Streilerweg 13, Wilp bijlagen
Tekst van het document
Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk.
17
In onderstaande tabel worden de wettelijke consequenties samengevat weergegeven. Soortgroep
Functie
Beschermde soorten planlocatie
Verbodsbepalingen (Wet natuurbescherming)
Aandachtspunt
Grondgebonden zoogdieren Grondgebonden zoogdieren Grondgebonden zoogdieren Vogels
Foerageergebied
Diverse soorten
Geen
Vaste rust- en voortplantingsplaats Doden van dieren
Niet aanwezig
Niet van toepassing; functie wordt niet aangetast Niet van toepassing Niet van toepassing
Geen Geen
Vogels
Bezette nesten (niet jaarrond beschermd)
Diverse soorten
Niet van toepassing; functie wordt niet aangetast Art. 3.1 lid 2
Vogels
Jaarrond beschermde nest- en rustplaats Doden van dieren
Niet aanwezig
Niet van toepassing
Diverse soorten
Art. 3.1 lid 1
Niet aanwezig
Niet van toepassing
Vleermuizen
Rust- of voortplantingsplaats Foerageergebied
Diverse soorten
Geen
Vleermuizen Vleermuizen
Vliegroute Doden van dieren
Amfibieën
Foerageergebied
Niet aanwezig Niet van toepassing Diverse soorten
Niet van toepassing; functie wordt niet aangetast. Niet van toepassing Niet van toepassing
Geen
Amfibieën Amfibieën Amfibieën
Vaste rustplaats Voortplantingsplaats Doden van dieren
Niet van toepassing; functie wordt niet aangetast Niet van toepassing Niet van toepassing Niet van toepassing
Overige soorten
Dieren en overige functies
Niet van toepassing
Geen
Vogels
Vleermuizen
Foerageergebied
Niet van toepassing Diverse soorten
Niet aanwezig Niet aanwezig Niet van toepassing Niet aanwezig
Geen
Geen bezette nesten negatief beïnvloeden of ontheffing aanvragen Geen Geen bezette nesten negatief beïnvloeden of ontheffing aanvragen Geen
Geen Geen
Geen Geen Geen
Samenvatting van de wettelijke consequenties. Soortgroep
Vaste rust- Voortplanplaats tingsplaats
Vliegroute Essentieel (vleermuizen) foerageergebied
Wettelijke consequenties
Nader onderzoek vereist
Ontheffing vereist
Grondgebonden zoogdieren Vogels
Nee
Nee
n.v.t.
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Ja
n.v.t.
Nee
Ja
Nee
Vleermuizen
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee, tenzij vogels gedood, bezette nesten verstoord, beschadigd of vernield worden Nee
Amfibieën
Nee
Nee
n.v.t.
Nee
Nee
Nee
Nee
Vereenvoudigde samenvatting van de wettelijke consequenties per diergroep.
6.5 Historische gegevens en overige bronnen Er zijn geen historische gegevens van het plangebied bekend. 6.6 Volledigheid van het onderzoek Het onderzoek is volledig uitgevoerd met geschikte weersomstandigheden.
18
HOOFDSTUK 7
CONCLUSIES De voorgenomen activiteiten worden gezien als ‘ruimtelijke ontwikkeling’. Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Gelderland een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘vangen’ en het ’opzettelijk beschadigen en vernielen van de rust- en voortplantingsplaats’, als gevolg van werkzaamheden die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. Beschermde soorten mogen niet opzettelijk gedood worden. Voor beschermde soorten waarvoor die vrijstelling niet geldt, is een ontheffing vereist om ze te mogen doden en om opzettelijk rust- en voortplantingslocaties te beschadigen en te vernielen. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Het plangebied behoort niet tot het Gelders natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone of Natura 2000gebied. Vanwege de ligging buiten het Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone geen externe werking kennen.
Als gevolg van de transitie van het agrarisch erf naar ‘wonen’, neemt de emissie van stikstof gedurende de gebruiksfase sterk af. Voor activiteiten die mogelijk leiden tot een tijdelijke toename van stikstofdepositie gedurende de ontwikkelfase, geldt een vrijstelling van de vergunningplicht voor toename van stikstofdepositie, veroorzaakt gedurende de ontwikkelfase. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels. Grondgebonden zoogdieren, amfibieën en vleermuizen bezetten geen vaste rust- en voortplantingsplaats in het plangebied maar gebruiken het wel als foerageergebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet verstoord, beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten.
Indien de rundveestal gesloopt wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor de voorkomende diersoorten niet af.
19
Bijlagen Bijlage 1. De natuurkalender (indicatie voor het uitvoeren van werkzaamheden het kader van de zorgplicht) Bijlage 2. Toelichting Wet natuurbescherming Bijlage 3. Fotobijlage Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen:
20
Bijlage 2 Toelichting Wet Natuurbescherming Drie beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels (ruim 700 soorten), zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: -
-
Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.
Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Soortenbescherming en het ‘nee, tenzij principe’ De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Ook voor de andere soorten, die niet op grond van de Vogel- of Habitatrichtlijn maar vanuit nationaal oogpunt beschermd worden, geldt dat de verbodsbepalingen zien op het individu, maar of ontheffing verleend kan worden, wordt afgewogen tegen het effect van de ingreep op het populatieniveau van de soort. Zorgplicht voor dieren en planten Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving.
Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. Vrijstelling regelgeving Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgesteld voor een van te voren bepaalde categorie van gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de gedragscode. In de Wet natuurbescherming zijn voor beschermde soorten ook andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd, zoals door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Overigens is ook een vrijstelling in de vorm van een ministeriële regeling mogelijk. Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. 21
Gedragscodes die zijn opgesteld onder de Flora- en faunawet kunnen worden uitgebreid ten aanzien van soorten die op grond van de Wet natuurbescherming beschermd worden maar dat op grond van de Flora- en faunawet nog niet waren. Goedkeuring van een gedragscode op grond van de Flora- en faunawet blijft ook onder de Wet natuurbescherming geldig, voor de duur van de goedkeuring. Daarna dient de gedragscode voor goedkeuring getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming.
Welke soorten zijn beschermd? De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten: 1. Ten eerste worden alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2. Ten tweede worden soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. 3. Tenslotte is er een beschermingsregime voor ‘andere soorten’ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven.
Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming
22
Vrijgestelde soorten In afwijking van de verboden in artikel 3.10, eerste lid, van de Wet is het toegestaan de onderstaande soorten te ‘vangen en de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen’ wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het opzettelijk ‘doden’ van onderstaande soorten is niet toegestaan. De vrijstelling is van kracht wanneer de handeling verband houdt met de volgende activiteiten: -
de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; het bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer.
23
Lijst met soorten waarvoor een vrijstelling van de verbodsbepalingen geldt als gevolg van handelingen die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd.
24
Bijlage 3. Fotobijlage
25
Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen: Internet: https://www.verspreidingsatlas.nl https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/ https://www.regelink.net/kenniscentrum/beschermde-soorten-wet-natuurbescherming/ http://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol (vleermuisprotocol) https://calculator.aerius.nl http://www.ruimtelijkeplannen.nl https://pdokviewer.pdok.nl/
https://www.ndff.nl/
26
Streilerweg 13, Wilp
Bijlage 3 Watertoets
83
Digitale Watertoets Res ultaat van de check gedaan op 12-07-2022
Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toets en of u de belangen van het Waters chap raakt. Indien dit het geval is krijgt u teks t en uitleg over het vervolg proces .
VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WATERTOETS IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG:
OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE
12-07-2022, 19:41
P agina 1 van 3
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.
Gaat het om een ruimtelijk plan dat uits luitend een functiewijziging betreft van bes taande bebouwing zonder fys ieke aanpas s ing van bebouwing en ruimte? nee
2.
Wordt er in de huidige s ituatie wateroverlas t ervaren binnen het plangebied? nee
3.
Gaat u verhard oppervlak toevoegen? nee
4.
Raakt het plangebied een A of B watergang? nee
5.
Raakt het plangebied een riooltrans portleiding? nee
6.
Raakt het plangebied een waterbergings gebied? nee
7.
Raakt het plangebied een waterkering? nee
8.
Raakt het plangebied een grondwaterbes chermings gebied? nee
9.
Raakt het plangebied de grondwaterfluctuatiezone? nee
10.
Raakt het plangebied "natuurwateren" (voorheen wateren met HEN- of SED-functie)? nee
11.
Raakt het plangebied een KRW-waterlichaam? nee
12-07-2022, 19:41
P agina 2 van 3
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets
12-07-2022, 19:41
P agina 3 van 3
https://dewatertoets.nl
Streilerweg 13, Wilp
Bijlage 4 Akoestisch onderzoek
87
Geluidbelasting wegverkeer woning Streilerweg te Wilp Versie 14 juli 2020
opdrachtnummer
20-169
datum
14 juli 2020
opdrachtgever
Buro SRO bv Sweerts de Landasstraat 50 6840 DG Arnhem
auteur
Ad Postma
INHOUDSOPGAVE bladzijde
INHOUDSOPGAVE .......................................................................................... I SAMENVATTING ............................................................................................ 1 1
INLEIDING .......................................................................................... 3
2
WETTELIJK KADER ............................................................................. 4
3
onderwerp
4
2.1
Wet Geluidhinder
4
2.2
Omvang geluidzone
4
2.3
Grenswaarden en hogere waarden
5
2.4
Wet RO en 30 km/u-wegen
6
2.5
Reken- en meetvoorschrift Geluid 2012
7
WEGVERKEER ................................................................................... 8 3.1
Verkeerscijfers
8
3.2
Rekenmodel
8
3.3
Resultaten
8
CONCLUSIES GELUIDBELASTING ......................................................... 9
geluidbelasting
4.1
Toetsing Wet Geluidhinder en hogere waarden
9
woning
4.2
Maatregelen wegverkeer
9
4.3
Hogere waarden wegverkeer
9
4.4
Toetsing RO
10
4.5
Eis geluidwering
10
opdrachtnummer
20-169
BIJLAGEN bestand
20-169r1
bladzijde
paginai
datum
14 juli 2020
SAMENVATTING In opdracht van Buro SRO bv is een onderzoek ingesteld naar de geluidbelasting door wegverkeer op een locatie aan de Streilerweg 13 te Wilp. Het betreft de ontwikkeling van een tweede woning. Een deel van de bestaande bebouwing wordt gesloopt. De ontwikkeling ligt buiten de bebouwde kom van Wilp binnen de geluidzone van de A1 op ca.350 meter uit de as van de weg. De Streilerweg is een gezoneerde weg die alleen gebruikt wordt door aanwonenden. Deze weg is akoestisch niet relevant. De geluidbelasting door wegverkeer op de rijksweg A1 bedraagt op de zuidgevel (zijgevel) ten hoogste 53 dB na aftrek van 2 dB ex art 110-g Wgh. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt daarmee overschreden. De maximale hogere waarde van 53 dB voor woningen buiten de bebouwde kom wordt niet overschreden.
onderwerp
geluidbelasting woning
opdrachtnummer
Het verlagen van de geluidbelasting door het treffen van maatregelen aan de bron is niet mogelijk omdat de A1 reeds voorzien is van een stil wegdek en andere bronmaatregelen verkeerskundig niet mogelijk zijn. De woning wordt gedeeltelijk reeds van de weg afgeschermd door een scherm ten zuiden van “de Paal”. Een aanvullende verdiepinghoge afscherming op het eigen terrein is financieel niet haalbaar. Voor de gevels van de woning dient een hogere waarde te worden aangevraagd van ten hoogste 53 dB voor geluid door wegverkeer op A1 conform tabel III.1.
20-169
bestand
20-169r1
bladzijde
pagina1
datum 14 juli 2020
De woning heeft een geluidluwe zijde en buitenruimte aan de zuidzijde. De geluidbelasting voor wegverkeer bedraagt ten hoogste 55 dB. Voor het aspect geluid zal sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening voor de woning als tevens wordt voldaan aan de eisen voor de geluidwering conform het Bouwbesluit.
De woning ondervindt een geluidbelasting van meer dan 53 dB zonder aftrek. Voor de geluidbelaste gevels zijn aanvullende geluidwerende voorzieningen nodig. De hoogste geluidbelasting Lden bedraagt zonder aftrek 55 dB. De benodigde karakteristieke geluidwering voor deze gevel bedraagt GA;k 22 dB. Voor de west- en zuidgevels, met een geluidbelasting van ten hoogste 53 dB zonder aftrek, bedraagt de benodigde karakteristieke geluidwering GA;k 20 dB. Dit is de minimale waarde conform het Bouwbesluit. Voor deze gevels zijn geen aanvullende geluidwerende voorzieningen nodig.
onderwerp
geluidbelasting woning
opdrachtnummer
20-169
bestand
20-169r1
bladzijde
pagina2
datum 14 juli 2020
1
INLEIDING In opdracht van Buro SRO bv is een onderzoek ingesteld naar de geluidbelasting door wegverkeer op een locatie aan de Streilerweg 13 te Wilp. Het betreft de ontwikkeling van een tweede woning. Een deel van de bestaande bebouwing wordt gesloopt. De ontwikkeling ligt buiten de bebouwde kom van Wilp binnen de geluidzone van de A1 op ca.350 meter uit de as van de weg. De Streilerweg is een gezoneerde weg die alleen gebruikt wordt door aanwonenden. Deze weg is akoestisch niet relevant.
onderwerp
geluidbelasting woning
opdrachtnummer
20-169
bestand
20-169r1
bladzijde
pagina3
datum 14 juli 2020
Figuur I.1
overzicht locatie.
Een situatieoverzicht is tevens weergegeven in tekening 1 in bijlage I en in figuur 1 en 2 in bijlage II.
2
WETTELIJK KADER Het wettelijk kader voor het berekenen en beoordelen van de geluidbelasting door wegverkeer wordt in grote lijnen bepaald door de Wet Geluidhinder (Wgh), de Wet Ruimtelijke ordening (Wro) en het Reken- en meetvoorschrift Geluid 2012.
2.1
Wet Geluidhinder Er ligt langs wegen, spoorwegen en industrieterreinen veelal een planologisch aandachtsgebied, de geluidzone. Binnen deze zone biedt de Wet Geluidhinder (Wgh) in een aantal gevallen bescherming tegen verkeerslawaai aan geluidgevoelige bestemmingen. Er ligt geen geluidzone langs 30/km/uwegen en langs wegen op een woonerf.
2.2
onderwerp
geluidbelasting woning
Omvang geluidzone Wegen De breedte van de geluidzone is omschreven in Wgh art 74 en is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de aard van de omgeving, te weten stedelijk of buitenstedelijk gebied. Binnenstedelijk gebied is het gebied binnen de bebouwde kom, buitenstedelijk gebied is het gebied buiten de bebouwde kom. De zone langs een auto(snel)weg is echter altijd buitenstedelijk gebied, ongeacht of deze zone binnen of buiten de bebouwde kom ligt. Tabel II.1 geeft de breedte van de geluidzone voor de verschillende situaties. TABEL II.1: Breedte van de geluidzone vanaf de as van de weg (Wgh art 74)
opdrachtnummer
20-169
Aantal rijstroken
Binnen de bebouwde kom
Buiten de bebouwde kom en langs auto(snel)weg
bestand
1 of 2 rijstroken
200 meter
250 meter
20-169r1
3 of 4 rijstroken
350 meter
400 meter
5 of meer rijstroken
350 meter
600 meter
bladzijde
pagina4
datum 14 juli 2020
Spoorwegen Voor spoorwegen die zijn aangegeven op de geluidplafondkaart wordt in art. 1.4a van het Besluit Geluidhinder de omvang van de geluidzone geregeld. De breedte van de zone is afhankelijk van de hoogte van het geluidproductieplafond. Tabel II.2 geeft de breedte van de geluidzone voor de verschillende situaties.
TABEL II.2: Breedte van de geluidzone vanaf de buitenste spoorstaaf (art 1.4a Bgh) Hoogte geluidproductieplafond
Zonebreedte in meters
< 56 dB
100 meter
56 dB – 61 dB
200 meter
61 dB – 66 dB
300 meter
66 dB – 71 dB
600 meter
71 dB – 74 dB
900 meter
>= 74 dB
1200 meter
Industrieterreinen De zone rond een industrieterrein is vastgelegd in een bestemmingsplan. De grootte van de zone is afhankelijk van de benodigde of gewenste geluidruimte van het gezoneerde terrein. Binnen de zone rond het industrieterrein kunnen geluidgevoelige bestemmingen liggen waarvoor een maximale hogere waarde kan worden vastgesteld.
2.3
onderwerp
geluidbelasting woning
Grenswaarden en hogere waarden Wegverkeer en railverkeer Het beschermingsniveau voor nieuwe geluidgevoelige objecten is beschreven in de Wet Geluidhinder en in het Besluit Geluidhinder. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting bedraagt 48 dB op de gevels van de woning t.g.v. een weg (Wgh art 82) en eveneens 48 dB op andere geluidgevoelige gebouwen (Bgh art 3.1).
opdrachtnummer
20-169
bestand
20-169r1
Het bevoegd gezag kan van dit beschermingsniveau afwijken door voor woningen een hogere waarde vast te stellen tot ten hoogste de maximale ontheffingswaarde. Voor wegverkeer zijn in tabel II.3 de voorkeursgrenswaarden en ten hoogste de maximale ontheffingswaarde (Wgh art 83) weergegeven.
bladzijde
pagina5
TABEL II.3: Maximale ontheffingswaarde op nieuwe woningen langs wegen (Wgh art 83) Gebouw
Binnen de bebouwde kom
Woning
63 dB
Agrarische woning
63 dB
58 dB
Vervangende nieuwbouw
68 dB
58 dB / 63 dB1
datum 14 juli 2020
Buiten de bebouwde kom en langs auto(snel)weg 53 dB
1 63 dB langs auto(snel)wegen binnen de bebouwde kom
De maximale ontheffingswaarden voor overige geluidgevoelige objecten bedragen ( Bgh art 3.2) 53 dB buiten de bebouwde kom en 63 dB binnen de bebouwde kom. Voor geluidgevoelige terreinen bedraagt de maximale ontheffingswaarde 53 dB.
Een hogere waarde voor wegverkeer mag alleen worden vastgesteld als maatregelen om de geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde te beperken onvoldoende doeltreffend zijn of als deze maatregelen ernstige bezwaren hebben van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard (Wgh art 110-a). In tabel II.4 zijn voor railverkeerslawaai de voorkeursgrenswaarden en ten hoogste de maximale ontheffingswaarde (Bgh art 4.9 – 4.12) aangegeven. TABEL II.4: Maximale ontheffingswaarde op nieuwe woningen langs spoorwegen (Bgh art 4.9 – 4.12) Gebouw
Voorkeursgrenswaarde
Hoogst toelaatbare
Woning
55 dB
68 dB
Andere geluidsgevoelige gebouwen
53 dB
68 dB
Geluidsgevoelige terreinen
55 dB
63 dB
geluidsbelasting
Industrielawaai Het beschermingsniveau voor nieuwe geluidgevoelige objecten binnen de zone is beschreven in de Wet Geluidhinder (art 44 en 45). De voorkeursgrenswaarde voor woningen bedraagt 50 dB(A). De maximale hogere waarde bedraagt voor 55 dB(A) voor geprojecteerde woningen en 60 dB(A) voor aanwezige of in aanbouw zijnde woningen.
onderwerp
geluidbelasting woning
2.4 opdrachtnummer
20-169
bestand
20-169r1
bladzijde
pagina6
datum 14 juli 2020
Wet RO en 30 km/u-wegen Wegen op woonerven en 30 km/u-wegen hebben geen geluidzone. De geluidbelasting door wegverkeer op deze wegen wordt dan ook formeel niet getoetst aan de grenswaarden uit de Wgh. De geluidbelasting ten gevolge van deze wegen kan echter wel van belang zijn bij de beoordeling of sprake is van een “goede ruimtelijke ordening”. Bij het toetsen of sprake is van een “goede ruimtelijke ordening” kan het hanteren van grenswaarden worden aangesloten bij het hierboven omschreven toetsingskader van de Wgh.
2.5
Reken- en meetvoorschrift Geluid 2012 De geluidbelasting op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen wordt bepaald volgens de voorschriften uit het Reken- en Meetvoorschrift Geluid 2012. De rekenmethoden zijn gebaseerd op het berekenen van de geluidemissie (afhankelijk van het aantal en type voertuigen, het soort wegdek, de rijsnelheid en enkele correctiefactoren) en het bepalen van de geluidoverdracht tussen de weg en het immissiepunt (woninggevel). De geluidbelasting door wegverkeer wordt berekend in hoofdstuk 3. De conclusies zijn beschreven in hoofdstuk 4.
onderwerp
geluidbelasting woning
opdrachtnummer
20-169
bestand
20-169r1
bladzijde
pagina7
datum 14 juli 2020
3
WEGVERKEER
3.1
Verkeerscijfers De verkeersgegevens van de A1 zijn afkomstig uit het geluidregister wegverkeer van Rijkswaterstaat (download 13 juli 2020). Deze zijn opgenomen in bijlage II. Het aantal rijbanen van de A1 wordt op termijn vergroot. Het Tracébesluit daarvoor is reeds vastgesteld. De wijzigingen zijn reeds opgenomen in het geluidregister. Met de wijzigingen is in het rekenmodel al rekening gehouden. De Streilerweg wordt alleen gebruikt door aanwonenden. De weg heeft daardoor een lage verkeersintensiteit en is akoestisch niet relevant.
3.2
Rekenmodel De op de geplande ontwikkeling invallende geluidbelasting is bepaald met een rekenmodel, volgens het Reken- en Meetvoorschrift Geluid 2012. In deze situatie is binnen de randvoorwaarden gebruik gemaakt van rekenmethode II. Een overzicht van het rekenmodel voor wegverkeer is weergegeven in figuur 1 in Bijlage II
onderwerp
geluidbelasting woning
opdrachtnummer
20-169
3.3
Resultaten Tabel III.1 geeft voor de Rijksweg A1 een overzicht van de berekende invallende geluidbelasting Lden in 2030, na aftrek ex art 110g Wgh. TABEL III.1: overzicht berekende invallende geluidbelasting Lden (dB) in 2030 tgv de A1 na aftrek van 2 dB ex art 110g Wgh Punt
gevel
1,5 m
4,5 m
bestand
1
Noordgevel
52
53
20-169r1
2
Oostgevel
50
52
3
Westgevel
48
49
4
Zuidgevel
44
46
bladzijde
pagina8
datum
Tabel III.2 geeft voor alle wegen samen een overzicht van de berekende invallende geluidbelasting Lden in 2030, zonder aftrek ex art 110g Wgh.
14 juli 2020
TABEL III.2: overzicht berekende invallende geluidbelasting Lden (dB) in 2030 tgv alle wegen samen, zonder aftrek Punt
gevel
1,5 m
4,5 m
1
Noordgevel
54
55
2
Oostgevel
52
54
3
Westgevel
50
51
4
Zuidgevel
46
48
De invoergegevens in het model en de rekenresultaten zijn opgenomen in bijlage II.
4
CONCLUSIES GELUIDBELASTING
4.1
Toetsing Wet Geluidhinder en hogere waarden Toetsing wegverkeer De geluidbelasting door wegverkeer op de rijksweg A1 bedraagt op de zuidgevel (zijgevel) ten hoogste 53 dB na aftrek van 2 dB ex art 110-g Wgh. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt daarmee overschreden. De maximale hogere waarde van 53 dB voor woningen buiten de bebouwde kom wordt niet overschreden. Een hogere waarde voor de geluidbelasting op de A1 kan slechts worden vastgesteld als maatregelen tot het terugbrengen van de geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde onvoldoende doeltreffend zijn, of als er ernstige bezwaren zijn op het gebied van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard.
4.2
Maatregelen wegverkeer Hieronder zijn maatregelen beschreven om de geluidbelasting ten gevolge van de rijksweg A1 op de woning zo mogelijk tot de voorkeursgrenswaarde te doen afnemen.
onderwerp
Maatregelen aan de A1 De A1 is reeds voorzien van een stil (2-laags ZOAB) wegdek. Deze maatregel is daarmee reeds getroffen.
geluidbelasting woning
opdrachtnummer
Andere maatregelen aan de bron, zoals het terugbrengen van de verkeersintensiteit of het terugdringen van de verkeerssnelheid zijn verkeerskundig niet mogelijk.
20-169
bestand
20-169r1
Maatregelen in de overdracht De woning wordt gedeeltelijk reeds van de weg afgeschermd door een afscherming met een hoogte van 2,1 meter ten zuiden van “de Paal”. Het plaatsen van een aanvullend verdiepinghoog scherm (> 4,5 m hoogte voor het afschermen van 2 woonlagen) over de gehele perceelbreedte op het eigen terrein is financieel niet haalbaar.
bladzijde
pagina9
datum 14 juli 2020
4.3
Hogere waarden wegverkeer Het verlagen van de geluidbelasting door het treffen van maatregelen aan de bron is niet mogelijk omdat de A1 reeds voorzien is van een stil wegdek en andere bronmaatregelen verkeerskundig niet mogelijk zijn. De woning wordt gedeeltelijk reeds van de weg afgeschermd door een scherm ten zuiden van “de Paal”. Een aanvullende verdiepinghoge afscherming op het eigen terrein is financieel niet haalbaar. Voor de gevels van de woning dient een hogere waarde te worden aangevraagd van ten hoogste 53 dB voor geluid door wegverkeer op A1 conform tabel III.1.