.M. Jansen raadsgriffier

drs. J.T.H.M. Penninx burgemeester

________________________________________________________________________________________________________

Verslag van de Informatieve Beeldvormende Bijeenkomst van de raad van Voorst op woensdag 19 mei 2021

1

Cluster Bestuur Datum bijeenkomst Agendapunt 1. Aanvang Einde Aanwezig: Namens de raad

College Ambtenaar Accountant Voorzitter IBB-griffier Publieke tribune en pers

a.

Beknopte weergave

19 mei 2021 Jaarstukken 2020, Voortgangsbericht 2021 en Prioriteitennota 2022 - 2025 19.30 uur 21.20 uur I.W.M. Aarnink-Westerbeek, A. Bannink, B.G.J. van Ekeren, R. Hafkamp MSc, R.G.H. Hazelaar, A.J.L. voor ’t Hekke, mr. S.J.T. Homan, H.G.M. Jansen-Greiving (Gemeente Belangen), G.A. Rutgers, J.E. de Weerd (VVD-Liberaal 2000), B.M. Grevinga, Visser (PvdA-GroenLinks), C.B. Booster, V.C.J. Groothuis-Beijer, G.W.F.J. Wolff van Wülfing (CDA), P.T.M. Jonkman, A.F. Liese (D66), A.A. Jansen, (Lijst Arend), R. Ploeg, M.M.G. Suelmann (Fractie Suelmann) A.B. Lagerweij, H.J. Pinkster, H. van der Sleen, W.I.J.M. Vrijhoef, drs. J.T.H.M. Penninx L. Beltman, A. Hessels, P. Krük, D.J. de Lange, A. Moerkerken, F. War, C. Woelders, L. Wolbers drs. E.H.J. D. Damman RA, Bakertilly M. Bekker RA, Bakertilly E.K. Horstman drs. B.J.M. Jansen 19 personen hebben deze vergadering gevolgd via de livestream; 30 personen keken achteraf (peildatum 21 mei 2021) De videotulen van deze vergadering kunt u terugkijken via deze link De PowerPointpresentatie vindt u als bijlage achter dit verslag.

b.

Openstaande vragen

De vragen die tijdens de informatieve bijeenkomst niet beantwoord konden worden, worden nog schriftelijk beantwoord.

c.

Vervolg

De Planning & Control documenten worden hierna besproken in de rondetafelgesprekken van 31 mei en in de raadsvergaderingen van 14 en 21 juni 2021.

______________________________________________________________________________________________________

Verslag van de Informatieve Beeldvormende Bijeenkomst van de raad van Voorst op woensdag 19 mei 2021

2

Cluster Bestuur Datum bijeenkomst Agendapunt 2. Aanvang Einde Aanwezig: Namens de raad

Accountant College Ambtenaar Voorzitter IBB-griffier Publieke tribune en pers

a.

Beknopte weergave

19 mei 2021 De accountant presenteert zich en beantwoordt vragen vanuit de raad 21.25 uur 22.10 uur I.W.M. Aarnink-Westerbeek, A. Bannink, B.G.J. van Ekeren, R. Hafkamp MSc, R.G.H. Hazelaar, A.J.L. voor ’t Hekke, mr. S.J.T. Homan, H.G.M. Jansen-Greiving (Gemeente Belangen), G.A. Rutgers, J.E. de Weerd (VVD-Liberaal 2000), B.M. Grevinga, Visser (PvdA-GroenLinks), C.B. Booster, V.C.J. Groothuis-Beijer, G.W.F.J. Wolff van Wülfing (CDA), P.T.M. Jonkman, A.F. Liese (D66), A.A. Jansen, (Lijst Arend), R. Ploeg, M.M.G. Suelmann (Fractie Suelmann) drs. E.H.J. D. Damman RA, Bakertilly M. Bekker RA, Bakertilly A.B. Lagerweij, H.J. Pinkster, H. van der Sleen, W.I.J.M. Vrijhoef, drs J.T.H.M. Penninx L. Beltman, A. Hessels, P. Krük, D.J. de Lange, A. Moerkerken, F. War, C. Woelders, L. Wolbers E.K. Horstman drs. B.J.M. Jansen 19 personen hebben deze vergadering gevolgd via de livestream; 30 personen keken achteraf (peildatum 21 mei 2021) De videotulen van deze vergadering kunt u terugkijken via deze link De PowerPointpresentatie vindt u bijlage achter dit verslag evenals het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader GTK 2020 Gemeenten.

b.

Openstaande vragen

De vragen die tijdens de informatieve bijeenkomst niet beantwoord konden worden, worden nog schriftelijk beantwoord.

c.

Vervolg

De Planning & Control documenten worden hierna besproken in de rondetafelgesprekken van 31 mei en in de raadsvergaderingen van 14 en 21 juni 2021.

______________________________________________________________________________________________________

Verslag van de Informatieve Beeldvormende Bijeenkomst van de raad van Voorst op woensdag 19 mei 2021

3

IBB P&C-cyclus

Voorlichtingsbijeenkomst Planning & Control documenten 19 mei 2021

programma/inhoud

1. Beschouwing en highlights P&C-documenten 2. Analyse kosten Wmo en Jeugdzorg

3. Toelichting AV-middelen, zaaksysteem, applicatie sociaal domein

Beschouwing

Beschouwing

Beschouwing

Beschouwing

Beschouwing

Beschouwing

1. Beschouwing

   

Jaarstukken 2020 Voortgangsbericht 2021 Prioriteitennota 2022 FMP 2022-2025: ontwikkelingen en acties

Jaarstukken 2020

 Accountantscontrole in afrondende fase  Vertraging door latere aanlevering verantwoordingen door zorgaanbieders en aantal te controleren specifieke uitkeringen (SiSa-bijlage)  Planning oplevering controleverklaring en accountantsverslag eind mei/begin juni

Jaarstukken 2020

  

Rekeningresultaat € 143.200 voordelig € 607.700 voordeliger dan begroot resultaat 2020 Veel incidentele meevallers zoals    

  

resultaat grondexploitatie (€ 777.100); leges omgevingsvergunningen (€ 239.800); opbrengst verkoop overige gronden (€ 76.000); teruggave omzetbelasting voorgaande jaren (€ 111.500)

Structurele nadelen kosten jeugdzorg en Wmo (wordt nader toegelicht) Ook positieve resultaten te zien bij andere gemeenten. Echter sprake van incidentele meevallers, structurele tekorten in sociaal domein Vanaf pagina 150 van de Jaarstukken toelichting op het gerealiseerde resultaat 2020

Jaarstukken 2020

Financiële kengetallen: Kengetal 1. Schuldquote 2. Schuldquote gecorr. 3. Solvabiliteitsratio 4. Grondexploitatie 5. Structurele expl.ruimte 6. Belastingcapaciteit

Kwal i fi c ati e prov i nc i e A B C <90% 90% - 130% >130% <90% 90% - 130% >130% >50% 20% - 50% <20% <20% 20% - 35% >35% >0% >0% <0% <95% 95% - 105% >105%

2017 64% 62% 25% 18% -3,76% 99,8%

Sc ore V oors t 2018 2019 59% 61% 56% 59% 24% 21% 9% 6% -5,76% -5,51% 103% 103%

2020 61% 60% 19% 0,47% -3,23% 102%

Catego rie A is het minst risico vo l, catego rie C het meest risico vo l

 

   

(gecorr.) schuldquote ongeveer op zelfde niveau gebleven; echter schuld is gestegen, maar ook totale baten solvabiliteitsratio gedaald: daling eigen vermogen en gewijzigde verhouding tussen vreemd en eigen vermogen grondexploitatie verder gedaald door verkoop gronden binnen de grondcomplexen structurele exploitatieruimte negatief: positief jaarrekeningresultaat 2020, maar sprake van incidentele baten belastingcapaciteit op zelfde niveau: in 2020 2% boven landelijk gemiddelde (100%) vergelijking met andere gemeenten, landelijk of gemeentegrootte via databank rijksoverheid op findo.nl

Jaarstukken 2020

Coronacrisis:  In 2020 drie compensatiepakketten door Rijk toegekend en aanvullende regelingen  Toegekende middelen grotendeels toereikend voor extra lasten en gederfde inkomsten. Ook landelijk zelfde beeld o.g.v. onderzoek VNG  Paragraaf Covid-19 opgenomen in jaarverslag (vanaf pagina 111), waarin diverse maatregelen en activiteiten zijn beschreven

Voortgangsbericht 2021

 

Hogere lasten jaarrekening 2020 sociaal domein voor Jeugdzorg en Wmo werken door en zijn de belangrijkste afwijkingen in Voortgangsbericht. Voor Wmo € 700.000 extra structureel opgenomen. Extra (incidentele) middelen jeugdzorg van € 613 mln. voor 2021 door het rijk toegekend. Voor Voorst ca. € 575.000. Toekenning bij Meicirculaire 2021 Compensatiepakketten coronacrisis ook in 2021 door het rijk toegekend Nieuwe lasten (dekking algemene reserve):   

Vervanging bestuursinformatiesysteem en bijbehorende audiovisuele middelen Overgang naar zaaksysteem Vervanging software sociaal domein

Begrotingstekort 2021 loopt met € 768.300 op tot € 2,2 mln.

Voortgangsbericht 2021

Voortgangsbericht 2021

Prioriteitennota 2022

 Terughoudend met nieuwe prioriteiten  Nieuwe prioriteiten op het terrein van duurzaamheid, implementatie omgevingswet en programma Groen  Door structurele effecten Voortgangsbericht 2021 en nieuwe prioriteiten lopen begrotingstekorten voor de jaren 2022 en 2023 op. Ook voor 2024 en 2025 ontstaan begrotingstekorten

Prioriteitennota 2022

Ontwikkeling financieel meerjarenperspectief (FMP): Omschrijving Startpositie FMP 2022-2025

2022 -336.485

2023 -22.256

Kapitaliseren investering westelijke randweg Twello (€ 5 mln), doorgeschoven naar 2025 Effecten Prioriteitennota 2022-2025 (in 2026 kap.lasten van extra middelen Randweg van € 3 mln en aanpassing lokale wegennet van € 1,5 mln.) -181.300 Effecten Voortgangsbericht 2021 -689.818 FMP 2022-2025 na verwerking VB 2021 en Prionota 2022 -1.207.603

-173.070 -689.058 -884.384

2024 427.185

2025 310.985

12.500

216.700 -12.500

-131.010 -688.288 -379.614

-142.210 -688.288 -315.314

2026 312.685 215.000 -216.700

-337.210 -688.288 -714.514

Prioriteitennota 2022

Ontwikkeling algemene reserve (excl. onttrekking begrotingstekorten) Algemene reserve vrij aanwendbaar Stand 1-1 op basis van Jaarrekening 2020 / prognose 2021 t/m 2025

2021 6.483.589

2022 6.621.683

2023 7.410.933

2024 7.255.933

2025 7.230.933

Mutaties o.b.v. genomen raadsbesluiten Eenmalig onvoorzien Transitieoperatie fysiek domein (Omgevingswet) Opbrengst precariobelasting

1.179.394 -25.000 -89.856 1.294.250

1.269.250 -25.000 1.294.250

-25.000 -25.000 -

-25.000 -25.000 -

-25.000 -25.000 -

Prioriteitennota 2021-2024 Programma mobiliteit

-125.000

-50.000

-100.000

-

-

44.200

-

-

-

-

-130.000 -130.000

-30.000 -30.000

-

-

-300.000 -300.000

-

-

-

Jaarrekening 2020 Rekeningresultaat 2020 (na resultaatbestemming) Voortgangsbericht 2021 Integraal huisvestingsplan onderwijshuisvesting Maatwerkvoorzieningen 18Zaaksysteem Overgang Gidso naar Suite4regie Inhuur extra capaciteit systeembeheer Totaal inzet Algemene reserve Voortgangsbericht 2021 Prioriteitennota 2022-2025 Implementatie Omgevingswet - opstellen omgevingsplan Totaal inzet Algemene reserve Prioriteitennota 2022 Saldo Algemene reserve vrij aanwendbaar na verwerking Voortgangsbericht 2021 en Prioriteitennota 2022-2025

-60.500 -600.000 -150.000 -100.000 -50.000 -960.500

-

6.621.683

7.410.933

7.255.933

7.230.933

7.205.933

Werkgroep Financiën SD  Aan welke knoppen kunnen we nog draaien?  Onderzoek ‘Het verschil durven maken (wmo)’ en onderzoek ‘stelsel in groei (jeugd)’  Verder transformeren?  Klanttevredenheid, hoe kijken wij daar naar?  Randen/grenzen opzoeken?

Prioriteitennota 2022

Acties de komende maanden:  Onderzoek door werkgroep Financiën sociaal domein  Inventarisatie ombuigingen/bezuinigingen waarbij ook ombuigingen uit scenario 3 van Prioriteitennota 2021 worden meegenomen  Ontwikkelingen bij het Rijk m.b.t. mogelijke extra middelen een structureel sluitend FMP

Vragen?

2. Jeugd/Wmo 2020

Analyse kosten jeugdzorg en Wmo over 2020

Uitgangspunten

 Verantwoording in jaarrekening = realisatie t.o.v. begroting.  Begroting gebaseerd op realisatie voorgaande jaren, maar geen verdere specificatie. Daarom geen zinvolle analyse mogelijk.  Voor analyse gekeken naar realisatie 2020 t.o.v. realisatie 2019.  Daarmee is vergelijking van cliëntaantallen, zorggebruik, kosten en uitnutting van toewijzingen mogelijk.

Jaarrekening 2020

 Maatwerk jeugd (taakvelden 6-72 en 6-82 excl.pers.kosten): Kosten 2019: € 8.686.700 Begroting 2020: € 8.913.200 Kosten 2020: € 9.306.500 Tekort: € 393.300  Maatwerkvoorzieningen Wmo (taakveld 6-71 excl. pers.kosten): Kosten 2019: € 4.681.000 Begroting 2020: € 4.446.600 Kosten 2020: € 5.184.500 Tekort: € 737.800

Vooruitblik

 Tariefstijgingen vanwege stijging van de (personeels)kosten van aanbieders, bijvoorbeeld door cao-afspraken. Gemiddeld 2-3% per jaar = ± € 400.000  Landelijke trends; vergrijzing, meer kinderen met problemen, aanzuigende werking abonnementstarief, complexere problematiek, etc. Moeilijk te beïnvloeden.  Nog geen structurele financiële tegemoetkoming vanuit het Rijk.  Inschatting van invloed van corona; kort- of langdurig?

Analyse jeugd (1)

 Maatwerkvoorzieningen uitbetaald aan zorgaanbieders: (x € 1.000)

2019

2020

Verschil

%

Voorster jeugd (excl. 18+)

3.556

4.145

589

+17 %

Voogdij/18+

4.345

4.371

26

+0 %

Totaal

7.901

8.516

615

+8 %

Analyse jeugd (2)  Grootste kostenstijging t.o.v. 2019 bij Voorster jeugd, niet bij voogdij en 18+ (Pluryn De Beele).  Er waren minder voogdijkinderen bij De Beele en dus minder verblijfsdagen/kosten. Beschikbare plekken zijn ingezet voor verlengde jeugdzorg/18+. Per saldo bleef het aantal cliënten in deze groep gelijk (75 cliënten).  Voor voogdij/18+ ontvangen we een aparte vergoeding van het Rijk o.b.v. “t-2”. Deze was in 2020 toereikend. In 2019 was de vergoeding hoger dan de kosten.  Met ingang van 2022 wijzigt het woonplaatsbeginsel en vallen voogdijkinderen in bijvoorbeeld De Beele niet standaard onder onze (financiele) verantwoordelijkheid.

Analyse jeugd (3)  Het aantal Voorster jongeren met een maatwerkvoorziening steeg van 510 naar 539 (+6%).

 Gemiddelde uitnutting van toewijzingen bij jeugd gestegen van 64 naar 67%.  De gemiddelde kosten per toegewezen voorziening stegen met ongeveer 10% naar € 7.700. Dit omvat alle soorten zorg, waarbij zorg met verblijf veel duurder is dan ambulante jeugdzorg.  Voornaamste oorzaken kostenstijging: - meer ingezet binnen toewijzing voor jeugd-GGZ - door corona meer complexe zorgvragen - gedurende 2019 veel instroom bij jeugdhulp met verblijf (gezinshuizen, pleegzorg), geldt in 2020 voor hele jaar

Analyse wmo (1)

 Maatwerkvoorzieningen uitbetaald aan zorgaanbieders: (x € 1.000)

2019

2020

Verschil

%

Huishoudelijke hulp

2.260

2.610

350

+15 %

Begeleiding

1.335

1.840

505

+38 %

Dagbesteding

860

380

- 480

-56 %

4.455

4.830

375

+8%

Totaal

Analyse wmo (2)  Het aantal cliënten is gestegen met 14% naar 1.162 cliënten (huishoudelijke hulp 896, dagbesteding 94, begeleiding 362).  Kosten van huishoudelijke hulp met 15% gestegen, met name bij groep 70 jr en ouder. Aanzuigende werking abonnementstarief lijkt grootste oorzaak.  Kosten van dagbesteding met 56% gedaald t.o.v. 2019 door invloed van corona. Voor een deel van deze cliënten is begeleiding ingezet. Dit lijkt dus een tijdelijk effect te zijn (inhaalzorg). Geldt met name voor de oudste leeftijdscategorieën.

Analyse wmo (3)  Begeleiding kent vooral in de leeftijd tot 50 jr een toename. Hier lijkt de onrust rondom corona een rol gespeeld te hebben.  De gemiddelde kosten per toegewezen voorziening zijn voor dagbesteding en begeleiding met 10% gedaald naar € 4.868. De gemiddelde kosten voor huishoudelijke hulp zijn gestegen met 2% naar € 2.913.

 Uitnutting van toewijzingen (gemiddeld) is gestegen van 70% naar 75%.  Opvallend: de totale kosten zijn minder hard gestegen dan het aantal cliënten (8% versus 14%).

Vragen?

3. AV-middelen, zaaksysteem

Toelichting AV-middelen, zaaksysteem en applicatie sociaal domein

Dienstverlenend Voorst

AV middelen raad 2021

       

meerdere camera's in de raadzaal en RTG ruimte geluidskwaliteit check in de raadzaal en RTG ruimte uitbreiden vergaderposten of vervangen groot beeldscherm in de raadzaal en RTG ruimte scherm voor de voorzitter / griffier een scherm in de centrale hal om de vergadering te volgen alle verbindings- en besturingsapparatuur Optie: gelijktijdig streamen van de RTG ruimte

Overhead

Dienstverlening en Klant Contact Center

Klantreis …

Zakenreis … 2021

Zaaksysteem = gereedschapskist Meer overzicht over mijn werk en dat van collega’s Alle dossiers (én archief) digitaal beschikbaar Brieven en andere documenten maken vanuit het zaakdossier Betere samenwerkingsmogelijkheden Termijnbewaking

Zaaksysteem

• Vormt de basis voor dienstverlening • Maakt werken met KCC mogelijk • en (e-)dienstverlening via het internet (zoals bijvoorbeeld via MijnOverheid) • Verbindt en bundelt processen, documenten en informatie uit de backoffice systemen • Zowel in ICT-technisch als in organisatorisch opzicht, een uiterst complexe opgave • Ons huidig Document Management Systeem (Corsa) zal volledig vervangen worden

Overgang naar Suite4Regie 2021

Vragen?

Raadspresentatie Gemeente Voorst 19 mei 2021

1

Inhoudsopgave

1.

Voorstellen

4

2.

Rol van de accountant

5

3.

Toezicht provincie

11

4.

Toekomstige ontwikkelingen

13

5.

Vragen

16

2

1. Voorstellen

Voorstellen − M.C.J.M. (Marc) Bekker RA •

29 jaar ervaring

•

Audit partner vestiging Zwolle

− drs. E.H.J.D. (Edwin) Damman RA •

22 jaar ervaring

•

Audit partner vestiging Zwolle

4

2. Rol van de accountant

De raad en de accountant Wie is de opdrachtgever? De raad is de opdrachtgever voor de controle van de jaarrekening. De accountant is daarbij ondersteunend aan de controlerende functie van de raad. Communicatie met de raad zal in de toekomst voornamelijk plaatsvinden via de recent gevormde audticommissie. Wat verklaart de accountant? De accountant geeft een verklaring over het getrouwe beeld en de rechtmatigheid van de jaarrekening. Daarbij wordt er getoetst aan de hand van een normenkader.

Hoe ziet het normenkader eruit? De minimale eisen voor de accountantscontrole zijn opgenomen in de BADO. In het normen- en toetsingskader heeft de gemeenteraad de mogelijkheid tot het opnemen van specifieke onderwerpen.

Voor de jaarrekening zijn de gestelde eisen opgenomen in het BBV. Door de accountant wordt ook getoetst in hoeverre de jaarrekening voldoet aan het BBV. Wat houdt rechtmatigheid in? Letterlijke definitie: “Het voldoen aan wet- en regelgeving.” Door de accountant wordt gekeken naar de financiële beheersingshandelingen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in de volgende rechtmatigheidsgebieden: − Externe wet- en regelgeving, bijvoorbeeld Europese aanbesteding − Interne regelgeving, bijvoorbeeld Subsidieverordening − (Eventuele) collegebesluiten, op basis van hogere regelgeving of raadsbesluiten.

6

De raad en de accountant Waaruit bestaan de jaarstukken van de gemeente? De jaarstukken van gemeente bestaan uit de volgende onderdelen: − Jaarverslag − Programmaverantwoording − Verplichte paragrafen − Jaarrekening − Balans − Staat van baten en lasten − Waarderingsgrondslagen − Toelichting − Verplichte bijlagen, o.a. SiSa-verantwoording en Taakvelden De controle door de accountant richt zich primair op de jaarrekening, waarbij wordt getoetst in hoeverre het jaarverslag in overeenstemming is met de jaarrekening.

Hoe luidt het oordeel van de accountant: De controleverklaring van de externe accountant is voor de gemeente tweeledig, namelijk een verklaring ten aanzien van de getrouwheid en een verklaring ten aanzien van de rechtmatigheid. Daarbij bestaan er drie soorten oordelen: − Goedkeurend oordeel − Oordeel met beperking − Afkeurend oordeel / Oordeelonthouding Oordeel is daarbij afhankelijk van de controletoleranties, zoals opgenomen in het normenkader. Controletolerantie betreffen een percentage van het totaal aan lasten inclusief toevoegingen aan de reserves. In de BADO opgenomen toleranties: Goedkeuringstoleranties

Goedkeurend Beperking

Afkeurend

Fouten

<1%

Tussen >1% en de 3%

> 3%

Onzekerheden

<3%

Tussen >3% en de 10% > 10%

7

Controlecyclus

Planningsfase (zomer) - Evt. 0-meting - Opstellen risicoanalyse - Opstellen dienstverleningsovereenkomst

Rapportage - Controleverklaring - Accountantsverslag

Interim (najaar) - Toetsing van 0 – meting - Systeemgerichte werkzaamheden - Rapportage in de vorm van management letter

Eindejaarscontrole (voorjaar) - Uitvoeren detailcontroles - Risicovolle posten naar voren halen - Controle sociaal domein

8

Samenwerking accountant en de raad Samenwerking met de raad Communicatie tussen de raad en de accountant vindt veelal plaats in de auditcommissie. (Voorst Beeldvormende Raad / RTG)

Vanuit de natuurlijke adviesfunctie wordt gedurende de werkzaamheden ook adviezen aan de ambtelijke organisatie, het college en/of de raad. Dit betreffen adviezen over onderwerpen met een beperkte impact op de jaarrekening.

Onderwerpen die besproken kunnen worden: − Normen- en toetsingskader − Specifieke onderwerpen waaraan de accountant aandacht dient te besteden − Rapportage van de interim-controle − Rapportage van de eindejaarscontrole − Overige onderwerpen

Overige ontwikkelingen: Sociaal Domein -

Omgevingswet

-

Rechmatigheidsverklaring

Accountant als sparringspartner De accountant kan voor de raad, eventueel via de auditcommissie, ook als sparingspartner worden gebruikt. Daarbij zal geen oordeel worden gegeven, maar zal de accountant vanuit zijn eigen ervaring delen. Uit de werkzaamheden van de accountant kunnen diverse verbeterpunten naar voren gekomen. Deze worden samen met ontwikkelingen in de wet- en regelgeving die impact hebben op de gemeente gedeeld in de management letter.

9

Aandacht vanuit de Raad op de financien Aandacht voor de jaarrekening − Verdiep u in de bevindingen van de accountant; − Heb aandacht voor de rechtmatigheid; − Beoordeel de financiële positie van de gemeente − Ons advies is om voor gemeenten de handreiking van de VNG te hanteren als referentie: −

Netto schuldquote < 130%

−

Netto schuldquote gecorrigeerd: <119%

−

Solvabiliteit: >5%

−

Grondexploitatiequote: <10%

−

Structurele exploitatieruimte: > 0%

−

Onbenutte belastingcapaciteit

Aandacht voor de interne beheersing − Heb ruime aandacht voor IT, informatiebeveiliging en cybersecurity; − Neem zelf initiatief rondom het thema fraude; − Maak onderscheid in belangrijke en minder belangrijke tekortkomingen; − Ontdek de trend in het algemene beeld van de interne beheersing;

10

3. Toezicht door de Provincie

Toezicht door de provincie Gemeenschappelijk financieel toezichtkader (GTK 2020 Gemeenten) Vormen van toezicht: − Repressief – Preventief Waar let de provincie op? − Structureel en reel begrotingsevenwicht − Structurele en incidentele baten en lasten − Bestemmingsreserve kapitaalslasten − Inzet surplus binnen de algemene reserve − Weerstandsvermogen, weerstandscapaciteit en risico’s − Financiële kengetallen − Raming algemene uitkering − Taakstellingen, bezuinigingen en ombuigingen − Materiele vaste activa − Opschuivend sluitend meerjarenperspectief − Vaststellingsbesluit begroting

12

4. Toekomstige ontwikkelingen

In ontwikkeling: rechtmatigheidsverklaring

14

Slimmer werken in plaats van meer doen

IT en data borgen efficiency en zijn daarmee een belangrijk onderdeel van onze controle Planning

 Gebruik van data met onze datafactory  Analyseren van de belangrijkste processen voor een juiste insteek van de bedrijfsverkenning

Interim

 Voorbereiding op uitvoeren data-analyses bij balans controle  Nu nog traditioneel, er draaien pilots om op basis van continuous monitoring de IT General Controls met datastromen te beoordelen

Balans

 Uitvoeren van gestandaardiseerde dataanalyses om uitzonderingen te signaleren en deelwaarnemingen te beperken.

CYBERSECURITY 15

5. Vragen

Contactgegevens drs. E.H.J.D. (Edwin) Damman RA T +31 (0)6 13 74 45 08 e.damman@bakertilly.nl M.J.C.M. (Marc) Bekker RA T +31 (0)6 15 30 36 59 m.bekker@bakertilly.nl

Kantoorgegevens: Baker Tilly (Netherlands) N.V. Burg. Roelenweg 14-18

Postbus 508 8000 AM Zwolle T +31 (0)38 425 86 00

17

GEMEENSCHAPPELIJK FINANCIEEL TOEZICHTKADER GTK 2020 Gemeenten Drenthe Flevoland Fryslân Gelderland Groningen Limburg

Noord-Brabant Noord-Holland Overijssel Utrecht Zeeland Zuid-Holland

< inhoud

gesubsidieerd door de Provincie Limburg 0 100 61 43

Pantone 485C CMYK 0-100-100-0 RGB 255-0-01 HEXA (web-safe) #DD0000

0,8 35,74 95,5 0

0,64 99,56 89,95 0,19

100 0 0 0

78,14 29,02 0 0

Beknopte huisstijlwijzerProvincie Zeeland In deze beknopte huisstijlwijzer vind je een aantal belangrijke elementen van onze huisstijl: logo, kleurgebruik en typografie.

Logo BASISLOGO Het logo van de Provincie Zeeland bestaat uit een beeld- en woordmerk. Bij voorkeur wordt het logo in kleur toegepast.

Mocht het logo in kleur niet toegepast kunnen worden, bijvoorbeeld in zwart/wit drukwerk, dan kan er gebruik worden gemaakt van het grijs/zwarte logo.

BASISLOGO DRUKWERK | PMS 1935-533 & CMYK PMS Zeeland_logo_kleur_pms.ai | .eps CMYK Zeeland_logo_kleur_cmyk.ai | .eps | .jpg | .pdf

BASISLOGO WEB EN ONLINE | RGB Zeeland_logo_kleur_rgb.ai | .eps | .jpg | .png | .svg

GRIJS/ZWART Zeeland_logo_zwart.ai | .eps | .jpg | .pdf | .png

Het diapositieve logo wordt toegepast wanneer het logo op een gekleurde ondergrond of foto staat.

DIAPOSITIEF Zeeland_logo_wit.ai | .eps | .pdf | .png

WITRUIMTE RONDOM LOGO De witruimte rondom het logo wordt bepaald door de helft van de breedte van de leeuw. Dit is de minimale witruimte dat het logo moet bevatten.

POSITIE Het logo wordt zo vaak mogelijk aan de rechterzijde van een document geplaatst. De positie van het logo kan aan de bovenof onderzijde van het document zijn.

LOGO

LOGO

MINIMALE GROOTTE De grootte van de plaatsing van het logo moet minimaal 21 mm zijn.

Kleur codes

CMYK

PANTONE

RGB

WEBKLEUR

RAL(verf)

Zee licht

50 | 30 | 0 | 55

533

79 | 95 | 122

#5C748D

5000

Zee donker

50 | 30 | 0 | 70

532

61 | 72 | 83

#3D4853

5011

Meekrap licht

0 | 100 | 45 | 15

1935

194 | 0 | 75

#C2004B

3027

Meekrap donker

0 | 100 | 80 | 40

1955

157 | 3 | 24

#9D0318

3002

Land licht

0 | 15 | 40 | 55

n.v.t.

153 | 137 | 105

#998969

7008

Land donker

0 | 15 | 30 | 70

n.v.t.

109 | 97 | 82

#6D6152

8028

Typografie Voor subkoppen en bodytekst

PF Din Stencil Bold PF Din Stencil Regular PF Din Stencil Light

Din Next LT Pro Medium Din Next LT Pro Regular Din Next LT Pro Light

CORRESPONDENTIE (OA. WORD, OUTLOOK) Voor koppen, subkoppen en bodytekst Arial Bold Arial Bold Italic Arial Regular Arial Italic

De afdeling Communicatie beheert de huisstijl van de Provincie Zeeland. Voor vragen kun je terecht bij Peter de Kam, Iris Laboyrie of Ilona Vette. Bij Peter de Kam (prepress) vraag je het logo aan voor de verschillende toepassingen

2

GTK 2020 gemeenten

< inhoud

December 2015

DRUKWERK Voor grote koppen en streamers

GEMEENSCHAPPELIJK FINANCIEEL TOEZICHTKADER GTK 2020 Gemeenten

< inhoud

INHOUD

1 INLEIDING

5

2 DOEL VAN HET FINANCIEEL TOEZICHT

7

3 ACTOREN BIJ HET FINANCIEEL TOEZICHT

8

4 UITGANGSPUNTEN

9

5 VORMEN VAN FINANCIEEL TOEZICHT

11

6 HET PROCES

12

6.1 Inzending van stukken

12

6.2 Bepalen van het toezichtregime

13

6.3 Uitvoeren van repressief toezicht

14

6.4 Uitvoeren van preventief toezicht

14

7 KADERS EN BEGRIPPEN

19

7.1 Structureel en reëel begrotingsevenwicht

19

7.2 Structurele en incidentele baten en lasten

19

7.3 Bestemmingsreserve kapitaallasten

20

7.4 Inzet surplus binnen de algemene reserve

21

7.5 Weerstandsvermogen, weerstandscapaciteit en risico’s

22

7.6 Financiële kengetallen

24

7.7 Raming algemene uitkering

25

7.8 Taakstellingen, bezuinigingen en ombuigingen

25

7.9 Materiële vaste activa

26

7.10 Opschuivend sluitend meerjarenperspectief

27

7.11 Vaststellingsbesluit begroting

28

8 OVERIGE TOEZICHTVORMEN

29

8.1 De administratie en de controle

29

8.2 Financiering; kasgeldlimiet en renterisiconorm (Wet fido)

29

8.3 Herindelingen (Wet arhi)

31

8.4 Artikel 12 Financiële-verhoudingswet

33

BIJLAGEN

4

1.

Toelichting op de toetspuntenlijst

36

2.

Begrippenlijst

40

3.

Wet- en regelgeving

43

GTK 2020 gemeenten

1 INLEIDING

Doelgroep Dit Gemeenschappelijk financieel toezichtkader (GTK) kent een brede doelgroep die vooral bestaat uit bestuurders en ambtenaren van: • De provincies, als toezichthouders. • Gemeenten als toezichtontvangers. Gedeputeerde Staten (GS) van de provincies houden financieel toezicht op gemeenten. Dit GTK heeft betrekking op dat financieel toezicht door GS op gemeenten. Het financieel toezicht door de minister van BZK op de provincies maakt geen onderdeel uit van dit toezichtkader. Voor het financieel toezicht op gemeenschappelijke regelingen wordt een afzonderlijk gemeenschappelijk toezichtkader opgesteld, dat naar verwachting vanaf het begrotingsjaar 2021 gaat gelden. De kaders voor het toezicht op waterschappen zijn per afzonderlijke provincie bepaald en worden daarom in dit GTK buiten beschouwing gelaten.

Waarom een (nieuw) GTK? Het GTK is aan vernieuwing toe, enerzijds omdat de uit 2014 daterende versie actualisatie behoeft en anderzijds omdat er behoefte bestaat aan modernisering van het toezicht. Verder waren er diverse ontwikkelingen, waaronder de decentralisatie in het Sociaal Domein in 2015 en de wijziging van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) in 2016. Uit een aantal gehouden evaluaties van het interbestuurlijk en het financieel toezicht is modernisering wenselijk gebleken. Dat heeft geleid tot het aanbieden eind 2018 van de Agenda Toekomst van het (interbestuurlijk) Toezicht (hierna: de Agenda) aan de Tweede Kamer. De opgaven waar het openbaar bestuur voor gesteld staat, zijn in de afgelopen jaren veranderd en onmiskenbaar complexer geworden. Daarom is het goed

dat door de VNG, het IPO, de staatssecretaris van Financiën en de minister van BZK, gezamenlijk wordt ingezet op een verandering van het toezicht. In de Agenda is helder beschreven welke veranderingen van het toezicht gevraagd worden. In de Agenda zijn zeven ontwerpprincipes en vijf actielijnen benoemd. De ontwerpprincipes zijn: 1. Horizontaal voorop en wordt versterkt 2. Uniformiteit (methodiek) en maatwerk 3. Risicogericht toezicht 4. Toezicht is proportioneel en wordt uitgeoefend aan de hand van een interventieladder 5. Transparantie 6. Verbinden van inzichten 7. Efficiënt en effectief. De actielijnen zijn: 1. Versterken verbinden horizontale controle en verticaal toezicht 2. Beter voeren dialoog 3. Beter leren via toezicht 4. Uniformeren uitvoering toezicht 5. Toezichthouder richt zich op gedeelde risico’s. Het doel van toezicht is in de Agenda als volgt geformuleerd: “Interbestuurlijk toezicht is er omdat de overheid haar taken blijvend goed wil uitvoeren en dat inwoners en bedrijven erop kunnen vertrouwen dat dit beschermd en geborgd is.” Toezicht is nadrukkelijk niet het primaire instrument om dit doel te bereiken. Voorop staat dat het de verantwoordelijkheid van de betreffende overheid is om haar eigen taken goed uit te voeren en om financieel stabiel te zijn. Daar hoort bij dat de horizontale ‘checks and balances’ goed worden ingevuld.

Het verticale toezicht versterkt dit. De toezichthouder heeft een brede blik: doordat hij ziet wat er bij andere toezichtontvangers gebeurt, kan hij ontwikkelingen signaleren en goede praktijkvoorbeelden delen.

< inhoud

5

Aan de volgende ontwerpprincipes en actielijnen uit de agenda is in dit GTK deels invulling gegeven. 1. Uniformiteit en maatwerk / transparantie. Door een uniforme methodiek van toezicht te hanteren, is het transparant voor de toezichtontvanger hoe dit wordt toegepast, op welke wijze er wordt getoetst (normen) en hoe wordt omgegaan met de bevindingen. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan een belangrijke wens van de toezichtontvangers. 2. Risicogericht toezicht. Toezicht focust zich op die situaties waar er risico’s zijn met potentieel grote maatschappelijke effecten, zowel inhoudelijk, financieel als organisatorisch. Hoewel er nog geen eenduidige methode van risicoanalyse beschikbaar is (deze wordt uitgewerkt in actielijn 5 van de agenda), wordt met dit GTK wel een eerste stap gezet. 3. Toezicht is proportioneel. Als een organisatie ‘in control’ en financieel gezond is, blijft het toezicht beperkt tot het minimaal noodzakelijke. Waar dat minder het geval is, draagt toezicht bij aan de versterking daarvan. De toezichthouder gaat in gesprek, geeft adviezen en/of grijpt in waar nodig. 4. Beter voeren van de dialoog. Dit nieuwe GTK heeft als uitgangspunt dat goed toezicht alleen in dialoog kan worden uitgevoerd. Er is met dit GTK nog geen stap gezet om te komen tot een gezamenlijk toezichtkader voor het financieel en generiek interbestuurlijk toezicht.

In actielijn 4 van de agenda zal dit worden uitgewerkt. Voor alle actielijnen uit de agenda geldt dat het GTK zal worden aangepast aan de hand van de resultaten van de uitwerking daarvan.

6

GTK 2020 gemeenten

< inhoud

Status GS van de twaalf provincies formuleren gezamenlijk in het GTK de taak van de financieel toezichthouder, vanuit de wettelijke opdracht. De afstemming hierover heeft ambtelijk plaatsgevonden tussen de gezamenlijke provinciale toezichthouders. Het GTK is hiermee een uitwerking van het wettelijk kader voor het financieel toezicht op decentrale overheden. Het GTK is vastgesteld door de colleges van GS van de twaalf provincies. Dit toezichtkader vervangt voor gemeenten het Gemeenschappelijk financieel toezichtkader Kwestie van evenwicht! uit 2014 en is van toepassing op de begroting 2020 en verder.

Leeswijzer Het doel van financieel toezicht en de betrokken actoren worden toegelicht in respectievelijk hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de algemene uitgangspunten. Vervolgens beschrijft hoofdstuk 5 welke vormen van financieel toezicht we kennen en gaat hoofdstuk 6 in op de wijze waarop het financieel toezicht wordt uitgevoerd. In hoofdstuk 7 zijn de specifieke kaders en begrippen uitgewerkt. De toezichtvorm bij gemeentelijke herindelingen, financieel toezicht op financiering decentrale overheden en overige relevante zaken die een relatie hebben met het financiële toezicht komen aan de orde in hoofdstuk 8.

2 DOEL VAN HET FINANCIEEL TOEZICHT

Maatschappelijk belang De financieel toezichthouder helpt gemeenten bij het bevorderen van een gezonde financiële huishouding en biedt daarmee meerwaarde aan de kwaliteit van het openbaar bestuur. Financieel toezicht is een wezenlijk onderdeel van de ‘checks and balances’ binnen het openbaar bestuur en draagt hiermee bij aan het voorkomen dat een gemeente niet meer in staat is financiële tekorten zelf op te lossen. Een gemeente die toch nog in financiële moeilijkheden komt, kan op grond van Artikel 12 Financiële-verhoudingswet een beroep doen op de collectieve middelen in het gemeentefonds. Iedere gemeente betaalt dan mee aan de financiële problemen van deze gemeente. Het belang van het financieel toezicht ligt dus bij de gezamenlijkheid van gemeenten. Het toezicht draagt hiermee bij aan het borgen van een gezonde financiële huishouding van gemeenten.

Ondersteunen van de horizontale controle en verantwoording Afgeleid van bovenstaande doelstelling hebben de toezichthouders zich ook tot doel gesteld de horizontale verantwoording aan en de controle door de raad en daarmee de kwaliteit van het openbaar bestuur versterkt te krijgen. Elke gemeente is verantwoordelijk voor haar eigen financieel beleid en beheer. De meerwaarde van het financieel toezicht is dat het een bijdrage kan leveren aan de kwaliteit van de democratische horizontale verantwoording en de sturing en controle door de raad. Onderdeel van de meerwaarde is de onafhankelijke positie van de toezichthouder en diens breder inzicht in problematiek en ontwikkelingen waar meerdere gemeenten mee geconfronteerd worden. Financieel toezicht is een onderdeel van de ‘checks and balances’ rondom de gemeentelijke financiën. De toezichthouder versterkt het inzicht in de stand van zaken van de gemeentelijke financiën als geheel en geeft signalen af ten behoeve van het publiek debat. Toezicht houden is niet zo zeer ‘bemoeien met’, maar veeleer ‘betrokken zijn bij’. Het gaat om een constructieve dialoog waarin betrokken partijen met behoud van ieders rol en verantwoordelijkheid elkaar aanspreken en kritisch bevragen.

< inhoud

7

3 ACTOREN BIJ HET FINANCIEEL TOEZICHT

De raad De raad heeft een kaderstellende en controlerende taak. Als volksvertegenwoordiging leggen ze de beleidsdoelen met de daarbij behorende budgetten in de begroting vast. Zij moeten daarbij zorgen dat de begroting een structureel en reëel evenwicht vertoont (Artikel 189 Gemeentewet). De raad kan bij zijn controlerende taak gebruik maken van de informatie van de accountant en de lokale rekenkamer. De financieel toezichthouder is complementair aan de horizontale kaderstellende en controlerende taak van de raad. Alle drie de externe partijen hebben dus een andere rol ten aanzien van de controlerende taak van de raad. • De financieel toezichthouder kijkt vooruit en anticipeert op actuele gebeurtenissen die mogelijk invloed hebben op de gemeentelijke financiën. Hij vormt zich een oordeel over het structureel en reëel evenwicht van de begroting en meerjarenraming. Daarbij heeft de toezichthouder ook een adviserende rol, maar grijpt ook in als dat nodig is. Financieel toezicht moet niet worden verward met controle van de (financiële) administratie. Dat is een taak van de accountant (zie hieronder). De jaarrekening en de bevindingen van de accountant maken wel onderdeel uit van het begrotingsonderzoek door de financieel toezichthouder (Artikel 203 Gemeentewet). • De accountant blikt vooral terug.

Hij controleert het getrouwe beeld van de jaarrekening en de rechtmatigheid en vormt zich een oordeel over de administratieve organisatie en de interne controle en kan daarover ook aanbevelingen doen. Ook de accountant heeft een adviserende rol. Dit doet de accountant in opdracht van de raad, die daarbij ook aanvullende eisen kan stellen (Artikel 213 Gemeentewet). • De lokale rekenkamer(commissie) doet vooral doelmatigheids- en doeltreffendheidsonderzoeken. De rekenkamer is onafhankelijk en bepaalt zelf haar agenda. Het doel van de onderzoeken is ondersteuning van de raad bij zijn controlerende taak (Artikel 182 Gemeentewet).

8

GTK 2020 gemeenten

< inhoud

In aanvulling hierop is relevant dat het college ook verplicht is periodiek doelmatigheid- en doeltreffendheidonderzoeken te (laten) doen naar het door hem gevoerde bestuur (Artikel 213a Gemeentewet).

De toezichthouder De provincie is financieel toezichthouder op gemeenten. Het betreft de uitvoering van de wettelijk opgedragen taak, zoals omschreven in Artikelen 186 t/m 215 Gemeentewet en Artikel 12 Financiële-verhoudingswet. De landelijke coördinatie van het financieel toezicht vindt plaats in het Vakberaad Gemeentefinanciën. Dit is een overlegorgaan van de gezamenlijke toezichthouders (provincies en BZK) en vertegenwoordigers het IPO, VNG en de ROB. De kaders voor het toezicht worden aangereikt vanuit het Vakberaad Gemeentefinanciën en zijn vastgelegd in dit toezichtkader. Provinciale Staten (PS) hebben het budgetrecht en bepalen daarmee de kaders voor de formatie en daarmee indirect ook de kwaliteit en intensiteit van het financieel toezicht. Het uitvoeren van het toezicht is de verantwoordelijkheid van GS.

De minister van BZK De minister van BZK is systeemverantwoordelijke van het toezicht. De provincies leveren jaarlijks aan de minister van BZK informatie over het uitgevoerde toezicht op gemeenten. De minister neemt dit op in het jaarlijkse toezichtsverslag aan de Tweede Kamer. De ministers van BZK is, samen met de minister van Financiën, verantwoordelijk voor het beheer van het Gemeentefonds. Voor een extra beslag op de middelen uit dit fonds kunnen gemeenten onder bepaalde voorwaarden een aanvraag doen op grond van artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet. Het ministerie van BZK voert het zogenoemde artikel 12-toezicht uit volgens de Handleiding Artikel 12 Financiële-verhoudingswet.

4 UITGANGSPUNTEN

Algemene uitgangspunten voor het GTK Financieel toezicht vindt zijn basis in de wet en is gebaseerd op vertrouwen. Ten behoeve van het maatschappelijke doel (zie hoofdstuk 2) heeft de wetgever bepaald dat de toezichthouder zich een oordeel vormt over het al dan niet structureel en reëel in evenwicht zijn van de (meerjaren)begroting van de gemeenten. Uitgangspunt hierbij is dat iedere gemeente zelf verantwoordelijk is voor een gezond financieel beleid en beheer. De toezichthouder laat de gemeente daarom haar eigen verantwoordelijkheid, maar is alert op beslissingen met financiële consequenties die het begrotingsevenwicht (kunnen) aantasten. De toezichthouder doet waar nodig uitspraken over het financieel beleid, de verordeningen (volgens Artikel 212 Gemeentewet) en het financieel beheer, waaronder het weerstandsvermogen en de risicobeheersing. Daarnaast kan de financieel toezichthouder, vanuit zijn toezichthoudende taak, suggesties en adviezen geven die de overige beleidsvelden raken. Financieel toezicht moet niet worden verward met controle van de (financiële) administratie. Zo kan de toezichthouder zich bijvoorbeeld beperken tot de vraag of er recente onderhoudsplannen zijn en of deze correct financieel vertaald zijn naar de begroting en meerjarenraming. De toezichthouder vertrouwt erop dat deze plannen er ook daadwerkelijk zijn.

Dat laat overigens onverlet dat onderhoudsplannen wel, om diverse redenen, kunnen worden opgevraagd. Met dit nieuwe GTK zetten we een eerste stap in de gewenste richting uit de Agenda (zie hoofdstuk 1). Dit en bovenstaande uitgangspunten hebben geleid tot vier algemene uitgangspunten voor dit GTK. Wanneer de actielijnen uit de agenda leiden tot andere inzichten, zal het GTK daarop worden aangepast. 1. Uniformiteit en maatwerk 2. Risicogericht toezicht 3. Toezicht is proportioneel 4. Transparantie.

1. Uniformiteit en maatwerk Toezichthouders streven naar uniformiteit en daarmee ook naar meer eenduidigheid ten aanzien van de gehanteerde criteria. Na toepassing van uniforme kaders voor het bepalen van het toezichtregime, is het toezicht vooral maatwerk en vindt het plaats op basis van contact en dialoog. Het huidige toezicht verandert naar lerend toezicht, waarbij het niet meer alleen draait om beoordelen, maar ook om het signaleren en vooral een constructieve dialoog tussen toezichthouder en toezichtontvanger. Hierbij wordt expertise ingebracht en aan beide zijden wordt geleerd om het toezicht te optimaliseren. Er is ruimte voor maatwerk in de uitvoering van toezicht, maar ook voor gerichte interventies waar die nodig blijken. Aan het maatwerk wordt in dit GTK uitvoering gegeven door de uitgangspunten risicogericht en proportioneel te hanteren. Risicogericht en proportioneel toezicht houdt in dat de toezichthouder bepaalt hoeveel (extra) aandacht een gemeente naar zijn oordeel nodig heeft. De toezichthouder stemt de intensiteit van het onderzoek en het contact met de gemeente daarop af. Voor het bepalen van het structureel en reëel evenwicht is in dit GTK een stap gezet om meer uniformiteit in de criteria te realiseren. Bij het begrotingsonderzoek maken toezichthouders gebruik van een toetspuntenlijst.

Naast de toetspuntenlijst ontwikkelen de toezichthouders een methodiek om voor iedere gemeente een risicoprofiel te kunnen opstellen. Dit helpt de toezichthouder bij het beoordelen op welke onderdelen nader onderzoek nodig is. De toezichthouder kan meerwaarde bieden door gebruik te maken van de kennis over de desbetreffende gemeente die bij de provincie aanwezig is. Op veel beleidsvelden werken de provincies samen met de gemeenten. Door interne afstemming met de beleidsafdelingen van de provincie en regelmatig contact en dialoog met gemeenten, kan de toezichthouder op de hoogte blijven van wat er in een gemeente speelt. Ook het volgen van landelijke en provinciale trends en ont-

< inhoud

9

wikkelingen, waaronder wetswijzigingen, kan bijdragen aan het leveren van meerwaarde. Dankzij deze integrale benadering kunnen provincies, binnen de in dit GTK opgenomen kaders, eigen accenten en prioriteiten toevoegen aan de wijze waarop zij het toezicht vorm willen geven. 2. Risicogericht toezicht Een binaire benadering van het toezichtregime (waarbij de keuze is beperkt tot repressief of preventief toezicht) geeft nog onvoldoende duiding over de financiële positie van een gemeente en de financiële risico’s die zij loopt. Bevindingen zullen altijd binnen een bepaalde context geplaatst moeten worden. Om een inschatting te maken van de kans dat een gemeente op termijn in financiële problemen kan komen, ontwikkelen de toezichthouders daarom een methodiek om voor iedere gemeente een risicoprofiel te kunnen opstellen. Dit profiel helpt de toezichthouder bij het inschatten van de mogelijke extra aandacht die een gemeente nodig heeft. Uiteraard is de toezichthouder zich bewust van het feit dat zich onverwachte (lokale) ontwikkelingen kunnen voordoen, die niet te vangen zijn in een uniform risicoprofiel. Dit risicoprofiel komt niet in de plaats van de eigen risico-inventarisatie die de gemeente gebruikt voor het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit.

Het profiel is in eerste instantie bedoeld als hulpmiddel voor de oordeelsvorming van de toezichthouder en het daaraan gekoppelde proportionele toezicht en geeft aanvullende informatie voor de dialoog met de gemeente. Het streven is om met ingang van de beoordeling van de begroting 2020 ervaring met het risicoprofiel op te doen. Het profiel is daarmee niet in beton gegoten en wordt de komende jaren doorontwikkeld, zoveel mogelijk in samenwerking met gemeenten. 3. Toezicht is proportioneel De toezichthouders willen zo effectief mogelijk optreden en zo efficiënt mogelijk werken. Daarbij wil het financieel toezicht de administratieve last voor gemeenten beperken, ofwel: licht waar het kan, zwaarder waar het nodig is. Er wordt zoveel mogelijk uitgegaan van beschikbare informatie. Als voor de oordeelsvorming over de financiële positie nadere informatie nodig is, zal hierom verzocht worden. Door middel van de toetspuntenlijst wordt een aantal vragen beantwoord. Indien alle vragen positief beantwoord worden valt de gemeente ‘door de zeef’. Er vindt dan op dat moment geen verder onderzoek plaats en is

10

GTK 2020 gemeenten

< inhoud

er altijd sprake van het repressieve toezichtregime. Worden niet alle vragen positief beantwoord, dan voldoet de begroting niet aan alle criteria en vindt er wel verder onderzoek plaats. Zie verder hoofdstuk 6.2 ‘Bepalen van het toezichtregime’. Als de begroting van een gemeente voldoet aan de wettelijke criteria om in aanmerking te komen voor repressief toezicht (zie hoofdstuk 5), dan zal de toezichthouder zich meestal beperken tot regulier contact met de gemeente. Op het moment dat het risicoprofiel beschikbaar is, maakt de toezichthouder een inschatting welke impact dit zou kunnen hebben op de ontwikkeling van de financiële positie. Als de impact als groot is aan te merken, zal de toezichthouder meer aandacht voor die gemeente hebben. Dit kan zich vertalen naar diepgaander onderzoek van de financiële stukken en intensiever ambtelijk contact. Als de financiële situatie verder verslechtert, waardoor de begroting op termijn mogelijk niet meer voldoet aan de criteria voor het repressieve toezicht, liggen ook bestuurlijke contacten voor de hand. Bij intensiever financieel toezicht wordt ingespeeld op de individuele situatie van de gemeente. Immers, niet iedere gemeente is hetzelfde en financiële knelpunten kunnen door uiteenlopende oorzaken ontstaan. 4. Transparantie

Het toezichtoordeel Transparant betekent dat van tevoren helder is wat de toezichthouder van de gemeente verwacht en wat de gemeente van de toezichthouder kan verwachten. Bovendien moet de toezichthouder in staat zijn het toezichtoordeel uit te leggen. Met dit GTK is aan deze twee aspecten van transparantie verder invulling gegeven door onder andere de kaders en begrippen beter toe te lichten en door toepassing van een toetspuntenlijst.

Financiële (toezicht)informatie Het belang van de openbaarheid van publieke informatie (transparante overheid) voor de democratische rechtstaat, de burger en het bestuur, is groot. Binnen de provincies gebeurt er al veel op het gebied van inventariseren en openbaar maken van financiële (toezicht)informatie. Het streven is te komen tot meer uniformiteit tussen provincies. Deze ambitie van de gezamenlijke toezichthouders zal de komende jaren naar verwachting, in combinatie van de Agenda, verder worden opgepakt en ingevuld.

5 VORMEN VAN FINANCIEEL TOEZICHT

In dit hoofdstuk worden de twee wettelijke vormen van financieel toezicht kort toegelicht: 1. Repressief toezicht 2. Preventief toezicht Voor een beschrijving van het toezichtproces wordt verwezen naar hoofdstuk 6. De kaders en begrippen die daarbij worden gehanteerd zijn toegelicht in hoofdstuk 7. De toezichthouder bepaalt de vorm van toezicht op basis van: • Gemeentewet. • Algemene wet bestuursrecht. • Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten en de notities van de commissie BBV. • Het GTK 2020 en aanvullende begrotings- of themacirculaires.

1. Repressief toezicht Repressief toezicht is standaard. Deze vorm van toezicht houdt in dat de begroting en begrotingswijzigingen direct uitgevoerd kunnen worden (rechtskracht krijgen), zonder afhankelijk te zijn van een voorafgaande goedkeuring van GS. Er is altijd sprake van repressief toezicht als aan de volgende voorwaarden is voldaan: • De begroting is structureel en reëel in evenwicht. De structurele baten dekken ieder jaar de structurele lasten en de ramingen zijn realistisch. Als de begroting niet structureel en reëel in evenwicht is, dan moet aannemelijk zijn dat dit evenwicht uiterlijk in het laatste jaar van de meerjarenraming tot stand wordt gebracht. • De jaarrekening en begroting zijn op tijd ingezonden. De jaarrekening vóór 15 juli van het jaar volgend op het verslagjaar en de begroting vóór 15 november van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar.

2. Preventief toezicht Preventief toezicht is uitzondering en wordt ingesteld als niet voldaan wordt aan het criterium structureel en reëel evenwicht. Preventief toezicht kan ook worden ingesteld als niet is voldaan aan de wettelijke inzendtermijnen. Overschrijding van de uiterste inzenddata leidt in beginsel tot preventief toezicht, ook voor een financieel gezonde gemeente. De reden hiervoor is dat de toezichthouder tijdig over informatie moet beschikken om zich een oordeel te kunnen vormen over de financiële positie. Bovendien kan het niet voldoen aan de termijnen een signaal zijn dat een gemeente de financiële huishouding niet op orde heeft. Preventief toezicht betekent dat de begroting en de daarop volgende wijzigingen eerst moeten worden goedgekeurd door GS, voordat deze kunnen worden uitgevoerd. Zolang de begroting niet is goedgekeurd, mag de gemeente geen verplichtingen aangaan of uitgaven doen, zonder voorafgaande toestemming van GS. In hoofdstuk 6 zijn de uitzonderingen hierop toegelicht.

Structureel en reëel niet in evenwicht Preventief toezicht is aan de orde als, naar het oordeel van GS, de begroting niet structureel en reëel in evenwicht is én het naar het oordeel van GS niet aannemelijk is dat dit evenwicht uiterlijk tot stand kan worden gebracht in het laatste jaar van de meerjarenraming. De hierbij geldende kaders worden toegelicht in hoofdstuk 7.

< inhoud

11

6 HET PROCES

6.1

Inzending van stukken

Om de begroting te kunnen beoordelen, moet de toezichthouder over voldoende informatie beschikken. Gemeenten zijn daarom verplicht een aantal documenten aan te leveren. De toezichthouder moet deze stukken archiveren. Het gaat daarom om volledige documenten, die door de raad zijn vastgesteld. De toezichthouder kan zelf bepalen hoe de inzending geregeld wordt, bijvoorbeeld in een digitale vorm (zoals pdf) en een bepaald e-mailadres, de Berichtenbox of het digitale loket van de provincie. Digitale aanlevering in een webversie (HTML of link) van het document is niet toegestaan. Voor de aanlevering van de stukken gelden termijnen. In onderstaand overzicht zijn de verplicht in te zenden stukken gespecificeerd, inclusief de inzendtermijnen.

Vaststellen jaarstukken De jaarstukken kunnen pas worden vastgesteld als ze compleet zijn (zie Titel IV, hoofdstuk XIII, paragraaf 2

Gemeentewet). Jaarstukken kunnen bijvoorbeeld niet, in afwachting van de controleverklaring, onder voorbehoud door de raad worden vastgesteld. Als hierdoor de wettelijke inzendtermijn wordt overschreden, is het van belang dat de gemeente hierover in overleg treedt met de toezichthouder.

Overige relevante documenten en informatie De documenten worden niet losstaand beoordeeld, maar in samenhang met elkaar en vanuit historisch besef. Voor het beoordelen van deze stukken raadpleegt de toezichthouder, naast de hierboven genoemde verplichte documenten, vaak ook andere documenten en informatie, zoals: • Kadernota en/of andere tussentijdse (bestuurs) rapportages. • Conceptbegroting, na behandeling door het college. • Meerjarenprogramma grondexploitaties. • Financiële beleidsnota’s. • Beheerplannen kapitaalgoederen. • Meerjarige berekeningen (vier jaar) van de algemene uitkering uit het gemeentefonds.

Tabel 1 Verplicht in te zenden stukken financieel toezicht Aan te leveren stukken

De stukken bevatten minimaal

Termijn

(Financiële) verordeningen

- Uitgangspunten en regels voor het financiële beleid en beheer - Getekend raadsbesluit.

Maximaal twee weken na besluitvorming.

Begroting en meerjarenraming

- Beleidsbegroting - Financiële begroting - Meerjarenraming - Gelijktijdig met de begroting vastgestelde begrotingswijzigingen - Aangenomen moties en amendementen - Getekend raadsbesluit raadsbesluit (inclusief raadsvoorstel).

Maximaal twee weken na besluitvorming en vóór 15 november in het jaar voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar.

Jaarstukken

- Jaarverslag - Jaarrekening - Controleverklaring - Accountantsverslag - Aangenomen moties en amendementen - Getekend raadsbesluit.

Maximaal twee weken na besluitvorming en vóór 15 juli in het jaar volgend op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft.

Alle begrotingswijzigingen

- Raadsvoorstel met bijlagen - Aangenomen moties en amendementen - Getekend raadsbesluit.

Maximaal twee weken na besluitvorming.

12

GTK 2020 gemeenten

< inhoud

6.2 Bepalen van het toezichtregime Naleven inzendtermijnen Het niet naleven van termijnen kan een indicatie zijn voor minder goed functioneren van de gemeentelijke financiële huishouding. Daarom hebben GS de wettelijke bevoegdheid om een gemeente onder preventief financieel toezicht te plaatsen, als inzendtermijnen worden overschreden. De gronden voor het instellen van dit preventief toezicht zijn facultatief en bieden GS de mogelijkheid deze bevoegdheid zo nodig met enige soepelheid uit te oefenen. Gemeenten moeten dus rekening houden met de inzendtermijnen, bijvoorbeeld bij het plannen van raadsvergaderingen. Er moet voldoende tijd zijn om

de stukken, na de vaststelling door de raad, in te zenden. Wanneer een gemeente voorziet dat de wettelijke inzendtermijn niet gehaald kan worden, moet de toezichthouder hiervan direct in kennis worden gesteld. De toezichthouder kan met de gemeente maatwerkafspraken maken over de consequenties van de termijnoverschrijding. Agendatechnische redenen zijn hierbij geen argument om af te zien van preventief toezicht.

Structureel en reëel begrotingsevenwicht Nadat de benodigde documenten zijn aangeleverd, vormt de toezichthouder zich een oordeel over het structurele en reële begrotingsevenwicht. Dit doet hij met behulp van een toetspuntenlijst. De toetspuntenlijst werkt als een zeef. De toetspuntenlijst geeft, aan de hand van een aantal vragen, de toezichthouder inzicht

Toetspuntenlijst voor financieel toezicht Algemene informatie 1

Zijn de begroting en jaarrekening, inclusief amendementen en begrotingswijzigingen, tijdig ingezonden?

2

Presenteert de gemeente zelf cijfermatig, minimaal conform het voorbeeld in de Notitie structurele en incidentele baten en lasten van de Commissie BBV, dat het begrotingsjaar structureel in evenwicht is?

3

Is de algemene uitkering reëel geraamd op basis van tenminste de meicirculaire van BZK?

4

Is er sprake van een positief structureel saldo bij de laatste jaarrekening?

Incidentele baten en lasten 5

Is het verplichte overzicht van incidentele baten en lasten conform de regelgeving opgesteld en toegelicht?

Kapitaalgoederen 6

Kan de gemeente de volle jaarlasten van de nog te realiseren (her)investeringen opvangen binnen een structureel sluitende begroting?

7

Beschikt de gemeente over recente, door de raad vastgestelde, (meerjarige) beheerplannen voor wegen (inclusief kunstwerken), riolering, water, groen en gebouwen?

8

Is het benodigde onderhoudsbudget van genoemde kapitaalgoederen (voortvloeiend uit het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau) reëel verwerkt in de (meerjaren)begroting?

9

Blijkt uit de begroting dat er sprake is van achterstallig onderhoud bij de genoemde kapitaalgoederen?

Realiteit van de ramingen 10

Zijn geraamde ombuigingen en/of taakstellingen reëel en/of weinig risicovol? Dit mede in relatie tot eventuele afwijkingen van de loon- en prijsstijgingen volgens de gehanteerde circulaire.

11

Zijn de bijdragen van de deelnemende gemeenten in de vastgestelde begroting van de GR overeenkomstig opgenomen in de begroting van de deelnemende gemeenten?

Grondexploitaties 12

Is er voor geprognosticeerde verliezen van grondexploitatiecomplexen een adequate verliesvoorziening gevormd?

Weerstandsvermogen en risicobeheersing 13

Voldoet de gemeente voor het weerstandsvermogen aan haar eigen vastgestelde norm?

14

Is er naar het oordeel van de toezichthouder voldoende weerstandsvermogen in relatie tot de gekwantificeerde risico’s?

Algemeen eindoordeel 15

Is het begrotingsjaar (op basis van bovenstaande beantwoorde vragen) naar het oordeel van de toezichthouder structureel en reëel in evenwicht?

< inhoud

13

of er sprake is van structureel en reëel evenwicht in het begrotingsjaar. Als de begroting aan alle criteria in de toetspuntenlijst voldoet, ‘valt die door de zeef’ en is er altijd sprake van het repressieve toezichtregime. Voldoet de begroting niet aan alle criteria, dan vindt verder onderzoek plaats. Onderstaand overzicht bevat de vragen in de toetspuntenlijst. Zie hoofdstuk 7 voor een toelichting op de begrippen en kaders waarop de toetspunten zijn gebaseerd. Bijlage 1 bevat een aanvullende toelichting op de toetspunten. Verder onderzoek vindt plaats in het geval de begroting niet door de zeef valt. Op basis van dit verdere onderzoek wordt de vorm van toezicht voor het komende begrotingsjaar bepaald. Op basis van aanvullende informatie kan geoordeeld worden dat het begrotingsjaar (alsnog) structureel en reëel in evenwicht is. Of er kan geoordeeld worden, dat het voldoende aannemelijk is dat het structureel en reëel evenwicht in uiterlijk de laatste jaarschijf van de meerjarenraming tot stand zal worden gebracht. In beide gevallen is er sprake van repressief financieel toezicht.

Als de begroting, op basis van verder onderzoek, naar het oordeel van de toezichthouder, niet structureel en reëel in evenwicht is en het voor GS niet aannemelijk is dat dit evenwicht uiterlijk in het laatste jaar van de meerjarenraming wordt hersteld, is er in beginsel van rechtswege sprake van preventief toezicht (Artikel 203 Gemeentewet). Zodra deze situatie zich voordoet, bieden GS de gemeente gelegenheid tot overleg. Hiermee stellen GS de gemeente in staat aanvullende maatregelen te treffen om preventief toezicht te voorkomen. GS stellen de raad uiterlijk 31 december schriftelijk in kennis van het toezichtregime voor het komende jaar, met een afschrift aan het college.

Meerjarig repressief toezicht In Limburg wordt gewerkt met de mogelijkheid een uitspraak te doen over een meerjarige vorm van repressief toezicht (voor maximaal 4 jaar). Hieraan ten grondslag ligt een periodiek financieel verdiepingsonderzoek naar de financiële positie en de financiële functie bij de gemeente. Voorts monitort Limburg jaarlijks om te bezien of de uitspraak gehandhaafd kan blijven, dan wel daar op terug gekomen moet worden in verband met verslechtering van de financiële positie.

14

GTK 2020 gemeenten

< inhoud

6.3 Uitvoeren van repressief toezicht Zoals eerder vermeld, vindt het repressieve begrotingstoezicht risicogericht en proportioneel plaats. Provincies kunnen eigen accenten en prioriteiten toevoegen aan de wijze waarop zij het toezicht vormgeven. Op basis van onder andere het risicoprofiel van een gemeente (zie hoofdstuk 4), beoordeelt de toezichthouder welke (extra) werkzaamheden worden uitgevoerd. Hierbij kan gedacht worden aan verdiepend onderzoek op basis van (aanvullende) stukken, het volgen van de ontwikkelingen binnen gemeenten, extra ambtelijke overleggen en extra bestuurlijke overleggen.

6.4 Uitvoeren van preventief toezicht Goedkeuring van begroting en begrotingswijzigingen Als een gemeente door GS voor het begrotingsjaar onder preventief financieel toezicht is geplaatst, behoeven de begroting en de wijzigingen daarop de goedkeuring van GS. Hiervoor gelden de volgende termijnen (Artikel 10:31 Awb.): • De toezichthouder maakt een besluit over al dan niet goedkeuring van de begroting of een begrotingswijziging, binnen 13 weken na inzending ervan door de gemeente, bekend. • Om goedkeuring op de begroting te verkrijgen, moet de gemeente actie ondernemen op basis van de met de toezichthouder gemaakte afspraken, zoals bijvoorbeeld het indienen van een door de raad vastgesteld herstelplan. • De toezichthouder kan de termijn van 13 weken éénmaal met ten hoogste 13 weken verlengen (verdaging). Dat moet gebeuren vóór het verstrijken van de eerste termijn van 13 weken. • Onthouding van goedkeuring ,of gedeeltelijke goedkeuring, vindt niet eerder plaats dan nadat GS de raad gelegenheid tot overleg hebben geboden. De motivering van het goedkeuringsbesluit verwijst naar hetgeen in dit overleg aan de orde is gekomen (Artikel 10:30 Awb). • Zolang aan de begroting geen goedkeuring is gehecht, kunnen wijzigingen daarop niet afzonderlijk worden goedgekeurd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10165846/1