CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

RV 2022-01410 beoogde derde wijziging gemeenschappelijke regeling (GR) Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

gemeenteraad 7 maart 2022, gemeente VoorstBij agendapunt: Beoogde derde wijziging gemeenschappelijke regeling (GR) Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland1.122 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan de gemeenteraad

25 januari 2022

Onderwerp:

beoogde derde wijziging gemeenschappelijke regeling (GR) Veiligheidsregio Noord- en OostGelderland (VNOG)

Nummer: Z-21-13201_2022-01410

Programma:

6. Veilig Voorst

Openbaar

Voorstel van het college 1. Toestemming geven voor het wijzigen van de GR met het oog op het gezamenlijk, met de 25 veiligheidsregio's, oprichten van de stichting risicobeheer veiligheidsregio's en de stichting waarborgfonds veiligheidsregio's en de deelneming aan deze stichtingen. Inleiding De VNOG is van plan om samen met de andere veiligheidsregio's te komen tot de oprichting van en de deelname aan de stichting risicobeheer veiligheidsregio's. Hierover heeft u een aparte raadsmededeling ontvangen. Daarnaast is een traject in gang gezet om te komen tot het oprichten van de stichting waarborgfonds veiligheidsregio's. Die stichting biedt de veiligheidsregio's mogelijkheden om onverzekerbare risico's op te vangen. De oprichting van deze stichting is nu in voorbereiding. De deelnemende gemeenten hebben de afspraak gemaakt om het oprichten van en het deelnemen aan privaatrechtelijke rechtspersonen door de VNOG per oprichting/deelname op te nemen in de GR. Dit met een wijziging van artikel 5 van de regeling. Dit voorstel beoogt het realiseren van de wijziging van de regeling. In deze wijziging wordt ook de voorziene oprichting van en deelname aan de stichting waarborgfonds veiligheidsregio's betrokken. Dat maakt dat niet nog een keer een aparte gang langs de colleges en de raden nodig is.

Wel krijgen de raden later, bij de voorgenomen oprichting, de gelegenheid om wensen en bedenkingen kenbaar te maken. Argumenten 1.1 Het is dringend gewenst om met alle 25 veiligheidsregio's een stichting risicobeheer en een stichting waarborgfonds op te richten en hieraan deel te nemen Voor de veiligheidsregio's is het steeds moeilijker om hun risico's te verzekeren, vooral de risico's van arbeidsongevallen. Daarnaast is sprake van stijgende verzekeringspremies. Nauwere samenwerking tussen de veiligheidsregio's is een goede mogelijkheid om deze ontwikkeling het hoofd te bieden. Daarmee is het ook mogelijk om aanspraken van repressie1 ve medewerkers , die bij hun werkzaamheden aan vergelijkbare risico's blootstaan, gelijk te trekken. De aanspraken die zij hebben op basis van een ongevallenverzekering zijn nu nog verschillend. Deze zijn immers per veiligheidsregio afgesproken. Het werken met dezelfde aanspraken is extra wenselijk omdat repressieve medewerkers over en weer kunnen worden ingezet bij de incidentbestrijding buiten de eigen regio. Daarnaast is gebleken dat de verzekeringsfunctie binnen de veiligheidsregio's veelal kwetsbaar is ingevuld door 'eenpitters' met beperkte formatie en beperkte kennis en ervaring. Het onderling samenwerken en verbindingen leggen met externe expertise kunnen deze kwetsbaarheid verminderen.

Met het oprichten van en deelnemen aan de genoemde stichtingen kunnen de veiligheidsregio's in onderlinge samenwerking de expertise op het gebied van (ongevallen)verzekeringen bundelen. Ook hebben zij gezamenlijk een krachtigere positie bij het inkopen ervan. Op termijn kan dit expertisebureau ook andersoortige risico's (dan ongevallen) oppakken en vindt ook de schadebehandeling centraal plaats. Daarnaast hebben de veiligheidsregio's de mogelijkheid om collectief te voorzien in onverzekerbare risico's. Daarvoor loopt een traject tot het oprichten van een stichting waarborgfonds veiligheidsregio's die mogelijkheden moet bieden om deze niet verzekerbare risico's op te vangen. De kans op een incident met niet verzekerbare schade is klein, maar de consequenties kunnen voor een individuele veiligheidsregio fors zijn. Door deelname aan de stichting waarborgfonds worden deze consequenties met elkaar gedeeld. Daardoor wordt het financiële risico voor de veiligheidsregio's kleiner.

1

Brandweerpersoneel dat brand bestrijdende taken en hulpverleningsactiviteiten verricht.

-1-

1.2 De oprichting door en deelname aan een privaatrechtelijke rechtspersoon door de \/NOG vraagt om een wijziging van de GR Een van de onderdelen van de Tweede wijziging van de GR VNOG (algemeen bestuur (AB) van 24 juni 2021) ging over de oprichting van de Werkgeversvereniging samenwerkende veiligheidsregio's, een privaatrechtelijke rechtspersoon. De deelnemende gemeenten zijn daarna de werkwijze overeengekomen om een (voorgenomen) oprichting van en deelname aan dergelijke rechtspersonen door de VNOG op te nemen in de GR. Het gaat dan om een aanvulling op artikel 5. Met dit voorstel tot wijziging wordt invulling gegeven aan deze afspraak. 1.3 Oprichting en deelname aan de stichtingen leidt in 2022 en 2023 niet tot verhoging van de gemeentelijke bijdrage De kosten per veiligheidsregio van € 22.500 in 2022 en 2023 kunnen binnen de begroting van de VNOG (post verzekeringen) opgevangen worden. In 2022 en 2023 leidt dit daarom niet tot verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Voor 2024 vindt wel een herziening van de kosten en de verdeelsleutel plaats. Hierbij zijn de ontwikkelingen van de premie's en de te verzekeren risico's van belang. Eveneens is van belang welke risico's in het waarborgfonds gedekt moeten worden. Communicatie Wij brengen de VNOG op de hoogte van uw besluit.

De VNOG-regeling wijzigt als minimaal 15 van de 22 colleges, die minimaal 34 van de 50 stemmen in het AB vertegenwoordigen, daartoe hebben besloten (met instemming van hun raden). Het college van de gemeente Apeldoorn verzorgt de bekendmaking van de wijziging van de GR. Uitvoering Voor de VNOG bestaat het proces van het oprichten van en deelnemen aan privaatrechtelijke rechtspersonen uit twee trajecten: 1. een voorgenomen besluit van het AB tot oprichting/deelname met het vragen van wensen en bedenkingen aan de raden van de deelnemende gemeenten. Vervolgens neemt het AB op 24 maart 2022 een definitief besluit over oprichting/deelname; 2. besluiten van de colleges van de deelnemende gemeenten tot wijziging van de GR, dit met toestemming van hun respectievelijke raden. De procedure voorziet erin dat de colleges en de raden gelijktijdig besluiten. Het voorstel tot wijziging van de GR en het vragen van wensen en bedenkingen over de stichting risicofonds veiligheidsregio's aan de raden lopen gelijk op. De VNOG heeft ons gevraagd om het besluit van de raad over de wijziging van de GR en eventuele wensen en bedenkingen bij de oprichting van de stichting risicobeheer, uiterlijk 8 maart 2022 bij hen kenbaar te maken. In een later stadium volgt het voornemen tot het oprichten van de stichting waarborgfonds veiligheidsregio's.

Het is niet mogelijk om de oprichting van beide stichtingen tegelijkertijd voor te leggen. Naar verwachting is een voorstel over het waarborgfonds in de eerste helft van 2022 klaar. Dan krijgt u opnieuw de gelegenheid om wensen en bedenkingen kenbaar te maken.

Het college van burgemeester en wethouders, Renske Helmer-Englebert, burgemeester Lisette Wolbers-Cents, secretaris

Bijlagen:  nota met concepttekst Derde wijziging GR VNOG (2021-71637)  ontwerpbesluit oprichting stichting risicobeheer (2021-71636) Gerelateerde stukken:  raadsmededeling voornemen tot oprichting stichting risicobeheer veiligheidsregio's (2022-01422)

RV_2022-01410_beoogde_derde_wijz_GR_VNOG

-2-

Informatie over dit voorstel: portefeuillehouder: Renske Helmer-Englebert medewerker: Daphne Heemsbergen, adviseur openbare orde en veiligheid en crisisbeheersing 0571-27 93 42 d.heemsbergen@voorst.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11304572/1