Rekenkamerrapport Regio Stedendriehoek Voorst
Tekst van het document
In plaats daarvan is vooral te zien dat budgetten worden doorgeschoven naar opvolgende jaren of er is onderbesteding doordat projecten anders uitpakken dan eerder gedacht. Een overschrijding van de vastgestelde budgetten is dus niet te zien. Daarmee is aan de derde norm geheel voldaan. In de accountantscontrole van de jaarrekening van de regio 2022 zijn geen tekortkomingen geconstateerd en geen specifieke aandachtspunten geformuleerd. Kanttekening daarbij wel is dat een onderschrijding kan betekenen dat het niet lukt om projecten binnen planning uit te voeren, waardoor de projecten en de budgetten doorgeschoven moeten worden naar andere jaren. Norm 4. Raden, colleges, ambtelijke organisaties en samenwerkingspartners (ondernemers en onderwijs) zien de meerwaarde van de samenwerking in Regio Stedendriehoek. Betreffende de meerwaarde wordt deze zeker door de betrokken partijen gezien. Vooral in de laatste jaren met de ontwikkeling van de werkorganisatie en de nieuwe strategische agenda. Men geeft aan dat de ambtelijke en bestuurlijke samenwerking een meerwaarde is – zoals de korte lijnen of het kunnen delen van kennis. Het is niet te zien dat men zich wil terugtrekken uit de samenwerking. Alle betrokkenen geven aan de samenwerking belangrijk te vinden en te willen investeren in de samenwerking. Dit beeld is wel verschillend onder raadsleden.
De ene ziet meer meerwaarde in de samenwerking dan de ander. Dit komt vooral doordat raadsleden minder een beeld hebben van wat er concreet speelt, gebeurt en wordt gerealiseerd in de regio. Dit sluit aan op andere betrokkenen, die weinig concrete voorbeelden van meerwaarde zien. Deze wordt nog vooral gezien in het binnenhalen van externe budgetten en subsidies – de Regio Deal wordt vaak genoemd – en in de lobbyfunctie die de regio kan vervullen voor de betrokken gemeenten. Daar speelt de Stedendriehoek wel een belangrijke rol in, die gemeenten wellicht niet zelf – zo efficiënt of doeltreffend – kunnen vervullen. Men is nog wel terughoudend. Zo wordt benoemd dat de meerwaarde zich vooral moet gaan laten zien in de toekomst. Ook wordt benoemd dat de meerwaarde nog zichtbaarder moet worden gemaakt, met concrete voorbeelden voor ondernemers, onderwijspartners en vooral ook inwoners. Wat gebeurt er in de regio? Wat levert dat op voor de gemeente en de inwoners? Waar worden de budgetten precies aan besteed? Men ziet dus meerwaarde, maar dit moet zichtbaarder en concreter worden gemaakt om de samenwerking verder te verstevigen en legitimiteit te geven richting de raden en de inwoners. Daarmee is aan de vierde norm gedeeltelijk voldaan.
38 / 54
5. Conclusies en aanbevelingen In dit hoofdstuk presenteren wij de hoofdconclusie (hoofdboodschap) van dit onderzoek (§5.1). De deelvragen worden in de volgende paragraaf beantwoord aan de hand van deelconclusies (§5.2.) en zijn gekoppeld aan de toetsing op de normen. Tot slot worden op basis van de conclusies aanbevelingen geformuleerd; kritische randvoorwaarden voor het verder versterken van de doelrealisatie (§5.3.).
5.1. Hoofdconclusie De regio heeft de laatste jaren belangrijke stappen voorwaarts gezet. De governance is verduidelijkt. De samenwerkingsagenda wordt meer gedragen door de deelnemende gemeenten en is een stuk realistischer. De mogelijkheid om de raden meer in positie te brengen met de regionale adviescommissie wordt opgepakt. Er wordt geïnvesteerd in de werkorganisatie zodat regionale opgaven voortvarender kunnen worden opgepakt. En door de samenwerking komt de woondeal tot stand, wordt met de Regio Deal geld in de regio geïnvesteerd en worden concrete projecten verspreid over de regio uitgevoerd. De regionale samenwerking in de Stedendriehoek wordt doeltreffender en doelmatiger. Maar is nog niet doeltreffend en doelmatig genoeg. Wat dat betreft is de samenwerking volop in ontwikkeling en moeten in de toekomst de vruchten daarvan zichtbaar en geplukt worden. Een belangrijke aandachtspunt in de verdere ontwikkeling is het bouwen aan een gezamenlijk regioverhaal dat iedereen kent, herkent en vertelt. Een gezamenlijk verhaal is nodig om de gemeenschappelijke doelen en acties verder aan te scherpen en verder te concretiseren, tot een scherp en uitvoerbaar uitvoeringsprogramma. Het verhaal moet ook als onderlegger dienen voor toekomstige planontwikkeling, bijvoorbeeld op het vlak van wonen en economische structuurversterking.
Het is een feit dat deelnemende gemeenten ook samenwerken in andere regio’s en dat de regio verspreid is over twee provincies. Dat kan op onderdelen de samenwerking bemoeilijken, maar is op korte en middellange termijn niet aan te passen. Dit is een gegeven waarmee in de Stedendriehoek pragmatisch wordt omgegaan. Men geeft elkaar de ruimte en expliciteert wat op welke regiotafels wordt gedaan. Het strategisch gesprek over hoe de verwevenheid met andere regio’s kan worden benut, vindt nog beperkt plaats. In het regioverhaal verdient dit een plek. De Stedendriehoek is niet alleen een regio waarin stad en land op een vanzelfsprekende manier in balans (kunnen) worden gebracht. Het is/kan ook de verbindende schakel in Oost-Nederland zijn. Verder is het daadwerkelijk vormgeven van de raadsadviescommissie van belang om de raden meer te betrekken bij de regio. De adviescommissie moet een inhoudelijke schakel worden tussen de regio en de afzonderlijke raden. Voorkomen moet worden dat het een tafel wordt waaraan de leden alleen periodiek worden bijgepraat. De commissie moet benut worden om vroegtijdig mee te denken over ontwikkelingen, wat deze ontwikkelingen betekenen voor de raden en hoe de raden daarbij betrokken kunnen worden. Dat vraagt ook voldoende handelingsvrijheid voor de leden van de raadsadviescommissie.
Handelingsvrijheid om ook namens hun eigen raad te spreken en mee te denken. Dat vraagt vertrouwen. Vertrouwen van de rest van de raad in hun vertegenwoordiging, en vertrouwen van de raden dat in de raadadviescommissie de goede dingen gebeuren en worden besproken. Zonder daarbij – uiteraard – de
39 / 54
besluitvorming in de eigen raad aan te tasten. Eigen besluitvorming dient het uitgangspunt te blijven, ook wanneer wordt gewerkt met een raadsadviescommissie die meedenkt en mede de regio vormgeeft. Tevens moeten de investeringen in de werkorganisatie zich gaan uitbetalen in een duidelijke programmatische sturing op de regionale opgaven. Dit vergt regionale inzet, maar ook verbinding en samenwerking met de afzonderlijke ambtelijke organisaties van de gemeenten. Daarvoor dient de samenwerking en de programmateams/werkgroepen adequaat te zijn. Daar moet de ambtelijke samenwerking vorm krijgen en moeten werkafspraken worden gemaakt. Het overleg van gemeentesecretarissen vervullen in de coulissen een belangrijke rol bij het op gang houden en krijgen van deze ambtelijke samenwerking. Eveneens is de governance in opzet zichtbaar verbeterd met een eenduidige aansturing en governance. Er is geen sturing meer vanuit de board én vanuit de GR. Dat maakt het mogelijk en noodzakelijk om te investeren in het betrekken en versterken van ondernemersnetwerken. Deze netwerken en de verbinding daarmee moeten op lokaal niveau op orde zijn zodat je dat op regionaal niveau kunt verbinden. De organisatiegraad van deze ondernemerswerken en de betrokkenheid daarvan bij de regio zijn momenteel nog niet op orde.
Ten slotte, de investeringen – niet alleen in geld – in de Stedendriehoek moeten zich ook gaan vertalen in resultaten. Al zijn dit resultaten die niet per se te duiden zijn per gemeente. Concreet de meerwaarde bepalen voor specifiek Apeldoorn of Deventer, bijvoorbeeld, is niet makkelijk. De resultaten en meerwaarde zijn vaak regionaal, zoals de woondeal of het regio-arrangement. Dat maakt dat raadsleden het soms lastig vinden om goed te duiden wat de meerwaarde is van de regio, omdat toch vaak naar de meerwaarde voor de eigen gemeente wordt gekeken. Terwijl er wel degelijk meerwaarde wordt gerealiseerd. Deze meerwaarde moet niet alleen worden gerealiseerd, maar zeker ook zichtbaar worden gemaakt voor zowel raadsleden, inwoners, ondernemers als maatschappelijke organisaties.. Het tonen van de meerwaarde van de regionale samenwerking verstevigt het fundament voor de samenwerking bij de raden en in de samenleving. Daarbij is het van belang dat men verder kijkt dan alleen de meerwaarde voor de eigen gemeente. Niet alle projecten zullen evenveel meerwaarde hebben voor álle deelnemers. Dat betekent niet dat die projecten niet moeten worden uitgevoerd, maar dat het dus ook van belang is en vruchtbaar kan zijn om projecten te ondersteunen die vooral elders in de regio meerwaarde hebben.
En samenwerking betekent verder kijken dan de eigen grenzen: meerwaarde in een gemeente realiseren betekent meerwaarde voor de gehele regio.
5.2. Deelconclusies Waarom wordt er samengewerkt? Binnen de samenwerking en de gemeenten wordt breed erkend dat samenwerking nu en in de toekomst van belang is. Gemeente-overstijgende vraagstukken en vraagstukken vanuit het Rijk en de provincie maken dat samenwerking noodzakelijk is en blijft. De samenwerking in de Stedendriehoek heeft vorm gekregen middels een strategische agenda. De meest recente agenda maakt een slag in de concreetheid van de ambities, en is realistischer, ten opzichte van de vorige agenda. Maar er zijn nog stappen nodig om de agenda goed richting te laten geven aan de samenwerking. Dat zit vooral in het ontbreken van regionale verhaal. Dit is gegroeid, maar wordt nog niet breed gedragen en verteld. Dit maakt dat er nog beperkt een concrete stip aan de horizon is waar men in de samenwerking naar toe wil werken, en waar men zich volledig aan kan committeren. Een lastig punt daarin is de binding die gemeenten ook hebben met andere regio’s waar activiteiten plaatsvinden.
40 / 54
Het ontbreken van dit regionale verhaal en de stip aan de horizon maken ook dat de raden beperkt beeld hebben bij de regio en de ambities die hierin worden nagestreefd. Hetzelfde geldt voor de ondernemers en de onderwijspartijen waarmee wordt samengewerkt. Hoe wordt er samengewerkt? Vanaf januari 2024 wordt gewerkt met een nieuwe organisatiestructuur, met één werkorganisatie. Dit is een wijziging ten opzichte van de eerdere structuur, waarbij de regio werd aangestuurd door zowel het dagelijks bestuur als de Strategische Board. Dit was een situatie die werd gezien als onlogisch, lastig uit te leggen en niet slagvaardig. Op papier lijkt de nieuwe structuur daar verandering in te kunnen brengen. Met de nieuwe structuur van de Strategische Board – dat een adviserende rol krijgt – wordt gehoopt op een betere vertegenwoordiging van de ondernemers en onderwijspartijen in de samenwerking. Al moeten de voordelen van het werken in de nieuwe structuur in de praktijk nog blijken. Aandachtspunt daarin blijft de capaciteit, zowel mensen als middelen. Vooral ook bij de gemeenten. Ook de betrokkenheid van de raden gaat veranderen. Met de wijziging in de Wgr wordt een raadsadviescommissie ingesteld om de raden eerder en meer te betrekken bij de regio. Deze commissie moet nog verder vorm gaan krijgen. Zo is nog niet inzichtelijk of de commissie een adviserende of meer informerende rol krijgt.
Een meer adviserende rol zou de raden meer in positie brengen om de kaderstellende en controlerende rol in te vullen, maar vraagt een goede organisatie en voldoende handelingsvrijheid voor de deelnemende raadsleden. Wat levert de samenwerking op? Voorop staat dat geen van de deelnemers uit de samenwerking wil stappen; men ziet de meerwaarde van het samenwerken. Vooral gelet op de rol die de regio moet pakken richting provincie en Rijk, en de lobbyfunctie die de regio kan vervullen. Wel wordt de verdere meerwaarde van de regio nu op papier niet goed zichtbaar gemaakt. Monitoring gebeurt op activiteitenniveau, dus het is lastig om te bepalen of de ambities en doelen worden gerealiseerd. Daarmee is niet inzichtelijk wat er in de regio wordt gedaan. Gelet op de grote ambities uit de vorige agenda, zijn deelnemers het er wel over eens dat daar in ieder geval weinig van is gerealiseerd. Al betekent dat zeker niet dat er ook niets wordt gedaan. De Regio Deal, de innovatiecoöperatie of de woondeal zijn resultaten die op regionaal niveau worden geboekt. Voor raadsleden zijn deze resultaten – ook door de beperkte monitoring – niet goed zichtbaar. Zij vinden het lastig om te zeggen wat de meerwaarde is, waardoor de regio ook wordt beleefd als een ‘ver van mijn bed’-show.
Zij gaan dan ook vooral op zoek naar meerwaarde voor hun eigen gemeente: wat wordt er in mijn gemeente gedaan en wat merken mijn inwoners daarvan? Doordat de resultaten nu nog vooral regionaal zijn, is de vertaling naar de lokale meerwaarde lastig te maken. Het is dan ook de wens – ook vanuit de regio – om meer verhalend te rapporteren over meerwaarde, ook richting de inwoners. In dat kader wordt dit jaar gewerkt aan nieuwe monitoringsinstrumenten.
5.3. Aanbevelingen Aanbeveling 1. Geef als raad opdracht aan het college om – in samenwerking met de andere colleges – vorm te geven aan het regioverhaal. De Regio Stedendriehoek heeft de potentie om op te treden als verbindende schakel in Oost-Nederland. Wat daarvoor nodig is, is een gedragen en gedeeld regioverhaal. Waar willen we heen met de regio? Wat is onze stip op de horizon? En wat betekent dat voor prioritering van activiteiten of projecten? Dit verhaal moet worden ontwikkeld, en vervolgens eenduidig worden uitgedragen. Door bestuurders, maar zeker ook door raadsleden. De regio zet stappen om te komen tot het regioverhaal, maar moet dit nog verder ontwikkelen. Geef daarom als raad opdracht aan het college om deze
41 / 54
ontwikkeling verder door te zetten, en borg daarbij dat er ook aandacht wordt besteed aan de verbinding met andere samenwerkingsverbanden en andere regio’s als Twente, Zwolle en de Achterhoek. Gebruik dit regioverhaal om de gemeenschappelijke doelen en acties verder aan te scherpen tot een meer concreet, uitvoerbaar en controleerbaar programma van activiteiten. Leg dit programma vervolgens voor aan de gemeenteraden. Aanbeveling 2. Ga als raad de samenwerking aan met andere raden om te zorgen dat de raadsadviescommissie de goede vorm krijgt. De raadsadviescommissie kan een goed middel zijn om de raden eerder en aan de voorkant te betrekken. Vanuit de nieuwe Wgr heeft de raad hier mogelijkheden toe gekregen. Wel is het noodzakelijk dat de raadsadviescommissie goed vorm krijgt. Niet alleen als afstemming of om informatie te delen, maar ook in een adviserende rol. De deelnemende raadsleden kunnen bijvoorbeeld namens hun eigen raad meedenken over kaders en adviseren over projecten en prioritering ten behoeve van het uitvoeringsprogramma. En hun raad informeren over wat er gebeurt binnen de regio, aanvullend op de informatievoorziening vanuit het college en de regio zelf. Immers, een adviescommissie is geen vervanging voor de formele informatievoorziening. Waarbij wel duidelijk moet worden gemaakt dat de raadsadviescommissie niet gaat over inhoudelijke aspecten.
Er worden dan ook geen besluiten genomen. Immers, een adviescommissie is ook geen vervanging voor de besluitvorming in de eigen gemeente en de eigen raad. De leden van de raadsadviescommissie dienen wel mandaat te krijgen vanuit hun raad om mee te denken over de informatievoorziening. De raadsadviescommissie kan ook meedenken over passende betrokkenheid van de raden bij verschillende trajecten. Immers, betrokkenheid bij een concreet project als de fietssnelweg zal anders zijn dan betrokkenheid bij een traject als het regioarrangement. Maak vanuit de raadsadviescommissie afspraken met het dagelijks bestuur over de gewenste betrokkenheid van de raden bij de verschillende trajecten die worden ontplooid in de regio. Borg daarbij wel dat de raadsadviescommissie niet in een te operationele rol vervalt. Zorg er daarnaast voor dat de raadsadviescommissie goed wordt ondersteund vanuit de griffies en de ambtelijke apparaten van de verschillende gemeenten. Denk over het bovenstaande samen als raden na, actief, aanvullend op het traject wat reeds loopt voor de totstandkoming van de adviescommissie. Aanbeveling 3. Geef als raad opdracht aan het college om – in samenwerking met de andere colleges – de programmatische sturing door te ontwikkelen. Borg daarbij dat de werkorganisatie niet te veel op afstand komt te staan van de ambtelijke organisaties van de gemeenten.
De wijze waarop de uitvoeringsagenda programmatisch is aangevlogen is passend voor de activiteiten en projecten die worden uitgevoerd. Maar deze sturing moet wel verder worden doorontwikkeld. Het moet duidelijk zijn hoe de verschillende overleggen zich tot elkaar verhouden en wat ervoor nodig is om deze overleggen goed vorm te geven. Denk aan het inbouwen van voldoende tijd om de portefeuillehouders te informeren, of het afspreken van termijnen voor het aanleveren van stukken. Daarnaast moet de verbinding tussen de regio-organisatie en de verschillende ambtelijke organisaties goed zijn. Er moet daarbij worden voorkomen dat de regio teveel op afstand komt te staan van de gemeenten, doordat meer taken door de regio worden opgepakt. Het is en blijft van belang dat de ambtelijke organisaties goed blijven aangehaakt bij wat er gebeurt in de regio, en wat dat betekent voor de desbetreffende gemeente. Met de ontwikkeling naar één werkorganisatie wordt hierin een stap gezet, maar borg dat deze ontwikkeling ook wordt doorgezet. Maak daarover werkafspraken binnen de programmateams. Borg daarnaast in de samenwerking dat de gemeentesecretarissen goed blijven aangehaakt. Dit is nodig voor de schakelfunctie tussen de ambtelijke organisatie en het bestuur. Ook hebben de gemeentesecretarissen goed beeld van hun eigen organisatie, bijvoorbeeld in
42 / 54
knelpunten die ontstaan in uitvoering en capaciteit en de effecten hiervan op de realisatie van de regionale projecten. In het gemeentesecretarisoverleg kan worden besproken hoe de regio een rol kan spelen in het oplossen van deze knelpunten. Aanbeveling 4. Geef als raad opdracht aan het college om – in samenwerking met de andere colleges – te werken aan het betrekken van ondernemers bij de samenwerking. Met de nieuwe structuur van de Strategische Board is de hoop – en de verwachting – dat ondernemers sterker worden aangehaakt bij de samenwerking en actief onderdeel worden van de Board. En dat ondernemers meer de meerwaarde gaan zien van samenwerking in de regio. Met het sterker aanhaken van ondernemers kunnen ook hun netwerken beter worden benut. Ondernemers hebben brede netwerken, zowel lokaal als in de regio. De ondernemers die onderdeel uitmaken van dit netwerk kunnen bijdragen aan het uitvoeren van de regionale doelen en ambities, maar zijn nog niet direct in de samenwerking vertegenwoordigd. Zij kunnen worden bereikt via ondernemers die wél onderdeel uitmaken van de Board. Werk als colleges dan ook samen aan het benutten en versterken van deze netwerken zodat de regionale doelen en ambities op een meer slagvaardige en efficiënte wijze kunnen worden bereikt. Aanbeveling 5.
Geef als raad opdracht aan het college om – in samenwerking met de andere colleges – resultaten en meerwaarde voelbaar en zichtbaar te maken en uit te dragen. De monitoring van de regio laat nu nog te wensen over. Successen en resultaten worden beperkt gemonitord en te beperkt zichtbaar gemaakt. Daardoor staat de regio teveel op afstand van de raden, en daarmee ook van inwoners. Geef als raad opdracht aan het college om de ingezette ontwikkeling van monitoringsinstrumenten door te zetten en om daarmee resultaten en meerwaarde zichtbaar te maken. Laat herkenbaar terugkomen wat de bijdrage is van de regio aan projecten en tot welke resultaten dit leidt. Maak daarbij voor de projecten die niet voor elke gemeente direct van nut zijn toch zichtbaar waarom het project van meerwaarde is voor de gehele regio. Resultaten zijn namelijk niet altijd te duiden op het niveau van de individuele gemeenten. Het bepalen van de projecten waaraan wordt gewerkt zou ook niet afhankelijk moeten zijn van de vraag of het resultaat oplevert voor élke gemeenten, maar van de vraag welke meerwaarde het project heeft voor de hele regio. Deze meerwaarde moet vervolgens wel zichtbaar worden gemaakt voor de raadsleden en inwoners. Borg dat de resultaten en meerwaarde vervolgens ook worden uitgedragen middels een communicatieplan.
Een versterkte monitoring en communicatie laat echter onverlet dat de primaire verantwoordelijkheid voor informatievoorziening over de regio – zowel kaderstellend als controlerend – blijft liggen bij de eigen colleges en komt niet bij de regio te liggen. Het is van belang dat over de gewenste informatievoorziening duidelijke afspraken worden gemaakt tussen de raad en het college. Aanbeveling 6. Geef als raad opdracht aan het college om – in samenwerking met de andere colleges – een plan van aanpak te maken voor het opvolgen van de aanbevelingen en hierover periodiek terug te koppelen. Het college is – namens de raden – verantwoordelijk voor de Regio Stedendriehoek. En daarmee voor het opvolgen van bovenstaande aanbevelingen, in de eigen gemeenten en in de regio. Geef als raad opdracht aan het college om in Stedendriehoek-verband met de andere colleges te bespreken hoe opvolging wordt gegeven aan de aanbevelingen in dit rapport. Borg daarbij dat het college ingaat op de verschillende verantwoordelijkheden en de termijn die benodigd is om de aanbevelingen op te kunnen volgen. Geef daarbij als raad opdracht aan het college om deze plannen te vatten in een plan van aanpak. Leg dit plan van aanpak voor aan de gemeenteraden, en te zijner tijd de formele raadsadviescommissie. Informeer de raadsadviescommissie periodiek over de voortgang van het plan.
Borg daarbij ook dat de regio over twee jaar opnieuw wordt geëvalueerd. Op dat moment is de nieuwe werkorganisatie van kracht, is de raadsadviescommissie gevormd en wordt uitvoering gegeven aan de nieuwe strategische agenda. Evalueer daarom over twee jaar of de werkorganisatie, raadsadviescommissie en strategische
43 / 54
agenda hebben geleid tot de beoogde verbeteringen die ten grondslag lagen aan de verandering van de governance en de nieuwe Wgr.
44 / 54
Bijlage I | Overzicht van geïnterviewde personen
Interviews Apeldoorn Bestuursadviseur Concernstrateeg Gemeentesecretaris Burgemeester Wethouder economie, brede welvaart en veiligheid Brummen Gemeentesecretaris Manager strategie advies financiën Programmamanager klimaat en duurzaamheid Wethouder Onderwijs, Jeugd, Wonen, Gezondheidszorg, Wmo, Welzijn, Bibliotheek, Laaggeletterdheid Wethouder Financiën, Grondexploitaties, Openbare Ruimte, Afval en circulariteit, Economische Zaken, Eerbeek Loenen 2030, Ruimte voor Eerbeek. Centrumplan Brummen Wethouder Ruimtelijke Ordening, Omgevingswet, Mobiliteit, Biodiversiteit, Duurzaamheid & Klimaat Burgemeester Deventer Adviseur public affairs Regiemanager Wethouder Regionale Samenwerking Burgemeester Epe Strateeg ruimte Bestuursadviseur Wethouder Ruimte, Wonen en Verkeer Wethouder Energietransitie Wethouder Regionale Samenwerking Burgemeester Heerde Regionaal strateeg Gemeentesecretaris Burgemeester Lochem Beleidsmedewerker milieu
45 / 54
Afdelingshoofd ruimte Gemeentesecretaris Wethouder Economie, Recreatie en toerisme, Mobiliteit, Bestuurlijke vernieuwing Burgemeester Voorst Senior vakgroep ruimte Senior vakgroep juridische administratieve ondersteuning en veiligheid en handhaving Burgemeester Zutphen Bestuursadviseur Financieel adviseur Gemeentesecretaris Wethouder cultuur, erfgoed en culturele evenementen, verkeer, natuur en klimaat, water, openbare ruimte, bedrijfsvoering, dienstverlening en ICT, vakonderwijs en arbeidsmarkt Wethouder werk, inkomen en armoedebestrijding, financiën en inkoop, inclusiviteit, wijkregie en energietransitie Ondernemers Zelfstandig ondernemer en hoofd Apeldoorns Business Collectief Directeur Ondernemershuis Deventer Directeur Hollander Techniek Onderwijs Hoofd onderwijs Aventus Relatiemanager Aventus Programmamanager veiligheid en digitalisering Saxion Bestuurslid Wittenborg Directeur Saxion Staf Projectsecretaris RES Bestuursadviseur Manager bedrijfsvoering Secretaris Case: AGRO Innovatie Coöperatie Programmamanager Projectleider circulair bouwen Case: woondeal Planontwikkelaar gemeente Voorst Beleidsmedewerker wonen gemeente Voorst Programmamanager wonen Adviseur wonen gemeente Apeldoorn Beleidsadviseur wonen gemeente Zutphen
46 / 54
Raadssessies Apeldoorn 6 raadsleden/fractievertegenwoordigers Brummen 7 raadsleden Deventer 8 raadsleden Epe 13 raadsleden/fractievolgers Heerde 4 raadsleden/steunfractieleden Lochem 3 raadsleden Voorst 7 raadsleden/fractievertegenwoordigers Zutphen 2 raadsleden
47 / 54
Bijlage II | Overzicht van projecten en activiteiten62 Programma slimme groene verstedelijking Doel: 24.000 nieuwe woningen en verduurzamen bestaande wijken Activiteiten: • Sluiten we een woondeal met het Rijk. • Monitoren we de voortgang van nieuwbouw bij gemeenten. • Zorgen we voor passende woonruimte voor (tijdelijke) arbeidsmigranten en andere doelgroepen. • Werken gemeenten, woningcorporaties en ondernemers aan impactvol circulair aanbesteden en circulair bouwen • Voeren we een gebiedsgerichte aanpak voor nieuwe en bestaande wijken om energietransitie en klimaatadaptatie te realiseren. • Onderzoeken we de effecten van klimaat en groen op de gezondheid in de steden. • Experimenteren we met de toepassing van nieuwe grondstoffen en lokale en/of biobased producten. • Maken we afspraken met lokale bouwers over klimaatadaptief, natuurinclusief en circulair bouwen. • Passen gemeenten mobiliteitsoplossingen toe volgens het STOMP-principe1. • Onderzoeken we actief financieringsmogelijkheden via het investeringsplatform Stedendriehoek om bovenstaande doelen te realiseren. • Denken we samen met de provincies Gelderland en Overijssel na hoe het eigendom en de exploitatie van publieke warmtenetten het beste kan worden georganiseerd. • Stimuleren we de verduurzaming van bedrijven en maatschappelijk vastgoed.
Doel: versterken stationsgebieden Activiteiten: • Versterken we de ontwikkeling van De Kien in Deventer en de Spoorzone in Apeldoorn, waaronder het Centrum voor Veiligheid en Digitalisering. • Bieden we ontwikkelruimte aan onze regionale onderwijspartijen. • Versterken we in de regio de interactie tussen studenten, docenten, onderzoekers en het bedrijfsleven ten behoeve van onze regionale opgaven. • Stimuleren we impactvol ondernemen door startups en scale-ups te ondersteunen. • Realiseren we voldoende studenten- of jongerenhuisvesting via het regionale woningbouwprogramma. • Zetten we in op een goede bereikbaarheid: een versnelling van de Berlijn-trein, het goederenvervoer zo snel mogelijk van het bestaande tracé af en het intensiveren van het personenvervoer op de bestaande spoorlijn door onze regio. • Creëren we een lerend district rondom de Kien en het Centrum voor Veiligheid en Digitalisering ten behoeve van maatschappelijke opgaven die samen komen in de leefomgeving. Doel: goede bereikbaarheid voor inwoners en bedrijven Activiteiten: • Verkennen we opties voor bovenlokale deelmobiliteit. • Zetten we in op een betere doorstroming op de A1-corridor (deel Apeldoorn-Barneveld) en een Bus Rapid Transit A50 (Zwolle-Apeldoorn-Arnhem).
62
Uitvoeringsagenda 2023-2030.
48 / 54
• • •
• • •
Ontwikkelen we een gevarieerd stelsel van mobiliteitshubs. Ontwikkelen we een fietsvisie met hoogwaardige regionale fietsroutes. Lobbyen we voor meer personenvervoer over de bestaande spoorlijnen in onze regio: bevorderen personenvervoer Oost-West corridor, noord-zuid-corridor (verdubbelen spoor Olst-Deventer) en verplaatsen van goederenvervoer. Stimuleren we het gebruik van waterstof voor zowel particulieren als vrachtverkeer. De A50 verbindt onze regio met de buitenring van steden rondom de Randstad van Eindhoven/Den Bosch, Nijmegen/Arnhem en Zwolle. Wij steunen verbetering van deze buitenring en richten ons speciaal op het deel Zwolle-Apeldoorn-Arnhem. Wij werken aan de uitvoering van ons Position Paper, de aanleg van een goede fietsverbinding Apeldoorn-Zwolle en lobby voor structurele verbetering aan weg en spoor.
Programma vitaal landelijk gebied Doel: gezond en robuust water- en bodemsysteem Activiteiten: • Werken we samen met onze achterbannen aan een gezond en robuust water- en bodemsysteem. • Maken we een gebiedsgerichte vertaling van het Vitaal Landelijk Gebied Gelderland (VLGG). Voor Deventer loopt dit via het PPLG Overijssel (Gebiedstafel Salland). • Brengen we in beeld hoe klimaat, water en bodem sturend zijn in de ruimtelijke inrichting van het landelijk gebied. • Maken we ‘massa’ van lokale initiatieven die gericht zijn op gezonde bodem en klimaatadaptatie. • Zoeken we naar verdien-, en bedrijfsmodellen rondom bodem- en watersystemen. We bieden experimenteerruimte en pilots. Doel: leefbaar landelijk gebied Activiteiten: • Realiseren we voor jongeren een betaalbaar woningaanbod in onze dorpen en zetten we in op geschikt woningaanbod voor ouderen om langer zelfstandig wonen in de dorpen mogelijk te maken. • Bieden we ruimte voor alternatieve invullingen van leeggekomen agrarisch vastgoed. • Verkennen we hoe we de bereikbaarheid van onze kernen op peil houden. • Zetten we in op het behoud van (streek)buslijnen en beschikbaarheid van het OV en op een samenhangend netwerk van recreatieve verbindingen in de regio. Doel: hoge landschappelijke kwaliteit Activiteiten: • Brengen we het watersysteem en het huidige en gewenste landschappelijke netwerk in beeld.
• Inventariseren we de gewenste verbindingszones vanuit de gemeentes voor versterking van de groenblauwe dooradering. • Stemmen we regionaal af bij afwegingen met een grote (ruimtelijke) impact op het landelijk gebied. • Werken we samen aan gemeente overstijgende landschapsverbetering en versterken van de biodiversiteit, zoals brongebied Grote Wetering (IJsselvallei) en A1 miljoen bomen. • Zoeken we als regio actief naar koppelkansen voor landschapsversterking bij de opgaven die er liggen. Doel: perspectief voor agrarisch ondernemerschap Activiteiten: • Ondersteunen we ondernemers via de Innovatie Coöperatie bij het realiseren van innovatieve ideeën die bijdragen aan toekomstbestendige bedrijfsmodellen en natuurinclusieve bedrijfsvoering.
49 / 54
• •
• •
• • •
Organiseren we een loketfunctie voor agrariërs en bedrijven uit de agrofood keten voor vraagstukken aangaande de landbouwtransitie. Ontwikkelen we prototypes van toekomstbestendige bedrijfsmodellen die bijdragen aan de transitie van de landbouw. We denken hierbij onder andere aan extensivering, duurzame toepassing en teelt van eiwit, biobased bouwmaterialen en neventakken zoals zorg, energie, lokaal voedsel, recreatie, agro-toerisme. Vertalen we de ontwikkelde prototypes en rollen we deze uitrollen naar de praktijk. Hierbij faciliteren wij kennisdeling en begeleiding door experts in de vorm van agrarische studiegroepen en kennisnetwerken. Versterken we de natuurinclusieve bedrijfsvoering in een robuust landschap door inzet van scholing over een gezonde bodem en natuurinclusieve landbouw, versterken we het netwerk en de ondersteuning van samenwerkingsverbanden. Stimuleren we de overstap naar kringlooplandbouw en doorgroei naar biologische landbouw. Ondersteunen we de realisatie van een agritechniekhub waarbij de loonwerk- en mechanisatiebedrijven een belangrijke rol krijgen in de agrarische transitie en ontwikkeling van het buitengebied. Leveren we input voor het uitvoeringsprogramma van de provincie Gelderland onder het VLGG (vitaal landelijk gebied Gelderland) en het PPLG (Provinciaal Programma Landelijk Gebied) via diverse opgavetafels: Veluwe, Achterhoek en West Overijssel.
Dit samen nemen we tevens mee in ons regioarrangement.
Doel: duurzaam voedselsysteem Activiteiten: • Zetten we in op consumentenbewustwording rondom korte voedselketens. • Versterken we het netwerk van korte ketenproducenten en afnemers. • Werken we aan het vergroten van aantal (onbemande) verkooppunten voor lokale producten. • Werken we aan projecten gericht op de eiwittransitie (zowel voor dierlijk veevoer als humane consumptie). • Stimuleren we initiatieven waarin consumentleden zich verbinden aan het afnemen van de producten van één of meerdere boeren of producenten. • Stimuleren we het gebruik van lokale producten in de institutionele markt (ziekenhuizen, instellingen) en in de bedrijfscatering bij overheden en bedrijven, onder meer door bewustwording en ondersteuning bij aanbestedingstrajecten.
Programma regionale economie van de toekomst Doel: ruimte voor werk door uitbreiding van bedrijventerreinen Activiteiten: • Ontwikkelen we de regionale visie ‘Ruimte voor Werk’. • Stellen we een bedrijvenprognose 2030-2040 op met daarin de kwalitatieve en kwantitatieve vraag naar ruimte voor bedrijven. • Maken we afspraken over de uitbreiding van bedrijventerreinen in 2030, met een doorkijk naar 2040. Doel: toekomstbestendige bedrijventerreinen en werklocaties Activiteiten: • Verkennen we in 2023 op welke bedrijventerreinen het realiseren van parkmanagement kansrijk is om een impuls te geven aan het verduurzamen van bedrijventerreinen. • Faciliteren en ondersteunen we bedrijventerreinen met het ontwikkelen van smart energy hubs (decentrale opwek, opslag en distributie van energie) en bouwen daarin een kennispositie op, ook als het gaat om de gemeentelijke rolneming in dergelijke decentrale energiesystemen • Helpen we bedrijventerreinen met verduurzaming, herstructurering, revitalisering en beveiliging.
50 / 54
• •
Vergroten we de organisatiegraad en participatiegraad van bedrijventerreinen en werklocaties. Voeren we lobby voor capaciteitsvergroting en verzwaring van het (energie)netwerk.
Doel: een veerkrachtige arbeidsmarkt Activiteiten: • Ontwikkelen we in 2023 met onze achterbannen een human capital agenda voor groei in groene en digitale vaardigheden die onze economie versterken. • Leveren we in 2023 actieplannen op voor impactvol ondernemen, groene en digitale groei, zodat bedrijven en beroepsbevolking inzicht krijgen in de behoefte aan kennis en innovatie. • Bieden we een podium aan het regionale bedrijfsleven om met kansrijke activiteiten jonge mensen te binden en te boeien. • Stimuleren we het creëren van extra stage-, leerwerken ervaringsplekken voor het opleiden van studenten beroepsonderwijs, zowel binnen bedrijven als in techniekhubs of fieldlabs. • Faciliteren we de groei van intersectorale mobiliteit en het versterken van posities op de arbeidsmarkt. • Ondersteunen we de vorming van specifieke leergemeenschappen waarin bedrijven, werkenden, studenten en kennisinstellingen samen oplossingen ontwikkelen voor de uitdagingen van de toekomst • Wij stimuleren dat inwoners en bedrijven weten waar ze terecht kunnen voor vragen over een leven lang ontwikkelen door regionaal aan te sluiten bij lobby. • Steunen we de lobby voor ruimte in capaciteit en regelgeving voor de onderwijsinstellingen om zich in te kunnen zetten voor de regio.
Doel: logistiek ecosysteem A1/IJssel Activiteiten: • Bouwen we verder aan een regionaal netwerk van bedrijven, overheid en onderwijs voor de aanpak van opgaven die op de logistiek afkomen. • Leveren we in 2023 een actieplan op om de logistieke arbeidsmarkt te versterken. • Voeren we een pre-verkenning uit voor het verlengen van de Prins Bernardsluis Deventer voor een Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport. • Faciliteren we de realisatie van clean energy hubs voor logistiek • Zorgen we voor de inzet van een logistiek kennismakelaars, die ondernemers en hun samenwerkingsverbanden ondersteunt bij het toepassen van slimme en schone logistieke oplossingen. • Zetten we samenwerking binnen Port of Logistics Overijssel voort. • Lobbyen we bij het Rijk met betrokken partijen voor: o Aanpak IJsselbruggen Zutphen. o Verbeteren havens en kades in Lochem. o Verbeteren bereikbaarheid havens Deventer en Zutphen. o Vervanging Prins Bernardsluis Deventer. o Verkennen we de haalbaarheid van een derde IJsselbrug bij Zutphen bij bedrijventerrein De Mars. De derde IJsselbrug richt zich op een betere regionale doorstroming van het verkeer, het beter verbinden van de verschillende provinciale wegen rondom Zutphen, de leefbaarheid van de woonomgeving en de economische versterking van de regio.
Doel: kweekplaatsen voor groene, digitale en impactvolle groei in het MKB Activiteiten: • Werken de gemeenten Apeldoorn en Deventer samen aan het uitbouwen van een regionale mkbondersteuningsinfrastructuur.
51 / 54
• • • • • • • •
Verkennen we in 2023 de behoeften en mogelijkheden om enkele plaatselijke stimuleringspilots (bijvoorbeeld Cybersmart, Digismart en SDGsmart) te ontsluiten voor ondernemers in de gehele regio. Stimuleren we dat ondernemers meedoen rondom hubs, fieldlabs etc. gericht op digitalisering en verduurzaming. Helpen we bedrijven met het implementeren van slimme en schone mobiliteit. Stimuleren we deelname van bedrijven aan acties die bijdragen aan verduurzaming van woon-werkverkeer en werk-werkverkeer. Lobbyen we voor een versterkte rol van steden en regio’s om samen met onze achterban het mkb te kunnen versterken. Helpen we bedrijven om circulaire bedrijfsvoering te implementeren. Stimuleren en ondersteunen we ondernemers die werk willen maken van de Sustainable Development Goals en het professionaliseren van hun verdienmodel op het gebied van impact ondernemen met startup en scaleup programma’s en makelaars met mandaat.
52 / 54
Bijlage III | Korte beschrijving cases 1. De Innovatie Coöperatie De Innovatie Coöperatie ondersteunt agrariërs en andere MKB-ondernemers uit de agrofoodsector bij het realiseren van hun innovatieve ideeën. Het doel van het project is om te werken aan een groeiende economie, een aantrekkelijke werkomgeving voor jong talent en een fraai, schoon en biodivers buitengebied. Hiervoor wordt directe ondersteuning geboden via de inzet van innovatiemakelaars, het organiseren van inspiratie en het bouwen van relevante en ondersteunende netwerken. Hiermee geeft dit project gericht mede invulling aan de actielijn ‘Groene Groei’ van de Regiodeal.63 De deelnemende gemeenten zijn Lochem, Apeldoorn, Zutphen, Voorst, Brummen, Heerde en Epe. De Innovatie Coöperatie is een juridisch zelfstandig orgaan met een eigen bestuur en functioneert daarmee zelfstandig.
Met dit project worden de volgende resultaten nagestreefd: - De Innovatie Coöperatie functioneert als regionale organisatie gericht op het aanjagen en ondersteunen van duurzame en economische ideeën en het faciliteren van agrariërs en mkb-ondernemers bij het realiseren van hun duurzame economische ambities - Minimaal 60 ondernemers zijn ondersteund bij het realiseren van hun innovatieve ideeën - Minimaal 200 ondernemers en stakeholders geïnspireerd en geactiveerd - Minimaal 10 netwerkpartners zijn aangesloten bij De Innovatie Coöperatie en er is een functionerende innovatieraad.
2. Woondeal Met de provincie Gelderland zijn op basis van het provinciaal bod van 29 september 2022 afspraken gemaakt over het Gelderse aandeel in de nationale opgaven. Deze afspraken zijn ondertekend op 13 oktober 2022. Het gaat daarbij om de realisatie van totaal 100.000 woningen in de periode tot en met 2030, waarvan minimaal 60% betaalbaar inclusief minimaal 28% sociale huurwoningen. Aan deze aantallen zijn randvoorwaarden verbonden op het vlak van investeringen in bereikbaarheid, dekking van onrendabele toppen, ambtelijke capaciteit en stikstofruimte. In de regionale woondeal wordt een doorvertaling naar gemeenten gemaakt van deze afspraken tussen Rijk en provincie. De gemeenten zetten zich, in samenwerking met corporaties en marktpartijen, in voor de realisatie van de opgave. Het gaat in de regio Stedendriehoek (exclusief gemeente Deventer) om de realisatie van in totaal 17.000 huizen in de periode tot en met 2030 als bijdrage aan de provinciale en nationale opgave, waarvan 70% betaalbaar en inclusief minimaal 30% sociale huurwoningen.64
63
Projectaanvraag – De Innovatie Coöperatie, april 2021
64
Regionale woondeal 2022 - 2030
53 / 54
TwynstraGudde adviseert overheid en bedrijfsleven op veel van de grote en urgente thema’s van deze tijd. Denk aan veiligheid, diversiteit, digitalisering, mobiliteit, duurzaamheid, energie, financiën en gezondheid. We bieden onze opdrachtgevers unieke, werkbare oplossingen en brengen complexe projecten en programma’s tot een goed einde. Iets creëren van blijvende waarde, daar gaan we voor. Daardoor hebben we een directe impact op (toekomstige) maatschappelijke en economische ontwikkelingen. En dus een grote impact op morgen.
Beelden per gemeente - Voorst Financiën Financiële bijdrage, op basis van inwoneraantal december 2022 (CBS) 2025 2026
2024
2027
Bijdrage: € 8,75 per inwoner
Bijdrage: € 9,21 per inwoner
Bijdrage: € 9,69 per inwoner
Bijdrage: € 10,19 per inwoner
€ 218.321
€ 229.679
€ 241.632
€ 254.212
Meerwaarde Ambtelijke organisatie
Bestuurlijk
Gemeenteraad
De geïnterviewde medewerkers van
De geïnterviewde bestuursleden zien
De geïnterviewde raadsleden zien
de
meerwaarde in de samenwerking
meerwaarde in het realiseren van
meerwaarde in de samenwerking op
met inwoners en ondernemers uit de
samenwerkingskracht,
om
gemeente-overstijgende
opgaven
ambtelijke
organisatie
zien
opgaven.
zo
regio. Daarbij benoemen zij het
gemeente-overstijgende
Concrete resultaten zijn bijvoorbeeld
sluiten van de regiodeal als concrete
aan te pakken als de verbreding van
de RES, het regionaal programma
meerwaarde.
de A1. Daarnaast wordt de profilering
werken en afspraken die zijn gemaakt
richting
provincie
en
Rijk
om
over bedrijventerreinen.
subsidies binnen te kunnen halen als meerwaarde gezien. De RES en de Woondeal
worden
als
concrete
meerwaarde benoemd.
Belangrijkste lessen volgens betrokkenen Wat moet er vooral worden behouden? Betrokkenen benoemen dat de aanwezige energie en het enthousiasme in de samenwerking behouden moet blijven, waarbij de positieve ambtelijke samenwerking en de P-beraden als voorbeeld worden genoemd. Ook de slagvaardige koers die is ingezet met de gewijzigde organisatiestructuur van de regio wordt als positief ervaren. Wat moet er vooral worden veranderd? Als aandachtspunt wordt benoemd dat gemeenten goed aangehaakt moeten blijven bij de regio en dat daarvoor meer heldere informatievoorziening richting de raden gewenst is. Daarnaast wordt benoemd dat ondernemers meer betrokken moeten worden bij de regio.
Informa eblad voor de Raad van Voorst In aanvulling op het onderzoek dat door onderzoeks- en adviesbureau Twynstra Gudde is uitgevoerd, hee de rekenkamer nog naar twee extra onderwerpen gekeken: 1. De nieuwe ontwerpregeling 2. Specifieke informa'e voor de gemeenteraad van Voorst
1. De nieuwe (ontwerp) regeling van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) regio Stedendriehoek Mogelijkheid om doelstelling te verruimen of veranderen De regio Stedendriehoek is een openbaar lichaam volgens de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (WGR). Dit is de zwaarste vorm van samenwerking. Volgens de WGR (ar'kel 30) worden er bevoegdheden van regeling en bestuur van de besturen van gemeentes overgedragen (gedelegeerd) aan het algemeen bestuur (AB) van het openbaar lichaam. Deze bevoegdheden zijn omschreven in hoofdstuk II van de ontwerpregeling: Doelstelling, belangen, taken en bevoegdheden. Er is geen apart ar'kel over we3elijke bevoegdheden, maar er worden wel degelijk bevoegdheden overgedragen. Zonder een overdracht van taken/bevoegdheden zou de regio als openbaar lichaam ook niet zoveel zin hebben. De overdracht van de bevoegdheden is beperkt tot de doelstelling (ar'kel 3): ‘het behar'gen van de gemeenschappelijke en regionale belangen van de gemeenten …..’. De belangen zijn omschreven in ar'kel 4. Hier is ten opzichte van de oude (bestaande) regeling een regel aan toegevoegd: ‘De realisa'e van regionale ambi'es en maatschappelijke opgaven…’1 De doelstelling van een openbaar lichaam kan niet veranderd worden. Dan moet er een nieuwe gemeenschappelijke regeling (GR) komen. In deze nieuwe tekst wordt het veranderen van de doelstelling indirect geregeld: n.l.
door het vaststellen van ‘regionale ambi'es en maatschappelijke opgaven’. Deze ambi'es en opgaven zijn vastgelegd in de GR zelf (de ‘belangen’), maar in b.v. de strategische agenda of de uitvoeringsagenda kunnen zij rela'ef eenvoudig aangepast worden. Er kunnen aldus wijzigingen in de ‘scope’ van de GR optreden zonder dat er een nieuwe gemeenschappelijke regeling hoe te komen. Voor een meerjarige strategische visie zal er wel een voorhangprocedure in de gemeenteraden nodig zijn.
1
Vervolgens is deze zeer brede omschrijving van het belang weer beperkt tot de oude (bestaande) tekst waarin belangen omschreven worden als: a. verbreden van het innova'eve vermogen van de regionale economie ….. b. vergro'ng van de sociale betrokkenheid ….. c. verbetering van de externe en interne bereikbaarheid……. d. Versterking van de kwaliteit van de leefomgeving…. Het behar'gen van de belangen omvat onder meer (ongewijzigde tekst): a. De bevordering van overleg met en tussen gemeenten….. b. De bevordering van gemeenschappelijke standpuntbepaling ….. c. Het voeren van overleg met provinciale en rijksoverheid ….. d. Het geven van voorlich'ng…..
1
Verbreding van de ‘scope’. Verandering van de doelstelling of ‘verbreding van de scope’ treedt ook op door de eisen of vragen die vanuit de provincie of het Rijk aan de regio Stedendriehoek gevraagd worden. Voorbeelden hiervan zijn de Regionale Energie Strategie (RES), woondeal, regio-arrangement. De RES is in een aparte organisa'e en aparte financiering ondergebracht. De woondeal is via de GR geregeld. Het is nog niet zeker hoe het Gelderse regio-arrangement geregeld gaat worden. Budgetrecht van gemeenteraden Het verbreden van de ‘scope’ is ook zichtbaar in de regio-deals. De regio-deal 2020 is opgesteld door een aparte stuurgroep, met een aparte verantwoordelijkheid voor deze regiodeal, en een aparte kassier. De regio-deal 2024 is opgesteld door de regio Stedendriehoek en onder de verantwoordelijkheid van de GR ingediend. Er komt een apart beheerd budget onder verantwoordelijkheid van de GR. Opmerkelijk genoeg stelt de aanvraag dat de besluitvorming bij het dagelijks bestuur (DB) van de GR ligt (p. 9). In een GR ligt de besluitvorming al'jd bij het algemeen bestuur (AB). De regio-deal haalt geld voor de GR binnen, maar er is al'jd een eis van cofinanciering. Deze zal in meer of mindere mate door de gemeenten opgebracht moeten worden. Volgens de GR zijn gemeenten verplicht de verplich'ngen die voortkomen uit de GR in hun begro'ng op te nemen.
Via de GR wordt dus het budgetrecht van de gemeenteraad beïnvloed. Ten eerste via deelname aan de GR zelf, en ten tweede door de eisen van cofinanciering die voortkomen uit ac'viteiten van de GR, zoals de regio-deal 2024. Ook de woondeal kan indirect het budgetrecht van de gemeenteraad beïnvloeden. Samenva ng van bevoegdheden volgens de nieuwe regeling van de GR regio Stedendriehoek. Bevoegdheden van het DB - beslissingen van het AB voorbereiden en uitvoeren - instellen adviescommissies - aanwijzen secretaris, regels vaststellen over de ambtelijke organisa'e - ambtenaren benoemen/ontslaan - privaatrechtelijke handelingen (m.u.v. oprichten rechtspersonen) - rechtszaken voeren - mogelijkheid tot het mach'gen van één lid van het DB - aanwijzen voorzi3er Bevoegdheden van het AB: - aanwijzen DB-leden - vaststellen begro'ng en jaarrekening - vaststellen Reglement van Orde - instellen adviescommissies - instellen bestuurscommissie (na wensen en bedenkingen van raden) - instellen gemeenschappelijke adviescommissie (na voorhangprocedure) - vaststellen meerjarige kadernota, meerjarige strategische visie, liquida'eplan (na voorhangprocedure) - vaststellen par'cipa'enota - evalua'e van de regeling na 4 jaar Bevoegdheden van de gemeenteraden: 2
-
aanwijzen AB-lid raadslid afvaardigen naar de raadsadviescommissie (indien deze er is) zienswijzen indienen op : • ontwerpbegro'ng • een meerjarige kadernota • een meerjarige strategische visie • voortgangsrapportages • liquida'eplan
2. Specifieke informa e voor de gemeenteraad van Voorst Regio Stedendriehoek in de Raad van Voorst 2021-2023 Datum 30 oktober 2023
Titel van stuk/besluit Wijziging gemeenschappelijke regeling Stedendriehoek Meerjarenprogrammabegro'ng 2024-2027 (Voorst)
Status Twee mo'es/ één zienswijze Vastgesteld
22 september 2023
Bestuursrapportage 2023 (Voorst)
Vastgesteld
19 juni 2023
Mo'e ‘samenhangende zienswijze en vooruitlopende reac'e op ontwerpregelingen’ Regio Stedendriehoek uitvoeringsagenda 2023-2030 (voorhangprocedure) Regio Stedendriehoek begro'ng 2024 (voorhangprocedure) Jaarstukken 2022 (Voorst)
Aangenomen
27 maart 2023
Evalua'e beleid verbonden par'jen
Kennisgenomen
19 december 2022
Verslag Informa'eve Beeldvormende Bijeenkomst ‘Strategische agenda van de
Vastgesteld
12 juni 2023
17 mei 2023
Kennisgenomen zonder zienswijze (mo'e verworpen). Kennisgenomen zonder zienswijze Vastgesteld
3
(Financiële) inhoud Verwijst o.a. naar mo'e van 19 juni Kosten voor deelname aan regio zijn hierin opgenomen (inwonersbijdrage) Raad is door college geïnformeerd dat de Regionale uitvoeringsagenda is vastgesteld en er wordt gewerkt aan de regiodeal Betre meerdere gemeenschappelijke regelingen
Aandacht voor Regio Stedendriehoek als verbonden par'j. Burgemeester Jorritsma (AB en DB) en wethouder Wormskamp (AB) zijn bestuurlijke vertegenwoordigers Planning & Controldocumenten van GR uiterlijk 15 april ontvangen
4 juli 2022 13 juni 2022
12 juli 2021
29 maart 2021
Cleantechregio’ 12 december 2022 Jaarstukken 2021 (Voorst) Voortgangsbericht 2022 (Voorst)
Vastgesteld Vastgesteld
Regio Stedendriehoek: Begro'ng 2023 (voorhangprocedure) Jaarstukken 2020 (Voorst)
Kennisgenomen zonder zienswijze
Raadsmededeling evalua'e beleid en func'oneren verbonden par'jen
Kennisgenomen
Vastgesteld
Bevat een paragraaf ‘Agenda Cleantechregio 2019-2023’ met als sub'tel: ‘Naar een nieuwe strategische Agenda voor de Cleantechregio’
Regio-deal: op 14 februari 2020 hee het Rijk bekend gemaakt de Cleantechregio te steunen met een bijdrage van € 7,5 miljoen. In juli 2020 is de organisa'everandering van de Cleantechregio afgerond.
Verantwoording vindt plaats via de reguliere jaarstukken-cyclus van de gemeente. De jaarstukken van de GR worden niet apart voorgelegd.
Regiodeal Er zijn twee regiodeals: 1. Regiodeal Cleantechregio 2020 (par'jen zowel WGR Stedendriehoek als S'ch'ng strategische board Stedendriehoek) afgesloten in 2020 met het Rijk. In totaal € 15 miljoen publieke cofinanciering uit de regio en € 7,5 miljoen door het Rijk. De gemeente Voorst draagt € 45.000 bij. Het is uit de voortgangsrapportage en de jaarstukken van de gemeente niet helder in welke projecten de gemeente Voorst par'cipeert. h3ps://regiostedendriehoek.nl/wpcontent/uploads/2023/06/160323_Voortgangsrapportage_Regio_Deal.pdf Deze voortgangsrapportage is niet via het college aangeboden aan de raad en niet vindbaar via de raadsstukken (status 6 december 2023). De financiën van deze regio-deal 2020 verloopt niet via de GR maar via een kassier. De kassier is de gemeente Apeldoorn. 2. Regiodeal Stedendriehoek 2024. De aanvraag is recent ingediend bij het Rijk. h3ps://regiostedendriehoek.nl/sterker-in-3d-regiodeal-stedendriehoek-is-ingediend/ Deze behelst ruim € 150 miljoen, waarvan € 40 miljoen door het Rijk en € 40 miljoen door de regiogemeentes (en € 38 miljoen door de provincies). Dit voorstel (de aanvraag) aan het Rijk is niet aangeboden aan de raad. Voor zover bekend is het ook nog niet ondertekend door het Rijk. 4
RES Regionale energie-strategie De RES is een na'onaal programma en de regio’s zijn door het Rijk bepaald. Deventer behoort tot een andere RES-regio. De financiering gebeurt buiten de GR Stedendriehoek om. De besluitvorming in de raad:
20 december 2021 20 september 2021
Vaststellen RES 1.0 Cleantechregio Ontwerp RES 1.0 Kennisname en tekstvoorstellen en wensen en bedenkingen
Vastgesteld Aangenomen, tevens mo'e over zoekgebieden aangenomen
Woondeal In oktober 2022 zijn voor de periode tot en met 2030 woningbouwafspraken gemaakt tussen de minister voor Volkshuisves'ng en Ruimtelijke Ordening (VRO) en provincies, o.b.v. het Programma Woningbouw. Deze programmeringsafspraken worden door provincies, samen met gemeenten, uitgewerkt in regioverband naar 37 regionale woondeals. Na instemming van de colleges van burgemeester en wethouders in de regio Stedendriehoek (Apeldoorn, Brummen, Epe, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen) hee de regio Stedendriehoek een posi'ef besluit genomen over de Regionale Woondeal 2022 t/m 2030. De woondeal is ondertekend op 8 maart 2023 door de colleges van burgemeester en wethouders, het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland en de minister voor VRO. De gemeente Deventer neemt niet deel aan deze woondeal. h3ps://regiostedendriehoek.nl/wpcontent/uploads/2023/06/Woondeal_Regio_Stedendriehoek_DEF_verkleinde_versie.pdf Besluitvorming in de raad: 27 maart 2023
Regionale woondeal 2022 tot 2030 regio Stedendriehoek
Kennisgenomen
De gemeente realiseert 900 woningen
Twee sleutelprojecten: spoorzones en diverse kernen
Personele invulling (per 15 november 2023) Het bestuur van Regio Stedendriehoek bestaat uit de Regioraad (AB) en het DB. In de Regioraad zi3en zes'en leden en acht plaatsvervangende leden (twee leden per gemeente) die door de gemeenteraden worden aangewezen. Het DB (aangewezen door de Regioraad) bestaat uit acht leden: elke gemeente is vertegenwoordigd.
5
Dagelijks bestuur (per 15 november 2023) met portefeuilleverdeling/aandachtsgebieden. Burgemeester Voorst Burgemeester Brummen Burgemeester Deventer
Jorritsma Van Hedel König
Landbouw Financiën, personeel en organisa'e Voorzi3er, externe betrekkingen, communica'e en lobby, bereikbaarheid, investeringsplaQorm Gebiedsontwikkeling Digitalisering Vicevoorzi3er, Wonen, uitvoeringsagenda, betrokkenheid raden
Burgemeester Epe Burgemeester Lochem Wethouder Zutphen
Horn Van ‘t Erve Boswinkel
Burgemeester Heerde Wethouder Apeldoorn
Prinsen Messerschmidt Bestuurlijk opdrachtgever, brede verstedelijkingsstrategie
Voor de gemeente Voorst zi3en burgemeester Paula Jorritsma en wethouder Peter Wormskamp in de regioraad. Er komt waarschijnlijk een raadsadviescommissie. In de informele raadscommissie die er nu is, par'cipeert gemeenteraadslid Willeke Moleman.
Strategische Board (per 15 november 2023) De func'e van de strategische board was die van een triple-helix samenwerking: overheid, bedrijfsleven, opleidingen o.a. om innova'e in een regio te bevorderen. Het was een s'ch'ng. Over 2021 en 2022 zijn geen jaarverslagen op de website beschikbaar. (Geraadpleegd 16 december 2023). Sinds juni 2023 is het een netwerk, maar de s'ch'ng bestaat ook nog. De voorzi3er is de burgemeester van Apeldoorn, Heerts. Er is een kerngroep van 20 leden en daarnaast een groep van 30 themaleden. Deze zi3en daar op persoonlijke 'tel en zijn dus geen vertegenwoordiger van b.v. VNO-NCW, KvK of een scholenkoepel.
Regio arrangement De provincie Gelderland wil werken vanuit de dynamiek en het karakter van de zeven Gelderse regio’s. De zeven Gelderse gemeenten van de regio Stedendriehoek vormen één van die regio’s. Op regioniveau leggen provincie en gemeenten in regioarrangementen vast wat de agenda en afspraken zijn rondom deze opgaven. Later gevolgd door afspraken voor de realisa'e hiervan, in de vorm van gebiedsprogramma’s. De gemeente Deventer is hier geen onderdeel van. h3ps://media.gelderland.nl/Hoofdlijnen_regioarrangementen_11_juli_139742016e.pdf
6
Overzicht projecten Voorst regionale samenwerking In de bestuursrapportage 2023 (van Voorst) worden verschillende projecten en programma’s genoemd in verband met regionale samenwerking. Het is niet al'jd duidelijk of deze wel/niet onderdeel zijn van de GR regio Stedendriehoek. Ruimtelijk perspec'ef (wonen, natuur, energie, landbouw en economie waarbij water en bodem leidend principe zijn) Regio-arrangement en regioverhaal Regionale woonagenda Regionale woondeal Verbreding A1 Regionale fietsroute Apeldoorn-Deventer Fietsvisie Transi'e landbouw Campagne ‘super die boer’ Regionaal programma werkloca'es/industrieterreinen
Via de provincie Gelderland
GR Zie hierboven p.5 GR GR GR vanaf 2024 GR GR
7
Gemeenschappelijke Regeling Regio Stedendriehoek
Apeldoorn - Brummen - Deventer - Epe - Heerde - Lochem - Voorst - Zutphen
Datum: xx-xx-xxxx Ontwerp van 7 juli '23
2
De colleges van burgemeester en wethouders van Apeldoorn, Brummen, Deventer, Epe, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen; overwegende dat voor hun gebied de algemene intergemeentelijke samenwerking vorm heeft gekregen door samenwerking in de Regeling Regio Stedendriehoek waarbij het openbaar lichaam regio Stedendriehoek is ingesteld; dat het wenselijk is om de Regeling Regio Stedendriehoek aan te passen aan de gewijzigde omstandigheden en werkwijze binnen de regio; dat bij wet van 15 december 2021 (Stb. 18) de Wet gemeenschappelijke regelingen is gewijzigd om de democratische legitimiteit van de gemeenschappelijke regeling te versterken; dat de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen ook gevolgen heeft voor de Regeling Regio Stedendriehoek; dat er niet langer bevoegdheden van de raden van de deelnemende gemeenten aan de regio worden overgedragen, zodat de raden hebben besloten uit te treden uit deze regeling; dat er niet langer bevoegdheden van de burgemeesters van de deelnemende gemeenten aan de regio worden overgedragen, zodat de burgemeesters hebben besloten, met inachtneming van artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regeling, uit te treden uit deze regeling; gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen;
BESLUITEN: de navolgende gemeenschappelijke regeling "Regeling Regio Stedendriehoek" te wijzigen, zodat deze als volgt komt te luiden:
3
HOOFDSTUK I Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen
Deze gemeenschappelijke regeling verstaat onder: a. b. c. d. e.
college: gebied: gemeente: regio: wet:
het college van burgemeester en wethouders van een deelnemende gemeente het gezamenlijk grondgebied van de deelnemende gemeenten; een aan deze regeling deelnemende gemeente; het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van deze regeling; Wet gemeenschappelijke regelingen.
4
Artikel 2 Openbaar lichaam, naam, vestigingsplaats en bestuur 1. Er is een openbaar lichaam, genaamd: Regio Stedendriehoek. 2. De regio is gevestigd in Apeldoorn. 3. Het bestuur van het openbaar lichaam bestaat uit: - het algemeen bestuur; - het dagelijks bestuur; - de voorzitter.
HOOFDSTUK II Doelstelling, belangen, taken en bevoegdheden Artikel 3 Doelstelling Het doel van deze regeling is het behartigen van de gemeenschappelijke en regionale belangen van de gemeenten en het samen met belangengroepen, maatschappelijke organisaties en private partijen bevorderen van een regio ‘in balans’ en het versterken van de brede welvaart van het gebied door een evenwichtige ontwikkeling van het gebied en een versterking van de kwaliteit van het vestigingsklimaat.
Artikel 4 Belangen en taken 1. De door de regio in het kader van het doel van deze gemeenschappelijke regeling te behartigen belangen zijn: De realisatie van de regionale ambities en maatschappelijke opgaven om de leefbaarheid van het gebied te vergroten alsmede een versterking van de kwaliteit van het vestigingsklimaat door onder andere: a. verbetering van het innovatieve vermogen van de regionale economie door innovaties in de industrie, zorg, ICT en zakelijke dienstverlening; b. vergroting van de sociale betrokkenheid en participatie van mensen in het onderwijs, op de arbeidsmarkt en in het maatschappelijk leven; c. verbetering van de externe en interne bereikbaarheid door middel van een verbeterd snelwegennet, goede noord-zuid verbindingen, doorstroming op de stedelijke invalswegen en een beter gebruik van het regionaal openbaar vervoer en voor korte afstanden de fiets; d. versterking van de kwaliteit van de leefomgeving door onder andere regionale afstemming van het gezamenlijke programma van wonen, werken en voorzieningen, verduurzaming van de voorraad woningen en kantoren, herontwikkeling van verouderde plekken en delen in stad of dorp, beter leefbaar en bruikbaar maken van landschappen en versterking van lokale identiteiten en cultuurhistorische rijkdom. 2. De behartiging van de in het eerste lid genoemde belangen omvat onder meer: a.