Toelichting
Tekst van het document
Tevens zijn er in het bronnenonderzoek geen waarnemingen van deze soortgroepen aangetroffen. Ongewervelden/ overige soorten Het ontbreken van specifieke habitats zoals heide en (laag)veen, grote rivieren en oude, rottende eiken maakt dat de veelal veeleisende Habitatrichtlijnsoorten en exemplaren van de nationaal beschermde soorten van ongewervelden en overige soorten niet te verwachten zijn. In het bronnenonderzoek zijn 30
Middendijk 69, Nijbroek
deze soorten dan ook niet aangetroffen. De zorgplicht (art 1.11 Wnb) Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk. Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Het aspect 'ecologie' vormt hiermee geen belemmering voor dit bestemmingsplan voor wat betreft de bouw van de nieuwe woning.
5.4
Archeologie
In 1992 is het verdrag van Malta tot stand gekomen en in 1998 is dit Verdrag door Nederland geratificeerd. De Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz), die op 1 september 2007 in werking is getreden, is de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Malta. De wet regelt hoe overheden bij hun ruimtelijke plannen rekening moeten houden met het erfgoed in de bodem. De nieuwe wet beoogt het cultureel erfgoed te beschermen. Dit betreft alle fysieke overblijfselen, zowel in als boven de grond, die bijdragen aan het verkrijgen van inzicht in menselijke samenlevingen uit het verleden. De uitgangspunten van de nieuwe wet zijn: archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaren en alleen opgraven als behoud in de bodem (in situ) niet mogelijk is; vroeg in de ruimtelijke ordening al rekening houden met archeologie. Initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen moeten in een vroegtijdig stadium aangeven hoe met eventuele archeologische waarden bij bodem verstorende ingrepen wordt omgegaan. Dat betekent dat vooronderzoek moet plaatsvinden; bodemverstoorders betalen archeologisch onderzoek en mogelijke opgravingen (principe de verstoorder betaalt). De bouwlocatie kent een dubbelbestemming Waarde - Archeologie - 5. Dit betekent dat voor bouwwerken met een oppervlakte kleiner dan 2.500 m² en ondieper dan 30 cm beneden het maaiveld, geen archeologisch onderzoek nodig is.
Het aspect 'archeologie vormt hiermee geen belemmering voor dit bestemmingsplan.
5.5
Verkeer en parkeren
De Middendijk is een rustige 60 km-weg. Toevoeging van een extra woning met ontsluiting op deze weg heeft weinig gevolgen voor de verkeersveiligheid. Daarnaast wordt geparkeerd op eigen terrein. De aspecten 'verkeer' en 'parkeren' vormen hiermee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
31
Middendijk 69, Nijbroek
5.6
Water
Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Vanwege de relatie met de door Waterschap Vallei en Veluwe en gemeente Voorst gestarte projecten vanuit de Erfgoed Deal heeft het waterschap direct meegekeken bij de ontwikkeling van dit plan. Daarmee zijn de waterschapsbelangen voldoende gewaarborgd.
5.7
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening bepaalt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. De gemeenteraad kan hiervan afwijken indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen kosten anderszins is geregeld. Aangaande de grondexploitatie over de in dit plan begrepen gronden is een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer gesloten. Het vaststellen van een exploitatieplan is dan ook niet nodig. Eventuele kosten van planschade zijn voor rekening van initiatiefnemer.
32
Middendijk 69, Nijbroek
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische planopzet
Inleiding
In dit hoofdstuk worden de regels van het plan nader toegelicht. Er wordt inzicht gegeven in de opbouw van de planregels, de gebruikte bestemmingen en de inzet van zogenaamde flexibiliteitsinstrumenten.
6.2
Planregels
Een bestemmingsplan kent aan gronden een bestemming toe en verbindt regels aan deze bestemming. Deze regels betreffen het gebruik van de gronden, maar onder meer ook de bouwmogelijkheden. De regels zijn nader onder te verdelen in: Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels; 6.2.1
Inleidende regels
In deze regels staan de begrippen verklaard, die in de planregels voorkomen en die om een nadere omschrijving vragen. Verder wordt aangegeven op welke wijze gemeten moet worden om bijvoorbeeld een goot- of bouwhoogte te bepalen. 6.2.2
Bestemmingsregels
Deze regels betreffen het hart van het bestemmingsplan. In de bestemmingsregels wordt aangegeven waarvoor en - zo nodig - hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor: Agrarisch met waarden - Landschap Bos; Groen; Natuur; Wonen. Het komt regelmatig voor dat er twee functies op één perceel plaatsvinden, zoals bijvoorbeeld een leiding. De aanwezigheid van deze leiding brengt de nodige beperkingen met zich mee. Deze beperkingen kunnen ook gelegen zijn onder het maaiveld. In het geval dat er twee functies tegelijk op één perceel geregeld moeten worden in een bestemmingsplan wordt er wel gesproken van een 'dubbelbestemming'. In dit bestemmingsplan komen de volgende dubbelbestemmingen voor: Leiding - Hoogspanning; Waarde - Archeologie - 2; Waarde - Archeologie - 4; Waarde - Archeologie - 5; Waarde - Ecologie - Gelders Natuurnetwerk; Waarde - Ecologie - Groene Ontwikkelingszone. Bestemmingsregels kennen een vaste opbouw in bestemmingsomschrijving (toegestaan gebruik), bouwregels, nadere eisen, afwijking van de bouwregels, specifieke gebruiksregels, afwijking van de gebruiksregels, omgevingsvergunning en wijzigingsbevoegdheden.
In de bestemmingsregels van dit bestemmingsplan is duidelijk sprake van 'groene' bestemmingen ten behoeve van de inrichting van het landschap, zoals 'Agrarisch met waarden – Landschap, 'Groen' en 'Natuur'. Deze bestemmingen bieden in beginsel, anders dan erf- en terreinafscheidingen, geen bouwmogelijkheden. Hier is juist de realisatie en instandhouding van de erfinrichtings-, landschaps- en natuurontwikkelingsmaatregelen conform het in Bijlage 2 Functieveranderingsplan en beeldkwaliteitsplan van deze regels opgenomen plan. Naast de 'groene' bestemmingen zijn is woon-/woningbouwlocatie gekozen voor een afzonderlijke woonbestemming. Op ieder van de toekomstige woonlocaties is zodoende sprake van maatwerk in de 33
Middendijk 69, Nijbroek
van toepassing zijnde gebruiks- en bouwregels. De inhoud van de gebruiks- en bouwregels zijn per locatie afgestemd op het beeldkwaliteitsplan dat onderdeel uitmaakt van Bijlage 2 Functieveranderingsplan en beeldkwaliteitsplan 6.2.3
Algemene regels
De algemene regels hebben betrekking op alle bestemmingen in het plan. In plaats van bij elke bestemming dezelfde regels te plaatsen, kan gebruik worden gemaakt van een algemene regel. Zo zijn er algemene bouwregels, gebruiksregels, afwijkingsregels, wijzigingsregels en overige regels. Anti-dubbeltelbepaling De anti-dubbeltelbepaling is als algemene regel opgenomen. Hiermee blijven gronden, die eenmaal in aanmerking zijn genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, buiten beschouwing bij de beoordeling van latere bouwplannen. Strijdig gebruik In het verleden werd strijdig gebruik (gebruik in strijd met de bestemming) expliciet vermeld bij elke bestemming. Nu is dit strijdig gebruik bij wet (artikel 2.1 Wabo) verboden en wordt het niet langer vermeld in het bestemmingsplan. Al het gebruik dat niet past binnen de bestemmingsomschrijving van de betreffende bestemming wordt daarom gezien als strijdig gebruik. 6.2.4
Overgangs- en slotregels
Hieronder zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. De eerste regels beschermen een bestaand bouwwerk of gebruik dat afwijkt van de regels. De slotregels geven aan op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.
6.3
Bestemmingen
6.3.1
Agrarisch met waarden - Landschap
Deze bestemming geldt voor de agrarische gronden binnen het plangebied inclusief het erf, de bedrijfsbebouwing en de bedrijfswoning. Hierbij zijn de momenteel geldende regels overgenomen met uitzondering van de wijzigingsbevoegdheden omdat deze na inwerkingtreding van de Omgevingswet geen status meer hebben. 6.3.2
Bos
De bestemming Bos wordt hoofdzakelijk gebruikt om de aanleg, instandhouding en ontwikkeling van bosbeplanting en het behoud, beheer en/of herstel van de landschappelijke en bosbouwkundige waarden, te waarborgen. Op deze gronden mag niet worden gebouwd. 6.3.3
Groen
De bestemming Groen wordt gebruikt om het structurele groen zoals hagen en singels te bestemmen en publiekrechtelijk te beschermen. Binnen de bestemming zijn alleen terreinafscheidingen met een hoogte van maximaal 1 meter toegestaan. 6.3.4
Natuur
De bestemming Natuur wordt hoofdzakelijk gebruikt voor realisatie, behoud en bescherming van de natuurlijke waarden, zoals opgenomen en uitgewerkt in Bijlage 2 Functieveranderingsplan en beeldkwaliteitsplan. Op deze gronden mag niet gebouwd worden.
34
Middendijk 69, Nijbroek
6.3.5
Wonen
Bestemmingsomschrijving De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor het wonen, beroepen en bedrijven aan huis alsmede voor tuinen en erven. Ook ondergeschikte voorzieningen als bed en breakfast, groen, paden, verhardingen, water en parkeren zijn binnen deze bestemming toegestaan. Hetzelfde geldt voor openbare nutsvoorzieningen. Bouwvlak Er is voor de nieuwe woningbouwlocatie aan de Middendijk gekozen voor een systematiek waarbij woning en bijgebouw(en) binnen het daar opgenomen bouwvlak dienen te worden gebouwd. Dat bouwvlak is gelijk aan het bestemmingsvlak Wonen. Daarnaast is voor woning en bijgebouw(en) een maximale goot- en bouwhoogte opgenomen. Hierin ligt ook een koppeling met het beeldkwaliteitsplan waarbij goot- en bouwhoogte nog nader zijn gespecificeerd. Dit beeldkwaliteitsplan gaat voor de bouwregels op dit punt. Aan huis verbonden beroep en -bedrijf Binnen de woonbestemmingen is onder voorwaarden een beroep of bedrijf aan huis mogelijk tot een gezamenlijk maximum oppervlak. Er dient te worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e. f. g. h.
opslag van risicovolle onderdelen is niet toegestaan; buitenopslag is niet toegestaan; er mag geen sprake zijn van belemmeringen voor omliggende functies; er mag geen nadelige invloed worden uitgeoefend op de normale afwikkeling van het verkeer; er dient in voldoende parkeergelegenheid binnen het bestemmingsvlak Wonen te worden voorzien; er mag geen sprake zijn van detailhandel, uitgezonderd internetverkoop; het beroep en het bedrijf mogen uitsluitend door de bewoner(s) worden uitgeoefend; de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf is alleen toegestaan als het een bedrijf is dat is opgenomen in categorie 1 van de in Bijlage 1 bij de regels opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten.
Opslag ten behoeve van het aan huis verbonden beroep en/of –bedrijf valt ook binnen het toegestane aantal vierkante meters. Bed & breakfast De woning en de overige gebouwen mogen gedeeltelijk worden gebruikt voor het voeren van een bed & breakfast. Hiervoor mag afhankelijk per locatie slechts een maximum aantal kamers en slaapplaatsen worden ingezet. Op deze wijze wordt een invulling gegeven aan de recreatieve potentie van de gemeente Voorst. De activiteit mag geen belemmering vormen voor de omgeving of voor de normale afwikkeling van het verkeer en er moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid binnen het bestemmingsvlak Wonen. Hiervoor worden de CROW-normen gehanteerd. Vanzelfsprekend is de geldende milieuwetgeving ook van kracht. Voorwaardelijke verplichting In dit bestemmingsplan is gebruik gemaakt van zogenaamde voorwaardelijke verplichtingen. Het gebruik van de gronden en (nieuwe) bouwwerken is in strijd met het bestemmingsplan indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden uit deze verplichtingen. Het gaat om verplichtingen ten behoeve van de aanleg en instandhouding van voldoende parkeerplaatsen en de erfinrichtings-, landschaps- en natuurontwikkelingsmaatregelen. Deze laatste maatregelen komen ten goede aan de verbetering van de landschappelijke en ecologische waarden van het gebied.
Om deze onderlinge relatie tussen de mogelijkheden voor de bouw van de nieuwe woning en de kwaliteitsimpuls juridisch vast te leggen, is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Deze is gekoppeld aan de bij de regels gevoegde Bijlage 2 Functieveranderingsplan en beeldkwaliteitsplan.
35
Middendijk 69, Nijbroek
6.3.6
Waarde - Archeologie (2, 4, 5)
Om de archeologische waarden veilig te stellen, gelden er op gronden met de dubbelbestemming Waarde - Archeologie - 2, , Waarde - Archeologie - 4 en Waarde - Archeologie - 5 beperkingen ten aanzien van het bouwen voor de met deze bestemming samenvallende bestemmingen. Bouwen is uitsluitend toegestaan indien uit onderzoek blijkt dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn of dat de waarden voldoende worden veilig gesteld. Daarnaast geldt er een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van bepaalde werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden. De regeling is niet van toepassing op bestaande bouwwerken voor zover in geval van herbouw gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundamenten. In alle overige gevallen geldt per archeologische dubbelbestemming een specifieke regeling. Deze regeling is van toepassing op het oprichten van nieuwe bebouwing groter dan een bepaald oppervlak en dieper dan een bepaalde diepte. Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, is niet noodzakelijk voor werken en werkzaamheden die betrekking hebben op normaal beheer en onderhoud, overeenkomstig de toegekende bestemming. 6.3.7
Leiding - Hoogspanningsverbinding
De bestemming 'Leiding - Hoogspanning' geldt voor de gronden waar hoogspanningsmasten en kabels mogen worden geplaatst. Op deze gronden mag uitsluitend worden gebouwd tenzij het ten behoeve van de hoogspanningsverbinding is. Voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde en het uitvoeren van verschillende werkzaamheden is een omgevingsvergunning nodig en zal afstemming moeten worden gezocht met de netbeheerder.
6.4
Flexibiliteit in het bestemmingsplan
6.4.1
Flexibiliteit in het bestemmingsplan
Flexibiliteit in een bestemmingsplan is handig om ervoor te zorgen dat een bestemmingsplan voldoende beleidsruimte biedt om ontwikkelingen in de toekomst mogelijk te maken. Deze ontwikkelingen zullen ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan vaak niet bekend zijn. Een bestemmingsplan zonder flexibiliteit kan te star zijn. Indien gebruik wordt gemaakt van de flexibiliteitbevoegdheden (art. 3.6, Wro), dienen in het bestemmingsplan zelf de grenzen te worden aangegeven door het stellen van nadere eisen, het verlenen van afwijkingen, het wijzigen van het plan of het uitwerken van een plan. 6.4.2
Afwijking
Deze bevoegdheid biedt de mogelijkheid af te wijken van een in het plan opgenomen regeling. Het is mogelijk van geval tot geval ruimtelijk relevante voorwaarden te stellen en belangen nader af te wegen. Een afwijking mag alleen op relatief ondergeschikte onderdelen betrekking hebben en mag niet tot een bestemmingswijziging leiden. In dit bestemmingsplan zijn binnen de verschillende woonbestemmingen onder meer afwijkingsmogelijkheden opgenomen ten behoeve van het onder voorwaarden toelaten van aan huis verbonden bedrijven die niet in de Bijlage 1 Standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn genoemd. 6.4.3
Wijzigingsbevoegdheid
Meer ingrijpende functieveranderingen en meer ingrijpende afwijkingen van de regels werden voorheen mogelijk worden gemaakt met een in het bestemmingsplan op te nemen wijzigingsbevoegdheid. Door de naderende inwerkingtreding van de Omgevingswet (gepland voor 1 januari 2022) verdwijnt dit instrument. Om deze reden is geen wijzigingsbevoegdheid opgenomen in dit plan.
36
Middendijk 69, Nijbroek
Hoofdstuk 7
7.1
Overleg en inspraak
Uitkomsten vooroverleg artikel 3.3.1 Bro
Het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan pleegt daarbij overleg met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het geding zijn. In artikel 3.1.1. wordt bij lid 2 de mogelijkheid gegeven dat de Minister van Infrastructuur en Milieu kan aangeven onder welke omstandigheden of in welke gevallen geen overleg gevoerd hoeft te worden met de rijksdienst die betrokken is bij de zorg voor de ruimtelijke ordening. Na overleg met de betrokken departementen is besloten het overleg te beperken tot die zaken waarbij directe belangen aan de orde zijn. Overigens zijn per 1 januari 2012 de voormalige VROM-inspectie en de Inspectie van Verkeer & Waterstaat samengevoegd tot de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Aangezien er geen sprake is van directe rijksbelangen heeft er geen vooroverleg plaatsgevonden met het Rijk. Met de provincie is een vergelijkbare afspraak gemaakt. Enkel wanneer er sprake is van een provinciaal belang is vooroverleg noodzakelijk. Het voorliggende plan is niet in strijd met enig provinciaal belang, waardoor er voor gekozen is geen vooroverleg te plegen. Het landschaps- en natuurontwikkelingsplan is samen met het waterschap tot stand gekomen.
Tennet In verband met de aanwezigheid van een hoogspanningsleiding binnen het plangebied is de dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanning' opgenomen. Het bestemmingsplan is toegestuurd aan Tennet. Tennet heeft hierop een schriftelijke reactie gegeven. Het plan geeft Tennet aanleiding tot het maken van de volgende opmerking. TenneT is van mening dat in het bestemmingsplan onvoldoende rekening is gehouden met de bescherming van de belangen van de hoogspanningsverbinding. De huidige set regels zoals deze is opgenomen in het plan, is volgens Tennet gericht op een ondergrondse hoogspanningsverbinding en biedt daarom niet de juiste bescherming.Tennet verzoekt om de regels over te nemen zoals weergegeven in de schriftelijke reactie op het bestemmingsplan.. In overleg met Tennet is artikel 8 'Leiding - Hoogspanning' van de regels aangepast. Deze aanpassing leidt niet tot enige belemmering voor de uitvoering van het voorliggend plan.
7.2
Inspraak
Op 4 september 2006 heeft de gemeenteraad besloten dat het college van burgemeester en wethouders in het kader van de voorbereiding op ruimtelijke procedures waarmee zij is belast, slechts inspraak verleent voorafgaand aan de zienswijzenfase, als sprake is van een plan dat een ingrijpende verandering kan hebben op de ruimtelijke structuur van de gemeente Voorst. Hiervan is in dit geval geen sprake. Inspraak is om die reden achterwege gelaten.
7.3
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft met de daarbij behorende stukken vanaf 14 december 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende die termijn kon iedereen een zienswijze indienen. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt.
37