CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

gemeenteraad 22 april 2024, gemeente VoorstBij agendapunt: Bestemmingsplan Stationsstraat 31, Twello13.428 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Zorg voor extra dragende tussenwanden of zware kolommen (vooral onder de noordoostelijke appartementen) om de stijfheid van de onderste bouwlaag te vergroten en de eigenfrequentie van de vloer te vergroten. Hiermee zijn de trillingen met zo'n 30 tot 40 procent te reduceren. 3. Kies voor zware bouw, liefst betonnen bouw (i.h.w.g) met breedplaatvloeren. 4. Overweeg om de fundering te verzwaren (zware betonnen plaatfundering of paalfundering) of af te schermen (met een prefab L-wand met luchtspouw of met dikke blokken EPS). Met bovenstaande maatregelen zijn de trillingen fors te reduceren, en resteren nog beperkte overschrijdingen van het beoordelingskader. Volledig voldoen is alleen mogelijk door stalen veerdozen toe te passen tussen een dubbele fundering (plaat- of palenfundering, daarop stalen veerdozen en daarop betonnen balken). Dit is een zeer effectieve maatregel, waarmee de trillingen lager zijn dan de streefwaarden, maar de kosten van deze maatregel zijn met € 10.000 tot € 22.000 per woning hoog. Voor de andere 15 appartementen, verder van het spoor, wordt geadviseerd: 1. Vermijd lichte bouw, zoals houtskeletbouw of staalbouw. Vermijd ook stalen draagbalken zoveel mogelijk, en kies waar mogelijk voor betonnen draagbalken. 2. Kies voor zware bouw, liefst betonnen bouw (i.h.w.g) met breedplaatvloeren. 3.

Overweeg om de fundering te verzwaren (zware betonnen plaatfundering of paalfundering) of af te schermen (met een prefab L-wand met luchtspouw of met dikke blokken EPS). Met bovenstaande aanpassingen resteren nog beperkte overschrijdingen van het beoordelingskader. Ook hier is volledig voldoen aan het beoordelingskader alleen mogelijk met een dubbele, afgeveerde fundering. Gezien de beperkte, incidentele overschrijdingen in relatie tot de kosten is een dergelijke kostbare maatregel niet doelmatig. Voor de twee-onder-een-kapwoningen wordt geadviseerd: 1. Vermijd lichte bouw, zoals houtskeletbouw of staalbouw. Formeel zijn hier geen maatregelen nodig, omdat de woningen op dit moment voldoen aan het beoordelingskader. Er wordt echter een toename van het treinverkeer voorzien, waardoor in de toekomst incidentele, beperkte overschrijdingen mogelijk zijn. Die incidentele overschrijdingen zijn te voorkomen met een zware bouw (betonnen skelet, breedplaatvloeren) of een zwaardere fundering (dikke plaatfundering of paalfundering).

Maatwerkafweging Op basis van de uitkomsten van het onderzoek is ervoor gekozen om de geadviseerde maatregelen tie 26

Stationsstraat 31, Twello

te passen. Het betreft alle voorgestelde maatregelen met uitzondering van de toepassing van stalen veerdozen tussen een dubbele fundering en/of een dubbele afgeveerde fundering. Hoewel met de uitgezonderde maatregelen het beste resultaat wordt bereikt met betrekking tot trillinghinder zijn de kosten per appartement zodanig hoog dat de betaalbaarheid van de appartementen, waarvan het overgrote deel binnen het betaalbare segment valt, hierdoor te veel onder druk zou komen te staan. Daarnaast geldt, zoals ook in het onderzoeksrapport is aangegeven, dat er slechts sprake is van een beperkt aantal overschrijdingen van het beoordelingskader. Gelet op voorgaande mag verondersteld worden dat er in voldoende mate sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect trillingshinder vormt hiermee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. 4.2.7

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerpbestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt, moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft niet gepubliceerd te worden. In dit geval is een vormvrije m.e.r.-aanmeldnotitie opgesteld. De belangrijkste conclusies worden hierna weergegeven Voor de rapportage wordt verwezen naar Bijlage 6. Op grond van de inhoud van de aanmeldnotitie wordt geconcludeerd dat mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van het initiatief kunnen worden uitgesloten. Een milieueffectrapportage is voor dit bestemmingsplan niet noodzakelijk.

4.3

Archeologie

Wettelijk kader Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2022 in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, ruimtelijke plannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De kern van de wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. Onderzoek Op basis van de Gemeentelijke archeologische beleidskaart heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting. Daarnaast ligt het binnen de 25-meter bufferzone van een bekende archeologische vindplaats. Ten behoeve van dit bestemmingsplan heeft Hamaland advies een archeologisch onderzoek uitgevoerd 27

Stationsstraat 31, Twello

ter plaatse van het plangebied. Hierna wordt kort ingegaan op de belangrijkste uitkomsten en conclusies van dit onderzoek. Voor de volledige onderzoeksrapportage wordt verwezen naar Bijlage 7 bij deze toelichting. Tijdens het verkennend booronderzoek is geen intacte bodem aangetroffen. Tevens zijn geen 'vuile' lagen of indicatoren zoals fragmenten houtskool, bewerkt vuursteen, fragmenten aardewerk of fosfaten aangetroffen die een aanwijzing vormen voor aanwezigheid van vindplaatsen. De archeologische verwachting van het plangebied kan daarom van hoog bijgesteld worden naar laag met als indicatie 'verstoord'. Vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Conclusie Op basis van het uitgevoerde archeologische onderzoek wordt de locatie vrijgegeven voor de nieuwe ontwikkelingen en de archeologische dubbelbestemming van het perceel verwijderd.

4.4

Cultuurhistorie

Op grond van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Binnen het plangebied bevindt zich een gemeentelijk monument. Het betreft het stationskoffiehuis. Het stedenbouwkundig plan is zodanig ontworpen dat dit monument behouden blijft en wordt gerestaureerd ten behoeve van een kleinschalige horecafunctie. Door het gebouw min of meer vrij leggen als een los object in de openbare ruimte zal het sterker de beleving van deze plek gaan bepalen. Dat doet het door zijn bijzondere architectuur, maar ook door een kleinschalige horecafunctie met terras in de te vergroenen openbare ruimte. De nog aanwezige gevels worden gerestaureerd. De achtergevel is al lang verdwenen. Hiervoor moet een nieuw ontwerp worden gemaakt. Gedacht kan worden aan een reconstructie, maar men kan ook kiezen om te laten zien dat dit een nieuwe invulling is. Belangrijk is dat de gevel aan de nieuwe steeg aantrekkelijk wordt, liefst ook dat er zicht is op wat er binnen gebeurt. Gelet op voorgaande vormt het aspect cultuurhistorie geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

4.5

Natuuronderzoek

4.5.1

Flora en fauna

Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient de natuurwetgeving beschouwd te worden. Deze wetgeving richt zich op twee hoofdthema's. Het gaat hierbij om de bescherming van natuurgebieden (gebiedsbescherming) en de bescherming van plant- en diersoorten (soortbescherming). De Wet natuurbescherming vervangt sinds 1 januari 2017 drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Doel van de Wet natuurbescherming is drieledig: 1. bescherming van de biodiversiteit in Nederland; 2. decentralisatie van verantwoordelijkheden; 3. vereenvoudiging van de regels. In tegenstelling tot de Natuurbeschermingswet 1998 is de bescherming van Beschermde Natuurmonumenten komen te vervallen in de nieuwe Wet natuurbescherming. De wet gaat in op gebiedsbescherming (Natura 2000-gebieden of Nationaal Natuurnetwerk) en op soortbescherming. De Wet natuurbescherming heeft de verbodsbepaling uit de Flora- en faunawet overgenomen dat activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde dier- en plantsoorten, verboden zijn. De verboden activiteiten zijn het op enige wijze verwijderen van beschermde inheemse planten van hun groeiplaats, een beschermde inheemse soort opzettelijk te verontrusten en/of nesten, holen of andere vaste rust- en 28

Stationsstraat 31, Twello

verblijfplaatsen van deze dieren te verstoren. Opzettelijk verstoren van vogels is in sommige situaties wel toegestaan. Verstoren zonder dat er van tevoren een goed onderzoek naar beschermde soorten is uitgevoerd blijft strafbaar. Quickscan natuuronderzoek Ten behoeve van dit bestemmingsplan heeft Veldbiologische Werken een quickscan natuurwaardenonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied. Hierna wordt kort ingegaan op de belangrijkste uitkomsten en conclusies van dit onderzoek. Voor de volledige onderzoeksrapportage wordt verwezen naar Bijlage 8 bij deze toelichting. Uit de bevindingen van het veldonderzoek, het literatuur- en bronnenonderzoek en toetsing van de resultaten van dit onderzoek aan de Wet natuurbescherming en de Omgevingsvisie en -verordening Provincie Gelderland, blijkt dat de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden niet wetsovertredend kunnen zijn. Voor alle soortgroepen valt het redelijkerwijs uit te sluiten dat de geplande ingreep een overtreding vormt t.a.v. de Wet natuurbescherming dan wel de Omgevingsvisie en - verordening Provincie Gelderland, mits wordt voldaan aan de in de rapportage beschreven voorwaarden. Er zijn geen strikte tegenstrijdigheden geconstateerd tussen realisatie van de voorgenomen activiteiten binnen het plangebied en de Omgevingsvisie en -verordening Provincie Gelderland.

Conclusie Het aspect 'natuuronderzoek' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. 4.5.2

Stikstofdepositie

In aanvulling op de quickscan natuuronderzoek is door Buro Ontwerp en Omgeving een stikstofonderzoek uitgevoerd. Hierna wordt kort ingegaan op de belangrijkste conclusies van dit onderzoek. Voor de volledige onderzoeksrapportage wordt verwezen naar Bijlage 9 bij deze toelichting. Uit de voortoets stikstof blijkt dat er bij de voorgenomen realisatie en het gebruik van twee grondgebonden woningen en twintig appartementen aan de Stationsstraat 31 te Twello in zowel de realisatiefase als de gebruiksfase geen stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jr plaatsvindt. Met betrekking tot stikstofdepositie kan worden opgemerkt dat er geen passende beoordeling nodig is en dat er geen significante effecten zijn op Natura 2000-gebieden. Voorwaarde is echter dat gebruik wordt gemaakt van werktuigen met AdBlue, aangezien dit leidt tot minder emissie.

4.6

Verkeer en parkeren

Verkeer De nieuwe woningbouwlocatie trekt extra verkeer aan. De hoeveelheid autoverkeer die wordt gegenereerd door de bouw van woningen kan worden ingeschat met CROW-publicatie 381 (december 2018). De ligging van de planlocatie in het centrum nabij het station maakt dat gelet op de huidige inrichting en gebruik het bestaande wegennet deze beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen als gevolg van het woongebouw relatief eenvoudig kunnen verwerken. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot een onacceptabele verkeerstoename en daarmee voor problemen voor de doorstroming en veiligheid. Ten behoeve van de ontsluiting van het naastgelegen appartementengebouw Stationszicht wordt er als onderdeel van de planontwikkeling een verkeersspiegel gerealiseerd door de initiatiefnemer van dit plan. Zodoende is er vanuit de parkeergarage van Stationszicht een meer overzichtelijke en veiligere ontsluiting op het Raccordement mogelijk. Hiertoe is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de planregels van dit bestemmingsplan. Parkeren Voor het beoogde woonprogramma worden de volgende parkeernormen aangehouden (weinig stedelijk, centrum): 2 twee-onder-een-kapwoningen, 1,3 parkeerplaatsen per woning = 2,6 parkeerplaatsen; 18 appartementen, 1 parkeerplaats per appartement = 18 parkeerplaatsen.

Op basis van bovenstaande uitgangspunten bedraagt de parkeerbehoefte (2,6+18) afgerond naar boven 29

Stationsstraat 31, Twello

uit 21 parkeerplaatsen. Voor de appartementen worden er aan de zijde van het Perronpad 20 parkeerplaatsen gerealiseerd. De twee-onder-een-kapwoningen zijn beide voorzien van een eigen oprit met ruimte voor ieders 2 parkeerplaatsen. Hiermee wordt op eigen terrein voorzien in 24 parkeerplaatsen, waarmee aan de parkeerbehoefte wordt voldaan.

4.7

Water

4.7.1

Watertoets

Algemeen Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Via de digitale watertoets (www.dewatertoets.nl) is beoordeeld welke waterthema's in het plan relevant zijn. Beoordeling De digitale watertoets is op 12 september 2023 voor de locatie uitgevoerd. Op basis van de watertoets is gebleken dat er bij het plan geen relevante waterschapsbelangen zijn betrokken. Dit heeft met name ook te maken met het feit dat er geen sprake is van een toevoeging van verhard oppervlak. 4.7.2

Wateraspecten in het plan

Binnen het plangebied dient vanuit de gemeentelijke regelgeving een hemelwaterberging van 36 mm/m2 verhard (dak- en terrein)oppervlak aangebracht te worden met een overloop naar een openbaar hemelwaterriool of -indien deze niet aanwezig is- het gemengde stelsel. De hemelwaterberging mag op particulier terrein of collectief op openbaar terrein gerealiseerd worden. Bij groene daken vervalt voor die vierkante meters de gemeentelijke bergingsplicht. Verder geldt: Het appartementengebouw dient minimaal één aansluiting per woonlaag op de vuilwaterriolering te hebben. Deze dient (eventueel met een verzamelriool) aangesloten te worden op de riolering van de Stationsstraat. De tweekapper dient per wooneenheid één aansluiting op de vuilwaterriolering te hebben. Deze dient aangesloten te worden op de riolering van de Van Spiegelstraat; de initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het realiseren van een regenwaterinfiltratievoorziening op eigen terrein met een omvang van minimaal 36 mm/m² aangesloten verhard oppervlak; de initiatiefnemer dient een overloopvoorziening te realiseren van de berging van het hemelwater naar de regenwaterriolering van het Perronpad. Indien de toename van verhard oppervlak (per planlocatie) groter zou zijn dan 1.500 m2 dan gelden ook de regels van het waterschap en dient er een berging van 60 mm/m2 gerealiseerd te worden.

In tegenstelling tot de gemeentelijke norm mag hier wel een infiltratiecomponent vanaf getrokken worden. Binnen dit plangebied is hiervan geen sprake.

4.8

Kabels, leidingen en straalpaden

In en rond de planlocatie is geen kabelleidingen, brandstoftransportleidingen of straalpaden aanwezig die een belemmering vormen voor de woningbouwplannen. In samenspraak met de leidingbeheerder wordt deze indien en waar nodig verlegd tot buiten het plangebied, waarmee de plannen uitvoerbaar zijn.

30

Stationsstraat 31, Twello

4.9

Economische uitvoerbaarheid

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In afwijking hiervan kan de raad besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de betreffende gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak (waarbinnen de exploitatie van de gronden zal plaatsvinden) of een fasering van de uitvoering (van werken, werkzaamheden, maatregelen en bouwplannen) niet noodzakelijk is; het stellen van eisen (voor het bouwrijp maken, de aanleg van nutsvoorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte in het exploitatiegebied), regels (omtrent het uitvoeren van het bouwrijp maken) of een uitwerking van regels (ten behoeve van de uitvoerbaarheid volgend uit een bestemmingsplan) niet noodzakelijk is. In voorliggend geval is sprake van een aangewezen bouwplan. Voor de ontwikkeling is een anterieure overeenkomst (realisatieovereenkomst) gesloten met de ontwikkelende partij. Hierin zijn afspraken gemaakt over kosten, fasering en wijze van uitvoering van de plannen. De kosten voor het mogelijk maken van de ontwikkeling, evenals eventuele planschadekosten, zijn met deze overeenkomst anderszins verzekerd. Het plan wordt daarmee economisch uitvoerbaar geacht.

31

Stationsstraat 31, Twello

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planopzet

Inleiding

In dit hoofdstuk worden de regels van het plan nader toegelicht. Er wordt inzicht gegeven in de opbouw van de planregels, de gebruikte bestemmingen en de inzet van zogenaamde flexibiliteitinstrumenten.

5.2

Planregels

Een bestemmingsplan kent aan gronden een bestemming toe en verbindt regels aan deze bestemming. Deze regels betreffen het gebruik van de gronden, maar onder meer ook de bouwmogelijkheden. De regels zijn nader onder te verdelen in: inleidende regels; bestemmingsregels; algemene regels; overgangs- en slotregels. 5.2.1

Inleidende regels

In deze regels staan de begrippen verklaard, die in de planregels voorkomen en die om een nadere omschrijving vragen. Verder wordt aangegeven op welke wijze gemeten moet worden om bijvoorbeeld een goot- of bouwhoogte te bepalen 5.2.2

Bestemmingsregels

Deze regels betreffen het hart van het bestemmingsplan. In de bestemmingsregels wordt aangegeven waarvoor en - zo nodig - hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor: Groen; Horeca; Wonen; De bestemmingsregels kennen een vaste opbouw in bestemmingsomschrijving (toegestaan gebruik), bouwregels, nadere eisen, afwijking van de bouwregels, specifieke gebruiksregels, afwijking van de gebruiksregels, omgevingsvergunning en wijzigingsbevoegdheden. 5.2.3

Algemene regels

De algemene regels hebben betrekking op alle bestemmingen in het plan. In plaats van bij elke bestemming dezelfde regels te plaatsen, kan gebruik worden gemaakt van een algemene regel. Zo zijn er algemene bouwregels, gebruiksregels, aanduidingsregels, afwijkingsregels en wijzigingsregels. Anti-dubbeltelbepaling De anti-dubbeltelbepaling is ook onder de algemene regels opgenomen. Hiermee blijven gronden, die eenmaal in aanmerking zijn genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, buiten beschouwing bij de beoordeling van latere bouwplannen. Strijdig gebruik In het verleden werd strijdig gebruik (gebruik in strijd met de bestemming) expliciet vermeld bij elke bestemming. Nu is dit strijdig gebruik bij wet (artikel 2.1 Wabo) verboden en wordt het niet langer vermeld in het bestemmingsplan. Al het gebruik dat niet past binnen de doeleindenomschrijving van de betreffende bestemming wordt daarom gezien als strijdig gebruik.

32

Stationsstraat 31, Twello

5.2.4

Overgangs- en slotregels

Hieronder zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. De eerste regels beschermen een bestaand bouwwerk of gebruik dat afwijkt van de regels. De slotregels geven aan op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.

5.3

Bestemmingen

5.3.1

Groen

De bestemming Groen wordt gebruikt om het structurele gemeenschappelijk groen, te bestemmen. Het beeldbepalende groen in te richten plein voor het appartementengebouw krijgt deze bestemming. De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor groenvoorzieningen, voet- en fietspaden, speelvoorzieningen, water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen, openbare nutsvoorzieningen en daarnaast bij deze bestemming horende voorzieningen zoals verhardingen, verkeers- en verblijfsvoorzieningen (bankjes, prullenbakken, enz.). Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd en zijn alleen andere bouwwerken toegestaan. 5.3.2

Wonen

Bestemmingsomschrijving Bij de bestemming Wonen is gekozen voor één bestemming Wonen. De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor het wonen, beroepen en bedrijven aan huis alsmede voor tuinen. Voor de bestemmingsregeling is wat gebruiksmogelijkheden betreft zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de algemene regeling die in de kernen binnen de gemeente Voorst voor Wonen wordt gebruikt. Hiermee ontstaat zowel een enigszins flexibele als eenduidige regeling. Hierbij wordt aangesloten bij de actuele wensen van de bewoners. Daarbij is vanzelfsprekend wel de nodige rechtszekerheid in ogenschouw genomen, zeker nu sprake is van nieuwbouw. Om die reden is wat betreft de bouwmogelijkheden in dit plan maatwerk geleverd ten opzichte van de algemene regeling. Voor de commerciële plint op een deel van de begane grond van het appartementengebouw is een specifieke functieaanduiding opgenomen. Dergelijke functies zijn enkel ter plaatse van dit bouwdeel en op de begane grond toegestaan. Bouwregels Binnen deze bestemming is op de verbeelding (kaart) twee bouwvlakken aangegeven. Deze indeling is bepalend voor de plaats van de hoofdgebouwen (het appartementengebouw en de tweekapper), de overige gebouwen en de andere bouwwerken. Over vergunningvrij bouwen wordt vanzelfsprekend geen uitspraak gedaan.

Het aantal toegestane woningen is op de verbeelding van het bestemmingsplan in het bouwvlak aangegeven. Bouwvlak Om de rechtszekerheid voor omwonenden zoveel mogelijk te borgen, is gekozen voor een systematiek waarbij het bouwvlak relatief strak om de te bouwen hoofdgebouwen heen ligt. Voor zover ruimte binnen het bouwvlak over is, kunnen hier ook overige gebouwen en andere bouwwerken worden gebouwd. Daarbij is van belang dat voldaan wordt aan de maximale aangegeven maatvoering. Het hoofdgebouw mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. De maat van het hoofdgebouw is dan ook leidend bij de maatvoering van het bouwvlak. Maatvoering bebouwing binnen bouwvlak Voor de hoofgebouwen zijn twee bouwvlakken ogenomen. Daar komen het appartementengebouw en de tweekapper te staan. De bouw- en goothoogte van deze gebouwen zijn binnen de bouwaanduiding aangegeven en de hoofdgebouwen mogen maximaal de op de kaart aangegeven hoogte bedragen. Hierbij zijn de hoogtes uit het ontwerpplan voor de locatie gehanteerd en afgerond op hele meters. Bouwen buiten bouwvlak Buiten de bouwvlakken zijn uitsluitend andere bouwwerken toegestaan. Voor de bouwhoogte van deze 33

Stationsstraat 31, Twello

bouwwerken zijn specifieke maatvoeringen opgenomen. Ten behoeve van pergola's die als onderdeel van de groene inpassing van o.a. het parkeerterrein worden gerealiseerd geldt een afwijking op de standaard regeling. Voor deze bouwwerken is onder voorwaarden een groter oppervlakte toegestaan. Aan huis verbonden beroep en -bedrijf Binnen de woonbestemming is een beroep of bedrijf aan huis mogelijk tot een gezamenlijk maximum oppervlak van 50 m². Hiervoor mag maximaal 40% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw en 100% van de vloeroppervlakte van de overige gebouwen worden gebruikt. Ook dient te worden voldaan aan de volgende voorwaarden: er mag geen sprake zijn van belemmeringen voor omliggende functies; er mag geen nadelige invloed worden uitgeoefend op de normale afwikkeling van het verkeer; er dient in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein te worden voorzien; er mag geen sprake zijn van detailhandel, uitgezonderd internetverkoop; het beroep en/of het bedrijf mogen uitsluitend door de bewoner(s) worden uitgeoefend; de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf uitsluitend is alleen toegestaan als het een bedrijf is dat is opgenomen in categorie 1 van de in bijlage bij de regels opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten. Opslag ten behoeve van het aan huis verbonden beroep en/of –bedrijf valt ook binnen het toegestane aantal vierkante meters.

Bed & breakfast De woning en de overige gebouwen mogen gedeeltelijk worden gebruikt voor het voeren van een bed & breakfast. Hiervoor mogen maximaal drie kamers worden gebruikt met in totaal maximaal acht slaapplaatsen. Op deze wijze wordt een invulling gegeven aan de recreatieve potentie van de gemeente Voorst. Ook de overige gebouwen kunnen hier gedeeltelijk voor worden gebruikt. De activiteit mag geen belemmering vormen voor de omgeving of voor de normale afwikkeling van het verkeer en er moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Hiervoor worden de CROW-normen gehanteerd. Vanzelfsprekend is de geldende milieuwetgeving ook van kracht. Parkeren In de regels is een regeling voor parkeren opgenomen. Indien op grond van bestemming ‘Wonen’ wordt gebouwd, dient voorzien te worden in de aanleg en instandhouding van voldoende parkeergelegenheid. Daarbij moet voldaan worden aan de in de regels genoemde parkeernormen. Groen- /Inrichtingsplan Om een verantwoorde inrichting rondom het gebouw en van de entree van de parkeergarage is als voorwaarde opgenomen dat bij het indienen van de omgevingsvergunning met de gemeente overeenstemming is bereikt over het groen- /inrichtingsplan.

Daarbij zal nadrukkelijk aandacht worden besteed aan de aansluiting op het openbaar gebied en in het bijzonder de entree tot de paarkeergarage teneinde een goede en veilige situatie te realiseren.

5.4

Flexibiliteit in het bestemmingsplan

5.4.1

Flexibiliteit in het bestemmingsplan

Flexibiliteit in een bestemmingsplan is handig om ervoor te zorgen dat een bestemmingsplan voldoende beleidsruimte biedt om ontwikkelingen in de toekomst mogelijk te maken. Deze ontwikkelingen zullen ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan vaak niet bekend zijn. Een bestemmingsplan zonder flexibiliteit kan te star zijn. Indien gebruik wordt gemaakt van de flexibiliteitbevoegdheden (art. 3.6, Wro), dienen in het bestemmingsplan zelf de grenzen te worden aangegeven door het stellen van nadere eisen, het verlenen van afwijkingen, het wijzigen van het plan of het uitwerken van een plan.

34

Stationsstraat 31, Twello

5.4.2

Afwijking

Deze bevoegdheid biedt de mogelijkheid af te wijken van een in het plan opgenomen regeling. Het is mogelijk van geval tot geval ruimtelijk relevante voorwaarden te stellen en belangen nader af te wegen. Een afwijking mag alleen op relatief ondergeschikte onderdelen betrekking hebben en mag niet tot een bestemmingswijziging leiden. In dit bestemmingsplan zijn de volgende afwijkingsmogelijkheden opgenomen: bestemming 'Wonen': ten behoeve van de vestiging van aan huis verbonden bedrijven die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten staan; bestemming 'Wonen': ten behoeve van aan huis verbonden bedrijven in categorie 2, mits deze naar aard en effecten op het woon- en leefklimaat van de aangrenzende woongebieden kunnen worden gelijkgesteld met de bedrijven behorende tot categorie 1; bestemming 'Groen': ten behoeve van een afwijkende hoogte voor erf- en terreinafscheidingen, voor zover deze zijn meeontworpen met het hoofdgebouw en/of overige gebouwen en hier architectonisch onlosmakelijk mee verbonden zijn; een algemene afwijkingsmogelijkheid voor de aangegeven of in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages.

Deze afwijking geldt alleen voor maten, afmetingen en percentages die binnen het bouwvlak passen, omdat anders sprake is van een wijzigingsbevoegdheid vanwege een te grote impact op de omgeving; een algemene afwijkingsmogelijkheid voor het bepaalde in het plan en toestaan dat openbare nutsgebouwen, wachthuizen ten behoeve van het openbaar vervoer en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwen kunnen worden gebouwd, mits de inhoud per gebouw niet meer dan 75 m³ bedraagt; een algemene afwijkingsmogelijkheid voor het gebruik voor bewoning uit het oogpunt van mantelzorg. Er is voor gekozen om mantelzorg niet bij recht toe te staan maar te regelen via een afwijking, zodat er voorwaarden gesteld kunnen worden. Een van de voorwaarden bij deze afwijkingsmogelijkheid is dat een goede woonsituatie binnen deze bestemming in stand gehouden c.q. gegarandeerd wordt. Ook moet binnen één maand na beëindiging van het gebruik van overige gebouwen als afhankelijke woonruimte ten behoeve van de mantelzorg hiervan schriftelijk mededeling wordt gedaan aan burgemeester en wethouders. Tenslotte moet binnen drie maanden na beëindiging van het gebruik ten behoeve van mantelzorg de bewoning zijn beëindigd.

De algemene afwijkingsmogelijkheden mogen niet leiden tot een onevenredige aantasting van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het straat- en/of bebouwingsbeeld; de sociale veiligheid; de verkeersveiligheid.

35

Stationsstraat 31, Twello

Hoofdstuk 6 6.1

Overleg en inspraak

Uitkomsten overleg

Het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan pleegt daarbij overleg met de besturen van de betrokken gemeenten en waterschappen en met de diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het geding zijn. 6.1.1

Rijk en provincie

Gezien aard en omvang van het plan is geen sprake van directe rijksbelangen. Om die reden heeft geen vooroverleg plaatsgevonden met het Rijk. De plannen passen binnen de afspraken uit de Woonagenda Cleantech Regio 2018 en daarmee ook binnen provinciaal beleid. 6.1.2

Waterschap

Op grond van de digitale watertoets heeft waterschap Vallei en Veluwe een positief wateradvies gegeven. Ook hier heeft aanvullend informeel vooroverleg plaatsgevonden. Vanuit het Waterschap bestaan geen bezwaren tegen de plannen. 6.1.3

Participatie

Draagvlak in de omgeving is erg belangrijk. De initiatiefnemers zijn participatief in gesprek gegaan met de directe omgeving. Op dinsdag 25 april 2023 heeft de ontwikkelaar een informatiebijeenkomst georganiseerd voor alle direct omwonenden. Tijdens deze bijeenkomst zijn de plannen gepresenteerd en toegelicht. De belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld om hun mening over het plan te uiten. Dit heeft onder andere geleidt tot circa 10 schriftelijke (per mail) reacties op het plan vanuit verschillende omwonenden. Hierbij zijn er zorgen en bezwaren geuit in relatie tot onder andere de bouwhoogte en de beoogde ontsluitingsstructuur via het Perronpad. In het kader van verkeersveiligheid zijn er afspraken gemaakt over de plaatsing van een verkeersspiegel. Tijdens de informatiebijeenkomst waren er ook positieve geluiden te horen over het plan. Bijvoorbeeld over het creëren van de openbare (groene) verblijfsruimte/plein op de hoek Stationsstraat / Raccordement.

6.2

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan ‘Stationsstraat 31, Twello’ heeft met ingang van 21 december 2023 gedurende zes weken voor iedereen ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn kon eenieder schriftelijk zienswijzen kenbaar maken bij de gemeenteraad. Er is in deze periode één zienswijze ingediend. In bijlage 10 van deze toelichting 'Zienswijzenotitie Bestemmingsplan Stationsstraat 31, Twello' is de binnengekomen zienswijzen besproken en voorzien van een beantwoording. De zienswijze leidt niet tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.

36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13929368/2