Regels
Tekst van het document
Bestemmingsplan Middendijk, Breestuk, Nijbroek Planfase vastgesteld
M iddendijk, Breestuk, Nijbroek
Voorst
bestemmingsplan
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
4 4 8
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16
Bestemmingsregels Agrarisch - Extensief Agrarisch - Kleinschalig agrarisch bedrijf Agrarisch met waarden - Landschap Bos Groen Natuur Wonen - 1 Wonen - 2 Wonen - 3 Leiding - Hoogspanning Waarde - Archeologie - 2 Waarde - Archeologie - 3 Waarde - Archeologie - 4 Waarde - Archeologie - 5
9 9 10 12 13 14 15 17 19 21 23 25 27 29 31
Hoofdstuk 3 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
33 33 34 35 36 38
Hoofdstuk 4 Artikel 22 Artikel 23
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
39 39 40
2
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
Regels
3
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan
het bestemmingsplan Middendijk, Breestuk, Nijbroek met identificatienummer NL.IMRO.0285.20336VS00 van de gemeente Voorst. 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0285.20300-VS00 met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waarvoor ingevolge dit bestemmingsplan regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
aan-huis-verbonden bedrijf
het door de bewoner(s) verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van - geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen - bedrijvigheid, niet zijnde detailhandel uitgezonderd verkoop via internet, die in een woning en/of overige gebouwen worden of wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en die een ruimtelijke uitstraling hebben of heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is. Onder een aan-huis-verbonden bedrijf wordt verstaan een bedrijf dat is opgenomen in categorie 1 en 2 van de bij dit plan behorende standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten. 1.6
aan-huis-verbonden beroep
een (para)medisch, juridisch, administratief, therapeutisch, ontwerptechnisch, adviesgevend of daarmee gelijk te stellen dienstverlenend beroep, niet zijnde detailhandel uitgezonderd verkoop via internet, dat door de bewoner(s) in een woning en/of overige gebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.7
agrarisch natuurbeheer
agrarisch beheer met inachtneming van het behouden van natuur- en landschapswaarden, zoals weidevogelbeheer, randenbeheer, slootkantenbeheer en dergelijke. 1.8
archeologisch deskundige
een door het bevoegd gezag aan te wijzen onafhankelijk deskundige of commissie van deskundigen inzake archeologie. 1.9
archeologisch onderzoek
onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt.
4
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
1.10
archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden. 1.11
ander bouwwerk
bouwwerk, geen gebouw zijnde. Overkappingen worden ook aangemerkt als andere bouwwerken. 1.12
bed & breakfast
een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt, die uitsluitend wordt uitgevoerd door de bewoner(s) van de (bedrijfs)woning en waarbij de bed & breakfast over maximaal twee van de drie essentiële woonvoorzieningen, te weten douche/bad, wc en keuken(blok), beschikt en met dien verstande dat de (bedrijfs)woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt. 1.13
bebouwing
één of meer gebouwen en/of andere bouwwerken. 1.14
begane grondvloer
de constructieve vloer, met een maximum van 15 cm dikte, waarbij isolatie niet meegerekend wordt. 1.15
bestaand
1.
met betrekking tot bebouwing:
de bebouwing als aanwezig ten tijde van inwerkingtreding van het plan, voor zover niet in strijd met het toen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan, en bebouwing waarvoor ten tijde van de tervisielegging van het ontwerpplan reeds een bouwvergunning c.q. omgevingsvergunning was verleend; 2.
met betrekking tot gebruik:
het gebruik ten tijde van inwerkingtreding van het plan, voor zover niet in strijd met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 1.16
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak. 1.17
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.18
bevoegd gezag
bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.19
bouwen
het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk. 1.20
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge deze regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
5
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
1.21
bouwperceelgrens
een grens van een bouwperceel. 1.22
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en andere bouwwerken zijn toegelaten. 1.23
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.24
bijgebouw
al dan niet aangebouwd gebouw dat ten dienste van het wonen wordt gebruikt en waarin niet wordt gewoond. 1.25
cultuurhistorische waarden
de waarden die een gebied ontleent aan zijn door vroegere cultuur-, bodembewerkings- of levenspatronen ontstane verschijningsvorm of eigenschappen, of in of op de bodem voorkomende overblijfselen van die patronen. 1.26
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.27
kleinschalige agrarische activiteit
een kleinschalig bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het houden van (vlees)koeien. 1.28
landschappelijke waarde
de waarden die een gebied ontleent aan zijn visueel waarneembare verschijningsvorm, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur. 1.29
mantelzorg
langdurige zorg die buiten organisatorisch verband wordt geboden aan een ieder die op fysiek, psychisch en/of verstandelijk vlak hulpbehoevend is en waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie. 1.30
natuurinclusieve landbouw
een vorm van duurzame landbouw die optimaal gebruik maakt van de natuurlijke processen en deze integreert in de bedrijfsvoering, zodat deze rendabel is. Natuurinclusieve landbouw begint met een gezonde bodem, produceert voedsel binnen de grenzen van natuur, milieu en leefomgeving en heeft positieve effecten op de biodiversiteit en het klimaat. Grondgebondenheid en een goede bodemkwaliteit liggen aan de basis van een goede voervoorziening in de natuurinclusieve landbouw. 1.31
natuurwaarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de aanwezige flora en fauna.
6
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
1.32
normaal onderhoud of gebruik
het onderhoud of gebruik dat, gelet op de bestemming, noodzakelijk is voor een goed beheer, behoud en gebruik van de gronden en gebouwen die tot de betreffende bestemming behoren. 1.33
nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.34
overig bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.35
overkapping
Een bouwwerk met maximaal 2 wanden, al dan niet behorend tot de eigen constructie, dat strekt tot beschutting. Onder een overkapping wordt ook een carport of veranda verstaan. 1.36
paardenbak
niet-overdekte rijbaan voorzien van al dan niet natuurlijk bodemmateriaal en al dan niet voorzien van hekwerk ten behoeve van (hobbymatig) paardrijden. 1.37
peil
a. voor bouwwerken waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende maaiveld of het afgewerkte bouwterrein. 1.38
recreatie
activiteiten die in de vrije tijd plaatsvinden en ontspanning als doel hebben. 1.39
recreatief medegebruik
extensieve vormen van dagrecreatie, zoals wandelen, fietsen en paardrijden, inclusief naar de aard en omvang daartoe behorende voorzieningen, waarbij de recreatievorm geen specifiek beslag legt op de ruimte. 1.40
standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten
de standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten die van deze regels deel uitmaakt. 1.41
wonen;
het bewonen van een woning, door niet meer dan één huishouden. 1.42
woning
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.43
wooneenheid
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
7
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
afstand
de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot (zijdelingse) bouwperceelgrenzen en bestemmingsgrenzen wordt daar gemeten waar deze afstand het kleinst is. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van de overstekenende delen niet meer dan 0,7 m bedraagt. 2.2
bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3
breedte, lengte en diepte van een bouwwerk
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 2.4
goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. In geval van een lessenaarsdak of een afgeknot zadeldak is dit de hoogte van de goot aan de laagste zijde van het dak. 2.5
inhoud van een bouwwerk
tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.6
oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
8
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Agrarisch - Extensief
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch - Extensief' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. natuurinclusieve landbouw niveau 2, waarbij het volgende geldt; 1. het (bedrijfsmatige) gebruik van de gronden is natuurinclusief; 2. er wordt rekening gehouden met de natuur, biodiversiteit, landschap, bodem en water, waardoor er sprake is van een kloppende waterhuishouding, gezond bodemleven en passend is bij de kernmerken en (on)mogelijkheden van de omgeving conform Bijlage 1 Niveaus van natuurinclusieve landbouw. 3.2
Bouwregels
Op deze gronden zijn uitsluitend afrasteringen tot een hoogte van 1 m toegestaan. 3.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.3.1
Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Agrarisch - Extensief' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, aan te leggen, of de werkzaamheden uit te voeren: a. het verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting alsmede het verwijderen van oevervegetaties; b. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; c. het aanleggen van bovengrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; d. het dempen van sloten, vijvers en andere wateren. 3.3.2
Uitzondering op het uitvoeringsverbod
Het verbod uit lid 3.3.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden die: a. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan, dan wel worden uitgevoerd ter realisering van een bouwvergunning of omgevingsvergunning; b. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de primaire bestemming betreffen; c. waarvoor een vergunning is vereist krachtens de Natuurbeschermingswet; d. worden uitgevoerd krachtens een in het kader van de Natuurbeschermingswet vastgesteld beheersplan; e. die worden uitgevoerd krachtens het inpassings-, beeldkwaliteits-, en beplantingsplan zoals opgenomen in Bijlage 2 en die werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die voor de uitvoering van dit plan noodzakelijk zijn. 3.3.3
Voorwaarden voor een omgevingsvergunning
De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 3.3.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de landschappelijke, cultuurhistorische en/of natuurlijke waarden en/of aangrenzende natuurlijke waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.
9
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
Artikel 4 4.1
Agrarisch - Kleinschalig agrarisch bedrijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch - Kleinschalig agrarisch bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
wonen; gebouwen en bouwwerken ten dienste van het wonen; een agrarische activiteit in de vorm van het houden van (vlees)koeien; aan huis verbonden beroepen en/of aan huis verbonden bedrijven welke zijn genoemd in categorie 1 van de in Bijlage 3 bij de regels opgenomen 'Staat van Bedrijfsactiviteiten', met dien verstande dat: 1. maximaal 100 m2 aan bebouwing per bouwperceel mag worden gebruikt; 2. buitenopslag niet is toegestaan; 3. opslag van risicovolle onderdelen niet is toegestaan; 4. de activiteit niet leidt tot belemmeringen voor de omliggende functies; 5. de activiteit geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer; 6. ten behoeve van de activiteit wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid binnen het bestemmingsvlak; e. bed & breakfast, uitsluitend in een woning en/of bijgebouwen, met dien verstande dat: 1. maximaal 3 kamers per bouwperceel mogen worden gebruikt met een maximum van 8 slaapplaatsen; 2. de activiteit geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer; 3. ten behoeve van de activiteit wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid binnen het bestemmingsvlak; f. openbare nutsvoorzieningen en kabels en leidingen; g. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals tuinen, groen, paden, verhardingen, water, parkeren en voorzieningen ten behoeve van de onder c bedoelde functie. 4.2
Bouwregels
Op deze gronden mag gebouwd worden en gelden de volgende regels: 4.2.1
Algemeen
Op de in lid 4.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd, met inachtname van het bepaalde in het beeldkwaliteitsplan dat onderdeel uitmaakt van het als Bijlage 2 bij de regels opgenomen Inpassing-, Beeldkwaliteit- & Beplantingsplan. 4.2.2
Gebouwen
a. er is maximaal één woning toegestaan; b. de inhoudsmaat van een woning bedraagt maximaal 750 m³, tenzij de bestaande inhoudsmaat meer bedraagt in welk geval de bestaande inhoudsmaat als maximum geldt; c. de maximale goot- en bouwhoogte van een woning bedragen respectievelijk 4 en 10 meter, tenzij de bestaande goot- en bouwhoogte meer bedragen in welk geval de bestaande goot- en bouwhoogte als maximum gelden; d. de maximale goot- en bouwhoogte van de overige gebouwen bedraagt respectievelijk 6 en 12 m, tenzij de bestaande goot- en bouwhoogte meer bedragen in welk geval de bestaande goot- en bouwhoogte als maximum gelden. 4.2.3
Andere bouwwerken
a. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de naar de weg gekeerde bebouwing bedraagt ten hoogste 1 m; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 2 m; c. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken bedraagt ten hoogste 3 m; d. de gezamenlijke oppervlakte van andere bouwwerken bedraagt maximaal 20 m².
10
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
4.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen, indien en voor zover bijgebouwen worden opgericht, nadere eisen stellen aan de situering van het bijgebouw ten einde een verantwoorde stedenbouwkundige en/of landschappelijke situatie van de bebouwing onderling te verzekeren. 4.4
Afwijken van de gebruiksregels
Bij een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van het bepaalde in: a. lid 4.1 om aan huis verbonden bedrijven toe te laten die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de categorie, zoals in lid 4.1 onder d; b. lid 4.1 om aan huis verbonden bedrijven toe te laten uit ten hoogste één categorie hoger dan in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de categorie, zoals in lid 4.1 onder d genoemd.
11
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
Artikel 5 5.1
Agrarisch met waarden - Landschap
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch met waarden - Landschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud, het herstel en/of de versterking van de in het gebied aanwezige landschappelijke waarden zoals die tot uitdrukking komen in de aanleg van weg-, erf- en kavelbeplantingen; b. het behoud en de ontwikkeling van ecologische waarden; c. (hobbymatige) agrarische doeleinden; d. agrarisch natuurbeheer; e. (on)verharde paden ten dienste van de (aangrenzende) bestemming; f. extensief recreatief en/of educatief medegebruik; g. waterhuishoudkundige voorzieningen, openbare nutsvoorzieningen en kabels en leidingen. 5.2
Bouwregels
Op deze gronden zijn uitsluitend andere bouwwerken toegestaan in de vorm van erfafscheidingen met een hoogte van maximaal 1 m. 5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1
Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, aan te leggen of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting alsmede het verwijderen van oevervegetaties; b. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; c. het aanleggen van bovengrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; d. het dempen van sloten, vijvers en andere wateren. 5.3.2
Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod
Het verbod van lid 5.3.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. b. c. d.
reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; waarvoor een vergunning is vereist krachtens de Wet natuurbescherming; die worden uitgevoerd krachtens een in het kader van de Wet natuurbescherming vastgesteld beheersplan; e. die worden uitgevoerd krachtens het inpassings-, beeldkwaliteits-, en beplantingsplan zoals opgenomen in Bijlage 2 en die werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die voor de uitvoering van dit plan noodzakelijk zijn. 5.3.3
Voorwaarde voor een omgevingsvergunning
De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 5.3.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de agrarische, landschappelijke, cultuurhistorische en/of natuurlijke waarden en/of aangrenzende natuurlijke waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.
12
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
Artikel 6 6.1
Bos
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de aanleg, instandhouding en ontwikkeling van bosbeplanting, niet zijnde ten behoeve van de houtproductie; b. het behoud, beheer en/of herstel van de landschappelijke en bosbouwkundige waarden, zoals deze tot stand komen in de hoog opgaande beplanting en het (micro)reliëf; c. het behoud en/of herstel van de natuurlijke waarden van het bos-ecosysteem; d. extensief recreatief en/of educatief medegebruik; e. water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. onverharde paden ten dienste van de bestemming en aanliggende bestemmingen; g. openbare nutsvoorzieningen. 6.2
Bouwregels
Op deze gronden mag niet gebouwd worden. 6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.3.1
Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Bos' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, aan te leggen of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het verwijderen, aanleggen en/of verharden van bosbouwkundige ontsluitingswegen, voet-, fietsen/of ruiterpaden; b. het egaliseren, afgraven en ophogen van gronden; c. het aanbrengen van bovengrondse en ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur, met uitzondering van het aanbrengen van leidingen uitsluitend ten behoeve van de aansluiting van percelen op het openbare voorzieningennet. 6.3.2
Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod
Het verbod van lid 6.3.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. b. c. d.
die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; die normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; waarvoor een vergunning is verreist krachtens de Wet natuurbescherming; die worden uitgevoerd krachtens een in het kader van de Wet natuurbescherming vastgesteld beheerplan. e. die worden uitgevoerd krachtens het inpassings-, beeldkwaliteits-, en beplantingsplan zoals opgenomen in Bijlage 2 en die werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die voor de uitvoering van dit plan noodzakelijk zijn. 6.3.3
Voorwaarde voor een omgevingsvergunning
De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 6.3.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de bosbouwkundige, landschappelijke en/of natuurlijke waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig wordt of kan worden aangetast.
13
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
Artikel 7 7.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. 7.2
landschapsverzorging in de vorm van houtopstanden; afschermende beplanting; (onverharde) paden ten dienste van de bestemming en aanliggende bestemmingen; waterhuishoudkundige voorzieningen, openbare nutsvoorzieningen en kabels en leidingen. Bouwregels
Op deze gronden zijn uitsluitend andere bouwwerken toegestaan in de vorm van erf-/terreinafscheidingen met een hoogte van maximaal 1 m.
14
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
Artikel 8 8.1
Natuur
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. behoud, de bescherming en/of het herstel van de aanwezige natuurlijke waarde, zoals deze vooral tot uitdrukking komt in de vegetatie, en de landschappelijke waarde, zoals deze vooral tot uitdrukking komt in het (micro)reliëf; b. extensief recreatief en/of educatief medegebruik; c. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water; d. onverharde paden ten dienste van de bestemming en aanliggende bestemmingen; e. openbare nutsvoorzieningen. 8.2
Bouwregels
Op deze gronden mag niet gebouwd worden. 8.3
Specifieke gebruiksregels
Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende regels: a. het gebruik van de gronden als stort- en opslagplaats van al dan niet aan het gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen en materialen, behoudens voor zover deze opslag geschiedt in het kader van het normale onderhoud, is niet toegestaan; b. het gebruik van de gronden als sport-, wedstrijd-, speel-, parkeer- en/of kampeerterrein is niet toegestaan; c. het gebruik van de gronden voor het beproeven van motorvoertuigen of voor het beoefenen van gemotoriseerde snelheids- en/of behendigheidssporten en de (model-) vliegsport is niet toegestaan. 8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.4.1
Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Natuur' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, aan te leggen of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f.
het aanleggen en/of verharden van wegen, voet-, fiets- en/of ruiterpaden; het aanleggen van parkeerplaatsen; het egaliseren, afgraven of ophogen van gronden; het aanbrengen dan wel wijzigen van drainagesystemen; het graven, vergraven, verbreden, verdiepen of dempen van watergangen, vijvers en poelen; het aanbrengen van bovengrondse en ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur, met uitzondering van het aanbrengen van leidingen uitsluitend ten behoeve van aansluiting van percelen op het openbare voorzieningennet.
8.4.2
Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod
Het verbod van lid 8.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. b. c. d.
die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; die normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; waarvoor een vergunning is verreist krachtens de Wet natuurbescherming; die worden uitgevoerd krachtens een in het kader van de Wet natuurbescherming vastgesteld beheersplan. e. die worden uitgevoerd krachtens het inpassings-, beeldkwaliteits-, en beplantingsplan zoals opgenomen in Bijlage 2 en die werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die voor de uitvoering van dit plan noodzakelijk zijn. 15
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
8.4.3
Voorwaarde voor een omgevingsvergunning
De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 8.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de natuurlijke waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig wordt of kan worden verkleind.
16
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
Artikel 9 9.1
Wonen - 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. gebouwen en bouwwerken ten dienste van het wonen; c. aan huis verbonden beroepen en/of aan huis verbonden bedrijven welke zijn genoemd in categorie 1 van de in Bijlage 3 bij de regels opgenomen 'Staat van Bedrijfsactiviteiten', met dien verstande dat: 1. maximaal 100 m2 aan bebouwing per bouwperceel mag worden gebruikt; 2. buitenopslag niet is toegestaan; 3. opslag van risicovolle onderdelen niet is toegestaan; 4. de activiteit niet leidt tot belemmeringen voor de omliggende functies; 5. de activiteit geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer; 6. ten behoeve van de activiteit wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid binnen het bestemmingsvlak; d. bed & breakfast, uitsluitend in een woning en/of bijgebouwen, met dien verstande dat: 1. maximaal 3 kamers per bouwperceel mogen worden gebruikt met een maximum van 8 slaapplaatsen; 2. de activiteit geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer; 3. ten behoeve van de activiteit wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid binnen het bestemmingsvlak; e. hobbymatig agrarisch medegebruik; f. openbare nutsvoorzieningen en kabels en leidingen; g. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals tuinen, groen, paden, verhardingen, water en parkeren. 9.2
Bouwregels
Op deze gronden mag gebouwd worden en gelden de volgende regels: 9.2.1
Algemeen
Op de in lid 9.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd, met inachtname van het bepaalde in het beeldkwaliteitsplan dat onderdeel uitmaakt van het als Bijlage 2 bij de regels opgenomen Inpassing-, Beeldkwaliteit- & Beplantingsplan. 9.2.2
Gebouwen
a. er is maximaal één woning toegestaan; b. de inhoudsmaat van een woning bedraagt maximaal 750 m³, tenzij de bestaande inhoudsmaat meer bedraagt in welk geval de bestaande inhoudsmaat als maximum geldt; c. de maximale goot- en bouwhoogte van een woning bedragen respectievelijk 4 en 10 meter, tenzij de bestaande goot- en bouwhoogte meer bedragen in welk geval de bestaande goot- en bouwhoogte als maximum gelden; d. het maximale oppervlakte aan bijgebouwen bedraagt 300 m²; e. de maximale goot- en bouwhoogte van een bijgebouw bedraagt respectievelijk 4 en 6 m. 9.2.3
Andere bouwwerken
a. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de naar de weg gekeerde bebouwing bedraagt ten hoogste 1 m; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 2 m; c. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken bedraagt ten hoogste 3 m; d. de gezamenlijke oppervlakte van andere bouwwerken bedraagt maximaal 20 m².
17
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
9.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen, indien en voor zover bijgebouwen worden opgericht, nadere eisen stellen aan de situering van het bijgebouw ten einde een verantwoorde stedenbouwkundige en/of landschappelijke situatie van de bebouwing onderling te verzekeren. 9.4
Afwijken van de gebruiksregels
Bij een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van het bepaalde in: a. lid 9.1 om aan huis verbonden bedrijven toe te laten die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de categorie, zoals in lid 9.1 onder c; b. lid 9.1 om aan huis verbonden bedrijven toe te laten uit ten hoogste één categorie hoger dan in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de categorie, zoals in lid 9.1 onder c genoemd.
18
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
Artikel 10 10.1
Wonen - 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. gebouwen en bouwwerken ten dienste van het wonen; c. aan huis verbonden beroepen en/of aan huis verbonden bedrijven welke zijn genoemd in categorie 1 van de in Bijlage 3 bij de regels opgenomen 'Staat van Bedrijfsactiviteiten', met dien verstande dat: 1. maximaal 50 m2 aan bebouwing per bouwperceel mag worden gebruikt; 2. buitenopslag niet is toegestaan; 3. opslag van risicovolle onderdelen niet is toegestaan; 4. de activiteit niet leidt tot belemmeringen voor de omliggende functies; 5. de activiteit geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer; 6. ten behoeve van de activiteit wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid binnen het bestemmingsvlak; d. bed & breakfast, uitsluitend in een woning en/of bijgebouwen, met dien verstande dat: 1. maximaal 3 kamers per bouwperceel mogen worden gebruikt met een maximum van 8 slaapplaatsen; 2. de activiteit geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer; 3. ten behoeve van de activiteit wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid binnen het bestemmingsvlak; e. hobbymatig agrarisch medegebruik; f. openbare nutsvoorzieningen en kabels en leidingen; g. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals tuinen, groen, paden, verhardingen, water en parkeren. 10.2
Bouwregels
Op deze gronden mag gebouwd worden en gelden de volgende regels: 10.2.1 Algemeen Op de in lid 10.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd, met inachtname van het bepaalde in het beeldkwaliteitsplan dat onderdeel uitmaakt van het als Bijlage 2 bij de regels opgenomen Inpassing-, Beeldkwaliteit- & Beplantingsplan. 10.2.2 Gebouwen a. b. a. b. c. d.
gebouwen worden binnen een bouwvlak gebouwd; er is maximaal één bouwvolume toegestaan; binnen een bouwvolume is maximaal één woning toegestaan; de inhoudsmaat van een woning bedraagt maximaal 450 m³; de maximale goot- en bouwhoogte van een woning bedragen respectievelijk 4,5 en 7 meter; voor bijgebouwen geldt het volgende: 1. bijgebouwen zijn uitsluitend toegestaan in de vorm van inpandige bijgebouwen bij een woning; 2. het maximale oppervlakte aan bijgebouwen bedraagt 35 m²; 3. de maximale goot- en bouwhoogte van een bijgebouw bedraagt respectievelijk 4,5 en 7 m.
10.2.3 Andere bouwwerken a. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de naar de weg gekeerde bebouwing bedraagt ten hoogste 1 m; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 2 m; c. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken bedraagt ten hoogste 3 m; d. de gezamenlijke oppervlakte van andere bouwwerken bedraagt maximaal 10 m².
19
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
10.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen, indien en voor zover bijgebouwen worden opgericht, nadere eisen stellen aan de situering van het bijgebouw ten einde een verantwoorde stedenbouwkundige en/of landschappelijke situatie van de bebouwing onderling te verzekeren. 10.4
Specifieke gebruiksregels
10.4.1 Voorwaardelijke verplichting - Archeologisch proefsleuvenonderzoek onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig het bepaalde in lid 10.1 zonder dat: a. er archeologisch proefsleuvenonderzoek heeft plaatsgevonden ter plaatse van het bestemmingsvlak, waaruit uit het rapport blijkt dat: 1. de archeologische waarden van de gronden in voldoende mate zijn vastgesteld; en 2. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. b. Indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het uitvoeren van werken of werkzaamheden zullen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij de vergunning te stellen kwalificaties. 10.5
Afwijken van de gebruiksregels
Bij een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van het bepaalde in: a. lid 10.1 om aan huis verbonden bedrijven toe te laten die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de categorie, zoals in lid 10.1 onder c; b. lid 10.1 om aan huis verbonden bedrijven toe te laten uit ten hoogste één categorie hoger dan in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de categorie, zoals in lid 10.1 onder c genoemd.
20
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
Artikel 11 11.1
Wonen - 3
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen - 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. gebouwen en bouwwerken ten dienste van het wonen; c. aan huis verbonden beroepen en/of aan huis verbonden bedrijven welke zijn genoemd in categorie 1 van de in Bijlage 3 bij de regels opgenomen 'Staat van Bedrijfsactiviteiten', met dien verstande dat: 1. maximaal 100 m2 aan bebouwing per bouwperceel mag worden gebruikt; 2. buitenopslag niet is toegestaan; 3. opslag van risicovolle onderdelen niet is toegestaan; 4. de activiteit niet leidt tot belemmeringen voor de omliggende functies; 5. de activiteit geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer; 6. ten behoeve van de activiteit wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid binnen het bestemmingsvlak; d. bed & breakfast, uitsluitend in een woning en/of bijgebouwen, met dien verstande dat: 1. maximaal 3 kamers per bouwperceel mogen worden gebruikt met een maximum van 8 slaapplaatsen; 2. de activiteit geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer; 3. ten behoeve van de activiteit wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid binnen het bestemmingsvlak; e. hobbymatig agrarisch medegebruik; f. openbare nutsvoorzieningen en kabels en leidingen; g. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals tuinen, groen, paden, verhardingen, water en parkeren. 11.2
Bouwregels
Op deze gronden mag gebouwd worden en gelden de volgende regels: 11.2.1 Algemeen Op de in lid 11.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd, met inachtname van het bepaalde in het beeldkwaliteitsplan dat onderdeel uitmaakt van het als Bijlage 2 bij de regels opgenomen Inpassing-, Beeldkwaliteit- & Beplantingsplan. 11.2.2 Gebouwen a. gebouwen worden binnen een bouwvlak gebouwd; b. per bouwvlak is slechts één bouwvolume toegestaan; c. per bouwvlak is maximaal 1 woning toegestaan tenzij anders is aangegeven door middel van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; d. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' bedragen de goot- en bouwhoogte maximaal de aangegeven hoogten in meters. 11.2.3 Andere bouwwerken a. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de naar de weg gekeerde bebouwing bedraagt ten hoogste 1 m; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 2 m; c. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken bedraagt ten hoogste 3 m; d. de gezamenlijke oppervlakte van andere bouwwerken bedraagt maximaal 10 m². 11.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen, indien en voor zover bijgebouwen worden opgericht, nadere eisen stellen aan de situering van het bijgebouw ten einde een verantwoorde stedenbouwkundige en/of landschappelijke situatie van de bebouwing onderling te verzekeren.
21
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
11.4
afwijken van de bouwregels
Bij een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van het bepaalde in: a. lid 11.2.2 onder a en toestaan dat de bouwgrens met maximaal 1 m wordt overschreden; b. lid 11.2.2 onder d en toestaan dat de aangegeven hoogten met maximaal 20% worden overschreden; onder voorwaarde dat aangetoond wordt dat sprake is van een goede landschappelijke en cultuurhistorische invulling met daarbij bijzondere aandacht voor de situering, vormgeving en maatvoering van de gebouwen. 11.5
Afwijken van de gebruiksregels
Bij een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van het bepaalde in: a. lid 11.1 om aan huis verbonden bedrijven toe te laten die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de categorie, zoals in lid 11.1 onder c; b. lid 11.1 om aan huis verbonden bedrijven toe te laten uit ten hoogste één categorie hoger dan in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de categorie, zoals in lid 11.1 onder c genoemd; c. Gebouwen onder c om 1 vrijstaande woning te splitsen in 2 kleinere aaneengebouwde woningen onder voorwaarde dat de oorspronkelijk bedoelde kwaliteit van het erf en het woongebouw behouden blijft.
22
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
Artikel 12 12.1
Leiding - Hoogspanning
Bestemmingsomschrijving
De voor Leiding - Hoogspanning'' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor de aanleg, het beheer en instandhouding van een hoogspanningsverbinding; met de daarbij behorende : a. masten en (veiligheids)voorzieningen. 12.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op of in de in dit artikel bedoelde gronden zijn geen gebouwen en bouwwerken toegestaan met uitzondering van bestaande (vergunde) gebouwen en bouwwerken; b. in afwijking van het bepaalde onder a geldt dat andere bouwwerken ten behoeve van de transport van elektriciteit mogen worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 70 m; c. indien bestaande gebouwen en/of bouwwerken worden vervangen, vernieuwd of veranderd is dit toegestaan indiend de oppervlakte en hoogte niet worden vergroot en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 12.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 12.2 in die zin dat de in de basisbestemming(en) genoemde gebouwen of andere-bouwwerken worden gebouwd, mits: a. geen onevenreidige afbreuk wordt gedaan aan het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de betreffende hoogspanninsleiding; b. vooraf positief schrift advies is verkregen van de betreffende netbeheerder. 12.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 12.4.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Leiding - Hoogspanning' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, aan te leggen of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanbrengen en rooien van diepwortelende opgaande beplantingen en bomen; c. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; d. het indrijven van voorwerpen in de bodem; e. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; f.
het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; g. het opslaan van goederen, (brandbare) stoffen en/of materialen. 12.4.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 12.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning is verleend, zoals in lid 12.3 bedoeld; b. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; d. die worden uitgevoerd krachtens het inpassings-, beeldkwaliteits-, en beplantingsplan zoals opgenomen in Bijlage 2 en die werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die voor de uitvoering van dit plan noodzakelijk zijn. 23
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
12.4.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden, zoals in lid 12.4.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien het leidingbelang daardoor niet onevenredig wordt geschaad.
12.4.4 Advisering over een omgevingsvergunning Alvorens over de omgevingsvergunning te beslissen, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of wordt voldaan aan het bepaalde in lid 12.4.3
24
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
Artikel 13 13.1
Waarde - Archeologie - 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie - 2' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. 13.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 13.2.1 Omgevingsvergunning voor het bouwen Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 30 m², en dieper dan 30 cm beneden het maaiveld, moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en; b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 13.2.2 Uitzondering archeologisch rapport Het bepaalde onder 13.2.1 is niet van toepassing, indien: a. het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. een rapport niet noodzakelijk is indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie voldoende is vastgesteld.
13.2.3 Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen Indien uit het in lid 13.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg. 13.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 13.3.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie - 2' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, aan te leggen of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het ontgronden, afgraven (waaronder het graven van watergangen en waterpartijen), afplaggen, egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; b. het uitvoeren van overige grondbewerkingen; c.
het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; d. het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diep wortelende beplanting; e. het aanleggen van ondergrondse energie-, transport- en of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f. grondwaterpeilverlagingen. 25
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
13.3.2 Uitzondering op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 13.3.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 13.2 in acht is genomen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; c. minder diep uitgevoerd worden dan 30 cm beneden het maaiveld of een kleinere oppervlakte dan 30 m² beslaan; d. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; e. het normale onderhoud of gebruik betreffen; f. die worden uitgevoerd krachtens het inpassings-, beeldkwaliteits-, en beplantingsplan zoals opgenomen in Bijlage 2 en die werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die voor de uitvoering van dit plan noodzakelijk zijn. 13.3.3 Onderzoeksplicht Een omgevingsvergunning kan pas worden verleend nadat door de aanvrager een rapport is overgelegd waarin: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en; b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 13.3.4 Uitzondering archeologisch rapport Het bepaalde onder 13.3.3 is niet van toepassing indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie voldoende is vastgesteld.
13.3.5 Voorwaarden omgevingsvergunning Indien uit het in lid 13.3.3 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het uitvoeren van werken of werkzaamheden zullen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg.
26
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
Artikel 14 14.1
Waarde - Archeologie - 3
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie - 3' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. 14.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 14.2.1 Omgevingsvergunning voor het bouwen Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 250 m², en dieper dan 30 cm beneden het maaiveld moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 14.2.2 Uitzondering archeologisch rapport Het bepaalde onder 14.2.1 is niet van toepassing, indien: 1. het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een rapport niet noodzakelijk is indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie voldoende is vastgesteld.
14.2.3 Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen Indien uit het in lid 14.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg. 14.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 14.3.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie - 3' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, aan te leggen of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het ontgronden, afgraven (waaronder het graven van watergangen en waterpartijen), afplaggen, egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur b. het uitvoeren van overige grondbewerkingen; c.
het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; d. het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diep wortelende beplanting; e. het aanleggen van ondergrondse energie-, transport- en of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; 27
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
f. grondwaterpeilverlagingen. 14.3.2 Uitzondering op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 14.3.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 14.2 in acht is genomen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; c. minder diep uitgevoerd worden dan 30 cm beneden het maaiveld of een kleinere oppervlakte dan 250 m2 beslaan; d. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; e. het normale onderhoud of gebruik betreffen; c. die worden uitgevoerd krachtens het inpassings-, beeldkwaliteits-, en beplantingsplan zoals opgenomen in Bijlage 2 en die werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die voor de uitvoering van dit plan noodzakelijk zijn. 14.3.3 Onderzoeksplicht Een omgevingsvergunning kan pas worden verleend nadat door de aanvrager een rapport is overgelegd waarin: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 14.3.4 Uitzondering archeologisch rapport Het bepaalde onder 14.3.3 is niet van toepassing indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie voldoende is vastgesteld.
14.3.5 Voorwaarden omgevingsvergunning Indien uit het in lid 14.3.3 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het uitvoeren van werken of werkzaamheden zullen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij de vergunning te stellen kwalificaties.
28
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
Artikel 15 15.1
Waarde - Archeologie - 4
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie - 4' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. 15.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 15.2.1 Omgevingsvergunning voor het bouwen Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 1.000 m², en dieper dan 30 cm beneden het maaiveld, moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 15.2.2 Uitzondering archeologisch rapport Het bepaalde onder 15.2.1 is niet van toepassing, indien: 1. het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruikt wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een rapport niet noodzakelijk is indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie voldoende is vastgesteld.
15.2.3 Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen Indien uit het in lid 15.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg. 15.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 15.3.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie - 4' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, aan te leggen of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het ontgronden, afgraven (waaronder het graven van watergangen en waterpartijen), afplaggen, egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur b. het uitvoeren van overige grondbewerkingen; c.
het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; d. het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diep wortelende beplanting; e. het aanleggen van ondergrondse energie-, transport- en of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f. grondwaterpeilverlagingen. 29
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
15.3.2 Uitzondering op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 15.3.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 15.2 in acht is genomen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; c. minder diep uitgevoerd worden dan 30 cm beneden het maaiveld of een kleinere oppervlakte dan 1.000 m2 beslaan; d. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; e. het normale onderhoud of gebruik betreffen; f. die worden uitgevoerd krachtens het inpassings-, beeldkwaliteits-, en beplantingsplan zoals opgenomen in Bijlage 2 en die werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die voor de uitvoering van dit plan noodzakelijk zijn. 15.3.3 Onderzoeksplicht Een omgevingsvergunning kan pas worden verleend nadat door de aanvrager een rapport is overgelegd waarin: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd.
15.3.4 Uitzondering archeologisch rapport Het bepaalde onder 15.3.3 is niet van toepassing indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie voldoende is vastgesteld 15.3.5 Voorwaarden omgevingsvergunning Indien uit het in lid 15.3.3 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het uitvoeren van werken of werkzaamheden zullen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij de vergunning te stellen kwalificaties.
30
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
Artikel 16 16.1
Waarde - Archeologie - 5
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie - 5' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. 16.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 16.2.1 Omgevingsvergunning voor het bouwen Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 2.500 m², en dieper dan 30 cm beneden het maaiveld, moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 16.2.2 Uitzondering archeologisch rapport Het bepaalde onder 16.2.1 is niet van toepassing, indien: 1. het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2.