Teksten Eed en Verklaring en Belofte voor wethouders
Tekst van het document
Artikel 41A Gemeentewet: Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de wethouders, in de vergadering van de raad, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af: De voorzitter vraagt de wethouder naar voren om de eed / verklaring en belofte af te leggen.
EED Ik zweer dat ik, om tot wethouder benoemd te worden, rechtstreeks nog middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als wethouder naar eer en geweten zal vervullen.
De wethouder antwoordt: “ Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! ”
VERKLARING EN BELOFTE Ik verklaar dat ik, om tot wethouder benoemd te worden, rechtstreeks nog middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als wethouder naar eer en geweten zal vervullen.
De wethouder antwoordt: “Dat verklaar en beloof ik!”