CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Regionaal Programma Energievoorziening

gemeenteraad 1 december 2025, gemeente VoorstBij agendapunt: Regionaal Programma Energievoorziening (RPE)2.337 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan de gemeenteraad

30 september 2025

Onderwerp:

Regionaal Programma Energievoorziening

Nummer: 857180

Programma:

2. Mooi Voorst

Openbaar

Voorstel van het college 1. Het Regionaal Programma Energievoorziening regio Stedendriehoek vaststellen. Inleiding Van RES naar RPE De Regionale Energie Strategie (RES) noemen wij voortaan Regionaal Programma Energievoorziening (RPE). Het RPE vormt de herijking van de RES 1.0, die in 2021 door de volksvertegenwoordigers van de Energieregio Stedendriehoek vastgesteld werd. De naam is veranderd, omdat het programma nu een andere focus heeft. Waar het eerst vooral ging over het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit, is het RPE nu gericht op de totale energievoorziening. Het RPE is een programma voor de RES-regio Stedendriehoek: gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe, Heerde, Lochem, Zutphen, Voorst en Waterschap Rijn en IJssel, Waterschap Vallei en Veluwe en de Provincie Gelderland. Totstandkoming van het RPE Om te komen tot een bredere focus, gericht op de totale energievoorziening, is het energieperspectief opgesteld (hoofdstuk 3 van het RPE). Dit omschrijft de ontwikkelingen in de energietransitie. Daarnaast is er bij de gemeenteraden input opgehaald en verwerkt in het RPE. Energieperspectief Onze energievoorziening en de benodigde infrastructuur veranderen door de overgang van kolen en aardgas naar duurzame bronnen van energie, die overal beschikbaar zijn: zon, wind, lucht, bodem en water. Dit noemen wij de energietransitie.

Waar energie eerder centraal opgewekt en verspreid werd, gaan wij nu toe naar een mix. Naast het centrale netwerk gaan wij ook lokaal duurzame energie opwekken, opslaan en gebruiken. De energievoorziening wordt daarom decentraler, lokaler en daarmee, veel meer dan nu, onderdeel van onze leefomgeving en maatschappij. In het RPE gaat het over de hele energievoorziening. Wij kijken niet alleen meer naar het grootschalig opwekken van elektriciteit met behulp van wind en zon. Wij kijken ook naar vraag, aanbod, transport, opslag en flexibel gebruik van energie. Het RPE is daarmee een strategie die past bij de wereld van nu en vooruitkijkt naar de toekomst. En die alle spelers in de energietransitie de komende jaren kunnen gebruiken bij het maken van keuzes in de energievoorziening. Inbreng gemeente Voorst U heeft op 7 april 2025 de uitgangspunten voor het RPE vastgesteld en meegegeven aan de regio. Deze uitgangspunten zijn meegenomen in het RPE. Bij de raadsbehandeling op 7 april 2025, heeft u een amendement aangenomen om aan de uitgangspunten toe te voegen dat u tegen het plaatsen van grote windturbines binnen de gemeentegrenzen bent. Inspraak In de periode van 26 mei 2025 tot en met 6 juli 2025 heeft het ontwerp-RPE ter inzage gelegen. Dit heeft in totaal zeventien zienswijzen opgeleverd, waarvan twee zienswijzen uit de gemeente Voorst.

Een zienswijze van een inwoner uit Terwolde (zienswijze 1 in de reactienota) en een zienswijze van Kadijk Buurtbelang (zienswijze 8 in de reactienota). De zienswijze van Kadijk Buurtbelang is daarnaast nog twintig keer ingediend. De beide zienswijzen richten zich vooral op windenergie. Provinciale planMER Windbeleid Voor het RPE geldt alleen een planMER-plicht voor het onderdeel grootschalige opwekking van duurzame energie met windturbines. Daarvoor gebruiken wij het provinciale planMER Windbeleid en RES. Het planMER en de reactienota is door de provincie vastgesteld op 1 juli 2025 (bijlage 7). De reactienota planMER geeft antwoord op de zienswijze die uw raad daarop heeft ingediend (zie -1-

reactienummer 55 en 56). In de reactie wordt aangegeven dat de uitkomsten van het planMER dienen als hulpmiddel voor overheden om ruimtelijke keuzes af te wegen en te kijken wat op welke plek kan. Het planMER is een milieukundig onderzoek en bevat geen beleidskeuzes. Ook bevat het planMER geen specifieke en definitieve windenergielocaties of keuzes voor plekken. Twee keer tiphoogte en Gelders Natuurnetwerk Provinciale Staten hebben in juli 2025 ingestemd met een minimale afstandsnorm tussen windturbines en geluidsgevoelige objecten (bijvoorbeeld woningen). De afstandsnorm is vastgesteld op twee keer de tiphoogte1 van de te plaatsen windmolen. De afstandsnorm wordt nu verwerkt in ruimtelijk beleid. Ook wordt windenergie in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) uitgesloten. De afstandsnorm en de uitsluiting van het GNN, leidt ertoe dat het aantal geschikte locaties voor grootschalige windenergie in de regio Stedendriehoek ingeperkt wordt. Bod en monitoring In lijn met de uitgangspunten en afspraken is naar het bod gekeken voor de nabije toekomst. De regio houdt vast aan de inspanningsverplichting om 1,07 TWh aan duurzame opwek te realiseren en daarmee het bod uit de RES 1.0 te handhaven. Dit bod bestaat grotendeels (90%) uit zonneenergie. Dit is een stapsteen op weg naar de energievoorziening van 2050.

De benodigde periode voor het bod wordt verlengd: zo snel mogelijk na 2030, uiterlijk in 2035. In de doorkijk naar 2050 bestaat de energiemix uit meer dan alleen wind en zon. Bronnen en dragers zijn dan onder meer: biogas, omgevingsenergie (water en bodem), biomassa en waterstof. Voor deze energiebronnen en -dragers wordt nu geen bod gedaan. De voortgang hiervan wordt gemonitord op basis van door gemeenten aangeleverde cijfers. Argumenten 1.1 Herijking van de RES 1.0 is nodig In het Nationaal Programma RES is afgesproken dat een RES wordt herijkt wanneer er sprake is van nieuwe kaders of inzichten. In de regio Stedendriehoek is een herijking nodig, dit blijkt uit allerlei nieuwe ontwikkelingen waarbij netcongestie, de oorlog in Oekraïne, de ruimtelijke beperking door aanwezigheid van de wespendief op de Veluwe, het aangescherpte beleid voor zon op land en de gepubliceerde ontwerp-normen voor windenergie de belangrijkste waren. Deze ontwikkelingen hebben niet alleen gevolgen voor duurzame opwek, maar op ons hele energiesysteem. 1.2 Het bod blijft hetzelfde en de termijn wordt realistisch De termijn waarop wij denken deze hoeveelheid duurzame opwek te realiseren is verlengd tot uiterlijk 2035.

Ondanks aangescherpte voorwaarden (op het gebied van zon op landbouwgrond, de wespendief en de aangescherpte ontwerp-milieunormen voor windenergie) is hier in onze regio nog steeds ruimte voor. Het bod in het RPE gaat om een inspanningsverplichting die onder de veranderde omstandigheden als realistisch wordt beoordeeld, omdat wij hier meer tijd voor nemen. Met deze hoeveelheid duurzame energie (1,07 TWh) maken wij een goede stap op weg naar de energievoorziening in 2050. 1.3 De inbreng vanuit onze gemeente is meegenomen in het RPE Uw uitgangspunten komen terug in het RPE. Omdat het gaat om een regionaal stuk, komt de participatie vanuit de Voorster Energie Strategie niet letterlijk terug. Wel wordt het belang van participatie zowel in paragraaf 2.3 en 3.2 benadrukt. Daarnaast zijn de wensen over windenergie bij de overheden verschillend. Uw raad heeft zich uitgesproken tegen grote windturbines. Dit komt als volgt terug in het RPE (paragraaf 3.5.1, bladzijde 40): ''Bij het maken van die ruimtelijke keuzes spelen ook maatschappelijke en politieke-bestuurlijke afwegingen mee.

Deze afwegingen zorgen ervoor dat een aantal gemeenten verdere verkenningen naar mogelijkheden voor grote windturbines nu direct oppakt, terwijl in andere gemeenten daarvoor het draagvlak op dit moment ontbreekt.'' 1.4 Het RPE geeft een perspectief op de gehele energievoorziening In het RPE gaat het niet alleen maar over de opwek van elektriciteit, maar ook over de vraag, het transport, de opslag en het flexibel gebruik van energie. Het RPE geeft een strategie voor de toekomst. Alle spelers in de energietransitie kunnen de komende jaren gebruikmaken van het RPE voor keuzes in de energievoorziening. De toename van vraag naar elektriciteit komt voort uit het uitvoeren van onze woningbouwplannen, uitbreidingen van bedrijventerreinen en

1 De afstand van de voet van de windturbine tot de tip van de wiek.

-2-

de ontwikkeling van werklocaties. Daarnaast zorgt ook de transitie van fossiele brandstoffen naar elektriciteit bij huishoudens, bedrijven en in het verkeer voor een toename in de vraag. 1.5 Het RPE helpt bij het realiseren van een betaalbare en betrouwbare energievoorziening De Energievoorziening van de toekomst is decentraler en heeft daardoor niet alleen fysiek impact op onze leefomgeving, maar ook op de maatschappij. Inwoners en ondernemers zijn niet langer alleen consument van energie, maar ook steeds vaker producent of handelaar. Met eigen zonnepanelen of als eigenaar van een windmolen, een elektrische auto, of een warmtenet. Het RPE en bijbehorende handreiking helpen elke speler in de energietransitie bij het maken van afwegingen en keuzes om te komen tot betaalbare en betrouwbare energieoplossingen, die passen in hun omgeving. 1.6 Het RPE geeft een bijdrage aan onze klimaatdoelstellingen Het RPE draagt bij aan de doelen uit het landelijke Klimaatakkoord (2019). In het Klimaatakkoord is afgesproken om in 2030 totaal 35 TWh duurzame elektriciteit op te wekken in Nederland en de CO2 uitstoot met 49% terug te brengen ten opzichte van 1990. Het RPE helpt daarnaast bij het bereiken van het doel voor 2050. Dan wil Nederland klimaatneutraal zijn. Dat wil zeggen dat de uitstoot van broeikasgassen in 2050 niet hoger is dan wat er vastgelegd wordt. De netto uitstoot is dan nul.

Dit levert een bijdrage aan het voorkomen van verdere opwarming van de aarde. Doordat de termijn van duurzame energieproductie, onder meer in onze regio, verschuift van 2030 naar 2035, worden de landelijke doelen niet op tijd gerealiseerd. 1.7 Beschermen van de gezondheid is als uitgangspunt aan het RPE toegevoegd De zienswijzen hebben geleid tot een aantal aanpassingen en aanvullingen. De zienswijzen vanuit Voorst hebben niet direct geleid tot een aanpassing van het RPE, maar hebben er wel toe geleid dat beschermen van de gezondheid van bewoners als uitgangspunt is toegevoegd in het RPE. Risico's De provincie Gelderland stelt het PPE en RPE pas begin 2026 vast Eén van de afspraken in het RPE is dat het past binnen (actualisaties) van het provinciaal, nationaal en Europees beleid. De provincie Gelderland werkt momenteel aan het Provinciale Programma Energiesysteem (PPE), één van de beleidskaders waarbinnen het RPE moet passen. Het PPE wordt naar verwachting begin 2026 vastgesteld. Daarna zal GS het RPE van de regio Stedendriehoek vaststellen. Wij achten het risico dat het RPE niet past binnen de kaders van het nu in ontwikkeling zijnde PPE erg klein. Enerzijds omdat het RPE tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met de provincie Gelderland en omdat de regio Stedendriehoek goed is aangesloten bij de totstandkoming van het PPE.

Anderzijds omdat in het RPE geen keuzes worden gemaakt voor de inrichting van de lokale energievoorziening van de toekomst. Netcongestie is niet opgelost na 2030 Kortgeleden heeft TenneT gecommuniceerd dat het oplossen van de netcongestie op de hoogspanningsinfrastructuur in het Flevoland-Gelderland-Utrecht (FGU)-gebied langer duurt dan werd verwacht. Waar eerder werd uitgegaan van 2029, is de prognose nu bijgesteld naar 20332035. Dat wil echter nog niet zeggen dat op dat moment op lokaal niveau alle midden- en laagspanningsnetten al berekend zijn op nieuwe ontwikkelingen. Wij gaan ervan uit dat transportcapaciteit een schaars goed blijft. Daarom moet er ook lokaal naar slimme decentrale energieoplossingen worden gekeken. Wet- en regelgeving en het normenstelsel worden hierop aangepast, zodat de netbeheerders hiervoor ook de benodigde ruimte gaan bieden. Dit is nu vaak nog niet het geval. Financiële toelichting Aan dit besluit zijn geen directe financiële consequenties verbonden. Doordat wij streven naar een andere werkwijze bij bijvoorbeeld nieuwbouwplannen, zijn er wel indirecte kostenconsequenties. Dit zijn echter kosten waarmee op termijn sowieso rekening gehouden moet worden.

Investeringen voor concrete projecten liggen grotendeels bij initiatiefnemers van die projecten, al dan niet ondersteund met daarbij passende subsidies en dragen bij aan een betaalbare energievoorziening. Evaluatie De voortgang van het bod uit het RPE wordt gemonitord op basis van de cijfers die aangeleverd worden door de netbeheerder en de omgevingsdienst. -3-

Communicatie De nota van zienswijzen is na behandeling in het college toegezonden aan de personen en organisaties die een inspraakreactie hebben ingediend. Daarnaast worden deze stukken ook gepubliceerd op de site van de Regio Stedendriehoek. Na vaststelling van het RPE plaatsen wij een bericht hierover op de gebruikelijke gemeentelijke kanalen. Participatie Bij de toepassing van participatie werken wij veel met de vijf treden uit de participatieladder. Dit gaat van een lichte tot een zeer grote betrokkenheid. Hoe hoger op de ladder, hoe groter de invloed van de participant. Voor het RPE is trede 3 toegepast: 3. Adviseren: actief respons ophalen via dialoog, bijvoorbeeld in een klankbordgroep voordat er een ontwerp is gemaakt. Om de maatschappelijke partners te betrekken, is op regionaal niveau de Adviestafel ingericht. Aan de Adviestafel zitten de energiecoöperaties, VNONCW, Jong Regio, LTO Noord, Natuur en Milieu Gelderland, de Rabobank en Saxion. De Adviestafel is in het hele proces nauw betrokken bij de totstandkoming van het RPE en geeft gevraagd en ongevraagd advies aan de stuurgroep. Een vertegenwoordiger van de Adviestafel is lid van de stuurgroep. Op lokaal niveau hebben wij voor het RPE gebruikgemaakt van eerdere participatie-opbrengst, zoals de Voorster Energie Strategie en de participatie bij de totstandkoming van het Programma Landelijk Gebied.

Daarnaast hebben wij de uitgangspunten voor het ontwerp-RPE besproken in het platform Voorster Energie-initiatieven. De energiecoöperaties in de gemeente Voorst maken deel uit van dit platform. Daarna heeft het ontwerp-RPE ter inzage gelegen van 26 mei 2025 tot en met 6 juli 2025. Inwoners zijn hierover geïnformeerd met een artikel in het Voorster Nieuws en publicatie op onze website en overheid.nl. Dit heeft geleid tot twee zienswijzen vanuit de gemeente Voorst. Een zienswijze van een inwoner uit Terwolde (zienswijze 1 in de reactienota) en een zienswijze van Kadijk Buurtbelang (zienswijze 8 in de reactienota). De zienswijze van Kadijk Buurtbelang is daarnaast nog twintig keer ingediend. Vervolgactie college − Als de gemeenteraden, de besturen van de waterschappen en provincie het RPE ongewijzigd vaststellen, zal het RPE begin 2026 worden aangeboden aan het Nationaal Programma RES. − Het college zet zich in om de doelen uit het RPE te behalen. − Het RPE vormt een beleidsuitgangspunt voor het opstellen van de omgevingsvisie gemeente Voorst.

Het college van burgemeester en wethouders, Paula Jorritsma-Verkade, burgemeester Lisette Wolbers-Cents, secretaris Bijlagen: 1. raadsbesluit 2. Regionaal Programma Energievoorziening regio Stedendriehoek (RPE) 3. nota van zienswijzen 4. uitgangspunten RES 5. lijst met indieners zienswijzen (VERTROUWELIJK) 6. leeswijzer Provinciale planMER Windbeleid en RES 7. reactienota planMER Windbeleid Gerelateerde stukken: 1. raadsvoorstel van 24 maart 2025 rv-857180-Regionaal_Programma_Energievoorziening

-4-

Informatie over dit voorstel: portefeuillehouder: Henk van Zeijts medewerker: Marijke Molema, expert landelijk gebied 0571-27 93 17 m.molema@voorst.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16052848/1