Toelichting
Tekst van het document
Toelichting op de gemeenschappelijke regeling PlusOV 5.21 Er is een nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen van kracht geworden. De aanpassingen in de nieuwe Wet zien voornamelijk op het beter positioneren van gemeenteraden t.o.v. een gemeenschappelijke regeling. De aanpassingen die de Wet vraagt zijn doorgevoerd op de GR Basismobiliteit. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om ook een aantal andere zaken aan te passen (waaronder de naamgeving). Dit document geeft een toelichting op de nieuwe GR PlusOV. Wat betreft de positionering van de deelnemende gemeenten is er gekozen voor een beperkte invulling van de wettelijke vereisten. Deze beperkte invulling is ingegeven vanuit het gegeven dat het hier gaan om een GR voor een beleidsarme bedrijfsvoeringsorganisatie. Er worden ook geen publiekrechtelijke taken overgedragen aan de GR. PlusOV (de bedrijfsvoeringsorganisatie) heeft (daarom) een sterk uitvoerend karakter wat maakt dat de sturing die gevraagd wordt van de gemeenten geborgd is in de zienswijze die van de gemeenteraden wordt gevraagd op de conceptbegroting (nieuw in de regeling) en het gegeven dat de verslagen van het bestuur van de GR voortaan worden gepubliceerd op de website van PlusOV.
Daarnaast heeft het bestaande reizigersplatform PlusOV in artikel 29 van de GR PlusOV nu een formele verankering gekregen en is in artikel 30 aangegeven dat het bestuur de GR eenmaal in de 4 jaar de werking van de GR evalueert. Op basis van de nieuwe Wgr zijn de artikelen rond toe- en uitreden (hoofdstuk 8) in meer detail uitgewerkt. Belangrijk element hierin is dat er nu onderscheid wordt gemaakt tussen enerzijds de regeling (de GR) en de dienstverleningsovereenkomsten (DVO) die de deelnemers (ieder voor zich) met PlusOV sluiten. Het toetreden tot en uit uitreden uit de GR is eenvoudig en zonder financiële consequenties. Het beëindigen van de deelname aan een dienstverleningsovereenkomst is aan meer afspraken verbonden. Belangrijkste afspraken hierbij zijn dat er termijnen gelden voor het opzeggen van deelname aan een DVO en dat deelnemers een vergoeding verschuldigd zijn aan de GR wanneer zij hun DVO opzeggen. Deze vergoeding wordt in de nieuwe regeling berekend door een onafhankelijke derde en gebaseerd op de werkelijke kosten.
Toelichting bij specifieke hoofdstukken / artikelen: Hoofstuk 3 Belangen, taken en bevoegdheden. Hier wordt aangegeven dat alle deelnemers een DVO kunnen sluiten met PlusOV. Er worden er in artikel 4 twee specifiek genoemd, te weten de DVO voor het routegebonden vervoer en de DVO voor het vraagafhankelijke vervoer. Die zijn bewust in een apart artikel genoemd omdat die de huidige praktijk binnen de bestaande GR weergeven. In artikel 5 is ruimte geboden aan de deelnemers om naast de bovengenoemde DVO’s ook een DVO te sluiten voor een andere taak. Die taak moet dan wel binnen het belang liggen dat in artikel 3 is beschreven en de overige deelnemers mogen daar wel wat van vinden (kunnen dit tegenhouden). Dit laatste geldt dus niet voor de DVO’s die artikel 4 regelt. Meer praktisch: De overige deelnemers kunnen het tegenhouden wanneer één deelnemer aan de GR een DVO met PlusOV wil sluiten voor het uitvoeren van het WLZ-vervoer. De overige deelnemers kunnen het niet tegenhouden wanneer een Deelnemer een DVO wil sluiten met PlusOV voor het routegebonden vervoer of het vraagafhankelijke vervoer. Wat betreft de taken van PlusOV geldt dat die minder specifiek zijn voorgeschreven. In de huidige GR is bijvoorbeeld expliciet aangegeven dat PlusOV de taak heeft het vervoer te plannen.
Dergelijk specifiek benoemde taken komen niet terug in de nieuwe GR maar worden onderdeel van de nog te sluiten DVO’s. Door dit uit de GR te halen ontstaat er meer ruimte in de DVO’s voor het herschikken van taken zonder dat daarvoor de GR aangepast hoeft te worden. De bevoegdheden van PlusOV zijn niet anders dan in de huidige GR (Basismobiliteit).
Hoofdstuk 4 Bestuur. Dit hoofdstuk is nagenoeg onveranderd overgenomen uit de huidige GR. Belangrijkste aanpassing is dat in artikel 10 het stemrecht van de leden is beperkt tot aangelegenheden die de betreffende deelnemer direct raken. Meer praktisch: Alleen de deelnemers die een DVO hebben gesloten met PlusOV voor de uitvoering van het vraagafhankelijke vervoer hebben stemrecht wanneer er een onderwerp dat betrekking heeft op het vraagafhankelijke vervoer wordt besproken. Daarbij is aangegeven dat er alleen een besluit kan worden genomen wanneer tenminste 50% van de betrokken deelnemers aanwezig is. In de GR PlusOV is nu ook opgenomen (expliciet) dat de vergaderingen van het bestuur openbaar zijn. Er kan besloten vergadert worden en daarvoor zijn regels opgenomen (artikel 11).
Hoofdstuk 5 De voorzitter Integraal overgenomen uit de huidige GR.
Hoofdstuk 6 De directeur In de nieuwe regeling is de directeur van PlusOV verantwoordelijk voor het personeel van PlusOV. IN de huidige regeling ligt die verantwoordelijkheid bij het bestuur. Dat is onpraktisch en daarom is dit aangepast.
Hoofdstuk 7 Begroting, jaarrekening, administratie en controle In dit hoofdstuk wordt geregeld dat er een vergoeding verschuldigd is voor deelname aan een DVO en niet voor deelname aan de GR. IN de bijlage bij de GR is beschreven hoe de bijdrage wordt opgebouwd. Die beschrijving is een weergave van de huidige praktijk van PlusOV. Hij wordt nu vastgelegd zodat die voor iedereen en altijd duidelijk is. De P&C cyclus is aangepast aan het nieuwe jaarlijkse ritme dat de Wet voorschrijft. Daarnaast is geregeld dat PlusOV maar 1 algemene reserve aanhoudt en dat die beperkt is tot 5% van de organisatiekosten van PlusOV. In de praktijk komt dat neer op een maximale reserve van circa 125K voor PlusOV. In de huidige GR liggen er aanzienlijk ruimere mogelijkheden voor het aanhouden van reserves. Voorstel is derhalve omdat in de nieuwe GR niet meer te doen en daarmee de administratieve last van PlusOV te beperken. De directeur geeft aan geen grotere reserve nodig te hebben dan is opgenomen in de nieuwe GR. Gezien de beperkte reserve is in de bijlage bij de GR aangegeven dat een eventueel overschot verdeeld wordt op basis van het aantal inwoners van de deelnemers (alle deelnemers). Dat betekent dat de herkomst van het batig saldo geen rol speelt bij de verdeling er van.
Meer praktisch kan dit dus inhouden dat een batig saldo dat is gerealiseerd op het vraagafhankelijke vervoer, uiteindelijk deels terecht komt bij deelnemers die enkel een DVO hebben voor de uitvoering van het routegebonden vervoer. De vervoerskosten staan hier buiten, het gaat enkel over de organisatiekosten. Deze keuze is ingegeven vanuit de wens de administratieve last van PlusOV te beperken.
Hoofdstuk 8 Toetreding en uittreding Zoals hierboven aangegeven zijn de regels voor toetreding en uitreding in meer detail opgenomen, zoals ook ingegeven vanuit de nieuwe Wet. Met name de regels rond uittreding zorgen er voor dat nu al nagedacht moet worden over de situatie waarin een deelnemer zijn deelname wil beëindigen. Uitkomst hiervan is dat er een regeling is opgenomen dat wanneer een deelnemer zijn DVO wil beëindigen, dat er dan een onafhankelijke derde wordt gevraagd om de kosten hiervan te berekenen. Daarbij wordt ook rekening gehouden met de kosten die dit besluit heeft voor de overige deelnemers. Alle deelnemers committeren zich aan de uitkomst van de berekening die wordt gemaakt.
Hoofdstuk 9 Wijziging en opheffing Integraal overgenomen uit de bestaande regeling.
Hoofdstuk 10 Klachten en geschillen Integraal overgenomen uit de bestaande regeling.
Hoofdstuk 11 Burgerparticipatie Nieuw opgenomen. Het bestaande reizigersplatform krijgt hier een formele inbedding in de GR zoals de Wet verlangt.
Hoofdstuk 12 Slotbepalingen Artikel 30 toegevoegd. Artikel geeft aan dat het bestuur de regeling eens in de 4 jaar evalueert zoals de nieuwe Wet verlangd. Voor het overige dit hoofdstuk integraal overgenomen uit de bestaande regeling.