toelichting en regels
Tekst van het document
5.5
Water
Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Via de digitale watertoets (www.dewatertoets.nl) kan beoordeeld worden welke waterthema's in het plan relevant zijn. De Watertoets is op 20 april 2023 uitgevoerd. Het plan is, vanuit de waterhuishouding bezien, voor het waterschap van belang, gezien de aanwezigheid van een persleiding in het plangebied. Het plan is dan ook met het waterschap afgestemd en er zijn onderling afspraken gemaakt, welke zijn verwerkt in de anterieure overeenkomst en voorwaardelijke verplichting van dit bestemmingsplan.
31
Terwoldseweg 10, Twello
5.6
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening bepaalt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. De gemeenteraad kan hiervan afwijken indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen kosten anderszins is geregeld. Aangaande de grondexploitatie over de in voorliggend plan begrepen gronden is een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer gesloten. Het vaststellen van een exploitatieplan is dan ook niet nodig. Eventuele kosten van planschade zijn voor rekening van de initiatiefnemer.
32
Terwoldseweg 10, Twello
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische planbeschrijving
Inleiding
In dit hoofdstuk worden de regels van het plan nader toegelicht. Er wordt inzicht gegeven in de opbouw van de planregels, de gebruikte bestemmingen en de inzet van zogenaamde flexibiliteitsinstrumenten. De planregels zijn als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 1: inleidende regels; Hoofdstuk 2: bestemmingsregels behorend bij de verschillende bestemmingen; Hoofdstuk 3: algemene regels die verschillende algemene bepalingen bevatten die van toepassing zijn op elke bestemming uit hoofdstuk 2; Hoofdstuk 4: overgangs- en slotregels.
6.2
Planregels
6.2.1
Inleidende regels
In deze regels staan de begrippen verklaard die in de planregels voorkomen en die om een nadere omschrijving vragen. Verder wordt aangegeven op welke wijze gemeten moet worden om bijvoorbeeld goot- en bouwhoogte te bepalen. 6.2.2
Bestemmingsregels
Deze regels betreffen het hart van het bestemmingsplan. In de bestemmingsregels wordt aangegeven waarvoor en - zo nodig - hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor: Groen; Bos; Tuin; Wonen - 1; Wonen - 2 Het komt regelmatig voor dat er twee functies op één perceel voorkomen, zoals bijvoorbeeld een leiding. De aanwezigheid van deze leiding brengt de nodige beperkingen met zich mee. Deze beperkingen kunnen ook gelegen zijn onder het maaiveld. In het geval dat er twee functies tegelijk op één perceel geregeld moeten worden in een bestemmingsplan, wordt er gesproken van een 'dubbelbestemming'. In dit bestemmingsplan komen de volgende dubbelbestemmingen voor: Leiding - Riool Waarde - Archeologie - 2 Waarde - Archeologie - 3 Waarde - Archeologie - 4 Waarde - Cultuurhistorie Waarde - Ecologie - GO Waarde - Landschap De bestemmingsregels kennen een vaste opbouw in bestemmingsomschrijving (toegestaan gebruik), bouwregels, afwijking van de bouwregels, specifieke gebruiksregels, afwijking van de gebruiksregels, omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde of van werkzaamheden en tenslotte wijzigingsbevoegdheden. Bestaande situatie In de bestemmingsregels, veelal de bouwregels, kan worden verwezen naar de bestaande situatie.
De bestaande situatie is de situatie zoals deze naar voren komt uit de (digitale) gegevens van het gemeentelijk bouwdossier, aangevuld met de GBKN, het kadaster, de luchtfotos en de cyclomedia, zoals deze bestaan op het moment van het in werking treden van het plan. 33
Terwoldseweg 10, Twello
6.2.3
Algemene regels
De algemene regels hebben betrekking op alle bestemmingen in het plan. In plaats van bij elke bestemming dezelfde regels te plaatsen, kan gebruik worden gemaakt van een algemene regel. Zo zijn er algemene bouwregels, gebruiksregels, aanduidingsregels, afwijkingsregels en wijzigingsregels. Anti-dubbeltelbepaling De anti-dubbeltelbepaling is ook onder de algemene regels opgenomen. Hiermee blijven gronden, die eenmaal in aanmerking zijn genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog uitvoering kan worden gegeven, buiten beschouwing bij de beoordeling van latere bouwplannen. Algemene gebruiksregels Naar aanleiding van een uitspraak van de Raad van State is gebleken dat wonen in bijgebouwen is toegestaan als die niet expliciet is uitgesloten. Omdat dit niet gewenst is, wordt in deze specifieke gebruiksregel wonen in bijgebouwen uitgesloten. Ook permanente bewoning van recreatiewoningen isniet toegestaan. 6.2.4
Overgangs- en slotregels
In dit deel van de regels zijn het overgangsrecht en de slotregels opgenomen. De eerste regels beschermen een bestaand bouwwerk of gebruik dat afwijkt van de regels. De slotregel geeft aan op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.
6.3
Bestemmingen
6.3.1
Groen
De bestemming Groen wordt gebruikt om het structurele groen te bestemmen. Hierbinnen is geen bebouwing toegestaan. 6.3.2
Bos
De bestemming Bos wordt gebruikt ten behoeve van de aanleg, instandhouding en ontwikkeling van bosbeplanting en het behoud, beheer en/of herstel van de landschappelijke en bosbouwkundige waarden. In het zuidwesten van het plangebied wordt een bosperceel aangeplant. Binnen de bestemming ´Bos' zijn alleen terreinafscheidingen met een hoogte van maximaal 1 meter toegestaan. Ter bescherming van de aanwezige landschappelijke en bosbouwkundige waarden is een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, opgenomen. 6.3.3
Tuin
Een deel van de gronden heeft de bestemming 'Tuin' gekregen. Gronden met deze bestemming dienen zoveel mogelijk onbebouwd te blijven. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd en zijn alleen andere bouwwerken met een hoogte van maximaal 1 meter toegestaan. Het bouwen van overkappingen is niet toegestaan. 6.3.4
Wonen - 1
Bestemmingsomschrijving bestaande woning De bestemming Wonen - 1 is bedoeld voor de bestaande woning. De gronden binnen deze bestemming Wonen - 1 zijn bestemd voor het wonen, beroepen en bedrijven aan huis alsmede voor tuinen en erven. Ook ondergeschikte voorzieningen als bed en breakfast, groen, paden, verhardingen, water en parkeren zijn binnen deze bestemming toegestaan. Hetzelfde geldt voor openbare nutsvoorzieningen. 34
Terwoldseweg 10, Twello
Bouwvlak Er is gekozen voor een systematiek waarbij de woningen en de bijgebouwen binnen het bouwvlak dienen te worden gebouwd. Binnen het bouwvlak van de bijgebouwen is bepaald dat het aantal wooneenheden nul mag bedragen, waardoor op die locatie uitsluitend een bijgebouw opgericht kan worden. Voor de bestaande woning en bijgebouwen is maximaal de bestaande goot- en bouwhoogte in meters (m) toegestaan tenzij de aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte (m)' van toepassing is waarbij de goot- en bouwhoogte maximaal de aangegeven hoogten in meters mogen bedragen. Andere bouwwerken kunnen ook buiten het bouwvlak worden gebouwd. Aan huis verbonden beroep en -bedrijf Binnen de woonbestemming is een beroep of bedrijf aan huis mogelijk tot een gezamenlijk maximum oppervlak van 100 m², binnen het bouwvlak.
Er dient te worden voldaan aan de volgende voorwaarden: opslag van risicovolle onderdelen is niet toegestaan; buitenopslag is niet toegestaan; er mag geen sprake zijn van belemmeringen voor omliggende functies; er mag geen nadelige invloed worden uitgeoefend op de normale afwikkeling van het verkeer; er dient in voldoende parkeergelegenheid binnen het bestemmingsvlak Wonen te worden voorzien; er mag geen sprake zijn van detailhandel, uitgezonderd internetverkoop; het beroep en het bedrijf mogen uitsluitend door de bewoner(s) worden uitgeoefend; de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf is alleen toegestaan als het een bedrijf is dat is opgenomen in categorie 1 van de in bijlage 1 bij de regels opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten. Opslag ten behoeve van het aan huis verbonden beroep en/of –bedrijf valt ook binnen het toegestane aantal vierkante meters. Bed & breakfast De woning en de overige gebouwen mogen gedeeltelijk worden gebruikt voor het voeren van een bed & breakfast. Hiervoor mogen maximaal drie kamers worden gebruikt met in totaal maximaal acht slaapplaatsen. Op deze wijze wordt een invulling gegeven aan de recreatieve potentie van de gemeente Voorst. De activiteit mag geen belemmering vormen voor de omgeving of voor de normale afwikkeling van het verkeer en er moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid binnen het bestemmingsvlak Wonen.
Hiervoor worden de CROW-normen gehanteerd. Vanzelfsprekend is de geldende milieuwetgeving ook van kracht. Karakteristieke bebouwing Het schrijvershuisje is een overblijfsel van het agrarische verleden van de plek. Het gebouw is vanwege de hoofdvorm en de verschijningsvorm van belang voor de herkenbaarheid van de geschiedenis en de identiteit van de plek. Deze kwaliteiten zijn uitgangspunt geweest voor het functieveranderingsplan. Het schrijvershuisje is karakteristiek voor de plek. Handhaving van de uitstraling van het pand is uitgangspunt. Met de dubbelbestemming "Waarde - Cultuurhistorie" worden de hoofdvorm (en de huidige inhoud), situering en oriëntatie van het gebouw beschermd. 6.3.5
Wonen - 2
Bestemmingsomschrijving nieuwe woningen De bestemming Wonen - 2 is bedoeld voor de nieuwe woningen. De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor het wonen, beroepen en bedrijven aan huis alsmede voor tuinen en erven. Ook ondergeschikte voorzieningen als bed en breakfast, groen, paden, verhardingen, water en parkeren zijn binnen deze bestemming toegestaan. Hetzelfde geldt voor openbare nutsvoorzieningen. Bouwvlak Er is gekozen voor een systematiek waarbij de woning en de bijgebouwen binnen het bouwvlak dienen te worden gebouwd. Voor de nieuwe woningen is een maximale goot- en nokhoogte en inhoudsmaat opgenomen via de bouwregels. Ook voor de bijgebouwen is een toegestane goot- en bouwhoogte opgenomen. Andere bouwwerken kunnen binnen het bouwvlak worden gebouwd. 35
Terwoldseweg 10, Twello
Aan huis verbonden beroep en -bedrijf Binnen de woonbestemming is een beroep of bedrijf aan huis mogelijk tot een gezamenlijk maximum oppervlak van 100 m², binnen het bouwvlak. Er dient te worden voldaan aan de volgende voorwaarden: opslag van risicovolle onderdelen is niet toegestaan; buitenopslag is niet toegestaan; er mag geen sprake zijn van belemmeringen voor omliggende functies; er mag geen nadelige invloed worden uitgeoefend op de normale afwikkeling van het verkeer; er dient in voldoende parkeergelegenheid binnen het bestemmingsvlak Wonen te worden voorzien; er mag geen sprake zijn van detailhandel, uitgezonderd internetverkoop; het beroep en het bedrijf mogen uitsluitend door de bewoner(s) worden uitgeoefend; de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf is alleen toegestaan als het een bedrijf is dat is opgenomen in categorie 1 van de in bijlage 1 bij de regels opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten. Opslag ten behoeve van het aan huis verbonden beroep en/of –bedrijf valt ook binnen het toegestane aantal vierkante meters. Bed & breakfast De woning en de overige gebouwen mogen gedeeltelijk worden gebruikt voor het voeren van een bed & breakfast. Hiervoor mogen maximaal drie kamers worden gebruikt met in totaal maximaal acht slaapplaatsen. Op deze wijze wordt een invulling gegeven aan de recreatieve potentie van de gemeente Voorst.
De activiteit mag geen belemmering vormen voor de omgeving of voor de normale afwikkeling van het verkeer en er moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid binnen het bestemmingsvlak Wonen. Hiervoor worden de CROW-normen gehanteerd. Vanzelfsprekend is de geldende milieuwetgeving ook van kracht. Voorwaardelijke verplichting In dit bestemmingsplan is gebruik gemaakt van een zogenaamde voorwaardelijke verplichting. Het gebruiken van de nieuwe woningen is namelijk alleen toegestaan als er een ruimtelijke kwaliteitsimpuls tegenover staat in de vorm van goede architectuur van nieuwe gebouwen, aanleg van beplanting, en het gebruik van passende verharding en afrastering. De kwaliteitsimpuls komt ten goede aan de verbetering van de landschappelijke en ecologische waarden van het gebied. Om deze onderlinge relatie tussen de mogelijkheden voor de bouw van het woongebouw met bijgebouwen en de kwaliteitsimpuls juridisch vast te leggen, is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Hiernaast is ook een voorwaardelijke verplichting opgenomen met betrekking op de omgevingsvergunning. Het is de voorwaardelijke verplichting dat archeologisch vervolgonderzoek conform het nog op te stellen Programma van Eisen (PvE) plaats zal vinden ten tijde van de omgevingsvergunningsfase.
Voor dit gecombineerde onderzoek dient dus een PvE te worden opgesteld en te worden goedgekeurd door de gemeente Voorst. Het goedgekeurde PvE is een indieningsvereiste voor de toekomstige omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning zelf kan dan onder voorwaarden van onderzoek worden afgegeven, het onderzoek vindt plaats na vergunningverlening. Op basis van de resulaten van het archeologisch vervolgonderzoek ten tijde van de omgevingsvergunningfase neemt de gemeente Voorst een nieuw selectiebesluit, waarin het plangebied wordt vrijgegeven. Totdat het plangebied middels een selectiebesluit is vrijgegeven door de gemeente Voorst is het niet toegestaan om civiele bodemingrepen van welke aard dan ook uit te voeren in het plangebied. 6.3.6
Leiding - Riool
De planologisch relevante leidingen zijn in deze dubbelbestemmingen als zodanig bestemd. Bouwen ten behoeve van samenvallende bestemmingen is alleen na afwijken toegestaan. Alvorens het bevoegd gezag over een verzoek om af te wijken beslissen, wint zij schriftelijk advies in bij de desbetreffende leidingbeheerder. Ter bescherming van aanwezige leidingen is een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden opgenomen.
36
Terwoldseweg 10, Twello
6.3.7
Waarde - Archeologie - 2, 3 en 4
Om de archeologische waarden veilig te stellen, gelden er op gronden met de dubbelbestemming Waarde - Archeologie - 2, Waarde - Archeologie - 3 en Waarde - Archeologie - 4 beperkingen ten aanzien van het bouwen voor de met deze bestemming samenvallende bestemmingen. Bouwen is uitsluitend toegestaan indien uit onderzoek blijkt dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn of dat de waarden voldoende worden veiliggesteld. Daarnaast geldt er een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van bepaalde werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden. De regeling is niet van toepassing op bestaande bouwwerken voor zover ingeval van herbouw gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundamenten. In alle overige gevallen geldt per archeologische dubbelbestemming een specifieke regeling. Deze regeling is van toepassing op het oprichten van nieuwe bebouwing groter dan een bepaald oppervlak en dieper dan een bepaalde diepte. Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, is niet noodzakelijk voor werken en werkzaamheden die betrekking hebben op normaal beheer en onderhoud overeenkomstig de toegekende bestemming. 6.3.8
Waarde - Cultuurhistorie
De voor ´Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn bestemd voor het behoud en het herstel van de waardevolle cultuurhistorische bebouwingskenmerken en -elementen. Deze dubbelbestemming is in dit bestemmingsplan opgenomen voor de woning om te voorkomen dat deze wordt veranderd zonder de cultuurhistorische waarde in acht te nemen, of wordt gesloopt. 6.3.9
Waarde - Ecologie - Groene Ontwikkelingszone
Deze dubbelbestemming is opgenomen voor gronden die aangewezen zijn als Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Dit betreft zowel gerealiseerde als nog te realiseren natuur. Om te voorkomen dat ontwikkelingen de realisatie van de EHS in de weg staan, dient bij alle ontwikkelingen getoetst te worden aan de aanwezige waarden binnen de EHS. In de bestemmingsomschrijving zijn de kernkwaliteiten weergegeven die genoemd worden in de streekplanuitwerking Kernkwaliteiten en omgevingscondities van de Gelderse Ecologische HoofdStructuur (mei 2006). 6.3.10 Waarde - Landschap Voor de verschillende zone uit het landschapsontwikkelingsplan (LOP) is één dubbelbestemming Waarde - Landschap opgenomen. De aangewezen beschermingszones Natte Landnatuur en Weidevogel- en ganzengebieden binnen de dubbelbestemming Waarde - Landschap aangegeven door middel van een specifieke functieaanduiding. In de bestemmingsomschrijving zijn de aanwezige landschappelijke waarden omschreven. Om de aanwezige waarden te beschermen of te versterken, is een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden opgenomen.
Middels regels wordt het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, bepaalde werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren die een aantasting van de landschappelijke en/of natuurlijke waarden dan wel de cultuurhistorische waarde betekenen. Dit vergunningenstelsel is niet van toepassing voor werken en werkzaamheden binnen het bouwvlak. Voor elke zone is dit vergunningenstelsel gelijk. De mate waarin de werken of werkzaamheden van belang zijn, dient per waarde afzonderlijk bepaald te worden op het moment van de aanvraag. Indien er ontwikkelingen plaatsvinden in het gebied die via een afwijkingsregel of een wijzigingsbevoegdheid worden mogelijk gemaakt, dient tevens te allen tijde rekening gehouden te worden met de waarden zoals opgenomen in de bestemmingsomschrijving.
37
Terwoldseweg 10, Twello
6.4
Flexibiliteit in het bestemmingsplan
6.4.1
Inleiding
Flexibiliteit in een bestemmingsplan leidt tot enige beleidsruimte om ontwikkelingen in de toekomst mogelijk te maken. Deze ontwikkelingen zullen ten tijde van de vaststelling van een bestemmingsplan vaak niet bekend zijn. Een bestemmingsplan zonder flexibiliteit kan te star zijn. Indien gebruik wordt gemaakt van de flexibiliteitsbevoegdheden (artikel 3.6 Wro), dienen in het bestemmingsplan zelf de grenzen te worden aangegeven door onder andere het afwijken van de regels of het wijzigen van het plan. 6.4.2
Afwijken van de regels
Deze bevoegdheid biedt de mogelijkheid af te wijken van een in het plan opgenomen regeling. Het is mogelijk van geval tot geval ruimtelijk relevante voorwaarden te stellen en belangen nader af te wegen. Een afwijking mag alleen op relatief ondergeschikte onderdelen betrekking hebben en mag niet tot een bestemmingswijziging leiden. In dit bestemmingsplan zijn de volgende afwijkingen opgenomen: a. een algemene afwijkingsmogelijkheid voor de aangegeven of in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages. Ook geldt deze afwijking alleen voor maten, afmetingen en percentages die binnen het bestemmingsvlak passen, omdat anders sprake is van een wijzigingsbevoegdheid, vanwege een te grote impact op de omgeving; b. een algemene afwijkingsmogelijkheid voor het bepaalde in het plan en toestaan dat openbare nutsgebouwen, wachthuizen ten behoeve van het openbaar vervoer, gebouwen ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwen en naard de aard daarmee gelijk te stellen gebouwen worden gebouwd, mits de inhoud per gebouw niet meer dan 75 m³ bedraagt; c. een algemene afwijkingsmogelijkheid voor het gebruik voor bewoning uit het oogpunt van mantelzorg. Er is voor gekozen om mantelzorg niet bij recht toe te staan, maar te regelen via een afwijking, zodat voorwaarden gesteld kunnen worden.
Eén van de voorwaarden bij deze afwijkingsmogelijkheid is dat een goede woonsituatie binnen deze bestemming in stand gehouden c.q. gegarandeerd moet worden. Ook moet binnen één maand na beëindiging van het gebruik van overige gebouwen als afhankelijke woonruimte ten behoeve van mantelzorg hiervan mededeling worden gedaan aan burgemeester en wethouders. Tenslotte moet binnen drie maanden na beëindiging van het gebruik ten behoeve van mantelzorg de bewoning zijn beëindigd. De algemene afwijkingsmogelijkheden mogen niet leiden tot een onevenredige aantasting van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het straat- en/of bebouwingsbeeld; de sociale veiligheid; de verkeersveiligheid. Naast deze algemene afwijkingsmogelijkheden zijn in de diverse enkelbestemmingen mogelijkheden opgenomen om af te wijken van de bouwregels of de gebruiksregels. Deze afwijkingsmogelijkheden staan beschreven in paragraaf 6.3. 6.4.3
Wijzigingsregels
Naast algemene afwijkingsregels zijn er ook wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Deze wijzigingsbevoegdheden zijn opgenomen voor ontwikkelingen waarvoor een zwaarder afwegingskader geldt dan bij afwijken. Daarnaast gaat een wijzigingsbevoegdheid gepaard met een aanpassing van de verbeelding. De wijziging treedt in werking na de vaststelling van een afzonderlijk wijzigingsplan. Voorliggend bestemmingsplan bevat 2 algemene wijzigingsbevoegdheden: Overschrijding bestemmingsgrenzen: voor zover dit van belang is voor de betere realisatie van de bestemmingen danwel noodzakelijk is in verband met de werkelijke situatie. De overschrijding bedraagt maximaal 3m en het bestemmingsvlak mag hooguit 10% worden vergroot; 38
Terwoldseweg 10, Twello
Categorie indeling Staat van Bedrijfsactiviteiten: de Staat van Bedrijfsactiviteiten kan worden gewijzigd indien als gevolg van technische en/ of milieuhygiënische ontwikkelingen de milieubelasting van de betreffende bedrijven wijzigt;
39
Terwoldseweg 10, Twello
Hoofdstuk 7 7.1
Overleg en inspraak
Uitkomsten vooroverleg artikel 3.3.1 Bro
Het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan pleegt daarbij overleg met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het geding zijn. In artikel 3.1.1. wordt bij lid 2 de mogelijkheid gegeven dat de Minister van Infrastructuur en Milieu kan aangeven onder welke omstandigheden of in welke gevallen geen overleg gevoerd hoeft te worden met de rijksdienst die betrokken is bij de zorg voor de ruimtelijke ordening. Na overleg met de betrokken departementen is besloten het overleg te beperken tot die zaken waarbij directe belangen aan de orde zijn. Overigens zijn per 1 januari 2012 de voormalige VROM-inspectie en de Inspectie van Verkeer & Waterstaat samengevoegd tot de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Aangezien er geen sprake is van directe rijksbelangen heeft er geen vooroverleg plaatsgevonden met het Rijk. Met de provincie is een vergelijkbare afspraak gemaakt. Enkel wanneer er sprake is van een provinciaal belang is vooroverleg noodzakelijk. Het voorliggende plan is niet in strijd met enig provinciaal belang, waardoor er voor gekozen is geen vooroverleg te plegen. De provincie wordt in kennis gesteld van de start van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan.
Het vooroverleg met het waterschap heeft plaats gevonden via de website http://www.dewatertoets.nl. Hieruit is naar voren gekomen dat verder overleg noodzakelijk was door de aanwezigheid van een persleiding in het plangebied. Het plan is dan ook met het waterschap afgestemd en er zijn onderling afspraken gemaakt, welke zijn verwerkt in de anterieure overeenkomst en voorwaardelijke verplichting van dit bestemmingsplan. Ook het waterschap zal in kennis worden gesteld van de start van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan.
7.2
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 16 november 2023 ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn er geen zienswijzen ingediend.
40
Terwoldseweg 10, Twello
Bijlagen bij T oelichting
41
Terwoldseweg 10, Twello
Bijlage 1 Beeldkwaliteitsplan
42
BAS 2887
Herontwikkeling boomkwekerij Terwoldseweg 10 Fam. de Winter - Keurhorst 06-09-2023
Inleiding
In opdracht van fam. de Winter - Keurhorst heeft bureau BAS een herinrichtingsplan gemaakt voor de voormalige boomkwekerij de Winter gelegen aan de Terwoldseweg 10 in Twello. Onderdeel van het plan is de herbestemming van een bijgebouw/tuinhuis. Aan de hand van de bestaande situatie is een concept ontwerpplan gemaakt voor de verbouw-uitbreiding. Daarnaast is een 2-1 kapwoning ontworpen achter de bestaande woning. In het kader van functieverandering worden bestaande kassen en een werkschuur gesloopt. Het volledige terrein krijgt een nieuwe landschappelijke inrichting. Een voorstel voor deze inrichting is opgenomen in dit ontwerpboekje.
Kadastrale situatie bestaand
schaal 1:1000
20 18
3A
14 16
10
TLO00A 02222G0000
6
2B TLO00A 02221G0000 TLO00A 02207G0000
TLO00A 01925G0000
TLO00A 01475G0000
3 TLO00A 02208G0000
6T
TLO00A 02211G0000
18
Situatie bestaand
Plattegronden TUINHUIS
bestaande situatie
erfgrens
3030 2560
140
2460
115
2800
115
115
100
mk
3320
7640
berging 3
900 420
woonkamer
A
A
100
haard
100
3720 3920
Begane grond 1:100
2540
berging
4720
4020
100
berging 2
1850
100
115
100
100
Doorsnede TUINHUIS
bestaande situatie
+3960 +3300
+2360
+0
Doorsnede 1:100
mv= -50 p
Gevelaanzichten TUINHUIS
Voorgevel 1:100
Linker zijgevel 1:100
bestaande situatie
Gevelaanzichten TUINHUIS
Achtergevel 1:100
Rechter zijgevel 1:100
bestaande situatie
Impressies TUINHUIS
Voorgevel - Linker zijgevel
Linker zijgevel - Achtergevel
bestaande situatie
Impressies TUINHUIS
Achtergevel - Linker zijgevel
Rechter zijgevel - Voorgevel
bestaande situatie
Plattegronden TUINHUIS
CONCEPT ontwerp
erfgrens
118
2058
229
1266
slaapkamer
4558
1318 118 1000
gard.
4100
229 118 2084
229
478
7640
2694
keuken
wc
7440
118
229
2700
douche
1500
100
329
2042
zithoek
A haard
289 840
100
A
100
3720 3920
Begane grond 1:100
100
Doorsnede TUINHUIS
+3960
+3958
+2315
mv= -50 p
CONCEPT ontwerp
Gevelaanzichten TUINHUIS
Voorgevel 1:100
Linker zijgevel 1:100
CONCEPT ontwerp
Gevelaanzichten TUINHUIS
Achtergevel 1:100
Rechter zijgevel 1:100
CONCEPT ontwerp
Impressies TUINHUIS
Voorgevel - Linker zijgevel
Linker zijgevel - Achtergevel
CONCEPT ontwerp
Impressies TUINHUIS
Achtergevel - Linker zijgevel
Rechter zijgevel - Voorgevel
CONCEPT ontwerp
Plattegronden 2-1 KAP WONING
WONING 2
400
375
1330
WONING 1
ontwerpvoorstel
slaapkamer
3640
keuken
2888
woonkamer
garage/berging
keuken
woonkamer
entree
berging
8505 7175
150 1012 150
kast
2200
150 1012 150
gang
kast
2200
7175
slaapkamer
badk.
badk.
berging
375
wc
375
wc
entree
390
4000
150 900 150
3910 13206
Begane grond 1:100
150
3350
150
5000 5130
260
3350
150
9110 13115
375
Plattegronden 2-1 KAP WONING
WONING 1
ontwerpvoorstel
WONING 2
1500+
1500+ slaapkamer
berging
vide
slaapkamer
badkamer 2100+
vide
1500+
290
Verdieping 1:100
4000
badkamer
150
2250
150
2910
150
3000
150
5000
260
3000
150
2910
2100+
slaapkamer nok 3200+
150
nok 3200+
overloop
1580
3460
overloop
1730
2100+
2100+ vide
150
2240
1500+
160
4000
375
Gevelaanzichten 2-1 KAP WONING
6594
3322 2550
2320
1591
200
-50
Voorgevel 1:100
WONING 1
Linker zijgevel 1:100
WONING 2
ontwerpvoorstel
Gevelaanzichten 2-1 KAP WONING
Achtergevel 1:100
WONING 2
Rechter zijgevel 1:100
WONING 1
ontwerpvoorstel
Impressies 2-1 KAP WONING
Voorgevel - Linker zijgevel
Linker zijgevel - Achtergevel
ontwerpvoorstel
Impressies 2-1 KAP WONING
Achtergevel - Rechter zijgevel
Rechter zijgevel - Voorgevel
ontwerpvoorstel
Landschapsinrichting
ontwerpvoorstel
Impressie Landschapsinrichting
ontwerpvoorstel
Impressie Landschapsinrichting
ontwerpvoorstel
Impressie Landschapsinrichting
ontwerpvoorstel
BAS bureau voor architectuur & bouwadvies bv Klarenbeekseweg 99 - 7381 BE Klarenbeek - T 055-3011975 - E info@bureau-bas.nl - I www.bureau-bas.nl
Technische uitwerking groeninpassing Herinrichting erf Terwoldseweg 10 Twello
Opdrachtgever:
Fam. De Winter Terwoldseweg 10 7391 TC TWELLO
Opsteller plan:
J.G. Wensink, MArch
Datum:
06-09-2023
1 1
Bureau BAS Klarenbeekseweg 99 7381 BE Klarenbeek
T 055-3011975 E info@bureau-bas.nl I www.bureau-bas.nl
Rabobank rek.nr. NL21 RABO 0332 1136 12 KvK nummer 08085742 BTW nr. 80 85 30 951
Technische uitwerking groeninpassing Dit document laat een landschapsinrichtingsplan op hoofdlijnen zien voor de herinrichting van voormalige boomkwekerij De Winter. Uitgangspunt is dat de bestaande woning en het ‘schrijvershuisje’ gehandhaafd blijven en dat voor de rest de bedrijfsbebouwing en kassen worden gesloopt. Ter hoogte van de huidige te slopen werk- en opslagschuur wordt een twee onder een kapwoning gebouwd met beide een bijgebouw/bergschuur. Het inrichtingsplan is in overleg met de gemeente Voorst, de fam. De Winter en Waterschap Vallei en Veluwe samengesteld. Het is een samenvoeging van inheemse, lokaal passende boom- en struiksoorten en de bijbehorende cultuurhistorische principes gecombineerd met de eigen wensen en ideeën van de bewoners. Door het plangebied loopt een transportleiding van het Waterschap, in overleg met het Waterschap is ter hoogte van het tracé van deze leiding de plantsoorten aangepast. Als bijlage aan dit document is een situatietekening van de landschapsinrichting toegevoegd waarop de verschillende nieuwe te planten elementen zichtbaar zijn. In onderstaand overzicht een korte toelichting per element waarin wordt ingegaan op soort, grote en plantafstand.
2 2
Bureau BAS Klarenbeekseweg 99 7381 BE Klarenbeek
T 055-3011975 E info@bureau-bas.nl I www.bureau-bas.nl
Rabobank rek.nr. NL21 RABO 0332 1136 12 KvK nummer 08085742 BTW nr. 80 85 30 951
1. Bos ……………………………………………………………………………………………………… Uitgangspunten aanleg bomen Locatie : zie situatietekening Oppervlakte: : achter terrein totaal 1750 m2, aan de Terwoldseweg: 450 m2 Plantafstand : verspreidt over bosperceel Aantal : 17 st. op het achter terrein 3 st. aan de Terwoldseweg rechts van de oprit Soorten bomen
: A. 3 st. Alnus incana - Witte Els, maat 14-16 B. 1 st. Acer pseudoplatanus - Esdoorn, maat 14-16 C. 3 st. Prunus padus - Vogelkers, maat 14-16 D. 1 st. Acer campestre - Veldesdoorn, maat 14-16 E. 3 st. Malus sylvestris - Wilde Appel, maat 12-14 F. 3 st. Pyrus pyraster - Wilde Peer, maat 10-12 G. 5 st. Sorbus aucuparius - Lijsterbes, maat 14-16 H. 1 st. Tilia cordata - Winterlinde, maat 14-16 I. 1 st. Magnolia (bestaand) J. 1 st. Cercidiphyllum japonica (bestaand)
Onderhoud
: Eerste 5 á 6 jaar vormsnoei toepassen (in zover nodig) Daarna onderhoud snoei toepassen
Uitgangspunten aanleg struiken Locatie : zie situatietekening Oppervlakte: : achter terrein totaal 1750 m2, aan de Terwoldseweg: 600 m2 Plantafstand : 2 meter bij 1,5 meter Aantal : 750 st. op het achter terrein 250 st. aan de Terwoldseweg links en rechts van de oprit Soorten struiken : Crataegus monogyna – Meidoorn Amelanchier Lamarckii – Gewone krent Rhamnus frangula – Vuilboom Rhamnus cantharticus – Wegedoorn Prunus avium – Wilde Kers Rosa rubiginosa – Egelantier Viburnum opulus – Gelderse Roos Corylus avellana – Hazelaar Prunus spinosa – Sleedoorn Maat : 80-100 cm wordt in groepen aangeplant van 7 tot 9 stuks per groep Aanleg en beheer : Eerste 3 jaar 2x per jaar uitmaaien met bosmaaier. Na deze 3 jaar alleen de plekken maaien die noodzakelijk zijn. Ongeveer 6 jaar na aanplant wordt begonnen met het dunnen van de struiken zodat ze elkaar niet verdringen en voldoende ruimte hebben om te groeien. 3 3
Bureau BAS Klarenbeekseweg 99 7381 BE Klarenbeek
T 055-3011975 E info@bureau-bas.nl I www.bureau-bas.nl
Rabobank rek.nr. NL21 RABO 0332 1136 12 KvK nummer 08085742 BTW nr. 80 85 30 951
2. Hoogstamboomgaard ……………………………………………………………………………………………………… Positie op het terrein In het bloemenrijk grasland op het achter terrein / zuidelijke deel perceel. Uitgangspunten aanleg nieuw element Locatie : zie situatietekening Lengte : 20 meter Breedte : 50 meter Plantwijze : Plantafstand 8 meter Aantal : 14 Rassen : zie rassentabel Maat : hoogstam, stamomtrek bij plant 12-14 cm. Aanleg en beheer : zie informatieblad Landschapsbeheer Gelderland in de bijlage. Overig :
4 4
Bureau BAS Klarenbeekseweg 99 7381 BE Klarenbeek
T 055-3011975 E info@bureau-bas.nl I www.bureau-bas.nl
Rabobank rek.nr. NL21 RABO 0332 1136 12 KvK nummer 08085742 BTW nr. 80 85 30 951
3. Knip- en scheerheg ……………………………………………………………………………………………………… Positie op het terrein Haagstructuur langs de oost en zuidelijke kavelgrenzen, als omzoming van de hoogstamboomgaard. Uitgangspunten aanleg nieuw element Locatie : zie situatietekening Lengte : 170 meter Plantwijze : 4 stuks per meter Aantal : 680 Soorten : 50% Crataegus monogyna – Meidoorn 20% Prunus spinosa – Sleedoorn 20% Acer campestre – Veldesdoorn 10% Ilex aquifolium – Hulst Maat : 60 – 80 cm lengte. Aanleg en beheer : 2x per jaar knippen van de heg, 1e keer eind mei begin juni, 2e keer oktober/november zie ook informatieblad Landschapsbeheer Gelderland in de bijlage. Overig : 2 meter uit de eigendomsgrens planten ivm onderhoudsstrook langs de perceelsgrens 4. Struweel ……………………………………………………………………………………………………… Positie op het terrein Vrij uitgroeiende struweel langs de noord- en oostgrens van het kavel / langs de noorden oostzijde van het bosperceel. Uitgangspunten aanleg nieuw element Locatie : zie situatietekening Lengte : 120 meter Plantrijen : 6 plantrijen (circa 9 meter breed) Plantafstand : 1,5 meter tussen de rijen en 2 stuks per meter Aantal : 1440 st.
Soorten : Crataegus laevigata – Meidoorn Rhamnus frangula - Vuilboom Euonymus europaeus – Kardinaalsmuts Ligustrum vulgare – Gewone liguster Prunus avium – Wilde Kers Prunus spinosa – Sleedoorn Viburnum opulus – Gelderse roos Cornus mas – Gele kornoelje Salix pentandra – Laurierwilg Amelanchier lamarckii - Gewone krent Corylus avellana – Hazelaar Maat : 80 – 100 cm lengte. Aanleg en beheer : zie informatieblad Landschapsbeheer Gelderland in de bijlage. Overig : minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten 5
Bureau BAS Klarenbeekseweg 99 7381 BE Klarenbeek
T 055-3011975 E info@bureau-bas.nl I www.bureau-bas.nl
5
Rabobank rek.nr. NL21 RABO 0332 1136 12 KvK nummer 08085742 BTW nr. 80 85 30 951
5. Solitaire boom ……………………………………………………………………………………………………… Positie op het terrein Beeldbepalende boom op het erf Uitgangspunten aanleg nieuw element Locatie : zie situatietekening Lengte : nvt Breedte : nvt Plantwijze : geef de boom de ruimte, plantafstand bomengroep minimaal 6 meter Soorten : 1x Juglans regia- Okernoot 1x Tilia cordata - Zomerlinde 3x Fagus sylvatica - Groene beuk (bomengroep) Maat : 18-20 cm stamomtrek op 1.20cm hoogte. Aanleg en beheer : eerste 6 jaar vorm snoei, daarna onderhoud snoei, Zie ook informatieblad Landschapsbeheer Gelderland in de bijlage. Overig : 6. Bloemenrijk grasland ……………………………………………………………………………………………………… Positie op het terrein Open achter terrein t.p.v. o.a. de boomgaard Uitgangspunten aanleg nieuw element Locatie : zie situatietekening Soort : Mengsel G1 Bloemrijk grasland voor lichte grond (Cruydt-Hoeck) Aanleg en beheer : 1 á 2 keer per jaar gefaseerd maaien. Maaisel afvoeren Overig :
6 6
Bureau BAS Klarenbeekseweg 99 7381 BE Klarenbeek
T 055-3011975 E info@bureau-bas.nl I www.bureau-bas.nl
Rabobank rek.nr. NL21 RABO 0332 1136 12 KvK nummer 08085742 BTW nr. 80 85 30 951
Biodiversiteit op en om het erf
Maak je eigen natuurerf Tips en inspiratie Wil je een natuurerf creëren, als oase voor allerlei vlinders, (wilde) bijen, vogels, egels, kikkers, salamanders en andere dieren? Dit informatieblad van Stichting Landschapsbeheer Gelderland (SLG) staat vol praktische tips om bij te dragen aan voedsel, nestgelegenheid en schuilplekken voor allerlei dieren. Daarmee draag je bij aan de biodiversiteit in het cultuurlandschap. Inrichting en beheer Als je de inrichting van je erf en omringende percelen onder handen wil nemen, dan kun je denken aan aanleg van landschapselementen die karakteristiek zijn voor jouw omgeving. Zoals bijvoorbeeld een poel, hoogstamboomgaard, heg, knotbomenrij, houtsingel of wilde bloemenweide. Door variatie in landschapselementen, verbinding van deze elementen en door geleidelijke overgangen (gradiënten) te creëren, vergroot je de biodiversiteit op het terrein. Ecologisch beheer is daarbij van groot belang.
Variatie Deze afbeelding geeft een voorbeeld van een gevarieerd erf met tal van landschapselementen en diersoorten, die zich hier thuis voelen. Als je wil weten welke landschapselementen passen in jouw omgeving en landschapstype, dan kun je dit vinden op slgelderland.nl.
Ook bij de aanleg van een landschapselement kun je variatie aanbrengen, bijvoorbeeld door verschillende soorten bomen en struiken aan te planten. Verschillende bloeitijden en variatie in aanbod van vruchten, zaden en noten dragen bij aan het voedselaanbod voor allerlei dieren. Variatie in ouderdom van (fruit)bomen en struiken draagt bij aan biodiversiteit. Oude bomen met holten zijn er om te koesteren: ideaal als nest- en verblijfplaats voor steenuilen, andere holenbroedende vogels en vleermuizen. Enkele voorbeelden:
Gemengde haag met o.a. wilde rozen.
Gevarieerde boomgaard: doordat de fruitbomen na elkaar bloeien is er langdurigaanbod van stuifmeel en nectar.
Soortenrijke houtsingel, bijvoorbeeld met hazelaar, boswilg, vlier.
Gradiënt Vooral brede, zonbeschenen overgangen tussen verschillende landschapselementen hebben veel te bieden aan vlinders, (wilde) bijen, libellen en zangvogels. Hierbij kun je denken aan: • Overgang van grasland naar ruigte, struweel en bos (gradiënt van lage naar hoge begroeiing). •
Overgang van water via oeverbegroeiing naar grasland (gradiënt van nat naar droog).
Overgang van grasland via ruigte naar struweel.
Overgang van water via oeverbegroeiing naar grasland.
Waarom inheemse bomen en struiken? Door te kiezen voor inheemse bomen en struiken draag je extra bij aan biodiversiteit. Dit komt doordat inheemse planten zijn opgenomen in een complex evenwicht tussen planten, planteneters, rovers en dieren die dood organisch materiaal afbreken. Zo’n evenwicht ontstaat pas na vele jaren. Uitheemse soorten maken (nog) geen deel uit van zo’n delicaat evenwicht en hebben daardoor meestal minder te bieden aan allerlei dieren.
Verbinding Veel dieren hebben voor voedsel een ander landschapselement nodig dan voor nestgelegenheid. Ook zijn er dieren die in de winter op een andere plek verblijven dan in de zomer, zoals kikkers, padden en salamanders. Door landschapselementen met elkaar te verbinden, kunnen dieren zich makkelijker oriënteren en verschuilen tijdens hun trektocht. Verbindingen kun je bijvoorbeeld maken door een rij (knot)bomen, (braam)struweel of een takkenril.
Knotbomenrij.
Braamstruweel of andere ruigte.
Takkenril.
Drie vuistregels voor ecologisch beheer Enkele vuistregels om door middel van beheer de biodiversiteit op je terrein te vergroten: 1.
2.
Niet overal hetzelfde beheer Varieer eens in hoe je het beheer uitvoert. Maai je het grasland met de zitmaaier? Overweeg dan om een deel te maaien met de zeis voor meer structuur in het grasland. Ben je gewend om grasland en ruigte jaarlijks te maaien? Laat dan eens wat begroeiing staan tot het volgende jaar, het is de kraamkamer voor veel vlinders. Wil je de hagen onder handen nemen? Kijk of er een plek is waar de haag vrij mag uitgroeien zodat hij tot bloei komt en vruchten draagt: zo draag je bij aan voedsel voor allerlei bestuivers en zangvogels.
Gefaseerd beheer houtsingel.
Niet alles tegelijk onder handen nemen Ben je van plan om een houtsingel terug te zetten of knotbomen te knotten? Doe het werk dan niet allemaal tegelijk maar gefaseerd: ieder jaar een gedeelte. Op die manier ontbreekt het dieren niet aan voedsel, nestgelegenheid en schuilplekken. Het kost dieren veel energie om op zoek te gaan naar een nieuw leefgebied en sommige dieren hebben slechts een kleine straal waarbinnen zij zich kunnen verplaatsen. Maai je riet iedere winter? Experimenteer eens door een deel van het riet aan het eind van de zomer te maaien en het maaisel af te voeren. Hierdoor zal de begroeiing soortenrijker worden, wie weet laat de eerste rietorchis zich na een paar jaar al zien!
Soortenrijk rietland.
3.
Niet te netjes Een ogenschijnlijk eenvoudige vuistregel maar in de praktijk toch lastig: wees niet te netjes. Want juist de rommelhoekjes, bladerhopen en ruige randen zijn van grote waarde voor allerlei dieren. Ze zijn ideaal om de wintermaanden te overbruggen. Maak je erf dus niet winterklaar! Heb je ruimte voor ruigte op een plek waar het je niet stoort? Bijvoorbeeld met brandnetel, koninginnenkruid, teunisbloem en overjarige grashalmen, deze soorten bieden voedsel en nestgelegenheid voor veel insecten. Een rommelhoekje is ook van belang: ideaal als schuilplek voor kikkers, kleine zoogdieren maar ook jonge vogels die nog niet goed kunnen vliegen.
Ruigte.
Top 10 tips voor een natuurerf! 1.
Plant hagen en gevarieerd struweel aan met inheemse besdragende soorten
2.
Plant een (hoog)stamboomgaard en nootdragende beplanting aan
3.
Realiseer zonbeschenen overgangen tussen hoog opgaande en lage begroeiing
4.
Realiseer een lange ‘bloeiboog’ voor insecten door o.a. aanleg kruidenstroken
5.
Creëer een waterelement door de aanleg poel/vijver
6.
Maak takkenrillen en/of rommelhoekjes op het erf
7.
Hang nestkasten op voor vogels
8.
Maak een bijen/insectenhotel of realiseer natuurlijke nestgelegenheid
Egel in bladerhoop. Een heerlijk plekje voor de winter.
Rommelhoekje met stenen en hout.
Aanvullende tips
9.
Bedenk dat veel dieren ’s nachts actief zijn. Door felle buitenverlichting gedurende de nacht kunnen deze dieren gedesoriënteerd raken. Waar het je past, kun je overwegen de buitenverlichting ’s nachts uit te doen. Het is beter geen bestrijdingsmiddelen te gebruiken.
Zorg voor ecologisch gevarieerd beheer: niet te netjes, niet alles hetzelfde beheren en in een keer uitvoeren 10. Gebruik geen bestrijdingsmiddelen
Colofon Dit is een uitgave van: Stichting Landschapsbeheer Gelderland 026 3537444 info@slgelderland.nl | slgelderland.nl @SLGelderland
Beeldmateriaal Carlo Braat, Shutterstock en SLG
Wij zijn een erkend goed doel, steun ons
Meer tips en info vind je in de kennisbank op slgelderland.nl
zorg voor ons landschap
Zaaien van inheemse, meerjarige planten Instructie voor inzaaien en beheren
Met dit informatieblad geeft Stichting Landschapsbeheer Gelderland praktische tips voor het inzaaien en beheren van inheemse planten. In tuinen en op erven kan inzaaien een goede methode zijn om inheemse, meerjarige planten te krijgen. De eigenaar draagt hiermee bij aan een continu aanbod van nectar en stuifmeel voor vlinders, (wilde) bijen en andere insecten. Buiten tuinen en erven adviseert SLG om de ontwikkeling van inheemse, meerjarige planten te stimuleren door middel van ecologisch beheer. U kunt meer lezen over ecologisch beheer in het informatieblad Ontwikkeling kruidenrijk grasland. Veldsalie
Inzaaien kan buiten tuinen en erven juist nadelig zijn voor herstel en behoud van biodiversiteit, zeker als het zaaigoed vanuit andere regio’s wordt aangevoerd. Dit laatste verarmt de natuurlijke, genetische variatie binnen een bepaalde plantensoort. Daarnaast heeft het de voorkeur om zaden die van nature al in de bodem aanwezig zijn, kans te geven om te kiemen. Op deze manier blijft er plaats voor de vele honderden inheemse planten die de Nederlandse flora rijk is (en niet alleen voor het kleine aantal soorten dat in zaadmengsels zit). VOORAFGAAND AAN HET ZAAIEN 1. 2. 3.
Verwijder aanwezige begroeiing zodat het zaaigoed in de kale grond valt en er geen concurrentie optreedt om lucht en licht. Want licht en lucht zijn nodig voor de kieming van de zaden en de verdere ontwikkeling van de ingezaaide planten. Een stevig kiembed is gunstig voor de ontwikkeling van de planten. Maak de grond dus niet zo los dat u er tot de enkels in zakt. Als de grond erg dicht is, kunt u de bovenste centimeter met een hark los maken. Vormt grasland de uitgangssituatie? Dan is het advies om de zode te verwijderen (plaggen). Frees de bodem niet! Want hiermee haalt u de grasbegroeiing niet weg. De wortels blijven zitten en lopen weer uit. Ook de bodem wordt sterk verstoord, waardoor versneld voedingsstoffen vrijkomen. Dit is ongunstig voor de ontwikkeling van de ingezaaide planten. Kruidenrijk grasland met margriet en biggenkruid
INZAAIEN 1.
2. 3.
De voorkeursperioden voor zaaien zijn augustus-september of februari-maart. Dit heeft ermee te maken dat veel planten koude- en weersinvloeden nodig hebben om te kunnen kiemen. Bij voorkeur niet zaaien als de grond drijfnat is (in ieder geval op zware kleigrond). Ook zaaien tijdens vorst of sneeuw wordt afgeraden De benodigde hoeveelheid zaaigoed hangt af van de bodem: 1 g/m2 op klei en 1,25 g/m2 op zand. Het zaad van inheemse, meerjarige planten is vaak stof-fijn, waardoor een kleine hoeveelheid zaad al genoeg is. Meng het zaaigoed met licht vochtig zand (niet nat). Hiervoor kunt u bijvoorbeeld straatzand gebruiken. Dit steekt mooi af tegen de overwegend donkere ondergrond. Op die manier kunt u goed zien waar u al zaden gestrooid heeft. Ga voor menging uit van ongeveer 1 emmer zand op iedere 100 gram zaad of 1 kruiwagen zand voor 1 kg zaad.
Grote ratelaar
MAAIBEHEER 1.
2. 3.
4.
Maai de vegetatie het eerste jaar zodra deze 20-25 cm hoog is. Maai met een zeis, bosmaaier met een messenblad (geen draadkop!) of een cyclomaaier zodat het maaisel kan worden afgevoerd. Gebruik geen klepelmaaier, aangezien deze het maaisel te fijn maakt waardoor harken/oprapen niet mogelijk is. Maai niet te laag (> 5 cm boven grond). Afvoeren van maaisel voorkomt dat een viltige laag van oud maaisel op de bodem ontstaat. Deze belemmert kieming van zaden en verstikt eventuele kiemplanten. Vanaf het tweede jaar bestaat het beheer eveneens uit maaien en afvoeren van maaisel. Frequentie en tijdstip van maaien is afhankelijk van de productiviteit van de begroeiing. Over het algemeen geldt dat tweemaal per jaar maaien (en afvoeren) volstaat: de eerste maaibeurt tussen half mei en half juni en de tweede maaibeurt later in de zomer. Hierover leest u meer in het informatieblad Ontwikkeling kruidenrijk grasland. U kunt de bloeiperiode van de ingezaaide planten verlengen door gefaseerd maaibeheer uit te voeren. Dit betekent dat u niet alles op hetzelfde moment maait. Het deel dat u bij de eerste maaibeurt maait, loopt opnieuw uit en bloeit enkele weken later. Zo hebben ook latere bloembezoekers zoals bijen en vlinders voedsel. Voor meer biodiversiteit is gefaseerd beheer altijd aan te raden. BEGRAZING
Bij begrazing worden de bloemhoofden van bloeiende planten als eerste opgegeten. Daarnaast vertrappen de hoeven van koeien, paarden en schapen veel jonge planten en wordt er minder voeding afgevoerd doordat de dieren in de ingezaaide begroeiing mesten. Dit bevordert een sterke groei van grassen, die andere planten hinderen in de ontwikkeling. Om deze redenen is begrazing van ingezaaide inheemse, meerjarige begroeiing niet aan te raden. Als aanvulling op het maaibeheer is het mogelijk om in de nazomer een korte periode te beweiden met bijvoorbeeld schapen. Zeker in een situatie waar veel grassen opkomen tussen de ingezaaide planten, kunnen de hoeven van vee zorgen voor een meer open bodem. Dit is gunstig voor de kieming van ingezaaide planten. Beeld: Harrie Knol en Shutterstock Tekst: Stichting Landschapsbeheer Gelderland, Rosendael 2a, 6891 DA Rozendaal. T 026-3537444. E info@landschapsbeheergelderland.nl. I www.landschapsbeheergelderland.nl. Op www.landschapsbeheergelderland.nl zijn meer infobladen te bekijken en instructiefilmpjes. 2020
Stichting Landschapsbeheer Gelderland zorg voor ons landschap
Stichting Landschapsbeheer Gelderland voedt en organiseert het samenspel tussen vrijwilligers, grondeigenaren, organisaties en overheden om samen zorg te dragen voor ons karakteristieke landschap
KNIP- EN SCHEERHEG AANLEG EN BEHEER
Stichting Landschapsbeheer Gelderland adviseert bewoners van het buitengebied over de aanleg en beheer van kleine landschapselementen om de kwaliteit van het landschap te versterken. Hiervoor is een reeks van 11 verschillende informatiebladen ontwikkeld. Knip- en scheerheg Een knip- en scheerheg is een lijnvormig landschapselement, met aaneengesloten begroeiing van inheemse struiken, dat regelmatig wordt geknipt of geschoren. ALGEMENE AANPLANTINSTRUCTIE 1. 2. 3. 4.
Het aanplanten van een heg kan plaats vinden tussen november en maart, mits het niet vriest. Voor de aanplant van een heg wordt vaak gekozen voor 2-jarig bosplantsoen met de maat 60-80 cm hoogte. Let op dat u niet te diep plant. De diepte is afhankelijk van de omvang van het wortelstelsel. Steek een gat, (houd de grond op de schop), plaats het plantsoen zo dat alleen de wortels in het gat zitten. Gooi de grond weer in het gat, terwijl u het plantsoen vasthoudt. De grond iets aanduwen. Indien u niet direct alle bomen kunt aanplanten, dan kunt u ervoor kiezen de bomen tijdelijk op te kuilen. Kies hiervoor een vochtige schaduwrijke plaats uit. Het opkuilen kan door een gat in de grond te graven en daar de bomen met de wortels in te zetten. Bedek de wortels met de vrijgekomen grond. opkuilen
SPECIFIEKE AANPLANTINSTRUCTIE 1. 2.
Voor het ontwikkelen van een dichte knip- en scheerheg is de aanplant van 1 rij met bosplantsoen voldoende. Per strekkende meter kunt u 4 stuks bosplantsoen aanplanten. Graaf voor het planten een sleuf, die diep en breed genoeg is om de wortels van het plantgoed er ruim in te leggen. Eventueel kunt u een draad spannen als hulpmiddel bij het graven van de plant sleuf. Sluit de plantsleuf na aanplant weer af met aarde.
INSTRUCTIES NA AANPLANT
1. 2. 3.
Plaats een afrastering op 1 meter afstand van de aanplant, om de nieuwe aanplant tegen vraat door vee te beschermen. De aanplant dient direct na het planten te worden terug gesnoeid tot op de helft of tweederde van de lengte. Dan ontwikkelt zich namelijk eerder een brede en vertakte heg. Geef de jonge aanplant, indien mogelijk, met name de eerste twee jaar na aanplant voldoende water in droge perioden en houd het element onkruid vrij.
snoeien knip- en scheerheg na aanplant
BEHEERINSTRUCTIES De naam knip- en scheerheg zegt het eigenlijk al: een heg moet geknipt of geschoren worden. De frequentie van de snoei hangt af van een aantal factoren: de soort, de vorm, de functie en de eisen die we aan de heg stellen. In het algemeen worden de meeste heggen ongeveer 2 keer per jaar geknipt. Bij een meidoornheg is het belangrijk de eerste keer te knippen voor de langste dag van het jaar, in juni. Dit maakt het knippen van deze heg een stuk aangenamer, omdat de doorns dan nog niet hard en houtig zijn. Als de haag uit liguster bestaat, dan kunt u vaak wel 3 keer per jaar knippen, omdat de liguster een snel groeiende struik is. Knip de heg wanneer het bewolkt en niet te warm is. Belangrijk is dat de onderkant van de heg iets breder uitgroeit dan de bovenkant, zodat de zon ook op de onderkant van de heg kan schijnen. De heg behoudt dan zijn besloten karakter.
Tekst en beeld: Stichting Landschapsbeheer Gelderland (SLG) Rosendael 2a, 6891 DA Rozendaal. T 026-3537444. E info@landschapsbeheergelderland.nl. Op www.landschapsbeheergelderland.nl is de hele reeks te bekijken en instructiefilmpjes. 2019
Stichting Landschapsbeheer Gelderland voedt en organiseert het samenspel tussen vrijwilligers, grondeigenaren, organisaties en overheden om samen zorg te dragen voor ons karakteristieke landschap.
SOLITAIRE BOOM EN BOMENGROEP AANLEG EN BEHEER
Stichting Landschapsbeheer Gelderland heeft een reeks informatiebladen voor bewoners van het buitengebied ontwikkeld. Hierin staan praktische tips voor de aanleg en beheer van kleine landschapselementen, teneinde de kwaliteit van het landschap te versterken. Solitaire boom Solitaire bomen zijn, in tegenstelling tot bomen die in een bos staan, in staat zich volledig vrij groeiend te ontwikkelen met een natuurlijke kroonvorm en zijn daarom kenmerkende elementen in het landschap. ALGEMENE AANPLANTINSTRUCTIE 1. 2. 3.
Het aanplanten van een boom kan plaats vinden tussen half november en half maart, mits het niet vriest. Voor de aanplant wordt vaak gekozen voor een laanboom met een minimale omtrek van 10-12 cm. U kunt ook kiezen voor een grotere maat, bijvoorbeeld 14-16 cm met kluit. Indien u niet direct alle bomen kunt aanplanten, dan kunt u ervoor kiezen de bomen tijdelijk op te kuilen. Kies hiervoor een vochtige schaduwrijke plaats uit. Het opkuilen kan door een gat in de grond te graven en daar de bomen met de wortels in te zetten. Bedek de wortels met de vrijgekomen grond.
opkuilen
SPECIFIEKE AANPLANTINSTRUCTIE 1.
2.
3. 4.
Voor het aanplanten is een ruim plantgat noodzakelijk waarin de wortels zich wijd kunnen uitspreiden. Het plantgat dient daarom ongeveer een afmeting te hebben van 70x70x70 cm groot. Spit na het graven de bodem van het plantgat los. Plaats daarna een boompaal van onbehandeld hout naast de boom (maat 250 cm lengte bij 8 cm doorsnede), op circa 15 cm van de boom, aan de kant van de heersende windrichting (zuidwesten). Bevestig de jonge boom met sisal boomtouw aan de boompaal. Knoop het touw aan de paal en draai het touw circa 3 maal in een 8-vorm om de boom. Leg een knoop in het touw om deze aan de paal te bevestigen. Snijd overtollig touw af. U kunt nu het plantgat weer dichtgooien. Pas indien nodig bodemverbetering toe door bijvoorbeeld potgrond te mengen met de grond uit het plantgat. Plaats bij een bomengroep de bomen ruim uit elkaar, de minimale plantafstand is 6 meter. Een volwassen boom kan al snel een kroon ontwikkelen van 10 meter breed.
aanplant solitaire boom
INSTRUCTIES NA AANPLANT 1. 2.
Plaats een afrastering op 2 meter afstand van de boom(groep), om de nieuwe aanplant tegen vraat door vee te beschermen. Geef de jonge aanplant, indien mogelijk, met name de eerste 2 jaar na aanplant voldoende water in droge perioden.
bomengroep met raster
BEHEERINSTRUCTIES Beheer is bij een bomengroep niet of nauwelijks nodig. Door middel van een visuele beoordeling kan worden bekeken of onderhoudssnoei noodzakelijk is. Het verdient aanbeveling om regelmatig zogeheten zuigers, schurende takken en dood hout te verwijderen. Snoeien kan over het algemeen in de wintermaanden, met uitzondering van haagbeuk, walnoot, wilde paardenkastanje, esdoorn en berk. Deze soorten kunt u het beste snoeien in de periode september-begin januari in verband met sapuittreding of bloeden.Ook dient u de boomband te controleren en na 4 tot 5 jaar te verwijderen.
Tekst en beeld: Stichting Landschapsbeheer Gelderland, Rosendael 2a, 6891 DA Rozendaal. T 026-3537444. E info@landschapsbeheergelderland.nl. I www.landschapsbeheergelderland.nl. 2013, op de website is de hele reeks te bekijken.
Landschapsbeheer Gelderland Gelderland maakt maakt deel deel uit uit van van een een samenwerkingsverband samenwerkingsverband van van twaalf twaalf provinciale provinciale organisaties: organisaties: LandschapsLandschapsLandschapsbeheer beheer Nederland. Nederland. Zij Zij streven streven naar naar behoud, behoud, beheer beheer en en ontwikkeling ontwikkeling van van een een ecologisch ecologisch cultuurlandschap cultuurlandschap met met een een streekeigen streekeigen beheer karakter. karakter. Het Het groen groen rond rond boerderijen, boerderijen, bedrijven bedrijven en en woningen woningen maakt maakt daar daar een een belangrijk belangrijk deel deel van van uit. uit. Natuurlijk Natuurlijk groen groen rond rond huis huis en en bedrijf, bedrijf, het het erf erf in in de de ruimste ruimste zin zin van van het het woord, woord, betekent betekent meer meer dan dan een een ideale ideale woon-en woon-en werkomgeving. werkomgeving. Het Het leidt leidt tot tot evenwicht evenwicht tussen mens en natuur. Landschapsbeheer Gelderland stimuleert ecologisch beheer van het erf door kennis en middelen ter tussen mens en natuur.
Landschapsbeheer Gelderland stimuleert ecologisch beheer van het erf door kennis en middelen ter beschikking beschikking te te stellen stellen en en samen samen te te werken werken met met de de eigenaar eigenaar van van de de grond: grond: particulieren, particulieren, boeren boeren en en overheid. overheid.
STRUWEELHAAG AANLEG EN BEHEER
Stichting Landschapsbeheer Gelderland adviseert bewoners van het buitengebied over de aanleg en beheer van kleine landschapselementen om de kwaliteit van het landschap te versterken. Hiervoor is een reeks van 11 verschillende informatiebladen ontwikkeld. Struweelhaag Een struweelhaag is een lijnvormig landschapselement met een aaneengesloten opgaande begroeiing van inheemse, overwegend doornachtige, struiken, die vrij uit mogen groeien. Zo ontstaat een weelderige haag in tegenstelling tot een geknipte haag. Een struweelhaag bestaat vaak uit soorten als meidoorn, sleedoorn en hondsroos. ALGEMENE AANPLANTINSTRUCTIE 1. 2. 3. 4. 5.
Het aanplanten van een haag kan plaats vinden tussen november en maart, mits het niet vriest. Gebruik (als mogelijk) autochtoon plantmateriaal, wat passend is in de streek. Voor de aanplant van een haag wordt vaak gekozen voor 2-jarig bosplantsoen met de maat 60-80 cm hoogte. De te beplanten strook dient te worden los gemaakt, dit kan door frezen. Let op dat u niet te diep plant. De diepte is afhankelijk van de omvang van het wortelstelsel. Steek een gat, (houd de grond op de schop), plaats het plantsoen zo dat alleen de wortels in het gat zitten. Gooi de grond weer in het gat, terwijl u het plantsoen vasthoudt. De grond iets aanduwen. Indien u niet direct alle struiken kunt aanplanten, dan kunt u ervoor kiezen de bomen tijdelijk op te kuilen. Kies hiervoor een vochtige schaduwrijke plaats uit. Het opkuilen kan door een gat in de grond te graven en daar de struiken met de wortels in te zetten. Bedek de wortels met de vrijgekomen opkuilen grond. SPECIFIEKE AANPLANTINSTRUCTIE
1.
2.
Voor de aanplant van een struweelhaag kunt u kiezen voor het graven van een plantsleuf in plaats van het frezen van een oppervlakte. Bij een struweelhaag plant u een enkele rij, voorzien van 2 struiken per strekkende meter.
INSTRUCTIES NA AANPLANT 1. 2.
Plaats een afrastering op 1 tot 2 meter afstand van de haag om de nieuwe aanplant tegen vraat door vee te beschermen. Geef de jonge aanplant, indien mogelijk, met name de eerste twee jaar na aanplant voldoende water in droge perioden en houd het element onkruid vrij.
BEHEERINSTRUCTIES De struweelhaag mag vrijuit groeien tot een brede en hoge haag en wordt niet vaker dan eens in de zes jaar gesnoeid of afgezet. Afzetten betekent dat de struiken tot 10 à 20 cm boven de grond worden afgezaagd. De struiken groeien uit zichzelf weer uit. Houd het eerste jaar na afzetten de stobben vrij van onkruid. Na ongeveer 3 jaar zal de aanplant een meer gesloten karakter krijgen en kan waar nodig gesnoeid worden. Dit snoeiwerk bestaat voornamelijk uit het weghalen van takken die problemen geven. Als u er voor kiest de haag af te zetten, dan kan dat tussen de 6 à 15 jaar plaatsvinden.
Vrij groeiende struik
pas afgezet
1 jaar na afzetten
2 jaar na afzetten
3-4 jaar na afzetten
Soms is er sprake van speciale beheervormen zoals het vlechten. Dit is een oude ambacht die werd toegepast om de haag ondoordringbaar te maken voor vee. Vlechten kunnen we grofweg in twee grote groepen verdelen; namelijk het leggen en het invlechten van een haag. Invlechten gebeurt door middel van het inhakken en ombuigen van takken; leggen gebeurt door het inhakken en ombuigen van een hele struik. Meer informatie over vlechtheggen kunt u vinden op de website www.heggen.nu. Tekst en beeld: Stichting Landschapsbeheer Gelderland (SLG) Rosendael 2a, 6891 DA Rozendaal. T 026-3537444. E info@landschapsbeheergelderland.nl. Op www.landschapsbeheergelderland.nl is de hele reeks te bekijken en instructiefilmpjes. 2019 Landschapsbeheer Gelderland maakt deel uit van een samenwerkingsverband van twaalf provinciale organisaties: LandschapsStichting Landschapsbeheer voedt en organiseert het samenspel tussen vrijwilligers, grondeigenaren, beheer Nederland. Zij strevenGelderland naar behoud, beheer en ontwikkeling van een ecologisch cultuurlandschap met een streekeigen organisaties overheden om samenbedrijven zorg te dragen voor ons karakteristieke landschap. karakter. Heten groen rond boerderijen, en woningen maakt daar een belangrijk deel van uit. Natuurlijk groen rond huis en bedrijf, het erf in de ruimste zin van het woord, betekent meer dan een ideale woon-en werkomgeving.