Toelichting op ontwerpregeling GR Regio Stedendriehoek
Tekst van het document
Toelichting op de ontwerpregeling Regio Stedendriehoek, de overgang van oud naar nieuw Versie 7 juli 2023 Samenvatting Dit document is de uitgebreide toelichting op de voorstellen tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling (GR) van de Regio Stedendriehoek. We haalden hiervoor input op bij betrokken raadsleden, bestuurders en ambtenaren. Deze input verwerkten we in het eerste ontwerp van de nieuwe GR: de ontwerpregeling GR Regio Stedendriehoek. Deze toelichting maakt het hoe en waarom van verschillende wijzigingen duidelijk. Dit helpt om in gesprek te gaan over de voorgestelde wijzigingen. Op dit moment gaat het dus nog om een ontwerpregeling van de GR Regio Stedendriehoek. Deze ontwerpregeling heeft nog enkele stappen te gaan tot de vaststelling (zie ook het kopje ‘Verdere proces’). Bij elke nieuwe versie van het ontwerp van de GR voegen we ook een geüpdatete versie toe van deze samenvatting. Inleiding Regio Stedendriehoek werkt samen met ondernemers en kennisinstellingen aan een regio in balans, zoals benoemd in de Strategische Agenda 2022 - 2030. Dit streven krijgt handen en voeten in de Uitvoeringsagenda, die we in 2023 vaststelden. Hierin zijn onze ambities vertaald naar programma’s met concrete doelen. De programma’s zijn Slimme Groene Verstedelijking, Vitaal Landelijk Gebied en Regionale Economie van de Toekomst.
De uitvoeringsagenda markeert een verschuiving in aandachtsgebied: werkte de regio eerder voornamelijk aan economische ontwikkeling, in de uitvoeringsagenda zien we een duidelijke verbreding van de onderwerpen waar de regio zich mee bezighoudt. Maatschappelijke opgaven, zoals onder andere het gezond houden van ons water- en bodemsysteem, de bereikbaarheid van de dorpen en steden in de regio en het toekomstbestendig maken van de bedrijventerreinen, roepen ons hiertoe op. Om die reden kozen we ervoor om de scope van de regeling te verbreden. We werken tenslotte niet alleen aan een goed vestigingsklimaat, maar ook aan de andere opgaven. Samenvattend werken we aan brede welvaart. Dit gaat niet (alleen) over economische welvaart, maar over alles dat voor inwoners van waarde is: toegang tot voorzieningen bijvoorbeeld, of een mooie leefomgeving. We kijken bewust naar de gevolgen van ons handelen nu en in de toekomst. We zetten ons dus in voor een vitale regio waar het prettig wonen, leven en werken is en blijft. Door dit goed in de regeling te verwoorden is de regeling (en dus het doel van de samenwerking) meer toekomstbestendig. Werkwijze Regio Stedendriehoek Het bestuur van Regio Stedendriehoek oefent geen bevoegdheden uit in plaats van de gemeenten. De regio faciliteert en ondersteunt de gemeentelijke afstemming.
Er zijn meerdere overleggen waarin de voorstellen die gedaan worden tegen het licht worden gehouden en van advies worden voorzien. Het inhoudelijk zwaartepunt daarvan ligt bij de zogeheten programmaberaden (p-beraden, hier zijn portefeuillehouders van alle gemeenten lid van). De portefeuillehouders zorgen voor directe betrokkenheid van alle colleges. Zij hebben een agenderende, proactieve rol en voeren de bestuurlijke regie op de uitvoering van de intergemeentelijke afspraken. Concreet: in de p-beraden spreken de portefeuillehouders van de gemeenten elkaar, zodat zij input vanuit hun eigen colleges kunnen inbrengen. Daarnaast hebben de p-beraden dus een agendazettende rol, waarbij leden onderwerpen kunnen inbrengen die zij belangrijk vinden. In deze overleggen zoeken we naar draagvlak, zodat de voorstellen voor alle gemeenten werkbaar zijn. Alle colleges zijn op deze manier goed aangesloten op de regionale samenwerking.
Daarnaast is er een overleg van de gemeentesecretarissen (GSO). De gemeentesecretarissen kijken vanuit hoog strategisch niveau naar de regionale samenwerking. Verder is er nog een overleg van ambtelijk strategen: het Strategisch Team (ST). Dit overleg heeft een adviserend en strategisch karakter. De rol en taakstelling van zowel het GSO als het ST werken we later uit in een reglement. Hierin gaan we ook dieper in op het doel van de overleggen, de rol van de leden en mate van verbinding ten opzichte van andere regio-overleggen en de medewerkers in de eigen gemeente. Bovendien zijn vanuit de Regio Stedendriehoek de contacten met raadsleden geïntensiveerd. Zo worden de raadsleden regelmatig geïnformeerd over de ontwikkelingen in de Regio Stedendriehoek dankzij de kwartaalnieuwsbrief gericht op raadsleden en door in gesprek te gaan met de secretaris tijdens een bezoek aan hun gemeenteraad. Daarnaast organiseert de regio twee keer per jaar een raadsbijeenkomst waar raadsleden elkaar kunnen ontmoeten en er gesproken wordt over een relevant onderwerp voor onze regionale samenwerking. Verder is er vooruitlopend op een regionale adviescommissie op basis van artikel 24a van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) gestart met het opzetten van een raadsadviescommissie, waarover onder het kopje 'de regionale adviescommissie' meer.
Nu is het moment aangebroken om de hernieuwde samenwerking formeel vast te leggen in een gewijzigde GR. Daarvoor bestaat ook een wettelijke aanleiding: het Rijk paste onlangs de Wgr aan, met de bedoeling gemeenteraden meer mogelijkheden te geven voor grip en sturing. De gemeenten hebben tot 1 juli 2024 de tijd om een keuze te maken uit de nieuwe mogelijkheden en om dit te verwerken in de GR. Een GR wijzigen is een ingrijpende procedure. Daarom maken we meteen gebruik van de gelegenheid om het bestuur van de Regio Stedendriehoek efficiënter te maken. Ook verduidelijken we hier en daar de tekst. Ons proces De ontwerpregeling kwam tot stand door samenwerking tussen de acht gemeenten, onder regie van Regio Stedendriehoek. De regio zorgde voor het samenspel waarin voortdurend werd geschakeld tussen het bestuur van Regio Stedendriehoek, de colleges van de gemeenten, de gemeentelijke ambtelijke strategen en juridisch adviseurs en het overleg van gemeentesecretarissen. Ook raadsleden werden tijdens een speciale raadsbijeenkomst om input gevraagd. Alle suggesties en wensen uit deze overleggen namen we (voor zover mogelijk) we op in de ontwerpregeling. Inrichtingsprincipes Elke samenwerking, dus ook een gemeentelijke samenwerking, is complex. Het vraagt bovendien tijd en aandacht van alle betrokkenen.
Aandacht voor de gemeenschappelijk doelen, ieders belangen, het onderhouden van relaties, het organiseren en het voeren van zorgvuldige processen. Een goede GR kan dit ondersteunen. Om het minder ingewikkeld te maken is in ieder geval een heldere rolverdeling tussen colleges en raden van belang. Ook moet er aandacht zijn voor een duidelijke positie voor gemeentelijke portefeuillehouders, gemeentesecretarissen en ambtelijke deskundigen. Hieronder wordt ingegaan op de heldere en evenwichtige rolverdeling. Colleges vormen het bestuur van Regio Stedendriehoek De GR is een bestuurlijke verantwoordelijkheid van colleges. Zij benutten Regio Stedendriehoek voor ontmoeting, uitwisseling en afstemming. Dat was de afgelopen jaren ook al gebruikelijk. Die situatie wordt nu geformaliseerd in de nieuwe GR, die wordt omgezet naar een zogeheten collegesamenwerking. Dat betekent dat de burgemeester als afzonderlijk bestuursorgaan geen deelnemer meer is: in de gemeenschappelijke regeling staan dus geen afzonderlijke burgemeesterstaken of bevoegdheden. Om dezelfde reden zijn de raden ook geen deelnemer meer aan de gemeenschappelijke regeling: Regio Stedendriehoek oefent dus geen bevoegdheden of taken uit van de raden.
Toch versterkt de nieuwe GR de positie van de raden. Er staan bijvoorbeeld extra mogelijkheden in voor het uitbrengen van zienswijzen. En er is mogelijkheid voor een nieuwe regionale adviescommissie. Balans in het bestuur In de nieuwe GR moet het mogelijk zijn voor de colleges om effectief en doelmatig de samenwerking te verzorgen. Daarom verminderen we het aantal leden van het algemeen en van het dagelijks bestuur. Het algemeen bestuur (AB, voorheen regioraad) telt voortaan 8 leden (uit ieder college 1 lid), en het dagelijks bestuur (DB) telt er 3. De voorzitter van het DB blijft afkomstig uit het AB, dat geldt ook voor de andere leden van het DB. De besluitvorming door Regio Stedendriehoek blijft bij het AB, waarin dus alle colleges zijn vertegenwoordigd. De stemverhoudingen zijn straks als volgt: iedere gemeente beschikt over één stem. Voor besluiten die leiden tot een verhoging van de gemeentelijke bijdrage, blijft de huidige bepaling evenwel van kracht: daarvoor is een meerderheid van 2/3 van de uitgebrachte stemmen vereist. De regels voor het wijzigen van de GR veranderen ook niet: daarvoor blijft de instemming vereist van tenminste 5 gemeenten, die samen tenminste ¾ van de inwoners vertegenwoordigen. Dat is de formele regeling. In de praktijk zal het AB zoveel als mogelijk besluiten op basis van consensus en unanimiteit. Dat was de afgelopen jaren al de praktijk.
Deze wijze van samenwerken heet ook wel partnerschap op basis van vertrouwen. Het vraagt een goed oog, steeds weer, voor het proces, voor elkaars belangen en voor de onderlinge relaties. Daarom wordt in de GR niet voorgeschreven welke gemeenten de voorzitter en de overige leden van het dagelijks bestuur ‘leveren’: het wordt aan het AB (waarin dus alle colleges zijn vertegenwoordigd) overgelaten om uit zijn midden die bestuurders aan te wijzen. Omwille van een evenwichtige samenstelling, geldt als leidraad dat tenminste één van de leden van het DB is afkomstig uit de gemeente Apeldoorn, Deventer of Zutphen, en tenminste één van de leden van het dagelijks bestuur afkomstig is uit de overige gemeenten Brummen, Epe, Heerde, Lochem of Voorst. De bevoegdheden van het DB blijven beperkt tot de wettelijke taken: het bereidt de vergaderingen van het algemeen bestuur voor (in die zin fungeert het DB als een ‘agendacommissie’), voert de besluiten van het AB uit, verzorgt de wettelijke voorgeschreven processen in de richting van de gemeenteraden (zoals het ‘ophalen’ van zienswijzen bij de ontwerpbegroting) en is verantwoordelijk voor de ambtelijke organisatie van de Stedendriehoek.
Gemeentelijke afstemming De afgelopen periode is ook weer het belang gebleken van de goede aansluiting van de samenwerking op de gemeentelijke organisaties: inhoudelijk en procedureel, ‘aan de voorkant’ en ook ‘aan de achterkant’ voor de uitvoering en uitwerking. Het overleg van gemeentesecretarissen (GSO) krijgt daarom eveneens een formele vermelding in de gemeenschappelijke regeling; taken en werkwijze zullen later door het algemeen bestuur worden vastgesteld, uiteraard in overleg met de secretarissen. Ook zal bij die gelegenheid nader worden ingegaan op de plaats van ook andere ambtelijke bijeenkomsten, zoals het huidige overleg van strategen. De nieuwe Wgr en de gemeenteraad De nieuwe instrumenten voor grip en controle, die de herziening van de Wgr biedt, zijn in enkele sessies met raadsleden verkend en besproken. Dit leidde tot diverse concrete suggesties die in de GR zijn verwerkt (en die hieronder worden toegelicht). De aanwezige raadsleden plaatsten ook een belangrijke kanttekening bij het ruime, nieuwe instrumentarium van de Wgr: elke gemeente is actief in een groot aantal samenwerkingsverbanden, en raadsleden moeten de aandacht nu eenmaal verdelen. Democratische betrokkenheid is niet alleen een kwestie van het inzetten van formele mogelijkheden, maar ook van tijd, kennis en betrokkenheid. Ook in dat opzicht moest er een praktische balans worden gezocht.
Hieronder lopen we de nieuwe mogelijkheden van de Wgr stap voor stap door en geven we aan welke keuze door raadsleden is gemaakt.
De regionale adviescommissie Het was in veel regio’s al goed gebruik, maar nu biedt de Wgr de formele mogelijkheid om een regionale adviescommissie van raadsleden in het leven te roepen. Tijdens de raadssessies bleek er veel steun voor deze mogelijkheid. Er zijn een paar aandachtspunten: De commissie is bedoeld als adviescommissie voor het algemeen bestuur. Maar de commissie kan ook worden benut in de richting van de gemeenteraden, bijvoorbeeld voor het inhoudelijke of procedureel afstemmen van zienswijzen. De commissie mag echter niet een zienswijze uitbrengen in plaats van de raden: die bevoegdheid blijft in handen van de raden en zij kunnen deze bevoegdheid niet overdragen. De commissie komt er alleen op voorstel van de gemeenteraden gezamenlijk: alle raden moeten dit voorstel steunen. (Maar een raad mag ook besluiten zelf geen lid voor de commissie aan te wijzen.) Om deze suggestie te kunnen realiseren, is het van belang dat iedere raad dit voorstel richt tot de Regioraad. Taken, bevoegdheden, samenstelling, werkwijze e.d.: dat moet door het algemeen bestuur worden geregeld. Dat maakt daartoe eerst een voorstel, waarop alle raden hun eventuele wensen of bedenkingen kunnen geven. Daarna volgt de installatie van de commissie. Formeel zullen alle raden gezamenlijk eerst de komst van een regionale adviescommissie voor Regio Stedendriehoek moeten voorstellen.
Parallel aan het wijzigingsproces van de GR, hebben raadsleden in sessies de eerste ideeën al uitgewisseld over de werkzaamheden van zo’n adviescommissie, zodat het bestuur van Regio Stedendriehoek de commissie hopelijk al snel in 2024 kan installeren. Termijnen voor kadernota, ontwerp-jaarverslag en ontwerpbegroting. De nieuwe Wgr verruimt de termijnen voor het aanbieden van het jaarverslag voor het afronden van het begrotingsproces. Er is vooral een ruimere periode mogelijk voor de begroting (tot kort na de zomer): daarmee heeft de raad ook langer de tijd voor het uitbrengen van een zienswijze. We kiezen ervoor de termijnen aan te houden, deze zijn als volgt: Uiterlijk 15 december stuurt het dagelijks bestuur de kaderbief aan de raden (die hierover een zienswijze kunnen uitbrengen). Uiterlijk 30 april ontvangen de raden de ontwerpbegroting, en zij kunnen hierop een zienswijze uitbrengen; het algemeen bestuur stelt de begroting uiterlijk kort na de zomer vast. Deze termijnen zijn bedoeld om gemeenteraden optimaal in staat te stellen zich een oordeel te vormen over de financiële gang van zaken met betrekking tot de gemeentelijke bijdrage. Om die reden kiezen we ervoor de termijnen zoals genoemd in de Wgr, aan te houden.
Extra zienswijzen Behalve de wettelijke mogelijkheid voor het uitbrengen van een zienswijze op de ontwerpbegroting, biedt de nieuwe Wgr de mogelijkheid tot het uitbrengen van extra zienswijzen. Dit kan bijvoorbeeld handig zijn bij grote besluiten die veel impact hebben op de regio. Het voorstel is om deze extra mogelijkheid in ieder geval te benutten bij de Meerjarige Kadernota en bij de Strategische Visie van Regio Stedendriehoek, die eens in de zoveel jaar opnieuw geformuleerd gaat worden, en bij eventuele tussentijdse aanpassingen en voortgangsrapportages van deze visie. Deze voortgangsrapportages worden aangevuld met data vanuit de nieuwe monitoringsinstrumenten waaraan door de Regio Stedendriehoek wordt gewerkt, voor bijvoorbeeld monitoring op de voortgang van de uitvoeringsagenda. De regionale adviescommissie zou ook een rol kunnen vervullen bij de stroomlijning van de zienswijzen, procedureel en ook inhoudelijk. Overigens kan het bestuur van Regio Stedendriehoek altijd tussendoor besluiten om een extra zienswijze bij de raden op te halen, op eigen initiatief of daartoe opgeroepen door colleges, raden of de regionale adviescommissie. De nieuwe zienswijzen zijn geen vrijblijvend instrument voor het bestuur.
Artikel 10, zesde lid Wgr schrijft voor: “Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijze gegeven is stelt het dagelijks bestuur (…) de raden van de deelnemende gemeenten en (…) het algemeen
bestuur (…) schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijze (…) alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.” Met andere woorden: de raad wordt goed op de hoogte gehouden. Hij kan bovendien zijn wensen en bedenkingen over het standpunt van het dagelijks bestuur ‘meegeven’ aan het eigen college, voorafgaand aan het besluit door het algemeen bestuur. Participatie De Wgr schrijft voor om in de tekst van de GR aandacht te besteden aan participatie. Hiermee wordt het mogelijk om inwoners en belanghebbenden op regionaal niveau te betrekken bij beleidsontwikkeling, uitvoering en evaluatie. Daarmee wil de wetgever niet zo zeer gemeenteraden ondersteunen (de ‘representatieve’ democratie), maar ook ruimte geven aan nieuwe vormen van ‘directe’ democratie. Tijdens de bijeenkomsten met raadsleden is uitvoerig bij dit thema stil gestaan. Het uitgangspunt is dat regionale participatie zinvol is wanneer een regio over verordenende bevoegdheden beschikt die de raden aan de regio hebben overgedragen. Dan is het logisch dat de participatie ook op regionaal niveau plaatsvindt. Dat is in Regio Stedendriehoek echter niet het geval. Het kan alsnog nuttig zijn om een vraagstuk in bredere kring te bespreken, ook al gaat het formeel niet om eigen regionaal beleid.
Een nadeel is echter, dat regionale participatie ten koste kan gaan van het rechtstreeks contact tussen de afzonderlijke gemeenteraad en ‘zijn’ inwoners en belanghebbenden. Ook zou regionale participatie in theorie de lokale zienswijzen, die raden zelf al uitbrengen, kunnen doorkruisen. Er is ook dan ook iets te zeggen voor lokale, gemeentelijke participatie waarna de raad desgewenst het resultaat kan ‘meenemen’ in zijn zienswijzen in de richting van het bestuur van stedendriehoek. Over enige tijd zal een aanpassing van de Gemeentewet dit ook formeel mogelijk gaan maken. Tijdens de raadssessie is de volgende oplossing naar voren gekomen: het algemeen bestuur zal later een participatienota opstellen, waarin de kaders voor regionale participatie verder worden uitgewerkt, ook in relatie met de lokale, gemeentelijke zienswijzen. Die nota biedt helderheid over het type besluiten dat zich voor regionale participatie leent. In overeenstemming met de kaders uit deze nota, zal vervolgens ieder besluit van het algemeen bestuur een (korte) participatieparagraaf gaan bevatten. Evaluatie De nieuwe Wgr schrijft ook voor dat in iedere GR aandacht wordt besteed aan een evaluatie. Gemeenten kunnen echter ook in de tekst opnemen dat er niet zal worden geëvalueerd. Dat leek de raadsleden tijdens de raadssessies geen goed idee en dat geldt ook voor de gemeentesecretarissen en het DB.
De wens is dat de regeling tenminste eens in de vier jaar wordt geëvalueerd. Het exacte moment, de procedure, de vraagstelling en de personen en organisaties die bij de evaluatie worden betrokken: dat alles wordt overgelaten aan het algemeen bestuur. Ook op dit punt kan de regionale adviescommissie een rol gaan vervullen, zowel bij de opzet van de evaluatie als bij het leveren van een inhoudelijke bijdrage. Actieve informatieplicht Er is nu ook een wettelijke ‘actieve’ informatieplicht voor het bestuur van Regio Stedendriehoek in de richting van de gemeenteraden. Dat dwingt het bestuur om zich steeds weer de vraag te stellen: wat hebben raadsleden concreet nodig, om hun kaderstellende en controlerende rol goed uit te kunnen oefenen? Sinds het dualisme hadden de colleges deze plicht al ten opzichte van de gemeenteraden. De Wgr bevat nu ook deze opdracht voor het regionale bestuur. Een bijkomend voordeel is, dat langs deze weg alle gemeenteraden gelijktijdig over dezelfde informatie komen te beschikken. Dat zal ook de eventuele afstemming van de afzonderlijke zienswijzen kunnen vereenvoudigen, al of niet met tussenkomst van de regionale adviescommissie. In de GR wordt concreet opgenomen dat het AB een actief informatiebeleid voert naar de gemeenteraden en dat het bestuur de raden de openbare stukken (waaronder de besluitenlijsten)
toestuurt. Deze besluitenlijsten voorzien we van achtergrondinformatie. Zo stellen we raadsleden goed in staat zich een oordeel te vormen. Die informatie kunnen zij vervolgens ook benutten voor de al bestaande (wettelijke) mogelijkheden om het bestuur vragen te stellen of om instructies en wensen mee te geven aan het eigen college. Afspraken over uittreding Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat een gemeente de samenwerking wil stopzetten: juist met deze nieuwe GR kan de samenwerking een volgende fase ingaan waarin gemeenten de handen ineenslaan voor het oplossen van maatschappelijke opgaven, met een goed oog voor ieders belangen en ook met een duidelijke rolverdeling tussen de raden en colleges. Mocht de situatie zich toch voordoen, dan staat in de ontwerpregeling beschreven hoe dit in zijn werk gaat. Het gaat hierbij niet alleen over de procedure, maar ook over exacte kostprijs, zowel voor de vertrekkende als voor de achterblijvende gemeenten. Dat is in de tekst als volgt verwerkt: ‘twee jaar voorafgaand aan een uittreding maakt het betreffende college zijn voornemen daartoe kenbaar. De betreffende gemeente betaalt, na de uittreding, nog tweemaal een bijdrage: eerst 80% en vervolgens 60% van de bijdrage tijdens het laatste jaar van deelname.
Daarmee hebben de achterblijvende gemeenten en Regio Stedendriehoek voldoende tijd om zich voor te bereiden, terwijl ook de vertrekkende gemeente kan becijferen wat de uittreding kost.’ Verder is in de tekst opgenomen dat het algemeen bestuur de gevolgen van de uittreding inventariseert zodat alle betrokkenen zich in alle opzichten zo goed mogelijk kunnen voorbereiden. Zie onderstaand de consequenties voor uittreding. Verdere proces Besluitvormingstraject wijziging Regeling Regio Stedendriehoek Het algemeen bestuur van Regio Stedendriehoek biedt het ontwerp van de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Regio Stedendriehoek en de toelichting (zoals vastgesteld in zijn vergadering (van 5 juli) aan de colleges en de burgemeesters van de deelnemende gemeenten aan voor het doorlopen van de volgende stappen. Dat gebeurt met een aanbiedingsbrief van het dagelijks bestuur. 1. Elk college stelt het ontwerp van de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Regio Stedendriehoek vast en verzoekt de raad over het ontwerp van de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Regio Stedendriehoek een zienswijze aan het college naar voren te brengen, voor 1 november; 2. De raad besluit: a. Kennis te nemen van het ontwerp van de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Regio Stedendriehoek, zoals vastgesteld door het college; b.
Te besluiten (al of niet) een zienswijze bij het college naar voren te brengen op het ontwerp van de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Regio Stedendriehoek. c. De Regioraad van de Regio Stedendriehoek voor te stellen een raadsadviescommissie in te stellen. 3. De colleges sturen de eventueel ontvangen zienswijze door naar de Regio Stedendriehoek, die in samenspraak met ambtelijke en bestuurlijke vertegenwoordigers van de gemeenten een nieuw (definitief) ontwerp van de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Regio Stedendriehoek zal opstellen met inachtneming van de zienswijzen, dat wordt vastgesteld door het algemeen bestuur, waarna het dagelijks bestuur het (definitief) ontwerp van de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Regio Stedendriehoek zendt naar de colleges. 4. Het college besluit: a. Het (definitief) ontwerp van de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Regio Stedendriehoek vast te stellen;
5.
6.
7.
8.
i. ii.
b. De raad te verzoeken toestemming te verlenen om de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Regio Stedendriehoek conform het (definitief) ontwerp vast te stellen De burgemeester besluit: a. Met inachtneming van artikel 1 van de Wgr voornemens te zijn om uit te treden uit de gemeenschappelijke regeling Regio Stedendriehoek; b. De raad te verzoeken om toestemming om uit te treden uit de gemeenschappelijke regeling Regio Stedendriehoek. De raad besluit: a. Uit te treden uit de gemeenschappelijke regeling Regio Stedendriehoek met ingang van de dag na bekendmaking van de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Regio Stedendriehoek (dat besluit dient in het Gemeenteblad bekend gemaakt te worden); b. De burgemeester toestemming te verlenen om uit te treden uit de gemeenschappelijke regeling Regio Stedendriehoek, met ingang van de datum van de dag na bekendmaking van de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Regio Stedendriehoek; c. Het college toestemming te verlenen om de gewijzigde tekst van de gemeenschappelijke regeling Regio Stedendriehoek vast te stellen overeenkomstig het (definitief) ontwerp. De burgemeester besluit: Uit te treden uit de gemeenschappelijke regeling Regio Stedendriehoek. (Dient in het Gemeenteblad bekend gemaakt te worden) Het college besluit: De wijziging van de gemeenschappelijke regeling Regio Stedendriehoek vast te stellen.
(Het college van Apeldoorn maakt de gemeenschappelijke regeling bekend (zie onderstaand) en stuurt deze naar gedeputeerde staten.) Bekendmaking 1: Besluit college moet bekend worden gemaakt (artikel 3:40 Awb) in het Gemeenteblad (artikel 3:42 Awb jo. artikel 6 Bekendmakingswet) Bekendmaking 2: Na besluitvorming door alle colleges: bekendmaking in Gemeenteblad van de plaats van vestiging, i.c. Apeldoorn
Consequenties voor uittreding